Besluit van 18 november 2016, houdende regels over de uitvoering van de onderzoeken die ter vaststelling van het gebruik van geweldbevorderende middelen bij geweldplegers kunnen worden ingezet, alsmede de aanwijzing van de geweldsmisdrijven waarvoor die onderzoeken kunnen worden ingezet en de aanwijzing van andere middelen dan alcohol die gewelddadig gedrag kunnen bevorderen en de grenswaarden voor die middelen en alcohol (Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers)
- BWB-id
- BWBR0038778
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038778
- ELI
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-middelenonderzoek-bij-geweldplegers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2017/besluit-middelenonderzoek-bij-geweldplegers/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038778&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038778&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038778/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2017/besluit-middelenonderzoek-bij-geweldplegers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de verdachte: artikel 55d, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering de verdachte, bedoeld in; b. opsporingsambtenaar: artikel 141, onder a tot en met c, van het Wetboek van Strafvordering een opsporingsambtenaar als bedoeld in; c. bloedonderzoek: artikel 55e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een onderzoek als bedoeld in. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3 artikelen 92 95 95a 108 tot en met 110 115 tot en met 117 121 121a 123 tot en met 124a 131 141 151f, tweede en derde lid 157 161 161bis, onder 2° tot en met 4° 162 162a 164 166 168 170 179 180 241 243 245 tot en met 250 282 282a 285 285a 285b 287 288 289 290 291 300 tot en met 303 307, tweede lid 312 317 350 352 385a 385b 385d van het Wetboek van Strafrecht Geweldsmisdrijven waarvoor een onderzoek naar het gebruik van alcohol of een middel als bedoeld inkan worden ingezet, zijn de misdrijven als omschreven in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 55d, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering Als middelen als bedoeld indie tot gewelddadig gedrag kunnen leiden, worden aangewezen: amfetamine, cocaïne en methamfetamine. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De grenswaarde voor alcohol is een alcoholpromillage van 350 microgram ethanol per liter uitgeademde lucht of van 0,8 milligram ethanol per milliliter bloed. 2 De grenswaarde voor amfetamine, cocaïne en methamfetamine is 50 microgram amfetamine, cocaïne, methamfetamine per liter bloed. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 55d, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering Een voorlopig ademonderzoek als bedoeld ingeschiedt door de verdachte in een voor het onderzoek bestemde ademtester die bij ministeriële regeling is aangewezen, ademlucht te laten blazen en het resultaat daarvan af te lezen. 2 Het voorlopig ademonderzoek wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het voorlopig ademonderzoek niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De opsporingsambtenaar vermeldt het resultaat van het voorlopig ademonderzoek in het proces-verbaal en deelt dat resultaat direct aan de verdachte mede. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 55d, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering Een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties als bedoeld inis gericht op het vaststellen van de bij ministeriële regeling aangewezen uiterlijke kenmerken. 2 Het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De opsporingsambtenaar vermeldt het resultaat van het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties in het proces-verbaal en deelt dat resultaat direct aan de verdachte mede. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 55d, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering Een onderzoek van speeksel als bedoeld ingeschiedt door met een voor het onderzoek bestemde speekseltester die bij ministeriële regeling is aangewezen, in de mondholte van de verdachte speeksel af te nemen en het resultaat daarvan af te lezen of door een bij de speekseltester behorend apparaat uit te lezen. 2 Het onderzoek van speeksel wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 3 Indien het onderzoek van speeksel niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De opsporingsambtenaar vermeldt het resultaat van het onderzoek van speeksel in het proces-verbaal en deelt dat resultaat direct aan de verdachte mede. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 55e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Een nader ademonderzoek als bedoeld ingeschiedt door de verdachte, zo nodig viermaal, ademlucht in een voor het onderzoek bestemd ademanalyseapparaat dat bij ministeriële regeling is aangewezen, te laten blazen en het resultaat daarvan af te lezen. Het blazen kan worden beëindigd, zodra het onderzoek twee meetresultaten heeft opgeleverd. 2 artikel 5 Het nader ademonderzoek wordt niet eerder verricht dan twintig minuten nadat de verdachte het bevel is gegeven zijn medewerking te verlenen aan het voorlopig ademonderzoek, bedoeld in, of, indien dat bevel niet is gegeven, binnen twintig minuten na het eerste contact tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte dat aanleiding was om de verdachte te bevelen zijn medewerking aan het nader ademonderzoek te verlenen. 3 Het nader ademonderzoek wordt verricht door een opsporingsambtenaar. 4 Het alcoholgehalte van de twee meetresultaten, bedoeld in het eerste lid, wordt op een bij ministeriële regeling voorgeschreven wijze vastgesteld. 5 Indien het nader ademonderzoek niet heeft geleid tot een geldig resultaat, kan de opsporingsambtenaar het onderzoek met toepassing van het eerste, tweede en vierde lid eenmaal opnieuw verrichten. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De opsporingsambtenaar vermeldt het resultaat van het nader ademonderzoek in het proces-verbaal. 2 artikel 4, eerste lid De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het nader ademonderzoek direct aan de verdachte mede en wijst hem, indien het onderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in, erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft. 3 artikelen 13 tot en met 17 19, derde tot en met vijfde lid Het tegenonderzoek geschiedt door middel van een bloedonderzoek. Deen, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. de verdachte direct nadat hij op het recht op tegenonderzoek is gewezen aan de opsporingsambtenaar kenbaar dient te maken dat hij van het recht op tegenonderzoek gebruik maakt, en het bloed van de verdachte direct daarna wordt afgenomen, en b. de bloedafname voor rekening van de verdachte geschiedt en niet wordt gedaan dan nadat hij daarvoor een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag heeft betaald. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Ten behoeve van het bloedonderzoek neemt een arts of verpleegkundige door middel van een venapunctie twee buisjes bloed van de verdachte af of, indien een venapunctie vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is, door middel van een infuus. In afwijking van de eerste volzin mag de arts of verpleegkundige ook een buisje bloed van de verdachte afnemen indien het vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is twee buisjes bloed van hem af te nemen. De hoeveelheid bloed dat ieder buisje dient te bevatten, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 De bloedafname geschiedt met de hulpmiddelen die bij ministeriële regeling zijn voorgeschreven. 3 De bloedafname geschiedt uiterlijk binnen anderhalf uur nadat de verdachte is aangehouden. Van die termijn kan alleen vanwege bijzondere omstandigheden worden afgeweken. De vorige volzinnen zijn niet van toepassing indien het bloedonderzoek is gericht op de vaststelling van het gebruik van alcohol. 4 De arts of verpleegkundige ontvangt voor de bloedafname een vergoeding van de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13, eerste lid Bij de bloedafname, bedoeld in, is een opsporingsambtenaar aanwezig, die: a. van de bloedafname een proces-verbaal opmaakt dat hij voorziet van een sporenidentificatienummer en de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland en het burgerservicenummer van de verdachte, of, indien deze gegevens van de verdachte onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, b. een eventueel door de arts of verpleegkundige afgelegde schriftelijke verklaring over de door hem gedane waarnemingen ten aanzien van de verdachte als bijlage bij het proces-verbaal, bedoeld onder a, voegt, c. ervoor zorgt dat ieder buisje met bloed voorzien is van een sporenidentificatienummer, en d. artikel 15, tweede lid ervoor zorgt dat de buisjes of het buisje met bloed binnen vier weken in een bij ministeriële regeling voorgeschreven verpakking die hij van een of meer fraudebestendige sluitzegels of een fraudebestendige afsluiting heeft voorzien, worden of wordt bezorgd bij het laboratorium, bedoeld in. 2 artikel 17, eerste lid artikel 3 artikel 4 De opsporingsambtenaar wijst de verdachte bij de bloedafname erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft, indien het verslag van het bloedonderzoek, bedoeld in, het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte of het gehalte van een of meer van de middelen, bedoeld in, in het bloed van de verdachte hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in, tenzij de bloedafname in het kader van een tegenonderzoek geschiedt. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omstandigheden waaronder de buisjes of het buisje met bloed worden bewaard en vervoerd. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De officier van justitie of de hulpofficier van justitie die de verdachte het bevel tot medewerking aan het bloedonderzoek heeft gegeven, formuleert de opdracht van de onderzoeker die het bloedonderzoek verricht. 2 De onderzoeker is verbonden aan een laboratorium. Als laboratorium komt alleen in aanmerking: a. een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de algemene criteria voor het functioneren van beproevingslaboratoria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of van criteria die daarmee vergelijkbaar zijn, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse, dan wel b. een laboratorium dat in het buitenland is gevestigd en door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse. 3 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het tweede lid, onder a. 4 Indien de accreditatie van een laboratorium, bedoeld in het tweede lid, is ingetrokken of geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dat laboratorium geen bloedonderzoek meer worden verricht. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15, eerste lid Het laboratorium waaraan de onderzoeker, bedoeld in, is verbonden, legt na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed de volgende gegevens in een bestand vast: a. de datum van ontvangst van de buisjes of het buisje, b. artikel 14, eerste lid, onder a en c de sporenidentificatienummers, bedoeld in, c. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte wiens het bloed het betreft, en d. de naam van de opdrachtgever van het bloedonderzoek. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15, eerste lid De onderzoeker, bedoeld in, verricht het bloedonderzoek binnen vier weken na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed. De methode die hij voor het bloedonderzoek hanteert, voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. 2 De onderzoeker stelt een in de Nederlandse taal gesteld schriftelijk verslag van het resultaat van het bloedonderzoek op en ondertekent dat verslag. 3 artikel 15, tweede lid, onder b In afwijking van het tweede lid mag het verslag in de Engelse taal zijn gesteld, indien de onderzoeker die het verslag opstelt, verbonden is aan een laboratorium als bedoeld in. 4 Het verslag bevat in ieder geval: a. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte met behulp van wiens bloed het onderzoek is verricht, b. het sporenidentificatienummer van het buisje met bloed met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, c. de methode met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, en d. het resultaat van het bloedonderzoek. 5 De onderzoeker stuurt het verslag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan de opdrachtgever van het bloedonderzoek. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17, tweede lid De opsporingsambtenaar stelt de verdachte binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek en vermeldt daarbij het sporenidentificatienummer, bedoeld in artikel 17, vierde lid, onder b. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 In geval van een tegenonderzoek stelt het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek heeft verricht, het voor dat onderzoek bestemde buisje met bloed ter beschikking aan het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het tegenonderzoek verricht. 2 artikelen 14, eerste lid, onder d 15, tweede tot en met vierde lid 16 17 De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 18 Tegenonderzoek geschiedt op initiatief van en voor rekening van de verdachte en wordt niet verricht dan nadat de verdachte het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het tegenonderzoek verricht, het daarvoor verschuldigde bedrag heeft betaald. In dat bedrag zijn de verzendkosten van het voor het tegenonderzoek bestemde buisje met bloed door het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden die het bloedonderzoek heeft verricht, inbegrepen. De hoogte van die verzendkosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Het bedrag voor de verzendkosten verrekent het laboratorium, bedoeld in de eerste volzin, met het laboratorium, bedoeld in de tweede volzin. De verdachte is verplicht in zijn aanvraag tot het verrichten van een tegenonderzoek zijn naam, geslacht, geboortedatum en burgerservicenummer te vermelden, alsmede het sporenidentificatienummer dat op de kennisgeving, bedoeld in, is vermeld. 4 artikel 18 Indien de verdachte de kosten van het tegenonderzoek niet binnen vier weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in, heeft betaald, vervalt het recht op dat onderzoek. 5 artikel 3 artikel 4 De verdachte ontvangt het bedrag, bedoeld in het derde lid, uit ’s Rijks kas terug indien het resultaat van het tegenonderzoek het vermoeden niet bevestigt dat het alcoholgehalte of het gehalte van een middel als bedoeld inin het bloed van de verdachte hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 17, tweede lid Het laboratorium waaraan de onderzoeker is verbonden dat het bloedonderzoek heeft verricht, vernietigt het bloed dat na dat onderzoek resteert, een half jaar na de datum van dagtekening van het verslag, bedoeld in. Is het recht op tegenonderzoek vervallen, dan vernietigt het laboratorium dat het tegenonderzoek zou verrichten het bloed een half jaar na de ontvangst. 2 artikel 3 artikel 4 artikel 17, tweede lid artikel 16 Indien het resultaat van het bloedonderzoek of het tegenonderzoek het vermoeden niet bevestigt dat het alcoholgehalte of het gehalte van een middel als bedoeld inin het bloed van de verdachte hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in, vernietigt het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, het afschrift van het verslag, bedoeld in, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, een half jaar na de datum van dagtekening van dat verslag. 3 artikel 3 artikel 4 artikel 17, tweede lid artikel 16 Indien het resultaat van het bloedonderzoek of het tegenonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte of het gehalte van een middel als bedoeld inin het bloed van de verdachte hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in, vernietigt het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, het afschrift van het verslag, bedoeld in, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, vijf jaar na de datum van dagtekening van dat verslag. 4 Het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, houdt aantekening van iedere vernietiging op grond van het eerste tot en met derde lid. 2022 77 18-02-2022 15-02-2022 2022 142 06-04-2022 30-03-2022 01-07-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 17, tweede lid artikel 16 artikel 15, tweede lid Indien een ander laboratorium dan het laboratorium van het Nederlands Forensisch Instituut voornemens is zijn werkzaamheden op het terrein van het bloedonderzoek te beëindigen, zorgt dat laboratorium ervoor dat het bloed, de afschriften van de verslagen, bedoeld in, die bij dat laboratorium worden bewaard, en de daarbij behorende gegevens, bedoeld in, voor de beëindiging van die werkzaamheden aan dat instituut worden overgedragen, tenzij het laboratorium fuseert met een ander laboratorium als bedoeld in. In het laatste geval worden het bloed, de afschriften van de verslagen en de daarbij behorende gegevens in dat andere laboratorium bewaard. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 28 september 2016 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot het bevelen van een middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 2016, 353) in werking treedt. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers. 2016 450 30-11-2016 18-11-2016 2016 455 30-11-2016 22-11-2016 01-01-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.