Besluit van 3 mei 2018, houdende regels met betrekking tot de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en de rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies, ter implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen alsmede in verband met de operationalisering van de reductieverplichting uit Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof, en tot intrekking en wijziging van enkele andere besluiten (Besluit energie vervoer)
- BWB-id
- BWBR0040922
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040922
- ELI
- /eli/nl/amvb/2018/besluit-energie-vervoer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2018/besluit-energie-vervoer/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040922&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040922&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040922/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2018/besluit-energie-vervoer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: belastingentrepot: artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns belastingentrepot als bedoeld in; bemeterd leverpunt: punt voor levering van gasvormige brandstof of elektriciteit voorzien van een voertuigaansluiting of een vaartuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet; directe lijn: artikel 1.1 van de Energiewet directe lijn als bedoeld in; dubbeltellingverificateur: artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de wet verificateur als bedoeld in; dubbeltellingverificatie: artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de wet verificatie als bedoeld in; dubbeltellingverklaring: artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de wet verklaring als bedoeld in; hernieuwbare brandstofeenheid bijlage-IX-B: artikel 9.7.3.1 van de wet hernieuwbare brandstofeenheid bijlage-IX-B als bedoeld in; hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel: artikel 9.7.3.1 van de wet hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel als bedoeld in; hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd: artikel 9.7.3.1 van de wet hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd als bedoeld in; hernieuwbare brandstofeenheid overig: artikel 9.7.3.1 van de wet hernieuwbare brandstofeenheid overig als bedoeld in; inboekverificateur: artikel 9.7.4.12, eerste lid, van de wet verificateur als bedoeld in; inboekverificatie: artikel 9.7.4.12, eerste lid, van de wet verificatie als bedoeld in; inboekverificatieverklaring: artikel 9.7.4.12, eerste lid, van de wet verklaring als bedoeld in; massabalans van hernieuwbare brandstoffen: verordening (EU) 2022/996 een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van hernieuwbare brandstoffen van een onderneming, al dan niet op een opslaglocatie gedurende een bepaalde periode, bedoeld in artikel 30 van de richtlijn hernieuwbare energie en uitgevoerd overeenkomstig artikel 19 van, als onderdeel van een door de inboeker gehanteerd vrijwillig systeem; materiële afwijking: onjuistheid die, afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden, de gestelde materialiteitsgrens overschrijdt; materialiteitsgrens: kwantitatieve drempel of grenswaarde waarboven onjuistheden, afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden, door de verificateur als materieel worden beschouwd; opslaglocatie: artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns een opslagtank op land of op water met een vast adres, als onderdeel van een accijnsgoederenplaats als bedoeld invoor minerale oliën of belasting-entrepot voor minerale oliën; Raad voor Accreditatie: artikel 1, onderdeel e, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie Raad voor Accreditatie als bedoeld in; redelijke mate van zekerheid: een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid ten aanzien van de vraag of de in de dubbeltellingverklaring verantwoorde biobrandstof of de in de inboekverificatieverklaring verantwoorde inboekingen in het register vrij zijn van materiële onjuistheden; rekeninghouder: artikel 9.7.5.3 van de wet onderneming die beschikt over een rekening als bedoeld in; soort hernieuwbare energie: artikel 9.7.4.1, eerste lid, van de wet de soorten hernieuwbare energie, bedoeld in; van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstige afvalstoffen en residuen: afvalstoffen en residuen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de landbouw, de aquacultuur, visserij en de bosbouw, en die geen afvalstoffen of residuen van aanverwante bedrijfstakken of verwerking omvatten; vrijwillig systeem: door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem voor het certificeren dat een hernieuwbare brandstof voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie; wet: Wet milieubeheer . 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 titel 9.7 van de wet De inopgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik zijn niet van toepassing op: a. de leverancier tot eindverbruik over het kalenderjaar waarin zijn levering tot eindverbruik opgeteld minder is dan 500.000 liter; b. zijn levering tot eindverbruik aan zeevaart en binnenvaart; c. zijn levering tot eindverbruik van dierlijke bijproducten die hij op locatie gebruikt als brandstof voor verwarming. 2 paragraaf 9.7.4 van de wet Leveringen van biobrandstoffen aan zeevaart, met uitzondering van leveringen van biobrandstoffen die leiden tot bijschrijving van een hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd, zijn van de toepassing vanuitgesloten. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 9.7.2.1, eerste lid, van de wet Het gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik, bedoeld in, waarbij het aantal hernieuwbare brandstofeenheden naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar: a. 2022: 17,9 procent; b. 2023: 18,9 procent; c. 2024: 28,4 procent; d. 2025: 29,4 procent; e. 2026: 22,3 procent; f. 2027: 23,6 procent; g. 2028: 25,0 procent; h. 2029: 26,5 procent; i. 2030: 28,0 procent; 2 Voor de toepassing van het eerste lid, is het percentage van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik ingevuld met hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel voor de kalenderjaren 2022 tot en met 2030 ten hoogste 1,4 procent, waarbij het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel naar beneden wordt afgerond. 3 Voor de toepassing van het eerste lid, is het percentage van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik ingevuld met hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd, waarbij het aantal hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd naar boven wordt afgerond, voor het kalenderjaar: a. 2022: ten minste 1,8 procent; b. 2023: ten minste 2,4 procent; c. 2024: ten minste 2,9 procent; d. 2025: ten minste 3,6 procent; e. 2026: ten minste 4,2 procent; f. 2027: ten minste 4,9 procent; g. 2028: ten minste 5,6 procent; h. 2029: ten minste 6,3 procent; i. 2030: ten minste 7,0 procent. 4 Voor de toepassing van het eerste lid, is het percentage van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik ingevuld met hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B voor de kalenderjaren 2022 tot en met 2030 ten hoogste 10,0 procent, waarbij het aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B naar beneden wordt afgerond. 2024 81 05-04-2024 20-03-2024 2024 81 05-04-2024 20-03-2024 06-04-2024 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 9.7.2.4, eerste of tweede lid, van de wet artikel 2 van de Wet op de accijns Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in, wordt gemaakt op basis van een redelijke inschatting, waarbij het bestuur van de emissieautoriteit zich in ieder geval baseert op de gegevens van de rijksbelastingdienst over de uitslag tot verbruik, bedoeld in, van benzine, diesel en zware stookolie. 2 artikel 9.7.2.4, eerste of tweede lid, van de wet De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in, worden verrekend met het saldo van het lopende kalenderjaar. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet Bij de afschrijving, bedoeld in, wordt de volgende volgorde gehanteerd: a. artikel 3, derde lid het aantal hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in, genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik; b. artikel 3, tweede lid het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in, genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik; c. artikel 3, vierde lid het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in, genoemde gedeelte van de energie-inhoud van de levering tot eindverbruik; d. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden overig wordt afgeschreven; e. het aantal op de rekening beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd wordt afgeschreven. 2 Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde hernieuwbare brandstofeenheden als volgt vastgesteld: a. artikel 3, tweede lid het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel b, niet gebruikt heeft; b. artikel 3, vierde lid het aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B is even groot als het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft; c. het aantal hernieuwbare brandstofeenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, bijlage IX-B, overig en geavanceerd in deze volgorde afgeschreven. 2 Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B, overig en geavanceerd in deze volgorde afgeschreven. 3 Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden overig op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden overig en geavanceerd in deze volgorde afgeschreven. 4 Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd afgeschreven. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Vloeibare biobrandstof die aan de Nederlandse markt geleverd wordt, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die: a. artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld invoor minerale oliën; b. artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns geregistreerd geadresseerde is als bedoeld invoor minerale oliën; of c. importeur is. 2 De onderneming, genoemd in het eerste lid, die vanaf een andere dan zijn eigen accijnsgoederenplaats levert aan de Nederlandse markt, voert een massabalanssysteem als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie over de accijnsgoederenplaats of belastingentrepot. 3 Vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt in het register, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tweede tot en met zevende lid en tiende lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 In afwijking van het derde lid voldoet vloeibare biobrandstof die vervaardigd is uit niet van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstige afvalstoffen en residuen, ook indien deze afvalstoffen en residuen in een product zijn verwerkt alvorens ze verder wordt verwerkt in een vloeibare biobrandstof, aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 5 Voor vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt in het register is geen exploitatiesubsidie betaald. 6 artikel 9.7.1.1, onderdeel «leveren aan de Nederlandse markt» Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het aantonen, bedoeld in. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1.1 van de Energiewet Gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland wordt geleverd met behulp van het transmissie- of distributiesysteem voor gas, bedoeld in, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is als bedoeld in artikel 1.1 van die wet en die: a. artikel 1.1 van die wet een aansluiting heeft als bedoeld in, die uitsluitend bestemd is voor de levering van gas aan vervoer in Nederland en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt; of b. artikel 1 van de Metrologiewet artikel 6 van die wet artikel 8 van die wet over een bemeterd leverpunt beschikt, voorzien van een geregeld meetinstrument als bedoeld in, met een geldige conformiteitsbeoordeling als bedoeld inen voorzien van de voor dat meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in. 2 Gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland geleverd wordt met behulp van een directe lijn, kan slechts worden ingeboekt in het register door de onderneming die gasvormige biobrandstof) levert met behulp van een bemeterd leverpunt. 3 Gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt in het register voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tweede tot en met zevende lid en tiende lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 In afwijking van het derde lid voldoet gasvormige biobrandstof die vervaardigd is uit niet van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstige afvalstoffen en residuen, ook indien deze afvalstoffen en residuen in een product zijn verwerkt alvorens ze verder wordt verwerkt in een gasvormige biobrandstof, aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 5 Voor gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt in het register is geen exploitatiesubsidie betaald. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Vloeibare hernieuwbare brandstof die aan vervoer in Nederland geleverd wordt, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die: a. artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld invoor minerale oliën; b. artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns geregistreerde geadresseerde is als bedoeld invoor minerale oliën; of c. importeur is. 2 De in te boeken vloeibare hernieuwbare brandstof: a. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een opslaglocatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde vrijwillige systeem is gecertificeerd, dan wel op een andere opslaglocatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt; en b. voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 3 De onderneming, genoemd in het eerste lid, voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen over zijn opslaglocatie, bedoeld in het tweede lid. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Omgevingswet Gasvormige hernieuwbare brandstof die als waterstof aan vervoer in Nederland geleverd wordt, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en die beschikt over een vergunning bij of krachtens devoor de ontvangst, de opslag en de verkoop van waterstof en die beschikt over een bemeterd leverpunt. 2 In afwijking van het eerste lid kan gasvormige hernieuwbare brandstof die als waterstof geleverd wordt aan binnenschepen en zeeschepen worden ingeboekt in het register door een onderneming die gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en die de gasvormige hernieuwbare brandstof produceert en levert met behulp van een waterstofcontainer. 3 Gasvormige hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt in het register voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet artikel 1.1 van de Energiewet Elektriciteit die geleverd wordt aan de bestemmingen, bedoeld in, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is als bedoeld inen die: a. artikel 1.1 van die wet een aansluiting heeft als bedoeld indie, dan wel een allocatiepunt, niet zijnde een primair allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van die wet dat, uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan die bestemmingen en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt; b. artikel 1 van de Metrologiewet artikel 6 van die wet artikel 8 van die wet beschikt over een bemeterd leverpunt, voorzien van een geregeld meetinstrument als bedoeld in, met een geldige conformiteitsbeoordeling als bedoeld inen voorzien van de voor dat meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in; of c. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van die wet een aansluiting heeft als bedoeld indie uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan die bestemmingen en die als onderneming openbaar vervoersdiensten aanbiedt. 2 artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet Elektriciteit die geleverd wordt aan de bestemmingen als bedoeld in, met behulp van een directe lijn, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die elektriciteit levert met behulp van een bemeterd leverpunt. 3 In afwijking van het eerste lid kan elektriciteit die geleverd wordt aan binnenvaartschepen worden ingeboekt in het register door een onderneming die de elektriciteit levert met behulp van een accupakket of elektrolyt. 4 Voor elektriciteit als bedoeld in het tweede lid, die wordt opgewekt met biomassabrandstoffen als bedoeld in artikel 2, zevenentwintigste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, voldoen bedoelde biomassabrandstoffen aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tweede tot en met zevende lid en tiende lid, en aan de efficiëntie-eisen, bedoeld in artikel 29, elfde lid, van die richtlijn. 5 Voor de elektriciteit als bedoeld in het tweede lid die wordt ingeboekt in het register is geen exploitatiesubsidie betaald. 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. elektriciteit die geleverd wordt met behulp van een directe lijn als bedoeld in het tweede lid; b. het aantonen van geleverde elektriciteit met behulp van een accupakket of elektrolyt als bedoeld in het derde lid; c. het aantonen of de geleverde elektriciteit tot een aanvullende hernieuwbare energieproductiecapaciteit heeft geleid. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, of onderdeel c, van de wet De energie-inhoud van de biobrandstof die is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in, wordt bij inboeking in het register vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen factor. 2 De energie-inhoud van bij ministeriële regeling aangewezen soorten hernieuwbare brandstof wordt bij inboeking in het register vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen factor, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 9.7.4.11, eerste lid, van de wet Het bestuur van de emissieautoriteit kan met toepassing vanhet bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden voor ten hoogste vier weken opschorten. Het bestuur doet van de opschorting onverwijld mededeling aan de inboeker. 2 Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, over de bijschrijving van de hernieuwbare brandstofeenheden. Indien niet binnen die termijn is beslist, schrijft het bestuur de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker. 3 De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 9.7.4.13, eerste lid, van de wet De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in, worden verrekend met het saldo van het lopende kalenderjaar. 2 Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 19 22 Onze Minister keurt op aanvraag van de verificateur, bedoeld in deen, een verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, goed. 2 artikelen 20 23 Onze Minister verleent goedkeuring aan het verificatieprotocol, of wijzigingen daarvan, indien hij een gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de verklaringen, bedoeld in deen, op een juiste wijze tot stand komen. 3 Onze Minister beslist binnen twaalf weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. De termijn kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. 4 De goedkeuring geldt voor de duur van een door onze Minister te bepalen termijn van ten hoogste vijf kalenderjaren, met inbegrip van het kalenderjaar waarin de goedkeuring is gegeven. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 15 De dubbeltellingverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld inen is voor het onderdeel dubbeltelling van het werkveld hernieuwbare energie vervoer: a. geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie; b. verordening (EEG) 339/93 geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van(PbEU 2008, L 218). 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De dubbeltellingverificateur verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de dubbeltellingverklaring verantwoorde biobrandstof geen materiële afwijkingen bevat. De dubbeltellingverificateur verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico. 2 De dubbeltellingverificateur toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de aard van de gebruikte grondstof in relatie tot de dubbeltelling van de biobrandstof, alsmede de totale hoeveelheid gebruikte grondstof in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde dubbel tellende biobrandstof waarop de dubbeltellingverklaring betrekking heeft. 3 artikel 9.7.4.8, eerste lid, van de wet De dubbeltellingverificateur trekt onverwijld een verklaring in die is afgegeven in strijd met de eisen, bedoeld in. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de dubbeltellingverificatie. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 15 De inboekverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld inen is voor het onderdeel inboeken van het werkveld hernieuwbare energie vervoer: a. geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie, of b. Verordening (EEG) 339/93 geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van(PbEU 2008, L 218). 2 Het bestuur van de emissieautoriteit kan een instelling als bedoeld in het eerste lid die voldoet aan de eisen, gesteld in dat lid, opnemen in het register. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De inboekverificateur verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de inboekverificatieverklaring verantwoorde inboekingen in het register geen materiële afwijking bevatten. 2 De inboekverificateur toetst met een materialiteitsgrens van twee procent van de totale hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie per geleverde soort hernieuwbare energie waarop de verificatieverklaring betrekking heeft: a. de hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie naar energie-inhoud in verhouding tot de aantoonbaar geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie; b. de overname van de kenmerken van en gegevens over de ingeboekte hernieuwbare energie; en c. artikel 9.7.4.1, eerste lid, van de wet de levering aan de bestemmingen, bedoeld in, zoals die blijkt uit de bedrijfsadministratie. 3 Indien de inboekverificateur geen inboekverificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen op. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inboekverificatie. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet Als categorie als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns ondernemingen die houder zijn van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld invoor minerale oliën; b. publiekrechtelijke rechtspersonen. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 9.7.5.4, eerste lid, van de wet Aan de eisen, bedoeld inis in elk geval niet voldaan indien de aanvrager niet: a. heeft aangetoond de voor de aangevraagde rekening vereiste hoedanigheid te bezitten; b. de vereiste gegevens heeft overgelegd. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 9.7.5.4 van de wet Een vermoeden van fraude of misbruik van een rekening als bedoeld inbestaat in elk geval, indien: a. de handelingen met betrekking tot de rekening afwijken van het gebruikelijke patroon van handelingen met betrekking tot die rekening; b. derden zich mogelijk toegang tot de rekening hebben verschaft, of c. de rekeninghouder een vermoeden van fraude of misbruik heeft geuit. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Het bestuur van de emissieautoriteit kan een rekening in elk geval ambtshalve opheffen indien: a. de rekeninghouder niet langer de hoedanigheid bezit op basis waarvan hij een rekening heeft gekregen; b. ondanks herhaalde kennisgevingen de gronden voor de blokkering niet binnen een redelijke termijn zijn opgeheven; c. gedurende twaalf maanden geen activiteit is geweest op de rekening. 2 Een rekening met inboekfaciliteit of een rekening met uitsluitend overboekfaciliteit kan op verzoek van de rekeninghouder worden opgeheven. 3 artikelen 9.7.2.5, vijfde lid 9.7.4.13, vijfde lid, van de wet Een rekening wordt niet opgeheven als op de rekeninghouder nog een verplichting rust als bedoeld in de, of. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 9.7.5.6, eerste lid, van de wet Het gedeelte, bedoeld in, komt overeen met ten hoogste 1.000 hernieuwbare brandstofeenheden of, indien toepassing van het tweede of derde lid leidt tot meer dan 1.000 hernieuwbare brandstofeenheden, het in dat lid genoemde percentage. Indien een onderneming zowel leverancier tot eindverbruik als inboeker is, geldt de voor die onderneming gunstigste bepaling. 2 artikel 9.7.5.6, eerste lid, van de wet Voor de leverancier tot eindverbruik bedraagt het gedeelte, bedoeld in, ten hoogste 10 procent van het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat hij verschuldigd is over het kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld in artikel 9.7.5.6, eerste lid, van de wet. 3 artikel 9.7.5.6, eerste lid, van de wet Voor de inboeker bedraagt het gedeelte, bedoeld in, ten hoogste 4 procent van het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat door het bestuur van de emissieautoriteit op zijn rekening is bijgeschreven voor hernieuwbare energie die hij heeft geleverd in het kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld in artikel 9.7.5.6, eerste lid, van de wet. 4 Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid, wordt het aantal hernieuwbare brandstofeenheden gespaard in de volgende volgorde: a. hernieuwbare brandstofeenheden geavanceerd; b. hernieuwbare brandstofeenheden overig; c. hernieuwbare brandstofeenheden bijlage IX-B; d. hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst verstreken kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister: a. de totale energie-inhoud per ingeboekte soort hernieuwbare energie; b. de aard en herkomst van de grondstof van de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare en gasvormige biobrandstof, alsmede de gehanteerde duurzaamheidsystemen. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 9.7.4.7, eerste lid, van de wet Het overzicht, bedoeld in, vermeldt met betrekking tot het gedeelte van het kalenderjaar of het kalenderjaar waarop het overzicht betrekking heeft: a. het aantal per soort op rekeningen in het register bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden; b. het aantal per soort in dat kalenderjaar gespaarde hernieuwbare brandstofeenheden; c. het aantal op 1 mei afgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden van rekeningen van publiekrechtelijke rechtspersonen. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 9.7.4.14, eerste lid, van de wet Het overzicht, bedoeld in: a. wordt langs elektronische weg bekendgemaakt; b. heeft betrekking op het laatste kalenderjaar dat is verstreken voor de datum van openbaarmaking, en c. vermeldt in afzonderlijke overzichten de aard van de grondstoffen, de herkomst van de grondstoffen en de gehanteerde duurzaamheidsystemen. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: hernieuwbare brandstofeenheid: artikel 9.7.3.1 van de wet hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in; LPG: artikel 26, zesde lid, van de Wet op de accijns artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld inen minerale oliën die op grond vanvoor het tarief van vloeibaar gemaakt petroleumgas aan de accijns onderworpen zijn; rekeninghouder: artikel 9.8.4.3 van de wet onderneming die beschikt over een rekening als bedoeld in; wet: Wet milieubeheer . 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 titel 9.8 van de wet 3 De inopgenomen bepalingen met betrekking tot de rapportageplichtige zijn niet van toepassing op de rapportageplichtige over het kalenderjaar waarin zijn uitslag tot vervoersverbruik opgeteld minder is dan 500.000 liter, kilogram of Nm. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 9.8.2.1, eerste lid, van de wet Het percentage, bedoeld inbedraagt zes procent voor elk kalenderjaar. 2020 471 25-11-2020 05-11-2020 2020 471 25-11-2020 05-11-2020 01-01-2021
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 9.8.2.4, eerste of tweede lid, van de wet artikel 2 van de Wet op de accijns Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in, wordt gemaakt op basis van een redelijke inschatting, waarbij het bestuur van de emissieautoriteit zich in ieder geval baseert op de gegevens van de rijksbelastingdienst over de uitslag tot verbruik, bedoeld in, van benzine, diesel en LPG. 2 artikel 9.8.2.4, eerste of tweede lid, van de wet De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in, worden verrekend met het saldo van het lopende kalenderjaar. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met e Bij de afschrijving, bedoeld in, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden afgeschreven, volgens de volgorde, bedoeld in. 2 Artikel 5, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het tijdstip van de jaarlijkse vaststelling en de berekening van de broeikasgasemissiereductiebijdrage van hernieuwbare brandstofeenheden. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 9.8.4.4, eerste lid, van de wet Aan de eisen, bedoeld inis in elk geval niet voldaan indien de aanvrager niet: a. heeft aangetoond de voor de aangevraagde rekening vereiste hoedanigheid te bezitten; b. de vereiste gegevens heeft overgelegd. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 9.8.4.4 van de wet Een vermoeden van fraude of misbruik van een rekening als bedoeld inbestaat in elk geval, indien: a. de handelingen met betrekking tot de rekening afwijken van het gebruikelijke patroon van handelingen met betrekking tot die rekening; b. derden zich mogelijk toegang tot de rekening hebben verschaft, of c. de rekeninghouder een vermoeden van fraude of misbruik heeft geuit. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 9.8.4.4 van de wet Het bestuur van de emissieautoriteit kan een rekening als bedoeld inin elk geval ambtshalve opheffen indien: a. de rekeninghouder niet langer de hoedanigheid bezit op basis waarvan hij een rekening heeft gekregen; b. ondanks herhaalde kennisgevingen de gronden voor de blokkering niet binnen een redelijke termijn zijn opgeheven; c. gedurende twaalf maanden geen activiteit is geweest op de rekening. 2 artikel 9.8.2.5, vijfde lid, van de wet Een rekening wordt niet opgeheven als op de rekeninghouder nog een verplichting rust als bedoeld in. 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 9.8.4.6, eerste lid, van de wet Het gedeelte, bedoeld in, komt overeen met ten hoogste 1.000 hernieuwbare brandstofeenheden. 2 artikel 29, vierde lid Voor de toepassing van het eerste lid, is, van overeenkomstige toepassing. 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 2024 427 20-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Artikel II van Stb. 2024/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst verstreken kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister de soorten en de totale hoeveelheid gerapporteerde benzine, diesel en beter fossiele brandstof. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2021 619 23-12-2021 20-12-2021 2021 620 23-12-2021 20-12-2021 01-01-2022
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015 Hetwordt ingetrokken. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Wijzigt het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energie vervoer. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld. 2018 134 17-05-2018 03-05-2018 2018 202 28-06-2018 20-06-2018 01-07-2018 01-01-2018