Besluit van 17 juli 2018, houdende nadere regels met betrekking tot uiteindelijk belanghebbenden en politiek prominente personen, het vaststellen van indicatoren voor het melden van ongebruikelijke transacties en tot wijziging van enige andere besluiten in verband met de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018)
- BWB-id
- BWBR0041193
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041193
- ELI
- /eli/nl/amvb/2018/uitvoeringsbesluit-wwft-2018
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2018/uitvoeringsbesluit-wwft-2018/2026-04-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041193&g=2026-04-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041193&z=2026-06-06&g=2026-04-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041193/2026-04-30
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2018/uitvoeringsbesluit-wwft-2018
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: betaalinstrument: betaalinstrument in de zin van artikel 4, onderdeel 14, van de richtlijn betaaldiensten; eigendomsbelang: recht op uitkering uit het vermogen van een rechtspersoon of personenvennootschap, waaronder de winst of de reserves, of op overschot na vereffening; geldtransfer: geldtransfer in de zin van artikel 4, onderdeel 22, van de richtlijn betaaldiensten; overige rechtspersoon: artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, coöperatie of stichting als bedoeld in; personenvennootschap: artikel 1655 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek artikel 16 van het Wetboek van Koophandel artikel 19 van het Wetboek van Koophandel maatschap als bedoeld in, vennootschap onder firma als bedoeld inof commanditaire vennootschap als bedoeld in; richtlijn transparantie: richtlijn nr. 2004/109/EG Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van(PbEU 2004, L 390); wet: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme . 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, eerste lid, van de wet Prominente publieke functies als bedoeld in de definitie van politiek prominente persoon in de zin vanzijn in elk geval: a. staatshoofd, regeringsleider, minister, onderminister of staatssecretaris; b. parlementslid of lid van een soortgelijk wetgevend orgaan; c. lid van het bestuur van een politieke partij; d. lid van een hooggerechtshof, constitutioneel hof of van een andere hoge rechterlijke instantie die arresten wijst waartegen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, geen beroep openstaat; e. lid van een rekenkamer of van een raad van bestuur van een centrale bank; f. ambassadeur, zaakgelastigde of hoge officier van de strijdkrachten; g. lid van het leidinggevend lichaam, toezichthoudend lichaam of bestuurslichaam van een staatsbedrijf; h. bestuurder, plaatsvervangend bestuurder, lid van de raad van bestuur of bekleder van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie. 2 Middelbare of lagere functionarissen vallen niet onder de in het eerste lid bedoelde prominente publieke functies. 3 artikel 1, eerste lid, van de wet Familierelaties als bedoeld in de definitie van familielid van een politiek prominente persoon in de zin vanzijn: a. de echtgenoot van een politiek prominente persoon of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot van een politiek prominente persoon wordt aangemerkt; b. een kind van een politiek prominente persoon, de echtgenoot van dat kind of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot van dat kind wordt aangemerkt; c. de ouder van een politiek prominente persoon. 4 artikel 1, eerste lid, van de wet Personen bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon in de zin vanzijn: a. een natuurlijke persoon van wie bekend is dat deze met een politiek prominente persoon de gezamenlijke uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit of een juridische constructie, of die met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft; b. een natuurlijke persoon die de enige uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een politiek prominente persoon. 2020 147 20-05-2020 11-05-2020 2020 148 20-05-2020 11-05-2020 21-05-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de
Implementatiewetwijziging vierde anti-witwasrichtlijn in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Categorieën van natuurlijke personen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende zijn: a. in het geval van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap, niet zijnde een vennootschap die als uitgevende instelling is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in de richtlijn transparantie, dan wel aan vergelijkbare internationale standaarden, met inbegrip van een 100 procent dochtermaatschappij van een dergelijke vennootschap: 1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de vennootschap, via: – het direct of indirect houden van meer dan 25 procent van de aandelen, van de stemrechten of van het eigendomsbelang in de vennootschap, met inbegrip van het houden van toonderaandelen; of – artikel 406 artikelen 24a 24b 24d, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek andere middelen, waaronder de voorwaarden voor consolidatie van een jaarrekening, bedoeld in, in samenhang met de,en; of 2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap; b. artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in het geval van een kerkgenootschap als bedoeld in: 1°. natuurlijke personen die bij ontbinding van het kerkgenootschap als rechtsopvolger in het statuut van het kerkgenootschap zijn benoemd; of 2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke personen die als bestuurder staan vermeld in het eigen statuut, of zo mogelijk als bestuurder staan genoemd in de documenten van de kerkelijke organisatie; c. in het geval van een overige rechtspersoon: 1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de rechtspersoon, via: – het direct of indirect houden van meer dan 25 procent van het eigendomsbelang in de rechtspersoon; – het direct of indirect kunnen uitoefenen van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de rechtspersoon; of – het kunnen uitoefenen van feitelijk zeggenschap over de rechtspersoon; of 2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon; d. in het geval van een personenvennootschap: 1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de personenvennootschap via: – het direct of indirect houden van meer dan 25 procent van het eigendomsbelang in de personenvennootschap; – het direct of indirect kunnen uitoefenen van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap, of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is voorgeschreven; of – het kunnen uitoefenen van feitelijke zeggenschap over de personenvennootschap; of 2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de personenvennootschap; e. in het geval van een trust, de volgende natuurlijke personen: 1°. de oprichter of oprichters; 2°. de trustee of trustees; 3°. voor zover van toepassing, de protector of protectors; 4°. de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de trust niet kunnen worden bepaald dan wel het vijfde lid, tweede volzin van toepassing is, de groep van personen in wier belang de trust hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en 5°. elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent. 2 Het eerste lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op Europese naamloze vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen, alsmede op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap. 3 Het eerste lid, onderdeel c, is van overeenkomstige toepassing op andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een van deze rechtspersonen. 4 Het eerste lid, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing op rederijen, Europees economische samenwerkingsverbanden of andere juridische entiteiten vergelijkbaar met een personenvennootschap. 5 artikel 2:65 artikel 2:69b, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht Het eerste lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op andere juridische constructies vergelijkbaar met een trust. In geval van een fonds voor gemene rekening dat wordt aangeboden aan honderdvijftig personen of meer en wordt beheerd door een beheerder waaraan een vergunning als bedoeld inofis verleend, wordt als uiteindelijk belanghebbende in de zin van het eerste lid, onderdeel e, onder 4°, aangemerkt de groep van natuurlijke personen in wier belang dit fonds voor gemene rekening hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is. 6 artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 19, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder hoger leidinggevend personeel uitsluitend verstaan: elke bestuurder in de zin van, of, in het geval van een personenvennootschap, elke vennoot, met uitzondering van een vennoot bij wijze van geldschieting als bedoeld in. 7 Het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, het tweede, derde, vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een juridische entiteit die is aangewezen als uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e. 2022 168 02-05-2022 08-04-2022 2022 405 24-10-2022 19-10-2022 01-11-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 15, eerste lid, van de wet bijlage De indicatoren, bedoeld in, zijn vastgesteld in debij dit besluit. 2 artikel 1a, tweede en derde lid, van de wet Voor bijkantoren in Nederland van een bank of andere financiële onderneming met zetel buiten Nederland als bedoeld in, gelden de indicatoren die van toepassing zijn voor een bank of het type financiële onderneming waarvan het bijkantoor deel uitmaakt. 2018 241 24-07-2018 17-07-2018 2018 240 24-07-2018 11-07-2018 25-07-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
vierde anti-witwasrichtlijn in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2024 404 16-12-2024 11-12-2024 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn in werking treedt. 2018 241 24-07-2018 17-07-2018 2018 240 24-07-2018 11-07-2018 25-07-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
vierde anti-witwasrichtlijn in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. 2018 241 24-07-2018 17-07-2018 2018 240 24-07-2018 11-07-2018 25-07-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
vierde anti-witwasrichtlijn in werking treedt.