Besluit van 28 september 2018, houdende regels over de uitoefening van de bevoegdheid tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk en het al dan niet met een technisch hulpmiddel onderzoek doen als bedoeld in de artikelen 126nba, eerste lid, 126uba, eerste lid, en 126zpa, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk)
- BWB-id
- BWBR0041426
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041426
- ELI
- /eli/nl/amvb/2019/besluit-onderzoek-in-een-geautomatiseerd-werk
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2019/besluit-onderzoek-in-een-geautomatiseerd-werk/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041426&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041426&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041426/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2019/besluit-onderzoek-in-een-geautomatiseerd-werk
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. bevel: artikelen 126nba, eerste lid 126uba, eerste lid 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevel van de officier van justitie als bedoeld in de,,; b. korpschef: artikel 27 van de Politiewet 2012 korpschef als bedoeld in; c. landelijke eenheid: artikel 3, eerste lid, van het Besluit beheer politie een landelijke eenheid als bedoeld in; d. onderzoekshandeling: artikelen 126nba, eerste lid, onder a tot en met e 126uba, eerste lid, onder a tot en met e 126zpa, eerste lid, onder a tot en met e, van het Wetboek van Strafvordering handeling van een opsporingsambtenaar van een technisch team met het oog op een doel als bedoeld in de,, enter uitvoering van een bevel; e. Onze Minister: Minister van Justitie en Veiligheid; f. technisch hulpmiddel: softwareapplicatie die gegevens detecteert, registreert en transporteert en waarmee onderzoekshandelingen worden verricht ter uitvoering van een bevel; g. technische infrastructuur: technische voorziening van een technisch team bedoeld voor de vastlegging van gegevens ter uitvoering van een bevel; h. technisch team: onderdeel van de Eenheid landelijke expertise en operaties dat kan worden belast met de uitvoering van een bevel. 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 442 05-12-2023 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Aanwijzing van misdrijven#
Artikel 2 Aanwijzing van misdrijven artikelen 126nba, eerste lid, onder c 126uba, eerste lid, onder c 126zpa, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering artikelen 98, eerste en tweede lid 98c, eerste lid 131, eerste en tweede lid 138ab, eerste tot en met derde lid 138b, eerste tot en met derde lid 138c 139c, eerste lid 139d, eerste tot en met derde lid 139g, eerste lid 140, eerste lid 142a, eerste en tweede lid 160 161, aanhef en onder 1° 161bis, aanhef en onder 2° 161sexies, aanhef en onder 1° 177, eerste en tweede lid 179 182, eerste en tweede lid, onder 1° 197a, eerste en tweede lid 205, eerste en derde lid 225, eerste en tweede lid 226, eerste lid 227, eerste lid 231, eerste en tweede lid 231a, eerste en tweede lid 232, eerste en tweede lid 241, eerste lid 245, eerste lid 251 252 285b, eerste lid 350a, eerste tot en met derde lid 350c, eerste lid 350d 363, eerste en tweede lid 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Als misdrijven als bedoeld in de,, enworden aangewezen de misdrijven, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Aanwijzing opsporingsambtenaren en lidmaatschap van een technisch team#
Artikel 3 Aanwijzing opsporingsambtenaren en lidmaatschap van een technisch team 1 artikelen 141, onder b, c en d 142 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 126nba, eerste lid 126uba, eerste lid 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Een opsporingsambtenaar als bedoeld in de, enkan door zijn werkgever worden aangewezen voor het binnendringen in een geautomatiseerd werk en het, al dan niet met een technisch hulpmiddel, verrichten van onderzoekshandelingen als bedoeld in de,, en. 2 Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan uitsluitend met de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid worden belast als hij lid is van een technisch team. 3 Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan door de korpschef worden aangewezen als lid van een technisch team indien hij heeft voldaan aan door Onze Minister aangewezen kwalificaties. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Incidentele samenwerking#
Artikel 4 Incidentele samenwerking 1 artikel 3, tweede lid In afwijking van, kan een op grond van artikel 3, eerste lid, aangewezen opsporingsambtenaar worden belast met de uitvoering van een bevel in een concrete zaak als hij deelnemer is aan een technisch team. 2 artikel 3, eerste lid Een op grond van, aangewezen opsporingsambtenaar kan door de korpschef worden aangewezen als deelnemer aan een technisch team voor de duur van de uitvoering van het bevel in een concrete zaak, indien hij naar het oordeel van de korpschef beschikt over specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van dat bevel. 3 Een deelnemer aan een technisch team wordt gedurende de uitvoering van het bevel begeleid door een lid van een technisch team. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Logbestanden#
Artikel 5 Logbestanden 1 Gedurende de uitvoering van een bevel worden doorlopend en automatisch gegevens in logbestanden vastgelegd over: a. de handelingen die worden verricht ter uitvoering van een bevel; b. de toegang tot een technisch hulpmiddel; c. de gegevens die al dan niet met een technisch hulpmiddel op de technische infrastructuur worden vastgelegd ter uitvoering van een bevel: d. het functioneren van de technische infrastructuur. 2 Indien de gegevens over de handelingen bedoeld in het eerste lid, onder a, naar hun aard niet automatisch kunnen worden vastgelegd legt een opsporingsambtenaar van een technisch team de handelingen handmatig vast. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling van onregelmatigheden#
Artikel 6 Vaststelling van onregelmatigheden 1 artikel 5 De inbedoelde vastlegging van gegevens in logbestanden vindt op zodanige wijze plaats dat zowel tijdens de periode, vermeld in het bevel, waarbinnen aan het bevel uitvoering moet worden gegeven als na afloop daarvan kan worden vastgesteld of een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden die van invloed is op de betrouwbaarheid en integriteit van de ter uitvoering van het bevel vastgelegde gegevens op een technische infrastructuur. 2 Indien een onregelmatigheid wordt geconstateerd maakt een opsporingsambtenaar van een technisch team daarvan proces-verbaal op, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Betrouwbaarheid en integriteit logbestanden#
Artikel 7 Betrouwbaarheid en integriteit logbestanden 1 De inhoud van de logbestanden wordt niet gewijzigd. 2 De logbestanden zijn uitsluitend toegankelijk voor door de korpschef aangewezen ambtenaren. 3 Bij de vastlegging van gegevens in logbestanden worden maatregelen getroffen om wijziging van de logbestanden of kennisneming hiervan door onbevoegden te voorkomen en achteraf te kunnen vaststellen of wijziging of kennisneming heeft plaatsgevonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Gerichte werking#
Artikel 8 Gerichte werking Een technisch hulpmiddel is zodanig ingericht dat de werking ervan kan worden beperkt tot de in het bevel vermelde functionaliteit of functionaliteiten. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Gerichte detectie en registratie#
Artikel 9 Gerichte detectie en registratie 1 Een technisch hulpmiddel detecteert en registreert uitsluitend gegevens ten behoeve van de in het bevel vermelde functionaliteit of functionaliteiten. 2 Een technisch hulpmiddel dat een functionaliteit of functionaliteiten bevat ten behoeve van het opnemen van telecommunicatie detecteert en registreert uitsluitend de communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van één of meer identificerende kenmerken van het geautomatiseerde werk van de individuele gebruiker of gebruikers op wie het bevel betrekking heeft. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Betrouwbaarheid en integriteit#
Artikel 10 Betrouwbaarheid en integriteit 1 Een technisch hulpmiddel registreert gegevens op zodanige wijze dat de inhoud van de geregistreerde gegevens identiek is aan de inhoud van de gedetecteerde gegevens. 2 Een technisch hulpmiddel is beveiligd tegen wijziging van de werking hiervan, tegen wijziging van de geregistreerde gegevens en tegen kennisneming van de geregistreerde gegevens door onbevoegden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Herleidbaarheid#
Artikel 11 Herleidbaarheid Een technisch hulpmiddel voorziet de geregistreerde gegevens van een uniek gegeven. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 12 — Artikel 12 Datum en tijd#
Artikel 12 Datum en tijd Een technisch hulpmiddel voorziet de geregistreerde gegevens van de datum en tijd waarop de registratie plaatsvindt. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Transport#
Artikel 13 Transport 1 Een technisch hulpmiddel transporteert de geregistreerde gegevens automatisch naar een technische infrastructuur. 2 Een technisch hulpmiddel beveiligt de geregistreerde gegevens tijdens het transport naar een technische infrastructuur tegen wijziging van de geregistreerde gegevens en kennisneming van de geregistreerde gegevens door onbevoegden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Voorafgaande keuring en herkeuring#
Artikel 14 Voorafgaande keuring en herkeuring 1 Een technisch hulpmiddel wordt voorafgaand aan het gebruik ervan gekeurd door een keuringsdienst. 2 artikelen 8 tot en met 13 Een technisch hulpmiddel wordt uitsluitend goedgekeurd indien het voldoet aan de in degestelde eisen. 3 artikelen 8 tot en met 13 Indien een technisch hulpmiddel of een onderdeel hiervan zodanig wijzigt dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de werking niet langer voldoet aan de in degestelde eisen, vindt voorafgaand aan het gebruik herkeuring plaats door een keuringsdienst van het gewijzigde technische hulpmiddel of van het gewijzigde onderdeel. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Uitzonderingen op voorafgaande keuring en herkeuring#
Artikel 15 Uitzonderingen op voorafgaande keuring en herkeuring 1 artikel 14, eerste en derde lid artikel 21, tweede lid In afwijking van, kan een technisch hulpmiddel na afloop van het gebruik ervan worden gekeurd of kan na afloop van het gebruik herkeuring plaatsvinden indien de officier van justitie dit heeft bepaald overeenkomstig. 2 artikel 21, vierde lid In afwijking van het eerste lid kan keuring of herkeuring achteraf achterwege blijven, indien de officier van justitie dit heeft bepaald overeenkomstig. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 16 — Artikel 16 Keuringsdienst#
Artikel 16 Keuringsdienst 1 Onze Minister wijst een onderdeel van de Eenheid landelijke expertise en operaties aan als keuringsdienst. 2 Onze Minister kan één of meer andere organisaties aanwijzen als keuringsdienst. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing van de keuringsdienst, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien Onze Minister voornemens is één of meer andere organisaties aan te wijzen als keuringsdienst worden hierover bij ministeriële regeling regels gesteld. 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 01-01-2024
Artikel 17 — Artikel 17 Keuringsprotocol#
Artikel 17 Keuringsprotocol 1 Een keuringsdienst legt de wijze van keuring vast in een keuringsprotocol. 2 Een keuringsprotocol behoeft voorafgaande goedkeuring door Onze Minister. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 18 — Artikel 18 Keuringsrapport#
Artikel 18 Keuringsrapport 1 De korpschef biedt een technisch hulpmiddel ter keuring aan bij een keuringsdienst. 2 Een keuringsdienst legt de resultaten van de keuring vast in een keuringsrapport. 3 Het keuringsrapport van een goedgekeurd technisch hulpmiddel vermeldt ten minste: a. artikel 8 tot en met 13 dat het technische hulpmiddel voldoet aan degestelde eisen; b. een referentienummer; c. een omschrijving van de werking van het technische hulpmiddel; d. een aanduiding van de functionaliteit of functionaliteiten van het technische hulpmiddel; e. artikelen 8 tot en met 13 relevante verplichte vervangende waarborgen waarmee voldaan kan worden aan één of meer eisen, bedoeld in de; f. relevante informatie met betrekking tot de werking van een functionaliteit of functionaliteiten van het technische hulpmiddel; g. de periode waarvoor de keuring geldt, zolang de werking van het technische hulpmiddel ongewijzigd is. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 19 — Artikel 19 Registratie van keuringsrapporten#
Artikel 19 Registratie van keuringsrapporten De keuringsdienst van een onderdeel van de Eenheid landelijke expertise en operaties houdt een centrale registratie bij van de keuringsrapporten. 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 01-01-2024
Artikel 20 — Artikel 20 Wederzijdse erkenningsclausule#
Artikel 20 Wederzijdse erkenningsclausule 1 Met technische hulpmiddelen als bedoeld in dit besluit worden gelijkgesteld technische hulpmiddelen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2 Met een keuringsrapport als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 21 — Artikel 21 Uitvoering van een bevel#
Artikel 21 Uitvoering van een bevel 1 Indien de officier van justitie beveelt dat het verrichten van onderzoekshandelingen in een geautomatiseerd werk plaatsvindt met een technisch hulpmiddel wordt ter uitvoering van het bevel gebruik gemaakt van een goedgekeurd technisch hulpmiddel. 2 In afwijking van het eerste lid kan de officier van justitie bepalen dat, indien het onderzoeksbelang dit dringend vordert, een niet gekeurd technisch hulpmiddel wordt gebruikt. In dat geval vermeldt de officier van justitie in het bevel dat toepassing is gegeven aan artikel 21, tweede lid. 3 Indien ter uitvoering van een bevel gebruik wordt gemaakt van een niet gekeurd technisch hulpmiddel vermeldt de officier van justitie de uitkomst van de keuring of herkeuring na afloop van het gebruik in de processtukken. 4 In afwijking van het derde lid kan keuring of herkeuring na afloop van het gebruik achterwege blijven, indien de aard van het technische hulpmiddel zich naar het oordeel van de officier van justitie daartegen verzet. In dat geval vermeldt de officier van justitie in de processtukken dat toepassing is gegeven aan artikel 21, vierde lid, en vermeldt hij welke aanvullende waarborgen zijn getroffen om de betrouwbaarheid, integriteit en herleidbaarheid van de met het technisch hulpmiddel vastgelegde gegevens te garanderen. 5 Indien de officier van justitie beveelt dat het verrichten van onderzoekshandelingen in een geautomatiseerd werk plaatsvindt zonder een technisch hulpmiddel worden ter uitvoering van het bevel de onderzoekshandelingen verricht die zijn omschreven in het bevel en worden procedurele waarborgen getroffen om de betrouwbaarheid, integriteit en herleidbaarheid van de tijdens het onderzoek vast te leggen gegevens te garanderen. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 22 — Artikel 22 Toegang tot een technisch hulpmiddel#
Artikel 22 Toegang tot een technisch hulpmiddel 1 De korpschef wijst één of meer ambtenaren aan die zijn belast met de centrale registratie van de toegang tot technische hulpmiddelen. 2 Een met registratie belaste ambtenaar verschaft, na ontvangst van een kopie van het bevel, een met plaatsing belaste opsporingsambtenaar toegang tot een technisch hulpmiddel. 3 De toegang tot een technisch hulpmiddel wordt verleend voor de in het bevel vermelde periode waarbinnen aan het bevel uitvoering moet worden gegeven. 4 Een met registratie belaste ambtenaar registreert ten minste: a. een aanduiding van het technische hulpmiddel waartoe toegang wordt verleend; b. het tijdstip van toegangverlening; c. de in het bevel vermelde aanduidingen van de aard en functionaliteit van een technisch hulpmiddel; d. de in het bevel vermelde periode waarbinnen aan het bevel uitvoering moet worden gegeven; e. een aanduiding van de opsporingsambtenaar van een technisch team die om toegang verzoekt. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 23 — Artikel 23 Plaatsing van een technisch hulpmiddel#
Artikel 23 Plaatsing van een technisch hulpmiddel 1 De plaatsing van een technisch hulpmiddel in een geautomatiseerd werk vindt plaats door een opsporingsambtenaar van een technisch team. 2 De opsporingsambtenaar beperkt bij de plaatsing van een technisch hulpmiddel de werking ervan tot de in het bevel vermelde functionaliteit of functionaliteiten. 3 De opsporingsambtenaar maakt proces-verbaal op van de plaatsing, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 4 Indien bij de plaatsing van een technisch hulpmiddel een onregelmatigheid plaatsvindt, maakt de opsporingsambtenaar hiervan melding in het proces-verbaal. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 24 — Artikel 24 Onderzoekshandelingen verrichten#
Artikel 24 Onderzoekshandelingen verrichten 1 Het verrichten van onderzoekshandelingen in een geautomatiseerd werk vindt plaats door een opsporingsambtenaar van een technisch team. 2 De opsporingsambtenaar maakt proces-verbaal op van het verrichten van onderzoekshandelingen, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 3 Indien bij het verrichten van onderzoekshandelingen een onregelmatigheid plaatsvindt, maakt de opsporingsambtenaar hiervan melding in het proces-verbaal. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 25 — Artikel 25 Verwijdering van een technisch hulpmiddel#
Artikel 25 Verwijdering van een technisch hulpmiddel 1 Een technisch hulpmiddel wordt verwijderd uit een geautomatiseerd werk zodra een bevel is uitgevoerd of uiterlijk zodra de periode, vermeld in het bevel, waarbinnen aan het bevel uitvoering moet worden gegeven is verlopen. 2 De verwijdering van een technisch hulpmiddel vindt plaats door een opsporingsambtenaar van een technisch team. 3 De opsporingsambtenaar maakt proces-verbaal op van de verwijdering, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 26 — Artikel 26 Niet of niet volledige verwijdering van een technisch hulpmiddel#
Artikel 26 Niet of niet volledige verwijdering van een technisch hulpmiddel 1 Indien een technisch hulpmiddel niet of niet volledig kan worden verwijderd uit een geautomatiseerd werk, beëindigt de met verwijdering belaste opsporingsambtenaar het transport van de door het technische hulpmiddel geregistreerde gegevens naar de technische infrastructuur. 2 Indien de niet of niet volledige verwijdering van een technisch hulpmiddel risico’s oplevert voor het functioneren van het geautomatiseerde werk waarin het is geplaatst, stelt de opsporingsambtenaar de officier van justitie hiervan in kennis en stelt hij informatie ter beschikking ten behoeve van de volledige verwijdering. 3 De opsporingsambtenaar maakt proces-verbaal op van de niet of niet volledige verwijdering, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 27 — Artikel 27 Vastlegging van gegevens op een technische infrastructuur#
Artikel 27 Vastlegging van gegevens op een technische infrastructuur 1 De vastlegging van de tijdens het onderzoek al dan niet door een technisch hulpmiddel geregistreerde gegevens vindt plaats op een technische infrastructuur. 2 Een technische infrastructuur is zodanig ingericht dat bij de vastlegging van gegevens het door een technisch hulpmiddel geregistreerde unieke gegeven wordt herkend. 3 Een technische infrastructuur is zodanig ingericht dat bij de vastlegging van gegevens de datum en tijd van de vastlegging worden geregistreerd. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 28 — Artikel 28 Betrouwbaarheid en integriteit van een technische infrastructuur#
Artikel 28 Betrouwbaarheid en integriteit van een technische infrastructuur 1 De inhoud van de op een technische infrastructuur vastgelegde gegevens wordt niet gewijzigd. 2 De vastgelegde gegevens zijn uitsluitend toegankelijk voor door de korpschef aangewezen ambtenaren. 3 Bij de vastlegging van gegevens worden maatregelen getroffen om wijziging van de vastgelegde gegevens of kennisneming van de vastgelegde gegevens hiervan door onbevoegden te voorkomen en achteraf te kunnen vaststellen of wijziging of kennisneming hiervan heeft plaatsgevonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 29 — Artikel 29 Verstrekking en bewerking van vastgelegde gegevens#
Artikel 29 Verstrekking en bewerking van vastgelegde gegevens 1 artikel 27 De ter uitvoering van een bevel op een technische infrastructuur vastgelegde gegevens, bedoeld in, worden verstrekt aan een opsporingsambtenaar die is belast met het opsporingsonderzoek. 2 artikel 27 Indien het ter uitvoering van het bevel of ten behoeve van het opsporingsonderzoek nodig is om een selectie te maken uit op een technische infrastructuur vastgelegde gegevens, voert een opsporingsambtenaar van een technisch team een bewerking uit met gebruikmaking van een kopie van de op grond vanvastgelegde gegevens. De bewerkte gegevens worden verstrekt aan een opsporingsambtenaar die is belast met het opsporingsonderzoek. 3 Bij de selectie van gegevens legt een opsporingsambtenaar van een technisch team de bewerkingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de kopie van de vastgelegde gegevens vast in een proces-verbaal, dat aan de officier van justitie wordt gezonden. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 30 — Artikel 30 Besluit politiegegevens Wijziging#
Artikel 30 Besluit politiegegevens Wijziging Wijzigt het Besluit politiegegevens. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 31 — Artikel 31 Inwerkingtreding#
Artikel 31 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019
Artikel 32 — Artikel 32 Citeertitel#
Artikel 32 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk. 2018 340 09-10-2018 28-09-2018 2019 66 21-02-2019 12-02-2019 01-03-2019