Besluit van 15 juli 2019 ter implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (Besluit wapens en munitie)
- BWB-id
- BWBR0042436
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-07-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042436
- ELI
- /eli/nl/amvb/2019/besluit-wapens-en-munitie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2019/besluit-wapens-en-munitie/2019-07-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042436&g=2019-07-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042436&z=2026-06-06&g=2019-07-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042436/2019-07-23
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2019/besluit-wapens-en-munitie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: – erkende vereniging: artikel 6b, tweede lid, van de Wet wapens en munitie een vereniging die op grond vandoor Onze Minister van Justitie en Veiligheid is erkend; – korpschef: artikel 27 van de Politiewet 2012 de korpschef, bedoeld in; – munitie: artikel 2, tweede lid, van de Wet wapens en munitie munitie als bedoeld in; – Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; – Richtlijn: Richtlijn nr. 91/477/EEG devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256/51); – verenigingsbeheerder: de persoon die binnen een erkende vereniging is belast met het beheer van wapens en munitie; – vuurwapen: een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn; – wapen: artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie een wapen als bedoeld in; – wet: Wet wapens en munitie de. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 2 — Artikel 2 Erkenning als museum#
Artikel 2 Erkenning als museum 1 artikel 4, derde lid, van de wet Onze Minister erkent een museum in de zin vanslechts indien: a. sprake is van een instelling met rechtspersoonlijkheid, die voorwerpen verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen en waarvan uit de statuten blijkt dat zij ten dienste staat van de samenleving en de ontwikkeling daarvan; b. de ruimte waarin de instelling voorwerpen tentoon stelt geschikt is om publiek te ontvangen en in elk geval beschikt over een eigen ingang en een beveiligingssysteem gericht op het voorkomen van ongeoorloofde toegang tot de tentoongestelde voorwerpen, en c. de instelling ten minste acht uur per week toegankelijk is voor publiek gedurende vaste openingstijden, behoudens vakantiesluiting of uitzonderlijke sluiting als gevolg van een gegronde reden. Indien de instelling minder dan 16 uur per week voor het publiek toegankelijk is, dient tevens de mogelijkheid te worden geboden om de tentoon gestelde voorwerpen op afspraak te bezichtigen. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, erkent Onze Minister een instelling niet als museum als deze enkel amusementsdoeleinden dient. 3 Bij de erkenning kunnen aan het aantal te bewaren of tentoon te stellen wapens beperkingen worden gesteld. 4 De erkenning heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 3 — Artikel 3 Erkenning als verzamelaar#
Artikel 3 Erkenning als verzamelaar 1 artikel 4, derde lid, van de wet Onze Minister erkent een verzamelaar in de zin vanslechts indien de aanvrager zich bezighoudt met het verzamelen van wapens, essentiële onderdelen of munitie voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen. 2 Dat sprake is van verzamelen voor de in het eerste lid genoemde doeleinden blijkt uit een verzamelplan dat is goedgekeurd door een vereniging van wapenverzamelaars die door Onze Minister is erkend als een vereniging die tot statutair doel heeft de doeleinden, als bedoeld in het eerste lid, te dienen. 3 De erkenning, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. 4 De erkende verzamelaar die een verzameling houdt waarin vuurwapens als bedoeld in categorie A in bijlage I van de Richtlijn zijn opgenomen, houdt hiervan een register bij dat hij overlegt aan de korpschef. De verzamelaar geeft een wijziging in het register onverwijld door aan de korpschef. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 4 — Artikel 4 Verplicht lidmaatschap erkende vereniging#
Artikel 4 Verplicht lidmaatschap erkende vereniging artikel 28 van de wet Een verlof op grond vanvoor het voorhanden hebben van een vuurwapen opgenomen in categorie A, onderdelen 6 of 7, in bijlage I van de Richtlijn, wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager geen bewijs van lidmaatschap overlegt van een erkende vereniging. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 5 — Artikel 5 Beheer van wapens bij een erkende vereniging#
Artikel 5 Beheer van wapens bij een erkende vereniging 1 artikel 6b, tweede lid, onderdeel d, van de wet Het beheer als bedoeld invoorziet er in dat: a. wapens slechts ter hand worden gesteld aan leden van, of introducés bij, de vereniging, en alleen worden gebruikt in het kader van de uitoefening van de schietsport; b. op het gebruik van ter hand gestelde wapens op de vereniging steeds toezicht uitgeoefend wordt door een daartoe aangestelde verenigingsbeheerder; c. het ter hand gestelde wapen zo spoedig mogelijk na gebruik aan de verenigingsbeheerder wordt terug gegeven; d. het gebruik van de aan introducés of aan leden, voor zover het gaat om leden die geen verlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, verstrekte munitie onder toezicht geschiedt door de verenigingsbeheerder; en e. niet gebruikte munitie na gebruik van het wapen bij de verenigingsbeheerder in bewaring wordt gegeven. 2 Aan leden die korter dan één jaar lid zijn van de vereniging of introducés bij de vereniging, worden alleen wapens ter hand gesteld die geschikt zijn voor door Onze Minister bij regeling aangewezen disciplines. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 6 — Artikel 6 Verdachte transacties#
Artikel 6 Verdachte transacties artikel 9a, eerste lid, van de wet Onder een verdachte transactie in de zin vanwordt in ieder geval verstaan: a. een transactie van een of meerdere aankopen voor munitie binnen een week waarbij de koper meer dan 10.000 patronen heeft aangeschaft, of b. artikel 9a, eerste lid, van de wet een transactie waarbij degene die munitie aanschaft naar het oordeel van de houder van een erkenning of de beheerder in de zin vanniet vertrouwd lijkt te zijn met het gebruik van de munitie, dan wel niet overtuigend kan aangeven waarvoor hij de munitie gaat gebruiken. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 7 — Artikel 7 Redelijk belang#
Artikel 7 Redelijk belang 1 artikel 28 van de wet artikel 6b, tweede lid, onderdeel b, van de wet artikel 4 Voor een verlof op grond vanwaarvoor op grond vanvan dit besluit een verplicht lidmaatschap van een erkende vereniging geldt, heeft de aanvrager slechts een redelijk belang in de zin artikel 28 van de wet als hij aantoont dat hij in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal 18 schietbeurten heeft verricht bij een erkende vereniging met een wapen dat voldoet aan de specificaties die vereist zijn voor een erkende of gereglementeerde schietsportdiscipline als bedoeld in. 2 De aanvrager toont de in het eerste lid bedoelde schietbeurten aan door een op naam gesteld en door het bestuur van de erkende vereniging gewaarmerkt overzicht te overleggen. 3 In het overzicht is voor iedere schietbeurt aangetekend: a. de datum; b. het naamstempel van de vereniging of schietbaan waar de oefening of wedstrijd heeft plaatsgevonden; en c. de naam en de handtekening van een bestuurslid van de erkende vereniging of een namens het bestuur optredende baancommandant, veiligheidsfunctionaris of organisator van de schietwedstrijd. 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft een aanvrager van een verlof voor een magazijn voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn, slechts een redelijk belang als dit magazijn wordt gebruikt bij een door Onze Minister bij regeling aangewezen schietsportdiscipline. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 8 — Artikel 8 Gegevens die de korpschef moet registreren over wapens#
Artikel 8 Gegevens die de korpschef moet registreren over wapens artikel 35 van de wet De korpschef registreert ter uitvoering van: a. het type, merk, model, kaliber en serienummer van elk vuurwapen waarvoor een erkenning, vergunning, verlof, ontheffing of jachtakte is verleend en het merkteken dat is aangebracht op de framegroep of kastgroep ervan; b. het serienummer of de unieke markering die is aangebracht op de essentiële onderdelen van het vuurwapen, indien er een verschil is met de markering op de framegroep of kastgroep; c. naam en adres van de houder van een erkenning, vergunning, verlof en ontheffing voor een vuurwapen, met de datum van verstrekking ervan; en d. artikel 43 van de wet iedere ombouw of aanpassing van een vuurwapen die ertoe leidt dat het moet worden ingedeeld in een andere categorie of subcategorie van bijlage I van de Richtlijn met inbegrip van de door de korpschef op grond vangecontroleerde onbruikbaarmaking of vernietiging van het vuurwapen en de bijbehorende datum of data. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 9 — Artikel 9 Overgangsrecht erkenning musea en verzamelaars#
Artikel 9 Overgangsrecht erkenning musea en verzamelaars artikel 4 van de wet artikel 2 artikel 3 Ontheffingen die op grond vanaan musea en verzamelaars zijn verleend voordat dit besluit in werking is getreden gelden, voor de nog lopende geldigheidsduur van deze ontheffing, als een erkenning in de zin vanrespectievelijkvan dit besluit. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Richtlijn 91/477/EEG Indien het bij koninklijke boodschap van 29 juni 2018 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging vanvan de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wapens en munitie. 2019 268 22-07-2019 15-07-2019 2019 267 22-07-2019 05-06-2019 34984 23-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).