Besluit van 13 januari 2020, houdende regels over de reikwijdte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 en de inperking van de verplichting tot het instellen van een cliëntenraad (Besluit Wmcz 2018)
- BWB-id
- BWBR0043098
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043098
- ELI
- /eli/nl/amvb/2020/besluit-wmcz-2018
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2020/besluit-wmcz-2018/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043098&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043098&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043098/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2020/besluit-wmcz-2018
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 In dit besluit wordt verstaan onder «wet»:. 2020 15 27-01-2020 13-01-2020 2020 97 20-03-2020 14-03-2020 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 wet Deis niet van toepassing op de volgende instellingen: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet instellingen die onderdeel zijn van de militair geneeskundige dienst, bedoeld in, en geen zorg verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolgeof ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in; b. Penitentiaire beginselenwet Wet forensische zorg Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen inrichtingen als bedoeld in de, instellingen voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in deen justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in de; c. artikel 14 van de Wet publieke gezondheid artikel 5 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen Wet publieke gezondheid gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in, voor zover zij geen ambulancezorg leveren als bedoeld inalsmede gemeenten die zelf jeugdgezondheidszorg of ouderengezondheidszorg op grond van deverlenen; d. instellingen waar cliënten verblijven waarvan de zorg uitsluitend wordt bekostigd uit een persoonsgebonden budget, indien de meerderheid van de zeggenschap in het bestuur van die instelling is belegd bij de cliënten die in die instelling verblijven of hun wettelijke vertegenwoordigers of bloed- of aanverwanten; e. instellingen die uitsluitend de volgende zorg verlenen: 1° afnemen van bloed ten behoeve van onderzoek en het verrichten van onderzoek van bloed, weefsel of andere lichaamsstoffen; 2° uitvoeren van zwangerschapsecho’s; 3° artikel 1 van de Wet op het bevolkingsonderzoek doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in; 4° verrichten van medische keuringen voor andere doeleinden dan het nemen van een beslissing over de vraag of, en zo ja welke, zorg moet worden verleend; 5° terhandstelling van geneesmiddelen alsmede advies en begeleiding ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van geneesmiddelen; 6° telefonische of digitale hulpverlening; 7° verlenen van eerste hulp bij ongelukken tijdens evenementen; 8° verlenen van zorg door optometristen, orthoptisten of audiciens; 9° artikelen 3.1.1, eerste lid, onderdeel f 11.1.5 van de Wet langdurige zorg artikel 4, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen vervoer van een cliënt als bedoeld in de, en, anders dan ambulancezorg als bedoeld in; 10° schoonhouden van de woonruimte van een cliënt; 11° verstrekken van eten en drinken; 12° verstrekken van kleding verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling; of 13° artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderscheidenlijk onderdeel e, van de Wet langdurige zorg leveren van roerende voorzieningen of mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in. 2020 490 02-12-2020 20-11-2020 2020 490 02-12-2020 20-11-2020 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet Als zorg als bedoeld inwordt aangewezen alle zorg die niet bestaat uit: a. zorg door medische specialisten; b. artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging als bedoeld inof. 2020 15 27-01-2020 13-01-2020 2020 97 20-03-2020 14-03-2020 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi. 2020 15 27-01-2020 13-01-2020 2020 97 20-03-2020 14-03-2020 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 wet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2020 15 27-01-2020 13-01-2020 2020 97 20-03-2020 14-03-2020 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Wmcz 2018. 2020 15 27-01-2020 13-01-2020 2020 97 20-03-2020 14-03-2020 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet medezeggenschap
cliënten zorginstellingen 2018 in werking treedt.