Besluit van 11 mei 2020, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Besluit Woningbouwimpuls 2020)
- BWB-id
- BWBR0043540
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043540
- ELI
- /eli/nl/amvb/2020/besluit-woningbouwimpuls-2020
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2020/besluit-woningbouwimpuls-2020/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043540&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043540&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043540/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2020/besluit-woningbouwimpuls-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanvraagtijdvak: de termijn waarbinnen een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend; betaalbare woning: 1°. artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in; 2° artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in, en ten hoogste: i. artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte het bedrag als bedoeld in; of ii. artikel 8a, eerste, derde, vierde of vijfde lid het onder i bedoelde bedrag met inbegrip van een vermeerdering als bedoeld in, voor zover het gaat om een huurwoning als bedoeld in die leden; 3° artikel 7, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014 betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam bij eerste verkoop van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in; college: college van burgemeester en wethouders; Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; project: artikel 2, eerste lid project als bedoeld in. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt#
Artikel 2 Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt 1 Onze Minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor bijdragen in projecten die: a. Het realiseren of het versnellen van de bouw van een substantieel aantal betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving tot doel hebben; b. Nog niet in de uitvoerende fase zijn; c. Binnen afzienbare tijd opgestart kunnen worden; en d. Door de bij het project betrokken partijen zelf van een substantiële financiële bijdrage worden voorzien. 2 De aangevraagde uitkering bedraagt ten hoogste het aantoonbare financiële tekort van een gemeente op de voor het project noodzakelijke publieke investeringen verminderd met bijdragen als bedoeld in het eerste lid, onder d, en publieke opbrengsten verbonden aan het project. 3 Bij ministeriële Regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3 Uitkeringsplafond#
Artikel 3 Uitkeringsplafond 1 artikel 4, eerste lid Onze Minister stelt het bedrag vast dat ten behoeve van de aanvragen in een aanvraagtijdvak bedoeld in, ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt, en maakt dit tegelijk met de bekendmaking van het aanvraagtijdvak bekend. 2 artikel 5, eerste lid Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4 De aanvraag#
Artikel 4 De aanvraag 1 Specifieke uitkeringen kunnen worden aangevraagd gedurende door Onze Minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. 2 Een aanvraag bevat ten minste: a. artikel 2 een omschrijving van het project waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens; b. artikel 2, derde lid een haalbaarheidsstudie inclusief begroting die gericht is op de financiële haalbaarheid van het project, en waaruit het aantoonbare financiële tekort van een gemeente als bedoeld in, blijkt; c. een omschrijving van de wijze waarop het project uitgevoerd wordt en welke partijen daarbij betrokken zijn; en d. de verwachte begin- en einddatum van het project. 3 artikel 7, eerste lid Onze Minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het eerste lid, over de toekenning van een specifieke uitkering voor een aanvraag. De minister beslist niet op de aanvraag voor een specifieke uitkering, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, genoemd in. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag, de betaling en bevoorschotting van de specifieke uitkering. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 De rangschikking van de aanvragen#
Artikel 5 De rangschikking van de aanvragen 1 artikel 2 artikel 4, tweede lid Onze Minister beoordeelt alle in een aanvraagtijdvak ingediende aanvragen na het sluiten van het aanvraagtijdvak en stelt een rangschikking op van de aanvragen die voldoen aan de vereisten, gesteld bij of krachtens, en aan de vereisten, gesteld in, en de krachtens artikel 4, vierde lid, gestelde vereisten. 2 artikel 2 De rangschikking vindt plaats op basis van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de voorwaarden uit, die op grond van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria wordt bepaald: 1°. noodzaak; 2°. effectiviteit; 3°. efficiëntie; en 4°. urgentie. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing, de weging, de vereiste score per criterium en de vereiste totaalscore van de weging van de criteria, genoemd in het tweede lid, onder 1° tot en met 4°. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 6 — Artikel 6 Weigeringsgronden#
Artikel 6 Weigeringsgronden 1 Onze Minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien: a. artikel 2 het project niet voldoet aan de vereisten gesteld bij of krachtens; b. artikel 5, tweede lid het project een onvoldoende score behaalt bij de weging, bedoeld in; of c. artikel 5, eerste lid artikel 3, eerste lid het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking, bedoeld in, leidt tot een overschrijding van het krachtens, vastgestelde bedrag. 2 Onze Minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering tevens afwijzen, indien naar zijn oordeel: a. de toekenning van de aanvraag in verhouding tot de overige in het totaal van alle aanvraagtijdvakken ingediende aanvragen, ertoe zou leiden dat de spreiding van de beschikbare middelen over de verschillende regio’s in Nederland onevenwichtig is, gelet op de mate waarin sprake is van woningschaarste in de betreffende gebieden; of b. de aanvragende gemeente onvoldoende inspanning pleegt om tot een woningbouwprogramma met voldoende volume en snelheid te komen aansluitend bij de regionale behoefte. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over: a. artikel 5, tweede lid artikel 3, eerste lid het rangschikken van aanvragen die gelijk scoren bij de weging op grond van, en waarbij de toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het krachtens, vastgestelde bedrag en aanvragen die niet volledig kunnen worden toegekend in verband met de overschrijding van dat bedrag; b. de toepassing van het tweede lid. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Instelling toetsingscommissie#
Artikel 7 Instelling toetsingscommissie 1 Er is een Toetsingscommissie Woningbouwimpuls. 2 artikel 5, tweede lid De commissie heeft tot taak het adviseren van Onze Minister over de toepassing van. 3 artikel 4, eerste lid De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in, bedoelde aanvraagtijdvak welke termijn de commissie, door schriftelijke kennisgeving daarvan aan Onze Minister binnen die termijn, eenmalig kan verlengen met een door de commissie daarbij te bepalen termijn van ten hoogste vier weken. 4 De commissie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 5 De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 6 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over onder meer de samenstelling, benoeming en de ondersteuning van de commissie. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Toetsing door de commissie#
Artikel 8 Toetsing door de commissie 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. Dit omvat in ieder geval een protocol omtrent de wijze waarop de commissie voorgelegde aanvragen toetst en weegt. Het protocol wordt opgesteld in overleg met Onze Minister. 2 artikel 2, eerste lid artikel 4, tweede lid De commissie kan de indiener van de aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in, om nadere informatie verzoeken omtrent de in, bedoelde gegevens. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9 Informatievoorziening na uitkering#
Artikel 9 Informatievoorziening na uitkering 1 Het college informeert Onze Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt. 2 Het college verleent op verzoek van Onze Minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekte specifieke uitkering. 2020 141 18-05-2020 11-05-2020 2020 271 17-07-2020 13-07-2020 18-07-2020 01-07-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Verantwoording en terugvordering#
Artikel 10 Verantwoording en terugvordering 1 Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van toepassing. 2 Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister worden teruggevorderd. Onze Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verantwoording over en de terugvordering van de uitkering. 2020 141 18-05-2020 11-05-2020 2020 271 17-07-2020 13-07-2020 18-07-2020 01-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Overgangsrecht#
Artikel 11 Overgangsrecht artikel 4, eerste lid De aanvraag wordt behandeld onder het recht zoals dat luidde ten tijde van het aanvraagtijdvak als bedoeld in, waarbinnen die aanvraag is gedaan. 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 2025 306 27-10-2025 08-10-2025 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Woningbouwimpuls 2020. 2020 141 18-05-2020 11-05-2020 2020 271 17-07-2020 13-07-2020 18-07-2020 01-07-2020