Besluit van 17 april 2020, houdende tijdelijke regels omtrent bijstandsverlening aan zelfstandigen die financieel getroffen zijn door de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19 (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers)
- BWB-id
- BWBR0043402
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043402
- ELI
- /eli/nl/amvb/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-zelfstandig-ondernemers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-zelfstandig-ondernemers/2021-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043402&g=2021-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043402&z=2026-06-06&g=2021-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043402/2021-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2020/tijdelijke-overbruggingsregeling-zelfstandig-ondernemers
Artikel 1 — Artikel 1 Definitiebepalingen#
Artikel 1 Definitiebepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352); verklaring: artikel 2 verklaring als bedoeld in; wet: Participatiewet ; zelfstandige: artikel 11, van de wet de rechthebbende, bedoeld indie achttien jaar of ouder is maar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die; a. voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan; b. ten minste 1.225 uur per jaar besteedt aan werkzaamheden voor het bedrijf of zelfstandig beroep; en c. alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021 01-10-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Kring van rechthebbenden#
Artikel 2 Kring van rechthebbenden 1 artikel 1, onderdeel b De aanvrager van algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van dit besluit verklaart schriftelijk dat hij aan, voldoet. 2 artikel 2, van de Handelsregisterwet 2007 Algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van dit besluit kan worden verleend aan de zelfstandige die op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister, bedoeld inen schriftelijk verklaart dat diens bedrijf of zelfstandig beroep financieel is geraakt als gevolg van de crisis in verband met COVID-19. 3 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Algemene bijstand op grond van dit besluit wordt niet verleend aan de zelfstandige die algemene bijstand ontvangt op grond van het. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021 01-10-2020
Artikel 3 — Artikel 3 De aanvraag#
Artikel 3 De aanvraag 1 artikel 41 van de wet In afwijking vanwordt de aanvraag ingediend bij het college. 2 artikel 44, eerste lid, derde zinsdeel van de wet Voor de toepassing vanwordt de aanvraag die is ingediend: a. voor 1 juni 2020 geacht te zijn ingediend op 1 maart 2020; b. op of na 1 juni 2020 en voor 1 oktober 2020 geacht te zijn ingediend op 1 juni 2020; c. op of na 1 oktober 2020 en voor 1 december 2020 geacht te zijn ingediend op 1 oktober 2020; d. op of na 1 december 2020 en voor 1 februari 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend; e. op of na 1 februari 2021 en voor 1 april 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend; f. op of na 1 april 2021 en voor 1 mei 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend; g. op of na 1 mei 2021 en voor 1 juli 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend; h. op of na 1 juli 2021 en voor 1 augustus 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend; i. op of na 1 augustus 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend. 3 artikel 1, onderdeel k, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 artikel 40, eerste lid, van de wet Voor de ondernemer in de binnenvaart, bedoeld in, die geen woonplaats heeft als bedoeld in, bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de ondernemer in de binnenvaart op het moment van de aanvraag zijn feitelijke ligplaats heeft. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraagformulier#
Artikel 4 Aanvraagformulier 1 artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 De aanvraag kan worden ingediend door middel van een door Onze Minister beschikbaar gesteld formulier. De hiervoor benodigde gegevens worden niet verkregen van de zelfstandige voor zover zij door Onze Minister verkregen kunnen worden uit het handelsregister, bedoeld in, alsmede van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2 De voor de aanvraag benodigde gegevens worden door Onze Minister niet verkregen van de zelfstandige voor zover zij door het college verkregen kunnen worden uit de basisregistratie personen. 3 artikel 5.24, eerste lid, van het Besluit SUWI In afwijking vanis het Inlichtingenbureau verwerker voor Onze Minister voor het verwerken van de gegevens die door tussenkomst van het Inlichtingenbureau door Onze Minister worden verkregen ten behoeve van de taak, bedoeld in het eerste lid. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Verklaring bij de aanvraag#
Artikel 5 Verklaring bij de aanvraag 1 In de verklaring wordt door de aanvrager van algemene bijstand het volgende verklaard en de volgende informatie verstrekt: a. dat hij voldoet aan artikel 1, onderdeel b; b. dat diens bedrijf of zelfstandig beroep financieel is geraakt als gevolg van de crisis in verband met COVID-19, voorzien van een toelichting; c. dat hij voor de kalendermaanden waarover algemene bijstand wordt aangevraagd, verwacht een in aanmerking te nemen inkomen te hebben dat lager is dan de bijstandsnorm; d. voor de kalendermaanden waarover algemene bijstand wordt aangevraagd een opgave van het inkomen dat hij heeft verworven of verwacht te gaan verwerven. 2 De gehuwde zelfstandige betrekt bij de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, het inkomen van beide echtgenoten. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021 01-10-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Het inkomen#
Artikel 6 Het inkomen 1 artikel 32, eerste lid, onderdeel a, van de wet In afwijking vanwordt niet als inkomen in aanmerking genomen een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. 2 De verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven wordt gesteld op 18 procent van dat inkomen. 3 Ten aanzien van de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid wordt onder inkomen mede verstaan de naar evenredigheid van het aantal zelfstandigen omgerekende nettowinst van deze rechtspersoon verminderd met de hierover verschuldigde vennootschapsbelasting. 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Het vermogen#
Artikel 7 Het vermogen artikel 34 van de wet In afwijking vanwordt vermogen niet in aanmerking genomen. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Vorm van de bijstand#
Artikel 8 Vorm van de bijstand Algemene bijstand wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een bedrag om niet. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Duur en periode van de bijstand#
Artikel 9 Duur en periode van de bijstand De algemene bijstand wordt naar de regels van dit besluit verleend voor ten hoogste negentien kalendermaanden en ziet uitsluitend op de kalendermaanden maart 2020 tot en met september 2021. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 9a — Artikel 9a Activering#
Artikel 9a Activering artikelen 9 9a 10 17 van de wet Onverminderd de,,enverstrekt de zelfstandige op verzoek van het college bij de aanvraag van algemene bijstand op grond van dit besluit of tijdens de bijstand de door het college gevraagde informatie gericht op voortzetting, wijziging of beëindiging van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteiten of gericht op zijn arbeidsinschakeling. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Liquiditeitsprobleem#
Artikel 10 Liquiditeitsprobleem 1 Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan worden verleend aan de zelfstandige die schriftelijk verklaart en aannemelijk maakt dat hij als gevolg van de crisis in verband met COVID-19 over onvoldoende direct beschikbare geldmiddelen beschikt om aan de financiële verplichtingen verbonden aan diens bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen voldoen. 2 Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend: a. voor zover dat leidt tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; b. ingeval een verzoek is ingediend tot verlening van surseance van betaling of om faillietverklaring van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon. 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Zelfstandigen in een samenwerkingsverband#
Artikel 11 Zelfstandigen in een samenwerkingsverband 1 Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid, wordt slechts verleend indien hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uit de bijstandsverlening voortvloeiende verplichtingen wordt aanvaard door: a. alle vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep wordt uitgeoefend; b. de besloten vennootschap en de coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid. 2 De eis van aanvaarding van hoofdelijke aansprakelijkheid geldt niet voor de commanditaire vennoot wiens inbreng uitsluitend uit kapitaal bestaat. 3 Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend aan de vennoot in een maatschap die daar alleen arbeid inbrengt. Deze vennoot behoeft geen hoofdelijke aansprakelijkheid te aanvaarden voor de aan de andere vennoten verleende bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Verklaring bij de aanvraag#
Artikel 12 Verklaring bij de aanvraag In de verklaring wordt door de aanvrager van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal het volgende verklaard en de volgende informatie verstrekt: a. artikel 1, onderdeel b dat hij voldoet aan; b. dat diens bedrijf of zelfstandig beroep financieel is geraakt als gevolg van de crisis in verband met COVID-19, voorzien van een toelichting; c. dat hij als gevolg van de crisis in verband met COVID-19 over onvoldoende direct beschikbare geldmiddelen beschikt om aan de financiële verplichtingen verbonden aan diens bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen voldoen, voorzien van een toelichting; d. dat de omvang van de aangevraagde bijstand niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de- minimisverordening; en e. artikel 10, tweede lid, onderdeel b dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021 01-10-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Vorm van de bijstand#
Artikel 13 Vorm van de bijstand 1 Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening. 2 artikel 52 van de wet Een voorschot als bedoeld inkan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Rente, looptijd en moment van aanvraag van de lening#
Artikel 14 Rente, looptijd en moment van aanvraag van de lening Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende: a. de rente van de lening bedraagt 2 procent per jaar gedurende de gehele looptijd van de lening; b. de looptijd van de lening is ten hoogste vijf jaar; c. de lening slechts wordt verleend indien de aanvraag is ingediend voor 1 oktober 2021. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Hoogte van de lening#
Artikel 15 Hoogte van de lening 1 De bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bedraagt ten hoogste € 10.157,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. 2 Als de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt gevraagd door gehuwden die beide zelfstandige zijn, kan per echtgenoot voor diens bedrijf of zelfstandig beroep een lening worden verleend van ten hoogste € 10.157,00. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Verplichtingen verbonden aan de lening#
Artikel 16 Verplichtingen verbonden aan de lening 1 artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdlegt het college in de beschikking waarmee de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt toegekend in ieder geval vast: a. de verplichting tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen; b. dat het bedrag van de lening terstond kan worden opgeëist: 1°. indien de zelfstandige de betalingsverplichting niet nakomt; 2°. op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt; 3°. ingeval van surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon. 2 De verplichting tot betaling van rente en aflossing vangt aan op 1 januari 2022. In het tijdvak van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 wordt geen rente opgebouwd. 3 Het college kan aan het verlenen van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal verplichtingen verbinden die zijn gericht op het verkrijgen van meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Uitbreiding kring van rechthebbenden#
Artikel 17 Uitbreiding kring van rechthebbenden Bij ministeriële regeling kunnen personen worden aangewezen aan wie mede algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van dit besluit kan worden verleend. Daarbij kan worden afgeweken van het begrip zelfstandige en kunnen van dit besluit afwijkende regels worden gesteld als dat nodig is voor een goede uitvoering. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Delegatie met betrekking tot het recht op bijstand#
Artikel 18 Delegatie met betrekking tot het recht op bijstand Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het recht op bijstand waarbij ten gunste van de zelfstandige kan worden afgeweken van dit besluit. 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel 18a — Artikel 18a Uitbreiding periode en duur van de regeling#
Artikel 18a Uitbreiding periode en duur van de regeling 1 artikel 9 artikel 14, onderdeel c Bij ministeriële regeling kan de duur en periode, bedoeld in, worden uitgebreid en kan de datum, bedoeld in, later worden vastgesteld voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19 en de bijstandverlening aan zelfstandigen. De uitbreiding of vaststelling, bedoeld in de eerste zin, kan slechts betrekking hebben op het tijdvak 1 oktober 2021 tot en met 31 maart 2022. 2 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 artikel 54 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels en zo nodig afwijkende regels van dit besluit en hetworden gesteld voor regeling van de samenloop van een aanvraag op grond van dit besluit en een aanvraag als bedoeld in. 2021 438 28-09-2021 22-09-2021 2021 438 28-09-2021 22-09-2021 01-10-2021
Artikel 19 — Artikel 19 Vergoeding#
Artikel 19 Vergoeding 1 Onze Minister vergoedt ten laste van ’s Rijks kas aan het college: a. artikel 52 van de wet 100% van de kosten van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, voor zover de algemene bijstand niet bij wijze van voorschot op grond vanis verleend; en b. een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per besluit op een aanvraag om algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. 2 Onder kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstaan de lasten in een kalenderjaar verminderd met de baten in dat jaar in verband met de door het college verleende algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020
Artikel 19a — Artikel 19a Vergoeding voor onverschuldigd verleende voorschotten#
Artikel 19a Vergoeding voor onverschuldigd verleende voorschotten 1 hoofdstuk 2 Onze Minister vergoedt ten laste van ’s Rijks kas aan het college 30% van het totaalbedrag van de vorderingen als gevolg van onverschuldigd verleende voorschotten op aanvragen tot bijstand voor levensonderhoud als bedoeld in, welke feitelijk zijn ingediend vóór 22 april 2020. 2 Van een onverschuldigd verleend voorschot als bedoeld in het eerste lid is sprake indien het als gevolg van de beslissing op de aanvraag geheel of gedeeltelijk niet verrekend kan worden omdat: a. de belanghebbende over de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 geen recht heeft op de gevraagde bijstand; of b. het voor de belanghebbende vastgestelde recht op bijstand over de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 minder bedraagt dan de over die periode verleende voorschotten. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021 01-03-2020
Artikel 20 — Artikel 20 Voorschot op de vergoeding#
Artikel 20 Voorschot op de vergoeding 1 artikel 19 Onze Minister verleent voorschotten op de vergoeding, bedoeld in. 2 De voorschotten worden afgestemd op de landelijk te verwachte kosten, waarbij deze worden verdeeld over gemeenten op basis van het aantal zelfstandigen per gemeente. 3 artikel 77, tweede lid, van de wet Op basis van het beeld van de uitvoering, bedoeld invindt een voorlopige verrekening plaats met de verleende voorschotten, bedoeld in het tweede lid. 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 2020 362 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel 21 — Artikel 21 Vaststelling van de vergoeding#
Artikel 21 Vaststelling van de vergoeding 1 artikelen 19 19a artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet Onze Minister stelt de vergoedingen, bedoeld in deen, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in. 2 artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet De kosten van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal worden bij de vaststelling buiten aanmerking gelaten indien deze kosten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in, als fout of onzeker worden aangemerkt. 3 Indien de toepassing van het tweede lid naar het oordeel van Onze Minister leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan hij de kosten die als fout of onzeker worden aangemerkt, in afwijking van het tweede lid, geheel of gedeeltelijk in aanmerking nemen bij de vaststelling. 4 artikel 19 Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding, bedoeld in, ambtshalve door Onze Minister vastgesteld. 5 Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 30 september van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. 6 artikel 8c van de wet artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen Indienvan toepassing is, kan voor de vaststelling de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021
Artikel 21a — Artikel 21a Overgangsrecht#
Artikel 21a Overgangsrecht 1 Het in of krachtens dit besluit, zoals dit luidde op 30 september 2020, gestelde blijft van toepassing op tot 1 oktober 2020 aangevraagde bijstand. 2 artikelen 1, onderdeel b artikel 2, eerste lid 5, eerste lid, onderdeel a 12, onderdeel a In afwijking van de,,, en, kan het college bij de aanvraag voor bijstand op grond van dit besluit ingediend tussen 1 oktober 2020 en de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van het Besluit van 15 maart 2021 tot wijziging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers in verband met het niet invoeren van de beperkte vermogenstoets, de financiële relatie tussen het Rijk en de gemeenten en enkele andere wijzigingen (Stb. 2021, 137) op andere wijze dan door middel van de verklaring vaststellen of de aanvrager per jaar 1.225 uur aan zijn bedrijf of zelfstandig beroep besteedt. 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 2021 137 19-03-2021 15-03-2021 20-03-2021 01-10-2020
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2020. 2 Dit besluit vervalt op 1 juli 2027 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 30 juni 2027 van toepassing blijft op de zelfstandige die op grond van dit besluit bijstand ontvangt of heeft ontvangen en op de financiële afwikkeling van het besluit. 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 2021 289 18-06-2021 14-06-2021 01-07-2021
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 2020 118 21-04-2020 17-04-2020 22-04-2020 01-03-2020