Besluit van 30 september 2019 tot uitvoering van de Ambtenarenwet 2017 (Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017)
- BWB-id
- BWBR0042692
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042692
- ELI
- /eli/nl/amvb/2020/uitvoeringsbesluit-ambtenarenwet-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2020/uitvoeringsbesluit-ambtenarenwet-2017/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042692&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042692&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042692/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2020/uitvoeringsbesluit-ambtenarenwet-2017
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Ambtenarenwet 2017 ; b. ambtenaar: artikel 1 van de wet ambtenaar als bedoeld in; c. overheidswerkgever: artikel 2 van de wet overheidswerkgever als bedoeld in. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2 artikel 1, tweede lid, van de wet Aanwijzing functies als bedoeld in#
Artikel 2 artikel 1, tweede lid, van de wet Aanwijzing functies als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet Als functies als bedoeld inworden aangewezen de functies van: a. hoofd van een consulaire post; b. degene die belast is met de heffing of invordering van provinciale belastingen, gemeentelijke belastingen of waterschapsbelastingen; c. belastingdeurwaarder bij een provincie, gemeente of waterschap; d. Wet gemeenschappelijke regelingen toezichthouder en buitengewoon opsporingsambtenaar bij een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de; e. artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toezichthouder als bedoeld in; f. artikel 16, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in; g. gemeentelijke lijkschouwer. 2020 384 20-10-2020 28-09-2020 2022 525 21-12-2022 19-12-2022 22-12-2022 Treedt in werking op het tijdstip waarop Artikel IV van het
bij koninklijke boodschap van 18 februari 2020 ingediende
voorstel van wet Wijziging van de Wet dieren in verband met de
uitvoering van de herziene Europese diergezondheidswetgeving
(Kamerstukken 35 398) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Verwerking van persoonsgegevens over gezondheid#
Artikel 3 Verwerking van persoonsgegevens over gezondheid Indien noodzakelijk kan de overheidswerkgever gegevens verwerken over gezondheid, verkregen uit: artikel 3a, eerste lid, van de wet dat wordt verricht in het kader van de beoordeling van de bekwaamheid en geschiktheid voor een functie als bedoeld in. a. het medisch advies van de bedrijfsarts naar aanleiding van een geneeskundig onderzoek, of; b. het rapport naar aanleiding van een psychologisch onderzoek 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard#
Artikel 4 Verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet veiligheidsonderzoeken Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens In het kader van de beoordeling van de bekwaamheid en geschiktheid voor een functie, met uitzondering van de functies bedoeld in het derde lid en van vertrouwensfuncties als bedoeld in, kan de overheidswerkgever een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in deverwerken, indien hij van de kandidaat voor die functie, onderscheidenlijk van de ambtenaar die de functie vervult, heeft gevergd dat deze die verklaring overlegt. 2 artikelen 23 25 26 27 van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens De overheidswerkgever kan justitiële gegevens, die op grond van de,,enaan hem kunnen worden verstrekt, verwerken ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid en bekwaamheid van een kandidaat voor een functie, onderscheidenlijk van de ambtenaar die de functie vervult, indien die functie: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet veiligheidsonderzoeken geen vertrouwensfunctie is als bedoeld in, en; b. de functie bijzondere eisen stelt aan de integriteit of de verantwoordelijkheid van degene die deze functie vervult en indien een zwaarwegend belang dit vordert. 3 De verklaring, bedoeld in het eerste lid en de justitiële gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden van de in die leden bedoelde kandidaat slechts gevraagd als die kandidaat naar het oordeel van de overheidswerkgever overigens voldoende bekwaam en geschikt is voor de functie. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Afleggen van de eed of belofte#
Artikel 5 Afleggen van de eed of belofte 1 artikel 7 van de wet bijlage Formulieren overeenkomstig welke de ambtenaren ingevolgeeen eed of belofte afleggen, zijn opgenomen in debij dit besluit. 2 De overheidswerkgever bepaalt volgens welke van de formulieren, bedoeld in het eerste lid, de eed of belofte wordt afgelegd. Hierbij is slechts van belang of een formulier, mede gelet op de functie, passend is. 3 Voor zover het formulier daarin niet voorziet, heeft de ambtenaar in elk geval de mogelijkheid om de eed of de belofte af te leggen, waarbij de eed wordt bekrachtigd met de woorden «Zo waarlijk helpe mij God Almachtig» en de belofte wordt bekrachtigd met de woorden «Dat verklaar en beloof ik». 4 Het formulier wordt ten minste ondertekend door de ambtenaar die de eed of belofte aflegt en door degene die de overheidswerkgever vertegenwoordigt. 5 De overheidswerkgever draagt zorg voor archivering van een ondertekend formulier. 6 De overheidswerkgever stelt een procedure vast omtrent de wijze van het afleggen van de eed of belofte. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6 artikel 13a van de wet Aanwijzing functies als bedoeld in#
Artikel 6 artikel 13a van de wet Aanwijzing functies als bedoeld in artikel 13a van de wet Als functies als bedoeld inworden aangewezen: a. de functie van hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie; b. bij ministeriële regeling aangewezen functies behorende tot de topmanagementgroep. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017. 2019 346 21-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020