Besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018 – 2020
- BWB-id
- BWBR0044143
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044143
- ELI
- /eli/nl/amvb/2020/wijzigingsbesluit-besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtena-bwbr0044143
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2020/wijzigingsbesluit-besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtena-bwbr0044143/2020-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044143&g=2020-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044143&z=2026-06-06&g=2020-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044143/2020-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2020/wijzigingsbesluit-besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtena-bwbr0044143
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020 01-01-2018
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wijzigt het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 Degenen die op 1 januari 2019 waren aangesteld als rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangen een eenmalige uitkering van € 450. 2 artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld of aangewezen voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op grond vanis vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt de in het eerste lid bedoelde uitkering vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in. 3 Geen eenmalige uitkering ontvangen de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die op 1 januari 2019 in verband met buitengewoon verlof geen bezoldiging hebben ontvangen, tenzij het een buitengewoon verlof van maximaal zes weken betrof. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020 01-09-2019
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie De voor de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in, geldende hoogten van salarissen luiden per 1 juli 2018 als volgt: Salariscategorie Per 1 juli 2018 12 aanvang 2.695,19 na 1 jaar 2.817,94 na 2 jaar 3.203,03 na 3 jaar 3.588,10 na 4 jaar 3.720,36 na 5 jaar 3.843,69 na 6 jaar 3.955,30 na 7 jaar 4.071,94 na 8 jaar 4.203,08 2 artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren De rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis vanis vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020 01-07-2018
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie De voor de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in, geldende hoogten van salarissen luiden per 1 juli 2019 als volgt: Salariscategorie Per 1 juli 2019 12 aanvang 2.749,09 na 1 jaar 2.874,30 na 2 jaar 3.267,09 na 3 jaar 3.659,86 na 4 jaar 3.794,77 na 5 jaar 3.920,56 na 6 jaar 4.034,41 na 7 jaar 4.153,38 na 8 jaar 4.287,14 2 artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren De rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis vanis vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020 01-07-2019
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel I, onderdeel E , zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die vóór die datum een toeslag als bedoeld in artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren genoot en op de raadsheer of senior rechter die vóór deze datum een schriftelijke bevestiging heeft ontvangen van het gerechtsbestuur dat hij is of zal worden voorgedragen voor benoeming tot raadsheer of senior rechter bij een ander gerecht, dan wel tot wijziging van de vaststelling van het gerecht waar het ambt wordt vervuld zal worden overgegaan, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde toeslag wordt vastgesteld op een percentage van de uitkomst van de berekening ingevolge het tweede lid van dat artikel, overeenkomstig de navolgende reeks: a. artikel I, onderdeel E gedurende het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van: 80%; b. artikel I, onderdeel E gedurende het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van: 60%; c. artikel I, onderdeel E gedurende het derde jaar na de datum van inwerkingtreding: 40%; d. artikel I, onderdeel E gedurende het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding: 20%; e. artikel I, onderdeel E met ingang van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding: 0%. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel I, onderdeel F , zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op de rechterlijk ambtenaar die in 2020 reeds van de regeling als bedoeld in artikel 8d gebruikmaakt. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII Artikel 33n artikel I, onderdeel G zoals dat luidde voor inwerkingtreding van, blijft van toepassing op reeds lopende aanspraken op gedeeltelijke doorbetaling van bezoldiging tijdens ouderschapsverlof. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2 artikelen I, onderdeel E II VI In afwijking van het eerste lid treden de,enin werking met ingang van 1 oktober 2020. 3 Artikel I, onderdeel H , werkt terug tot en met 1 januari 2018. 4 artikelen I, onderdeel L IV De, enwerken terug tot en met 1 juli 2018. 5 Artikel I, onderdelen A en I , werkt terug tot en met 1 januari 2019. 6 artikelen I, onderdeel M V De, enwerken terug tot en met 1 juli 2019. 7 Artikel III werkt terug tot en met 1 september 2019. 8 Artikel I, onderdelen B, J en N , werkt terug tot en met 1 januari 2020. 9 Artikel I, onderdeel D , werkt terug tot en met 1 juli 2020. 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 2020 361 30-09-2020 25-09-2020 01-10-2020