Besluit van 6 februari 2019, houdende regels in verband met de vereenvoudiging van de beslagvrije voet (Besluit beslagvrije voet)
- BWB-id
- BWBR0041895
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041895
- ELI
- /eli/nl/amvb/2021/besluit-beslagvrije-voet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2021/besluit-beslagvrije-voet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041895&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041895&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041895/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2021/besluit-beslagvrije-voet
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aangiftetijdvak: tijdvak van vier weken of één maand waarop de aangifte op basis waarvan de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft of, als de inhoudingsplichtige over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald herleid tot één maand; arbeidsvoorwaardenbedrag: artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen het aan de werknemer toegekende en in geld uitgedrukte toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in; inkomstenverhouding: artikel 475c, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van de wet rechtsverhouding waaraan een vordering tot periodieke betaling is verbonden als bedoeld in; loon LB/PH: inkomen waarover de loonbelasting en premie volksverzekeringen wordt berekend voor het aangiftetijdvak; Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; UWV: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; wet: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering . 2 artikel 475ab van de wet De inopgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op dit besluit en de daarop berustende bepalingen. 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Belastbaar inkomen#
Artikel 2 Belastbaar inkomen 1 Voor de berekening van het belastbaar inkomen wordt gebruikgemaakt van het loon LB/PH. 2 Het loon LB/PH wordt: a. verminderd met een binnen het aangiftetijdvak uitbetaalde vakantiebijslag of een uitbetaald bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en b. vermeerderd met een reservering in verband met vakantiebijslag of opbouw ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag binnen het aangiftetijdvak. 3 Als het aangiftetijdvak niet gelijk is aan een maand, wordt de uitkomst naar een maandinkomen herleid. 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Reële afspiegeling belastbaar inkomen#
Artikel 3 Reële afspiegeling belastbaar inkomen 1 artikel 475d, eerste lid artikel 475db, tweede lid, van de wet Bij de beoordeling, bedoeld in, enwordt enkel het belastbaar inkomen in de aangiftetijdvakken betrokken: a. die vallen binnen de laatste vier maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand van opvraag; en b. waarvan de aangiftetermijn op het moment van bevraging is verstreken. 2 Bij de beoordeling wordt per inkomstenverhouding het belastbaar inkomen over het meest recente aangiftetijdvak vergeleken met het gemiddeld belastbaar maandinkomen berekend op basis van het belastbaar inkomen over de aangiftetijdvakken. 3 Als het meest recente belastbaar maandinkomen van de inkomstenverhouding afwijkt van het gemiddelde belastbaar maandinkomen van deze inkomstenverhouding, wordt het gemiddelde belastbaar maandinkomen gebruikt voor de berekening van de beslagvrije voet. 2019 45 13-02-2019 06-02-2019 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4 Woning zonder huurtoeslag#
Artikel 4 Woning zonder huurtoeslag 1 artikel 475da, zevende lid, van de wet De ophoging, bedoeld inis afhankelijk van de woonkosten, waarbij: a. artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van die wet de woonkosten met een hoogte tot de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in, in aanmerking worden genomen voor het percentage, genoemd in; b. artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van die wet de woonkosten met een hoogte vanaf de kwaliteitskortingsgrens, bedoeld in onderdeel a, tot de ingenoemde aftoppingsgrens in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in; c. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van die wet de woonkosten met een hoogte vanaf de aftoppingsgrens, bedoeld in onderdeel b, tot het ingenoemde bedrag in aanmerking worden genomen voor het percentage, bedoeld in; d. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag de woonkosten met een hoogte vanaf het bedrag, genoemd in, worden niet in aanmerking genomen. 2 artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag artikel 21, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag De ophoging is gelijk aan de op basis van het eerste lid in aanmerking genomen woonkosten verminderd met de basishuur, bedoeld in, en verminderd met de uitkomst van de formule, bedoeld in. 3 artikel 475da, zevende lid, derde zin, van de wet Als bewijsstuk, bedoeld inwordt aangewezen een beschikking van de Dienst Toeslagen op een aanvraag om huurtoeslag, dan wel een schriftelijke beoordeling van de Dienst Toeslagen over de aard van de woning. 2025 424 10-12-2025 04-12-2025 2025 424 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Bedrag vermindering beslagvrije voet#
Artikel 5 Bedrag vermindering beslagvrije voet 1 artikel 475db, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet Zorgverzekeringwet De hoogte van het in mindering te brengen bedrag, bedoeld inwordt berekend op basis van het loon LB/PH, de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zoals bedoeld in deen de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in het aangiftetijdvak. 2 Zorgverzekeringwet De hoogte van het bedrag is gelijk aan het loon LB/PH, waarop van een uitbetaald recht op vakantiebijslag of een uitbetaald bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag, de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zoals bedoeld in deen de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in mindering zijn gebracht. 3 Zorgverzekeringwet artikel 3, eerste lid Als het gemiddeld belastbaar maandinkomen wordt gebruikt voor de berekening van de beslagvrije voet, wordt de hoogte van het in mindering te brengen bedrag berekend op basis van het gemiddelde van het loon LB/PH, het gemiddelde van de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in deen het gemiddelde van de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen over de tijdvakken die op grond van, worden betrokken. 4 Als het aangiftetijdvak niet gelijk is aan een maand, wordt de uitkomst van het tweede of derde lid naar een maandinkomen herleid. 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Woonlandfactor#
Artikel 6 Woonlandfactor 1 artikel 475da, vierde lid, van de wet De factor, bedoeld inwordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 De factor wordt zodanig bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar de schuldenaar woonachtig is en dat van Nederland maar tot maximaal een factor 1,0. 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021 Voorheen art. 7.
Artikel 7 — Artikel 7 Model beslagvrije voet#
Artikel 7 Model beslagvrije voet 1 artikel 475i, tweede lid, van de wet Het model van de mededeling, bedoeld inbevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de leefsituatie en het belastbaar inkomen waar bij de berekening van uit is gegaan; b. factoren in de woonsituatie die van invloed zijn geweest op de hoogte van de beslagvrije voet; c. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met niet onder beslag liggende neveninkomsten; en d. artikel 19 van de Invorderingswet 1990 artikel 27 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften artikel 6:4:6 van het Wetboek van Strafvordering een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met een reeds gelegd beslag, een reeds lopende verrekening, een vordering als bedoeld inof een verhaal zonder dwangbevel op grond vanof. 2 Het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8 Ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet#
Artikel 8 Ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet 1 artikel XXIIIB, eerste lid, van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet Onze Minister is belast met de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet, bedoeld in. 2 De ondersteuning bestaat in ieder geval uit: a. het in ontvangst en in behandeling nemen van een verzoek om de beslagvrije voet te berekenen; b. het verwerken van voor de berekening van de beslagvrije voet noodzakelijke gegevens, waaronder in ieder geval begrepen gegevens uit de polisadministratie met betrekking tot het belastbaar inkomen en gegevens uit de basisregistratie personen met betrekking tot de leefsituatie; c. het berekenen van de beslagvrije voet; en d. het verstrekken van de berekende beslagvrije voet en de gegevens die aan de berekening ten grondslag liggen aan de verzoekende partij. 3 Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze ondersteuning is Onze Minister de verwerkingsverantwoordelijke. 4 De Stichting Inlichtingenbureau is verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor het berekenen van de beslagvrije voet, en het UWV is verwerker voor het aan de Stichting Inlichtingenbureau ter beschikking stellen van de noodzakelijke gegevens uit de polisadministratie en de basisregistratie personen. 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over: a. welke partijen gebruik kunnen maken van de ondersteuning en onder welke voorwaarden; b. de voorwaarden waaronder de gegevensverwerking, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt; c. de verwerking van persoonsgegevens door de Stichting Inlichtingenbureau en het UWV, in ieder geval ten aanzien van: 1°. de duur van de verwerking; 2°. andere dan de in het vierde lid genoemde taken, die elk van deze verwerkers uitvoert ten behoeve van Onze Minister; en 3°. de bijstand die de verwerkers verlenen bij het doen nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 32 tot en met 36 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Ondersteuning door de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders#
Artikel 9 Ondersteuning door de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders 1 artikel 8 Onverminderdis de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders belast met de ondersteuning, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, voor zover het de ondersteuning betreft van bij ministeriële regeling aangewezen partijen, en verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze ondersteuning. 2 De Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders is verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 3 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Uitkeringen#
Artikel 10 Uitkeringen artikel 475dc, tweede lid, van de wet De uitkeringen, bedoeld in, zijn: a. Participatiewet artikel 47a van de Participatiewet algemene bijstand op grond van de, met uitzondering van algemene bijstand als bedoeld in; b. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers uitkeringen op grond van de; c. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen uitkeringen op grond van de. 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 01-01-2022
Artikel 10a — Artikel 10a Overgangsbepaling#
Artikel 10a Overgangsbepaling 1 Indien bij de berekening van het belastbaar inkomen in de indicatieperiode aangiftetijdvakken zijn gelegen van voor 1 januari 2022, is op die aangiftetijdvakken de tekst van dit besluit van toepassing, zoals dit luidde op de dag voor die datum. 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027. 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 2021 115 08-03-2021 19-02-2021 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021 Voorheen art. 10.
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beslagvrije voet. 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 2020 476 27-11-2020 19-11-2020 01-01-2021 Voorheen art. 11.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid