Besluit van 30 november 2020, tot vaststelling van een eenmalige uitkering in december 2018 alsmede, in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2020, tot vaststelling van eenmalige uitkeringen in augustus 2019 en augustus 2020 en tot wijziging van enige besluiten, alsmede wijzigingen ten behoeve van personeel dat de loonontwikkeling volgt in de sector Rijk en een aantal andere wijzigingen
- BWB-id
- BWBR0044816
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-02-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044816
- ELI
- /eli/nl/amvb/2021/besluit-vaststelling-diverse-eenmalige-uitkeringen-in-het-ka
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2021/besluit-vaststelling-diverse-eenmalige-uitkeringen-in-het-ka/2021-02-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044816&g=2021-02-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044816&z=2026-06-06&g=2021-02-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044816/2021-02-12
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2021/besluit-vaststelling-diverse-eenmalige-uitkeringen-in-het-ka
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Eenmalige uitkering 2018#
Artikel 1.1 Eenmalige uitkering 2018 1 De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 750,– in december 2018: a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2018 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was alsmede de ambtenaar die op 1 december 2018 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn; b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 november 2018 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest; c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 december 2018 met aanspraak op salaris in dienst was van het Ministerie van Defensie; d. artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 december 2018 een uitkering genoot ingevolge; e. Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie de gewezen ambtenaar die op 1 december 2018 een uitkering genoot op grond van het; f. Uitkeringswet gewezen militairen de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2018 een uitkering genoot op grond van de. 2 De eenmalige uitkering 2018, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van: a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 750 maal de factor van het voor hem op 1 december 2018 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor hem op 1 december 2018 geldende salaris; b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 750 maal de factor aantal uren gewerkt in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 november 2018 gedeeld door 1.815; c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 750 maal de deeltijdfactor op 1 december 2018; d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 750 maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag; e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 750. 3 In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering 2018 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en onder c, die op 1 december 2018 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering 2018. 4 Inkomstenbesluit militairen Uitkeringswet gewezen militairen Kaderwet militaire pensioenen De eenmalige uitkering 2018 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van hetnoch maakt zij deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van dedan wel de. 5 De eenmalige uitkering 2018 maakt voor de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst, alsmede voor de gewezen ambtenaar, die aanspraak heeft op deze uitkering, deel uit van de pensioengrondslag. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Eenmalige uitkeringen 2019 en 2020#
Artikel 2.1 Eenmalige uitkeringen 2019 en 2020 1 De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 300,– in augustus 2019 en augustus 2020: a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was alsmede de ambtenaar die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn; b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 juli 2020 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest; c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, met aanspraak op salaris in dienst was van het Ministerie van Defensie; d. artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, een uitkering genoot ingevolge; e. Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie de gewezen ambtenaar die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, een uitkering genoot op grond van het; f. Uitkeringswet gewezen militairen de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, een uitkering genoot op grond van de. 2 De eenmalige uitkeringen 2019 en 2020, bedoeld in het eerste lid, worden toegekend ter grootte van: a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 300 maal de factor van het voor hem op 1 augustus 2019, respectievelijk 1 augustus 2020, voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor hem op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020 geldende salaris; b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 300 maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 december 2018 tot en met 31 juli 2019, respectievelijk in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 juli 2020, gedeeld door 1.320, respectievelijk door 1.980; c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 300 maal de deeltijdfactor op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020; d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 300 maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag; e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 300. 3 In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkeringen 2019 en 2020 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en onder c, die op 1 augustus 2019, respectievelijk op 1 augustus 2020, ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkeringen 2019 en 2020. 4 Uitkeringswet gewezen militairen Kaderwet militaire pensioenen De eenmalige uitkeringen 2019 en 2020 worden niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen of het inkomen in de zin van dedan wel de. 5 De eenmalige uitkeringen 2019 en 2020 maken deel uit van de pensioengrondslag. 6 In afwijking van het eerste lid geldt voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan een categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met f, vallen, dat zij per categorie aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van maximaal € 300. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2015
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2015
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2018
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Eindejaarsuitkering#
Artikel 5.1 Eindejaarsuitkering Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen en het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-10-2018
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2019
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-04-2019
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-04-2019
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-04-2019
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2019
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-08-2019
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-08-2019
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2020
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2020
Artikel 11.1 — Artikel 11.1#
Artikel 11.1 Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2020
Artikel 11.2 — Artikel 11.2#
Artikel 11.2 Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2020
Artikel 11.3 — Artikel 11.3#
Artikel 11.3 Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2020
Artikel 11.4 — Artikel 11.4#
Artikel 11.4 Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2020
Artikel 11.5 — Artikel 11.5#
Artikel 11.5 Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-07-2020
Artikel 12.1 — Artikel 12.1#
Artikel 12.1 1 Artikel 7 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie vervalt te rekenen van 1 januari 2015. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021
Artikel 12.2 — Artikel 12.2#
Artikel 12.2 Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021
Artikel 13.1 — Artikel 13.1 Inwerkingtreding#
Artikel 13.1 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat: a. Hoofdstuk 3 terugwerkt tot en met 1 januari 2015; b. Hoofdstuk 4 terugwerkt tot en met 1 juli 2018; c. Hoofdstuk 5 terugwerkt tot en met 1 oktober 2018; d. Hoofdstuk 6 terugwerkt tot en met 1 januari 2019; e. Hoofdstuk 7 terugwerkt tot en met 1 april 2019; f. Hoofdstuk 8 terugwerkt tot en met 1 juli 2019; g. Hoofdstuk 9 terugwerkt tot en met 1 augustus 2019; h. Hoofdstuk 10 terugwerkt tot en met 1 januari 2020; i. Hoofdstuk 11 terugwerkt tot en met 1 juli 2020. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021