Besluit van 17 maart 2021, houdende regels ter uitvoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Uitvoeringsbesluit Wtza)
- BWB-id
- BWBR0045000
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045000
- ELI
- /eli/nl/amvb/2022/uitvoeringsbesluit-wtza
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2022/uitvoeringsbesluit-wtza/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045000&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045000&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045000/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2022/uitvoeringsbesluit-wtza
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: – interne toezichthouder: artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet interne toezichthouder als bedoeld in; – Regionale Ambulancevoorziening: artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in; – verklaring omtrent het gedrag: artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in; – wet: Wet toetreding zorgaanbieders . 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 2, eerste lid, van de wet De meldplicht, bedoeld in, is niet van toepassing op: a. artikel 1, eerste lid, van de Wet afbreking zwangerschap artikel 2 van de Wet afbreking zwangerschap abortusklinieken als bedoeld in, die beschikken over een vergunning als bedoeld in; b. artikel 61, vijfde lid, van de Geneesmiddelenwet apotheken, indien de apotheker die belast is met de leiding van de apotheek is ingeschreven in het register, bedoeld in; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ambtenaren defensie de militair geneeskundige dienst, bedoeld in; d. Regionale Ambulancevoorzieningen; e. artikel 3 van de Wet inzake bloedvoorziening de ingevolgeaangewezen rechtspersoon; f. artikel 14 van de Wet publieke gezondheid wet gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld inalsmede gemeenten die zelf jeugdgezondheidszorg of ouderengezondheidszorg op grond van dieverlenen; g. Penitentiaire beginselenwet Wet forensische zorg Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen inrichtingen als bedoeld in de, instellingen voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in deen inrichtingen als bedoeld in de; h. Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg zorgaanbieders die uitsluitend de volgende zorg, bedoeld bij of krachtens de, verlenen: 1° artikelen 3.1.1, eerste lid, onderdeel f 11.1.5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg artikel 5, eerste lid, onderdeel d en e, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen vervoer van een cliënt als bedoeld in de, en, anders dan ambulancezorg als bedoeld in; 2° schoonhouden van de woonruimte van een cliënt; 3° verstrekken van eten en drinken; 4° verstrekken van kleding verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling; 5° artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderscheidenlijk onderdeel e, van de Wet langdurige zorg leveren van roerende voorzieningen of mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in; 6° artikel 1, onderdeel c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek artikel 3, eerste lid, van de Wet op het bevolkingsonderzoek bevolkingsonderzoek als bedoeld in, mits de zorgaanbieder daartoe beschikt over een vergunning als bedoeld in; of 7° Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal artikel 9 van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal in ontvangst nemen na verkrijging, of bewerken, preserveren, bewaren of distribueren van lichaamsmateriaal als bedoeld in de, mits de zorgaanbieder daartoe beschikt over een erkenning op grond van. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De verplichting om te beschikken over een toelatingsvergunning is niet van toepassing op: a. artikel 1, eerste lid, van de Wet afbreking zwangerschap artikel 2 van de Wet afbreking zwangerschap Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet abortusklinieken als bedoeld in, die beschikken over een vergunning als bedoeld in, mits naast het afbreken van zwangerschap geen andere zorg of dienst als omschreven bij of krachtens deof dewordt verleend dan het verstrekken of plaatsen van anticonceptie aansluitend op een zwangerschapsafbreking; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ambtenaren defensie de militair geneeskundige dienst, bedoeld in; c. Regionale Ambulancevoorzieningen; d. Penitentiaire beginselenwet Wet forensische zorg Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen inrichtingen als bedoeld in de, rijksinstellingen als bedoeld in deen rijksinrichtingen als bedoeld in de; e. Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet zorgaanbieders die uitsluitend de volgende zorg of andere dienst als omschreven bij of krachtens deof deverlenen: 1° artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering hulpmiddelenzorg als bedoeld in; 2° artikelen 2.5, eerste lid, onderdelen e en f 2.14 2.15 van het Besluit zorgverzekering 3.1.1, eerste lid, onderdeel f 11.1.5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg artikel 5, eerste lid, onderdeel d en e, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen vervoer als bedoeld in de,enen, en, anders dan ambulancezorg als bedoeld in; 3° schoonhouden van de woonruimte van een cliënt; of 4° artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderscheidenlijk onderdeel e, van de Wet langdurige zorg leveren van roerende voorzieningen of mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister kan een zorgaanbieder verzoeken een verklaring omtrent het gedrag te verstrekken, indien Onze Minister kennis heeft van feiten of omstandigheden op grond waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat niet of niet langer wordt voldaan aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag. 2 Een verklaring omtrent het gedrag ten behoeve van een natuurlijke persoon kan betrekking hebben op: a. een natuurlijke persoon die als lid van de dagelijkse of algemene leiding optreedt dan wel voornemens is dit te doen; of b. een natuurlijke persoon die als lid van een interne toezichthouder optreedt dan wel voornemens is dit te doen. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Artikel 3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op: a. academische ziekenhuizen; b. Wet forensische zorg Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen instellingen die op grond van dezijn aangewezen als private instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden en particuliere inrichtingen als bedoeld in de; c. instellingen waar cliënten verblijven waarvan de zorg uitsluitend wordt bekostigd uit een persoonsgebonden budget, indien de meerderheid van de zeggenschap in de dagelijkse of algemene leiding van die instelling is belegd bij de cliënten die in die instelling verblijven, hun wettelijke vertegenwoordigers of bloed- of aanverwanten; d. instellingen die in de regel met tien of minder zorgverleners zorg verlenen of doen verlenen; e. Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet instellingen waarin cliënten niet gedurende ten minste een etmaal kunnen verblijven en die in de regel met vijftig of minder zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens deof deverlenen of doen verlenen indien geen sprake is van: 1° medisch specialistische zorg; of 2° artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging als bedoeld inof. 2025 147 03-06-2025 26-05-2025 2025 147 03-06-2025 26-05-2025 01-07-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. 2 Een persoon wordt voor ten hoogste vier jaar aangesteld als lid van de interne toezichthouder van de instelling. Deze periode kan eenmaal met ten hoogste vier jaar worden verlengd. De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een persoon lid is van de interne toezichthouder van de instelling is ten hoogste acht jaar. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De instelling borgt de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder. Dit betekent in ieder geval dat: a. een lid van de interne toezichthouder geen andere financiële vergoeding van de instelling ontvangt dan een passende vergoeding voor de als lid van de interne toezichthouder verrichte werkzaamheden; b. een lid van de interne toezichthouder, diens echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad: 1° tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling; 2° in de periode van een jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder niet tijdelijk heeft voorzien in de dagelijkse of algemene leiding van de instelling bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de dagelijkse of algemene leiding; 3° tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen werknemer van de instelling is dan wel krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor de instelling heeft verricht; 4° tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen zakelijke relatie onderhoudt met de instelling die de onafhankelijkheid van het lid van de interne toezichthouder dan wel het vertrouwen in die onafhankelijkheid in gevaar brengt; 5° geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een andere instelling indien een lid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling lid is van de interne toezichthouder van die andere instelling; 6° geen aandelen in de instelling houdt; 7° geen lid is van de dagelijkse of algemene leiding van een rechtspersoon die aandelen in de instelling houdt dan wel van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht; 8° artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geen lid is van de interne toezichthouder van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij die andere instelling een dochtermaatschappij van de instelling is als bedoeld inof die andere instelling met de instelling is verbonden in een groep als bedoeld in; 9° artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek geen lid is van de interne toezichthouder van een rechtspersoon die aandelen in de instelling houdt, tenzij die rechtspersoon met de instelling is verbonden in een groep als bedoeld in. 2 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Onder instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, wordt mede verstaan een dochtermaatschappij van de instelling als bedoeld inalsmede met de instelling in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in. 3 Onder lid van de dagelijkse of algemene leiding als bedoeld in de subonderdelen 1°, 5° en 7° van onderdeel b van het eerste lid, wordt mede verstaan de natuurlijke persoon die het beleid van de instelling heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij lid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De interne toezichthouder richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de instelling, het te behartigen maatschappelijke belang en het belang van de betrokken belanghebbenden. 2 De interne toezichthouder stelt een profielschets op voor de leden van de interne toezichthouder rekening houdend met de aard van de instelling, diens activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de interne toezichthouder. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De instelling verschaft de interne toezichthouder tijdig, en desgevraagd schriftelijk, de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. 2 De instelling stelt de interne toezichthouder voorts ten minste eenmaal per jaar schriftelijk op de hoogte van in ieder geval: a. de hoofdlijnen van het strategisch beleid; b. de algemene en financiële risico’s; en c. het beheers- en controlesysteem van de instelling. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 17, eerste lid, van de wet De meldplicht, bedoeld in, is niet van toepassing op de volgende categorieën van zorgaanbieders: a. artikel 2 zorgaanbieders als bedoeld in; b. wet artikel 12 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg zorgaanbieders die op de dag van inwerkingtreding van devermeld staan in het openbaar register, bedoeld in; c. artikel 17, eerste lid, van de wet artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg zorgaanbieders die binnen de termijn, bedoeld in, de jaarverantwoording, bedoeld in, over het jaar 2021 op de krachtens dat artikel bepaalde wijze openbaar hebben gemaakt. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Besluit Jeugdwet. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wtza. 2021 159 31-03-2021 17-03-2021 2021 344 14-07-2021 07-07-2021 01-01-2022