Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen
- BWB-id
- BWBR0048383
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-07-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048383
- ELI
- /eli/nl/amvb/2023/besluit-bevoegde-instanties-grensoverschrijdende-representat
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2023/besluit-bevoegde-instanties-grensoverschrijdende-representat/2023-07-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048383&g=2023-07-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048383&z=2026-06-06&g=2023-07-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048383/2023-07-13
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2023/besluit-bevoegde-instanties-grensoverschrijdende-representat
Artikel 1 — Artikel 1 (definities)#
Artikel 1 (definities) In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – achterban: de natuurlijke personen die handelen voor doeleinden die geen verband houden met hun handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, tot bescherming van wier collectieve belangen een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland rechtsvorderingen wil instellen in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte; – bevoegde instantie: bevoegde instantie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn; – grensoverschrijdende representatieve vorderingen: een rechtsvordering ter bescherming van een belang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Richtlijn die een stichting of vereniging instelt in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte dan die waarin zij werd aangewezen; – lijst: de lijst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn; – Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming; – Richtlijn: Richtlijn (EU) 2020/1828 Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van(PbEU 2020, L 409); – wet: Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek . 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 2 — Artikel 2 (de aanvraag)#
Artikel 2 (de aanvraag) 1 Een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland kan een aanvraag doen om te worden aangewezen als bevoegde instantie. 2 De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister. 3 Bij de aanvraag verschaft de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, ten minste de volgende gegevens en bescheiden: a. een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel niet ouder dan één maand op het moment van aanvraag, waarin de naam van de rechtspersoon, de datum van de oprichting, de rechtsvorm, het statutair doel en de namen van de bestuurders zijn opgenomen; b. een omschrijving van de achterban van de rechtspersoon en voor zover bekend, van de grootte van de achterban; c. artikel 305a lid 5 van de wet een bestuursverslag en jaarrekening als bedoeld in; d. artikel 305a, lid 2, onderdelen a en b, en lid 3, onderdeel a, van de wet informatie waaruit blijkt dat de rechtspersoon voldoet aan; e. artikelen 305a lid 2, onder d, subonderdelen 1 tot en met 9 305e, lid 2, onder a tot en met c, van de wet een verwijzing naar een algemeen toegankelijke internetpagina, waarop de informatie, genoemd in deenbeschikbaar is. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 3 — Artikel 3 (de beschikking op de aanvraag)#
Artikel 3 (de beschikking op de aanvraag) 1 Onze Minister beslist op de aanvraag tot aanwijzing binnen zes weken nadat de aanvraag is ontvangen. 2 Onze Minister wijst een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met zetel in Nederland aan als bevoegde instantie, indien: a. artikel 305e leden 1 en 2 van de wet de rechtspersoon voldoet aan de eisen, genoemd in; en b. artikel 2 voldoet aan de eisen, genoemd in. 3 De aanvraag wordt afgewezen indien de rechtspersoon of de aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 4 — Artikel 4 (de duur van de aanwijzing)#
Artikel 4 (de duur van de aanwijzing) 1 De aanwijzing heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. 2 De rechtspersoon kan vanaf drie maanden voor het einde van de geldigheidsduur van de aanwijzing steeds verzoeken om verlenging daarvan. De verlenging van de aanwijzing heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar. 3 artikelen 2 3 Op de aanvraag tot verlenging van de aanwijzing zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5 (wijzigingen in voldoen aan eisen)#
Artikel 5 (wijzigingen in voldoen aan eisen) artikel 305e leden 1 en 2 van de wet Een bevoegde instantie informeert Onze Minister onverwijld over relevante wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de ingenoemde eisen. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 6 — Artikel 6 (twijfels andere lidstaat of Europese Commissie)#
Artikel 6 (twijfels andere lidstaat of Europese Commissie) artikel 305e leden 1 en 2 van de wet Onze Minister onderzoekt of een bevoegde instantie nog aan de eisen, genoemd involdoet, indien daarover twijfels worden geuit door een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte of de Europese Commissie. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 (intrekking van de aanwijzing)#
Artikel 7 (intrekking van de aanwijzing) 1 De aanwijzing wordt door Onze Minister ingetrokken: a. op verzoek van de rechtspersoon; b. indien de aanvraag, gelet op dit besluit, ten onrechte is verleend; c. artikel 305e leden 1 en 2 van de wet indien de rechtspersoon op enig moment niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in. 2 artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht Een intrekking van de aanwijzing op grond van het eerste lid, onder b of c, wordt niet genomen dan nadat toepassing is gegeven aan. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 8 — Artikel 8 (inhoud van de lijst)#
Artikel 8 (inhoud van de lijst) 1 De lijst vermeldt van iedere daarin opgenomen rechtspersoon in elk geval de volgende gegevens: a. de naam en rechtsvorm; b. het statutaire doel; c. de datum waarop de beschikking is verleend of de datum van de laatste verlenging van de beschikking. 2 artikel 4 artikel 7 Onze Minister verwerkt een wijziging in de in het eerste lid genoemde gegevens in de lijst en verwijdert een rechtspersoon van de lijst, indien de geldigheidsduur van de aanwijzing is verlopen gelet op, of indien de beschikking wordt ingetrokken op grond van. Onze Minister stelt de Europese Commissie hiervan op de hoogte. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 9 — Artikel 9 (publicatie van de lijst)#
Artikel 9 (publicatie van de lijst) Onze minister maakt de lijst openbaar. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 10 — Artikel 10 (inwerkingtreding)#
Artikel 10 (inwerkingtreding) Dit besluit treedt in werking met ingang van 25 juni 2023. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 24 juni 2023, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023
Artikel 11 — Artikel 11 (citeertitel)#
Artikel 11 (citeertitel) Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevoegde instanties grensoverschrijdende representatieve vorderingen. 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 2023 253 12-07-2023 10-07-2023 13-07-2023