Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving)
- BWB-id
- BWBR0041297
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041297
- ELI
- /eli/nl/amvb/2024/besluit-bouwwerken-leefomgeving
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2024/besluit-bouwwerken-leefomgeving/2026-05-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041297&g=2026-05-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041297&z=2026-06-06&g=2026-05-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041297/2026-05-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2024/besluit-bouwwerken-leefomgeving
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1.1 (begripsbepalingen) Bijlage I bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit besluit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.1a — Artikel 1.1a (grondslag)#
Artikel 1.1a (grondslag) 1 artikelen 4.3, eerste lid 5.1 16.1, derde lid 23.1 van de wet Dit besluit berust op de,,, en. 2 artikelen 119 119a van de Woningwet Dit besluit berust ook op deen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 88 22-03-2023 10-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 (wederzijdse erkenning)#
Artikel 1.2 (wederzijdse erkenning) Met een kwaliteitsverklaring bouw, certificaat, keuring of norm als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een kwaliteitsverklaring bouw, certificaat, keuring of norm, afgegeven, uitgevoerd of goedgekeurd door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is en partij is bij een verdrag dat Nederland bindt, met een beschermingsniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 2.1 (toepassingsbereik: activiteiten) Dit hoofdstuk is van toepassing op bouwwerken. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (bevoegd gezag)#
Artikel 2.2 (bevoegd gezag) 1 Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag: a. waaraan een melding wordt gedaan; b. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; en c. dat beslist op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel. 2 afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving In afwijking van het eerste lid zijn voor een activiteit als bedoeld in dit besluit, die wordt verricht op dezelfde locatie als een activiteit als bedoeld in, waarvoor een door gedeputeerde staten eerder verleende omgevingsvergunning geldt, gedeputeerde staten het bevoegd gezag voor de in het eerste lid bedoelde handelingen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 (maatwerkregels)#
Artikel 2.3 (maatwerkregels) Een maatwerkregel wordt in het omgevingsplan gesteld. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 (gelijkwaardigheid bij melding of vergunningvrije activiteit)#
Artikel 2.4 (gelijkwaardigheid bij melding of vergunningvrije activiteit) 1 Als een gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op een activiteit waarvoor in dit besluit een melding is voorgeschreven: a. artikel 4.7 van de wet is voorafgaande toestemming als bedoeld inniet vereist; en b. is het verboden deze maatregel te treffen zonder voorafgaande melding. 2 wet artikel 4.7 van de wet Als een gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van degeen omgevingsvergunning is vereist en waarvoor in dit besluit geen melding is voorgeschreven, is voorafgaande toestemming als bedoeld inniet vereist. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 (instandhouden gelijkwaardige maatregel)#
Artikel 2.5 (instandhouden gelijkwaardige maatregel) hoofdstukken 3 tot en met 6 Een gelijkwaardige maatregel die betrekking heeft op een in degestelde regel wordt bij het gebruik van het bouwwerk in stand gehouden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 (specifieke zorgplicht: bouwwerkinstallatie)#
Artikel 2.6 (specifieke zorgplicht: bouwwerkinstallatie) wet De eigenaar van het bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk draagt er zorg voor dat een krachtens deaanwezige bouwwerkinstallatie: a. functioneert in overeenstemming met de op die installatie van toepassing zijnde regels; b. adequaat wordt beheerd, onderhouden en gecontroleerd; en c. zodanig wordt gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 (gemeenschappelijk en gezamenlijk)#
Artikel 2.7 (gemeenschappelijk en gezamenlijk) 1 hoofdstukken 3 tot en met 6 Voor de toepassing van een in degestelde regel is een bouwwerk, een ruimte, een voorziening, of een gedeelte daarvan naar keuze gemeenschappelijk of niet-gemeenschappelijk, tenzij voor een regel anders is aangegeven. 2 hoofdstukken 3 tot en met 6 Voor de toepassing van een in degestelde regel wordt een gedeelte van een bouwwerk, een ruimte of een voorziening die ten dienste staat van meer dan een gebruiksfunctie, aangemerkt als gemeenschappelijk. Dit gedeelte, deze ruimte of deze voorziening maakt, met uitzondering van een nevengebruiksfunctie, voor de toepassing van deze hoofdstukken deel uit van alle daarop aangewezen gebruiksfuncties. 3 hoofdstukken 3 tot en met 6 Voor de toepassing van een in degestelde regel wordt een gedeelte van een woonfunctie, een celfunctie of een logiesfunctie of een ruimte of voorziening die ten dienste staat van die gebruiksfunctie, gebruikt door meer dan een wooneenheid, celeenheid of logiesverblijf in die gebruiksfunctie, aangemerkt als gezamenlijk. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.7a — Artikel 2.7a (voorrangsregel omgevingsvergunning bouwactiviteit algemeen)#
Artikel 2.7a (voorrangsregel omgevingsvergunning bouwactiviteit algemeen) hoofdstuk 4 5 Voor zover een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit afwijkt van een inofgestelde regel, zijn alleen de omgevingsvergunning en de daaraan verbonden voorschriften van toepassing. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 (voorrangsregel omgevingsvergunning activiteit met betrekking tot een monument)#
Artikel 2.8 (voorrangsregel omgevingsvergunning activiteit met betrekking tot een monument) Voor zover een omgevingsvergunning voor: hoofdstukken 3 tot en met 5 afwijkt van een in degestelde regel, zijn alleen de omgevingsvergunning en de daaraan verbonden voorschriften van toepassing. a. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op: 1°. een gemeentelijk monument of een provinciaal monument; of 2°. een voorbeschermd gemeentelijk monument of een voorbeschermd provinciaal monument; b. een activiteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden als die activiteit betrekking heeft op een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument; of c. een rijksmonumentenactiviteit; 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 (afwijking wegens implementatie van Europese regelgeving)#
Artikel 2.9 (afwijking wegens implementatie van Europese regelgeving) Warenwetbesluit machines Warenwetbesluit liften 2016 Besluit gastoestellen hoofdstukken 3 tot en met 5 Voor zover een in het, hetof het, ter implementatie van een in Europese regelgeving gestelde eis, afwijkt van een in degestelde regel, is alleen de krachtens die besluiten gestelde eis van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 (drank- en horeca-inrichtingen)#
Artikel 2.10 (drank- en horeca-inrichtingen) Vervallen 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 2.10a — Artikel 2.10a (waterkerende bouwwerken)#
Artikel 2.10a (waterkerende bouwwerken) paragrafen 3.2.1 4.2.1 artikel 5.9 De,enzijn niet van toepassing voor zover de eisen betrekking hebben op de mate van waterkerendheid van het bouwwerk of een onderdeel daarvan. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 (aantal personen in een bouwwerk)#
Artikel 2.11 (aantal personen in een bouwwerk) In een bouwwerk of gedeelte daarvan zijn niet meer personen aanwezig dan het aantal personen waarvoor het bouwwerk of gedeelte daarvan in overeenstemming met dit besluit is bestemd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 (overgangsrecht: aantal personen in een bouwwerk)#
Artikel 2.12 (overgangsrecht: aantal personen in een bouwwerk) artikel 2.11 Zolang het aantal personen dat in een bouwwerk of een gedeelte daarvan aanwezig is niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012 voor dat bouwwerk of dat gedeelte toegestane aantal personen, blijftbuiten toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 (verordening bouwproducten)#
Artikel 2.13 (verordening bouwproducten) 1 Handelen in strijd met de plichten die voortvloeien uit de verordening bouwproducten is verboden. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst een instelling aan die adviezen uitbrengt over de geschiktheid van technische beoordelingsinstanties als bedoeld in artikel 29 van de verordening bouwproducten. 3 Een technische beoordelingsinstantie toont aan de instelling aan dat zij voor de productgebieden, bedoeld in bijlage IV, tabel 1, bij de verordening bouwproducten, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in tabel 2 van die bijlage. 4 De instelling stelt een procedure op voor de aanmelding en de beoordeling van en het toezicht op technische beoordelingsinstanties en maakt jaarlijks een actueel overzicht van aangemelde technische beoordelingsinstanties openbaar. 5 De aanmeldende autoriteit, bedoeld in artikel 40 van de verordening bouwproducten, brengt advies uit aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de geschiktheid van aangemelde instanties als bedoeld in artikel 39 van die verordening. 6 De aangemelde instantie toont aan dat zij voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 43 van de verordening bouwproducten. 7 De instelling en de aanmeldende autoriteit informeren Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld als zij van oordeel zijn dat een technische beoordelingsinstantie of een aangemelde instantie de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft of niet meer aan de voorwaarden voor die aanwijzing voldoet. 8 Een prestatieverklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening bouwproducten wordt in de Nederlandse taal verstrekt. 9 Instructies en informatie als bedoeld in de artikelen 11, zesde en achtste lid, 13, vierde en negende lid, en 14, tweede en vijfde lid, van de verordening bouwproducten zijn in de Nederlandse taal gesteld. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 (toepassing CE-markering en kwaliteitsverklaringen bouw)#
Artikel 2.14 (toepassing CE-markering en kwaliteitsverklaringen bouw) 1 Als een bouwproduct waarop een CE-markering als bedoeld in artikel 8 van de verordening bouwproducten is aangebracht, aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel is daaraan voldaan als het bouwproduct is toegepast in overeenstemming met een op die eis toegesneden prestatieverklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die verordening. 2 Als een bouwproduct moet voldoen aan bepaalde prestaties die niet onder een in artikel 2, elfde lid, van de verordening bouwproducten bedoelde geharmoniseerde norm vallen, zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel is daaraan voldaan als het bouwproduct is toegepast in overeenstemming met een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring bouw. 3 Als een bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt uitgevoerd voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel is daaraan voldaan als het bouwproces is toegepast in overeenstemming met een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring bouw. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 (erkenning kwaliteitsverklaringen bouw)#
Artikel 2.15 (erkenning kwaliteitsverklaringen bouw) 1 artikel 2.14, tweede en derde lid Kwaliteitsverklaringen bouw als bedoeld in, worden afgegeven op basis van een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de voorwaarden vast waaronder kwaliteitsverklaringen bouw worden afgegeven. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.15a — Artikel 2.15a (Verordening (EU) 2019/1020 )#
Artikel 2.15a (Verordening (EU) 2019/1020 ) 1 verordening (EU) 2019/1020 Het is verboden een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van. 2 verordening (EU) 2019/1020 verordening (EU) 2019/2010 Het is een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 4, tweede lid, vanverboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van. 3 verordening (EU) 2019/1020 verordening (EU) 2019/1020 Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 3, onder 12, vanverboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede zin, van. 4 verordening (EU) 2019/1020 Het is een marktdeelnemer verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van. 5 verordening 2019/1020 Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van. 2023 88 22-03-2023 10-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 (normadressaat)#
Artikel 2.16 (normadressaat) Aan de regels in deze afdeling wordt voldaan door degene die het bouwwerk bouwt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 (bouwactiviteiten die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen)#
Artikel 2.17 (bouwactiviteiten die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen) 1 artikel 7ab, eerste lid, van de Woningwet Categorieën bouwwerken als bedoeld inzijn bouwactiviteiten die vallen onder gevolgklasse 1 als bedoeld in het tweede lid. 2 Een bouwactiviteit valt onder gevolgklasse 1 als: a. de bouwactiviteit geen rijksmonument, voorbeschermd rijksmonument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, gemeentelijk monument of voorbeschermd gemeentelijk monument betreft; b. de bouwactiviteit alleen ten dienste staat van een gebruiksfunctie als bedoeld in het derde lid; c. artikel 6.7, eerste lid de bouwactiviteit niet betreft een bouwwerk waar voor het in gebruik nemen of gebruiken van het bouwwerk een gebruiksmelding als bedoeld in, is vereist; d. bij de bouwactiviteit geen gelijkwaardige maatregel wordt toegepast in verband met een in dit besluit uit het oogpunt van constructieve veiligheid of brandveiligheid gestelde regel; e. bij de bouwactiviteit geen toepassing is gegeven aan NEN 6060 of NEN 6079 bij het bepalen van de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment; f. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de bouwactiviteit niet betreft een bouwwerk dat behoort tot een geval waarin een milieubelastende activiteit vergunningplichtig is op grond van. 3 De gebruiksfunctie, bedoeld in het tweede lid, onder b, is: a. een niet in een woongebouw gelegen grondgebonden woonfunctie, niet zijnde een woonfunctie voor zorg of een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, en nevenfuncties daarvan; b. een woonfunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk een drijvend bouwwerk betreft; c. een niet in een logiesgebouw gelegen grondgebonden logiesfunctie; d. een industriefunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk uit niet meer dan twee bouwlagen bestaat; e. een industriefunctie als nevengebruiksfunctie van een andere gebruiksfunctie, voor zover gelegen in een bijbehorend bouwwerk van niet meer dan twee bouwlagen; f. een bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde voor een infrastructurele voorziening bestemd voor langzaam verkeer, voor zover niet gelegen over een rijks- of provinciale weg en met een te overbruggen afstand van niet meer dan 20 meter; of g. een ander bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde dat niet hoger is dan 20 meter, met uitzondering van een infrastructurele voorziening bestemd voor verkeer anders dan bedoeld onder f en bouwwerken met een waterkerende functie. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op bouwactiviteiten die verbouwen betreffen. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 (bouwmelding)#
Artikel 2.18 (bouwmelding) 1 artikel 7.7 artikel 2.17 Onverminderdis het verboden een bouwactiviteit als bedoeld inuit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden te melden. 2 Als de bouwactiviteit niet begint binnen een jaar na de melding, is het verboden de bouwactiviteit te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan opnieuw te melden. 3 Een melding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 (gegevens en bescheiden bij bouwmelding)#
Artikel 2.19 (gegevens en bescheiden bij bouwmelding) 1 artikel 2.18 Een melding als bedoeld inwordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden: a. de naam, het adres en het telefoonnummer van degene die het bouwwerk bouwt; b. als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde; c. als de melding elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de degene die het bouwwerk bouwt of de gemachtigde; d. de dagtekening; e. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; f. een beschrijving van de bouwactiviteit, met inbegrip van de gebruiksfunctie van het bouwwerk; g. artikel 7ab, derde lid, van de Woningwet gegevens betreffende de kwaliteitsborger en het te gebruiken instrument voor kwaliteitsborging, bedoeld in; h. hoofdstukken 4 5 een risicobeoordeling van het bouwproject met het oog op het voorkomen of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de regels voor de bouwactiviteit, bedoeld in deen; en i. artikel 3.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het borgingsplan, bedoeld in. 2 Voor zover van toepassing wordt in de risicobeoordeling ten minste rekening gehouden met bijzondere lokale omstandigheden, zoals die zijn vastgesteld in lokaal beleid, anderszins kenbaar zijn gemaakt of redelijkerwijs bekend zijn. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 (gegevens en bescheiden op verzoek van het bevoegd gezag)#
Artikel 2.20 (gegevens en bescheiden op verzoek van het bevoegd gezag) 1 artikel 2.2 hoofdstukken 4 5 Op verzoek van het bevoegd gezag, bedoeld in, worden gegevens en bescheiden verstrekt over specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd als dit bijzonder is aangewezen met het oog op het voorkomen en of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de regels voor de bouwactiviteit, bedoeld in deen. 2 Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 (gereedmelding bouwactiviteit)#
Artikel 2.21 (gereedmelding bouwactiviteit) 1 artikel 2.17 Het is verboden het bouwwerk of de bouwwerken die onderdeel uitmaken van een bouwactiviteit als bedoeld inin gebruik te nemen zonder dit ten minste twee weken voor het feitelijk in gebruik nemen te melden. 2 De melding wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden van de gerealiseerde activiteit: a. artikel 2.18 de naam, het adres en het telefoonnummer van degene die de bouwmelding, bedoeld inheeft gedaan; b. de dagtekening; c. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de bouwactiviteit is uitgevoerd; d. artikel 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.80, tweede lid, van dat besluit de verklaring van de kwaliteitsborger, bedoeld in, waarbij voor zover van belang, wordt ingegaan op maatregelen om bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken als bedoeld in; e. gegevens en bescheiden waaruit de gebruiksfuncties, verblijfsgebieden, verblijfsruimten en de afmetingen en de bezetting van alle ruimten, inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie blijkt; f. gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen in relatie tot: 1°. de belasting en belastingcombinaties van de constructieve delen hiervan en van het geheel; 2°. de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen van de bouwconstructie; 3°. de luchtverversing; 4°. de energiezuinigheid; 5°. de milieuprestatie; g. artikel 6.8, eerste lid, onder d, onder 4° en 5° gegevens en bescheiden over de brandveiligheid als bedoeld in; en h. gegevens en bescheiden over toegepaste gelijkwaardige maatregelen. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 (algemene afbakeningseisen)#
Artikel 2.22 (algemene afbakeningseisen) 1 artikelen 2.27 2.29 artikel 2.21 Deenzijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning of gereedmelding, bedoeld in. 2 artikel 2.29 Bij de toepassing vanblijft het aantal woningen gelijk, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 (meetvoorschriften)#
Artikel 2.23 (meetvoorschriften) 1 2 Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in deze afdeling in m of mzijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.15b.
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 (specifieke afbakeningseisen; mantelzorg en bruggen en viaducten)#
Artikel 2.24 (specifieke afbakeningseisen; mantelzorg en bruggen en viaducten) 1 Voor de toepassing van deze afdeling wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. 2 Voor de toepassing van deze afdeling wordt een bouwwerk waaroverheen een weg, spoorweg of waterweg loopt aangemerkt als een bouwwerk met een dak. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken met een dak)#
Artikel 2.25 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken met een dak) artikel 5.1, tweede lid, van de wet Het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een gebouw of ander bouwwerk met een dak en dat gebouw of andere bouwwerk: a. niet op de grond staat; b. hoger is dan 5 m; c. bij meer dan een bouwlaag, is voorzien van een verblijfsgebied op de tweede bouwlaag of hoger; d. is voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; e. als gevolg van de bouwactiviteit een hoofdgebouw wordt; of f. een bouwwerk is waaroverheen een weg, spoorweg of waterweg loopt. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken zonder dak)#
Artikel 2.26 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken zonder dak) 1 artikel 5.1, tweede lid, van de wet Het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak en dat bouwwerk: a. hoger is dan 5 m; b. ondergronds is gelegen; of c. de draagconstructie of de indeling in brandcompartimenten, subbrandcompartimenten of beschermde subbrandcompartimenten wijzigt. 2 artikel 5.1, tweede lid, van de wet Het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt ook voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak als het gaat om een van de volgende bouwwerken: a. een sport- of speeltoestel dat: 1°. hoger is dan 4 m; of 2°. niet alleen functioneert met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; b. een constructie voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil die: 1°. hoger is dan 1 m; of 2°. hoger is dan het aansluitende afgewerkte terrein; c. een erf- of perceelafscheiding hoger dan 2 m; of d. een schotelantenne: 1°. met een doorsnede van meer dan 2 m; of 2°. waarvan de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, hoger is dan 3 m. 3 Als het gaat om een andere antenne dan bedoeld in het tweede lid, onder d, geldt de hoogte, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor de antenne met de antennedrager en wordt die gemeten vanaf de voet, of, bij bevestiging aan de gevel, vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 artikelen 2.25 2.26 (uitzonderingen aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit in deen)#
Artikel 2.27 artikelen 2.25 2.26 (uitzonderingen aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit in deen) 1 artikelen 2.25 2.26 artikel 5.1, tweede lid, van de wet In afwijking van deengeldt het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten niet voor de in die artikelen aangewezen bouwactiviteiten als die betrekking hebben op: a. artikel 2.17 een bouwwerk dat valt onder gevolgklasse 1 als bedoeld in; of b. het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk waarbij de volgende onderdelen niet wijzigen: 1°. de draagconstructie; 2°. de indeling in brandcompartimenten, subbrandcompartimenten of beschermde subbrandcompartimenten; en 3°. de isolatie van de gevel, of een gevelpaneel, anders dan isolatie in een bestaande spouw met instandhouding van het bestaande buitengevelblad. 2 artikelen 2.25 2.26 artikel 5.1, tweede lid, van de wet In afwijking van deenen ongeacht of een uitzondering als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, geldt het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten ook niet voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een van de volgende bouwwerken: a. een dakkapel; b. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak; c. een kozijn, kozijninvulling of boeideel, of stucwerk; d. een gevelpaneel, of na-isolatie van de gevel, aan een bouwwerk als dat geen vloer heeft met een verblijfsgebied op een hoogte van meer dan 13 m; e. een vlaggenmast die niet hoger is dan 6 m; f. een magazijnstelling die: 1°. niet hoger is dan 8,5 m; 2°. alleen steunt op de vloer van het gebouw waarin zij wordt geplaatst; en 3°. niet is voorzien van een verdiepingsvloer of loopbrug; g. een op de grond staand zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver; h. een antenne-installatie met bijbehorend opstelpunt ten behoeve van de C2000-infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleningsdiensten; i. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor een infrastructurele of openbare voorziening, als het gaat om een van de volgende bouwwerken: 1°. een bouwwerk voor het weren van voorwerpen die de veiligheid van het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer in gevaar kunnen brengen; 2°. een bouwwerk voor de beveiliging van een weg, spoor- of waterweg of een spoorweg- of luchtvaartterrein; 3°. een bouwwerk voor de verkeersregeling, verkeersgeleiding, handhaving van de verkeersregels, wegaanduiding, het opladen van accu’s van voertuigen, verlichting of tolheffing; 4°. een bouwwerk voor het verschaffen van toegang tot het openbaar vervoer of openbaar vervoersgebouwen; 5°. een bouwwerk voor het overbruggen van hoogtes door personen met een handicap in en nabij openbaar vervoersgebouwen of perrons; 6°. een bovenleiding met de bijbehorende draagconstructie of seinpalen; 7°. een ondergronds buis- of leidingstelsel, met inbegrip van een ondergrondse faunapassage; 8°. artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld indie: i. niet hoger is dan 2 m; en ii. 2 als bovengronds geplaatst: een oppervlakte heeft van niet meer dan 4 m; 9°. een elektronische sirene voor het waarschuwen van de bevolking bij calamiteiten of de dreiging daarvan, met inbegrip van de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 10°. straatmeubilair; of 11°. meubilair in openbaar vervoersgebouwen of op perrons; j. artikel 3.322, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand, terreininrichting of andere hulpconstructie die functioneel is voor bouw-, onderhouds- of sloopwerkzaamheden, tijdelijke werkzaamheden in de grond-, weg- of waterbouw of werkzaamheden met een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in, bij plaatsing op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop die werkzaamheden worden verricht; k. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking; l. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw; m. een afscheiding tussen balkons of dakterrassen; n. een bouwwerk voor een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, dat niet hoger is dan 5 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 (toepassingsbereik)#
Artikel 2.28 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op omgevingsplanactiviteiten bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 (vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken)#
Artikel 2.29 (vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken) artikel 5.1, eerste lid, van de wet Onverminderd regels in het omgevingsplan over het in stand houden van een bouwwerk die betrekking hebben op de ernstige ontsiering van het uiterlijk van dat bouwwerk, geldt het verbod, bedoeld in, om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, niet voor een omgevingsplanactiviteit voor zover de activiteit betrekking heeft op een van de volgende bouwwerken: a. een bouwwerk voor zover daaraan gewoon onderhoud wordt verricht en daarbij detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet wijzigen; b. een dakkapel in het achterdakvlak of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. voorzien van een plat dak; 2°. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3°. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 4°. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 5°. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; c. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. bij plaatsing in het achterdakvlak, een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of een plat dak: i. de constructie steekt niet meer dan 0,6 m uit buiten het dakvlak respectievelijk het platte dak; en ii. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak of het platte dak; en 2°. bij plaatsing in een ander dakvlak dan bedoeld onder 1°: i. de constructie steekt niet uit buiten het dakvlak; en ii. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak; d. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op een dak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. bij plaatsing op een schuin dak: i. binnen het dakvlak; ii. in of direct op het dakvlak; en iii. hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak; 2°. bij plaatsing op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel; en 3°. als de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk geplaatst; e. een kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel, isolatieplaat of boeideel, of stucwerk, bij plaatsing in of aan de achtergevel of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw, of in of aan een gevel van een bijbehorend bouwwerk, voor zover die gevel is gelegen in achtererfgebied; f. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw, als, voor zover het daarbij gaat om een rolhek, luik of rolluik in een voorgevel of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een ander hoofdgebouw dan een woning of woongebouw, wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. geplaatst aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie; en 2°. voor ten minste 75% voorzien van glasheldere doorkijkopeningen; g. een afscheiding tussen balkons of dakterrassen; h. tuinmeubilair, als dat niet hoger is dan 2,5 m; i. een sport- of speeltoestel voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 2,5 m; en 2°. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; j. een erf- of perceelafscheiding, als die niet hoger is dan 1 m; k. een constructie voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil van niet meer dan 1 m die niet hoger is dan het aansluitende afgewerkte terrein; l. een vlaggenmast op een gebouwerf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 6 m; en 2°. ten hoogste een mast per gebouwerf; m. een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie op of aan een bouwwerk, met inbegrip van een hekwerk ter beveiliging van een dergelijke antenne-installatie op of aan een bouwwerk als bedoeld onder 1°, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. bij plaatsing op of aan een hoogspanningsmast, wegportaal, reclamezuil, lichtmast, windturbine, sirenemast of een niet van een bouwwerk deel uitmakende schoorsteen, of op een antenne-installatie als bedoeld onder n of een andere antenne-installatie voor zover hoger dan 5 m: i. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, niet hoger dan 5 m; en ii. de antenne hoger geplaatst dan 3 m, gemeten vanaf het bij het bouwwerk aansluitende afgewerkt terrein; 2°. bij plaatsing op of aan een ander bouwwerk dan bedoeld onder 1°: i. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, niet hoger dan 0,5 m; of ii. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of als deze is bevestigd aan een gevel van een gebouw, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, niet hoger dan 5 m; waarbij: – de antenne, met antennedrager, hoger geplaatst dan 9 m, gemeten vanaf het bij het bouwwerk aansluitende afgewerkt terrein; – de bedrading in of direct langs de antennedrager of inpandig aangebracht, of in een kabelgoot, als deze kabelgoot meer dan 1 m achter de voorgevel is geplaatst; en – de antennedrager bij plaatsing op het dak van een gebouw: 1°. aan of bij een op het dak aanwezig object geplaatst; 2°. in het midden van het dak geplaatst; of 3°. elders op het dak geplaatst, als de afstand in meters tot de voorgevel van het bouwwerk ten minste gelijk is aan: 18 gedeeld door de hoogte waarop de antenne, met antennedrager, is geplaatst, gemeten vanaf het bij het gebouw aansluitende afgewerkt terrein tot aan de voet van de antenne, met antennedrager; of 3°. de antenne voldoet aan de fysieke en technische kenmerken, opgenomen in de Uitvoeringsverordening kenmerken draadloze toegangspunten met klein bereik of in andere bij of krachtens artikel 57, tweede lid, van de Telecomcode gestelde regels; n. een antenne-installatie met bijbehorend opstelpunt voor de C2000-infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleningsdiensten; o. een andere antenne-installatie dan bedoeld onder m en n, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. als het gaat om een schotelantenne: i. de antenne-installatie achter het voorerfgebied geplaatst; ii. de doorsnede van de antenne niet meer dan 2 m; en iii. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, niet hoger dan 3 m; en 2°. als het gaat om een andere antenne dan bedoeld onder 1°: i. de antenne-installatie achter het voorerfgebied geplaatst; en ii. de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of als deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, niet hoger dan 5 m; p. een bouwwerk voor een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het gaat om: 1°. een bouwwerk voor een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, als wordt voldaan aan de volgende eisen: i. niet hoger dan 3 m; en ii. 2 de oppervlakte niet meer dan 15 m; 2°. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor: i. het weren van voorwerpen die de veiligheid van het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer in gevaar kunnen brengen; ii. de beveiliging van een weg, spoor- of waterweg of een spoorweg- of luchtvaartterrein; iii. verkeersregeling, verkeersgeleiding, handhaving van de verkeersregels, wegaanduiding, het opladen van accu’s van voertuigen, verlichting of tolheffing; iv. het verschaffen van toegang tot het openbaar vervoer of openbaar vervoersgebouwen of het overbruggen van hoogten door personen met een handicap in en nabij openbaar vervoersgebouwen of perrons; v. artikel 2.13a 2.15, tweede lid, van de wet het beperken van geluid door een weg of spoorweg ter uitvoering van een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld inof; of vi. artikel 22.18 van de wet artikel 11.60 van de Wet milieubeheer het beperken van geluid door een weg of spoorweg ter uitvoering van de in een programma als bedoeld inof een saneringsplan als bedoeld ingekozen maatregel voor een locatie; 3°. bovenleidingen met de bijbehorende draagconstructies of seinpalen; 4°. ondergrondse buis- en leidingstelsels, met inbegrip van ondergrondse faunapassages en met uitzondering van: i. artikel 3.101, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, van het Besluit activiteiten leefomgeving een buisleiding als bedoeld in; en ii. een buisleiding voor warm water of stoom anders dan een buisleiding als bedoeld onder i; 5°. artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in, als wordt voldaan aan de volgende eisen: i. niet hoger dan 2 m; en ii. 2 bij plaatsing bovengronds: de oppervlakte niet meer dan 4 m; 6°. een elektronische sirene voor het waarschuwen van de bevolking bij calamiteiten of de dreiging daarvan, met inbegrip van de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 7°. straatmeubilair; of 8°. meubilair in openbaar vervoersgebouwen of op perrons; q. artikel 3.322, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand, terreininrichting of andere hulpconstructie die functioneel is voor bouw-, onderhouds- of sloopwerkzaamheden, tijdelijke werkzaamheden in de grond-, weg- of waterbouw of werkzaamheden met een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in, bij plaatsing op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop die werkzaamheden worden verricht; of r. een ander bouwwerk in voor- of achtererfgebied, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 1 m; en 2°. 2 de oppervlakte niet meer dan 2 m. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.15f. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 (inperking vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken vanwege cultureel erfgoed)#
Artikel 2.30 (inperking vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken vanwege cultureel erfgoed) 1 artikel 2.29, onder a Op een omgevingsplanactiviteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen, van toepassing. 2 artikel 2.29 Op een omgevingsplanactiviteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument zijn alleen de volgende onderdelen vanvan toepassing: a. artikel 2.29, onder a , voor zover ook kleur en materiaalsoort van het bouwwerk niet wijzigen; en b. artikel 2.29, onder b, c, f, h, i, k, l, p, onder 2° tot en met 8°, q en r . 3 Op een omgevingsplanactiviteit die wordt verricht op een locatie waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is van toepassing: a. artikel 2.29, onder a , alleen voor zover ook kleur en materiaalsoort van het bouwwerk niet wijzigen; en b. artikel 2.29, onder b tot en met r , alleen voor zover het gaat om: 1°. inpandige wijzigingen; 2°. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 3°. een bouwwerk op gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of 4°. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 (drijvende bouwwerken)#
Artikel 2.31 (drijvende bouwwerken) hoofdstukken 3 tot en met 5 artikel 3.5 Op een drijvend bouwwerk met een woonfunctie dat door functiewijziging van een schip is ontstaan zijn de, met uitzondering van, niet van toepassing. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 2.16.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 3.1 (toepassingsbereik: activiteiten) Dit hoofdstuk is van toepassing op het in stand houden van een bestaand bouwwerk. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 3.2 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. duurzaamheid en bruikbaarheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 3.3 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door de eigenaar van het bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 (toepassingsbereik: aansturingsartikel niet van toepassing)#
Artikel 3.4 (toepassingsbereik: aansturingsartikel niet van toepassing) artikelen 3.11 3.30 3.36 3.42 3.114 In dit hoofdstuk is een aansturingsartikel niet van toepassing op een gebruiksfunctie waarvoor geen regel is opgenomen in de tabel van dat aansturingsartikel. Dit geldt niet voor de,,,en. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 (specifieke zorgplicht: bestaande bouwwerken)#
Artikel 3.5 (specifieke zorgplicht: bestaande bouwwerken) Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het bouwwerk tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 (onderzoeksplicht)#
Artikel 3.6 (onderzoeksplicht) De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk is verplicht onderzoek te doen naar de staat van dat bouwwerk als het behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie bouwwerken waarvan redelijkerwijs is komen vast te staan dat die een gevaar voor de gezondheid of veiligheid kunnen opleveren. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.6a — Artikel 3.6a (periodieke beoordeling)#
Artikel 3.6a (periodieke beoordeling) De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk is verplicht periodiek een beoordeling te doen van de constructieve veiligheid van dat bouwwerk als het behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie bouwwerken. 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 (maatwerkvoorschriften)#
Artikel 3.7 (maatwerkvoorschriften) 1 artikel 3.5 afdelingen 3.2 tot en met 3.7 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld overen de, met uitzondering van bepalingen over meet- of rekenmethoden. 2 afdelingen 3.2 tot en met 3.7 hoofdstuk 4 Een maatwerkvoorschrift over dekan alleen inhouden het opleggen van een plicht tot het treffen van voorzieningen om de staat van een bouwwerk op een niveau te brengen dat hoger is dan het niveau van de regels in dit hoofdstuk, maar niet hoger dan het niveau van de regels in. Het maatwerkvoorschrift wordt alleen gesteld als het treffen van die voorzieningen naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is. 3 artikelen 3.86 3.87c 3.130 3.132 In afwijking van het tweede lid kan een maatwerkvoorschrift als bedoeld in de,enalleen het bepaalde in die artikelen inhouden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.8 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is bestand tegen krachten die tijdens het beoogde gebruik op het bouwwerk worden uitgeoefend. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.8 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.8 gebruiksfunctie leden van toepassing fundamentele belastingscombinaties bepalingsmethode niet-bezwijken artikel 3.9 3.10 lid * 1 2 1 Woonfunctie a. in een woongebouw * 1 – b. andere woonfunctie * 1 2 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw * 1 – b. andere logiesfunctie * 1 2 Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties * 1 – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 (fundamentele belastingscombinaties)#
Artikel 3.9 (fundamentele belastingscombinaties) Een bouwconstructie bezwijkt niet gedurende de in NEN 8700 bedoelde restlevensduur bij de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in NEN 8700. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 (bepalingsmethode niet-bezwijken)#
Artikel 3.10 (bepalingsmethode niet-bezwijken) 1 artikel 3.9 Het niet-bezwijken, bedoeld in, wordt bepaald volgens NEN 8700. 2 artikel 3.9 Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen woonfunctie of logiesfunctie kan bij het bepalen van het niet-bezwijken, bedoeld in, rekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.11 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is bestand tegen brand zodat geen sprake zal zijn van instorting die een gevaar oplevert voor het vluchten of voor hulpverlening bij brand, gedurende een redelijke tijd. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.11 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.11 gebruiksfunctie leden van toepassing tijdsduur niet-bezwijken bepalingsmethode niet- bezwijken artikel 3.12 3.13 lid 1 2 3 4 5 6 1 2 1 Woonfunctie 1 2 – – – – 1 2 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – – – 1 2 3 Celfunctie 1 – – 4 – – 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – – 4 – – 1 2 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – – – 1 2 5 Industriefunctie 1 – 3 – – – 1 2 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – – – 1 2 7 Logiesfunctie 1 – – 4 – – 1 2 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 – – – 1 2 9 Sportfunctie 1 – 3 – – – 1 2 10 Winkelfunctie 1 – 3 – – – 1 2 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer 1 – 3 – – – 1 2 b andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – – – 5 – 1 2 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – 6 1 2 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 (tijdsduur niet-bezwijken)#
Artikel 3.12 (tijdsduur niet-bezwijken) 1 Een vloer, trap of hellingbaan, waarover of waaronder een beschermde route voert, bezwijkt niet binnen 20 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die beschermde route niet ligt. 2 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 3.12a aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Dit is niet van toepassing op een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 3.12a brandwerendheid met betrekking tot bezwijken Woonfunctie tijdsduur in minuten Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau 30 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 60 3 Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 30 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 4 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 3.12b genoemde tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Tabel 3.12b brandwerendheid met betrekking tot bezwijken Andere gebruiksfunctie dan een woonfunctie tijdsduur in minuten Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau 30 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 60 5 Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 30 minuten, en voor zover deze onder open water ligt, niet binnen 60 minuten bij brand in de tunnel. 6 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen een tijdsduur die afhankelijk van de bestemming en inrichting van het bouwwerk redelijkerwijs nodig is om het bouwwerk bij brand te kunnen verlaten en te doorzoeken, door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 (bepalingsmethode niet-bezwijken)#
Artikel 3.13 (bepalingsmethode niet-bezwijken) 1 artikel 3.12 Bij het bepalen van het niet-bezwijken van een bouwconstructie, bedoeld in, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand. 2 artikel 3.12 De tijdsduur van het niet-bezwijken, bedoeld in, wordt bepaald volgens: a. NEN 8700; of b. NEN 6069. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.14 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het door personen vallen van de rand van een vloer, een trap en een hellingbaan, zo veel mogelijk wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.14 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.14 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aanwezigheid afscheiding hoogte afscheiding openingen afscheiding openingen afscheiding artikel 3.15 3.16 3.17 3.17 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 1 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 4 – 1 2 3 4 1 2 0,2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 0,1 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 – 2 – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 3 4 5 1 2 3 4 – 2 – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 (aanwezigheid afscheiding)#
Artikel 3.15 (aanwezigheid afscheiding) 1 Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een afscheiding als die rand meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. 2 Een trap heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een afscheiding. 3 Een hellingbaan heeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een afscheiding. 4 Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap; of b. een hellingbaan. 5 Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron; en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van een vloer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 (hoogte afscheiding)#
Artikel 3.16 (hoogte afscheiding) 1 artikel 3.15, eerste lid Een vloerafscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer. 2 artikel 3.15, eerste lid In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer. 3 In afwijking van het eerste lid heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, als de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is. 4 artikel 3.15, tweede en derde lid Een afscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 (openingen afscheiding)#
Artikel 3.17 (openingen afscheiding) 1 artikel 3.15 tabel 3.14 Een afscheiding als bedoeld inheeft tot een hoogte van 0,6 m boven de vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de inaangegeven waarde. 2 artikel 3.15 De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in, is niet groter dan 0,1 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.18 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft op een vluchtroute voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 (voorziening bij hoogteverschil)#
Artikel 3.19 (voorziening bij hoogteverschil) 1 Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. Dit geldt ook voor een hoogteverschil tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein. 2 Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 (afmetingen trap)#
Artikel 3.20 (afmetingen trap) artikel 3.19 Een trap als bedoeld involdoet aan de in tabel 3.20 aangegeven afmetingen. Tabel 3.20 afmetingen van een trap Minimum breedte van de trap 0,7 m Minimum vrije hoogte boven de trap 1,9 m Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,13 m Maximum hoogte van een optrede 0,22 m Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap 0,2 m 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 (trapbordes)#
Artikel 3.21 (trapbordes) artikel 3.19 Een trap als bedoeld insluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.22 — Artikel 3.22 (leuning)#
Artikel 3.22 (leuning) artikel 3.19 Een trap als bedoeld inwaarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3, heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.23 — Artikel 3.23 (afmetingen hellingbaan)#
Artikel 3.23 (afmetingen hellingbaan) artikel 3.19 Een hellingbaan als bedoeld inheeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.24 — Artikel 3.24 (hellingbaanbordes)#
Artikel 3.24 (hellingbaanbordes) artikel 3.19 Een hellingbaan als bedoeld insluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.25 — Artikel 3.25 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.25 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen gevaar veroorzaken bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regel in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.26 — Artikel 3.26 (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone)#
Artikel 3.26 (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone) 1 Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg. 2 2 Het eerste lid geldt niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.27 — Artikel 3.27 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.27 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.28 — Artikel 3.28 (stookplaats)#
Artikel 3.28 (stookplaats) 1 Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, als: a. 2 op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m; of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 2 fl Bij toepassing van het eerste lid kan in plaats van onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, worden uitgegaan van brandklasse A1, of A1, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.29 — Artikel 3.29 (rookgasafvoer)#
Artikel 3.29 (rookgasafvoer) 1 Materiaal van een voorziening voor de afvoer van rookgas en materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, waarin een volgens NEN 8062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 90 °C: a. voldoet aan brandklasse A1 volgens NEN-EN 13501-1; of b. is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een samenstel van een voorziening voor de afvoer van rookgas en materiaal in de nabijheid daarvan dat voldoet aan NEN 6062. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.30 — Artikel 3.30 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.30 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.30 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.30 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden zijde grenzend aan de binnenlucht buitenlucht binnenoppervlak buitenoppervlak beloopbaar vlak vrijgestelde oppervlakte toepassing Euroklassen extra beschermde vluchtroute beschermde route overig extra beschermde vluchtroute beschermde route overig artikel 3.31 3.32 3.33 3.34 3.35 3.31 3.32 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 1 2 3 1 2 * 1 1 [brandklasse] [brandklasse] 1 Woonfunctie a in een woongebouw 1 2 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 2 4 b andere woonfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 3 Celfunctie 1 – 3 4 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 1 1 4 1 1 4 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 4 4 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 5 Industriefunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 2 4 2 4 4 b andere logiesfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 9 Sportfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 10 Winkelfunctie 1 – 3 – 5 1 2 3 1 2 3 1 – * 2 4 4 2 4 4 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer – – 3 – – 1 2 3 1 2 3 – 2 * – – – 2 4 4 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – 1 2 3 1 2 3 – 2 * – – – 2 4 4 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.31 — Artikel 3.31 (binnenoppervlak)#
Artikel 3.31 (binnenoppervlak) 1 tabel 3.30 -1 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de inaangegeven brandklasse en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m. 2 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een beschermde route voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 3 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 4 -1 In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een celeenheid een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m. 5 In afwijking van het eerste lid voldoet het beweegbare deel van een deur in een inwendige scheidingsconstructie op een route tussen: aan brandklasse 4, bepaald volgens NEN 6065. a. een gebruiksgebied, een toiletruimte of een badruimte en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert; en b. een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte; 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.32 — Artikel 3.32 (buitenoppervlak)#
Artikel 3.32 (buitenoppervlak) 1 tabel 3.30 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de inaangegeven brandklasse. 2 In afwijking van het eerste lid hebben een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan brandklasse 4. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.33 — Artikel 3.33 (beloopbaar vlak)#
Artikel 3.33 (beloopbaar vlak) 1 artikel 3.31 -1 In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m. 2 artikel 3.32 In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan waarover een extra beschermde vluchtroute voert een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T1. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.34 — Artikel 3.34 (vrijgestelde oppervlakte)#
Artikel 3.34 (vrijgestelde oppervlakte) 1 artikelen 3.31 tot en met 3.33 Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens deeen eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2 artikelen 3.31 tot en met 3.33 Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens deeen eis geldt, die eis niet van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.35 — Artikel 3.35 (toepassing Euroklassen)#
Artikel 3.35 (toepassing Euroklassen) artikelen 3.31 tot en met 3.33 Bij toepassing van dekan in plaats van: a. brandklasse 1, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; b. brandklasse 2, bepaald volgens NEN 6065, in een besloten ruimte worden uitgegaan van brandklasse B en in een niet-besloten ruimte van brandklasse C, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; c. brandklasse 3, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse C, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; d. brandklasse 4, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; e. fl brandklasse T1, bepaald volgens NEN 1775, worden uitgegaan van brandklasse C, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; f. fl brandklasse T3, bepaald volgens NEN 1775, worden uitgegaan van brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en g. -1 -1 een rookproductie met een rookdichtheid van ten hoogste 10 mof 5,4 m, bepaald volgens NEN 6066, worden uitgegaan van rookklasse s2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.36 — Artikel 3.36 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.36 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand: a. naar bouwwerken op andere percelen beperkt blijft; en b. geen gevaar oplevert voor het vluchten en hulpverlening bij brand. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.36 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.36 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden brandcompartiment: ligging brandcompartiment: omvang opvangcompartiment wbdbo: niveau van eisen wbdbo: bepalingsmethode brandcompartiment: omvang artikel 3.37 3.38 3.39 3.40 3.41 3.38 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 1 2 1 2 1 2 [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 – – – – – – – 2 – – – – – – – – – 2 1 2 – b andere woonfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – 5 6 7 – – – 1 – 1 2 2.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 – 1 2 2.000 3 Celfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – 1 – 1 – 1 2 2.000 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – 2 1 – 1 2 2.000 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 – 1 2 2.000 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor het houden van dieren 1 – 3 4 5 6 7 1 – 3 – – – 7 – – – 1 – 1 2 3.000 b andere lichte industriefunctie 1 – 3 4 5 6 7 1 – 3 – – – – – – – 1 – 1 2 3.000 c andere industriefunctie 1 – 3 4 5 – – 1 – 3 – – – – – – – 1 – 1 2 3.000 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 – 1 2 2.000 7 Logiesfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 – 1 2 1.000 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 – 1 2 3.000 9 Sportfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 1 – 1 2 3.000 10 Winkelfunctie 1 – 3 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 – 1 2 2.000 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 3 4 5 6 – 1 – 3 – – – 7 8 – – 1 – 1 2 3.000 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 – – – – – – – 4 – – – – – – 1 – 1 2 – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.37 — Artikel 3.37 (brandcompartiment: ligging)#
Artikel 3.37 (brandcompartiment: ligging) 1 Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; c. -1 een liftschacht, als de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 2 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m, of aan brandklasse B en rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en d. 2 een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m, niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW. 2 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. 3 In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. 4 Een niet-besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. 5 2 2 Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie of gebruiksfuncties van dezelfde soort, met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 3.000 men een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 6 2 Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie of gebruiksfuncties van dezelfde soort, met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m. 7 2 Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een permanente vuurbelasting niet groter dan 200 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.38 — Artikel 3.38 (brandcompartiment: omvang)#
Artikel 3.38 (brandcompartiment: omvang) 1 tabel 3.36 Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de inaangegeven oppervlakte. 2 2 In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevengebruiksfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m. 3 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een bouwwerkperceel. 4 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 5 In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. 6 In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan, als dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is. 7 2 Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 mis een afzonderlijk brandcompartiment. 8 2 Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 mis het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevengebruiksfuncties. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.39 — Artikel 3.39 (opvangcompartiment)#
Artikel 3.39 (opvangcompartiment) 1 artikel 3.38, eerste lid 2 In afwijking van, is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer celeenheden ten hoogste 1.000 men niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. 2 Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.40 — Artikel 3.40 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen)#
Artikel 3.40 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen) 1 De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is ten minste 20 minuten. 2 De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 20 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.41 — Artikel 3.41 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode)#
Artikel 3.41 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode) 1 artikel 3.40 De inbedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag wordt bepaald volgens NEN 6068. 2 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere bouwwerkperceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Als het bouwwerkperceel grenst aan: vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. a. een openbare weg; b. openbaar water; c. openbaar groen; of d. een perceel daarvan dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen; 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.42 — Artikel 3.42 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.42 (aansturingsartikel) 1 paragraaf 3.2.8 Een bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand en verspreiding van rook in verdergaande mate wordt beperkt dan bepaald inzodat veilig kan worden gevlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.42 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.42 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: omvang subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang beschermd subbrandcompartiment: wbdbo beschermd subbrandcompartiment: omvang artikel 3.43 3.44 3.45 3.46 3.47 3.45 lid 1 2 3 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 * 1 2 1 2 [m] 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 1.000 m 1 2 3 1 – – – 1 2 – – – – – * 1 – 200 b woonwagen 1 2 – – – – – – – – – – – – * – – – c andere woonfunctie 1 2 3 1 – – – 1 – – – – – – * 1 – 1.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 3 – – – 3 – – – – * 1 2 – 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 2 – – – – – 4 5 – – * 1 2 – b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 5 Industriefunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 7 Logiesfunctie 1 2 3 – – – 4 1 – – – – 6 7 * 1 – 1.000 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 – – – – – – – – – – – * – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.43 — Artikel 3.43 (subbrandcompartiment: ligging)#
Artikel 3.43 (subbrandcompartiment: ligging) 1 Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of ruimten waardoor een beschermde route voert. 2 Een beschermde route ligt niet in het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint. 3 In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen als: a. artikel 3.31 constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen diestelt aan constructieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde route voert; en b. artikel 6.14 aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen diestelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde route voert. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.44 — Artikel 3.44 (beschermd subbrandcompartiment: ligging)#
Artikel 3.44 (beschermd subbrandcompartiment: ligging) 1 Een verblijfsruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2 Een bedruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 3 Een celeenheid ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 4 Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.45 — Artikel 3.45 (beschermd subbrandcompartiment: omvang)#
Artikel 3.45 (beschermd subbrandcompartiment: omvang) 1 tabel 3.42 Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de inaangegeven oppervlakte. 2 2 In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met alleen gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 3 Een celeenheid is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 4 2 Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat alleen een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 5 2 2 Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vierde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten, heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 mzonder bewaking en ten hoogste 1.000 mbij permanente bewaking. 6 Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 7 Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.46 — Artikel 3.46 (subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang)#
Artikel 3.46 (subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang) De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.47 — Artikel 3.47 (beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)#
Artikel 3.47 (beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) 1 artikel 3.44 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld innaar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten. 2 2 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, bedoeld in het eerste lid, blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 mbij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.48 — Artikel 3.48 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.48 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.48 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.48 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment beschermde route extra beschermde vluchtroute veiligheidsroute tweede vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment artikel 3.49 3.50 3.51 3.52 3.53 3.54 3.50 lid 1 2 3 4 1 2 3 1 2 1 2 3 1 2 1 2 3 1 [m] 1 Woonfunctie 1 – – – 1 – – 1 – 1 – – 1 – 1 2 3 45 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 60 3 Celfunctie – 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 5 Industriefunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 6 Kantoorfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 7 Logiesfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 8 Onderwijsfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 60 9 Sportfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 10 Winkelfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – – 1 – 3 – 2 – 2 3 – 2 1 2 3 75 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – 3 – – 2 – 1 – – – – – – – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – – 4 – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.49 — Artikel 3.49 (vluchtroute)#
Artikel 3.49 (vluchtroute) 1 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 2 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevengebruiksfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment. 3 Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de buiten de wegtunnel gelegen openbare weg. 4 Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft, afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat bij brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.50 — Artikel 3.50 (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment)#
Artikel 3.50 (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment) 1 tabel 3.48 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de inaangegeven afstand. 2 De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. 3 Een subbrandcompartiment en een daarin gelegen verblijfsruimte voor meer dan 225 personen hebben ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.51 — Artikel 3.51 (beschermde route)#
Artikel 3.51 (beschermde route) 1 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2 Een vluchtroute waarop ten hoogste 60 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.52 — Artikel 3.52 (extra beschermde vluchtroute)#
Artikel 3.52 (extra beschermde vluchtroute) 1 2 Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 500 maan woonfuncties is aangewezen, is een extra beschermde vluchtroute. 2 Een vluchtroute waarop meer dan 60 en ten hoogste 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij dat compartiment rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 3 Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.53 — Artikel 3.53 (veiligheidsroute)#
Artikel 3.53 (veiligheidsroute) 1 2 Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 maan woonfuncties is aangewezen, is een veiligheidsroute. 2 Een vluchtroute waarop meer dan 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsroute, tenzij dat compartiment rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.54 — Artikel 3.54 (tweede vluchtroute)#
Artikel 3.54 (tweede vluchtroute) 1 artikelen 3.51 3.52, eerste en tweede lid 3.53 Als op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint, zijn de,, enniet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren als: a. de ruimte grenst aan de uitgang van het subbrandcompartiment; b. de vluchtroutes in de ruimte naar verschillende uitgangen voeren; en c. als de ruimte een besloten ruimte is, de loopafstand in die ruimte gemeten over beide vluchtroutes ten hoogste 30 m is en ten hoogste 70 m als de vluchtroutes in die ruimte beschermde routes zijn. 3 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsroute is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.55 — Artikel 3.55 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.55 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft vluchtroutes met een zodanige inrichting dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.55 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.55 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang inrichting vluchtroute: wbdbo inrichting vluchtroute: permanente vuurbelasting inrichting vluchtroute: vrije doorgang inrichting vluchtroute: niet- besloten ruimte breedte hoogte artikel 3.56 3.57 3.58 3.59 3.60 3.59 lid * * * 1 2 * 1 [m] [m] 1 Woonfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 2 Bijeenkomstfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 3 Celfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied * * * 1 2 * 0,5 1,7 b andere gezondheidszorgfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 5 Industriefunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 6 Kantoorfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 7 Logiesfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 8 Onderwijsfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 9 Sportfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 10 Winkelfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 11 Overige gebruiksfunctie * * * 1 – * 0,5 1,7 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m * – * 1 – * 0,7 1,9 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – * – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.56 — Artikel 3.56 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang)#
Artikel 3.56 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang) De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang tussen een besloten ruimte waardoor een beschermde route of extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.57 — Artikel 3.57 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)#
Artikel 3.57 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) artikel 3.54, eerste lid Tussen de verschillende ruimten, bedoeld in, is een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 20 minuten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.58 — Artikel 3.58 (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast)#
Artikel 3.58 (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast) Het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurlast en de netto-vloeroppervlakte van een ruimte waardoor een veiligheidsroute voert is per bouwlaag ten hoogste 7.000 MJ. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.59 — Artikel 3.59 (inrichting vluchtroute: vrije doorgang)#
Artikel 3.59 (inrichting vluchtroute: vrije doorgang) 1 tabel 3.55 Een ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een vrije doorgang met ten minste de inaangegeven breedte en hoogte. 2 artikel 3.39, tweede lid Een ruimte waardoor een vluchtroute voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze vluchtroute voert niet over een trap of door een liftkooi. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.60 — Artikel 3.60 (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte)#
Artikel 3.60 (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte) Een niet-besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand kan worden gebruikt om te vluchten en voor het verrichten van reddings- en bluswerkzaamheden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.61 — Artikel 3.61 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.61 (aansturingsartikel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regel in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.62 — Artikel 3.62 (hulppost wegtunnel)#
Artikel 3.62 (hulppost wegtunnel) Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die alleen voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.63 — Artikel 3.63 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.63 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft scheidingsconstructies waarmee de vorming van allergenen door vocht in verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.63 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.63 gebruiksfunctie leden van toepassing wering van vocht van buiten wateropname artikel 3.64 3.65 lid 1 2 3 * 1 Woonfunctie 1 2 3 * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 * 3 Celfunctie 1 2 3 * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 * 5 Industriefunctie – – – * 6 Kantoorfunctie 1 2 3 * 7 Logiesfunctie 1 2 3 * 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 * 9 Sportfunctie 1 2 3 * 10 Winkelfunctie 1 2 3 * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.64 — Artikel 3.64 (wering van vocht van buiten)#
Artikel 3.64 (wering van vocht van buiten) 1 Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in de verblijfsruimte, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 3 Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een andere verblijfsruimte, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.65 — Artikel 3.65 (wateropname)#
Artikel 3.65 (wateropname) 2 ½ 2 ½ Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0,01 kg/(m.s) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m.s). 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.66 — Artikel 3.66 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.66 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voorziening voor luchtverversing waarmee het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.66 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.66 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte luchtverversing overige ruimten verdunning en plaats van de opening luchtkwaliteit: toevoer van ventilatielucht luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht luchtverversing verblijfsruimte artikel 3.67 3.68 3.69 3.70 3.71 3.67 lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 * 1 2 3 1 2 3 4 2 3 dm/sec per persoon 1 Woonfunctie 1 – 3 4 5 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 – 2 Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 b. voor alcoholgebruik – 2 3 – – 6 7 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 2,12 c. overige bijeenkomstfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 2,12 3 Celfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 a. verblijfsruimte van een celeenheid 6,40 b. andere verblijfsruimte 3,44 4 Gezondheidszorgfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 5 Industriefunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 6 Kantoorfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 7 Logiesfunctie – 2 3 4 – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 6,40 8 Onderwijsfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 9 Sportfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 3,44 10 Winkelfunctie – 2 3 – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 2,12 11 Overige gebruiksfunctie a. voor het stallen van motorvoertuigen – – – – – 6 – 1 2 – 4 – * 1 2 – 1 2 – 4 – b. overig bouwwerk geen gebouw zijnde andere overige gebruiksfunctie – – – – – 6 – 1 2 3 – – – 1 2 – 1 2 – 4 – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – – – – – – 5 – – – 3 – – 3 – – b. andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer – – – – – – – – – – – 5 – – – – – – – – – c. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 1 2 3 – – – 1 – – 1 – – – – 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 3.67 — Artikel 3.67 (luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte)#
Artikel 3.67 (luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) 1 3 2 3 Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm/s per mvloeroppervlakte, met een minimum van 7 dm/s. 2 tabel 3.66 Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de inaangegeven capaciteit per persoon. 3 Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel of met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open verbrandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. 4 Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsruimte heeft een capaciteit die ten minste voldoet aan de hoogste waarde die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor een op die voorziening aangewezen verblijfsruimte. 5 Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied dat bestaat uit meer dan een gemeenschappelijke verblijfsruimte heeft, in afwijking van het vierde lid, een capaciteit die ten minste voldoet aan de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor de op die voorziening aangewezen verblijfsruimten. 6 Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste: a. 3 7 dm/s bij een toiletruimte; en b. 3 14 dm/s bij een badruimte. 7 3 2 Onverminderd het tweede lid heeft een verblijfsruimte een voorziening voor luchtverversing met een mechanische aan- of afvoer met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,8 dm/s per mvloeroppervlakte. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 3.68 — Artikel 3.68 (luchtverversing overige ruimten)#
Artikel 3.68 (luchtverversing overige ruimten) 1 3 2 3 Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm/s. 2 3 2 Een liftschacht heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm/s per mvloeroppervlakte van die liftschacht. 3 2 2 2 Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 mheeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm³/s per mvloeroppervlakte van die ruimte, of een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 100 dm³/s als de ruimte groter is dan 10 m. 4 3 2 Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 5 Een tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de voorziening een mechanische voorziening voor luchtverversing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.69 — Artikel 3.69 (luchtkwaliteit: plaats van de uitmonding)#
Artikel 3.69 (luchtkwaliteit: plaats van de uitmonding) Bij een voorziening voor mechanische ventilatie van een stallingruimte voor motorvoertuigen met ten minste 20 parkeerplaatsen: a. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw ligt met een hoogste daklijn die meer dan 5 m boven het straatniveau ligt, ten minste 1 m boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en b. is de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste 10 m/s. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.70 — Artikel 3.70 (luchtkwaliteit: toevoer van ventilatielucht)#
Artikel 3.70 (luchtkwaliteit: toevoer van ventilatielucht) 1 De toevoer van verse lucht naar een liftschacht voor een brandweerlift vindt rechtstreeks van buiten of via de liftmachineruimte van buiten plaats. 2 De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats. 3 Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten plaats. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.71 — Artikel 3.71 (luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht)#
Artikel 3.71 (luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht) 1 De afvoer van binnenlucht uit een liftschacht voor een brandweerlift vindt rechtstreeks naar buiten of via de liftmachineruimte naar buiten plaats. 2 De afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats uit: a. een toiletruimte; b. een badruimte; en c. een opslagruimte voor huishoudelijk afval. 3 De afvoer van binnenlucht uit een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 4 Ten minste 21 dm³/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.72 — Artikel 3.72 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.72 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.72 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.72 gebruiksfunctie leden van toepassing capaciteit spuivoorziening artikel 3.73 lid 1 2 3 1 Woonfunctie 1 2 3 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 – 3 b andere bijeenkomstfunctie – – – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.73 — Artikel 3.73 (capaciteit spuivoorziening)#
Artikel 3.73 (capaciteit spuivoorziening) 1 2 Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm³/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een gemeenschappelijke verblijfsruimte. 3 artikel 3.67 De in het eerste lid bedoelde capaciteit kan worden gerealiseerd met de inbedoelde voorziening voor luchtverversing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.74 — Artikel 3.74 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.74 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, waarmee een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.74 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.74 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid capaciteit: afvoer van rookgas capaciteit: toevoer van verbrandingslucht rookdoorlatendheid artikel 3.75 3.76 3.77 3.78 lid 1 2 1 2 3 4 1 2 3 * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 1 2 3 4 1 2 3 * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.75 — Artikel 3.75 (aanwezigheid)#
Artikel 3.75 (aanwezigheid) 1 Een ruimte met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Dit is niet van toepassing op een verblijfsruimte met een of meer kook- of warmwatertoestellen met open verbranding met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW per toestel. 2 Een open verbrandingstoestel is niet opgesteld in een toiletruimte of badruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.76 — Artikel 3.76 (capaciteit: afvoer van rookgas)#
Artikel 3.76 (capaciteit: afvoer van rookgas) 1 Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde afvoercapaciteit. 2 Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. 3 Een combinatie van een voorziening voor de afvoer van rookgas met een voorziening voor de afvoer van binnenlucht heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die gelijk is aan de hoogste waarde die geldt voor de afzonderlijke voorzieningen. 4 Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 8757, vanaf een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rookgas. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.77 — Artikel 3.77 (capaciteit: toevoer van verbrandingslucht)#
Artikel 3.77 (capaciteit: toevoer van verbrandingslucht) 1 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde capaciteit. 2 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. 3 De richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar een verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.78 — Artikel 3.78 (rookdoorlatendheid)#
Artikel 3.78 (rookdoorlatendheid) -3 3 2 Het inwendig oppervlak van een overdrukvoorziening voor de afvoer van rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 8757 bepaalde doorlatendheid die bij een drukverschil van 200 Pa niet groter is dan 0,006 x 10m/s per m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.79 — Artikel 3.79 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.79 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.79 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.79 gebruiksfunctie leden van toepassing openingen artikel 3.80 lid 1 2 1 Woonfunctie 1 2 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 Celfunctie 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 5 Industriefunctie – – 6 Kantoorfunctie 1 2 7 Logiesfunctie 1 2 8 Onderwijsfunctie 1 2 9 Sportfunctie 1 2 10 Winkelfunctie 1 2 11 Overige gebruiksfunctie – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.80 — Artikel 3.80 (openingen)#
Artikel 3.80 (openingen) 1 Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit is niet van toepassing op een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een voorziening voor luchtverversing; b. een afvoervoorziening voor rookgas; en c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2 afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor op grond vanbeschermde diersoorten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.81 — Artikel 3.81 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.81 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.81 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.81 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte artikel 3.82 3.82 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 [m] 1 Woonfunctie 1 2 – – – – – 8 0,5 2 Bijeenkomstfunctie a kinderopvang 1 2 3 4 – – – 8 0,5 b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – 5 – – 8 0,15 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – 6 – 8 0,5 5 Industriefunctie – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – 8 0,5 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – 7 8 0,5 9 Sportfunctie – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.82 — Artikel 3.82 (daglichtoppervlakte)#
Artikel 3.82 (daglichtoppervlakte) 1 tabel 3.81 Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de inaangegeven oppervlakte. 2 Bij het bepalen van het equivalente daglichtoppervlakte: a. blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing; b. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen buiten beschouwing, waarbij, als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen; en c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 25°. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking. 4 Het eerste lid geldt niet voor een bedruimte. 5 In afwijking van het eerste en tweede lid kan in een celeenheid of andere ruimte voor het insluiten van personen worden volstaan met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus. 6 Het eerste lid geldt alleen voor een bedruimte. 7 2 Het eerste lid geldt niet voor een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m. 8 artikel 4.147 Als de op grond van het eerste tot en met zevende lid vereiste equivalente daglichtoppervlakte groter is dan de met toepassing vanvastgestelde ten minste aan te houden equivalente daglichtoppervlakte, kan in plaats van het eerste tot en met de zevende lid artikel 4.147 worden toegepast. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.83 — Artikel 3.83 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.83 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voldoende energieprestatie. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.83 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.83 gebruiksfunctie leden van toepassing maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik gegevens en bescheiden maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik overgangsrecht maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik afbakening maatwerkvoorschriften maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik labelverplichting kantoorgebouw uitzondering labelverplichting kantoorgebouw artikel 3.84 3.84a 3.84b 3.86 3.87 3.87a lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 * * 1 2 3 4 5 6 * 1 Woonfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 * * – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 * * 1 2 3 4 5 6 * 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 * * – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 * * – – – 4 – – – 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.84 — Artikel 3.84 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 3.84 (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 Aan een gebruiksfunctie worden alle maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar getroffen. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde maatregelen worden verstaan: a. energiebesparende maatregelen; b. maatregelen voor het jaarlijks produceren van hernieuwbare energie op of aan de gebruiksfunctie tot ten hoogste het jaarlijks energiegebruik van de energiedrager van de gebruiksfunctie; en c. maatregelen voor het vervangen van een energiedrager die leiden tot een lagere emissie van kooldioxide. 3 Het eerste lid is niet van toepassing als: a. 3 het energiegebruik van de gebruiksfunctie in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 maardgasequivalenten; b. artikel 6.28, aanhef en onder e, f, of h , van dit besluit van toepassing is; of c. voor de gebruiksfunctie alleen gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie die wordt opgewekt op of aan de gebruiksfunctie, of deze hernieuwbare energie met overeenkomstige toepassing van NTA 8800 is toe te rekenen aan de gebruiksfunctie. 4 paragraaf 5.4.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving Het energiegebruik van de gebruiksfunctie, bedoeld in het derde lid, onder a, en het energiegebruik van de energiedrager van de gebruiksfunctie, bedoeld in het tweede lid, onder b, omvatten het totale energiegebruik van de milieubelastende activiteit waarop de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in, van toepassing zijn. 5 Aan het eerste lid is in ieder geval voldaan als voor de gebruiksfunctie alle van toepassing zijnde bij ministeriële regeling vastgestelde maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik zijn getroffen. 6 Op het berekenen van de terugverdientijd, de emissie van kooldioxide en de aardgasequivalenten zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. 7 bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving Onder de in het eerste lid bedoelde maatregelen worden niet verstaan maatregelen voor het gebruik van rie-biomassa, bedoeld in, voor de productie van elektriciteit en laagwaardige warmte tot en met 100 °C. 8 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder hernieuwbare energie verstaan energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 272 24-07-2023 10-07-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.84a — Artikel 3.84a (gegevens en bescheiden maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 3.84a (gegevens en bescheiden maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) 1 Uiterlijk op 1 december 2023 en daarna eenmaal per vier jaar worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 3.84, eerste lid de adresgegevens van de gebruiksfunctie, bedoeld in; b. artikel 3.1 de naam en het nummer van inschrijving in het handelsregister van degene die de activiteit, bedoeld in, verricht, als diegene is ingeschreven bij het handelsregister; c. artikel 3.1 de contactgegevens van degene die de activiteit, bedoeld in, verricht; d. artikel 3.84, vijfde lid een overzicht van de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in, die zijn getroffen; e. artikel 3.84, vijfde lid een overzicht van de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in, die niet van toepassing zijn omdat een of meer van de in de ministeriële regeling aangegeven randvoorwaarden niet van toepassing zijn; f. artikel 3.84, vijfde lid als niet alle van toepassing zijnde maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in, zijn getroffen: een overzicht van de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar die zijn getroffen; en g. artikel 3.84, derde lid het energiegebruik van de gebruiksfunctie, bedoeld in, uitgedrukt in kilowattuur elektriciteit en kubieke meters aardgasequivalent en gemeten over enig kalenderjaar. 2 De gegevens en bescheiden worden verstrekt met gebruikmaking van een elektronische voorziening en een formulier die door Onze Minister voor Klimaat en Energie beschikbaar worden gesteld. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 272 24-07-2023 10-07-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.84b — Artikel 3.84b (overgangsrecht maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 3.84b (overgangsrecht maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) artikel 2.15, tweede, negende of tiende lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer Omgevingswet artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer Als voor de inwerkingtreding van dit besluit gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt als bedoeld in, blijft artikel 2.15 van dat besluit, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van devoor zover gericht op de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.15, tweede, negende of tiende lid, en de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met, zijn gesteld, tot 1 december 2027 van toepassing. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 272 24-07-2023 10-07-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.85 — Artikel 3.85 (uitvoering van aanbevelingen bij het energielabel)#
Artikel 3.85 (uitvoering van aanbevelingen bij het energielabel) Vervallen 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.86 — Artikel 3.86 (afbakening maatwerkvoorschriften maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)#
Artikel 3.86 (afbakening maatwerkvoorschriften maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik) artikel 3.84 Een maatwerkvoorschrift overkan alleen inhouden het toestaan van een gefaseerde uitvoering van de in artikel 3.84, eerste lid, bedoelde maatregelen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 272 24-07-2023 10-07-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.87 — Artikel 3.87 (labelverplichting kantoorgebouw)#
Artikel 3.87 (labelverplichting kantoorgebouw) 1 artikel 6.29 2 Het is verboden om een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een geldig energielabel als bedoeld inmet een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh/m.jr, bepaald volgens NTA 8800, of met een in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestatie van C of beter, die daarin op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels is omgezet. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties kleiner dan 50% van de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m². 4 Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw: a. dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen; b. dat een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is; c. dat wordt gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; d. dat ten hoogste twee jaar wordt gebruikt; e. 2 dat een alleenstaand gebouw is met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m; en f. 11.7, eerste lid, onder a, van de wet dat bij minnelijke verwerving als bedoeld in, wordt verkregen en voor de uitvoering van het werk waarmee die verkrijging verband houdt zal worden gesloopt. 5 Als de maatregelen die nodig zijn om de in het eerste lid bedoelde energieprestatie te realiseren een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, kan worden volstaan met het treffen van de maatregelen met een terugverdientijd tot en met 10 jaar en de daarbij behorende energieprestatie. 6 Op het berekenen van de terugverdientijd, bedoeld in het vijfde lid, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.87a — Artikel 3.87a (uitzondering labelverplichting kantoorgebouw)#
Artikel 3.87a (uitzondering labelverplichting kantoorgebouw) Artikel 3.87, eerste lid artikel 2.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen , is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een geldig energielabel als bedoeld inzoals dat gold op 31 december 2020, met een energie-index van 1,3 of beter. 2020 454 17-11-2020 04-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.87aa — Artikel 3.87aa (aansturingsartikel)#
Artikel 3.87aa (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 3.87b — Artikel 3.87b (laadpunt voor elektrische voertuigen)#
Artikel 3.87b (laadpunt voor elektrische voertuigen) 1 Een gebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan 20 parkeervakken, heeft ten minste één laadpunt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen; b. een gebouw met een of meer woonfuncties; en c. een gebouw met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw. 3 Een laadpunt is geschikt voor slim laden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.87c — Artikel 3.87c (afbakening maatwerkvoorschriften laadpunt voor elektrische voertuigen)#
Artikel 3.87c (afbakening maatwerkvoorschriften laadpunt voor elektrische voertuigen) artikel 3.87b Een maatwerkvoorschrift overkan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.88 — Artikel 3.88 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.88 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft een verblijfsgebied dat bruikbaar is voor de voor de woonfunctie kenmerkende activiteiten. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.89 — Artikel 3.89 (aanwezigheid niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied)#
Artikel 3.89 (aanwezigheid niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied) 2 Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 maan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.90 — Artikel 3.90 (afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte)#
Artikel 3.90 (afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte) 1 2 In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 men een breedte van ten minste 2,4 m. 2 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.91 — Artikel 3.91 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.91 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft voldoende toiletruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.92 — Artikel 3.92 (aanwezigheid toiletruimte)#
Artikel 3.92 (aanwezigheid toiletruimte) Een woonfunctie heeft een toiletruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.93 — Artikel 3.93 (afmetingen toiletruimte)#
Artikel 3.93 (afmetingen toiletruimte) artikel 3.92 2 Een toiletruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m, met een breedte van ten minste 0,6 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.94 — Artikel 3.94 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.94 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en voor een kooktoestel. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 3.94 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.94 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid opstelplaatsen afmetingen opstelplaatsen artikel 3.95 3.96 lid * 1 2 1 Woonfunctie a voor zorg – – – b andere woonfunctie * 1 2 Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.95 — Artikel 3.95 (aanwezigheid opstelplaats)#
Artikel 3.95 (aanwezigheid opstelplaats) Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel die in een besloten ruimte liggen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.96 — Artikel 3.96 (afmetingen opstelplaats)#
Artikel 3.96 (afmetingen opstelplaats) 1 artikel 3.95 Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,4 m. 2 artikel 3.95 Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,4 m x 0,4 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.97 — Artikel 3.97 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.97 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is vanaf de openbare weg voldoende toegankelijk voor personen met een functiebeperking. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.97 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.97 gebruiksfunctie leden van toepassing bereikbaarheid van een gebouw artikel 3.98 * 1 Woonfunctie a. woonwagen – b. andere woonfunctie * 5 Industriefunctie a. lichte industriefunctie – b. andere industriefunctie * 11 Overige gebruiksfunctie – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – Alle niet hierboven genoemd gebruiksfuncties * 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.98 — Artikel 3.98 (bereikbaarheid van een gebouw)#
Artikel 3.98 (bereikbaarheid van een gebouw) Een verhard pad waarover voor personen met een functiebeperking een route loopt tussen de openbare weg en een gebouw wordt in stand gehouden als dit pad is aangelegd om te voldoen aan de eisen voor de bereikbaarheid van het gebouw die golden bij de bouw van het gebouw. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.98a — Artikel 3.98a (overgangsrecht: bereikbaarheid van een gebouw)#
Artikel 3.98a (overgangsrecht: bereikbaarheid van een gebouw) Vervallen 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.99 — Artikel 3.99 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.99 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.99 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.99 gebruiksfunctie leden van toepassing verlichting noodverlichting aansluiting op voorziening voor elektriciteit verduisterde ruimte overgangsrecht: noodverlichting artikel 3.100 3.101 3.102 3.103 3.104 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * * * 1 Woonfunctie – – – 4 – – – – – – * – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 3 Celfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – * b andere industriefunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 6 Kantoorfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * b andere logiesfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * – * 8 Onderwijsfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 9 Sportfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 10 Winkelfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * * 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer – 2 3 4 – – 2 3 – 5 * * * b voor het stallen van motorvoertuigen – 2 – 4 – – 2 3 – 5 * * * c andere overige gebruiksfunctie – – – 4 – – – – – – * * * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – 4 5 – – 3 4 5 * – * b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – 4 – – – 3 – 5 * * * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.100 — Artikel 3.100 (verlichting)#
Artikel 3.100 (verlichting) 1 Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 2 Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 3 2 Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 mheeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 4 Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer en een tredevlak gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 5 Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer en een tredevlak gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.101 — Artikel 3.101 (noodverlichting)#
Artikel 3.101 (noodverlichting) 1 Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting. 2 artikel 3.100, tweede lid Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in, heeft noodverlichting. 3 artikel 3.100, vierde lid Een besloten ruimte als bedoeld in, heeft noodverlichting. 4 Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting. 5 Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.102 — Artikel 3.102 (aansluiting op voorziening voor elektriciteit)#
Artikel 3.102 (aansluiting op voorziening voor elektriciteit) artikelen 3.100 3.101 Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in deenis aangesloten op een voorziening voor elektriciteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.103 — Artikel 3.103 (verduisterde ruimte)#
Artikel 3.103 (verduisterde ruimte) Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.104 — Artikel 3.104 (overgangsrecht: noodverlichting)#
Artikel 3.104 (overgangsrecht: noodverlichting) artikel 3.101 artikelen 2.66 2.67 van het Bouwbesluit 2003 Zolang de indeling van een bouwwerk of een gedeelte daarvan niet verandert en het aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012 voor dat bouwwerk toegestane aantal personen, blijft op dat bouwwerk of gedeeltebuiten toepassing als dat bouwwerk of dat gedeelte daarvan voldoet aan deenzoals dit luidde onmiddellijk voorafgaande aan 1 april 2012. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.105 — Artikel 3.105 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.105 (aansturingsartikel) 1 Bij een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie is die voorziening veilig zodat er geen sprake kan zijn van ongevallen zoals elektrocutie, verstikking, brandwonden of verwonding door explosies. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.106 — Artikel 3.106 (voorziening voor elektriciteit)#
Artikel 3.106 (voorziening voor elektriciteit) Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan: a. NEN 1010 bij lage spanning; en b. de door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie uitgegeven leidraad V 1041 bij hoge spanning. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.107 — Artikel 3.107 (voorziening voor gas)#
Artikel 3.107 (voorziening voor gas) Een voorziening voor gas voldoet aan: a. NEN 8078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar; en b. NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.108 — Artikel 3.108 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.108 (aansturingsartikel) 1 Bij een bouwwerk met een voorziening voor drinkwater of warmwater is die voorziening zodanig dat de gezondheid niet nadelig kan worden beïnvloed als gevolg van het vrijkomen, ontstaan of ontwikkelen van gevaarlijke stoffen of biologische agentia in drinkwater of warmwater. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.109 — Artikel 3.109 (drinkwatervoorziening)#
Artikel 3.109 (drinkwatervoorziening) Een voorziening voor drinkwater voldoet aan NEN 1006. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.110 — Artikel 3.110 (warmwatervoorziening)#
Artikel 3.110 (warmwatervoorziening) Een voorziening voor warmwater voldoet aan NEN 1006. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.111 — Artikel 3.111 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.111 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater of hemelwater dat het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.111 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.111 gebruiksfunctie leden van toepassing afvoer van huishoudelijk afvalwater afvoer van hemelwater artikel 3.112 3.113 lid 1 2 * 1 Woonfunctie 1 2 * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 * 3 Celfunctie 1 2 * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 * 5 Industriefunctie 1 2 – 6 Kantoorfunctie 1 2 * 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 * b andere logiesfunctie 1 2 – 8 Onderwijsfunctie 1 2 * 9 Sportfunctie 1 2 * 10 Winkelfunctie 1 2 * 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.112 — Artikel 3.112 (afvoer van huishoudelijk afvalwater)#
Artikel 3.112 (afvoer van huishoudelijk afvalwater) 1 Een gebruiksfunctie met een toilet- of badruimte of met een andere opstelplaats voor een lozingstoestel heeft voor dat lozingstoestel een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater. 2 Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater als bedoeld in het eerste lid heeft een zodanige capaciteit dat elk daarop aangesloten lozingstoestel binnen 5 minuten kan worden geleegd en een lucht- en waterdichtheid die voldoen aan NEN 3215. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.113 — Artikel 3.113 (afvoer van hemelwater)#
Artikel 3.113 (afvoer van hemelwater) Een binnen een bouwwerk gelegen voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.114 — Artikel 3.114 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.114 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat brand tijdig kan worden ontdekt zodat veilig kan worden gevlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.114 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.114 gebruiksfunctie leden van toepassing brandmeldinstallatie melding en doormelding rookmelders artikel 3.115 3.116 3.117 lid 1 2 3 4 1 2 1 2 3 4 5 6 1 Woonfunctie a. zorgclusterwoning in een woongebouw 1 2 – – 1 2 – – – – – – b. zorgclusterwoning niet in een woongebouw 1 2 – – – – – – – – – – c. groepszorgwoning voor 24-uurs zorg 1 2 – – 1 2 – – – – – – d. groepszorgwoning niet voor 24-uurs zorg 1 2 – – 1 – – – – – – – e. voor kamergewijze verhuur – – – – – – – 2 3 – 5 – f. andere woonfunctie – – – – – – 1 – – – – – 2 Bijeenkomstfunctie a voor het aanschouwen van sport – – 3 – – – – – – – – – b voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 – 2 – – – 4 5 – c andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 2 – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – 2 – – – – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw met 24-uurs bewaking 1 2 3 – – – – – – 4 5 6 b. in een logiesgebouw zonder 24-uurs bewaking 1 2 3 – – 2 – – – 4 5 – c. andere logiesfunctie – – – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 3 – – – – – – – – – b voor het personenvervoer 1 2 3 – – – – – – – – – c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.115 — Artikel 3.115 (brandmeldinstallatie)#
Artikel 3.115 (brandmeldinstallatie) 1 bijlage II Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in, als: a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in die bijlage genoemde waarde; b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger ligt dan op de in die bijlage genoemde hoogte; of c. die bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een hoogte als hierboven bedoeld. 2 Een brandcompartiment waarin een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in het eerste lid ligt, heeft een brandmeldinstallatie met eenzelfde omvang van de bewaking en doormelding als die gebruiksfunctie. 3 Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte in niet meer dan een richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert, en verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico en een doorgang die aan die buiten die verblijfsruimte gelegen ruimte grenst, voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, als: a. de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; b. 2 de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert en van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 mis; of c. het aantal op de enkele vluchtroute aangewezen verblijfsruimten meer dan twee is. 4 bijlage II Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing als boven de inbedoelde hoogste vloer niet meer dan zes opstelplaatsen voor bedden voor kinderen zijn. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.116 — Artikel 3.116 (melding en doormelding)#
Artikel 3.116 (melding en doormelding) 1 artikel 3.115 Een inbedoelde brandmeldinstallatie meldt rechtstreeks: a. naar een zorgcentrale bij zorg op afroep; en b. naar een zusterpost bij 24-uurszorg. 2 artikel 3.115 Een doormelding als bedoeld invindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.117 — Artikel 3.117 (rookmelders)#
Artikel 3.117 (rookmelders) 1 Een woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een rookmelder die voldoet aan EN 14604. 2 Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. 3 Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. Dit is niet van toepassing op een verblijfsruimte in een wooneenheid als elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten. 4 Een verblijfsruimte en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van het gebouw hebben een of meer rookmelders die voldoen aan de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. 5 artikel 3.115 Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 6 In aanvulling op het vierde lid is het in de primaire inrichtingseisen bedoelde alarmeringssignaal permanent waarneembaar door de voor de 24-uursbewaking van de logiesfunctie verantwoordelijke functionaris of vindt rechtstreekse doormelding plaats naar die functionaris. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.118 — Artikel 3.118 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.118 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat de gebruikers het bouwwerk kunnen ontvluchten of op een andere manier in veiligheid kunnen worden gebracht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.118 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.118 gebruiksfunctie leden van toepassing ontruimtingsalarminstallatie vluchtrouteaanduiding deuren in vluchtroutes: draairichting deuren in vluchtroutes: weerstand bij het openen zelfsluitende constructieonderdelen artikel 3.119 3.120 3.121 3.122 3.123 lid 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – – – – – – – – – – – – – 4 5 6 1 2 3 – b andere woonfunctie voor zorg 1 – – – – – – – – – – – – – 4 5 – 1 2 3 – c voor kamergewijze verhuur – – – – – – – – – – – 1 – 3 4 5 – 1 2 3 – d andere woonfunctie – – – – – – – – – – – – – – 4 5 – 1 2 – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 3 Celfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – 4 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – b andere industriefunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 6 Kantoorfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 7 Logiesfunctie – – – a in een logiesgebouw met 24-uursbewaking 1 – 3 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – b in een ander logiesgebouw 1 2 – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – c andere logiesfunctie 1 – – – – – – – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 8 Onderwijsfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 9 Sportfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 10 Winkelfunctie 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – b voor het personenvervoer 1 – – 1 – 3 4 – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – 1 2 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – 2 3 – 5 – – 3 – – – 4 5 6 1 – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – 1 2 – – 2 – 4 5 6 1 – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.119 — Artikel 3.119 (ontruimingsalarminstallatie)#
Artikel 3.119 (ontruimingsalarminstallatie) 1 artikel 3.115, eerste tot en met derde lid Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575. 2 Het ontruimingssignaal van een in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie wordt bij het activeren van de automatische melder of handbrandmelder onmiddellijk en in het gehele gebouw in werking gesteld. 3 In aanvulling op het eerste lid is het ontruimingssignaal van een ontruimingsalarminstallatie permanent waarneembaar door de voor de 24-uursbewaking van de logiesfunctie verantwoordelijke functionaris of vindt rechtstreekse doormelding plaats naar die functionaris. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.120 — Artikel 3.120 (vluchtrouteaanduiding)#
Artikel 3.120 (vluchtrouteaanduiding) 1 Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. 2 artikel 3.51, eerste lid Een wegtunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6, van NEN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen twee vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 m, gemeten langs de tunnelwand. Bij de vluchtrouteaanduiding is goed zichtbaar aangegeven de loopafstand in twee richtingen tot het einde van de tunnelbuis of, als die loopafstand korter is, de loopafstand tot de meest nabije toegang tot een beschermde route als bedoeld in. 3 Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste en tweede lid: a. is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats; en b. voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de in het eerste of tweede lid bedoelde zichtbaarheidseisen. 4 artikel 3.101 Op een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste lid gelegen op een vluchtroute vanuit een ruimte met een verlichtingsinstallatie die geen noodverlichting is als bedoeld in, zijn bij het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit de in het eerste lid bedoelde zichtbaarheidseisen niet van toepassing. 5 artikel 3.51, eerste lid Een deur in een tunnel die toegang geeft tot een beschermde route als bedoeld in, is uitgevoerd in de kleur groen, RAL 6024. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.121 — Artikel 3.121 (deuren in vluchtroutes: draairichting)#
Artikel 3.121 (deuren in vluchtroutes: draairichting) 1 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in als meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen. 2 Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn. 3 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.122 — Artikel 3.122 (deuren in vluchtroutes: weerstand bij het openen)#
Artikel 3.122 (deuren in vluchtroutes: weerstand bij het openen) 1 Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan worden geopend: a. door een lichte druk tegen de deur; of b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of NEN-EN 1125. 2 Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen, kan worden geopend door: a. een lichte druk tegen de deur; of b. een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125. 3 Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend. 4 Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole op een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren. 5 Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn. Dit is niet van toepassing op een schuifdeur. 6 Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.123 — Artikel 3.123 (zelfsluitende constructieonderdelen)#
Artikel 3.123 (zelfsluitende constructieonderdelen) 1 Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend. 2 Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang. 3 Het tweede lid geldt niet voor een deur in een gezamenlijke doorgang. 4 Het eerste lid geldt niet voor een deur van een celeenheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.124 — Artikel 3.124 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.124 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.124 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.124 gebruiksfunctie leden van toepassing droge blusleiding bluswatervoorziening wegtunnel blustoestellen artikel 3.125 3.126 3.127 lid 1 2 3 4 * 1 2 3 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – 3 4 – – – 3 b voor kamergewijze verhuur 1 – 3 4 – 1 – 3 c andere woonfunctie 1 – 3 4 – – – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 4 – – – 3 3 Celfunctie 1 – 3 4 – – – 3 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 3 4 – – – 3 5 Industriefunctie 1 – 3 4 – – – 3 6 Kantoorfunctie 1 – 3 4 – – – 3 7 Logiesfunctie 1 – 3 4 – – – 3 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 – – – 3 9 Sportfunctie 1 – 3 4 – – – 3 10 Winkelfunctie 1 – 3 4 – – – 3 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 3 4 – – – 3 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – 2 – 4 * – 2 3 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.125 — Artikel 3.125 (droge blusleiding)#
Artikel 3.125 (droge blusleiding) 1 Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau heeft een droge blusleiding. 2 artikel 3.126 artikel 3.62 3 Een wegtunnelbuis heeft een op een inbedoelde bluswatervoorziening aangesloten droge blusleiding met in een hulppost als bedoeld ineen brandslangaansluiting die bij brand een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 3 De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 110 m. 4 De inrichting van een droge blusleiding voldoet aan NEN 1594 voor: a. de drukbestendigheid; b. de onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding; c. de soorten koppelingen voor de aansluiting van brandslangen; d. de aanduiding van de brandslangaansluitingen; en e. de aanduiding van de voedingsaansluitingen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.126 — Artikel 3.126 (bluswatervoorziening wegtunnel)#
Artikel 3.126 (bluswatervoorziening wegtunnel) 3 Een wegtunnel heeft een bluswatervoorziening die bij brand gedurende ten minste 60 minuten een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.127 — Artikel 3.127 (blustoestellen)#
Artikel 3.127 (blustoestellen) 1 artikel 6.35, tweede lid Een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een draagbaar blustoestel in een gezamenlijke keuken en ten minste een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert. Dit is niet van toepassing op de aanwezigheid van brandslanghaspels als bedoeld in. 2 artikel 3.62 Een hulppost als bedoeld inheeft een draagbaar brandblusapparaat. 3 Een blustoestel als bedoeld in het eerste en tweede lid is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.128 — Artikel 3.128 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.128 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig toegankelijk voor hulpverleningsdiensten dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en hulpverlening kan worden geboden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.128 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 3.128 gebruiksfunctie leden van toepassing brandweeringang afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten afbakening maatwerkvoorschriften mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten artikel 3.129 3.130 3.131 3.132 lid 1 2 * 1 2 * 1 Woonfunctie 1 2 * – – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 * 1 – * 3 Celfunctie 1 2 * 1 – * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 * 1 – * 5 Industriefunctie 1 2 * 1 – * 6 Kantoorfunctie 1 2 * 1 – * 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 * 1 – * b andere logiesfunctie 1 2 * – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 * 1 – * 9 Sportfunctie 1 2 * 1 – * 10 Winkelfunctie 1 2 * 1 – * 11 Overige gebruiksfunctie – – * 1 – * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 – – 2 * b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 * 1 – * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.129 — Artikel 3.129 (brandweeringang)#
Artikel 3.129 (brandweeringang) 1 wet Een bouwwerk met een krachtens devoorgeschreven brandmeldinstallatie met inspectiecertificaat heeft een brandweeringang. 2 wet In een bouwwerk met een krachtens devoorgeschreven brandmeldinstallatie met doormelding wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.130 — Artikel 3.130 (afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang)#
Artikel 3.130 (afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang) artikel 3.129 Een maatwerkvoorschrift overkan alleen inhouden: a. dat een bouwwerk geen brandweeringang hoeft te hebben als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist; of b. het aanwijzen van een of meer toegangen als brandweeringang als een bouwwerk meerdere toegangen heeft. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.131 — Artikel 3.131 (mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten)#
Artikel 3.131 (mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten) 1 Een voor grote aantallen bezoekers bestemd bouwwerk waarbij het goed functioneren van hulpverleningsdiensten afhankelijk is van mobiele radiocommunicatie heeft, als dat voor die communicatie nodig is, een adequate installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten dat bouwwerk. 2 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een adequate installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.132 — Artikel 3.132 (afbakening maatwerkvoorschriften mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten)#
Artikel 3.132 (afbakening maatwerkvoorschriften mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten) artikel 3.131, eerste lid Met een maatwerkvoorschrift over, kan alleen nadere invulling worden gegeven aan de maatregelen voor binnenhuisdekking. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.133 — Artikel 3.133 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.133 (aansturingsartikel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.134 — Artikel 3.134 (uitrusting hulppost wegtunnel)#
Artikel 3.134 (uitrusting hulppost wegtunnel) artikel 3.62 Een hulppost als bedoeld inheeft een noodtelefoon en een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.135 — Artikel 3.135 (bedieningscentrale wegtunnel)#
Artikel 3.135 (bedieningscentrale wegtunnel) Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.136 — Artikel 3.136 (afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen)#
Artikel 3.136 (afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen) Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.137 — Artikel 3.137 (verkeerstechnische aspecten tunnelbuis)#
Artikel 3.137 (verkeerstechnische aspecten tunnelbuis) 1 Een op een wegtunnelbuis aansluitende rijbaan heeft eenzelfde aantal rijstroken als de rijbaan in de wegtunnelbuis. Een eventuele wijziging van het aantal rijstroken buiten de tunnelbuis vindt op zodanige afstand van de tunnelbuis plaats dat geen onrustige verkeersbewegingen in de tunnelbuis door die wijziging kunnen optreden. 2 In een wegtunnelbuis is geen tweerichtingsverkeer toegestaan. 3 In afwijking van het tweede lid is tweerichtingsverkeer toegestaan als is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven. 4 Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.138 — Artikel 3.138 (communicatievoorzieningen wegtunnel)#
Artikel 3.138 (communicatievoorzieningen wegtunnel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening: a. waarmee door luidsprekers mededelingen kunnen worden gedaan aan personen op elke rijbaan en vluchtroute; b. voor heruitzending van radiosignalen in elke wegtunnelbuis; en c. om radio-uitzendingen te kunnen onderbreken om mededelingen te doen. 2 Een mededeling als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, wordt ten minste in het Nederlands en het Engels gedaan. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.139 — Artikel 3.139 (aansluiting op noodstroomvoorziening)#
Artikel 3.139 (aansluiting op noodstroomvoorziening) De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in een wegtunnel, die voor het functioneren zijn aangewezen op een voorziening voor elektriciteit, zijn aangesloten op een voorziening die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten de werking van die voorzieningen, systemen en installaties zeker stelt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.140 — Artikel 3.140 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.140 (aansturingsartikel) 1 Een woongebouw heeft voorzieningen waarmee veel voorkomende criminaliteit wordt voorkomen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.141 — Artikel 3.141 (voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw)#
Artikel 3.141 (voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw) 1 Een afsluitbare toegang van een woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend. 2 Als een woonfunctie in een woongebouw alleen bereikbaar is via een afsluitbare gemeenschappelijke verkeersruimte, heeft ten minste een toegang van het woongebouw aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijke ruimte van die woonfunctie waarneembaar is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.142 — Artikel 3.142 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.142 (aansturingsartikel) 1 Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra Een onderwijsfunctie voor basisonderwijs als bedoeld in de, voortgezet onderwijs als bedoeld in deof speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deheeft een voorziening die inzicht geeft in de kwaliteit van de binnenlucht. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.143 — Artikel 3.143 (kooldioxidemeter)#
Artikel 3.143 (kooldioxidemeter) 1 Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs als bedoeld in de, voortgezet onderwijs als bedoeld in deof speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra heeft een kooldioxidemeter. 2 De kooldioxidemeter: a. functioneert continu op: 1°. de gangbare elektrische netspanning, waarbij een tijdelijke onderbreking van de elektrische aansluiting de ingestelde signaalniveaus niet verstoort; of 2°. een elektrische voeding met een signaalfunctie als de capaciteit van die voeding een minimumniveau heeft bereikt; b. kalibreert zichzelf automatisch; c. 2 heeft ten minste een CO-meetfunctie met: 1°. een meetbereik van ten minste 300 tot 5.000 ppm; 2°. een bedrijfstemperatuur van 0 – 50 °C; 3°. een nauwkeurigheid in temperatuurbereik van +15 tot + 35 °C: i. 2 bij een CO-waarde van 300–1.000 ppm: < 10% van meetwaarde; en ii. 2 bij een CO-waarde van 1.000–5.000 ppm: < 100 ppm; en 4°. een resolutie van 1 ppm; d. waarschuwt tijdig voor ventilatieproblemen door middel van een duidelijke indicatie over de mate waarin de ruimte wordt geventileerd; en e. heeft drie signaalniveaus met een eigen kleurcode: 1°. 2 een CO-concentratie van minder dan 1.001 ppm; 2°. 2 een CO-concentratie van 1.001 tot en met 1.400 ppm; en 3°. 2 een CO-concentratie van meer dan 1.400 ppm. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.144 — Artikel 3.144 (overgangsrecht: kooldioxidemeter)#
Artikel 3.144 (overgangsrecht: kooldioxidemeter) Vervallen 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 3.145 — Artikel 3.145 (aansturingsartikel)#
Artikel 3.145 (aansturingsartikel) 1 Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, dat is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft een systeem voor gebouwautomatisering en -controle. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.146 — Artikel 3.146 (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)#
Artikel 3.146 (systeem voor gebouwautomatisering en -controle) artikel 3.145, eerste lid Het systeem voor gebouwautomatisering- en controle, bedoeld in, is in staat: a. het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken; b. de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische installaties te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren; c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten; en d. de binnenluchtkwaliteit te monitoren. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 3.147 — Artikel 3.147 (overgangsrecht)#
Artikel 3.147 (overgangsrecht) artikelen 3.145 3.146 Deenzijn niet van toepassing tot en met 31 december 2025. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 4.1 (toepassingsbereik: activiteiten) 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen. 2 Met het bouwen van nieuwe bouwwerken wordt gelijkgesteld het vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 4.2 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. duurzaamheid en bruikbaarheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 4.3 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die het bouwwerk bouwt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (toepassingsbereik: aansturingsartikel niet van toepassing)#
Artikel 4.4 (toepassingsbereik: aansturingsartikel niet van toepassing) artikelen 4.16 4.49 4.56 4.83 4.171 4.207 In dit hoofdstuk is een aansturingsartikel niet van toepassing op een gebruiksfunctie waarvoor geen regel is opgenomen in de tabel van dat aansturingsartikel. Dit geldt niet voor de,,,,en. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 (maatwerkvoorschriften)#
Artikel 4.5 (maatwerkvoorschriften) 1 artikel 4.5, eerste lid, van de wet afdelingen 4.2 tot en met 4.7 artikel 4.245 Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift als bedoeld in, kan worden gesteld over de, met uitzondering vananders dan voor de woonfunctie voor zorg en bepalingen over meet- of rekenmethoden. 2 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de in het eerste lid bedoelde afdelingen, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden. 3 artikelen 4.103a 4.149a 4.160ba 4.227 4.230 In afwijking van het tweede lid kan een maatwerkvoorschrift als bedoeld in de,,enof een vergunningvoorschrift op grond van artikel 4.103a alleen het bepaalde in die artikelen inhouden. 4 artikelen 4.226 4.229 Een maatwerkvoorschrift op initiatief van het bevoegd gezag wordt alleen gesteld over deen. 5 artikel 4.2 Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift op aanvraag van degene die het bouwwerk bouwt, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 (maatwerkvoorschriften herbouw)#
Artikel 4.6 (maatwerkvoorschriften herbouw) 1 artikel 4.5 artikel 4.5, eerste lid, van de wet In afwijking vankan een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift, als bedoeld inover het vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert, alleen versoepelen inhouden. 2 artikel 4.2 Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift op aanvraag van degene die het bouwwerk bouwt, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 (maatwerkregels)#
Artikel 4.7 (maatwerkregels) afdeling 4.5 Een maatwerkregel kan worden gesteld over, met uitzondering van bepalingen over meet- of rekenmethoden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.8 (tijdelijk bouwwerk) 1 afdelingen 3.2 tot en met 3.7 afdelingen 4.2 tot en met 4.7 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de regels van devan toepassing, tenzij in deanders is bepaald. 2 afdelingen 4.2 tot en met 4.7 Als een als tijdelijk bouwwerk bedoeld bouwwerk na het verstrijken van de instandhoudingstermijn op de locatie aanwezig blijft, wordt dat bouwwerk voor het verstrijken van die termijn in overeenstemming gebracht met de regels van de. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 (uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom)#
Artikel 4.9 (uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom) afdeling 4.6 paragrafen 4.5.4 4.5.5 4.5.6 paragrafen 4.2.3 4.2.4 4.3.10 4.5.2 4.5.3 4.5.7 paragrafen 3.2.3 3.2.4 3.3.6 3.5.1 tot en met 3.5.3 artikel 4.78, eerste lid artikel 3.59, eerste lid Op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom zijnen de,enniet van toepassing. Wat betreft de,,,,enzijn de regels van de,,,voor een bestaand bouwwerk van toepassing. Wat betreft, is, voor een bestaand bouwwerk van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 (uitzonderingen drijvend bouwwerk)#
Artikel 4.10 (uitzonderingen drijvend bouwwerk) 1 paragrafen 4.5.4 tot en met 4.5.6 paragrafen 4.2.3 4.2.4 4.3.10 4.5.2 4.5.3 4.5.7 hoofdstuk 3 artikel 4.78, eerste lid artikel 3.59, eerste lid Op een drijvend bouwwerk zijn deniet van toepassing. In plaats van de,,,,enzijn de regels vanvan toepassing. Voor, wordt, gelezen. 2 paragraaf 4.2.3 artikelen 4.30 tot en met 4.32 paragrafen 4.6.1 4.6.3 In aanvulling op het eerste lid zijn op een drijvend bouwwerk zonder toegankelijkheidssector, deenenniet van toepassing. 3 Bij het bepalen van de afstand tot de perceelsgrens van een drijvend bouwwerk mag worden uitgegaan van een horizontaal gemeten afstand van 2,5 m vanuit de uitwendige scheidingsconstructie van het drijvende bouwwerk. 4 paragraaf 4.2.10 Bij toepassing vanmag bij een drijvend bouwwerk voor het aansluitend terrein worden gelezen de steiger tussen het drijvende bouwwerk en de wal. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.10a — Artikel 4.10a (geen gelijkwaardige maatregel)#
Artikel 4.10a (geen gelijkwaardige maatregel) artikel 4.245 Het treffen van een gelijkwaardige maatregel is uitgesloten voor. 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.11 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is bestand tegen krachten die tijdens het beoogde gebruik op het bouwwerk worden uitgeoefend en is zodanig dat bij een calamiteit voortschrijdende instorting van het bouwwerk wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.11 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.11 gebruiksfunctie leden van toepassing Fundamentele belastingscombinaties Buitengewone belastingscombinaties bepalingsmethode niet bezwijken tijdelijk bouwwerk artikel 4.12 4.13 4.14 4.15 lid * 1 2 1 2 3 1 2 1 Woonfunctie a in een woongebouw * 1 2 1 2 – 1 2 b andere woonfunctie * 1 2 1 2 3 1 2 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw * 1 2 1 2 – 1 2 b andere logiesfunctie * 1 2 1 2 3 1 2 Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties * 1 2 1 2 – 1 2 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 (fundamentele belastingscombinaties)#
Artikel 4.12 (fundamentele belastingscombinaties) Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in NEN-EN 1990. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 (buitengewone belastingscombinaties)#
Artikel 4.13 (buitengewone belastingscombinaties) 1 Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties, bedoeld in NEN-EN 1990, als dit leidt tot het bezwijken van een andere bouwconstructie die niet in de directe nabijheid ligt van de bouwconstructie. Daarbij wordt uitgegaan van de bekende buitengewone belastingen, bedoeld in NEN-EN 1991. 2 Een dak of een vloerafscheiding bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties, bedoeld in NEN-EN 1990. Daarbij wordt uitgegaan van stootbelastingen, bedoeld in NEN-EN 1991. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 (bepalingsmethode niet-bezwijken)#
Artikel 4.14 (bepalingsmethode niet-bezwijken) 1 artikelen 4.12 4.13 Het niet-bezwijken, bedoeld in deen, wordt bepaald volgens: a. NEN-EN 1999 of NEN-EN 1993, als de constructie is vervaardigd van metaal als bedoeld in die normen; b. NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, als de constructie is vervaardigd van steenachtig materiaal als bedoeld in die normen; c. NEN-EN 1994, als de constructie is vervaardigd van staal-beton als bedoeld in die norm; d. NEN-EN 1995, als de constructie is vervaardigd van hout als bedoeld in die norm; e. NEN 2608, als de constructie is vervaardigd van glas als bedoeld in die norm; of f. NEN 6707, als de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is vervaardigd van materiaal als bedoeld in die norm. 2 artikelen 4.12 4.13 Als een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan bedoeld in het eerste lid, wordt het niet-bezwijken, bedoeld in deen, bepaald volgens NEN-EN 1990. 3 artikelen 4.12 4.13 Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen gebruiksfunctie kan bij het bepalen van het niet-bezwijken, bedoeld in deen, rekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.15 (tijdelijk bouwwerk) 1 artikelen 4.12 4.14 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 5 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 4.12 tot en met 4.14 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 15 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn devan overeenkomstige toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.15a — Artikel 4.15a (aansturingsartikel)#
Artikel 4.15a (aansturingsartikel) 1 Een drijvend bouwwerk en een drijvend tijdelijk bouwwerk heeft voldoende stabiliteit, drijfvermogen en sterkte. 2 Voor een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC1 of CC2 als bedoeld in NEN-EN 1990, zonder vloer van een verblijfsgebied hoger dan 6 m boven de waterlijn en niet gelegen in: wordt aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. a. een rivier, kanaal, meer of ander water dat bestemd is voor motorvrachtschepen; of b. een water dat onderhevig is aan getijdenwisseling; 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.15b — Artikel 4.15b (afstand en scheefstand)#
Artikel 4.15b (afstand en scheefstand) 1 De afstand tussen het metacentrum van een drijvend bouwwerk en het zwaartepunt van het drijvend bouwwerk is ten minste 0,25 m bij gevolgklasse CC1 en 0,60 m bij gevolgklasse CC2. Hierbij ligt het metacentrum boven het zwaartepunt. 2 De loodrechte afstand tussen het wateroppervlak en het laagste punt van de ingedompelde zijde waarboven een drijvend bouwwerk niet meer waterdicht is, is bepaald volgens NEN 2778 ten minste: a. 0 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC1; b. 0 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 met een drijflichaam zonder holle ruimte; c. 150 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 met een drijflichaam met een of meer holle ruimten. 3 Als de significante golfhoogte, bepaald volgens tabel 4.15b.1 of 4.15b.2, vermenigvuldigd met 1,125 groter is dan 300 mm, wordt de in het tweede lid bedoelde afstand verhoogd met het verschil tussen de waarde in de tabel vermenigvuldigd met 1,125, en 300 mm. 4 De scheefstand van het horizontale vlak van het drijflichaam, behorend bij de in het tweede lid bedoelde afstand, mag niet groter zijn dan 5 graden. Tabel 4.15b.1 Significante golfhoogte in mm als functie van de waterdiepte en strijklengte voor windgebied I (voor tussenliggende waarden mag lineair worden geïnterpoleerd) Waterdiepte (m) Strijklengte (m) 30 50 75 100 150 200 500 700 1.000 1.500 2 250 310 370 420 490 490 630 680 730 780 2.5 250 310 370 420 490 560 680 740 800 870 3 250 310 370 420 490 560 700 780 850 940 3.5 250 310 370 420 490 560 820 810 890 990 4 250 310 370 420 490 560 820 830 920 1.030 4.5 250 310 370 420 490 560 820 940 950 1.060 5 250 310 370 420 490 560 820 940 1.090 1.090 5.5 250 310 370 420 490 560 820 940 1.090 1.110 6 250 310 370 420 490 560 820 940 1.090 1.300 6.5 250 310 370 420 490 560 820 940 1.090 1.300 Tabel 4.15b.2 Significante golfhoogte in mm als functie van de waterdiepte en strijklengte voor windgebieden II en III (voor tussenliggende waarden mag lineair worden geïnterpoleerd) Waterdiepte (m) Strijklengte (m) 30 50 75 100 150 200 500 700 1.000 1.500 2 230 290 340 390 460 460 600 650 700 750 2.5 230 290 340 390 460 520 640 700 760 830 3 230 290 340 390 460 520 670 740 810 890 3.5 230 290 340 390 460 520 760 760 850 940 4 230 290 340 390 460 520 760 880 870 980 4.5 230 290 340 390 460 520 760 880 890 1.010 5 230 290 340 390 460 520 760 880 1.020 1.030 5.5 230 290 340 390 460 520 760 880 1.020 1.050 6 230 290 340 390 460 520 760 880 1.020 1.210 6.5 230 290 340 390 460 520 760 880 1.020 1.210 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.15c — Artikel 4.15c (bepaling afstanden)#
Artikel 4.15c (bepaling afstanden) 1 artikel 4.15b, eerste lid De afstand, bedoeld in, wordt bepaald op basis van: a. de meest ongunstige belastingcombinatie uitgaande van de grenstoestand EQU volgens NEN-EN 1990; b. de blijvende belastingen volgens NEN-EN 1991, waarbij in afwijking van NEN-EN 1991 de volgende belastingen ook als blijvende belastingen worden beschouwd: 1°. scheidingswanden; 2°. permanent aanwezige installatie; 3°. het trimgewicht; en c. de opgelegde belastingen volgens NEN-EN 1991, waarbij in afwijking van NEN-EN 1991: 1°. geen rekening wordt gehouden met een ongunstige plaatsing van de gebruiksbelasting op een vloer; en 2°. o op een vloer de extreme waarde van de belasting in rekening is gebracht en op de overige vloeren de reductiefactor ψin rekening is gebracht. 2 artikel 4.15b, tweede en derde lid De afstand, bedoeld in, wordt bepaald op basis van: a. de meest ongunstige belastingscombinatie uitgaande van de grenstoestand EQU volgens NEN-EN 1990; b. de blijvende belasting volgens NEN-EN 1991, waarbij in afwijking van NEN-EN 1991 de volgende belastingen ook als blijvende belastingen worden beschouwd: 1°. scheidingswanden; 2°. permanent aanwezige installaties; 3°. het trimgewicht; en c. de veranderlijke belastingen volgens NEN-EN 1991, waarbij in afwijking van NEN-EN 1991: 1°. o de opgelegde belasting, als deze overheersend is als bedoeld in NEN-EN 1990, op een vloer met de extreme waarde en op de meest ongunstige plaats wordt beschouwd en op de overige vloeren de reductiefactor ψin rekening is gebracht, waarbij de opgelegde belasting niet gecombineerd wordt met overige veranderlijke belastingen; 2°. de opgelegde belasting, als deze niet overheersend is als bedoeld in NEN-EN 1990, niet op de meest ongunstige plaats op een vloer wordt beschouwd; en 3°. tabellen 4.15b.1 4.15b.2 belastingen door golven volgens NEN-EN 1997 uitgaande van golven met een significante golfhoogte die zijn bepaald volgens deenvoor zover deze hoger zijn dan 0,5 m. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde bepalingsmethoden worden alleen toegepast als: a. de scheefstand van het drijvend bouwwerk bij oplevering niet groter is dan 0,5 graden; b. het een drijvend bouwwerk betreft met een drijflichaam met holle ruimte beschikt over een waterniveau-alarm; en c. het een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 betreft met een drijflichaam met holle ruimte, waarbij het drijflichaam bestaat uit ten minste twee gescheiden compartimenten en het drijvend bouwwerk beschikt over een automatische pomp die binnendringend water direct afvoert in ieder compartiment. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.15d — Artikel 4.15d (niet bezwijken van een drijflichaam)#
Artikel 4.15d (niet bezwijken van een drijflichaam) Het niet bezwijken van een drijflichaam van een drijvend bouwwerk wordt bepaald op basis van: a. artikel 4.15c, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a de belastingen die op het drijflichaam worden uitgeoefend als gevolg van de belastingcombinaties, bedoeld in; b. artikel 4.12 de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in, waarbij de volgende belastingen, zonder rekening te houden met het gelijktijdig plaatsvinden van die belastingen, zijn meegenomen als veranderlijke belasting: 1°. de belasting door ijs volgens NEN-EN 1997; 2°. tabel 4.15b.1 4.15b.2 voor zover het een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 betreft de verticale belasting door golven tegen de onderkant van het drijflichaam, uitgaande van golven met een significante golfhoogte die is bepaald volgensof, voor zover deze golven hoger zijn dan 0,5 m; en c. artikel 4.13 de buitengewone belastingscombinaties, bedoeld in, waarbij het drijflichaam niet zodanig mag bezwijken dat het drijvend bouwwerk zinkt. Dit geldt niet voor een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC1 met niet meer dan twee bouwlagen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.15e — Artikel 4.15e (niet bezwijken van een aanmeerconstructie)#
Artikel 4.15e (niet bezwijken van een aanmeerconstructie) Het niet bezwijken van een aanmeerconstructie van een drijvend bouwwerk wordt bepaald op basis van: a. artikel 4.15c, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a de belastingen die op de aanmeerconstructies worden uitgeoefend als gevolg van de belastingscombinaties, bedoeld in; en b. artikel 4.12 de fundamentele belastingscombinaties, bedoeld in, waarbij de belasting door ijs volgens NEN-EN 1997 is meegenomen als veranderlijke belasting. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.16 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is bestand tegen brand zodat geen sprake zal zijn van instorting die gevaar oplevert voor het vluchten of voor hulpverlening bij brand, gedurende een redelijke tijd. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.16 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.16 gebruiksfunctie leden van toepassing tijdsduur niet-bezwijken bepalingsmethode niet-bezwijken artikel 4.17 4.18 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 1 Woonfunctie 1 2 3 – – – – – 1 2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 – – – 5 6 – – 1 2 b andere bijeenkomstfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 3 Celfunctie 1 – – – 5 6 – – 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – – – 5 6 – – 1 2 b andere gezondheidszorgfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 5 Industriefunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 6 Kantoorfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 7 Logiesfunctie 1 – – – 5 6 – – 1 2 8 Onderwijsfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 9 Sportfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 10 Winkelfunctie 1 – – 4 – 6 – – 1 2 11 Overige gebruiksfunctie a voor personenvervoer 1 – – 4 – 6 – – 1 2 b voor het stallen van motorvoertuigen 1 – – 4 – 6 – – 1 2 c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – – – – – 7 – 1 2 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 8 1 2 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 (tijdsduur niet-bezwijken)#
Artikel 4.17 (tijdsduur niet-bezwijken) 1 artikel 4.175 Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. Dit is niet van toepassing op de vloer van een buitenruimte als bedoeld in. 2 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 4.17a aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is, geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 4.17a brandwerendheid met betrekking tot bezwijken woonfunctie tijdsduur in minuten Als geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau 60 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 90 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 120 3 2 In afwijking van het tweede lid wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort als geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m. 4 Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau of lager dan 5 m onder het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 90 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 5 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 4.17b aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. Tabel 4.17b brandwerendheid met betrekking tot bezwijken gebruiksfunctie maar geen woonfunctie tijdsduur in minuten Als geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau 60 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 90 Als een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau 120 6 2 In afwijking van het vierde en vijfde lid wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort als de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m. 7 Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 60 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 120 minuten bij brand in de tunnel. 8 Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen een tijdsduur die afhankelijk van de bestemming en inrichting van het bouwwerk redelijkerwijs nodig is om het bouwwerk bij brand te kunnen verlaten en te doorzoeken, door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 (bepalingsmethode niet-bezwijken)#
Artikel 4.18 (bepalingsmethode niet-bezwijken) 1 artikel 4.17 Bij het bepalen van het niet-bezwijken van een bouwconstructie als bedoeld inwordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN-EN 1990 kunnen optreden bij brand. 2 artikel 4.17 De tijdsduur van het niet-bezwijken, bedoeld in, wordt afhankelijk van het materiaal van de bouwconstructie bepaald volgens: a. NEN-EN 1992; b. NEN-EN 1993; c. NEN-EN 1994; d. NEN-EN 1995; e. NEN-EN 1996; f. NEN-EN 1999; of g. NEN 6069. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.19 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het vallen van de rand van een vloer, een trap of een hellingbaan door personen zo veel mogelijk wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.19 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.19 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aanwezigheid hoogte openingen voorkomen overklauteren openingen artikel 4.20 4.21 4.22 4.23 4.22 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 1 2 1 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 4 – 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – 0,2 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 – 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – 0,1 b andere kinderopvang 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – 0,2 c andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 3 Celfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,3 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 – 3 4 – – – 0,5 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 8 Onderwijsfunctie a voor basisonderwijs 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 – 1 – 0,2 b andere onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 – 1 2 3 4 5 1 2 0,5 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a voor langzaam verkeer 1 2 3 4 5 1 2 3 – 5 6 1 – 3 4 – – – 0,5 b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 – 1 – 3 4 – – – 0,5 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 (aanwezigheid afscheiding)#
Artikel 4.20 (aanwezigheid afscheiding) 1 Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een niet-beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. 2 artikel 4.25 Een trap als bedoeld inheeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding. 3 artikel 4.25 Een hellingbaan als bedoeld inheeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding. 4 Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap; en b. een hellingbaan. 5 Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron; en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van een vloer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 (hoogte afscheiding)#
Artikel 4.21 (hoogte afscheiding) 1 artikel 4.20, eerste lid Een vloerafscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een vloer die hoger ligt dan 13 m boven een aangrenzende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,2 m, gemeten vanaf de vloer. 3 artikel 4.20, eerste lid In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een afscheiding als bedoeld in, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. 4 In afwijking van het eerste lid heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,7 m, als de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1,1 m is. 5 artikel 4.20, tweede of derde lid Een afscheiding als bedoeld in, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een vloer waarvan de vloerafscheiding direct is gelegen naast een pad of strook bedoeld voor langzaam verkeer, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,3 m, gemeten vanaf de vloer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 (openingen afscheiding)#
Artikel 4.22 (openingen afscheiding) 1 artikel 4.20 tabel 4.19 Een afscheiding als bedoeld inheeft geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de inaangegeven diameter. 2 artikel 4.20 In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld intot een hoogte van 0,7 m boven een vloer of een tredevlak geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m. 3 artikel 4.20 De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld inis niet groter dan 0,05 m. 4 artikel 4.20 De bovenregel van een inbedoelde afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. 5 Het tweede lid is niet van toepassing op een vloer of een tredevlak of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 (voorkomen overklauteren)#
Artikel 4.23 (voorkomen overklauteren) 1 artikel 4.20 Een afscheiding als bedoeld inof een constructieonderdeel dat, bouwwerkinstallatie die of onderdeel van een bouwwerkinstallatie dat aan of naast een dergelijke afscheiding is geplaatst heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer of een tredevlak. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een vloer of een tredevlak of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.24 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.24 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.24 gebruiksfunctie leden van toepassing voorziening bij hoogteverschil afmetingen trap markering trap trapbordes leuning regenwerend afmetingen hellingbaan hellinbaanbordes geleiderand tijdelijk bouwwerk artikel 4.25 4.26 4.26a 4.27 4.28 4.29 4.30 4.31 4.32 4.33 lid 1 2 1 2 * * 1 2 * * * * * 1 Woonfunctie 1 – 1 2 – * 1 – * * * * * 2 Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * b. andere kinderopvang 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * c. voor alcoholgebruik 1 – 1 2 * * 1 2 – * * * * d. voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek, of voor theater 1 – 1 2 * * 1 2 – * * * * c. andere bijeenkomstfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 3 Celfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 2 * * 1 2 – * * * * 5 Industriefunctie 1 – 1 – – * 1 – – * * * * 6 Kantoorfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 7 Logiesfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 8 Onderwijsfunctie a. voor basisonderwijs 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * b. andere onderwijsfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 9 Sportfunctie 1 – 1 2 – * 1 – – * * * * 10 Winkelfunctie 1 – 1 2 * * 1 2 – * * * * 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 1 – – * 1 – – * * * * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer 1 2 1 – – * 1 – – * * * * b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – 1 – – * 1 – – * * * * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 (voorziening bij hoogteverschil)#
Artikel 4.25 (voorziening bij hoogteverschil) 1 Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. Dit geldt voor een hoogteverschil tussen: Dit geldt ook voor een hoogteverschil op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde vloer. a. vloeren waarover een vluchtroute voert; b. vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten; c. vloeren voor bezoekers; en d. vloeren van een verkeersroute die deze vloeren met elkaar verbindt. 2 Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 (afmetingen trap)#
Artikel 4.26 (afmetingen trap) 1 artikel 4.25 Een trap als bedoeld involdoet aan de in tabel 4.26 aangegeven afmetingen. 2 Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 m. Tabel 4.26 Afmetingen trap reguliere trap trap uitsluitend voor ontvluchten woonfunctie andere gebruiksfunctie alle gebruiksfuncties Minimum breedte van de trap 0,8 m 0,8 m 0,8 m Minimum vrije hoogte boven de trap 2,3 m 2,1 m 2,1 m Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,22 m 0,185 m 0,185 m Maximum hoogte van een optrede 0,188 m 0,21 m 0,21 m Minimum breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak 0,05 m 0,05 m 0,05 m Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak 0,23 m 0,23 m 0,23 m Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap 0,3 m 0,3 m 0,3 m 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.26a — Artikel 4.26a (markering trap)#
Artikel 4.26a (markering trap) artikel 4.25 Een trap als bedoeld in, is op de bovenste en onderste trederand over de volle breedte voorzien van een markering van ten minste 50 mm met een hoog contrast. De overige treden zijn aan beide zijkanten voorzien van markeringen van ten minste 50 mm met een hoog contrast. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 (trapbordes)#
Artikel 4.27 (trapbordes) artikel 4.25 Een trap als bedoeld insluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 (leuning)#
Artikel 4.28 (leuning) 1 artikel 4.25 Een trap als bedoeld invoor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. 2 Een trap als bedoeld in het eerste lid heeft aan beide zijkanten een leuning die aan het begin en aan het einde van de trap ten minste 30 cm horizontaal doorloopt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 (regenwerend)#
Artikel 4.29 (regenwerend) Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit is niet van toepassing op een trap die alleen bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 (afmetingen hellingbaan)#
Artikel 4.30 (afmetingen hellingbaan) artikelen 4.25 4.172 4.182 4.189 4.192 Een hellingbaan als bedoeld in de,,,enheeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste: a. 1 : 6 als het hoogteverschil niet groter is dan 0,05 m; b. 1 : 10 als het hoogteverschil groter is dan 0,05 m, maar niet groter dan 0,10 m; c. 1 : 12 als het hoogteverschil groter is dan 0,10 m, maar niet groter dan 0,25 m; d. 1 : 16 als het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m; en e. 1 : 20 als het hoogteverschil groter is dan 0,5 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 (hellingbaanbordes)#
Artikel 4.31 (hellingbaanbordes) artikelen 4.25 4.172 4.182 4.189 4.192 Een hellingbaan als bedoeld in de,,,ensluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m. Dit geldt niet als het hoogteverschil van de hellingbaan kleiner is dan 0,03 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 (geleiderand)#
Artikel 4.32 (geleiderand) artikel 4.25 Een hellingbaan als bedoeld inheeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.33 (tijdelijk bouwwerk) artikel 4.25 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk isvan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.34 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen gevaar veroorzaken bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.35 — Artikel 4.35 (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone)#
Artikel 4.35 (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone) 1 Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook. 2 Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit is niet van toepassing op een nooddeur. 3 2 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.36 — Artikel 4.36 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.36 (tijdelijk bouwwerk) artikel 4.35, tweede en derde lid Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is, van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.37 — Artikel 4.37 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.37 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.38 — Artikel 4.38 (stookplaats)#
Artikel 4.38 (stookplaats) fl Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats voldoet aan brandklasse A1 of voor zover het de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan betreft aan brandklasse A1, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, als: a. 2 op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m; of b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.39 — Artikel 4.39 (schacht, koker of kanaal)#
Artikel 4.39 (schacht, koker of kanaal) 1 2 Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of subbrandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m, voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een schacht die alleen is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en die niet door andere ruimten voert; b. ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de in dat lid bedoelde binnenzijde; en c. het materiaal van een constructie- of bouwwerkinstallatieonderdeel dat wordt omsloten door een in dat lid bedoelde schacht, koker of kanaal. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.40 — Artikel 4.40 (rookgasafvoer)#
Artikel 4.40 (rookgasafvoer) Een voorziening voor de afvoer van rookgas is brandveilig, bepaald volgens NEN 6062. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.41 — Artikel 4.41 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.41 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.38 tot en met 4.40 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.42 — Artikel 4.42 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.42 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.42 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.42 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden zijde grenzend aan de bovenzijde elektrische leidingen pijpisolatie binnenlucht buitenlucht binnenoppervlak buitenoppervlak beloopbaar vlak kabels en pijpisolatie vrijgesteld dakoppervlak tijdelijke bouw extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overige artikel 4.43 4.44 4.45 4.45a 4.46 4.47 4.48 4.43 4.44 4.45 4.45a 4.45a 4.45a 4.45a lid 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 3 1 2 * 1 en 2 1 1 en 2 1b 3 2b 4 [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] 1 Woonfunctie a in een woongebouw 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B B D C C D fl C fl C fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca C ca D l B l B l D l C l C l D b 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * B B D C C D fl C fl C fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D c andere woonfunctie 1 – 3 1 2 – 4 5 1 2 1 2 – 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D b andere bijeenkomstfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 3 Celfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * B B C B B D fl C fl C fl C ca B2 ca B2 ca C ca B2 ca B2 ca D l B l B l C l B l B l D 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D b andere gezondheidszorgfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 – – 1 – * B B B C D D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca B2 ca B2 ca D ca D l B l B l B l C l D l D b andere industriefunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 6 Kantoorfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 7 Logiesfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B B D C C D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca D ca B2 ca B2 ca D l B l B l D l C l C l D 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 9 Sportfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 10 Winkelfunctie 1 – 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 – * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 1 2 – 1 2 * B D D C D D fl C fl D fl D ca B2 ca D ca D ca B2 ca D ca D l B l D l D l C l D l D 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer 1 – 3 1 2 – 4 5 1 2 1 2 3 4 – – 3 1 2 * B B B C D D fl C fl D fl D ca B2 ca B2 ca B2 ca B2 ca D ca D l B l B l B l C l D l D b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – 1 2 – 4 5 1 2 1 2 3 4 – – 3 1 2 * – – – C D D fl C fl D fl D – – – ca B2 ca D ca D – – – l C l D l D 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.43 — Artikel 4.43 (binnenoppervlak)#
Artikel 4.43 (binnenoppervlak) 1 tabel 4.42 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan de inaangegeven brandklasse en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 In afwijking van het eerste lid geldt de eis aan de rookklasse alleen bij een beschermde vluchtroute. 3 In afwijking van het eerste lid voldoet het beweegbare deel van een deur in een inwendige scheidingsconstructie op een route tussen: aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. a. een gebruiksgebied, een toiletruimte of een badruimte en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert; en b. een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte; 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.44 — Artikel 4.44 (buitenoppervlak)#
Artikel 4.44 (buitenoppervlak) 1 tabel 4.42 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 Het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13 m, voldoet aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3 Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, voldoet vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. 5 In afwijking van het eerste tot en met derde lid voldoet een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.45 — Artikel 4.45 (beloopbaar vlak)#
Artikel 4.45 (beloopbaar vlak) 1 artikel 4.43 tabel 4.42 fl In afwijking vangeldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1en de inaangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 artikel 4.44 tabel 4.42 In afwijking van degeldt voor een bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.45a — Artikel 4.45a (elektrische leidingen en pijpisolatie)#
Artikel 4.45a (elektrische leidingen en pijpisolatie) 1 artikel 4.43 In afwijking vangeldt voor een elektrische leiding die grenst aan de binnenlucht: a. (ca) (ca) in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1en in overige ruimten rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-6; en b. tabel 4.42 de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 2 artikel 4.43 In afwijking vangeldt voor pijpisolatie die grenst aan de binnenlucht: a. (L) (L) in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1en in overige ruimten rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en b. tabel 4.42 de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3 artikel 4.44 tabel 4.42 In afwijking vangeldt voor een elektrische leiding die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. 4 artikel 4.44 tabel 4.42 In afwijking vangeldt voor pijpisolatie die grenst aan de buitenlucht de inaangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.46 — Artikel 4.46 (vrijgestelde oppervlakte)#
Artikel 4.46 (vrijgestelde oppervlakte) 1 artikelen 4.43 tot en met 4.45a Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waarvoor volgens deeen eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2 artikelen 4.43 4.45a, eerste en tweede lid Op ten hoogste 10% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waardoor geen beschermde vluchtroute voert, zijn de in deen, bedoelde eisen aan de rookklasse niet van toepassing. 3 artikelen 4.43 tot en met 4.45a Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen waarvoor volgens deeen eis geldt, is die eis niet van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.47 — Artikel 4.47 (dakoppervlak)#
Artikel 4.47 (dakoppervlak) 1 De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet als het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen. Als het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. 2 2 Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.48 — Artikel 4.48 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.48 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.44, derde lid 4.47 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de, envan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.49 — Artikel 4.49 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.49 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand: a. naar bouwwerken op andere percelen beperkt blijft; en b. geen gevaar oplevert voor het vluchten of hulpverlening bij brand. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.49 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.49 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden brandcompartiment: ligging brandcompartiment: omvang opvangcompartiment weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode tijdelijk bouwwerk omvang artikel 4.50 4.51 4.52 4.53 4.54 4.55 4.51 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 * 1 1 Woonfunctie 2 [m] a woonwagen 1 2 – 4 – – – – – 2 – – – – – – – – – – – – – – – – 8 9 – 1 2 3 4 – – b andere woonfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – 5 6 7 – – – – 1 2 3 – – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 3 Celfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – 1 – 1 – – – – – – – – – 1 2 3 – * 1.000 4 Gezondheidszorgfunctie – – – a met bedgebied 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – 2 1 – – – – – – – – – 1 2 3 – * 1.000 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 5 Industriefunctie – – – a lichte industriefunctie 1 2 – 4 5 6 7 8 1 – 3 – – – – – – – – 1 – – 4 5 – 7 – – – 1 2 3 – * 2.500 b lichte industriefunctie voor het houden van dieren 1 – – 4 5 6 7 – 1 – 3 – – – – – 9 – – 1 – – 4 5 6 7 – – 10 1 2 3 – * 2.500 c andere industriefunctie 1 2 – 4 5 6 – – 1 – 3 – – – – – – – – 1 – – 4 5 – 7 – – – 1 2 3 – * 2.500 6 Kantoorfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 7 Logiesfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 500 8 Onderwijsfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 9 Sportfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 – – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 10 Winkelfunctie 1 2 – 4 – – – – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 – 4 5 – 7 – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 b andere overige gebruiksfunctie 1 2 – 4 5 6 7 – 1 – 3 – – – 7 8 – – – 1 – – 4 – – 7 – – – 1 2 3 – * 1.000 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a Wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 4 – – – – – – – 4 – – – – – – – 1 – – – – – – – – – 1 2 3 – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.50 — Artikel 4.50 (brandcompartiment: ligging)#
Artikel 4.50 (brandcompartiment: ligging) 1 Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; c. een liftschacht, als de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan brandklasse B en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en d. 2 een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 mniet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. 3 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. 4 In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. 5 Een niet-besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. 6 2 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie of gebruiksfuncties van dezelfde soort, met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 men een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 7 2 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m. Deze uitzondering geldt niet als het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m. 8 2 Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie voor het telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting niet groter dan 150 MJ/m, bepaald volgens NEN 6090. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.51 — Artikel 4.51 (brandcompartiment: omvang)#
Artikel 4.51 (brandcompartiment: omvang) 1 tabel 4.49 Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de inaangegeven oppervlakte, of een grotere gebruiksoppervlakte als dat niet tot een lager veiligheidsniveau leidt, bepaald volgens NEN 6060 of NEN 6079. 2 2 In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevengebruiksfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m. 3 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een bouwwerkperceel. 4 Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 5 In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. 6 In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan als dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is. 7 2 Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 mis een afzonderlijk brandcompartiment. 8 2 2 Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 mis het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevengebruiksfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m. 9 Een technische ruimte is een afzonderlijk brandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.52 — Artikel 4.52 (opvangcompartiment)#
Artikel 4.52 (opvangcompartiment) 1 2 De gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer celeenheden is ten hoogste 500 men niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. 2 Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.53 — Artikel 4.53 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen)#
Artikel 4.53 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen) 1 artikel 4.189 De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet-besloten veiligheidsvluchtroute en naar een liftschacht van een brandweerlift of van een lift als bedoeld inin een woongebouw is ten minste 60 minuten. 2 In afwijking van het eerste lid kan tussen een brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert worden volstaan met 30 minuten. 3 In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten als: a. 2 de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m; en b. in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. 4 In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten als: a. de in het eerste lid bedoelde ruimten op hetzelfde bouwwerkperceel liggen; en b. in het gebouw geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau. 5 2 Het vierde lid is niet van toepassing op een brandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m. 6 Het vierde lid is niet van toepassing op een technische ruimte. 7 Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor een ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert. 8 De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een woonwagen naar een andere woonwagen is ten minste 30 minuten. 9 De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 30 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 m. 10 2 In afwijking van het eerste lid geldt geen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 mniet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.54 — Artikel 4.54 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode)#
Artikel 4.54 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode) 1 artikel 4.53 De inbedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag wordt bepaald volgens NEN 6068. 2 Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de bouwwerkperceelsgrens gelegen gebouw. Als het bouwwerkperceel grenst aan: vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. a. een openbare weg; b. openbaar water; c. openbaar groen; of d. een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen; 3 In aanvulling op het tweede lid is het aandeel van de uitwendige scheidingsconstructie van het spiegelsymmetrische gebouw in de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag niet groter dan het aandeel van de uitwendige scheidingsconstructie van het brandcompartiment. 4 artikel 4.53, achtste lid Bij het bepalen van de in, bedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag wordt uitgegaan van een identieke maar spiegelsymmetrisch op een afstand van 5 m geplaatste woonwagen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.55 — Artikel 4.55 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.55 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.50 4.51 artikel 4.53 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing en isvan overeenkomstige toepassing waarbij de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag ten minste 30 minuten is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.56 — Artikel 4.56 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.56 (aansturingsartikel) 1 paragraaf 4.2.8 Een bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand en verspreiding van rook in verdergaande mate wordt beperkt dan is beoogd metzodat veilig kan worden gevlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.56 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.56 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: omvang weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang tijdelijk bouwwerk beschermd subbrandcompartiment: omvang artikel 4.57 4.58 4.59 4.60 4.61 4.62 4.63 4.59 lid 1 2 3 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 1 2 3 4 1 2 3 4 * 1 1 Woonfunctie a 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 2 3 1 – – – 1 2 – – – – – – 1 2 1 2 3 4 1 2 – 4 * 100 b woonwagen 1 2 – – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – c andere woonfunctie 1 2 3 1 – – – 1 – – – – – – – 1 2 1 2 3 4 1 – 3 4 * 500 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 3 – 2 – – 1 – 3 – – – – 8 1 2 1 2 3 4 1 – 3 4 * 200 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 3 – 1 – – 4 – – – – 1 2 1 2 3 4 1 2 – 4 * 500 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 – 2 – – – – – – 5 6 – – 1 2 1 2 3 4 1 2 – 4 * – b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 5 Industriefunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 7 Logiesfunctie 1 2 3 – – – 4 1 – – – – – 7 8 1 2 1 2 3 4 1 – 3 4 * 500 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 – – – – – – – – – – – – – 2 1 2 3 4 1 – – 4 – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.57 — Artikel 4.57 (subbrandcompartiment: ligging)#
Artikel 4.57 (subbrandcompartiment: ligging) 1 Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of verkeersruimten waardoor een beschermde vluchtroute voert. 2 Een beschermde vluchtroute ligt niet in een subbrandcompartiment. 3 In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen als: a. artikelen 4.43 4.45a, eerste en tweede lid constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die deen, stellen aan constuctieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert; en b. artikel 6.14 aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen diestelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.58 — Artikel 4.58 (beschermd subbrandcompartiment: ligging)#
Artikel 4.58 (beschermd subbrandcompartiment: ligging) 1 Een verblijfsgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2 Een bedgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 3 Een celeenheid ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 4 Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.59 — Artikel 4.59 (beschermd subbrandcompartiment: omvang)#
Artikel 4.59 (beschermd subbrandcompartiment: omvang) 1 tabel 4.56 Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de inaangegeven oppervlakte. 2 2 In afwijking van het eerste lid is een gezamenlijke verblijfsruimte een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m. 3 Een beschermd subbrandcompartiment met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied omvat niet meer dan die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. 4 Een celeenheid is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 5 2 Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat alleen een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m. 6 2 2 Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten, heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 mzonder bewaking en ten hoogste 500 mbij permanente bewaking. 7 Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. 8 Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.60 — Artikel 4.60 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)#
Artikel 4.60 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) 1 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten. 2 De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid vande scheidende functie van een scheidingsconstructie alleen rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid van de afdichting. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.61 — Artikel 4.61 (subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang)#
Artikel 4.61 (subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang) 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een ander subbrandcompartiment is Ra bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, is Ra bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 4 artikel 4.53, eerste lid De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en naar een liftschacht als bedoeld in, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.62 — Artikel 4.62 (beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang)#
Artikel 4.62 (beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang) 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een ander beschermd subbrandcompartiment is R200 bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is R200 bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is Ra bepaald volgens NEN 6075. 4 De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.63 — Artikel 4.63 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.63 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.60, tweede lid 4.61 4.62 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de,envan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.64 — Artikel 4.64 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.64 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.64 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.64 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment uitgang van een beschermd subbrandcompartiment beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute veiligheidsvluchtroute tweede vluchtroute tijdelijk bouwwerk vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment extra beschermde vluchtroute artikel 4.65 4.66 4.67 4.68 4.69 4.70 4.71 4.72 4.66 4.69 lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 * 1 2 3 1 2 3 4 5 6 7 1 2 1 2 3 4 5 * 1 en 2 6 [m] [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 – – – 1 – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – * 30 – b andere woonfunctie 1 2 – – 1 – – – – – – – – – – 1 2 3 4 – – 7 – – 1 2 3 4 5 * 30 – 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 – – 1 2 – – – 6 – – – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 5 b andere bijeenkomstfunctie 1 2 – – 1 2 – – – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 3 Celfunctie – 2 – – 1 2 3 – – 6 7 * – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 22,5 22,5 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – – 1 2 3 – – 6 – * – – – 1 – – – – 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 20 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – – 1 2 3 – – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 5 Industriefunctie 1 2 – – 1 2 3 4 – – 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 6 Kantoorfunctie 1 2 – – 1 2 3 – – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 7 Logiesfunctie 1 2 – – 1 2 – – – 6 7 – – – – 1 – – – – 6 7 1 2 1 2 3 4 – * 30 20 8 Onderwijsfunctie 1 2 – – 1 2 – – – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 15 9 Sportfunctie 1 2 – – 1 2 3 4 – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 10 Winkelfunctie 1 2 – – 1 2 3 4 – 6 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – – 1 2 3 4 – – 7 – 1 2 – – – – – 5 6 7 1 – 1 2 3 4 – * 30 30 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – 3 – – – – – 5 – – – – – 3 – – – – – – – – – – – – – – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – – 4 – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.65 — Artikel 4.65 (vluchtroute)#
Artikel 4.65 (vluchtroute) 1 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 2 Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevengebruiksfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment. 3 Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de buiten de wegtunnel gelegen openbare weg. 4 Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat bij brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.66 — Artikel 4.66 (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment)#
Artikel 4.66 (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment) 1 tabel 4.64 De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de inaangegeven afstand. 2 tabel 4.64 In afwijking van het eerste lid wordt bij een niet nader in te delen gebruiksgebied en bij een verblijfsruimte in plaats van de gecorrigeerde loopafstand uitgegaan van de loopafstand die niet groter is dan de inaangegeven afstand. 3 2 In afwijking van het eerste en tweede lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 12 mgebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een afstand van ten hoogste 45 m. 4 2 In afwijking van het eerste en tweede lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 30 mgebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een afstand van ten hoogste 60 m. 5 De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. 6 Op elk punt van een voor personen bestemde vloer in een subbrandcompartiment begint ten minste een vluchtroute met een op die vluchtroute te overbruggen hoogteverschil naar een uitgang van het subbrandcompartiment van ten hoogste 4 m. 7 Een subbrandcompartiment en een daarin gelegen verblijfsruimte voor meer dan 150 personen hebben ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. De onderlinge afstand tussen de uitgangen is ten minste 5 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.67 — Artikel 4.67 (uitgang van een beschermd subbrandcompartiment)#
Artikel 4.67 (uitgang van een beschermd subbrandcompartiment) artikel 4.58, tweede en derde lid Ten minste een uitgang van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in: a. is de uitgang van het subbrandcompartiment waarin het beschermde subbrandcompartiment ligt; of b. is een uitgang waarbij een vluchtroute begint die niet door een verblijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte naar een uitgang van het subbrandcompartiment voert. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.68 — Artikel 4.68 (beschermde vluchtroute)#
Artikel 4.68 (beschermde vluchtroute) 1 Een vluchtroute waarop ten hoogste 37 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2 Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft een loopafstand niet groter dan 30 m vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute door een trappenhuis voert. 3 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute door een andere wegtunnelbuis voert dan de wegtunnelbuis waar de vluchtroute begint. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.69 — Artikel 4.69 (extra beschermde vluchtroute)#
Artikel 4.69 (extra beschermde vluchtroute) 1 Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2 De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie dan de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. Dit geldt niet bij de toegang van een woonfunctie die recht tegenover de toegang ligt van de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. 3 De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet door een trappenhuis. 4 Het tweede en derde lid gelden niet als de route door een trappenhuis voert, de uitgangen van de op die route aangewezen woonfuncties rechtstreeks aan het trappenhuis grenzen, op die route alleen woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan zijn aangewezen, en de uitgang van het trappenhuis rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein en: a. er niet meer dan zes woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau; of b. de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan die voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis: 1° 2 ten hoogste 800 mis; 2° geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau; en 3° 2 geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m. 5 Een vluchtroute waarop meer dan 37 en ten hoogste 150 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 6 tabel 4.64 In een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is de loopafstand vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint tot het punt waar een tweede vluchtroute of een veiligheidsvluchtroute begint, of tot het aansluitende terrein niet groter dan de inaangegeven afstand. 7 Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.70 — Artikel 4.70 (veiligheidsvluchtroute)#
Artikel 4.70 (veiligheidsvluchtroute) 1 Een vluchtroute waarop meer dan 150 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsvluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. 2 Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een veiligheidsvluchtroute. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.71 — Artikel 4.71 (tweede vluchtroute)#
Artikel 4.71 (tweede vluchtroute) 1 artikelen 4.68 4.69, eerste tot en met zesde lid 4.70 Als op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint zijn de,, enniet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. 2 Buiten het brandcompartiment waarin de in het eerste lid bedoelde tweede vluchtroute begint, voeren de twee vluchtroutes niet door eenzelfde brandcompartiment. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren als: a. die ruimte aan die uitgang van het subbrandcompartiment grenst; b. de vluchtroutes in die ruimte beschermde vluchtroutes en voor zover deze buiten een brandcompartiment liggen extra beschermde vluchtroutes zijn; c. de loopafstand in die ruimte gemeten over beide vluchtroutes ten hoogste 30 m is als de ruimte besloten is; en d. de vluchtroutes in verschillende richtingen voeren. 4 In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is. 5 De in het vierde lid bedoelde veiligheidsvluchtroute voert alleen door een trappenhuis. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.72 — Artikel 4.72 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.72 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.65 tot en met 4.71 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.73 — Artikel 4.73 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.73 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft vluchtroutes met een zodanige inrichting en capaciteit dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.73 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.73 gebruiksfunctie leden van toepassing inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: wbdbo inrichting vluchtroute: permanente vuurlast rooksluis voorportaal lift vrije doorgang van een vluchtroute vluchtroute door niet besloten ruimte doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit tijdelijk bouwwerk artikel 4.74 4.75 4.76 4.77 4.77a 4.78 4.79 4.80 4.81 4.82 lid 1 2 3 4 5 * 1 2 1 2 1 2 1 2 3 4 * 1 2 1 2 3 4 5 * 1 Woonfunctie a woonwagen – – – – – – – – – – – – 1 – – – * – – – – – – – * b andere woonfunctie 1 2 3 4 5 * 1 2 1 2 1 2 1 – 3 – * – – – – – – – * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 5 * 3 Celfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – 4 * 1 – 1 2 3 4 – * b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 * – 2 1 – – – 1 – – – * 1 – 1 2 3 4 – * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 – – – – * – – – – – – 1 2 – – * – 2 – – – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – * – 2 – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.74 — Artikel 4.74 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang)#
Artikel 4.74 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang) 1 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, is Ra bepaald volgens NEN 6075. 2 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 3 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert, is Ra bepaald volgens NEN 6075. 4 De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitend besloten trappenhuis waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 5 artikel 4.71, eerste lid De weerstand tegen rookdoorgang tussen de twee ruimten, bedoeld in, is R200 bepaald volgens NEN 6075. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.75 — Artikel 4.75 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)#
Artikel 4.75 (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) artikel 4.71, eerste lid Tussen de verschillende ruimten, bedoeld in, is een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.76 — Artikel 4.76 (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast)#
Artikel 4.76 (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast) 1 artikel 4.69, vierde lid Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een trappenhuis waardoor een beschermde of een extra beschermde vluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit dat trappenhuis rechtstreeks bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en het trappenhuis ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. Bij de in rekening te brengen vuurlast van de dakconstructie op de bovenste bouwlaag van het trappenhuis waardoor geen veiligheidsvluchtroute voert, wordt een reductie van 50% toegepast. Dit is niet van toepassing op een trappenhuis als bedoeld in. 2 Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een besloten ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit die ruimte rechtstreeks bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en de ruimte waardoor de veiligheidsvluchtroute voert ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.77 — Artikel 4.77 (rooksluis)#
Artikel 4.77 (rooksluis) 1 Een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting alleen bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute met een loopafstand van ten minste 2 m. 2 Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.77a — Artikel 4.77a (voorportaal lift)#
Artikel 4.77a (voorportaal lift) 1 artikel 4.189 Een lifttoegang van een lift als bedoeld inin een woongebouw grenst aan een extra beschermde vluchtroute. 2 Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.78 — Artikel 4.78 (inrichting vluchtroute: vrije doorgang)#
Artikel 4.78 (inrichting vluchtroute: vrije doorgang) 1 Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute over een trap voert. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een beschermde vluchtroute, voor zover deze niet door een uitgang of over een trap voert, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m. 3 2 Als op een trap in totaal meer dan 600 mvloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m. 4 artikel 4.52, tweede lid Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze route voert niet over een trap of via een liftkooi. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.79 — Artikel 4.79 (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte)#
Artikel 4.79 (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte) Een niet-besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert, heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook en de toevoer van verse lucht dat die ruimte bij brand kan worden gebruikt om te vluchten en voor het verrichten van reddings- en bluswerkzaamheden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.80 — Artikel 4.80 (doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit)#
Artikel 4.80 (doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit) 1 De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute, uitgedrukt in personen, is ten minste het aantal personen dat op dat gedeelte is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van: a. 45 personen per meter vrije breedte van een trap bij het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en 90 personen per meter vrije breedte bij een hoogteverschil van ten hoogste 1 m, voor zover de aantrede van de trap ten minste 0,17 m bedraagt; b. 90 personen per meter vrije breedte van een ruimte; c. 90 personen per meter vrije breedte van een doorgang als zich in de doorgang een dubbele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden; d. 110 personen per meter vrije breedte van een doorgang als zich in de doorgang een enkele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden; en e. 135 personen per meter vrije breedte van een andere doorgang. 2 De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute is zodanig, dat de op dat gedeelte aangewezen personen veilig kunnen vluchten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.81 — Artikel 4.81 (doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit)#
Artikel 4.81 (doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit) 1 artikel 4.80 Op een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, kan vanworden afgeweken als de personen die zijn aangewezen op dat gedeelte en eventueel daarop volgende gedeelten van de vluchtroute het aansluitende terrein kunnen bereiken binnen: a. 30 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is; b. 20 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een extra beschermde vluchtroute is die in de vluchtrichting alleen wordt bereikt door een afzonderlijke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert met een lengte van ten minste 2 m; of c. 15 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een andere vluchtroute is. 2 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat het bedreigde subbrandcompartiment waarin een vluchtroute begint binnen 1 minuut na aanvang van het vluchten kan worden verlaten. 3 De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat elke ruimte, maar geen trappenhuis, op dezelfde bouwlaag als het bedreigde subbrandcompartiment: a. binnen 3,5 minuten na aanvang van het vluchten kan worden verlaten; of b. binnen 6 minuten als: 1°. de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag of brandoverslag naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment ten minste 30 minuten is; en 2°. de volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment, of vanuit elke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert die in de vluchtrichting uitkomt in deze ruimte, R200 is. 4 Bij toepassing van het eerste tot en met derde lid gelden de volgende uitgangspunten: a. berekeningen worden uitgevoerd in tijdstappen van 30 seconden; b. bij het begin van het vluchten wordt aangenomen dat alle personen in het subbrandcompartiment zich nabij de uitgangen van dat compartiment bevinden en tegelijkertijd beginnen te vluchten; c. vluchtroutes worden tijdens het vluchten alleen in een richting benut; d. door doorgangen en over trappen voeren de vluchtroutes niet in tegenovergestelde richting; e. bij samenkomende vluchtroutes wordt de beschikbare doorstroom- en opvangcapaciteit op de volgende wijze verdeeld: 1°. bij samenkomst in een trappenhuis wordt 50% van de beschikbare capaciteit toegedeeld aan het bovengelegen deel van het trappenhuis. De resterende 50% wordt verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen op die bouwlaag tot het trappenhuis; 2°. bij samenkomst in een ruimte, maar geen trappenhuis, wordt de capaciteit evenredig verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen tot die ruimte; en 3°. als de beschikbare opvang- en doorstroomcapaciteit van de ruimte vanuit een of meer toegangen van die ruimte of het bovengelegen deel van het trappenhuis niet volledig wordt benut, wordt de restcapaciteit op de onder 1° en 2° beschreven wijze verdeeld over de resterende toegangen en het bovengelegen deel van het trappenhuis; f. het hoogteverschil tussen bouwlagen in het trappenhuis is ten minste 2,1 m en ten hoogste 4 m; g. de daalsnelheid is 30 seconden per bouwlaag voor zover de vluchtroute over een trap of door een trappenhuis voert; h. de opvangcapaciteit van een trap is 0,5 persoon per trede, voor zover de breedte van de trap niet groter is dan 1,1 m; i. de opvangcapaciteit van een trap is 0,9 persoon per trede per m breedte van die trede, voor zover de breedte van de trap groter is dan 1,1 m en de breedte van het tredevlak groter is dan 0,17 m; j. 2 de opvangcapaciteit van een vloer of hellingbaan is ten hoogste vier personen per mvrije vloeroppervlakte; k. artikel 4.80 het gestelde in, waarbij voor «personen» wordt gelezen: personen per minuut; l. artikel 4.216, derde lid het gestelde in, waarbij voor «37 personen» wordt gelezen: 37 personen per minuut; m. artikel 4.216, derde lid in afwijking van onderdeel l geldt het gestelde in, onverkort als in de ruimte voor de deur tijdens een tijdstap meer dan 37 personen aanwezig zijn; n. brand ontstaat niet op twee of meer plaatsen tegelijk; o. in ieder subbrandcompartiment kan brand ontstaan; en p. de opvang- en doorstroomcapaciteit van vluchtroutes die door het bedreigde subbrandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing. 5 2 Bij toepassing van het vierde lid, onder j, geldt voor een bijeenkomstfunctie een opvangcapaciteit van ten hoogste twee personen per mvrije vloeroppervlakte als bij een tijdstap als bedoeld in het vierde lid, onder a, in een ruimte als bedoeld in het derde lid meer dan 200 personen aanwezig zijn en die ruimte niet door alle personen binnen 3,5 minuten kan worden verlaten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.82 — Artikel 4.82 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.82 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.80 4.81 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.83 — Artikel 4.83 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.83 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.83 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.83 gebruiksfunctie leden van toepassing brandweerlift loopafstand hulppost tijdelijk bouwwerk artikel 4.84 4.85 4.86 4.87 lid 1 2 1 2 * * 1 Woonfunctie 1 2 1 2 – * 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 1 2 – * 3 Celfunctie 1 – 1 2 – * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 2 – * 5 Industriefunctie 1 – 1 2 – * 6 Kantoorfunctie 1 – 1 2 – * 7 Logiesfunctie 1 – 1 2 – * 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 – * 9 Sportfunctie 1 – 1 2 – * 10 Winkelfunctie 1 – 1 2 – * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – * – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.84 — Artikel 4.84 (brandweerlift)#
Artikel 4.84 (brandweerlift) 1 Vanaf een lifttoegang van een brandweerlift is vanaf een verdieping de lifttoegang op de verdieping daarboven bereikbaar via een extra beschermde vluchtroute. 2 Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde extra beschermde vluchtroute voor zover die voert door een ruimte die rechtstreeks grenst aan de lifttoegang. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.85 — Artikel 4.85 (loopafstand)#
Artikel 4.85 (loopafstand) 1 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m. 2 De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.86 — Artikel 4.86 (hulppost)#
Artikel 4.86 (hulppost) Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die alleen voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.87 — Artikel 4.87 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.87 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.84 4.85 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.88 — Artikel 4.88 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.88 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.89 — Artikel 4.89 (inrichting)#
Artikel 4.89 (inrichting) 1 Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven het meetniveau ligt: a. paragrafen 4.2.2 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10 4.2.11 4.2.12 is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de,,,,,,en; of b. voldoet aan de SBRCURnet Handreiking – Brandveiligheid in hoge gebouwen. 2 paragrafen 4.2.2 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10 4.2.11 4.2.12 Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de,,,,,,en. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 4.90 — Artikel 4.90 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.90 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk in een brandvoorschriftengebied of in een explosievoorschriftengebied is zodanig dat de gevolgen voor personen van het aan het voorschriftengebied verbonden risico op brand of explosie worden beperkt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.90 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. tabel 4.90 gebruiksfunctie leden van toepassing brandwerendheid brandklasse gevel en vloeren brandklasse dak Vluchtroute Sterkte bij brand scherfwerking artikel 4.91 4.92 4.93 4.94 4.95 4.96 lid * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 1 Woonfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 2 Bijeenkomstfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 3 Celfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 4 Gezondheidszorgfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 6 Kantoorfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 7 Logiesfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 8 Onderwijsfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 9 Sportfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 10 Winkelfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * * 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.91 — Artikel 4.91 (brandwerendheid)#
Artikel 4.91 (brandwerendheid) Een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment heeft voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt een brandwerendheid van buiten naar binnen van ten minste 60 minuten, bepaald volgens NEN 6069. Bij het bepalen van de brandwerendheid wordt het in het brandvoorschriftengebied gelegen aansluitende terrein aangemerkt als een brandcompartiment en wordt uitgegaan van de in NEN-EN 13501-2 bedoelde buitenbrandkromme. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.92 — Artikel 4.92 (brandklasse buitenoppervlak)#
Artikel 4.92 (brandklasse buitenoppervlak) 1 Een aan de buitenlucht grenzende zijde van een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment voldoet, voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt, aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 In afwijking van het eerste lid voldoet een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3 Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen in elk vlak van de uitwendige scheidingsconstructie met een afmeting van 3 m bij 3 m, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, is die eis niet van toepassing. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.93 — Artikel 4.93 (brandklasse dak)#
Artikel 4.93 (brandklasse dak) 1 Een dak van een brandcompartiment is, voor zover dat dak in een brandvoorschriftengebied ligt, bedekt met constructieonderdelen waarvan de aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2 Op ten hoogste 5% van de oppervlakte van het dak is de eis van het eerste lid niet van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.94 — Artikel 4.94 (vluchtroute)#
Artikel 4.94 (vluchtroute) 1 In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een gedeeltelijk in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk is geen in het brandvoorschriftengebied gelegen doorgang waardoor een vluchtroute voert aanwezig. 2 In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een volledig in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voert een vluchtroute door een van het hart van het voorschriftengebied afgekeerde doorgang. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een in meer dan één brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voor elk brandvoorschriftengebied een vluchtroute door een uitgang van het bouwwerk die niet grenst aan een brandvoorschriftengebied of die is afgekeerd van het voorschriftengebied. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.95 — Artikel 4.95 (sterkte bij brand)#
Artikel 4.95 (sterkte bij brand) paragraaf 4.2.2 Voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan dat is gelegen in een brandvoorschriftengebied, zijn de regels vanvan overeenkomstige toepassing waarbij een in een brandvoorschriftengebied gelegen buitenruimte een brandcompartiment is en wordt uitgegaan van een buitenbrandkromme volgens NEN-EN 13501-2. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.96 — Artikel 4.96 (scherfwerking)#
Artikel 4.96 (scherfwerking) In een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing is zodanig dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.97 — Artikel 4.97 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.97 (aansturingsartikel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.98 — Artikel 4.98 (verkeersveiligheid)#
Artikel 4.98 (verkeersveiligheid) 1 Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. 2 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20. 3 Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.99 — Artikel 4.99 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.99 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie van een woonwagen, biedt weerstand tegen inbraak. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.100 — Artikel 4.100 (reikwijdte)#
Artikel 4.100 (reikwijdte) Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm bedoelde weerstandsklasse 2. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.101 — Artikel 4.101 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.101 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.101 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.101 gebruiksfunctie leden van toepassing bescherming tegen geluid van buiten geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid of geluid door activiteiten afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering niet-geluidgevoelige gevel overgangsrecht: Wet geluidhinder geluidwering bij luchtvaartlawaai tijdelijk bouwwerk artikel 4.102 4.103 4.103a 4.103b 4.103c 4.104 4.105 lid * 1 2 3 * 1 2 1 2 1 2 3 4 * 1 Woonfunctie a woonwagen * – – – – – – 1 2 – – – – – b andere woonfunctie * 1 2 3 * 1 2 1 2 1 2 3 4 * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang * 1 2 3 * 1 2 1 2 1 2 3 4 * b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – – – – – – 3 Celfunctie – – – – – – – – – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie * 1 2 3 * 1 2 1 2 1 2 3 4 * 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – – – – – – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie * 1 2 3 * 1 2 1 2 1 2 3 4 * 9 Sportfunctie – – – – – – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.102 — Artikel 4.102 (bescherming tegen geluid van buiten)#
Artikel 4.102 (bescherming tegen geluid van buiten) Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van ten minste 20 dB. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.103 — Artikel 4.103 (geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid of geluid door activiteiten)#
Artikel 4.103 (geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid of geluid door activiteiten) 1 De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied is: a. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bepaalde gezamenlijke geluid, bedoeld in, en 33 dB; en b. paragraaf 5.1.4.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegestane geluid door activiteiten, bedoeld in, en 35 dB(A), tenzij dit geluid is betrokken bij het bepalen van het gezamenlijke geluid, bedoeld onder a. 2 Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied als bedoeld in het eerste lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste lid van toepassing is, is dat lid van overeenkomstige toepassing. 3 Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste en tweede lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die ten hoogste 2 dB of dB(A) lager is dan de in het eerste en tweede lid bedoelde karakteristieke geluidwering uitgaande van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.103a — Artikel 4.103a (afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering)#
Artikel 4.103a (afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering) artikel 4.103, eerste lid Een maatwerkvoorschrift over, kan alleen inhouden dat het gezamenlijke geluid opnieuw wordt bepaald. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.103b — Artikel 4.103b (niet-geluidgevoelige gevel)#
Artikel 4.103b (niet-geluidgevoelige gevel) 1 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 4.103, eerste lid, aanhef en onder a Bij een niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld inwordt bij de toepassing van, uitgegaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB. 2 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in: a. bevat de uitwendige scheidingsconstructie van die gevel geen te openen delen anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of b. artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden aan het gebouw zodanige bouwkundige maatregelen getroffen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.103c — Artikel 4.103c Wet geluidhinder (overgangsrecht:)#
Artikel 4.103c Wet geluidhinder (overgangsrecht:) 1 artikel 22.1, onder a, van de wet artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder artikel 4.103b, tweede lid, onder a Als de regels voor het bouwwerk deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in, of voorschriften voor het bouwwerk zijn gesteld in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de wet, is, van overeenkomstige toepassing op een uitwendige scheidingsconstructie die op grond vanniet als gevel werd beschouwd. 2 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 4.103, eerste lid, onder a Als voor een bouwwerk in het geluidaandachtsgebied, bedoeld in, van een weg, spoorweg of industrieterrein het gezamenlijke geluid, bedoeld in, niet is bepaald in een van de in dat onderdeel genoemde besluiten, wordt het gezamenlijke geluid voor een verblijfsgebied berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels op basis van: a. artikel IX van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet artikel 22.1 van de wet artikel 110g van de Wet geluidhinder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting die op grond vanonderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in, waarbij voor wegen de gehanteerde aftrek op basis vanwordt opgeteld; of b. in gevallen, bedoeld in het eerste lid, de geluidbelasting die ten grondslag ligt aan het omgevingsplan of de omgevingsvergunning, bedoeld in dat lid; en c. artikel 11.51 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het geluid van luchtvaart, als dat is opgenomen in het geluidregister, bedoeld in. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.104 — Artikel 4.104 (geluidwering bij luchtvaartlawaai)#
Artikel 4.104 (geluidwering bij luchtvaartlawaai) 1 Luchtvaartwet Wet luchtvaart Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens deof devastgestelde Ke-geluidzone bij een militaire luchthaven heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan het in tabel 4.104 aangegeven geluidniveau. Als de geluidbelasting ligt tussen de in de eerste kolom opgenomen Ke-waarden, wordt de te bereiken geluidwering bepaald door rechtevenredige interpolatie tussen de in de tweede kolom opgenomen dB-waarden. Tabel 4.104 geluidwering bij luchtvaartlawaai geluidbelasting in Ke vereiste karakteristieke geluidwering in dB 36–40 30–33 41–45 33–36 46–50 36–40 meer dan 50 40 2 bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol Wet luchtvaart Luchtvaartwet Wet luchtvaart den Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten inaangewezen gebied of een krachtens devastgesteld 56 dB(A) Lbeperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering waarmee het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens deof debepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. 3 Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. 4 Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die ten hoogste 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.105 — Artikel 4.105 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.105 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.102 tot en met 4.104 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB of dB(A) lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.106 — Artikel 4.106 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.106 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.106 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.106 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aangrenzend bouwwerkperceel zelfde bouwwerkperceel tijdelijk bouwwerk zelfde bouwwerkperceel artikel 4.107 4.108 4.109 4.108 lid 1 2 1 2 3 * 2 [dB] 1 Woonfunctie 1 2 1 2 3 * 30 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 – 1 2 – * 35 b andere bijeenkomstfunctie 1 – 1 – – * – 3 Celfunctie 1 – 1 – – * – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 1 – – * – 5 Industriefunctie 1 – 1 – – * – 6 Kantoorfunctie 1 – 1 – – * – 7 Logiesfunctie 1 – 1 – – * – 8 Onderwijsfunctie 1 – 1 2 – * 35 9 Sportfunctie 1 – 1 – – * – 10 Winkelfunctie 1 – 1 – – * – 11 Overige gebruiksfunctie 1 – 1 – – * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 – 1 – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.107 — Artikel 4.107 (aangrenzend bouwwerkperceel)#
Artikel 4.107 (aangrenzend bouwwerkperceel) 1 Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit is niet van toepassing op een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of overige gebruiksfunctie. 2 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.108 — Artikel 4.108 (hetzelfde bouwwerkperceel)#
Artikel 4.108 (hetzelfde bouwwerkperceel) 1 Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. 2 tabel 4.106 Een mechanische voorziening voor luchtverversing of warmterugwinning, of een installatie voor warmte- of koudeopwekking veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste het inaangegeven geluidniveau. 3 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.109 — Artikel 4.109 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.109 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.107 4.108 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.110 — Artikel 4.110 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.110 (aansturingsartikel) 1 Een woongebouw heeft in een gemeenschappelijke verkeersruimte een geluidsabsorptie, waarmee geluidhinder door galm wordt beperkt. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.111 — Artikel 4.111 (geluidsabsorptie)#
Artikel 4.111 (geluidsabsorptie) 2 Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m³, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.112 — Artikel 4.112 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.112 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk biedt bescherming tegen geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties en tussen ruimten in een woonfunctie voor zover in het bouwwerk een woonfunctie ligt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.112 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.112 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden ander bouwwerkperceel verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde bouwwerkperceel verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie tijdelijk bouwwerk ander bouwwerkperceel verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde bouwwerkperceel artikel 4.113 4.114 4.115 4.116 4.113 4.114 lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 * 3 4 3 4 [dB] [dB] 1 Woonfunctie a woonwagen – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b in een woongebouw 1 2 3 4 1 2 3 4 – 6 7 8 1 2 3 * 54 59 54 59 c andere woonfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – 1 2 3 * 54 59 54 59 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * 59 64 59 64 3 Celfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * 59 64 59 64 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * 59 64 59 64 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * 59 64 59 64 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * 59 64 59 64 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * 59 64 59 64 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 – – – – – – – * 59 64 59 64 9 Sportfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * 59 64 59 64 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * 59 64 59 64 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 1 2 3 4 5 – – – – – – * 59 64 59 64 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.113 — Artikel 4.113 (ander bouwwerkperceel)#
Artikel 4.113 (ander bouwwerkperceel) 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet kleiner dan 52 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet kleiner dan 47 dB. 3 tabel 4.112 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet groter dan het inaangegeven geluidniveau. 4 tabel 4.112 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander bouwwerkperceel is niet groter dan het inaangegeven geluidniveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.114 — Artikel 4.114 (verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde bouwwerkperceel)#
Artikel 4.114 (verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde bouwwerkperceel) 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet kleiner dan 52 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet kleiner dan 47 dB. 3 tabel 4.112 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet groter dan het inaangegeven geluidniveau. 4 tabel 4.112 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel is niet groter dan het inaangegeven geluidniveau. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een nevengebruiksfunctie van een woonfunctie naar die woonfunctie. 6 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke ruimte naar een aangrenzende gemeenschappelijke ruimte. 7 Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een gemeenschappelijke verkeersruimte of op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte. 8 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in deof aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in de. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.115 — Artikel 4.115 (verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie)#
Artikel 4.115 (verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie) 1 Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB. 2 Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB. 3 Het eerste en tweede lid gelden niet als de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan of als de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.116 — Artikel 4.116 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.116 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.113 tot en met 4.115 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan overeenkomstige toepassing, waarbij bij een tijdelijk bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen bedoelde niveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.117 — Artikel 4.117 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.117 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft scheidingsconstructies waarmee de vorming van allergenen door vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.117 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.117 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden wering van vocht van buiten factor van de temperatuur wateropname factor van de temperatuur artikel 4.118 4.119 4.120 4.119 lid 1 2 3 4 * 1 2 1 1 Woonfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,65 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 3 Celfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 5 Industriefunctie – – – – * 1 2 0,5 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 7 Logiesfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 9 Sportfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 * 1 2 0,5 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.118 — Artikel 4.118 (wering van vocht van buiten)#
Artikel 4.118 (wering van vocht van buiten) 1 Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 3 Een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een ander verblijfsgebied, een andere toiletruimte of een andere badruimte, is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. 4 -6 3 2 Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de specifieke luchtvolumestroom naar het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, heeft een volgens NEN 2690 bepaalde, specifieke luchtvolumestroom van ten hoogste 20.10m/(m.s). 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.119 — Artikel 4.119 (factor van de temperatuur)#
Artikel 4.119 (factor van de temperatuur) artikel 4.152 tabel 4.117 Een scheidingsconstructie waarvoor een warmteweerstand als bedoeld ingeldt, heeft aan de zijde die grenst aan een verblijfsgebied een volgens NEN 2778 bepaalde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte, die niet kleiner is dan de inaangegeven waarde. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.120 — Artikel 4.120 (wateropname)#
Artikel 4.120 (wateropname) 1 2 ½ 2 ½ Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1,2 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0,01 kg/(m.s) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m.s). 2 Een badruimte heeft in aanvulling op het eerste lid ter plaatse van de opstelplaats voor een bad of een douche een in het eerste lid bedoelde beperking aan de wateropname over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.121 — Artikel 4.121 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.121 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voorziening voor luchtverversing waarmee het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.121 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.121 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden Capaciteit luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte thermisch comfort regelbaarheid en uitschakelbaarheid Luchtverversing overige ruimten plaats van de opening Luchtkwaliteit toevoer van ventilatielucht luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht tijdelijk bouwwerk luchtverversing artikel 4.122 4.123 4.124 4.125 4.126 4.127 4.128 4.129 4.122 lid 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 6 * 2 3 [dm/s per persoon] 1 Woonfunctie 1 – 3 4 5 – * 1 2 3 4 1 2 3 4 – – 1 2 – 1 2 3 4 5 – 1 2 3 – 5 – * – 2 Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – * 6,5 b. andere bijeenkomstfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 4 c. voor alcoholgebruik – 2 3 – 5 6 * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 4 3 Celfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – a. verblijfsgebied van celeenheid 12 b. ander verblijfsgebied 6,5 4 Gezondheidszorgfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – a. bedgebied 12 b. ander verblijfsgebied 6,5 5 Industriefunctie – 2 3 – 5 – – – – – 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 6,5 6 Kantoorfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 6,5 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 2 – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 12 b. andere logiesfunctie – 2 3 4 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 2 – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 12 8 Onderwijsfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – * 8,5 9 Sportfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 6,5 10 Winkelfunctie – 2 3 – 5 – * 1 2 3 4 – 2 3 4 – – 1 2 – 1 – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – 4 11 Overige gebruiksfunctie a. voor het stallen van motorvoertuigen – – – – 5 – – – – – – – 2 3 4 5 – – – 3 – – – 4 5 – – 2 3 – 5 6 – – b. andere overige gebruiksfunctie – – – – 5 – – – – – – – 2 3 4 – – – – – – – – 4 5 – – 2 3 – 5 – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – – – – – – – – – 4 – 6 – – – – – – – – 6 – – – 4 – – – – b andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer – – – – – – – – – – – – – – – – 6 – – – – – – – – – – – – – – – – – c. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – 2 – 4 – – – – – – – – 4 5 – – 2 3 – – – – – 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.122 — Artikel 4.122 (luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte)#
Artikel 4.122 (luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) 1 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste: a. 3 2 3 0,9 dm/s per mvloeroppervlakte met een minimum van 7 dm/s bij een verblijfsgebied; en b. 3 2 3 0,7 dm/s per mvloeroppervlakte met een minimum van 7 dm/s bij een verblijfsruimte. 2 tabel 4.121 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de inaangegeven capaciteit per persoon. 3 3 Onverminderd het eerste en tweede lid hebben een verblijfsgebied en een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm/s. 4 Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en tweede lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. 5 Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste: a. 3 7 dm/s bij een toiletruimte; en b. 3 14 dm/s bij een badruimte. 6 3 2 Onverminderd het tweede lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte een voorziening voor luchtverversing met een mechanische aan- of afvoer met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,8 dm/s per mvloeroppervlakte. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.123 — Artikel 4.123 (thermisch comfort)#
Artikel 4.123 (thermisch comfort) De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.124 — Artikel 4.124 (regelbaarheid en uitschakelbaarheid)#
Artikel 4.124 (regelbaarheid en uitschakelbaarheid) 1 artikel 4.122 Een voorziening voor natuurlijke toevoer van verse lucht is regelbaar in het gebied van 0% tot 30% van de capaciteit, bedoeld in, en heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste twee regelstanden in het regelgebied die onderling ten minste 10% in capaciteit verschillen. 2 artikel 4.122 Een voorziening voor mechanische toevoer van verse lucht heeft een dichtstand, is regelbaar in het gebied van 10% tot 100% van de capaciteit, bedoeld in, en heeft naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste een regelstand in het regelgebied. 3 Een voorziening voor toevoer van verse lucht als bedoeld in het eerste en tweede lid mag zelfregelend zijn in het regelgebied. 4 Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.125 — Artikel 4.125 (luchtverversing overige ruimten)#
Artikel 4.125 (luchtverversing overige ruimten) 1 3 2 Een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 2 3 2 3 Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm/s. 3 3 2 Een liftschacht heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm/s per mvloeroppervlakte van die liftschacht. 4 2 3 2 Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 mheeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 5 3 2 Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een niet-afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. 6 Een tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de voorziening een mechanische voorziening voor luchtverversing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.126 — Artikel 4.126 (luchtkwaliteit: plaats van de instroomopening en uitmonding)#
Artikel 4.126 (luchtkwaliteit: plaats van de instroomopening en uitmonding) 1 artikel 4.122 De volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing is ter plaatse van een instroomopening van een voorziening voor luchtverversing als bedoeld inniet groter dan 0,01. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen afvoervoorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing. 2 Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit is niet van toepassing op een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. 3 Bij een voorziening voor mechanische ventilatie van een stallingruimte voor motorvoertuigen met ten minste 20 parkeerplaatsen: a. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw ligt met een hoogste daklijn die meer dan 5 m boven het straatniveau ligt, ten minste 1 m boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en b. is de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste 10 m/s. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.127 — Artikel 4.127 (luchtkwaliteit: toevoer van ventilatielucht)#
Artikel 4.127 (luchtkwaliteit: toevoer van ventilatielucht) 1 artikel 4.122 De toevoer van de inbedoelde hoeveelheid verse lucht naar een verblijfsgebied vindt rechtstreeks van buiten plaats. 2 artikel 4.122 In afwijking van het eerste lid mag, bij de toevoer van verse lucht naar een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied, ten hoogste 50% van de inbedoelde hoeveelheid via een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte van dezelfde gebruiksfunctie worden aangevoerd. 3 De toevoer van verse lucht naar een gemeenschappelijke verkeersruimte vindt rechtstreeks van buiten plaats. 4 De toevoer van verse lucht naar een liftschacht vindt rechtstreeks van buiten of via de liftmachineruimte van buiten plaats. 5 De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats. 6 De toevoer van verse lucht naar een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt rechtstreeks van buiten plaats. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.128 — Artikel 4.128 (luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht)#
Artikel 4.128 (luchtkwaliteit: afvoer van binnenlucht) 1 De afvoer van binnenlucht uit een gemeenschappelijke verkeersruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2 De afvoer van binnenlucht uit een liftschacht vindt rechtstreeks naar buiten plaats, of via de liftmachineruimte naar buiten. 3 De afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats uit: a. een toiletruimte; b. een badruimte; en c. een opslagruimte voor huishoudelijk afval. 4 Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten plaats. 5 3 artikel 4.122, derde lid Ten minste 21 dm/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. 6 De afvoer van binnenlucht uit een stallingruimte voor motorvoertuigen vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het derde lid, onderdeel b, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 4.129 — Artikel 4.129 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.129 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.122 tot en met 4.128 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.130 — Artikel 4.130 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.130 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.130 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.130 gebruiksfunctie leden van toepassing capaciteit spuivoorziening plaats van de opening tijdelijk bouwwerk artikel 4.131 4.132 4.133 lid 1 2 3 * * 1 Woonfunctie 1 2 – * * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 3 * * b andere bijeenkomstfunctie – – – – – 3 Celfunctie – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie – – – – – 5 Industriefunctie – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – 8 Onderwijsfunctie a voor basisonderwijs 1 2 – * * b andere onderwijsfunctie – – – – – 9 Sportfunctie – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.131 — Artikel 4.131 (capaciteit spuivoorziening)#
Artikel 4.131 (capaciteit spuivoorziening) 1 3 2 Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm/s per mvloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. 2 3 2 Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm/s per mvloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een raam, of een deur die grenst aan een tot de woonfunctie behorende buitenruimte. 3 artikel 4.122 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een inbedoelde voorziening voor luchtverversing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.132 — Artikel 4.132 (plaats van de opening)#
Artikel 4.132 (plaats van de opening) artikel 4.131, eerste lid Een opening van een spuivoorziening als bedoeld in, ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.133 — Artikel 4.133 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.133 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.131 4.132 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.134 — Artikel 4.134 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.134 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, waarmee een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.134 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.134 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid capaciteit: afvoer van rookgas capaciteit: toevoer van verbrandingslucht plaats van de uitmonding plaats van de instroomopening thermisch comfort rookdoorlatendheid tijdelijk bouwwerk artikel 4.135 4.136 4.137 4.138 4.139 4.140 4.141 4.142 lid 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 1 Woonfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 3 Celfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 5 Industriefunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 – * * 6 Kantoorfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 7 Logiesfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 8 Onderwijsfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 9 Sportfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 10 Winkelfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * * 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 1 2 1 – 3 1 2 3 4 5 6 – 2 3 – * * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.135 — Artikel 4.135 (aanwezigheid)#
Artikel 4.135 (aanwezigheid) 1 Een ruimte met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Een kooktoestel met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing. 2 Een open verbrandingstoestel is niet opgesteld in een toiletruimte of een badruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.136 — Artikel 4.136 (capaciteit: afvoer van rookgas)#
Artikel 4.136 (capaciteit: afvoer van rookgas) 1 Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde afvoercapaciteit. 2 Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 2757, vanaf een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rookgas. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.137 — Artikel 4.137 (capaciteit: toevoer van verbrandingslucht)#
Artikel 4.137 (capaciteit: toevoer van verbrandingslucht) 1 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde toevoercapaciteit. 2 Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. 3 De volgens NEN 1087 bepaalde richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar het verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.138 — Artikel 4.138 (plaats van de uitmonding)#
Artikel 4.138 (plaats van de uitmonding) 1 artikel 4.122 De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor rookgas is ter plaatse van een instroomopening van een voorziening voor luchtverversing als bedoeld inniet groter dan aangegeven in tabel 4.138. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen voorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing. Tabel 4.138 Verdunningsfactoren soort afvoer verdunningsfactor Afvoervoorziening voor rookgas bij gasgestookte toestellen 0,01 Afvoervoorziening voor rookgas bij toestellen met andere brandstoffen 0,0015 Afvoervoorziening voor luchtverversing 0,01 2 Een niet boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas ligt: a. op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten langszij aan de uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie; en b. op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. 3 Een boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas voor een niet-gasgestookt verbrandingstoestel ligt op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens. 4 Een uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel voor vaste brandstoffen ligt boven het dakvlak. 5 Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt bij het bepalen van de in het tweede en derde lid bedoelde afstand uitgegaan van de afstand tot het hart van die weg, dat water of dat groen. 6 Een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.139 — Artikel 4.139 (plaats van de instroomopening)#
Artikel 4.139 (plaats van de instroomopening) 1 tabel 4.138 Bij toevoer van verbrandingslucht via een verblijfsgebied is de volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing en van een afvoervoorziening voor rookgas, ter plaatse van een in de uitwendige scheidingsconstructie gelegen instroomopening voor verbrandingslucht, niet groter dan genoemd in. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen afvoervoorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing. 2 Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit is niet van toepassing op een in een dak gelegen instroomopening. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. 3 Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.140 — Artikel 4.140 (thermisch comfort)#
Artikel 4.140 (thermisch comfort) De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.141 — Artikel 4.141 (rookdoorlatendheid)#
Artikel 4.141 (rookdoorlatendheid) Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 2757 bepaalde doorlatendheid die niet groter is dan de doorlatendheid, aangegeven in tabel 4.141. Tabel 4.141 Rookdoorlatendheid soort rookgasafvoer toegestane doorlatendheid Een overdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 -3 3 2 0,006 x 10m/s per minwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 200 Pa Een onderdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 -3 3 2 3 x 10m/s per minwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 40 Pa 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.142 — Artikel 4.142 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.142 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.135 tot en met 4.141 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn devan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.143 — Artikel 4.143 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.143 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.143 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.143 gebruiksfunctie leden van toepassing openingen rattenscherm artikel 4.144 4.145 lid 1 2 3 1 2 3 1 Woonfunctie a woonwagen 1 2 3 – – – b andere woonfunctie 1 2 3 1 2 3 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 1 2 3 3 Celfunctie 1 2 3 1 2 3 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 1 2 3 5 Industriefunctie – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 1 2 3 7 Logiesfunctie a in een logiesbouw 1 2 3 1 2 3 b andere logiesfunctie 1 2 3 – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 1 2 3 9 Sportfunctie 1 2 3 1 2 3 10 Winkelfunctie 1 2 3 1 2 3 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.144 — Artikel 4.144 (openingen)#
Artikel 4.144 (openingen) 1 Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit is niet van toepassing op een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een afvoervoorziening voor luchtverversing; b. een afvoervoorziening voor rookgas; en c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2 afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor op grond vanbeschermde diersoorten. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.145 — Artikel 4.145 (rattenscherm)#
Artikel 4.145 (rattenscherm) 1 Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een scheidingsconstructie van een technische ruimte als zich, ter plaatse van de inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen die ruimte en een andere ruimte van de gebruiksfunctie, een scherm als bedoeld in het eerste lid bevindt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.146 — Artikel 4.146 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.146 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.146 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.146 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte artikel 4.147 4.147 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 [%] 2 [m] 1 Woonfunctie 1 2 3 – – – – – 10 0,5 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 3 4 5 – – – 5 0,5 b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 4 – 6 – – 3 0,2 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 – – 7 – 5 0,5 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 – – – – 2,5 0,5 7 Logiesfunctie – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 – – – 8 5 0,5 9 Sportfunctie – – – – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.147 — Artikel 4.147 (daglichtoppervlakte)#
Artikel 4.147 (daglichtoppervlakte) 1 2 2 tabel 4.146 Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in mwaarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het inaangegeven deel van de vloeroppervlakte in mvan dat verblijfsgebied. 2 tabel 4.146 Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de inaangegeven oppervlakte. 3 Bij het bepalen van de equivalente daglichtoppervlakte: a. blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing; b. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen; en c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057, voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 20°. 4 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking. 5 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bedgebied dat niet ook is bestemd voor spelactiviteiten. 6 In afwijking van het eerste lid en tweede lid kan in een celeenheid of andere ruimte voor het insluiten van personen worden volstaan met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus. 7 Het eerste en tweede lid gelden alleen voor een bedgebied. 8 2 Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 mbuiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.148 — Artikel 4.148 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.148 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is bijna energieneutraal. 2 Als voor een gebruiksfunctie in de tabellen 4.148A of 4.148B regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.148A gebruiksfunctie leden van toepassing waarden bijna energieneutraal afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie bijna energieneutraal artikel 4.149 4.149a 4.149b 4 lid 1 2 3 4 * 1 2 3 1 Energiebehoefte Primair fossiel energiegebruik Aandeel hernieuwbare energie 2 [kWh/m/jr] 2 [kWh/m/jr] [%] ls g (1) geldt als A/A≤ 1,83 (2) geldt als Als/Ag > 1,83 en ≤ 3,0 (3) geldt als Als/Ag > 3,0 ls g (4) geldt als A/A≤ 1,5 (5) geldt als Als/Ag > 1,5 en ≤ 3,0 ls g (6) geldt als A/A≤ 1,8 (7) geldt als Als/Ag > 1,8 1 Woonfunctie a woongebouw 1 – 3 4 * 1 2 3 (1) 65 50 40 ls g (2) 55 + 30 x (A/A– 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A– 3,0) b woonwagen 1 – 3 – – – – – ls g 100 + 30 x (A/A– 2,0) 60 50 c drijvend bouwwerk na 2018 1 – 3 – – – – – ls g 80 + 30 x (A/A– 1,5) 50 50 gerealiseerde ligplaats d drijvend bouwwerk andere ligplaats 1 – 3 – – – – – ls g 80 + 30 x (A/A– 1,5) 70 50 e andere woonfunctie 1 – 3 4 – 1 2 3 (4) 55 30 50 ls g (5) 55 + 30 x (A/A– 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A– 3,0) 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang 1 2 – – – – – – (6) 160 70 40 ls g (7) 160 + 30 x (A/A– 1,8) b andere bijeenkomstfunctie 1 2 – – – – – – (6) 90 60 30 ls g (7) 90 + 30 x (A/A– 1,8) 3 Celfunctie 1 2 – – – – – – (6) 160 120 30 ls g (7) 160 + 35 x (A/A– 1,8) 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – – – – – – 350 130 30 b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – – – – – – (6) 90 50 40 ls g (7) 90 + 35 x (A/A– 1,8) 5 Industriefunctie – – – – – – – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 – – – – – – (6) 90 40 30 ls g (7) 90 + 30 x (A/A– 1,8) 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 – – – – – – (6) 100 130 40 ls g (7) 100 + 35 x (A/A– 1,8) b andere logiesfunctie 1 2 – 4 – – – – (4) 55 40 50 ls g (5) 55 + 30 x (A/A– 1,5) ls g (3) 100 + 50 x (A/A– 3,0) 8 Onderwijsfunctie 1 2 – – – – – – (6) 190 70 40 ls g (7) 190 + 30 x (A/A– 1,8) 9 Sportfunctie 1 2 – – – – – – (6) 40 90 30 ls g (7) 40 + 15 x (A/A– 1,8) 10 Winkelfunctie 1 2 – – – – – – (6) 70 60 30 ls g (7) 70 + 30 x (A/A– 1,8) 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – Tabel 4.148B gebruiksfunctie waarden thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmtedoorgangscoëfficiënt luchtvolumestroom gebruiksfunctie met een lage energievraag tijdelijk bouwwerk overgangsrecht: energiezuinigheid thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmtedoorgangscoëfficiënt artikel 4.152 4.153 4.154 4.155 4.156 4.157 4.152 4.156 lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 1 2 * 1 2 3 * 1 en 8 3 5 en 6 1 2 2 [m.K/W] 2 [m.K/W] 2 [W/mK] 1 Woonfunctie a. woonwagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 2,6 2,6 2,6 1,3 4,2 b. andere woonfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 3 * 4,7 6,3 3,7 2,6 2,2 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 3 Celfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 4 Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 b. andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 5 Industriefunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 b. andere logiesfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 – 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 9 Sportfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 10 Winkelfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 – 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 1 2 * 1 2 – * 4,7 6,3 3,7 1,3 4,2 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.149 — Artikel 4.149 (bijna energieneutraal)#
Artikel 4.149 (bijna energieneutraal) 1 tabel 4.148A Een gebruiksfunctie heeft, bepaald volgens NTA 8800, een energiebehoefte en een primair fossiel energiegebruik van ten hoogste de inaangegeven waarden en een aandeel hernieuwbare energie van tenminste de in die tabel aangegeven waarde. 2 tabel 4.148A In afwijking van het eerste lid worden bij een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties niet van dezelfde soort, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, bepaald volgens NTA 8800, de waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en hernieuwbare energie naar gebruiksoppervlak gewogen. Bij het bepalen van die waarden wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de inaangegeven waarden. 3 Bij toepassing van dit artikel gelden voor een nevengebruiksfunctie van de woonfunctie de eisen aan de woonfunctie. 4 2 2 tabel 4.148A Bij toepassing van dit artikel op een gebruiksfunctie in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/mK of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de inaangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m.jr. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.149a — Artikel 4.149a (afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie)#
Artikel 4.149a (afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie) Een maatwerkvoorschrift over de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie bij een woongebouw kan alleen inhouden dat als gevolg van locatiegebonden omstandigheden niet aan de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie hoeft te worden voldaan, waarbij dat blijkt uit de Leidraad afwijking eis hernieuwbare energie woongebouwen (nieuwbouw). 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.149b — Artikel 4.149b (voorkomen oververhitting)#
Artikel 4.149b (voorkomen oververhitting) 1 Een woonfunctie heeft, bepaald volgens paragraaf 5.7 van NTA 8800, een waarde voor oververhitting van ten hoogste 1,20 voor iedere rekenzone en oriëntatie. 2 Als de hoogst berekende waarde voor oververhitting bij een niet in een woongebouw gelegen woonfunctie meer dan 1,20 is, wordt met een berekening aangetoond dat het totaal aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is. 3 Als in een woongebouw bij een of meer woonfuncties binnen dat woongebouw de hoogst berekende waarde voor oververhitting meer dan 1,20 is, wordt bij de woonfunctie met de hoogst berekende waarde voor oververhitting met een berekening aangetoond dat het aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is. 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.150 — Artikel 4.150#
Artikel 4.150 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.151 — Artikel 4.151#
Artikel 4.151 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2019/501. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.152 — Artikel 4.152 (thermische isolatie: warmteweerstand)#
Artikel 4.152 (thermische isolatie: warmteweerstand) 1 2 Een onderdeel van een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende verticale uitwendige constructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde. 2 2 In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7 m•K/W. 3 2 Een onderdeel van een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde. 4 2 In afwijking van het derde lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 4,5 m•K/W. 5 2 Een onderdeel van een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende constructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde. 6 2 Een onderdeel van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende uitwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructies aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde. 7 2 2 In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van het drijflichaam van een drijvend bouwwerk een volgens NTA 8800 bepaalde gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7m•K/W en bij een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. 8 2 Een onderdeel van een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m•K/W. De gemiddelde warmteweerstand vande onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde. 9 Het eerste tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies waarvan de getalswaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie. 10 Het eerste, derde, vijfde, zesde, en het achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op scheidingsconstructies van een functiegebied. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.153 — Artikel 4.153 (thermische isolatie: warmtedoorgangscoëfficiënt)#
Artikel 4.153 (thermische isolatie: warmtedoorgangscoëfficiënt) 1 artikel 4.152 2 2 Ramen, deuren en kozijnen in een inbedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m•K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens de in het derde lid gegeven methode, ten hoogste 1,65 W/m•K. 2 artikel 4.152 2 Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een inbedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m•K. 3 De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met de formule: waarin wordt verstaan onder: x: het aantal ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk; Un: de warmtedoorgangscoëfficiënt van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800; An: het geprojecteerde oppervlak van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800; en At: het totale geprojecteerde oppervlak van alle ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.154 — Artikel 4.154 (luchtvolumestroom)#
Artikel 4.154 (luchtvolumestroom) 1 3 De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m/s. 2 3 In afwijking van het eerste lid heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een bouwwerkperceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m/s. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.155 — Artikel 4.155 (gebruiksfunctie met een lage energievraag)#
Artikel 4.155 (gebruiksfunctie met een lage energievraag) 1 artikelen 4.149 tot en met 4.154 Op een gebruiksfunctie die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen zijn deniet van toepassing. 2 artikel 4.149, eerste lid artikelen 4.149 tot en met 4.154 Op een gebruiksfunctie waarbij de in, bedoelde waarde ten hoogste 1% bedraagt van de maximum waarde voor primair fossiel energiegebruik zijn deniet van toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.156 — Artikel 4.156 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.156 (tijdelijk bouwwerk) 1 artikel 4.152 tabel 4.148B Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, het derde lid, tweede volzin, het vijfde lid, tweede volzin, het zesde lid, tweede volzin, het zevende lid en het achtste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmteweerstand ten minste de inaangegeven waarde is. 2 artikel 4.153 tabel 4.148B Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste de inaangegeven waarde is. 3 artikel 4.154 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd isvan overeenkomstige toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 106 03-04-2023 24-03-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.157 — Artikel 4.157#
Artikel 4.157 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/454. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2019 501 24-12-2019 13-12-2019 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 454 17-11-2020 04-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.158 — Artikel 4.158 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.158 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.158 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.158 gebruiksfunctie leden van toepassing milieuprestatie artikel 4.159 lid 1 2 3 4 1 Woonfunctie a. woonwagen – – – – b. andere woonfunctie 1 – – – 6 Kantoorfunctie – 2 3 4 Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.159 — Artikel 4.159 (milieuprestatie)#
Artikel 4.159 (milieuprestatie) 1 Een woonfunctie heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,8, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. 2 Een kantoorgebouw heeft een milieuprestatie van ten hoogste 1, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. 3 2 Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m. 4 Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat deel uitmaakt van een gebouw met andere gebruiksfuncties dan de kantoorfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.160 — Artikel 4.160#
Artikel 4.160 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.160a — Artikel 4.160a (aansturingsartikel)#
Artikel 4.160a (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.160b — Artikel 4.160b (laadpunten voor elektrische voertuigen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren)#
Artikel 4.160b (laadpunten voor elektrische voertuigen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren) 1 Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan vijf parkeervakken, heeft: a. ten minste één laadpunt voor elke vijf parkeervakken; b. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en c. Verordening (EU) 168/2013 leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 vanbetreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60). 2 Een gebouw als bedoeld in het eerste lid met een kantoorfunctie heeft, in afwijking van onderdeel a van dat lid, ten minste één laadpunt voor elke twee parkeervakken. 3 Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan drie parkeervakken, heeft: a. ten minste één laadpunt; b. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en c. Verordening (EU) 168/2013 leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 vanbetreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60). 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen. 5 De voorbekabeling en leidingdoorvoeren, bedoeld in het eerste en tweede lid, onder b en c, zijn zodanig gedimensioneerd dat gelijktijdig en efficiënt gebruik van de laadpunten mogelijk is. 6 Een laadpunt is geschikt voor slim laden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.160ba — Artikel 4.160ba (afbakening maatwerkvoorschriften voorbekabeling en leidingdoorvoeren)#
Artikel 4.160ba (afbakening maatwerkvoorschriften voorbekabeling en leidingdoorvoeren) 1 artikel 4.160b, vijfde lid Een maatwerkvoorschrift over, kan alleen inhouden dat de voorbekabeling en leidingdoorvoeren van een gebouw als bedoeld in het eerste en tweede lid, de installatie van een belasting- of laadbeheersysteem ondersteunen. 2 artikel 4.160b, zesde lid Een maatwerkvoorschrift over, kan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.160c — Artikel 4.160c (aansturingsartikel)#
Artikel 4.160c (aansturingsartikel) 1 Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, dat is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft een systeem voor gebouwautomatisering en -controle. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.160d — Artikel 4.160d (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)#
Artikel 4.160d (systeem voor gebouwautomatisering en -controle) artikel 4.160c, eerste lid Het systeem voor gebouwautomatisering en -controle, bedoeld in, is in staat: a. het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken; b. de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische bouwsystemen te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren; c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten; en d. de binnenluchtkwaliteit te monitoren. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.160e — Artikel 4.160e (overgangsrecht)#
Artikel 4.160e (overgangsrecht) artikelen 4.160c 4.160d Deenzijn niet van toepassing tot en met 31 december 2025. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.160f — Artikel 4.160f (aansturingsartikel)#
Artikel 4.160f (aansturingsartikel) Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw heeft een systeem dat het energie-efficiënt, zuinig en veilig functioneren van technische bouwsystemen kan ondersteunen. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.160g — Artikel 4.160g (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen)#
Artikel 4.160g (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen) Het systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen heeft: a. de functie om het rendement van technische bouwsystemen permanent elektronisch te controleren; b. de functie om opwekking, distributie, opslag en gebruik van energie en, voor zover van toepassing, waterzijdig inregelen te controleren; en c. het vermogen om te reageren op externe signalen en het energieverbruik aan te passen. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.161 — Artikel 4.161 (afbakening maatwerkregels bruikbaarheid)#
Artikel 4.161 (afbakening maatwerkregels bruikbaarheid) Met een maatwerkregel kunnen alleen gebieden of categorieën woonfuncties worden aangewezen waarbij kan worden afgeweken van een regel in deze afdeling, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.162 — Artikel 4.162 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.162 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft een verblijfsgebied dat bruikbaar is voor de voor de woonfunctie kenmerkende activiteiten. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.162 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.162 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte artikel 4.163 4.164 4.163 4.164 lid 1 2 1 2 3 4 1 4 2 [m] [m] 1 Woonfunctie a woonwagen 1 2 1 2 3 4 18 2,2 b voor studenten 1 2 1 2 3 4 15 2,6 c andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 18 2,6 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.163 — Artikel 4.163 (aanwezigheid)#
Artikel 4.163 (aanwezigheid) 1 tabel 4.162 Een woonfunctie heeft ten minste de inaangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. 2 Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.164 — Artikel 4.164 (afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte)#
Artikel 4.164 (afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte) 1 2 Een verblijfsgebied heeft een vloeroppervlakte van ten minste 5 m. 2 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een breedte van ten minste 1,8 m. 3 2 In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 men een breedte van ten minste 3 m. 4 tabel 4.162 Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de inaangegeven hoogte boven de vloer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.165 — Artikel 4.165 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.165 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft voldoende toiletruimte. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.165 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.165 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aanwezigheid toiletruimte afmetingen toiletruimte afmetingen toiletruimte artikel 4.166 4.167 4.167 lid 1 2 3 1 2 2 1 Woonfunctie [m] a woonwagen 1 2 3 1 2 2,1 b andere woonfunctie 1 2 3 1 2 2,3 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.166 — Artikel 4.166 (aanwezigheid toiletruimte)#
Artikel 4.166 (aanwezigheid toiletruimte) 1 Een woonfunctie heeft een toiletruimte. 2 Op een toiletruimte zijn niet meer dan vijf woonfuncties aangewezen. 3 Op een toiletruimte zijn alleen woonfuncties of een nevengebruiksfunctie daarvan aangewezen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.167 — Artikel 4.167 (afmetingen toiletruimte)#
Artikel 4.167 (afmetingen toiletruimte) 1 artikel 4.166 Een toiletruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m. 2 tabel 4.165 Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste lid heeft boven die vloer ten minste de inaangegeven hoogte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.168 — Artikel 4.168 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.168 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft voldoende badruimte. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.168 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.168 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden aanwezigheid badruimte Afmetingen badruimte afmetingen badruimte artikel 4.169 4.170 4.170 lid * 1 2 3 3 1 Woonfunctie [m] a woonwagen * 1 2 3 2,1 b andere woonfunctie * 1 2 3 2,3 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.169 — Artikel 4.169 (aanwezigheid badruimte)#
Artikel 4.169 (aanwezigheid badruimte) Een woonfunctie heeft een badruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.170 — Artikel 4.170 (afmetingen badruimte)#
Artikel 4.170 (afmetingen badruimte) 1 artikel 4.169 2 Een badruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 men een breedte van ten minste 0,8 m. 2 artikel 4.169 artikel 4.166 2 Een badruimte als bedoeld indie is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 men een breedte van ten minste 0,9 m. 3 tabel 4.168 Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft boven die vloer ten minste de inaangegeven hoogte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.171 — Artikel 4.171 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.171 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.171 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.171 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen regenwerend artikel 4.172 4.173 lid 1 2 3 * 1 Woonfunctie a voor zorg – – – – b voor studenten – – – – c andere woonfunctie 1 2 3 * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.172 — Artikel 4.172 (aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen)#
Artikel 4.172 (aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen) 1 2 Een woonfunctie heeft als nevengebruiksfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 men een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2,3 m. 2 2 2 In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 mde bergruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 mper woonfunctie bedraagt. 3 Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. Een hoogteverschil groter dan 0,02 m op ten minste een route tussen de toegang van de bergruimte en het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte wordt overbrugd door een lift of een hellingbaan. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.173 — Artikel 4.173 (regenwerend)#
Artikel 4.173 (regenwerend) artikel 4.172 De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte als bedoeld inis, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.174 — Artikel 4.174 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.174 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een rechtstreeks bereikbare buitenruimte. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.174 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.174 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid artikel 4.175 lid 1 2 1 Woonfunctie a voor studenten – – b andere woonfunctie 1 2 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.175 — Artikel 4.175 (aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid)#
Artikel 4.175 (aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid) 1 2 Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 men een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie. 2 2 2 2 In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 mde buitenruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 mper op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 men een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.176 — Artikel 4.176 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.176 (aansturingsartikel) 1 Een woonfunctie heeft opstelplaatsen voor een aanrecht, een kooktoestel, een verwarmingstoestel en een warmwatertoestel. 2 Als voor een woonfunctie in tabel 4.176 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.176 gebruiksfunctie leden van toepassing aanwezigheid opstelplaats afmetingen opstelplaats artikel 4.177 4.178 lid 1 2 3 1 2 1 Woonfunctie a voor zorg – 2 3 – – b andere woonfunctie 1 2 3 1 2 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.177 — Artikel 4.177 (aanwezigheid opstelplaats)#
Artikel 4.177 (aanwezigheid opstelplaats) 1 Een woonfunctie heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel. 2 Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een verwarmingstoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet als de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor verwarming. 3 Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een warmwatertoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet als de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor warm water. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.178 — Artikel 4.178 (afmetingen opstelplaats)#
Artikel 4.178 (afmetingen opstelplaats) 1 artikel 4.177, eerste lid Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m. 2 artikel 4.177, eerste lid Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,6 m x 0,6 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.179 — Artikel 4.179 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.179 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende bereikbaar zijn. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.179 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.179 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden vrije doorgang: doorgang vrije doorgang: verkeersroute hoofdtoegang overbrugging van hoogteverschillen vrije doorgang: doorgang vrije doorgang: verkeersroute artikel 4.180 4.181 4.181a 4.182 4.180 4.181 lid 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 5 6 7 1 en 2 1 1 Woonfunctie [m] [m] a. woonwagen 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 b. andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 5 6 – 2,3 2,3 2 Bijeenkomstfunctie a. voor alcoholgebruik 1 2 1 – – – – 1 – – – – – – – 7 2,1 2,1 b. voor het aanschouwen van sport, voor film, 1 2 1 – – – – 1 – – – – – – – 7 2,1 2,1 voor muziek of voor theater c. andere bijeenkomstfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 3 Celfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 – – – – 1 – – – – – – – 7 2,1 2,1 5 Industriefunctie a. lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – b. andere industriefunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 6 Kantoorfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 7 Logiesfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 8 Onderwijsfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 9 Sportfunctie 1 2 1 – – – – – – – – – – – – – 2,1 2,1 10 Winkelfunctie 1 2 1 – – – – 1 – – – – – – – 7 2,1 2,1 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.180 — Artikel 4.180 (vrije doorgang: doorgang)#
Artikel 4.180 (vrije doorgang: doorgang) 1 tabel 4.179 Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de inaangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar: Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde ruimte. a. een verblijfsgebied; b. een verblijfsruimte; c. artikelen 4.166 4.186 een toiletruimte als bedoeld in deen; d. artikelen 4.169 4.186 een badruimte als bedoeld in deen; e. artikel 4.171 een bergruimte als bedoeld in; f. artikel 4.174 een buitenruimte als bedoeld in; en g. artikel 4.189 een ruimte voor het bereiken van een lift als bedoeld in. 2 tabel 4.179 Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van ten minste de inaangegeven vrije hoogte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.181 — Artikel 4.181 (vrije doorgang: verkeersroute)#
Artikel 4.181 (vrije doorgang: verkeersroute) 1 artikel 4.180 tabel 4.179 Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld inloopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de inaangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. 2 Als de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. 3 Een hoofdtoegang van een woongebouw, ontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m. 4 Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m. 5 In aanvulling op het tweede lid heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet als een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.181a — Artikel 4.181a (hoofdtoegang)#
Artikel 4.181a (hoofdtoegang) 1 Ten minste een toegang van een gebruiksfunctie is een hoofdtoegang. 2 Ten minste een toegang van een woongebouw is een hoofdtoegang. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.182 — Artikel 4.182 (overbrugging van hoogteverschillen)#
Artikel 4.182 (overbrugging van hoogteverschillen) 1 Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 2 Bij een hoofdtoegang van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m. 3 artikel 4.175, eerste lid Bij ten minste een toegang van een niet-gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in, is een hoogteverschil op de route tussen ten minste een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en de aangrenzende vloer van de buitenruimte, groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. 4 artikel 4.172 Bij ten minste een toegang van een buitenberging als bedoeld inis een hoogteverschil op de route tussen de vloer van de buitenberging en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein, groter dan 0,02 m, overbrugd door een hellingbaan. 5 artikel 4.175, tweede lid Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan. 6 Een woongebouw waarin de vloer ter plaatse van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi met een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m. 7 Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie, gelegen in een gebouw zonder een toegankelijkheidssector, en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2026
Artikel 4.183 — Artikel 4.183 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.183 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende toegankelijk zijn voor personen met een functiebeperking. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.183 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.183 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: hoogteverschillen lift: afmetingen en loopafstand toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten artikel 4.184 4.185 4.186 4.187 4.188 4.189 4.190 4.184 4.185 4.186 lid 1 2 3 4 1 2 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 1 2 3 4 5 * 1 2 3 3 1 4 1 Woonfunctie 2 [m] [%] [n] a woonwagen – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 2 – – – – 1 – 3 – – 6 – 2 3 4 1 2 3 4 5 * 1 2 3 – – – c andere woonfunctie 1 – – – – – – – – – – – – – – – 1 2 3 4 5 * 1 2 3 – – – 2 Bijeenkomstfunctie a voor alcoholgebruik – – 3 4 1 – – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 250 80 – b voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater. – – 3 4 1 – – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 250 40 – c andere bijeenkomstfunctie – – 3 – 1 2 – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 250 80 – 3 Celfunctie – – 3 – 1 – – – 3 4 – 6 – 2 3 4 1 2 3 – – * 1 – – 400 40 300 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied – – 3 – 1 – – – 3 4 5 – – 2 3 4 1 2 3 – – * 1 – – 250 80 300 b andere gezondheidszorgfunctie – – 3 – 1 – – – 3 4 5 – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 250 80 300 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie – – 3 – 1 – – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 400 40 – 6 Kantoorfunctie – – 3 – 1 – – – 3 4 – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 400 40 300 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw – – 3 – 1 – – 2 3 – – 6 1 2 3 4 1 2 3 – – * 1 – – 250 – – b andere logiesfunctie – – 3 – 1 – – – 3 – – 6 1 2 3 4 1 2 3 – – * 1 – – 400 40 – 8 Onderwijsfunctie – – 3 – 1 – – – 3 4 – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 400 100 1.050 9 Sportfunctie – – 3 – 1 – – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 400 40 – 10 Winkelfunctie – – 3 – 1 – – – 3 – – – – 2 – – 1 2 3 – – * 1 – – 250 60 – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.184 — Artikel 4.184 (toegankelijkheidssector: aanwezigheid)#
Artikel 4.184 (toegankelijkheidssector: aanwezigheid) 1 Een woongebouw heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als: a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau; of b. 2 het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 mdie hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau. 2 2 Een woonfunctie voor zorg met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 mheeft een toegankelijkheidssector. 3 tabel 4.183 Een gebruiksfunctie heeft een toegankelijkheidssector als de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie, samen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor deze regel geldt, groter is dan de inaangegeven oppervlakte. 4 2 Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 mheeft een toegankelijkheidssector. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.185 — Artikel 4.185 (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen)#
Artikel 4.185 (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen) 1 tabel 4.183 In een gebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste het inaangegeven percentage van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector. 2 Voor zover de in het eerste lid bedoelde gebruiksfunctie een nevengebruiksfunctie van een kantoor- of industriefunctie is, ligt, in afwijking van het eerste lid, ten minste 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van die gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.186 — Artikel 4.186 (toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten)#
Artikel 4.186 (toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten) 1 In een toegankelijkheidssector ligt een verblijfsgebied. 2 In een logiesgebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond, in een toegankelijkheidssector. 3 In een toegankelijkheidssector ligt een integraal toegankelijke toiletruimte. 4 tabel 4.183 Op een in het derde lid bedoelde toiletruimte zijn niet meer personen aangewezen dan het inaangegeven aantal. 5 2 Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied met toegankelijkheidssector heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 mvloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond. 6 Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector heeft een aantal integraal toegankelijke badruimten van ten minste de getalswaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 4.187 — Artikel 4.187 (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten)#
Artikel 4.187 (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten) 1 artikel 4.186, eerste lid 2 In een in, bedoeld verblijfsgebied is ten minste een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 mbij een breedte van ten minste 3,2 m. 2 Een integraal toegankelijke toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m. 3 Een integraal toegankelijke badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m x 1,8 m. 4 Een integraal toegankelijke badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m x 2,2 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.188 — Artikel 4.188 (toegankelijkheidssector: bereikbaarheid)#
Artikel 4.188 (toegankelijkheidssector: bereikbaarheid) 1 Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die alleen door een toegankelijkheidssector voert. 2 Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitend terrein en is een hoofdtoegang van het gebouw. 3 Een verkeersroute in een toegankelijkheidssector loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 1,2 m en een vrije hoogte van ten minste 2,1 m. 4 Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie. 5 artikel 4.184, eerste lid De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.189 — Artikel 4.189 (toegankelijkheidssector: hoogteverschillen)#
Artikel 4.189 (toegankelijkheidssector: hoogteverschillen) Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen een op die route gelegen hoofdtoegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.190 — Artikel 4.190 (lift: afmetingen en loopafstand)#
Artikel 4.190 (lift: afmetingen en loopafstand) 1 artikel 4.189 De kooi van een lift als bedoeld inheeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 1,35 m. 2 In afwijking van het eerste lid heeft de kooi van een lift in een woongebouw met meer dan zes woonfuncties een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m. 3 artikel 4.189 De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld inis ten hoogste 90 m. Als het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.191 — Artikel 4.191 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.191 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is vanaf de openbare weg voldoende toegankelijk voor personen met een functiebeperking. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.191 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.191 gebruiksfunctie leden van toepassing bereikbaarheid van een gebouw artikel 4.192 lid 1 2 3 4 5 6 1 Woonfunctie a. woonwagen – – – – – – b. 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – – – – 6 d woonfunctie gelegen in woongebouw 1 2 – 6 c. andere woonfunctie – – 3 – – 6 2 Bijeenkomstfunctie a. voor alcoholgebruik 1 – – 4 – 6 b. voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater 1 – – 4 – 6 c. andere bijeenkomstfunctie 1 – – – – 6 3 Celfunctie 1 – – – – 6 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – – 4 – 6 5 Industriefunctie a. lichte industriefunctie – – – – – – b. andere industriefunctie 1 – – – – 6 6 Kantoorfunctie 1 – – – – 6 7 Logiesfunctie 1 – – – – 6 8 Onderwijsfunctie 1 – – – – 6 9 Sportfunctie 1 – – – – 6 10 Winkelfunctie 1 – – 4 – 6 11 Overige gebruiksfunctie – – – – 5 6 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.192 — Artikel 4.192 (bereikbaarheid van een gebouw)#
Artikel 4.192 (bereikbaarheid van een gebouw) 1 Een hoofdtoegang van een gebouw met een toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad of steiger voert met: a. een breedte van ten minste 1,1 m; en b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: i. artikel 4.30 bij een verhard pad: een helling die voldoet aan; en ii. paragraaf 4.2.4. bij een steiger: een hellingbaan als bedoeld in 2 Een hoofdtoegang van een woongebouw zonder toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met: a. een breedte van ten minste 1,1 m; en b. artikel 4.30 bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan. 3 artikel 4.182, tweede lid Een hoofdtoegang van een woonfunctie als bedoeld in, die niet gelegen is in een woongebouw, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met: a. een breedte van ten minste 0,85 m; en b. artikel 4.30 bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan. 4 Een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie in een gebouw zonder toegankelijkheidssector, die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitende terrein, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met: a. een breedte van ten minste 1,1 m; en b. artikel 4.30 bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan. 5 artikel 4.172, derde lid De toegang van een buitenberging of de toegang van de gemeenschappelijk verkeersruimte naar een buitenberging als bedoeld in, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met: a. een breedte van ten minste 1,1 m; en b. artikel 4.30 bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan. 6 Een doorgang waardoor een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde route voert, heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.193 — Artikel 4.193 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.193 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.193 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.193 gebruiksfunctie leden van toepassing verlichting noodverlichting aansluiting op voorziening voor elektriciteit verduisterde ruimte artikel 4.194 4.195 4.196 4.197 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * * 1 Woonfunctie – – – 4 – – – – – – * – 2 Bijeenkomstfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 3 Celfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – 4 – – – – – – * – b andere industriefunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 6 Kantoorfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * b andere logiesfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * – 8 Onderwijsfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 9 Sportfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 10 Winkelfunctie 1 – – 4 – 1 – 3 – 5 * * 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer – 2 3 4 – – 2 3 – 5 * * b voor het stallen van motorvoertuigen – 2 – 4 – – 2 3 – 5 * * c andere overige gebruiksfunctie – – – 4 – – – – – – * * 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – 4 5 – – 3 4 5 * – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – 4 – – – 3 – 5 * * 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.194 — Artikel 4.194 (verlichting)#
Artikel 4.194 (verlichting) 1 Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 2 Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 3 2 Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 mheeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 4 Een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. 5 Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux en een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.195 — Artikel 4.195 (noodverlichting)#
Artikel 4.195 (noodverlichting) 1 Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting. 2 artikel 4.194, tweede lid Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in, heeft noodverlichting. 3 Een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft noodverlichting. 4 Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting. 5 Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op de vloer en het tredevlak gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.196 — Artikel 4.196 (aansluiting op voorziening voor elektriciteit)#
Artikel 4.196 (aansluiting op voorziening voor elektriciteit) artikelen 4.194 4.195 artikel 4.199 Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in deenis aangesloten op een inbedoelde voorziening voor elektriciteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.197 — Artikel 4.197 (verduisterde ruimte)#
Artikel 4.197 (verduisterde ruimte) Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.198 — Artikel 4.198 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.198 (aansturingsartikel) 1 Bij een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie is die voorziening veilig zodat er geen sprake kan zijn van ongevallen zoals elektrocutie, verstikking, brandwonden of verwonding door explosies. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.199 — Artikel 4.199 (voorziening voor elektriciteit)#
Artikel 4.199 (voorziening voor elektriciteit) 1 Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan: a. NEN 1010 bij lage spanning; en b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522 bij hoge spanning. 2 In aanvulling op het eerste lid, aanhef en onder a, voldoen laadpunten voor elektrische voertuigen in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.200 — Artikel 4.200 (voorziening voor gas)#
Artikel 4.200 (voorziening voor gas) 1 Een voorziening voor gas voldoet aan: a. NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar; en b. NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. 2 Een bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.201 — Artikel 4.201 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.201 (aansturingsartikel) 1 Bij een bouwwerk met een voorziening voor drinkwater of warmwater is die voorziening zodanig dat de gezondheid niet nadelig kan worden beïnvloed als gevolg van het vrijkomen, ontstaan of ontwikkelen van gevaarlijke stoffen of biologische agentia in drinkwater of warmwater. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.202 — Artikel 4.202 (drinkwatervoorziening)#
Artikel 4.202 (drinkwatervoorziening) Een voorziening voor drinkwater voldoet aan NEN 1006. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.203 — Artikel 4.203 (warmwatervoorziening)#
Artikel 4.203 (warmwatervoorziening) Een voorziening voor warmwater voldoet aan NEN 1006. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.204 — Artikel 4.204 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.204 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater waarmee het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.204 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.204 gebruiksfunctie leden van toepassing afvoer van huishoudelijk afvalwater afvoer van hemelwater artikel 4.205 4.206 lid 1 2 1 2 1 Woonfunctie 1 2 1 2 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 1 2 3 Celfunctie 1 2 1 2 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 2 5 Industriefunctie 1 2 – – 6 Kantoorfunctie 1 2 1 2 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 1 2 b andere logiesfunctie 1 2 – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 1 2 9 Sportfunctie 1 2 1 2 10 Winkelfunctie 1 2 1 2 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.205 — Artikel 4.205 (afvoer van huishoudelijk afvalwater)#
Artikel 4.205 (afvoer van huishoudelijk afvalwater) 1 Een gebruiksfunctie met een toilet- of badruimte of met een andere opstelplaats voor een lozingstoestel heeft voor die opstelplaats een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater. 2 Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater heeft een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.206 — Artikel 4.206 (afvoer van hemelwater)#
Artikel 4.206 (afvoer van hemelwater) 1 Een dak van een bouwwerk heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. 2 Een binnen een bouwwerk gelegen voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.207 — Artikel 4.207 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.207 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat brand tijdig kan worden ontdekt zodat veilig kan worden gevlucht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.207 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.207 Gebruiksfunctie Leden van toepassing brandmeldinstallatie melding en doormelding inspectiecertificaat brandmeldinstallatie rookmelders Artikel 4.208 4.209 4.210 4.211 lid 1 2 3 4 1 2 * 1 2 3 4 5 1 Woonfunctie a zorgclusterwoning in een woongebouw 1 2 – – 1 2 * 1 – – – – b zorgclusterwoning niet in een woongebouw 1 2 – – – – – 1 – – – – c groepszorgwoning voor 24-uurszorg 1 2 – – 1 2 * 1 2 – 4 – d groepszorgwoning niet voor 24-uurszorg 1 2 – – 1 – * 1 2 – 4 – e voor kamergewijze verhuur – – – – – – – 1 2 – 4 – f andere woonfunctie – – – – – – – 1 – – – – 2 Bijeenkomstfunctie a voor het aanschouwen van sport – – 3 – – – – – – – – – b voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar 1 2 3 4 – 2 * – – 3 4 – c andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 3 Celfunctie 1 2 3 – – 2 * – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – 2 * – – – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – – – – – – – – b andere industriefunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw met 24-uursbewaking 1 2 3 – – – * – – 3 4 5 b in een logiesgebouw zonder 24-uursbewaking 1 2 3 – – 2 * – – 3 4 – c andere logiesfunctie – – – – – – – – – 3 4 – 8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 9 Sportfunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 10 Winkelfunctie 1 2 3 – – – * – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 3 – – – * – – – – – b voor het personenvervoer 1 2 3 – – – * – – – – – c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.208 — Artikel 4.208 (brandmeldinstallatie)#
Artikel 4.208 (brandmeldinstallatie) 1 bijlage II Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in, als: a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw, voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in die bijlage aangegeven waarde; b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger ligt dan op de in die bijlage aangegeven hoogte; of c. deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een gebruiksoppervlakte of hoogte als bedoeld onder a of b. 2 Een brandcompartiment waarin een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in het eerste lid ligt, heeft een brandmeldinstallatie met eenzelfde omvang van de bewaking en doormelding als die gebruiksfunctie. 3 Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte in niet meer dan een richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert, evenals verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico en een doorgang die aan die buiten die verblijfsruimte gelegen ruimte grenzen, voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, als: a. de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; b. 2 de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert en van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 mis; of c. het aantal op de enkele vluchtroute aangewezen verblijfsruimten meer dan twee is. 4 bijlage II Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing als boven de inbedoelde hoogste vloer niet meer dan zes opstelplaatsen voor bedden voor kinderen zijn. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.209 — Artikel 4.209 (melding en doormelding)#
Artikel 4.209 (melding en doormelding) 1 artikel 4.208 Een inbedoelde brandmeldinstallatie meldt rechtstreeks: a. naar een zorgcentrale bij zorg op afroep; en b. naar een zusterpost bij 24-uurszorg. 2 artikel 4.208 Een doormelding als bedoeld invindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 4.210 — Artikel 4.210 (inspectiecertificaat brandmeldinstallatie)#
Artikel 4.210 (inspectiecertificaat brandmeldinstallatie) bijlage II artikel 4.208 In de inaangewezen gevallen heeft een invoorgeschreven brandmeldinstallatie voor ingebruikname van het bouwwerk een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.211 — Artikel 4.211 (rookmelders)#
Artikel 4.211 (rookmelders) 1 Bij een woonfunctie heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. 2 Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. Dit is niet van toepassing op een verblijfsruimte in een wooneenheid als elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten. 3 Een verblijfsruimte en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van het gebouw hebben een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. 4 artikel 4.208 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 5 In aanvulling op het derde lid is het in de primaire inrichtingseisen bedoelde alarmeringssignaal permanent waarneembaar door de voor de 24-uursbewaking van de logiesfunctie verantwoordelijke functionaris of vindt rechtstreekse doormelding plaats naar die functionaris. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.212 — Artikel 4.212 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.212 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen dat de gebruikers bij brand tijdig het bouwwerk kunnen ontvluchten of op een andere manier in veiligheid kunnen worden gebracht. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.212 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.212 gebruiksfunctie leden van toepassing ontruimtingsalarminstallatie inspectiecertificaat ontruimingsalarminstallatie vluchtrouteaanduidingen deuren in vluchtroutes, draairichting deuren in vluchtroutes, weerstand bij het openen zelfsluitende constructieonderdelen lift voor vluchten bij brand artikel 4.213 4.214 4.215 4.216 4.217 4.218 4.218a lid 1 2 3 * 1 2 3 4 5 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 5 * 1 Woonfunctie a. 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – – * – – – – – 1 – – – – – 3 4 5 6 1 2 3 – – * b. andere woonfunctie voor zorg 1 – – * – – – – – 1 – – – – – 3 4 5 – 1 2 3 – – * c. voor kamergewijze verhuur – – – – – – – – – 1 – – – 1 – 3 4 5 – 1 2 3 – – * d. andere woonfunctie – – – – – – – – – 1 – – – – – 3 4 5 – 1 – – 4 – * 2 Bijeenkomstfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 3 Celfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – 5 – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 5 Industriefunctie a. lichte industriefunctie – – – – – – – – – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – b. andere industriefunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 6 Kantoorfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – a. in een logiesgebouw met 24-uurs bewaking 1 – 3 * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – b. in een ander logiesgebouw 1 2 – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – c. andere logiesfunctie – – – – – – – – – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 9 Sportfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 10 Winkelfunctie 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie a. voor het stallen van motorvoertuigen 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – b. voor het personenvervoer 1 – – * 1 – 3 4 – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – c. andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – 2 3 – – 2 3 4 5 6 1 – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – 2 3 – 5 – – – 4 – – – 4 5 6 1 – – – – – b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – 2 3 – – 2 – 4 5 6 1 – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.213 — Artikel 4.213 (ontruimingsalarminstallatie)#
Artikel 4.213 (ontruimingsalarminstallatie) 1 artikel 4.208 Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld inheeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575. 2 Het ontruimingssignaal van een in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie wordt bij het activeren van de automatische melder of handbrandmelder onmiddellijk en in het gehele gebouw in werking gesteld. 3 In aanvulling op het eerste lid is het ontruimingssignaal van een ontruimingsalarminstallatie permanent waarneembaar door de voor de 24-uursbewaking van de logiesfunctie verantwoordelijke functionaris of vindt rechtstreekse doormelding plaats naar die functionaris. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.214 — Artikel 4.214 (inspectiecertificaat ontruimingsalarminstallatie)#
Artikel 4.214 (inspectiecertificaat ontruimingsalarminstallatie) artikel 4.213, eerste lid artikel 4.210 Een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in, die behoort bij een brandmeldinstallatie waaropvan toepassing is, heeft een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.215 — Artikel 4.215 (vluchtrouteaanduiding)#
Artikel 4.215 (vluchtrouteaanduiding) 1 Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 3011 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in artikel 5.4.5 van NEN-EN 1838. 2 artikel 4.68, derde lid Een wegtunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 m, gemeten langs de tunnelwand. Bij de vluchtrouteaanduiding is goed zichtbaar aangegeven de loopafstand in twee richtingen tot het einde van de tunnelbuis of, als die loopafstand korter is, de loopafstand tot de meest nabije toegang, bedoeld in. 3 Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid: a. is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats; en b. voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de zichtbaarheidseisen die volgen uit het eerste en tweede lid. 4 artikel 4.195 Op een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste lid gelegen op een vluchtroute vanuit een ruimte met een verlichtingsinstallatie die geen noodverlichting is als bedoeld in, zijn bij het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit de in het eerste lid bedoelde zichtbaarheidseisen niet van toepassing. 5 artikel 4.68, derde lid Een deur in een tunnel die toegang geeft tot een beschermde vluchtroute als bedoeld in, is uitgevoerd in de kleur groen, RAL 6024. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.216 — Artikel 4.216 (deuren in vluchtroutes: draairichting)#
Artikel 4.216 (deuren in vluchtroutes: draairichting) 1 Een deur op een gemeenschappelijke vluchtroute die toegang geeft tot een trappenhuis van een woongebouw draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in als meer dan 37 personen op die uitgang zijn aangewezen. 3 Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn. 4 Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.217 — Artikel 4.217 (deuren in vluchtroutes: weerstand bij het openen)#
Artikel 4.217 (deuren in vluchtroutes: weerstand bij het openen) 1 Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan worden geopend: a. door een lichte druk tegen de deur; of b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of NEN-EN 1125. 2 Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door: a. een lichte druk tegen de deur; of b. een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125. 3 Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend. 4 Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole op een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren. 5 Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn. Dit is niet van toepassing op een schuifdeur. 6 Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.218 — Artikel 4.218 (zelfsluitende constructieonderdelen)#
Artikel 4.218 (zelfsluitende constructieonderdelen) 1 Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend. 2 Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang. 3 Het tweede lid geldt niet voor een deur in een gezamenlijke doorgang. 4 Een toegangsdeur van een woonfunctie is alleen zelfsluitend bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen. 5 Het eerste lid geldt niet voor een deur van een celeenheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.218a — Artikel 4.218a (lift)#
Artikel 4.218a (lift) artikel 4.189 De voorziening voor elektriciteit van een lift als bedoeld inin een woongebouw voert alleen door een kruipruimte, de liftschacht of een ruimte die alleen wordt gebruikt voor deze voorziening en waarbij de weerstand tegen brandoverslag en branddoorslag van een naastgelegen ruimte naar deze ruimte ten minste 60 minuten is bepaald volgens NEN 6068. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.219 — Artikel 4.219 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.219 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.219 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.219 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden brandslanghaspels droge blusleidingen bluswatervoorziening wegtunnel blustoestellen automatische brandblusinstallatie tijdelijk bouwwerk brandslanghaspels artikel 4.220 4.221 4.222 4.223 4.223a 4.224 4.220 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 1 2 3 4 * 2 1 Woonfunctie 2 [m] a. 2 voor zorg met een g.o. > 500 m 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – b. voor kamergewijze verhuur – – – – – 1 – 3 4 5 6 – 1 – 3 – – – – * – c. andere woonfunctie – – – – – 1 – 3 4 5 6 – – – – – – – – * – 2 Bijeenkomstfunctie a. voor kinderopvang 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – b. andere bijeenkomstfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 3 Celfunctie 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – 4 Gezondheidszorgfunctie a. met bedgebied 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – b. ander gezondheidszorgfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 5 Industriefunctie a. lichte industriefunctie – – – – – 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – b. andere industriefunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 1000 6 Kantoorfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – b. andere logiesfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * – 9 Sportfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 10 Winkelfunctie – 2 3 4 5 1 – 3 4 5 6 – – – 3 – – – – * 500 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – 1 – 3 4 5 6 – – – 3 1 2 3 4 * – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – – – 2 – 4 – – * – 2 3 – – – – * – b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.220 — Artikel 4.220 (brandslanghaspels)#
Artikel 4.220 (brandslanghaspels) 1 Een gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel. 2 tabel 4.219 Een gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel als de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw groter is dan de waarde, vermeld in. 3 De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit is niet van toepassing op een niet in een gebruiksgebied gelegen vloer die alleen door niet-besloten ruimten kan worden bereikt. 4 Een brandslanghaspel: a. heeft een slang met een lengte van niet meer dan 30 m; b. artikel 4.202 3 is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in, die bij het mondstuk een statische druk geeft van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit heeft van 1,3 m/h bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels; en c. ligt niet in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voert. 5 Een brandslanghaspel lid is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.221 — Artikel 4.221 (droge blusleiding)#
Artikel 4.221 (droge blusleiding) 1 Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau heeft een droge blusleiding. 2 artikel 4.222 artikel 4.86 3 Een wegtunnelbuis heeft een op een inbedoelde bluswatervoorziening aangesloten droge blusleiding met in elke hulppost als bedoeld ineen brandslangaansluiting die bij brand een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 3 De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m. 4 Een droge blusleiding voldoet aan NEN 1594. 5 artikel 4.77, eerste lid Als op een verdieping een afzonderlijke beschermde vluchtroute als bedoeld in, ligt, heeft een droge blusleiding op elke verdieping een brandslangaansluiting in die vluchtroute en in de eerste ruimte op de route tussen die vluchtroute en een op die verdieping gelegen gebruiksgebied. 6 artikel 4.77, eerste lid Als op een verdieping binnen de in het derde lid bedoelde afstand geen afzonderlijke beschermde vluchtroute als bedoeld in, ligt, heeft de verdieping, in afwijking van het vijfde lid, een brandslangaansluiting in het trappenhuis en in de eerste ruimte op de route tussen dat trappenhuis en het gebruiksgebied. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.222 — Artikel 4.222 (bluswatervoorziening wegtunnel)#
Artikel 4.222 (bluswatervoorziening wegtunnel) 3 Een wegtunnel heeft een bluswatervoorziening die bij brand gedurende ten minste 60 minuten een capaciteit van ten minste 120 m/h kan leveren. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.223 — Artikel 4.223 (blustoestellen)#
Artikel 4.223 (blustoestellen) 1 artikel 4.220 Een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een draagbaar blustoestel in een gezamenlijke keuken en ten minste een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert. Dit is niet van toepassing op de aanwezigheid van brandslanghaspels als bedoeld in. 2 artikel 4.86 Elke hulppost als bedoeld inheeft een draagbaar blustoestel. 3 Een blustoestel is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.223a — Artikel 4.223a (automatische brandblusinstallatie)#
Artikel 4.223a (automatische brandblusinstallatie) 1 Een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen is voorzien van een automatische brandblusinstallatie als boven deze gebruiksfunctie een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderen jonger dan 4 jaar, celfunctie, logiesfunctie of gezondheidszorgfunctie met bedgebied is gelegen. 2 Als de bovengelegen gebruiksfunctie een vloer van een verblijfsgebied heeft die hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau geldt het eerste lid niet als: a. 2 de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen een gebruiksoppervlakte heeft die 1.000 mof kleiner is; b. artikel 4.65 de bovengelegen gebruiksfunctie ten minste een vluchtroute als bedoeld inheeft waarvan de ruimte waardoor deze vluchtroute voert niet bereikbaar is vanuit de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen; en c. de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen geen automatisch parkeersysteem heeft. 3 Als de bovengelegen gebruiksfunctie geen vloer van een verblijfsgebied heeft die hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau geldt het eerste lid niet, tenzij: a. 2 de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen een gebruiksoppervlakte heeft die groter is dan 1.000 m; en b. artikel 4.65 de bovengelegen gebruiksfunctie slechts één vluchtroute zoals bedoeld inheeft waarvan de ruimte waardoor deze vluchtroute voert bereikbaar is vanuit de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen. 4 De automatische brandblusinstallatie is voor ingebruikname van het bouwwerk voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.224 — Artikel 4.224 (tijdelijk bouwwerk)#
Artikel 4.224 (tijdelijk bouwwerk) artikelen 4.220 4.221 Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn deenvan toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.225 — Artikel 4.225 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.225 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk is zodanig toegankelijk voor hulpverleningsdiensten dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en hulpverlening kan worden geboden. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.225 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.225 gebruiksfunctie leden van toepassing brandweeringang afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang brandweerlift mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten afbakening maatwerkvoorschriften mobiele communicatie hulpverleningsdiensten laadpunten elektrische voertuigen artikel 4.226 4.227 4,228 4,229 4,230 4.230a lid 1 2 * * 1 2 * 1 2 1 Woonfunctie 1 2 * * – – * – – 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 * * 1 – * – – 3 Celfunctie 1 2 * * 1 – * – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 * * 1 – * – – 5 Industriefunctie 1 2 * * 1 – * – – 6 Kantoorfunctie 1 2 * * 1 – * – – 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw 1 2 * * 1 – * – – b. andere logiesfunctie 1 2 * * – – – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 * * 1 – * – – 9 Sportfunctie 1 2 * * 1 – * – – 10 Winkelfunctie 1 2 * * 1 – * – – 11 Overige gebruiksfunctie 1 2 * – 1 – * 1 2 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 * – – 2 * – – b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 * – 1 – * – – 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.226 — Artikel 4.226 (brandweeringang)#
Artikel 4.226 (brandweeringang) 1 wet Een bouwwerk met een krachtens devoorgeschreven brandmeldinstallatie met inspectiecertificaat heeft een brandweeringang. 2 wet In een bouwwerk met een krachtens devoorgeschreven brandmeldinstallatie met doormelding wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.227 — Artikel 4.227 (afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang)#
Artikel 4.227 (afbakening maatwerkvoorschriften brandweeringang) artikel 4.226 Een maatwerkvoorschrift overkan alleen inhouden: a. dat een bouwwerk geen brandweeringang hoeft te hebben als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist; of b. het aanwijzen van een of meer toegangen als brandweeringang als een bouwwerk meerdere toegangen heeft. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.228 — Artikel 4.228 (brandweerlift)#
Artikel 4.228 (brandweerlift) Een gebouw waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 m boven het meetniveau heeft een brandweerlift. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.229 — Artikel 4.229 (mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten)#
Artikel 4.229 (mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten) 1 Een voor grote aantallen bezoekers bestemd bouwwerk waarbij het goed functioneren van hulpverleningsdiensten afhankelijk is van mobiele radiocommunicatie heeft, als dat voor die communicatie nodig is, een adequate installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten dat bouwwerk. 2 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een adequate installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.230 — Artikel 4.230 (afbakening maatwerkvoorschriften mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten)#
Artikel 4.230 (afbakening maatwerkvoorschriften mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten) artikel 4.229 Met een maatwerkvoorschrift overkan alleen nadere invulling worden gegeven aan de maatregelen voor binnenhuisdekking. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.230a — Artikel 4.230a (laadpunten elektrische voertuigen)#
Artikel 4.230a (laadpunten elektrische voertuigen) 1 Een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen heeft een voorziening waarmee de laadpunten voor elektrische voertuigen tegelijkertijd kunnen worden uitgeschakeld. 2 Bij de toegang voor motorvoertuigen van een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen is kenbaar hoe de in eerste lid bedoelde voorziening is uitgevoerd en waar de laadpunten voor elektrische voertuigen zich bevinden. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.231 — Artikel 4.231 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.231 (aansturingsartikel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.232 — Artikel 4.232 (uitrusting hulppost)#
Artikel 4.232 (uitrusting hulppost) artikel 4.86 Een hulppost als bedoeld inheeft een noodtelefoon en een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.233 — Artikel 4.233 (bedieningscentrale wegtunnel)#
Artikel 4.233 (bedieningscentrale wegtunnel) Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.234 — Artikel 4.234 (afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen)#
Artikel 4.234 (afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen) Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen in een rijbaanvloer ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting van de tunnelbuis, een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.235 — Artikel 4.235 (verkeerstechnische aspecten tunnelbuis)#
Artikel 4.235 (verkeerstechnische aspecten tunnelbuis) 1 Een op een wegtunnelbuis aansluitende rijbaan heeft een zelfde aantal rijstroken als de rijbaan in de wegtunnelbuis. Een eventuele wijziging van het aantal rijstroken buiten de tunnelbuis vindt op zodanige afstand van de tunnelbuis plaats dat geen onrustige verkeersbewegingen in de tunnelbuis door die wijziging kunnen optreden. 2 In een wegtunnelbuis is geen tweerichtingsverkeer toegestaan. 3 In afwijking van het tweede lid is tweerichtingsverkeer toegestaan als is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven. 4 Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.236 — Artikel 4.236 (communicatievoorzieningen wegtunnel)#
Artikel 4.236 (communicatievoorzieningen wegtunnel) 1 Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening: a. waarmee door luidsprekers mededelingen kunnen worden gedaan aan personen op elke rijbaan en vluchtroute; b. voor heruitzending van radiosignalen in elke wegtunnelbuis; en c. om radio-uitzendingen te kunnen onderbreken om mededelingen te doen. 2 Een mededeling als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, wordt ten minste in het Nederlands en het Engels gedaan. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.237 — Artikel 4.237 (aansluiting op noodstroomvoorziening)#
Artikel 4.237 (aansluiting op noodstroomvoorziening) De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in een wegtunnel die voor het functioneren zijn aangewezen op een voorziening voor elektriciteit, zijn aangesloten op een voorziening die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten de werking van die voorzieningen, systemen en installaties zeker stelt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.238 — Artikel 4.238 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.238 (aansturingsartikel) 1 Een woongebouw heeft voorzieningen waarmee veel voorkomende criminaliteit wordt voorkomen. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.239 — Artikel 4.239 (voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw)#
Artikel 4.239 (voorkomen van veel voorkomende criminaliteit in een woongebouw) 1 Een toegang van een woongebouw heeft een zelfsluitende deur die van buitenaf niet zonder sleutel kan worden geopend. 2 Een hoofdtoegang van een woongebouw: a. heeft aan de buitenkant een voorziening waarmee een signaal kan worden gegeven dat in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een op die toegang aangewezen woonfunctie waarneembaar is; b. heeft een spreekinstallatie die vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie kan worden bediend; en c. kan vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toegang aangewezen woonfunctie worden geopend. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.240 — Artikel 4.240 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.240 (aansturingsartikel) 1 Een gebouw is zodanig dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.241 — Artikel 4.241 (veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud)#
Artikel 4.241 (veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud) 1 Als onderhoud niet veilig kan worden uitgevoerd zonder gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen, heeft een gebouw daarvoor voldoende gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen. 2 Als een gebouw gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid nodig heeft om onderhoud veilig te kunnen uitvoeren, wordt bij het beoordelen van die voorzieningen gebruikgemaakt van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.242 — Artikel 4.242 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.242 (aansturingsartikel) 1 Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra Een onderwijsfunctie voor basisonderwijs als bedoeld in de, voortgezet onderwijs als bedoeld in deof speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deheeft een voorziening die inzicht geeft in de kwaliteit van de binnenlucht. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.243 — Artikel 4.243 (kooldioxidemeter)#
Artikel 4.243 (kooldioxidemeter) 1 Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs als bedoeld in de, voortgezet onderwijs als bedoeld in deof speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deheeft een kooldioxidemeter. 2 De kooldioxidemeter: a. functioneert continu op: 1°. de gangbare elektrische netspanning, waarbij een tijdelijke onderbreking van de elektrische aansluiting de ingestelde signaalniveaus niet verstoort; of 2°. een elektrische voeding met een signaalfunctie als de capaciteit van die voeding een minimumniveau heeft bereikt; b. kalibreert zichzelf automatisch; c. 2 heeft ten minste een CO-meetfunctie met: 1°. een meetbereik van ten minste 300 tot 5.000 ppm; 2°. een bedrijfstemperatuur van 0 – 50 °C; 3°. een nauwkeurigheid in temperatuurbereik van +15 tot + 35 °C: i. 2 bij een CO-waarde van 300–1.000 ppm: < 10% van meetwaarde; en ii. 2 bij een CO-waarde van 1.000–5.000 ppm: < 100 ppm; en 4°. een resolutie van 1 ppm; d. waarschuwt tijdig voor ventilatieproblemen door middel van een duidelijke indicatie over de mate waarin de ruimte wordt geventileerd; e. heeft drie signaalniveaus met een eigen kleurcode: 1°. 2 een CO-concentratie van minder dan 1.001 ppm; 2°. 2 een CO-concentratie van 1.001 tot en met 1.400 ppm; en 3°. 2 een CO-concentratie van meer dan 1.400 ppm; en f. 2 heeft een duidelijk display waarop de CO-concentratie afleesbaar is, waarbij de hoogte van cijfers en letters in het display ten minste 8 mm bedraagt. 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 2024 368 29-11-2024 25-11-2024 01-07-2025
Artikel 4.244 — Artikel 4.244 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.244 (aansturingsartikel) 1 Een bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit heeft een voorziening voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk met zeer hoge capaciteit. 2 Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.244 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels. Tabel 4.244 gebruiksfunctie Leden van toepassing fysieke gigabitinfrastructuur artikel 4.245 lid 1 2 3 4 5 1 Woonfunctie a voor studenten – – – – – b andere woonfunctie 1 2 3 4 5 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 4 5 3 Celfunctie 1 – 3 4 5 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 3 4 5 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie – – – – – b andere industriefunctie 1 – 3 4 5 6 Kantoorfunctie 1 – 3 4 5 7 Logiesfunctie 1 – 3 4 5 8 Onderwijsfunctie 1 – 3 4 5 9 Sportfunctie 1 – 3 4 5 10 Winkelfunctie 1 – 3 4 5 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 4.245 — Artikel 4.245 (fysieke gigabitinfrastructuur)#
Artikel 4.245 (fysieke gigabitinfrastructuur) 1 Een gebruiksfunctie heeft een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling, met inbegrip van aansluitingen tot het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening. 2 Een woongebouw heeft een toegangspunt als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de gigabitinfrastructuurverordening. 3 Een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling als bedoeld in het eerste lid en een toegangspunt als bedoeld in het tweede lid voldoen aan de technische eisen, gesteld bij ministeriële regeling. 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op: a. een gebouw of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking; b. een gebouw of gedeelte daarvan dat wordt gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; en c. een nevengebruiksfunctie. 5 2 De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur komt uit in een toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 0,77 x 0,35 men een hoogte boven die vloer van ten minste 2,4 m. 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 4.246 — Artikel 4.246 (fysieke binnenhuisinfrastructuur)#
Artikel 4.246 (fysieke binnenhuisinfrastructuur) Vervallen 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 4.247 — Artikel 4.247 (aansturingsartikel)#
Artikel 4.247 (aansturingsartikel) 1 Een gebouw heeft technische bouwsystemen die voldoen aan eisen voor optimaal energiegebruik. 2 Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.248 — Artikel 4.248 (systeemeisen)#
Artikel 4.248 (systeemeisen) 1 Een technisch bouwsysteem voldoet aan de in tabel 4.248 opgenomen waarde voor de energieprestatie. 2 Een technisch bouwsysteem, is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. 3 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan, is voorzien van zelfregulerende apparatuur waarmee de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte kan worden gereguleerd. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 4.249 — Artikel 4.249 (verslaglegging)#
Artikel 4.249 (verslaglegging) De energieprestatie van de in deze paragraaf bedoelde technische bouwsystemen wordt beoordeeld en gedocumenteerd door de installateur en overhandigd aan de gebouweigenaar. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.250 — Artikel 4.250 (onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte)#
Artikel 4.250 (onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte) artikelen 4.248, derde lid 4.249 Op een verblijfsruimte die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld, of waarbij de verwarming of koeling uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen zijn de eisen aan ruimteverwarming en ruimtekoeling, bedoeld in de, enniet van toepassing. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 5.1 (toepassingsbereik: activiteiten) Dit hoofdstuk is van toepassing op bouwactiviteiten die het verbouwen en het verplaatsen van een bestaand bouwwerk betreffen en op de wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 5.2 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. duurzaamheid en bruikbaarheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 5.3 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door de degene die het bouwwerk verbouwt of verplaatst of de gebruiksfunctie wijzigt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.3a — Artikel 5.3a (maatwerkvoorschrift)#
Artikel 5.3a (maatwerkvoorschrift) 1 artikel 4.5, eerste lid, van de wet artikelen 5.21e 5.23 artikelen 5.21f 5.23a Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift als bedoeld inkan worden gesteld over deenen kan alleen het bepaalde in derespectievelijkinhouden. 2 artikel 5.2 Een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift op aanvraag van degene die het bouwwerk bouwt, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 (verbouw)#
Artikel 5.4 (verbouw) 1 hoofdstuk 4 artikel 5.5 afdeling 5.3 Op het verbouwen van een bouwwerk zijn de regels vanvan toepassing, waarbij in plaats van het in die regels bedoelde niveau van eisen wordt uitgegaan van het inbedoelde rechtens verkregen niveau tenzij inanders is bepaald. 2 paragraaf 4.4.2 In afwijking van het eerste lid zijn de regels vanniet van toepassing. 3 afdeling 4.7 In aanvulling op het eerste lid zijn op het geheel vernieuwen of geheel nieuw aanbrengen van een bouwwerkinstallatie de regels vanvan toepassing. 4 afdeling 5.3 Als een bouwwerk wordt verbouwd zijn de regels van het eerste tot en met derde lid alleen van toepassing op de vernieuwing, verandering of vergroting, tenzij inanders is bepaald. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 (rechtens verkregen niveau)#
Artikel 5.5 (rechtens verkregen niveau) 1 Het kwaliteitsniveau van een bouwwerk of gedeelte daarvan is na een verbouwing niet lager dan het toegestane kwaliteitsniveau onmiddellijk voorafgaand aan die verbouwing. 2 Voor zover het in het eerste lid bedoelde kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing lager is dan het niveau voor bestaande bouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor bestaande bouw als het ten minste aan te houden kwaliteitsniveau. 3 Voor zover het kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing hoger is dan het niveau voor nieuwbouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor nieuwbouw als ten minste aan te houden kwaliteitsniveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 (verplaatsing)#
Artikel 5.6 (verplaatsing) 1 hoofdstuk 3 Op een bestaand bouwwerk dat in ongewijzigde samenstelling wordt verplaatst zijn bij verplaatsing de regels vanvan toepassing. De voorwaarde van ongewijzigde samenstelling is niet van toepassing op de fundering van het bouwwerk. 2 Op een tijdelijk bouwwerk is het eerste lid alleen van toepassing als het bouwwerk na verplaatsing een tijdelijk bouwwerk is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 (wijziging van een gebruiksfunctie)#
Artikel 5.7 (wijziging van een gebruiksfunctie) 1 hoofdstuk 3 afdeling 5.4 Bij wijziging van een gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan zijn de regels vanvan toepassing, tenzij inanders is aangegeven. 2 afdeling 5.4 Het eerste lid is alleen van toepassing op het gedeelte van het bouwwerk waarop de wijziging betrekking heeft, tenzij inanders is aangegeven. 3 artikel 5.4 afdeling 5.4 Voor zover een wijziging gepaard gaat met een verbouwing zijn in afwijking van het eerste lid op die verbouwing de regels vanvan toepassing, tenzij inanders is aangegeven. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 (aansturingsartikel)#
Artikel 5.8 (aansturingsartikel) 1 De regels in deze afdeling zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 5.8a of 5.8b voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen. 2 hoofdstuk 4 Als in een regel in deze afdeling een artikel uitvan toepassing is verklaard, dan volgt uit de tabel bij dat artikel welke leden op een gebruiksfunctie van toepassing zijn. Tabel 5.8a gebruiksfunctie leden van toepassing constructieve veiligheid constructieve veiligheid bij brand hoogte afscheiding beperken van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie beperking van het ontwikkelen van brand en rook beperking van uitbreiding van brand verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van rook bescherming tegen geluid van gebouwinstallaties luchtverversing afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht verblijfsgebied en verblijfsruimte toiletruimte badruimte artikel 5.9 5.10 5.10a 5.11 5.12 5.13 5.13a 5.14 5.15 5.16 5.17 5.18 5.19 lid 1 2 * 1 2 * 1 2 * * 1 2 1 2 1 2 3 * * * 1 Woonfunctie a voor verhuur 1 2 * 1 – * 1 – * * 1 2 1 2 1 2 3 * * * b overige woonfunctie 1 2 * – – * 1 – * * 1 2 1 2 1 2 3 * * * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – b andere bijeenkomstfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 3 Celfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor het houden van dieren 1 2 * – – * 1 2 * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – b andere industriefunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 6 Kantoorfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 7 Logiesfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 8 Onderwijsfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 9 Sportfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 10 Winkelfunctie 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer 1 2 * – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – b andere overige gebruiksfunctie 1 2 – – – * 1 – * – 1 – 1 2 1 2 3 – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 * – – * 1 – * – – – – – – – – – – – b voor langzaam verkeer 1 2 * – 2 * 1 – * – – – – – – – – – – – c ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 * – – * 1 – – – – – – – – – – – – – Tabel 5.8B gebruiksfunctie leden van toepassing energiezuinigheid vluchten bij brand technische bouwsystemen verslaglegging onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte laadpunten en leidingdoorvoeren laadpunten elektrische voertuigen fysieke gigabitinfrastructuur afbakening maatwerkvoorschriften fysieke gigabitinfrastructuur systeem voor gebouwautomatisering en -controle systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen artikel 5.20 5.20a 5.21 5.21a 5.21b 5.21c 5.21d 5.21e 5.21f 5.21g 5.21h lid 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 * * * * * 1 Woonfunctie a voor zorg 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – – – – * b voor studenten 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – – – – * c overige woonfunctie 1 2 3 4 5 6 * 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * – * 2 Bijeenkomstfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 3 Celfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 5 Industriefunctie a lichte industriefunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – – – * – b andere industriefunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 6 Kantoorfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – b andere logiesfunctie 2 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * – * 8 Onderwijsfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 9 Sportfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 10 Winkelfunctie 1 2 – 4 5 6 – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – * * * – 11 Overige gebruiksfunctie a voor het personenvervoer – – – – – – – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – – – – – b andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 * – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 – – – – – 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 (constructieve veiligheid)#
Artikel 5.9 (constructieve veiligheid) 1 artikelen 4.12 tot en met 4.14 Op het verbouwen van een bouwwerk zijn devan toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau voor verbouw zoals aangegeven in NEN 8700. 2 artikelen 4.15a tot en met 4.15e Op het verbouwen van een drijvend bouwwerk zijn devan toepassing. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 (constructieve veiligheid bij brand)#
Artikel 5.10 (constructieve veiligheid bij brand) artikelen 4.17 4.18 Op het verbouwen van een bouwwerk zijn deenvan toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 4.17 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en waarbij, in afwijking van artikel 4.17, eerste lid, wordt uitgegaan van de buitengewone belastingscombinaties die volgens NEN 8700 kunnen optreden bij brand. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.10a — Artikel 5.10a (hoogte afscheiding)#
Artikel 5.10a (hoogte afscheiding) 1 artikelen 4.20, eerste lid 4.21, derde lid 5.9 Bij het geheel vernieuwen van een raam met kozijn zijn op de vloerafscheiding ter plaatse van dit raam de,, envan toepassing. Dit geldt niet als de bestaande vloerafscheiding onder het raam met kozijn een hoogte heeft van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. 2 artikel 5.4 artikel 4.21, zesde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde, geldt in afwijking vanhet in, aangegeven prestatieniveau. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 (beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie)#
Artikel 5.11 (beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie) artikelen 4.38 tot en met 4.40 Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt het in deaangegeven prestatieniveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 (beperking van het ontwikkelen van brand en rook)#
Artikel 5.12 (beperking van het ontwikkelen van brand en rook) 1 artikel 5.4 artikel 4.44, derde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in aanvulling op, het in, aangegeven prestatieniveau. 2 artikel 5.4 artikelen 4.43, eerste lid 4.45a, eerste en tweede lid Bij het verbouwen van het bouwwerk gelden, in aanvulling op, het in de, en, aangegeven prestatieniveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.13 — Artikel 5.13 (beperking van uitbreiding van brand)#
Artikel 5.13 (beperking van uitbreiding van brand) artikel 5.4 paragraaf 4.2.8 Bij het verbouwen van een bouwwerk wordt, in aanvulling op, uitgegaan van de inbedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.13a — Artikel 5.13a (verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook)#
Artikel 5.13a (verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook) artikel 5.4 artikel 4.62, vierde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt in afwijking vanhet in, aangegeven prestatieniveau. Dit geldt ook voor een beschermde route. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 (bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties)#
Artikel 5.14 (bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties) 1 artikel 5.4 artikelen 4.107, eerste lid 4.108, eerste en tweede lid Bij het verbouwen van een bouwwerk zijn, in afwijking van, de, en, van toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in de artikelen 4.107, eerste lid, en 4.108, eerste en tweede lid, aangegeven prestatieniveau, of van het rechtens verkregen niveau als dat hoger is. 2 artikel 5.4 artikelen 4.107, tweede lid 4.108, derde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van, het in de, en, aangegeven prestatieniveau. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 (luchtverversing)#
Artikel 5.15 (luchtverversing) 1 artikel 5.4 artikelen 4.126 4.127 4.138, eerste lid Bij het installeren van een voorziening voor luchtverversing gelden, in aanvulling op, de in de,en, aangegeven prestatieniveaus. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het vervangen van een bestaande voorziening waarbij de plaats van de uitmonding of toevoeropening niet wijzigt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 (afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht)#
Artikel 5.16 (afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht) 1 artikel 5.4 artikelen 4.138 4.141 Bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas gelden, in aanvulling op, de in deenaangegeven prestatieniveaus. 2 artikel 5.4 artikel 4.139 Bij het installeren van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht gelden, in aanvulling op, de inaangegeven prestatieniveaus. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het vervangen van een bestaande voorziening waarbij de plaats van de uitmonding of toevoeropening niet wijzigt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.17 — Artikel 5.17 (verblijfsgebied en verblijfsruimte)#
Artikel 5.17 (verblijfsgebied en verblijfsruimte) artikel 5.4 vierde lid van artikel 4.164 Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van, voor de in hetbedoelde hoogte boven de vloer van een verblijfsgebied en een verblijfsruimte, een hoogte van ten minste 2,1 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.18 — Artikel 5.18 (toiletruimte)#
Artikel 5.18 (toiletruimte) artikel 5.4 artikel 4.167, tweede lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van, voor de in, bedoelde hoogte boven de vloer van een toiletruimte, een hoogte van ten minste 2 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.19 — Artikel 5.19 (badruimte)#
Artikel 5.19 (badruimte) artikel 5.4 artikel 4.170, derde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van, voor de in, bedoelde hoogte boven de vloer van een badruimte, een hoogte van ten minste 2 m. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.20 — Artikel 5.20 (energiezuinigheid)#
Artikel 5.20 (energiezuinigheid) 1 artikel 4.149 artikel 4.152 2 Bij het verbouwen van een bouwwerk isniet van toepassing en is het inbedoelde niveau voor de warmteweerstand niet lager dan 1,4 m•K/W of geldt het rechtens verkregen niveau als dat hoger is. 2 2 2 2 2 In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m.K/W voor een vloer, 1,4 m.K/W voor een gevel en 2,1 m.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800, en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m•K, bepaald volgens NTA 8800, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is. 3 artikelen 4.152 4.153 Bij het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk gelden, in afwijking van het eerste lid, de in deenaangegeven prestatieniveaus. 4 artikel 4.152 Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van het eerste lid, het inaangegeven prestatieniveau. 5 roof g;tot roof g;tot 2 Bij een ingrijpende renovatie of wanneer het verwarmingssysteem geheel wordt vernieuwd voldoet een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde voor hernieuwbare energie van 30 x (A/ A) kWh/m.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij A/ Aten hoogste 1,0 is. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk: a. artikel 4.155 voor zovervan toepassing is; b. artikel 1 van de Warmtewet dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in; c. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of d. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.20a — Artikel 5.20a (vluchten bij brand)#
Artikel 5.20a (vluchten bij brand) artikel 5.4 artikel 4.218, eerste en vierde lid Bij het verbouwen van een bouwwerk geldt, in afwijking van, het in, aangegeven prestatieniveau. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.21 — Artikel 5.21 (technische bouwsystemen)#
Artikel 5.21 (technische bouwsystemen) 1 Bij het plaatsen of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem waarbij de energieprestatie wordt beïnvloed voldoet dat technische bouwsysteem aan de in tabel 5.21 opgenomen waarde voor de energieprestatie. 2 Een technisch bouwsysteem is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. 3 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling is na het vervangen van een warmte- of koelgenerator zelfregulerend per verblijfsgebied of verblijfsruimte. 4 Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming in een bouwwerk dat is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte is na het vervangen van de afleverset voor warmte per verblijfsgebied of verblijfsruimte zelfregulerend. 5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de kosten voor het aanbrengen van zelfregulerende apparatuur meer dan 20% bedragen van de kosten van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming. Tabel 5.21 Technisch bouwsysteem Waarde voor de energieprestatie woonfunctie Waarde voor de energieprestatie overig Ruimteverwarming ≤1,31 ≤1,31 Ruimtekoeling ≤1,33 ≤1,33 Ventilatie – 3 ≤3,8 kWh/(m/u) Warm tapwater ≤3,45 ≤3,45 Ingebouwde verlichting – 2 ≤75kWhprim/m 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.21a — Artikel 5.21a (verslaglegging)#
Artikel 5.21a (verslaglegging) 1 artikel 5.21 De energieprestatie van de inbedoelde technische bouwsystemen wordt beoordeeld en gedocumenteerd door de installateur en overhandigd aan de gebouweigenaar. 2 In afwijking van het eerste lid mag bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem worden volstaan met documentatie van de energieprestatie van de gewijzigde onderdelen. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.21b — Artikel 5.21b (onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte)#
Artikel 5.21b (onverwarmde en ongekoelde verblijfsruimte) artikelen 5.21, derde en vierde lid 5.21a Op een verblijfsruimte die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld, of waarbij de verwarming of koeling uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen zijn de eisen aan ruimteverwarming en ruimtekoeling, bedoeld in de, en, niet van toepassing. 2020 84 09-03-2020 04-03-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.21c — Artikel 5.21c (laadpunten en leidingdoorvoeren)#
Artikel 5.21c (laadpunten en leidingdoorvoeren) 1 artikel 5.4 artikel 4.160b Bij een ingrijpende renovatie gelden, in afwijking van, de voorschriften van, met uitzondering van het derde lid, onder a: a. in geval van een parkeergelegenheid in een gebouw, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van het gebouw; of b. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van de parkeergelegenheid. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als de kosten voor het aanleggen van de laadpunten en de leidingdoorvoeren meer dan 10% bedragen van de kosten van de ingrijpende renovatie. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.21d — Artikel 5.21d (laadpunten elektrische voertuigen)#
Artikel 5.21d (laadpunten elektrische voertuigen) artikel 5.4 artikelen 4.199 4.230a Bij het installeren van laadpunten voor elektrische voertuigen in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen geldt, in aanvulling op, het in deenaangegeven prestatieniveau. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.21e — Artikel 5.21e (fysieke gigabitinfrastructuur)#
Artikel 5.21e (fysieke gigabitinfrastructuur) artikel 5.4 artikel 4.244 4.245 Bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn energieprestatie gebouwen gelden, in afwijking van, de voorschriften vanen. 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 5.21f — Artikel 5.21f (afbakening maatwerkvoorschriften fysieke gigabitinfrastructuur)#
Artikel 5.21f (afbakening maatwerkvoorschriften fysieke gigabitinfrastructuur) artikel 5.3a, tweede lid artikel 5.21e In afwijking van, kan een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift overalleen worden gesteld als naleving van dat artikel technisch onhaalbaar is of de kosten onevenredig verhoogt, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden. 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 2026 55 26-03-2026 20-02-2026 27-03-2026
Artikel 5.21g — Artikel 5.21g (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)#
Artikel 5.21g (systeem voor gebouwautomatisering en -controle) artikel 5.4 artikel 4.160d Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van, het inaangegeven prestatieniveau. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.21h — Artikel 5.21h (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen)#
Artikel 5.21h (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen) artikel 5.4 artikel 4.160g Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van, het inaangegeven prestatieniveau. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 5.22 — Artikel 5.22 (aansturingsartikel)#
Artikel 5.22 (aansturingsartikel) De regels in deze afdeling zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 5.22 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen. Tabel 5.22 gebruiksfunctie leden van toepassing verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering tijdig vaststellen van brand vluchten bij brand artikel 5.22a 5.23 5.23a 5.24 5.24a lid * 1 2 3 * * * 1 Woonfunctie * 1 2 3 * * * 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderopvang – 1 2 3 * – – b andere bijeenkomstfunctie – – – – – – – 3 Celfunctie – – – – – – – 4 Gezondheidszorgfunctie – 1 2 3 * – – 5 Industriefunctie – – – – – – – 6 Kantoorfunctie – – – – – – – 7 Logiesfunctie – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie – 1 2 3 * – – 9 Sportfunctie – – – – – – – 10 Winkelfunctie – – – – – – – 11 Overige gebruiksfunctie – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – – – – 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 5.22a — Artikel 5.22a (verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook)#
Artikel 5.22a (verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook) artikel 5.7 artikel 4.62, vierde lid Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie geldt, in afwijking van, het in, aangegeven prestatieniveau. Dit geldt ook voor een beschermde route. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.23 — Artikel 5.23 (geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid)#
Artikel 5.23 (geluidwering bij weg-, spoorweg- of industriegeluid) 1 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij wijziging van een gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte niet kleiner dan het verschil tussen het in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bepaalde gezamenlijke geluid, bedoeld in, en 33 dB. 2 artikelen 4.102 4.103 4.103a 4.103b 4.103c In afwijking van het eerste lid zijn de,,,envan toepassing: a. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving op een niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in; of b. als de uitwendige scheidingsconstructie geheel wordt vernieuwd. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een wijziging van een gebruiksfunctie voor minder dan 10 jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.23a — Artikel 5.23a (afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering)#
Artikel 5.23a (afbakening maatwerkvoorschriften geluidwering) artikel 5.23, eerste lid Een maatwerkvoorschrift over, kan alleen inhouden dat: a. het gezamenlijke geluid opnieuw wordt bepaald; of b. de waarde wordt versoepeld tot ten hoogste 38 dB. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.24 — Artikel 5.24 (tijdig vaststellen van brand)#
Artikel 5.24 (tijdig vaststellen van brand) artikel 3.115 Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert, tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie, een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555. Dit is niet van toepassing op een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.24a — Artikel 5.24a (vluchten bij brand)#
Artikel 5.24a (vluchten bij brand) artikel 5.7 artikel 4.218, eerste en vierde lid Bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie geldt, in afwijking van, het in, aangegeven prestatieniveau. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 6.1 (toepassingsbereik: activiteiten) Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van bouwwerken. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 6.2 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de brandveiligheid; b. het beschermen van de gezondheid tegen schadelijke concentraties asbestvezels en formaldehyde; en c. duurzaamheid, wat betreft: 1°. de beschikbaarheid en kenbaarheid van het energielabel en de uitvoering van daaraan verbonden aanbevelingen; en 2°. de keuring van airconditioningsystemen en stooktoestellen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 6.3 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die het bouwwerk gebruikt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 (specifieke zorgplicht: brandveilig gebruik van bouwwerken)#
Artikel 6.4 (specifieke zorgplicht: brandveilig gebruik van bouwwerken) Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van het gebruik een van de volgende situaties kan ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om te voorkomen dat: a. brandgevaar wordt veroorzaakt; b. bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt; c. de melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd; d. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd; e. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd; en f. er op een andere manier gevaar voor de brandveiligheid ontstaat of voortduurt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 (maatwerkvoorschriften)#
Artikel 6.5 (maatwerkvoorschriften) 1 afdeling 6.2 artikel 6.4 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld overen, met uitzondering van bepalingen over meet- of rekenmethoden. 2 Een maatwerkvoorschrift op initiatief van het bevoegd gezag wordt alleen gesteld met het oog op het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand. 3 artikel 6.2 Een maatwerkvoorschrift op aanvraag van degene die het bouwwerk gebruikt kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, onder a, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 4 afdeling 6.2 Een maatwerkvoorschrift overkan alleen worden gesteld na een gebruiksmelding. 5 afdeling 6.2 Een maatwerkvoorschrift overkan alleen worden gewijzigd: a. als een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maken; of b. op verzoek van degene die de activiteit verricht. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.5a — Artikel 6.5a (grondslag uitvoeringstechnische, administratieve en meet- en rekenvoorschriften)#
Artikel 6.5a (grondslag uitvoeringstechnische, administratieve en meet- en rekenvoorschriften) artikel 23.1 van de wet Bij ministeriële regeling kunnen uitvoeringstechnische, administratieve en meet- en rekenvoorschriften worden gesteld over activiteiten waarop dit besluit van toepassing is, voor zover die regels zijn gesteld op grond van. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 (aansturingsartikel)#
Artikel 6.6 (aansturingsartikel) De regels in deze paragraaf zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 6.6 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen. Tabel 6.6 gebruiksfunctie leden van toepassing waarden gebruiksmelding gegevens en bescheiden bij gebruiksmelding gegevens en bescheiden na gebruiksmelding maatwerkregels gebruiksmelding aanwezigheid artikel 6.7 6.8 6.9 6.10 6.7 lid 1 2 3 4 5 1 2 3 * * 2 [personen] 1 Woonfunctie a voor kamergewijze verhuur 1 – – – 5 1 2 3 * – – b voor zorg 1 – – – 5 1 2 3 * – – c andere woonfunctie – – – – – – – – – – – 2 Bijeenkomstfunctie a voor kinderen jonger dan 12 jaar 1 2 – – 5 1 2 3 * – 10 b voor personen met een fysieke of geestelijke beperking 1 2 – – 5 1 2 3 * – 10 c andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 – 5 1 2 3 * – 50 3 Celfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * * 10 4 Gezondheidszorgfunctie a met bedgebied 1 2 – – 5 1 2 3 * * 10 c andere gezondheidszorgfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * * 50 5 Industriefunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 150 6 Kantoorfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 150 7 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 – – 5 1 2 3 * * 10 b andere logiesfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 50 8 Onderwijsfunctie a voor basisonderwijs 1 2 – – 5 1 2 3 * – 10 b andere onderwijsfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 50 9 Sportfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 50 10 Winkelfunctie 1 2 – – 5 1 2 3 * – 50 11 Overige gebruiksfunctie a voor het stallen van motorvoertuigen 1 2 3 4 5 1 2 3 * – 50 b voor het personenvervoer 1 2 – 4 5 1 2 3 * – 50 c andere overige gebruiksfunctie – – – – – – – – – – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a voor het wegverkeer – – – – – – – – – – – b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 – – 5 1 2 3 * – 50 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 (gebruiksmelding)#
Artikel 6.7 (gebruiksmelding) 1 Het is verboden een bouwwerk te gebruiken zonder dit ten minste vier weken voor het begin van het gebruik van het bouwwerk te melden. 2 tabel 6.6 Het eerste lid is alleen van toepassing, als in het bouwwerk meer personen aanwezig zijn dan inis aangegeven. 3 tabel 6.6 Bij een nevengebruiksfunctie van een kantoor- of industriefunctie geldt in afwijking vaneen waarde van 150 personen. 4 artikel 4.79 Bij het bepalen van het in het tweede lid bedoelde aantal personen worden personen in een inbedoelde niet-besloten ruimte buiten beschouwing gelaten. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bouwwerk ook verstaan een gedeelte daarvan dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 (gegevens en bescheiden bij gebruiksmelding)#
Artikel 6.8 (gegevens en bescheiden bij gebruiksmelding) 1 Een gebruiksmelding wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden: a. artikel 6.1 de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in, verricht, en, als dat van toepassing is, van degene die is gemachtigd om te melden; b. de dagtekening; c. het adres, de kadastrale aanduiding of de ligging van het bouwwerk; en d. 2 een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner is dan 1:100 bij een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 men niet kleiner dan 1:200 bij een grotere bruto-vloeroppervlakte. Op de plattegrondtekening of een bijlage daarvan is aangegeven: 1°. schaalaanduiding; 2°. per bouwlaag: hoogte van de vloer boven meetniveau, gebruiksoppervlakte, maximaal aantal personen; 3°. per ruimte: i. vloeroppervlakte; ii. gebruiksfunctie; iii. bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte; en iv. opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in dit besluit; 4°. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn: i. brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies; ii. vluchtroutes; iii. artikel 3.121 draairichting van deuren als bedoeld in; iv. artikel 3.123 zelfsluitende deuren als bedoeld in; v. artikelen 3.122 6.21 sluitwerk van deuren als bedoeld in deen; vi. vluchtroute-aanduidingen; vii. noodverlichting; viii. artikel 3.103 oriëntatieverlichting als bedoeld in; ix. brandmeldcentrale en brandmeldpaneel; x. brandslanghaspels; xi. mobiele brandblusapparaten; xii. droge blusleidingen; xiii. brandweeringang; xiv. sleutelkluis of -buis; en xv. brandweerlift; 5°. de aard en de plaats van de brandveiligheidsinstallaties. De aanduidingen zijn conform NEN 1413 voor zover deze norm daarin voorziet; en 6°. afdeling 6.2 paragraaf 6.5.1 bij toepassing van een gelijkwaardige maatregel bij de regels vanen: gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid aannemelijk wordt gemaakt. 2 artikel 6.1 Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door degene die de activiteit, bedoeld in, verricht, aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd. 3 Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 (gegevens en bescheiden na gebruiksmelding)#
Artikel 6.9 (gegevens en bescheiden na gebruiksmelding) Als door het veranderen van het bouwwerk waarvoor eerder een gebruiksmelding is gedaan een afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens en bescheiden, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden ten minste vier weken voor die verandering verstrekt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 (maatwerkregels gebruiksmelding)#
Artikel 6.10 (maatwerkregels gebruiksmelding) artikel 6.7 tabel 6.6 Een maatwerkregel kan worden gesteld over. Met deze maatwerkregel kan alleen worden afgeweken van het inaangegeven aantal personen voor de celfunctie, de gezondheidszorgfunctie en de logiesfunctie gelegen in een logiesgebouw. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 (aansturingsartikel)#
Artikel 6.11 (aansturingsartikel) De regels in deze paragraaf zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 6.11 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen. Tabel 6.11 gebruiksfunctie leden van toepassing verbod op roken en open vuur vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel aankleding brandveiligheid inrichtingselementen vluchtroute woongebouw brandveilig gebruik grote brandcompartimenten behandeling constructieonderdeel overgangsrecht: aankleding artikel 6.12 6.13 6.14 6.15 6.15a 6.16 6.17 6.18 lid 1 2 * 1 2 3 4 5 1 2 3 1 2 3 * * * 1 Woonfunctie 1 – * 1 2 – 4 5 1 2 3 1 2 3 * * – 2 Industriefunctie a lichte industriefunctie voor het houden van dieren 1 2 * – – 3 4 – 1 2 – – – – * * * b andere industriefunctie 1 2 * 1 2 – 4 – 1 2 – – – – * * – 3 Logiesfunctie a in een logiesgebouw 1 2 * 1 2 – 4 – 1 2 – – – – * * – b andere logiesfunctie 1 2 * 1 2 – 4 5 1 2 3 – – – * * – Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties 1 2 * 1 2 – 4 – 1 2 – – – – * * – 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 (verbod op roken en open vuur)#
Artikel 6.12 (verbod op roken en open vuur) 1 Het is verboden te roken of open vuur te hebben: a. in een ruimte die is bestemd voor de opslag van een brandgevaarlijke stof; b. bij het verrichten van een handeling die het uitstromen van een brandgevaarlijke stof kan veroorzaken; en c. bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandgevaarlijke stof. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt goed zichtbaar aangegeven door het aanbrengen van een gestandaardiseerd symbool als bedoeld in NEN 3011. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 (vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel)#
Artikel 6.13 (vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel) artikelen 3.123, eerste lid 4.218, eerste lid Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in de, en, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 (aankleding)#
Artikel 6.14 (aankleding) 1 Aankleding in een besloten ruimte mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is in ieder geval niet aanwezig als de aankleding: a. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert; b. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; c. voldoet aan brandklasse A1 bedoeld in NEN-EN 13501-1; d. paragrafen 3.2.7 4.2.7 voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen, bedoeld in deen; of e. een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden. 2 Bij een besloten ruimte voor het verblijven of vluchten van meer dan 50 personen, of voor een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute of een beschermde route voert, is het eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing, als de aankleding: a. zich bevindt boven een gedeelte van de vloer waar zich personen kunnen bevinden; b. de verticale vrije ruimte tussen de vloer en de aankleding minder dan 2,5 m is; en c. niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht. 3 Aankleding in een besloten ruimte die niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is in ieder geval niet aanwezig als de aankleding: a. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert; b. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; c. voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1; of d. paragrafen 3.2.7 4.2.7 voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen, bedoeld in deen. 4 Aankleding ter plaatse van of nabij apparatuur en installaties die warmte ontwikkelen voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1, of is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, als: a. 2 op de aankleding een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m; of b. in de aankleding een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. 5 Het eerste, tweede en vierde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.15 — Artikel 6.15 (brandveiligheid inrichtingselementen)#
Artikel 6.15 (brandveiligheid inrichtingselementen) 1 In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en daarmee vergelijkbare inrichtingselementen zijn brandveilig. 2 Aan het in het eerste lid gestelde is in ieder geval voldaan als een naar de lucht gekeerd onderdeel van het inrichtingselement: a. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; b. voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1; c. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan brandklasse D, bedoeld in NEN-EN 13501-1; d. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4, bedoeld in NEN 6065; of e. een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder c of d. 3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.15a — Artikel 6.15a (geen brandgevaarlijke objecten op vluchtroute woongebouw)#
Artikel 6.15a (geen brandgevaarlijke objecten op vluchtroute woongebouw) 1 In een gemeenschappelijk verkeersruimte van een woongebouw waardoor een vluchtroute voert zijn geen brandgevaarlijke objecten aanwezig. Onder brandgevaarlijke objecten worden in ieder geval verstaan: a. meubilair; b. fietsen en scootmobielen; c. afvalstoffen en kratten; en d. decoratie. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a en d, is meubilair en decoratie toegestaan als het: a. van metaal, steenachtig materiaal of glas is; b. materiaal dat onbrandbaar is volgens NEN 6064; of c. materiaal dat voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1. 3 Het is eerste lid is niet van toepassing op: a. objecten voor bewegwijzering en informatie aan de bewoners; b. 2 een foto, een schilderij of een andere afbeelding met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 mbij de toegang van een woning; en c. 2 een deurmat met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 mbij de toegang van een woning. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 6.16 — Artikel 6.16 (brandveilig gebruik grote brandcompartimenten)#
Artikel 6.16 (brandveilig gebruik grote brandcompartimenten) artikel 4.51, eerste lid Als bij de toepassing van, gebruik is gemaakt van de bepalingsmethoden van NEN 6060 of NEN 6079 wordt bij het gebruik van het bouwwerk rekening gehouden met de gebruiksvoorwaarden in die normbladen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.17 — Artikel 6.17 (behandeling constructieonderdeel)#
Artikel 6.17 (behandeling constructieonderdeel) Een constructieonderdeel waarvoor op grond van dit besluit een eis aan de sterkte bij brand of brand, brandvoortplanting, rookdichtheid, brandklasse of rookklasse geldt waaraan het constructieonderdeel alleen met een aanvullende behandeling kan blijven voldoen, wordt op adequate wijze onderhouden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.18 — Artikel 6.18 (overgangsrecht: aankleding)#
Artikel 6.18 (overgangsrecht: aankleding) artikel 7.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 Op aankleding die voor 1 april 2014 is aangebracht in een besloten ruimte van een lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren, maar niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan, isvan toepassing zoals dit luidde voor 1 april 2014. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.19 — Artikel 6.19 (aansturingsartikel)#
Artikel 6.19 (aansturingsartikel) De regels in deze paragraaf zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 6.19 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen. Tabel 6.19 gebruiksfunctie leden van toepassing ontruiming bij brand deuren in vluchtroutes opstelling zitplaatsen en verdere inrichting gangpaden vluchtroute woongebouw beperking van gevaar voor letsel artikel 6.20 6.21 6.22 6.23 6.23a 6.24 lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 1 2 * 1 2 3 4 5 1 Woonfunctie a. voor zorg 1 2 3 – 1 2 – – – – – – – – – – * 1 2 3 4 – b. andere woonfunctie – – – – 1 – 3 – – – – – – – – – * 1 2 3 4 – 2 Bijeenkomstfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 3 Celfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 4 Gezondheidszorgfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 5 Industriefunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 6 Kantoorfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 7 Logiesfunctie a. in een logiesgebouw met 24-uurs bewaking 1 – 3 4 1 2 – 4 – – – – – – 1 2 – 1 2 3 – 5 b. in een logiesgebouw zonder 24-uurs bewaking 1 – 3 – 1 2 – 4 – – – – – – 1 2 – 1 2 3 – 5 c. andere logiesfunctie 1 – – – 1 2 – 4 – – – – – – – – – – – – – – 8 Onderwijsfunctie a. voor het basisonderwijs 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – b. andere onderwijsfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 9 Sportfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 10 Winkelfunctie 1 – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 11 Overige gebruiksfunctie – – 3 – 1 2 – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 12 Bouwwerk geen gebouw zijnde a. wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m – – – – 1 – – – 5 – – – – – – – – – – – – – b. ander bouwwerk geen gebouw zijnde – – – – 1 – – – – 1 2 3 4 5 1 2 – 1 2 3 – – 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 6.20 — Artikel 6.20 (ontruiming bij brand)#
Artikel 6.20 (ontruiming bij brand) 1 artikel 3.115 artikel 6.7 In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld inen in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld inis gedaan, zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep. 3 artikel 3.115 Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld inheeft een ontruimingsplan. 4 In een logiesfunctie met 24-uursbewaking is 24 uur per dag een functionaris aanwezig op het eigen perceel of op een loopafstand van ten hoogste 100 m vanaf een toegang van het logiesgebouw. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.21 — Artikel 6.21 (deuren in vluchtroutes)#
Artikel 6.21 (deuren in vluchtroutes) 1 Een deur op een vluchtroute is bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk alleen gesloten als die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel, onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend. 2 artikelen 3.122, derde lid 4.217, derde lid artikel 6.2 In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen als bedoeld in de, en, tijdens het vluchten met een sleutel over de ten minste vereiste breedte worden geopend, mits de inrichting, het gebruik en de organisatie zodanig zijn dat het inbeoogde brandveiligheidsniveau is gewaarborgd. 3 Het eerste lid geldt niet voor een niet-gemeenschappelijke vluchtroute. 4 Het eerste lid geldt niet voor een vluchtroute in een logiesverblijf. 5 In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute in een tunnel worden ontgrendeld met een automatische ontgrendeling. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.22 — Artikel 6.22 (opstelling zitplaatsen en verdere inrichting)#
Artikel 6.22 (opstelling zitplaatsen en verdere inrichting) 1 De inrichting van een ruimte is zodanig dat: Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaan van de vloeroppervlakte aan verblijfsruimte na aftrek van de oppervlakte van de inventaris. a. 2 voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 mvloeroppervlakte beschikbaar is; b. 2 voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 mvloeroppervlakte beschikbaar is als geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang; en c. 2 voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 mvloeroppervlakte beschikbaar is als inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang. 2 In een ruimte met meer dan 100 zitplaatsen zijn de zitplaatsen gekoppeld of aan de vloer bevestigd, zodanig dat deze niet kunnen verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang, voor zover die zitplaatsen in meer dan 4 rijen van meer dan 4 stoelen zijn opgesteld. 3 Bij in rijen opgestelde zitplaatsen is tussen de rijen een vrije ruimte aanwezig met een breedte van ten minste 0,4 m, gemeten tussen de loodlijnen op de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen. Als in de rij tussen de zitplaatsen een tafel is geplaatst, bevindt deze zich niet in de vrije ruimte. 4 Een rij zitplaatsen die alleen aan een einde op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft niet meer dan 8 zitplaatsen. 5 Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft ten hoogste: a. 16 zitplaatsen als de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, niet groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; b. 32 zitplaatsen als de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; of c. 50 zitplaatsen als de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 1,1 m is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.23 — Artikel 6.23 (gangpaden)#
Artikel 6.23 (gangpaden) 1 Gangpaden tussen stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen in een voor publiek toegankelijke ruimte zijn ten minste 1,1 m breed. 2 Voor een uitgang in een ruimte als bedoeld in het eerste lid is een vrije vloeroppervlakte met een lengte en een breedte van ten minste de breedte van deze uitgang. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.23a — Artikel 6.23a (geen belemmerende objecten op vluchtroute woongebouw)#
Artikel 6.23a (geen belemmerende objecten op vluchtroute woongebouw) In een gemeenschappelijk verkeersruimte van een woongebouw waardoor een vluchtroute voert zijn geen objecten aanwezig die het vluchten belemmeren. Onder objecten die het vluchten belemmeren worden in ieder geval verstaan objecten waardoor de bouwkundige vrije breedte van de verkeersruimte wordt ingeperkt, tenzij er ten minste een beschikbare breedte van 0,85 m overblijft. 2023 426 27-11-2023 21-11-2023 2024 93 17-04-2024 09-04-2024 01-07-2024
Artikel 6.24 — Artikel 6.24 (beperking van gevaar voor letsel)#
Artikel 6.24 (beperking van gevaar voor letsel) 1 Tegen of onder het plafond aangebracht glas is veiligheidsglas of glas voorzien van een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 0,016 m. 2 Textiel, folie of papier in horizontale toepassing is onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 m, of metaaldraad in twee richtingen met een maximale maaswijdte van 0,7 m. 3 Aankleding in een besloten ruimte mag bij brand geen druppelvorming geven boven een gedeelte van een vloer bestemd voor gebruik door personen. 4 Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. 5 Het eerste tot en met derde lid gelden niet in een logiesverblijf. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.25 — Artikel 6.25 (concentratie asbestvezels)#
Artikel 6.25 (concentratie asbestvezels) 3 De concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor personen toegankelijke ruimte van een bouwwerk is niet groter dan 2.000 vezels/m, bepaald volgens NEN 2991. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.26 — Artikel 6.26 (concentratie formaldehyde)#
Artikel 6.26 (concentratie formaldehyde) 3 De concentratie van formaldehyde in de binnenlucht van een voor personen toegankelijke ruimte van een bouwwerk is niet groter dan 120 μg/m, bepaald volgens NEN-EN-ISO 16000-2. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 6.27 — Artikel 6.27 (beschikbaarheid energielabel)#
Artikel 6.27 (beschikbaarheid energielabel) 1 Bij oplevering van een gebouw of gedeelte daarvan stelt de verkoper van dat gebouw of gedeelte daarvan een geldig energielabel beschikbaar aan de koper. 2 In afwijking van het eerste lid zorgt de eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan, voor de aanwezigheid van een geldig energielabel bij oplevering als dat gebouw of gedeelte is gebouwd in opdrachtgeverschap waarbij die eigenaar de volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor de bouw. 3 Na de oplevering van een ingrijpende renovatie zorgt de eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan voor de aanwezigheid van een geldig energielabel. 4 Bij de verhuur van een gebouw of gedeelte daarvan stelt de eigenaar een afschrift van een geldig energielabel voor dat gebouw of gedeelte daarvan beschikbaar aan de nieuwe huurder. Bij verlenging van een huurovereenkomst of na een ingrijpende renovatie stelt de eigenaar een afschrift van een geldig energielabel beschikbaar aan de huurder. 5 Bij de verkoop van een gebouw of gedeelte daarvan, of van een deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op het gebruik van dat gebouw of gedeelte, stelt de eigenaar een geldig energielabel beschikbaar aan de koper. 6 De overheidsinstantie die een gebouw of gedeelte daarvan in eigendom heeft of in gebruik heeft, zorgt voor de aanwezigheid van een geldig energielabel voor dat gebouw of gedeelte daarvan. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.28 — Artikel 6.28 (uitzonderingen energielabel)#
Artikel 6.28 (uitzonderingen energielabel) Artikel 6.27 is niet van toepassing op: a. een gebouw of gedeelte daarvan, dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen; b. een gebouw of gedeelte daarvan, dat wordt gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; c. een industriefunctie; d. een gebouw of gedeelte daarvan, dat ten hoogste twee jaar wordt gebruikt; e. een gebouw of gedeelte daarvan, met een woonfunctie of logiesfunctie, dat minder dan vier maanden per jaar wordt gebruikt, en een verwacht energieverbruik heeft van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik; f. 2 een alleenstaand gebouw met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m; en g. artikel 11.7, eerste lid, onder a, van de wet een gebouw of gedeelte daarvan, dat bij minnelijke verwerving als bedoeld inwordt verkregen en voor de uitvoering van het werk waarmee die verkrijging verband houdt zal worden gesloopt. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.29 — Artikel 6.29 (eisen aan het energielabel)#
Artikel 6.29 (eisen aan het energielabel) 1 Een energielabel bevat: a. het resultaat van de berekening van de energieprestatie; b. referentiewaarden waarmee de energieprestatie kan worden vergeleken en beoordeeld; en c. aanbevelingen voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie, de vermindering van de operationele broeikasgasemissies en de verbetering van de binnenluchtkwaliteit, tenzij het gebouw of gedeelte daarvan al emissievrij is. 2 Deze aanbevelingen zijn technisch haalbaar voor het gebouw of gedeelte daarvan, waarvoor het energielabel is afgegeven en kunnen een raming bieden van de terugverdientijden of kostenvoordelen gedurende de economische levensduur. De aanbevelingen omvatten in ieder geval maatregelen over de ingrijpende renovatie van de bouwschil of technische bouwsystemen en maatregelen voor individuele onderdelen van dat gebouw of gedeelte zonder dat sprake is van een ingrijpende renovatie, en een vindplaats voor extra informatie. 3 2 Een energielabel bevat tenminste een numerieke energieprestatie-indicator van het primair fossiel energiegebruik in kWh/m.jr en een in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestatie. 4 Een energielabel is tien jaar geldig gerekend vanaf de datum van opname van de gegevens voor de afgifte ervan. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.30 — Artikel 6.30 (kenbaarheid energielabel)#
Artikel 6.30 (kenbaarheid energielabel) 1 artikel 6.29, derde lid artikel 6.27 Degene die een gebouw of gedeelte daarvan te koop of te huur aanbiedt door middel van advertenties in commerciële media, vermeldt in die advertenties de energieprestatie-indicator en de letter of lettercombinatie van een geldig energielabel, bedoeld in, dat is afgegeven voor dat gebouw of het gedeelte daarvan, met uitzondering van gebouwen of gedeeltes daarvan waaropniet van toepassing is. 2 De eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan brengt het energielabel aan op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats in dat gebouw of gedeelte, als het gebouw of gedeelte daarvan in gebruik is door een overheidsinstantie en dat gebouw of gedeelte veelvuldig door het publiek wordt bezocht. 3 De eigenaar van een gebouw of gedeelte daarvan dat geen woonfunctie heeft en waarvoor een geldig energielabel is afgegeven, brengt het energielabel aan op een duidelijk zichtbare plaats. 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.31 — Artikel 6.31#
Artikel 6.31 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/172. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.32 — Artikel 6.32 (brandmeldinstallatie)#
Artikel 6.32 (brandmeldinstallatie) 1 bijlage II artikel 3.115 In de inbedoelde gevallen heeft een invoorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2 wet Een krachtens devoorgeschreven brandmeldinstallatie wordt op adequate wijze beheerd, gecontroleerd en onderhouden. 3 artikel 3.115 Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond vandoormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.33 — Artikel 6.33 (ontruimingsalarminstallatie)#
Artikel 6.33 (ontruimingsalarminstallatie) 1 bijlage II artikel 3.119 In de inbedoelde gevallen heeft een invoorgeschreven ontruimingsalarminstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2 wet Een krachtens devoorgeschreven ontruimingsalarminstallatie wordt op adequate wijze beheerd, gecontroleerd en onderhouden. 3 artikel 3.115 Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond vandoormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.34 — Artikel 6.34 (droge blusleiding)#
Artikel 6.34 (droge blusleiding) wet Een krachtens devoorgeschreven droge blusleiding en pompinstallatie worden eenmaal in de vijf jaar getest volgens NEN 1594. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.35 — Artikel 6.35 (blustoestellen en brandslanghaspels)#
Artikel 6.35 (blustoestellen en brandslanghaspels) 1 wet Een krachtens devoorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel wordt ten minste eenmaal per twee jaar op adequate wijze onderhouden, waarbij ook de goede werking van dat blustoestel wordt gecontroleerd. 2 wet Een krachtens devoorgeschreven brandslanghaspel wordt ten minste eenmaal per twee jaar op adequate wijze onderhouden, waarbij ook de goede werking van die brandslanghaspel wordt gecontroleerd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.36 — Artikel 6.36 (automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem)#
Artikel 6.36 (automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem) 1 wet Een krachtens devoorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 2 wet Een krachtens devoorgeschreven rookbeheersingsinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. 3 Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van een jaar. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.37 — Artikel 6.37 (keuring van airconditioningsystemen)#
Artikel 6.37 (keuring van airconditioningsystemen) Vervallen 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.37a — Artikel 6.37a (begrippen)#
Artikel 6.37a (begrippen) Voor de toepassing van deze paragraaf zijn de begripsomschrijvingen, bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing op de begrippen «stookinstallatie», «afgas», «dieselmotor», «gasmotor», «gasturbine», «aardgas», «rie-biomassa», «vergistingsgas», en «emissiegrenswaarde». 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.38 — Artikel 6.38 (keuring van stookinstallaties)#
Artikel 6.38 (keuring van stookinstallaties) 1 Een niet-gasgestookte stookinstallatie met een nominaal vermogen van: a. 20 kW tot ten hoogste 100 kW wordt ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid; en b. meer dan 100 kW, wordt ten minste eenmaal per twee jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid. 2 Een gasgestookte stookinstallatie met een nominaal vermogen van meer dan 100 kW wordt ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid. 3 Een keuring wordt voor de eerste keer uitgevoerd binnen zes weken na ingebruikname. 4 Het eerste en tweede lid gelden alleen voor een stookinstallatie die onderdeel is van een technisch bouwsysteem. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op een niet-gemeenschappelijk stooktoestel met een nominaal vermogen van ten hoogste 100 kW van een woonfunctie. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.39 — Artikel 6.39 (afstellen, onderhoud en rapportage)#
Artikel 6.39 (afstellen, onderhoud en rapportage) 1 artikel 6.38 Een keuring als bedoeld inomvat: a. de afstelling voor de verbranding; b. het systeem voor de toevoer van brandstof en verbrandingslucht; c. de afvoer van verbrandingsgassen; en d. 3 voor stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 1 MW de meting van het gehalte koolmonoxide, uitgevoerd direct voorafgaand aan de afstelling van de verbranding, uitgedrukt in mg/Nmbij een zuurstofpercentage van 15% in afgas, als het gaat om een dieselmotor, een gasturbine of een gasmotor, 6% in afgas, als het gaat om een stookinstallatie voor vaste brandstoffen, of 3% in afgas, als het gaat om een andere stookinstallatie. 2 De meting van koolmonoxide, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt voor een stookinstallatie die in gebruik is genomen voor 20 december 2018 vanaf: a. 1 januari 2024, als deze een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5 MW heeft; of b. 1 januari 2029, als deze een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 5 MW heeft. 3 Aan het eerste lid, onder d, wordt, voor een stookinstallatie die niet meer dan 500 uur per jaar in bedrijf is, in ieder geval voldaan, als een meetrapport van de fabrikant wordt overgelegd van een koolmonoxide-meting die is uitgevoerd aan de stookinstallatie of een stookinstallatie van hetzelfde merk en type, overeenkomstig de eisen, bedoeld in dat onderdeel. 4 Als uit de keuring blijkt dat de installatie onderhoud nodig heeft, vindt dat onderhoud binnen twee weken na de keuring plaats. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.39a — Artikel 6.39a (verslag keuring)#
Artikel 6.39a (verslag keuring) 1 artikel 6.38 Van de keuring, bedoeld in, wordt een verslag gemaakt. 2 Voor stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 1 MW omvat het verslag: a. de naam en het adres van de gebruiker; b. het adres van de stookinstallatie; c. een unieke identificatie van de stookinstallatie; d. gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in MW van de stookinstallatie; e. gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fualmotor, gasturbine, ketel, formuis, droger, luchtverhitter of andere stookinstallatie; f. gegevens over het type gebruikte brandstoffen en het aandeel ervan, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, houtpellets, andere vaste brandstof, gasolie, dieselolie, huisbrandolie, biodiesel, andere vloeibare brandstoffen, aardgas, propaangas, butaangas, vergistingsgas en andere gasvormige brandstoffen; g. de datum waarop de stookinstallatie in gebruik is genomen; h. het verwachte aantal jaarlijkse bedrijfsuren van de stookinstallatie en de gemiddelde belasting tijdens het gebruik; i. de 4-cijferige NACE-code van de bedrijfstak waarvan de stookinstallatie deel uitmaakt; j. de datum en meetresultaten van de laatst verrichte emissiemetingen van koolmonoxide en zuurstof en de emissieconcentratie van deze stoffen die tijdens de keuring is gemeten; k. als het gaat om een stookinstallatie die niet meer dan 500 uren per jaar in bedrijf is, met uitzondering van een dieselmotor die wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit als het openbare net beschikbaar is en geen geplande bedrijfsnoodzakelijke test wordt verricht: een verklaring dat de stookinstallatie niet meer dan 500 uren in bedrijf is; en l. wijzigingen aan de stookinstallatie of in de bedrijfsvoering die hebben geleid tot een verandering van de emissiegrenswaarde. 3 Voor het bepalen van het aantal uren dat een stookinstallatie als bedoeld in het tweede lid, onder k, niet meer dan 500 uren per jaar in bedrijf is, wordt het aantal uren dat de stookinstallatie in gebruik is maandelijks geregistreerd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.40 — Artikel 6.40 (certificatie keuringsinstelling)#
Artikel 6.40 (certificatie keuringsinstelling) artikel 6.38 Een keuring als bedoeld inwordt verricht door een onderneming met een certificaat voor de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel van de Certificatieregeling ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS, afgegeven door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens die Deelregeling. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 6.41 — Artikel 6.41 (inzage in bescheiden)#
Artikel 6.41 (inzage in bescheiden) 1 De volgende gegevens en documenten worden ten minste zes jaar bij de stookinstallatie bewaard: a. artikel 6.39a het verslag van de keuring bedoeld in, ondertekend door degene die de keuring heeft verricht; b. artikel 6.39, vierde lid een bewijs van uitvoering van onderhoud als bedoeld in, gedateerd en ondertekend door degene die het onderhoud heeft uitgevoerd; c. artikel 6.39a, derde lid de registratie van het aantal draaiuren, bedoeld in; d. de resultaten van de laatst verrichte metingen en andere gegevens die nodig zijn om te kunnen beoordelen of wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden; e. een overzicht van de soort en de hoeveelheid in de installatie gebruikte brandstoffen; f. een overzicht van eventuele storingen of uitvallen van aanvullende emissiebeperkende apparatuur; en g. een overzicht van de gevallen van niet-voldoen aan de emissiegrenswaarden en de getroffen maatregelen. 2 artikel 6.39, vierde lid Als een stookinstallatie bij de keuring of na het onderhoud, bedoeld in, voldoet aan de eisen voor veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid, wordt deze afgemeld in het afmeldsysteem van de Stichting SCIOS. 3 artikel 6.39a, tweede lid De afmelding bevat de gegevens, genoemd in. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.42 — Artikel 6.42 (keuring verwarmingssysteem)#
Artikel 6.42 (keuring verwarmingssysteem) Vervallen 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.43 — Artikel 6.43#
Artikel 6.43 Vervallen 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 2026 103 07-05-2026 21-04-2026 29-05-2026
Artikel 6.44 — Artikel 6.44 (definitie certificaathouder)#
Artikel 6.44 (definitie certificaathouder) In deze paragraaf wordt verstaan onder certificaathouder: artikel 3.35, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.37, eerste lid, van dat besluit artikel 3.36, eerste lid, van dat besluit natuurlijke persoon of rechtspersoon met een certificaat als bedoeld invoor een op grond vanafgegeven certificatieschema door een op grond vanaangewezen certificatie-instelling. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.45 — Artikel 6.45 (werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen)#
Artikel 6.45 (werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen) 1 Aan de regels in dit artikel wordt voldaan door degene die de werkzaamheden uitvoert en degene die de werkzaamheden laat uitvoeren. 2 De volgende werkzaamheden aan een gebouwgebonden gasverbrandingstoestel en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas worden verricht door een certificaathouder: a. het installeren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; b. het repareren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; c. het onderhouden van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; en d. het in bedrijf stellen en vrijgeven voor gebruik van een gasverbrandingstoestel na werkzaamheden als bedoeld onder a tot en met c. 3 Het tweede lid is niet van toepassing op: a. artikel 6.38 stookinstallaties als bedoeld in; b. artikel 3.35, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.36, tweede lid, onder a, van dat besluit werkzaamheden die worden verricht voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld inof een accreditatie als bedoeld in. 4 Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht met een certificaat dat is afgegeven door een certificatie-instelling waarvan de aanwijzing is ingetrokken, gedurende zes maanden na de intrekking of, als het certificaat op het moment van intrekking een kortere geldigheidsduur heeft dan zes maanden, gedurende die geldigheidsduur. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 6.46 — Artikel 6.46 (signalering (bijna-)ongevallen)#
Artikel 6.46 (signalering (bijna-)ongevallen) Als een certificaathouder bij het verrichten van zijn werkzaamheden constateert dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan een bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie en dat deze vrijkomt in een ruimte waarin zich personen kunnen bevinden, stelt hij onverwijld de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en de certificatie-instelling hiervan op de hoogte. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.47 — Artikel 6.47 (beeldmerk)#
Artikel 6.47 (beeldmerk) 1 Een certificaathouder voert een bij ministeriële regeling vastgesteld beeldmerk. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het gebruik van het beeldmerk. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.48 — Artikel 6.48 (overgangsrecht: werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen)#
Artikel 6.48 (overgangsrecht: werkzaamheden aan verbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen) Artikel 6.45 is niet van toepassing op werkzaamheden die aangevangen zijn voor het tijdstip waarop artikel II van het Besluit van 14 september 2020 houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van een stelsel van certificering voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in werking is getreden. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 7.1 (toepassingsbereik: activiteiten) Deze afdeling is van toepassing op bouw- en sloopactiviteiten die het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken betreffen, met uitzondering van het mobiel breken van bouw- en sloopafval. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 7.2 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden; b. het waarborgen van duurzaamheid bij het scheiden van bouw- en sloopafval op een bouw- en sloopterrein; en c. het waarborgen van duurzaamheid bij de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht bij het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 7.3 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in deze afdeling wordt voldaan door degene die de bouw- of sloopwerkzaamheden verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 (specifieke zorgplicht)#
Artikel 7.4 (specifieke zorgplicht) 1 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving kunnen leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2 Onder gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving als bedoeld in het eerste lid wordt ook verstaan beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, die tot dat gevaar kan leiden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 (maatwerkvoorschriften)#
Artikel 7.5 (maatwerkvoorschriften) 1 artikel 7.4 paragrafen 7.1.2 tot en met 7.1.5 artikelen 7.20 7.22 7.22a Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld overen de, met uitzondering van de,enen bepalingen over: a. meldingplichten; en b. meet- of rekenmethoden. 2 paragrafen 7.1.2 tot en met 7.1.5 artikelen 7.17 7.18 artikel 7.23, eerste lid Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de regels in de, waarbij afwijken van deenalleen versoepelen als bedoeld in, kan inhouden. 3 artikelen 7.15 tot en met 7.19 artikel 7.5b Een maatwerkvoorschrift over dekan in ieder geval inhouden een verplichting tot het aanstellen van een veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld inen het opstellen van een bouw- of sloopveiligheidsplan met maatregelen ter uitvoering van de artikelen 7.15 tot en met 7.19. 4 artikelen 7.19a 7.21 In afwijking van het tweede lid kan een maatwerkvoorschrift over deenalleen nadere invulling van het bepaalde in dat artikel inhouden. Met een maatwerkvoorschrift wordt de uitvoering van een vastgesteld projectbesluit niet belemmerd. 5 artikel 7.2 Een maatwerkvoorschrift op aanvraag van degene die de bouw- of sloopwerkzaamheden verricht, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is op het vierde lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd. 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 7.5a — Artikel 7.5a (risicomatrix)#
Artikel 7.5a (risicomatrix) 1 Er is een risicomatrix met een duiding van de risico’s voor de veiligheid die zijn verbonden aan de beoogde bouw- of sloopwerkzaamheden. 2 artikel 7.5b Een veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld inwordt aangesteld en een bouw- of sloopveiligheidsplan wordt opgesteld als de ingevulde risicomatrix daartoe noodzaakt. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5b — Artikel 7.5b (veiligheid en gezondheid directe omgeving: veiligheidscoördinator directe omgeving)#
Artikel 7.5b (veiligheid en gezondheid directe omgeving: veiligheidscoördinator directe omgeving) artikel 7.5 7.5a Als op grond vanofeen veiligheidscoördinator directe omgeving moet worden aangesteld, draagt degene die de bouw- of sloopwerkzaamheden verricht er zorg voor dat die coördinator: a. artikelen 7.15 tot en met 7.19 de maatregelen coördineert die bij de bouw- of sloopwerkzaamheden worden getroffen ter uitvoering van de, voor zover het maatregelen betreft om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van het bouw- of sloopterrein; en b. erop toe ziet dat: 1°. de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, op doeltreffende wijze worden getroffen; 2°. de werkzaamheden die gelijktijdig of achtereenvolgend plaatsvinden, goed op elkaar zijn afgestemd; 3°. er voorlichting wordt gegeven aan degenen die de bouw- of sloopwerkzaamheden verrichten; 4°. alleen bevoegde personen de directe omgeving waar de bouw- of sloopwerkzaamheden worden verricht, kunnen betreden; 5°. de maatregelen die worden getroffen in de directe omgeving van het bouw- of sloopterrein worden aangepast als de bouw- of sloopwerkzaamheden daartoe aanleiding geven; en 6°. passende maatregelen worden getroffen als niet, onjuist of in onvoldoende mate uitvoering wordt gegeven aan de onderdelen 1° tot en met 5°. 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5c — Artikel 7.5c (gegevens en bescheiden: stikstofemissie en risicomatrix)#
Artikel 7.5c (gegevens en bescheiden: stikstofemissie en risicomatrix) 1 artikel 2.18, eerste lid artikel 7.10, eerste lid 3 Gelijktijdig met de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of de bouwmelding, bedoeld in, en de sloopmelding als de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 mbedraagt, bedoeld in, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. artikel 7.19a, eerste lid een beschrijving van de maatregelen om te voldoen aan; en b. de risicomatrix en, voor zover van toepassing, het bouw- of sloopveiligheidsplan en de naam en contactgegevens van de veiligheidscoördinator directe omgeving, en andere gegevens en bescheiden over de maatregelen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de bouw- of sloopwerkzaamheden. 2 Als de bouw- of sloopwerkzaamheden op een andere manier worden verricht dan overeenkomstig de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden zo spoedig mogelijk verstrekt. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 (geen gelijkwaardige maatregel)#
Artikel 7.6 (geen gelijkwaardige maatregel) artikelen 7.9 7.20 7.22 Het treffen van een gelijkwaardige maatregel is uitgesloten voor de,en. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 (informeren: begin en beëindiging bouwwerkzaamheden)#
Artikel 7.7 (informeren: begin en beëindiging bouwwerkzaamheden) 1 artikel 2.2 Ten minste twee werkdagen voor het begin van bouwwerkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, wordt het bevoegd gezag, bedoeld in, daarover geïnformeerd. 2 artikel 2.2 Het bevoegd gezag, bedoeld in, wordt uiterlijk op de eerste werkdag na beëindiging van de bouwwerkzaamheden daarover geïnformeerd. Het bouwwerk wordt niet in gebruik genomen voordat aan deze informatieplicht is voldaan. 3 artikel 2.18, eerste lid Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een melding als bedoeld in, nodig is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 (aanwezigheid gegevens en bescheiden bouwwerkzaamheden)#
Artikel 7.8 (aanwezigheid gegevens en bescheiden bouwwerkzaamheden) Tijdens het verrichten van bouwwerkzaamheden zijn, voor zover deze documenten zijn opgesteld, de volgende gegevens en bescheiden of een afschrift daarvan op het bouwterrein aanwezig: a. de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit; b. artikel 2.18, eerste lid de melding, bedoeld in; c. een actuele planning van de data waarop specifieke bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd; d. de risicomatrix, het bouwveiligheidsplan en andere gegevens en bescheiden over de maatregelen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden; e. artikelen 3.7 7.23 een afschrift van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in deen; f. artikel 7.5 7.5a artikel 7.5b als op grond vanofeen veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld inmoet worden aangesteld: de naam en contactgegevens van die coördinator; g. een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; en h. overige voor het bouwen van belang zijnde gegevens en bescheiden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 (asbestinventarisatieplicht)#
Artikel 7.9 (asbestinventarisatieplicht) 1 De normadressaat beschikt over een asbestinventarisatierapport voor het gedeelte van het bouwwerk waar wordt gesloopt, als hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zich in het bouwwerk asbest of een asbesthoudend product bevindt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die worden verricht in of aan een bouwwerk of gedeelte daarvan dat na 1 januari 1994 is gebouwd; b. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen; c. het als een geheel verwijderen van verwarmingstoestellen; d. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk: 1°. verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen, telecombuizen en mantelbuizen, voor zover deze deel uitmaken van een ondergronds openbaar water-, gas-, elektra-, riool- of telecomleidingnet; 2°. verwijderen van geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel; 3°. verwijderen van beglazingskit die is verwerkt in de constructie van een kas; of 4°. verwijderen van pakkingen uit: i. een verbrandingsmotor; ii. een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kW; of iii. een procesinstallatie of onderdelen van een procesinstallatie, inclusief aan- en afvoerende leidingen; of 5°. artikel 1.1 van de Energiewet verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in een distributiesysteem, bedoeld in, door of vanwege een distributiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 1.1 van die wet; en e. 2 het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35 mbedraagt. 3 Degene die een handeling laat verrichten waarop het eerste lid van toepassing is, verstrekt, voordat de handeling wordt verricht, een afschrift van het asbestinventarisatierapport aan degene die de handeling verricht. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 7.10 — Artikel 7.10 (sloopmelding)#
Artikel 7.10 (sloopmelding) 1 3 Het is verboden een bouwwerk of gedeelte daarvan te slopen als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 mbedraagt, zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden te melden. 2 De in het eerste lid genoemde termijn is ten minste een week als: a. de sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden verricht aan een asbesthoudende toepassing en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand zou leiden of het gebruiksgenot van het bouwwerk ernstig zou belemmeren; of b. 2 de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35 mbedraagt. 3 Als dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op het: a. slopen van een seizoensgebonden bouwwerk; b. artikel 3.6 slopen op grond van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in, of van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; en c. slopen dat alleen bestaat uit het in de uitoefening van een beroep of bedrijf: 1°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen, telecombuizen en mantelbuizen, voor zover deze deel uitmaken van een ondergronds openbaar water-, gas-, elektra-, riool- of telecomleidingnet; 2°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel; 3°. als een geheel verwijderen van asbesthoudende verwarmingstoestellen; 4°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van een kas; 5°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende rem- en frictiematerialen; 6°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende pakkingen uit: i. een verbrandingsmotor; ii. een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kW; of iii. een procesinstallatie of onderdelen van een procesinstallatie, inclusief aan- en afvoerende leidingen; en 7°. artikel 1.1 van de Energiewet geheel of gedeeltelijk verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in een distributiesysteem, bedoeld in, door of vanwege een distributiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 1.1 van die wet. 5 Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 7.11 — Artikel 7.11 (gegevens en bescheiden bij sloopmelding)#
Artikel 7.11 (gegevens en bescheiden bij sloopmelding) 1 Een sloopmelding wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden: a. de naam en het adres van de eigenaar van het te slopen bouwwerk en, voor zover van toepassing, van diegene die om een andere reden bevoegd is tot het slopen of laten slopen van het bouwwerk; b. de naam en het adres van diegene die de sloopwerkzaamheden gaat verrichten, als de uitvoerder een ander persoon is dan bedoeld onder a; c. de dagtekening; d. het adres, de kadastrale aanduiding en aard van het te slopen bouwwerk of gedeelte daarvan; e. de data, de tijdstippen en een beschrijving van de wijze waarop het verrichten van de sloopwerkzaamheden gaat plaatsvinden; f. een globale inventarisatie van de aard en de hoeveelheid van de afvalstoffen die naar verwachting zullen vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden en een opgave van de voorgenomen afvoerbestemming van die stoffen; en g. artikel 7.9 artikel 7.22 als op grond vaneen asbestinventarisatierapport is vereist, het asbestinventarisatierapport of een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in onderdeel b van dat lid, ten minste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden verstrekt. 3 artikel 2.2 Als tijdens het slopen asbest wordt ontdekt dat niet is opgenomen in het asbestinventarisatierapport wordt het bevoegd gezag, bedoeld in, daarover onverwijld geïnformeerd. 4 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit Een sloopmelding die betrekking heeft op slopen waarbij asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld inof, wordt alleen langs elektronische weg gedaan. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.12 — Artikel 7.12 (informeren: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden)#
Artikel 7.12 (informeren: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden) 1 artikel 2.2 Ten minste twee werkdagen voor het begin van sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag, bedoeld in, daarover geïnformeerd. 2 artikel 2.2 Het bevoegd gezag, bedoeld in, wordt uiterlijk op de eerste werkdag na beëindiging van de sloopwerkzaamheden daarover geïnformeerd. 3 Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op het slopen van een bouwwerk waarvoor een sloopmelding nodig is. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7.12a — Artikel 7.12a (informeren: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden asbest in risicoklasse 2 of 2A)#
Artikel 7.12a (informeren: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden asbest in risicoklasse 2 of 2A) 1 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit Dit artikel is van toepassing als bij de sloopwerkzaamheden asbest is of wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld inof. 2 artikel 7.12, eerste lid In afwijking van, wordt ten minste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden de datum waarop wordt begonnen met de werkzaamheden in het LAVS ingevoerd. 3 artikel 7.12, tweede lid In afwijking van het, wordt uiterlijk de eerste werkdag na de beëindiging van de sloopwerkzaamheden de datum van beëindiging in het LAVS ingevoerd. 4 artikel 7.22, eerste lid Degene die de eindbeoordeling, bedoeld in, of de visuele inspectie, bedoeld artikel 7.22, tweede lid, heeft verricht, voert binnen twee weken nadat de eindbeoordeling of visuele inspectie is verricht, het eindresultaat daarvan in het LAVS in. 5 artikel 7.22, eerste lid Binnen twee weken nadat de eindbeoordeling, bedoeld in, of de visuele inspectie, bedoeld artikel 7.22, tweede lid, is verricht, wordt in het LAVS een bewijs ingevoerd van de afvoer van het asbestafval, onder opgave van het gewicht en van de afvoerbestemming van het asbestafval. 6 Het tweede tot en met vierde lid zijn alleen van toepassing op het slopen van een bouwwerk waarvoor een sloopmelding nodig is. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7.13 — Artikel 7.13 (aanwezigheid gegevens en bescheiden sloopwerkzaamheden)#
Artikel 7.13 (aanwezigheid gegevens en bescheiden sloopwerkzaamheden) Tijdens het slopen zijn, voor zover deze zijn opgesteld, de volgende gegevens en bescheiden of een afschrift daarvan op het sloopterrein aanwezig: a. de sloopmelding en de daarbij behorende gegevens en bescheiden; b. de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan, en andere gegevens en bescheiden over de maatregelen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de sloopwerkzaamheden; c. artikel 7.5 7.5a artikel 7.5b als op grond vanofeen veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld inmoet worden aangesteld: de naam en contactgegevens van die coördinator; d. artikelen 3.7 7.5 7.23 een afschrift van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in de,en; e. een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; f. overige voor het slopen van belang zijnde gegevens en bescheiden; en g. artikel 7.9 artikel 7.22 als op grond vaneen asbestinventarisatierapport is vereist, het asbestinventarisatierapport, of een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.14 — Artikel 7.14 (afbakening maatwerkvoorschriften procedure sloopwerkzaamheden)#
Artikel 7.14 (afbakening maatwerkvoorschriften procedure sloopwerkzaamheden) 1 Een maatwerkvoorschrift over deze paragraaf kan alleen inhouden dat degene die meldingplichtige sloopwerkzaamheden heeft verricht, wordt verplicht binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden een opgave te doen van de aard en de hoeveelheid van de bij de sloopwerkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen. 2 artikel 7.10 Na een sloopmelding als bedoeld inkunnen alleen maatwerkvoorschriften worden gesteld als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen of beperken van hinder of van een onveilige situatie tijdens het verrichten van de sloopwerkzaamheden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.15 — Artikel 7.15 (veiligheid in de directe omgeving)#
Artikel 7.15 (veiligheid in de directe omgeving) 1 Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel aan personen in de directe omgeving van het bouw- en sloopterrein; b. letsel aan personen die het bouw- en sloopterrein onbevoegd betreden; en c. gevaar voor de veiligheid van belendingen. 2 Bij het bouwen of slopen van een gebouw wordt bij de bouw- en sloopplaats een veiligheidsafstand vrijgehouden bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.16 — Artikel 7.16 (grondwaterstand)#
Artikel 7.16 (grondwaterstand) Het bemalen van een bouwput, leidingsleuf of andere tijdelijke ontgraving ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een voor de veiligheid van belendingen gevaarlijke grondwaterstand. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.17 — Artikel 7.17 (geluidhinder)#
Artikel 7.17 (geluidhinder) 1 Bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden worden alleen op werkdagen en op zaterdag, tussen 7.00 uur en 19.00 uur verricht. 2 Bij het verrichten van die bedrijfsmatige werkzaamheden worden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur, genoemd in tabel 7.17, niet overschreden. Tabel 7.17 dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur Dagwaarde ≤60 dB(A) >60 dB(A) >65 dB(A) >70 dB(A) >75 dB(A) >80 dB(A) maximale blootstellingsduur op de gevel van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, gezondheidszorgfunctie of onderwijsfunctie, of op de grens van een geluidsgevoelig terrein onbeperkt 50 dagen 30 dagen 15 dagen 5 dagen 0 dagen 3 titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7.23 Als het bevoegd gezag over het veroorzaken van geluidhinder bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in, heeft vastgesteld, is in afwijking vangeen maatwerkvoorschrift vereist als het verrichten van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor het begin van de werkzaamheden daarover is geïnformeerd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.18 — Artikel 7.18 (trillinghinder)#
Artikel 7.18 (trillinghinder) 1 Trillingen veroorzaakt door het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden bedragen in een verblijfsgebied niet meer dan de trillingsterkte genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006 van de Stichting Bouwresearch Rotterdam. 2 Het eerste lid is alleen van toepassing op een verblijfsgebied van een woonfunctie, een bijeenkomstfunctie voor kinderdagopvang, een gezondheidszorgfunctie en een onderwijsfunctie. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.19 — Artikel 7.19 (stofhinder)#
Artikel 7.19 (stofhinder) Tijdens het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- en sloopterrein te beperken. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.19a — Artikel 7.19a (stikstofemissie)#
Artikel 7.19a (stikstofemissie) 1 Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden worden adequate maatregelen getroffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken. 2 artikel 2.18, eerste lid artikel 7.10, eerste lid 3 Het eerste lid is alleen van toepassing op het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een melding als bedoeld in, nodig is en op het slopen van een bouwwerk waarvoor een melding als bedoeld in, is vereist omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 mbedraagt. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.20 — Artikel 7.20 (verwijderen asbest risicoklasse 2 en 2A)#
Artikel 7.20 (verwijderen asbest risicoklasse 2 en 2A) 1 artikel 4.48 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Als de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A, bedoeld inof, dan worden de volgende handelingen verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in: a. het slopen van een bouwwerk als in dat bouwwerk asbest of een asbesthoudend product is verwerkt; en b. het verwijderen van asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk. 2 artikel 7.9, tweede lid De onderdelen b tot en met e van, zijn van overeenkomstige toepassing. 2024 184 24-06-2024 19-06-2024 2024 184 24-06-2024 19-06-2024 01-08-2024
Artikel 7.21 — Artikel 7.21 (asbestverwijdering)#
Artikel 7.21 (asbestverwijdering) Degene die bij sloopwerkzaamheden asbest of een asbesthoudend product verwijdert, zorgt er voor dat: a. de verwijderingshandeling, wanneer technisch mogelijk, als eerste wordt verricht wanneer het bouwwerk wordt gesloopt; b. verwijderde asbest en asbesthoudende producten, onmiddellijk van niet-asbesthoudende producten worden gescheiden; c. verwijderde asbest en asbesthoudende producten onmiddellijk worden verzameld en, tenzij dit door vorm of formaat niet mogelijk is, worden verpakt in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en sterkte dat deze niet scheurt waarbij: 1°. de verpakking van de verpakte asbest en asbesthoudende producten onmiddellijk wordt afgesloten en opgeslagen in een afgesloten opslagplaats; en 2°. de niet verpakte asbest en asbesthoudende producten onmiddellijk worden opgeslagen in een afgesloten container; d. na het verwijderen volgens onderdeel a geen resten asbest achterblijven; e. verordening (EG) 1907/2006 het verpakkingsmateriaal op duidelijke wijze is voorzien van aanduidingen volgens aanhangsel 7 bij bijlage XVII bijvan het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (PbEU 2006, L 396); en f. paragraaf 3.5.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving de verwijderde asbest en asbesthoudende producten binnen twee weken na de onder a bedoelde verwijderingshandeling worden afgevoerd naar een bedrijf als bedoeld in. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7.22 — Artikel 7.22 (eindbeoordeling asbestverwijdering)#
Artikel 7.22 (eindbeoordeling asbestverwijdering) 1 artikel 7.20, eerste lid artikelen 4.51a, eerste, tweede, vierde en zesde lid 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluit Degene die in een binnenruimte een handeling laat verrichten als bedoeld in, zorgt er voor dat onmiddellijk na het verrichten van die handeling een eindbeoordeling wordt uitgevoerd in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de, en. 2 artikel 7.20, eerste lid artikel 4.51a, derde, vierde en zesde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Degene die in de buitenlucht een handeling laat verrichten als bedoeld in, zorgt er voor dat onmiddellijk na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt uitgevoerd in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens. 3 artikel 7.20, eerste lid artikelen 4.51a, tweede lid 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluit In een binnenruimte worden geen andere werkzaamheden verricht aan het bouwwerk waarvoor een handeling als bedoeld in, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling is uitgevoerd of als uit de eindbeoordeling volgt dat er ter plaatse nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in de, en, wordt overschreden. 4 artikel 7.20, eerste lid In de buitenlucht worden geen andere handelingen verricht aan het bouwwerk waarvoor een handeling als bedoeld in, is verricht, zolang de visuele inspectie niet is uitgevoerd of als uit de visuele inspectie volgt dat het te verwijderen asbest op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar is. 2024 184 24-06-2024 19-06-2024 2024 184 24-06-2024 19-06-2024 01-08-2024
Artikel 7.22a — Artikel 7.22a (veiligheidsmaatregelen aanbrengen gespoten PUR-schuim)#
Artikel 7.22a (veiligheidsmaatregelen aanbrengen gespoten PUR-schuim) Bij het aanbrengen van gespoten PUR-schuim in de kruipruimte van een woonfunctie: a. zijn tijdens het aanbrengen van het gespoten PUR-schuim en ten minste twee uur na afloop van de werkzaamheden in de woonfunctie geen andere personen aanwezig dan de personen die het gespoten PUR-schuim aanbrengen; en b. wordt tijdens het aanbrengen de kruipruimte geventileerd met ten minste een ventilatiecapaciteit van 30 keer het volume van de kruipruimte per uur. 2020 189 23-06-2020 03-06-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.23 — Artikel 7.23 (afbakening maatwerkvoorschriften veiligheid en gezondheid in directe omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden)#
Artikel 7.23 (afbakening maatwerkvoorschriften veiligheid en gezondheid in directe omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden) 1 artikelen 7.17 7.18 Met een maatwerkvoorschrift over deenkunnen alleen worden versoepeld: a. artikel 7.17, eerste en tweede lid de dagwaarden, blootstellingsduur, tijdstippen en perioden, bedoeld in; en b. artikel 7.18 de trillingsterkte, bedoeld in. 2 Onverkort het gestelde in een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid, wordt bij het verrichten van de bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de beste beschikbare stille technieken. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 147 26-03-2021 02-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.24 — Artikel 7.24 (vrijkomend bouw- en sloopafval)#
Artikel 7.24 (vrijkomend bouw- en sloopafval) Bouw- en sloopwerkzaamheden worden zodanig verricht dat tijdens de uitvoering vrijkomend gevaarlijk en overig bouw- en sloopafval deugdelijk wordt gescheiden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.25 — Artikel 7.25 (scheiden gevaarlijk bouw- en sloopafval)#
Artikel 7.25 (scheiden gevaarlijk bouw- en sloopafval) 1 Ongeacht de hoeveelheid wordt gevaarlijk bouw- en sloopafval in ieder geval gescheiden in de volgende fracties: a. Regeling Europese afvalstoffenlijst als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst van de, voor zover deze stoffen niet onder b tot en met d van dit lid zijn opgenomen; b. teerhoudende dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; c. teerhoudend asfalt; en d. gasontladingslampen. 2 Een gevaarlijke stof wordt niet gemengd of gescheiden. 3 De fracties worden op het bouw- en sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd. 4 In afwijking van het derde lid kunnen de fracties op een andere plaats worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- en sloopterrein redelijkerwijs niet mogelijk is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.26 — Artikel 7.26 (scheiden overig bouw- en sloopafval)#
Artikel 7.26 (scheiden overig bouw- en sloopafval) 1 Overig bouw- en sloopafval wordt in ieder geval gescheiden in de volgende fracties: a. bitumineuze dakbedekking, al dan niet met dakbeschot; b. niet-teerhoudend asfalt; c. vlakglas, al dan niet met kozijn; d. gipsblokken en gipsplaatmateriaal; e. dakgrind; en f. armaturen. 2 De fracties worden op het bouw- of sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de hoeveelheid afval van die fractie minder dan 1 m³ bedraagt. 4 In afwijking van het tweede lid kunnen de fracties op een andere plaats worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- en sloopterrein redelijkerwijs niet mogelijk is. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.27 — Artikel 7.27 (toepassingsbereik: activiteiten)#
Artikel 7.27 (toepassingsbereik: activiteiten) bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het breken van steenachtige bedrijfsafvalstoffen, bedoeld in, voor zover afkomstig van het bouwen en slopen van bouwwerken of wegen, met een mobiele installatie voor het bewerken van bouw- en sloopafval, met inbegrip van alle daarbij gebruikte overige installaties en toestellen, gedurende een periode van ten hoogste drie maanden en in de directe nabijheid van het bouwwerk of de weg waar het te breken afval vrijkomt. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.28 — Artikel 7.28 (toepassingsbereik: oogmerken)#
Artikel 7.28 (toepassingsbereik: oogmerken) De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van de kwaliteit van lucht en bodem; d. het zuinig gebruik van energie en grondstoffen; e. een doelmatig beheer van afvalstoffen; f. het beperken van de kans op en de gevolgen van ongewone voorvallen; en g. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.29 — Artikel 7.29 (toepassingsbereik: normadressaat)#
Artikel 7.29 (toepassingsbereik: normadressaat) Aan de regels in deze afdeling wordt voldaan door degene die een mobiele puinbreker in werking heeft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.30 — Artikel 7.30 (bevoegd gezag)#
Artikel 7.30 (bevoegd gezag) 1 Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor het mobiel breken: a. waaraan een melding wordt gedaan; b. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; en c. dat beslist op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel. 2 afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving In afwijking van het eerste lid zijn voor een activiteit als bedoeld in dit besluit, die wordt verricht op dezelfde locatie als een activiteit als bedoeld inwaarvoor een door gedeputeerde staten eerder verleende omgevingsvergunning geldt, gedeputeerde staten het bevoegd gezag voor de in het eerste lid bedoelde handelingen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.31 — Artikel 7.31 (specifieke zorgplicht)#
Artikel 7.31 (specifieke zorgplicht) 1 artikel 7.28 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het in werking hebben van een mobiele puinbreker nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2 Voor het in werking hebben van een mobiele puinbreker houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante verontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen om ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen; f. metingen representatief zijn; g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd; en h. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.32 — Artikel 7.32 (maatwerkvoorschriften)#
Artikel 7.32 (maatwerkvoorschriften) 1 paragrafen 7.2.2 7.2.3 artikel 7.31 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deenen, met uitzondering van bepalingen over: a. meldingplichten; en b. meet- of rekenmethoden. 2 paragrafen 7.2.2 7.2.3 Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de regels in deen, waarbij: a. artikel 7.37 en maatwerkvoorschrift als bedoeld inalleen het bepaalde in dat artikel kan inhouden; en b. artikel 7.39 met een maatwerkvoorschrift overalleen de dagwaarden, blootstellingsduur, tijdstippen en perioden kunnen worden versoepeld. 3 artikel 7.28 Een maatwerkvoorschrift op aanvraag van degene die de mobiele puinbreker in werking heeft, kan worden gesteld met het oog op andere belangen dan bedoeld in, voor zover de in dat artikel bedoelde belangen zich daartegen niet verzetten. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.33 — Artikel 7.33 (melding mobiel puinbreken)#
Artikel 7.33 (melding mobiel puinbreken) Het is verboden een mobiele puinbreker in werking te hebben of te laten hebben zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.34 — Artikel 7.34 (gegevens en bescheiden bij melding mobiel puinbreken)#
Artikel 7.34 (gegevens en bescheiden bij melding mobiel puinbreken) Een melding mobiel puinbreken wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden: a. de naam en het adres van de natuurlijke of rechtspersoon die de mobiele puinbreker in werking heeft en van de eigenaar van het recyclinggranulaat; b. de dagtekening; c. het adres, de kadastrale aanduiding of de plaatselijke aanduiding van de locatie, met de exacte positie aldaar waar de mobiele puinbreker in werking zal worden gebracht; d. de data en de tijdstippen waarop met een mobiele puinbreker bouw- of sloopafval wordt bewerkt; e. een globale inventarisatie van de hoeveelheid en de aard van het met de mobiele puinbreker te bewerken bouw- en sloopafval; en f. een beschrijving van de bronsterkte (LW) in dB(A) van de mobiele puinbreker. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.35 — Artikel 7.35 (informeren: aanvang mobiel breken)#
Artikel 7.35 (informeren: aanvang mobiel breken) artikel 7.30 Ten minste twee werkdagen voor het begin van het in werking hebben van een mobiele puinbreker wordt het bevoegd gezag, bedoeld in, daarover geïnformeerd. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.36 — Artikel 7.36 (aanwezigheid bescheiden)#
Artikel 7.36 (aanwezigheid bescheiden) 1 Tijdens het in werking zijn van een mobiele puinbreker zijn, voor zover deze zijn opgesteld, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. de melding mobiel puinbreken; b. gegevens over de bronsterkte in dB(A) van de mobiele puinbreker; c. het inspectie- en onderhoudsschema van de mobiele puinbreker en de kalibratiegegevens; en d. certificaten of bewijzen van: 1°. de installatie van tanks, filters en andere voorzieningen; en 2°. onderhoud of keuringen van voor de mobiele puinbreker aanwezige voorzieningen en installaties. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.37 — Artikel 7.37 (afbakening maatwerkvoorschriften procedure mobiel puinbreken)#
Artikel 7.37 (afbakening maatwerkvoorschriften procedure mobiel puinbreken) Met een maatwerkvoorschrift kan degene die een mobiele puinbreker in werking heeft gehad, worden verplicht binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden een opgave te doen van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.38 — Artikel 7.38 (overeenkomstige toepassing inhoudelijke regels sloopwerkzaamheden)#
Artikel 7.38 (overeenkomstige toepassing inhoudelijke regels sloopwerkzaamheden) artikel 7.17 paragrafen 7.1.4 7.1.5 Met uitzondering vanzijn de regels in deenvan overeenkomstige toepassing op het in werking hebben van een mobiele puinbreker. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.39 — Artikel 7.39 (geluidhinder)#
Artikel 7.39 (geluidhinder) 1 Een mobiele puinbreker is alleen op werkdagen tussen 07.00 uur en 19.00 uur in werking. 2 Daarbij worden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur, genoemd in tabel 7.39, niet overschreden. Tabel 7.39 dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur Dagwaarde ≤ 60 dB(A) > 60 dB(A) > 65 dB(A) > 70 dB(A) > 75 dB(A) maximale blootstellingsduur op de gevel van een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang of op de grens van een geluidsgevoelig terrein 65 dagen 65 dagen 15 dagen 5 dagen 0 dagen maximale blootstellingsduur op de gevel van een gezondheidszorgfunctie en een onderwijsfunctie 65 dagen 0 dagen 0 dagen 0 dagen 0 dagen 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.39a — Artikel 7.39a (stofemissie)#
Artikel 7.39a (stofemissie) 1 Het breken van steen of puin vindt plaats met een puinbreker met doelmatige stofbestrijdingstechnieken. 2 Als doelmatige stofbestrijdingstechnieken worden aangemerkt: a. effectieve natte werkmethoden waarbij de waterstraal of het watergordijn zo is gedimensioneerd dat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt op een afstand van 2 m van de stofbron; of b. effectieve mechanische stofafzuiging waarbij de emissies door een geschikte filterende afscheider worden geleid zodat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt bij de uitgang van de filterinstallatie. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7.40 — Artikel 7.40 (registratie)#
Artikel 7.40 (registratie) artikel 8.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op de locatie waar de mobiele puinbreker in werking is, wordt een registratie bijgehouden. Op deze registratie isvan overeenkomstige toepassing. 2018 291 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 (gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten)#
Artikel 8.1 (gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten) 1 artikelen 2.8, onder a 2.17, tweede lid, onder a 2.30, eerste en tweede lid 6.28, onder b Voor de toepassing van de,,, en, wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. 2 Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 (rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten)#
Artikel 8.2 (rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten) Artikel 2.30, derde lid artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 Erfgoedwet , is van overeenkomstige toepassing op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dat lid die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond vanals instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld inzoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van devan kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 (algemeen overgangsrecht lopende aanvragen en meldingen)#
Artikel 8.3 (algemeen overgangsrecht lopende aanvragen en meldingen) 1 Op een aanvraag om een omgevingsvergunning, een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel of een aanvraag om een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften, ingediend voor het tijdstip waarop een wijziging van dit besluit in werking treedt, of op bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de regels van dit besluit van toepassing zoals die golden op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. 2 Op een melding gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging van dit besluit in werking treedt, blijven de regels van dit besluit van toepassing zoals die golden op het tijdstip waarop de melding is gedaan. 3 artikel 2.18 Op een melding als bedoeld invoor het tijdstip waarop een wijziging van dit besluit in werking treedt, blijven de regels van dit besluit zoals die golden op het tijdstip waarop de melding is gedaan een jaar van toepassing. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 (inwerkingtreding)#
Artikel 9.1 (inwerkingtreding) De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 8.1.
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 (citeertitel)#
Artikel 9.2 (citeertitel) Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bouwwerken leefomgeving. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 8.2.
Artikel 1.1#
artikel 1.1
Artikel 7.5a#
artikel 7.5a
Artikel 3.115#
artikelen 3.115
Artikel 4.208#
4.208