Besluit van 3 juli 2018, houdende procedurele regels en regels over algemene onderwerpen over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsbesluit)
- BWB-id
- BWBR0041278
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041278
- ELI
- /eli/nl/amvb/2024/omgevingsbesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2024/omgevingsbesluit/2026-01-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041278&g=2026-01-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041278&z=2026-06-06&g=2026-01-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041278/2026-01-21
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2024/omgevingsbesluit
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1.1 (begripsbepalingen) Bijlage I bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit besluit. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.1a — Artikel 1.1a (grondslag)#
Artikel 1.1a (grondslag) 1 artikelen 1.5, tweede lid 1.7a, tweede lid 2.7 2.20, eerste lid 2.21a, tweede lid 2.24, eerste lid 5.7, tweede en derde lid 5.9 5.10, eerste en derde lid 5.11, eerste lid 5.12, tweede en derde lid 5.13, eerste lid 5.16, tweede lid 5.36, vierde lid 5.44b, tweede lid 5.47, tweede en vijfde lid 5.52, tweede en derde lid 8.1, derde en vijfde lid 12.1, eerste, vierde en vijfde lid 12.5, derde lid 12.6, vierde lid 12.8, tweede lid 12.9, tweede lid 13.3a, eerste lid 13.3d 13.4a, vijfde lid 13.4b, vierde lid 13.5, eerste, tweede en derde lid 13.11, eerste lid 13.15, derde lid 13.17, tweede lid 13.20, zesde lid 13.22, eerste lid 13.23, eerste en vierde lid 15.7, vierde lid 15.8, vierde lid 15.9, eerste lid 15.53, eerste lid 16.1 16.7, tweede lid 16.15, eerste lid 16.16, eerste lid 16.17, eerste lid 16.20, tweede lid 16.24 16.24a 16.36, zesde lid 16.39, tweede lid 16.42 16.42a 16.43, eerste en vierde lid 16.44, vierde lid 16.45, derde lid 16.46, derde lid 16.47, tweede lid 16.52, eerste lid 16.53a 16.55, eerste lid 16.65, eerste lid 16.139, eerste en tweede lid 17.3 17.5, derde lid 17.6 18.2, vierde en zesde lid 18.3, eerste en tweede lid 18.15a, eerste en derde lid 18.19, eerste lid 18.22 18.25, tweede en derde lid 18.25a 19.12, vierde lid 20.2, zevende lid 20.6, eerste lid 20.8, eerste lid 20.13, eerste lid 20.14, vierde en vijfde lid 20.21, derde lid 20.22, eerste lid 20.24, eerste lid 20.25, eerste lid 20.26, eerste lid, van de wet Dit besluit berust op de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en. 2 Dit besluit berust ook op: a. artikelen 6, eerste en derde lid 7, eerste lid 27, vijfde lid 28a, eerste en zevende lid 28b 33, tweede en derde lid 34, vierde, vijfde, zesde, zevende en negende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet de,,,,,, en; b. artikel 19.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer ; en c. artikelen 61, tweede lid 64, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio’s de, en. 2025 170 30-06-2025 23-06-2025 2025 171 30-06-2025 23-06-2025 01-07-2025
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 (exclusieve economische zone)#
Artikel 1.2 (exclusieve economische zone) Dit besluit is ook van toepassing in de exclusieve economische zone. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 (aanwijzing verboden activiteiten met aanzienlijke nadelige gevolgen)#
Artikel 1.3 (aanwijzing verboden activiteiten met aanzienlijke nadelige gevolgen) 1 artikel 1.7a, eerste lid, van de wet Het verbod, bedoeld in, om een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, geldt voor de volgende activiteiten en nadelige gevolgen: a. direct of indirect stoffen, trillingen, warmte of geluid in water, bodem of lucht brengen, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van water, bodem of lucht of aan landschappen, natuur of cultureel erfgoed ontstaat of dreigt te ontstaan; b. het met het oog op het gebruik van de bodem in of op de bodem brengen van stoffen of activiteiten die erosie, verdichting of verzilting tot gevolg hebben, als dat leidt tot aantasting of dreigende aantasting van de bodem; en c. het verwaarlozen van een beschermd landschap, beschermde natuur of beschermd cultureel erfgoed, als dat aanzienlijke nadelige gevolgen heeft of dreigt te hebben voor de beschermde waarden. 2 wet Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, wordt onder beschermd verstaan: beschermd bij wettelijk voorschrift of besluit op grond van deof een andere wet. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 (verplichting en verbod opname regels in omgevingsplan)#
Artikel 2.1 (verplichting en verbod opname regels in omgevingsplan) 1 artikel 1.2, derde lid, onder a, van de wet Onverminderd het tweede lid worden in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld inalleen in het omgevingsplan opgenomen. 2 Gemeentewet In ieder geval worden niet in het omgevingsplan opgenomen regels als bedoeld in de volgende bepalingen van de: a. artikelen 151a, eerste lid 151b, eerste lid 151c, eerste lid 151d, eerste lid 154a, eerste lid de,,,, en; b. artikelen 154, eerste lid 154b, eerste lid de, en; c. artikelen 172, tweede lid 174, derde lid de, en; en d. artikel 216 . 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.1a — Artikel 2.1a (overgangsrecht omgevingsvergunning gemeentelijke verordening)#
Artikel 2.1a (overgangsrecht omgevingsvergunning gemeentelijke verordening) artikel 22.4 van de wet artikel 22.8 van de wet Tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in, worden voor de toepassing van: a. artikel 2.1, eerste lid artikel 2.7, eerste lid, van de wet artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht regels in een gemeentelijke verordening die vallen onder, alleen als regels als bedoeld inaangemerkt voor zover het gaat om regels over een activiteit als bedoeld in, zoals die tot de inwerkingtreding van dit besluit gold; en b. artikel 2.1, eerste lid artikel 2.7, eerste lid, van de wet artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht regels in een gemeentelijke verordening die niet vallen onder, ook als regels als bedoeld inaangemerkt voor zover het gaat om regels over een activiteit als bedoeld in, zoals die tot de inwerkingtreding van dit besluit gold. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 (verplichting en verbod opname regels in waterschapsverordening)#
Artikel 2.2 (verplichting en verbod opname regels in waterschapsverordening) 1 artikel 1.2, derde lid, onder a, van de wet Onverminderd het tweede lid worden in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld inalleen in de waterschapsverordening opgenomen. 2 Waterschapswet In ieder geval worden niet in de waterschapsverordening opgenomen regels als bedoeld in de volgende bepalingen van de: a. artikel 78, tweede lid ; b. artikel 81 ; en c. artikel 110 . 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 (verplichting en verbod opname regels in omgevingsverordening)#
Artikel 2.3 (verplichting en verbod opname regels in omgevingsverordening) 1 artikel 1.2, derde lid, onder a, van de wet Onverminderd het tweede lid worden in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld inalleen in de omgevingsverordening opgenomen. 2 Provinciewet In ieder geval worden niet in de omgevingsverordening opgenomen regels als bedoeld in de volgende bepalingen van de: a. artikel 150 ; en b. artikel 220 . 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 (aanwijzing van rijkswateren)#
Artikel 3.1 (aanwijzing van rijkswateren) 1 bijlage II Rijkswateren zijn de watersystemen of onderdelen daarvan, bedoeld in. 2 Het beheer van de rijkswateren die op grond van het eerste lid zijn aangewezen, omvat ook het beheer van de daarin gelegen ondersteunende kunstwerken. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (toepassingsbereik)#
Artikel 3.2 (toepassingsbereik) artikelen 3.3 tot en met 3.6 Dezijn alleen van toepassing zolang een beperkingengebied niet bij ministeriële regeling is aangewezen en geometrisch begrensd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (beperkingengebied wegen)#
Artikel 3.3 (beperkingengebied wegen) Het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk bestaat uit de weg en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van: a. bij een weg op maaiveldniveau: 10 m, gemeten vanaf de kant van de verharding; b. bij een weg naast een watergang, die het water van de weg opvangt: 1 m vanaf de insteek van de watergang, gemeten vanaf de insteek die het meest verwijderd is van de weg; c. bij een weg in ingraving: 5 m, gemeten vanaf de insteek van de maaiveldverlaging; d. bij een weg in ophoging: 10 m, gemeten vanaf de kant van de verharding, vermeerderd met vijfmaal het hoogteverschil tussen de verharding en de insteek van de maaiveldverhoging; e. bij een weg in een tunnel of onder een aquaduct: 10 m, gemeten vanaf de rand van het kunstwerk, vermeerderd met viermaal het hoogteverschil tussen de verharding en het maaiveld; of f. bij een weg op een brug of op een viaduct: 10 m, gemeten vanaf de rand van het kunstwerk, vermeerderd met vijfmaal het hoogteverschil tussen de verharding en het maaiveld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 (beperkingengebied waterstaatswerken)#
Artikel 3.4 (beperkingengebied waterstaatswerken) Het beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk valt samen met het waterstaatswerk. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 (beperkingengebied hoofdspoorweginfrastructuur)#
Artikel 3.5 (beperkingengebied hoofdspoorweginfrastructuur) 1 Het beperkingengebied met betrekking tot hoofdspoorweginfrastructuur bestaat uit de hoofdspoorweg en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van: a. bij een hoofdspoorweg op maaiveldniveau: 11 m, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor, zijnde een denkbeeldige lijn in de lengterichting van het spoor midden tussen beide spoorstaven; b. bij een hoofdspoorweg in ingraving: 6 m, gemeten uit de bovenzijde van de ingraving; c. bij een hoofdspoorweg in ophoging: 6 m, gemeten uit de teen van het talud; d. bij een hoofdspoorweg in een tunnel: 30 m, gemeten vanaf de buitenste wand van de tunnel; of e. bij een hoofdspoorweg op een brug of op een viaduct: 30 m, gemeten vanaf de buitenste rand van de constructie. 2 Als een deel van de hoofdspoorweg alleen is bestemd voor goederenvervoer voor de lokale ontsluiting van haven- en industriegebieden, bestaat het beperkingengebied, in afwijking van het eerste lid, uit dat deel van de hoofdspoorweg en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van 3 m op maaiveldniveau, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 (beperkingengebied installaties in een waterstaatswerk anders dan mijnbouwinstallaties)#
Artikel 3.6 (beperkingengebied installaties in een waterstaatswerk anders dan mijnbouwinstallaties) Het beperkingengebied met betrekking tot installaties in een oppervlaktewaterlichaam anders dan mijnbouwinstallaties bestaat uit de installatie en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van 500 m van enig onderdeel van de installatie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 (beperkingengebied mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk)#
Artikel 3.7 (beperkingengebied mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk) Het beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een oppervlaktewaterlichaam bestaat uit de mijnbouwinstallatie en het daaromheen gelegen gebied, begrensd door een lijn liggend op een afstand van 500 m van enig onderdeel van de mijnbouwinstallatie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 4.1 (toepassingsbereik) 1 artikel 5.8 5.12, tweede lid, van de wet Deze afdeling regelt welk bestuursorgaan, anders dan het college van burgemeester en wethouders op grond vanof, beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning: a. paragraaf 4.1.2 voor wateractiviteiten: in; en b. paragraaf 4.1.3 voor andere activiteiten: in. 2 Paragraaf 4.1.4 is van toepassing op zowel wateractiviteiten als andere activiteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (bevoegd gezag waterschap enkel- en meervoudige aanvraag; decentraal, tenzij)#
Artikel 4.2 (bevoegd gezag waterschap enkel- en meervoudige aanvraag; decentraal, tenzij) 1 Het dagelijks bestuur van het waterschap beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende wateractiviteiten: a. artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 1°, van de wet een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam dat onderdeel is van een watersysteem als bedoeld in; b. een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk; of c. een activiteit waarvoor in de waterschapsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden. 2 Het dagelijks bestuur van het waterschap beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer wateractiviteiten als bedoeld in het eerste lid en een of meer andere wateractiviteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (bevoegd gezag provincie enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.3 (bevoegd gezag provincie enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Gedeputeerde staten beslissen op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende wateractiviteiten: a. artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in; of b. een wateractiviteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden. 2 Gedeputeerde staten beslissen ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, en een of meer andere wateractiviteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (bevoegd gezag Minister van Infrastructuur en Waterstaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.4 (bevoegd gezag Minister van Infrastructuur en Waterstaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende wateractiviteiten: a. artikel 3.1 een wateractiviteit die betrekking heeft op een watersysteem of onderdeel daarvan als bedoeld in; of b. een stortingsactiviteit op zee vanaf een in Nederland geregistreerd vaartuig of luchtvaartuig dat zich buiten Nederland en de exclusieve economische zone bevindt. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer wateractiviteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover het gaat om: en een of meer andere wateractiviteiten. a. een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam als het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit met betrekking tot een ippc-installatie of een Seveso-inrichting; of b. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die wordt verricht in het kader van de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of namens Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.4a — Artikel 4.4a (aanvullende aanwijzing bevoegd gezag meervoudige aanvraag zonder magneetactiviteiten)#
Artikel 4.4a (aanvullende aanwijzing bevoegd gezag meervoudige aanvraag zonder magneetactiviteiten) 1 artikelen 4.2 4.3 4.4 Dit artikel is alleen van toepassing als op grond van de,ennog geen bevoegd gezag is aangewezen. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.4, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.3, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 (voorrangsregel bevoegd gezag meervoudige aanvraag bij samenloop aanwijzing bevoegd gezag)#
Artikel 4.5 (voorrangsregel bevoegd gezag meervoudige aanvraag bij samenloop aanwijzing bevoegd gezag) 1 artikel 4.2, tweede lid artikel 4.3, tweede lid Als het dagelijks bestuur van het waterschap op grond van, en gedeputeerde staten op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslissen gedeputeerde staten op de aanvraag. 2 artikel 4.2, tweede lid artikel 4.4, tweede lid Als het dagelijks bestuur van het waterschap op grond van, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag. 3 artikel 4.3, tweede lid artikel 4.4, tweede lid artikel 4.2, tweede lid Als gedeputeerde staten op grond van, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van, en in voorkomend geval het dagelijks bestuur van het waterschap op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 (bevoegd gezag provincie enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.6 (bevoegd gezag provincie enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Gedeputeerde staten beslissen op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten: a. een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang; b. een ontgrondingsactiviteit in het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier of buiten de rijkswateren; c. artikel 3.19, eerste lid 3.48 artikel 3.47, onder a 3.51, eerste lid 3.55, eerste lid 3.58, eerste lid 3.61, eerste lid 3.64, eerste lid 3.67, eerste lid 3.70, eerste lid 3.73, eerste lid 3.76, eerste lid 3.79, eerste lid 3.82, eerste lid 3.85, eerste lid 3.88, eerste lid 3.91, eerste lid 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit als bedoeld in,, voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in,,,,,,,,,,,,,,, of; d. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis of een lokale spoorweg die niet ligt in een gebied dat is aangewezen op grond van; e. artikel 4.12, tweede en derde lid een Natura 2000-activiteit of een flora- en fauna-activiteit die niet is aangewezen in; of f. een activiteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden. 2 Gedeputeerde staten beslissen ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in: en een of meer andere activiteiten. a. het eerste lid, onder a; b. 3 het eerste lid, onder b, voor zover het gaat om een ontgrondingsactiviteit waarbij 100.000 mof meer in situ wordt ontgraven; of c. artikel 3.19, eerste lid 3.48 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving het eerste lid, onder c, met uitzondering van een milieubelastende activiteit als bedoeld in,, of; 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 424 05-12-2023 08-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024 2023 199 16-06-2023 09-06-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 (bevoegd gezag vervoerregio enkel- en meervoudige aanvraag)#
Artikel 4.7 (bevoegd gezag vervoerregio enkel- en meervoudige aanvraag) artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 Als op grond vaneen gebied is aangewezen, beslist het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, bedoeld in dat artikellid, op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een lokale spoorweg in dat gebied. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 (bevoegd gezag Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.8 (bevoegd gezag Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer omgevingsplanactiviteiten van nationaal belang. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer omgevingsplanactiviteiten van nationaal belang en een of meer andere activiteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 (bevoegd gezag Minister van Defensie enkel- en meervoudige aanvraag)#
Artikel 4.9 (bevoegd gezag Minister van Defensie enkel- en meervoudige aanvraag) Onze Minister van Defensie beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een militaire luchthaven. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 (bevoegd gezag Minister van Economische Zaken en Klimaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.10 (bevoegd gezag Minister van Economische Zaken en Klimaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten: a. artikel 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit als bedoeld in; b. een mijnbouwlocatieactiviteit; of c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk. 2 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in: en een of meer andere activiteiten. a. het eerste lid, onder a, tenzij het gaat om het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte; b. het eerste lid, onder b; of c. het eerste lid, onder c; 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 (bevoegd gezag Minister van Infrastructuur en Waterstaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten)#
Artikel 4.11 (bevoegd gezag Minister van Infrastructuur en Waterstaat enkel- en meervoudige aanvraag; magneetactiviteiten) 1 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten: a. een ontgrondingsactiviteit in een rijkswater anders dan in het winterbed van een rivier; b. een milieubelastende activiteit waarbij nationale veiligheidsbelangen zijn betrokken als bedoeld in: 1°. artikel 3.247 van het Besluit activiteiten leefomgeving ; 2°. artikel 3.324, eerste lid 3.327 3.332 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving ,,of; of 3°. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving elke andere bepaling uitwaarin een vergunningplichtige milieubelastende activiteit is aangewezen, als die activiteit geheel of in hoofdzaak plaatsvindt op: i. artikel 5.28, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een locatie als bedoeld in; of ii. artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een militair terrein of een terrein met een militair object als bedoeld in; c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; of d. artikel 4.10, eerste lid 4.12 4.13 een activiteit anders dan bedoeld onder a tot en met c of in,of, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in: 1°. de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of 2°. de exclusieve economische zone. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in: en een of meer andere activiteiten. a. 3 het eerste lid, onder a, voor zover het gaat om een ontgrondingsactiviteit waarbij 100.000 mof meer in situ wordt ontgraven; of b. het eerste lid, onder b; 2024 57 21-03-2024 14-02-2024 2024 167 17-06-2024 07-06-2024 01-07-2024
Artikel 4.11a — Artikel 4.11a (bevoegd gezag Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit enkel- en meervoudige aanvraag)#
Artikel 4.11a (bevoegd gezag Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit enkel- en meervoudige aanvraag) artikel 3.48b van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 (bevoegd gezag Minister voor Natuur en Stikstof enkel- en meervoudige aanvraag)#
Artikel 4.12 (bevoegd gezag Minister voor Natuur en Stikstof enkel- en meervoudige aanvraag) 1 Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten: a. een Natura 2000-activiteit van nationaal belang; of b. een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang. 2 artikelen 11.37 11.39 11.40 11.46 11,47, aanhef en onder b 11.48 11.54 11.60 11.61 van het Besluit activiteiten leefomgeving De volgende Natura 2000-activiteiten en de volgende flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in de,,,,,,.enworden als activiteiten van nationaal belang aangewezen: a. een activiteit voor het aanleggen, uitbreiden, inrichten, wijzigen, gebruiken, beheren of onderhouden van: 1°. een autoweg, autosnelweg, vaarweg, hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, voor zover deze weg wordt beheerd door het Rijk en voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met het vervoer en transport via deze weg of de inpassing in de fysieke leefomgeving; 2°. een primaire waterkering in beheer bij het Rijk en doorgangen in deze waterkeringen, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met de waterveiligheid of de inpassing in de fysieke leefomgeving; 3°. artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een militair terrein en een terrein met een militair object als bedoeld in, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met militaire doeleinden of de inpassing in de fysieke leefomgeving; 4°. een militaire luchthaven; 5°. de luchthaven Schiphol of een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met het vervoer en transport via deze luchthaven of met de inpassing in de fysieke leefomgeving; 6°. artikel 1.1 van de Energiewet het transmissiesysteem voor gas, bedoeld in, of het landelijk transportnet voor waterstofgas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, waarvoor door de Minister van Klimaat en Groene Groei een beheerder is aangewezen; en 7°. een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen, voor zover de activiteit rechtstreeks samenhangt met de elektriciteitsvoorziening; b. een activiteit die rechtstreeks samenhangt met: 1°. artikel 2.19, tweede lid, onder b, van de wet het voorkomen of tegengaan van landwaartse verplaatsing van de kustlijn als bedoeld in; 2°. landaanwinning in de territoriale zee; of 3°. het opsporen, winnen of opslaan van: i. artikel 1, onder a, van de Mijnbouwwet delfstoffen als bedoeld indie zich bevinden op een diepte van meer dan 100 m beneden de oppervlakte van de aardbodem; of ii. artikel 1, onder b, van de Mijnbouwwet aardwarmte als bedoeld indie zich bevindt op een diepte van meer dan 500 m beneden de oppervlakte van de aardbodem; c. bijlage II een activiteit van het Rijk die nodig is voor de ontwikkeling, werking en bescherming van de hoofdwateren, bedoeld in, onder 1, onder A; d. een militaire activiteit, verricht door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, buiten de onder a, onder 3°, bedoelde terreinen, en buiten de onder a, onder 4°, bedoelde militaire luchthavens; e. een vlucht met opsporings- of reddingshelikopters buiten de reguliere routes; f. de uitoefening van een van de volgende vormen van commerciële visserij of vanwege onderzoek uitgevoerde visserij: 1°. niet-handmatige schaal- en schelpdiervisserij, met inbegrip van het invangen van schelpdierenzaad en van schelpdiercultures en het uitzetten van schelpdieren; of 2°. sleepnetvisserij in zoute wateren; g. een lozingsactiviteit, inhoudende het brengen van afvalwater in de Waddenzee; h. een activiteit verricht door of namens een buitenlandse mogendheid; i. een activiteit die rechtstreeks uitvoering geeft aan het op 19 april 1839 te Londen gesloten Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden (Trb. 1966, nr. 161); j. een activiteit van of namens een lid van het Koninklijk Huis of op terreinen waar de Kroondrager gerechtigd is tot het uitoefenen van de jacht; en k. een activiteit die geheel of grotendeels plaatsvindt in: 1°. het grensgebied, bedoeld in artikel 1 van de op 14 mei 1962 te Bennekom tot stand gekomen aanvullende Overeenkomst bij het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1962, nr. 54); 2°. niet-provinciaal ingedeeld gebied; of 3°. de exclusieve economische zone. 3 Als flora- en fauna-activiteiten van nationaal belang worden ook aangewezen: a. artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; b. artikel 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in; c. artikel 11.37, eerste lid 11.39, eerste lid 11.46, eerste lid 11.47, eerste lid, aanhef en onder b 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in,,,, of, als het gaat om: 1°. het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde dieren ten behoeve van vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren; 2°. het zich toe-eigenen en onder zich hebben van een dood uit het wild afkomstig dier, dat buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier toe-eigent is gestorven, met het oog op het prepareren ervan; 3°. het onder zich hebben van een geprepareerd uit het wild afkomstig dier; of 4°. het onder zich hebben van dieren of planten die vanuit een ander land binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht; d. artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld inwaarbij gebruik wordt gemaakt van motorboten op open zee als bedoeld in bijlage IV, onder b, tweede gedachtestreep, tweede zin, bij de vogelrichtlijn; e. artikel 11.46, eerste lid 11.47, eerste lid, aanhef en onder b 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit als bedoeld in,, of, als het gaat om het vangen en onder zich hebben van bruinvissen, gewone dolfijnen, gewone zeehonden, grijze zeehonden, tuimelaars, witflankdolfijnen of witsnuitdolfijnen ten behoeve van: 1°. het opvangen en verzorgen van zieke of gewonde dieren van deze soorten in een opvangcentrum; of 2°. het doen van wetenschappelijk onderzoek; en f. artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving activiteiten als bedoeld in, als het gaat om: 1°. herintroductie van soorten; 2°. het uitzetten van dieren voor het bestrijden van ziekten, plagen of onkruiden; 3°. het uitzetten van dieren samen met de onder 2° bedoelde dieren, als prooidieren voor die dieren; of 4°. het uitzetten van dieren of eieren van dieren buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort. 4 Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist op een enkelvoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een valkeniersactiviteit. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026 Artikel 6.25 van Stb. 2025/347 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging Abusievelijk is het overgangsrecht geformuleerd voor artikel 6.4
i.p.v. artikel 6.20, onder A.
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 (bevoegd gezag Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap enkel- en meervoudige aanvraag)#
Artikel 4.13 (bevoegd gezag Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap enkel- en meervoudige aanvraag) Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot een archeologisch monument. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 (aanvullende aanwijzing bevoegd gezag meervoudige aanvraag zonder magneetactiviteiten)#
Artikel 4.14 (aanvullende aanwijzing bevoegd gezag meervoudige aanvraag zonder magneetactiviteiten) 1 Dit artikel is alleen van toepassing als: a. artikel 5.12, eerste lid, van de wet het college van burgemeester en wethouders niet behoort tot de bij de aanvraag betrokken bestuursorganen, bedoeld in; en b. artikelen 4.6 4.7 4.9 4.10 4.11 4.11a 4.12, eerste lid, 4.13 op grond van de,,,,,,ennog geen bevoegd gezag is aangewezen. 2 Gedeputeerde staten beslissen op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.6, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in. 3 Onze Minister van Defensie beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.9 een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 4 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.10, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 5 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.11, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 6 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.11a een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 7 Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.12, eerste lid een of meer activiteiten als bedoeld in; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 8 Voor zover op grond van het tweede tot en met zevende lid nog geen bevoegd gezag is aangewezen, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een combinatie van activiteiten die bestaat uit: a. artikel 4.9 4.10, eerste lid 4.11, eerste lid 4.11a 4.12, eerste lid, 4.13 een of meer activiteiten als bedoeld in,,,,of; en b. artikel 4.6, eerste lid 4.7 in voorkomend geval een of meer activiteiten als bedoeld in, of. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 (voorrangsregel bevoegd gezag meervoudige aanvraag bij samenloop aanwijzing bevoegd gezag)#
Artikel 4.15 (voorrangsregel bevoegd gezag meervoudige aanvraag bij samenloop aanwijzing bevoegd gezag) 1 artikel 4.6, tweede lid artikel 4.8, tweede lid Als gedeputeerde staten op grond van, en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de aanvraag. 2 artikel 4.6, tweede lid artikel 4.10, tweede lid Als gedeputeerde staten op grond van, en Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op de aanvraag. 3 artikel 4.6, tweede lid artikel 4.11, tweede lid Als gedeputeerde staten op grond van, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag. 4 artikel 4.8, tweede lid 4.10, tweede lid 4.11, tweede lid artikel 4.6, tweede lid Als meer dan een van Onze hiervoor genoemde Ministers op grond van,, of, en in voorkomend geval ook gedeputeerde staten op grond van, als bevoegd gezag zijn aangewezen, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de aanvraag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 (eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag)#
Artikel 4.16 (eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag) 1 artikel 4.6 artikel 5.1 5.4 van de wet In afwijking vanbeslissen gedeputeerde staten op elke enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld inofals: a. die activiteiten geen wateractiviteiten zijn; b. artikel 3.51, eerste lid 3.55, eerste lid 3.58, eerste lid 3.61, eerste lid 3.64, eerste lid 3.67, eerste lid 3.70, eerste lid 3.73, eerste lid 3.76, eerste lid 3.79, eerste lid 3.82, eerste lid 3.85, eerste lid 3.88, eerste lid 3.91, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving die activiteiten worden verricht op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in,,,,,,,,,,,,, of; en c. voor de milieubelastende activiteit, bedoeld onder b, een door gedeputeerde staten eerder verleende omgevingsvergunning geldt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als de aanvraag alleen of onder meer betrekking heeft op: a. een omgevingsplanactiviteit van nationaal belang; b. artikel 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit als bedoeld in, tenzij het gaat om het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte; c. een mijnbouwlocatieactiviteit; of d. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 (flexibiliteitsregeling bevoegd gezag)#
Artikel 4.17 (flexibiliteitsregeling bevoegd gezag) 1 artikel 5.16 van de wet paragraaf 5.1.5 van de wet Het met toepassing vanoverdragen van de bevoegdheid om op een aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen of omvoor een omgevingsvergunning toe te passen, kan zich alleen uitstrekken tot meer dan een aanvraag om een omgevingsvergunning of meer dan een al verleende omgevingsvergunning als de aanvragen of vergunningen betrekking hebben op: a. activiteiten die worden verricht op hetzelfde bedrijventerrein; of b. een in een ander opzicht samenhangend geheel van activiteiten. 2 artikel 5.16 van de wet artikel 12 van de Bekendmakingswet Het bestuursorgaan dat zijn bevoegdheid met toepassing vanoverdraagt, geeft tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het delegatiebesluit kennis van dat besluit op de inbepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de aanvrager of de vergunninghouder. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing als het delegatiebesluit wordt ingetrokken. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 (toepassingsbereik algemeen)#
Artikel 4.18 (toepassingsbereik algemeen) 1 Deze afdeling is alleen van toepassing als het bestuursorgaan waaraan de bevoegdheid tot advies of instemming is toegekend, niet zelf bevoegd gezag is. 2 Een op grond van deze afdeling uitgebracht advies richt zich tot het bevoegd gezag en zijn te nemen beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift of het verzoek om instemming. In plaats daarvan kan het advies zich ook richten tot een bestuursorgaan dat zelf adviseur is voor zover dat in deze afdeling is bepaald. 3 In deze afdeling wordt onder een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift ook verstaan een aanvraag om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift of om intrekking van een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 (toepassingsbereik bij grondgebiedoverstijgende aanvraag)#
Artikel 4.19 (toepassingsbereik bij grondgebiedoverstijgende aanvraag) 1 artikelen 4.20 4.24 4.25 Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit die op het grondgebied van meer dan een gemeente, waterschap of provincie plaatsvindt, zijn de in de,entoegekende bevoegdheden tot advies van toepassing op het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten van elke gemeente, elk waterschap en elke provincie waar de activiteit gedeeltelijk plaatsvindt. 2 artikelen 4.20 4.24 4.25 In een geval als bedoeld in het eerste lid zijn de in de,entoegekende bevoegdheden tot instemming alleen van toepassing op het college, het dagelijks bestuur of gedeputeerde staten van de gemeente, het waterschap of de provincie waar de activiteit in hoofdzaak plaatsvindt. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 (advies en instemming door college van burgemeester en wethouders)#
Artikel 4.20 (advies en instemming door college van burgemeester en wethouders) 1 Het college van burgemeester en wethouders is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit; b. een omgevingsplanactiviteit; c. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; of d. een milieubelastende activiteit. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van het college van burgemeester en wethouders als het gaat om een aanvraag als bedoeld in: a. het eerste lid, aanhef en onder b, voor zover het gaat om een omgevingsplanactiviteit anders dan een omgevingsplanactiviteit van provinciaal of nationaal belang; of b. artikel 4.6, eerste lid, onder c 4.10, eerste lid, onder a 4.11, eerste lid, onder b het eerste lid, aanhef en onder d, voor zover het gaat om een milieubelastende activiteit anders dan een milieubelastende activiteit als bedoeld in,, of. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 (advies door gemeenteraad)#
Artikel 4.21 (advies door gemeenteraad) 1 De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een door hem aangewezen geval van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. 2 Als het college van burgemeester en wethouders geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aangewezen geval als bedoeld in het eerste lid, maar de voorgenomen beslissing op de aanvraag instemming van het college behoeft, is de gemeenteraad adviseur voor het verzoek om instemming. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 (advies door gemeentelijke adviescommissie)#
Artikel 4.22 (advies door gemeentelijke adviescommissie) 1 artikel 17.9 van de wet De commissie, bedoeld in, is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; of b. een andere activiteit, als het gaat om een door de gemeenteraad aangewezen geval of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet. 2 Als het college van burgemeester en wethouders geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van tot het bevoegd gezag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 (uitzondering instemming door college van burgemeester en wethouders bij omgevingsplanactiviteit en eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag)#
Artikel 4.23 (uitzondering instemming door college van burgemeester en wethouders bij omgevingsplanactiviteit en eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag) artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onder a In afwijking van, behoeft de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geen instemming van het college van burgemeester en wethouders als: a. artikel 4.16, eerste lid het gaat om een aanvraag waarvoor gedeputeerde staten op grond van, bevoegd gezag zijn; en b. artikel 4.16, eerste lid, onder b de omgevingsplanactiviteit verband houdt met een voorschrift dat is of zal worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 (advies en instemming door dagelijks bestuur waterschap)#
Artikel 4.24 (advies en instemming door dagelijks bestuur waterschap) 1 Het dagelijks bestuur van het waterschap is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 1°, van de wet een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam dat onderdeel is van een watersysteem als bedoeld in; b. een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk; c. een activiteit waarvoor in de waterschapsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden; d. artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in; of e. artikel 3.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, b of c, behoeft ook instemming van het dagelijks bestuur van het waterschap. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 (advies en instemming door gedeputeerde staten)#
Artikel 4.25 (advies en instemming door gedeputeerde staten) 1 Gedeputeerde staten zijn adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in; b. 3 een ontgrondingsactiviteit in het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier of buiten de rijkswateren, waarbij minder dan 100.000 min situ wordt ontgraven; c. een milieubelastende activiteit als bedoeld in: 1°. artikel 3.19, eerste lid 3.48, eerste lid artikel 3.47, onder a artikel 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving , of, voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in, of; of 2°. artikel 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving ; d. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis of een lokale spoorweg die niet ligt in een gebied dat is aangewezen op grond van; e. artikel 4.12, tweede en derde lid een Natura 2000-activiteit of een flora- en fauna-activiteit die niet is aangewezen in; f. een wateractiviteit of een andere activiteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden; g. artikel 16.15a, onder d, van de wet een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in; of h. artikel 4.32, eerste lid, onder b Wegenverkeerswet 1994 een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in, als het monument waarop de activiteit betrekking heeft buiten een krachtens devastgestelde bebouwde kom is gelegen. 2 artikel 4.6, tweede lid artikel 4.15, eerste, tweede, derde of vierde lid Gedeputeerde staten zijn ook adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in, maar zij op grond van, niet bevoegd zijn op die aanvraag te beslissen. 3 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van gedeputeerde staten als het gaat om een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, b, c, onder 1°, d, e, f of g, of tweede lid, met uitzondering van: a. een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder f, als de activiteit betrekking heeft op een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument; en b. een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder g, als de voorgenomen beslissing strekt tot: 1°. het weigeren van de vergunning; of 2°. het verlenen van de vergunning en de activiteit betrekking heeft op een provinciaal monument. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 199 16-06-2023 09-06-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 (advies en instemming door dagelijks bestuur vervoerregio)#
Artikel 4.26 (advies en instemming door dagelijks bestuur vervoerregio) 1 artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 Als op grond vaneen gebied is aangewezen, is het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, bedoeld in dat artikellid, adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een lokale spoorweg in dat gebied. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 (advies en instemming door Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)#
Artikel 4.27 (advies en instemming door Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) 1 artikel 4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving hoofdstuk 4 van dat besluit Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een bouwactiviteit en het voornemen bestaat om bij de beslissing op de aanvraag in een voorschrift van de omgevingsvergunning op grond vanaf te wijken van een regel uit. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een maatwerkvoorschrift om af te wijken van een regel als bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Het eerste, tweede en derde lid zijn van niet toepassing op het met een vergunningvoorschrift of maatwerkvoorschrift afwijken van. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 (advies en instemming door Minister van Defensie)#
Artikel 4.28 (advies en instemming door Minister van Defensie) 1 Onze Minister van Defensie is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven; of b. artikel 5.155, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een omgevingsplanactiviteit in een radarverstoringsgebied als bedoeld inals het gaat om mogelijke gevolgen voor het militaire radarbeeld. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, behoeft ook instemming van Onze Minister van Defensie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 204 25-06-2020 27-05-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 (advies en instemming door Minister van Economische Zaken en Klimaat)#
Artikel 4.29 (advies en instemming door Minister van Economische Zaken en Klimaat) 1 artikel 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in, voor zover het gaat om het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte. 2 artikel 4.10, tweede lid artikel 4.15, vierde lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is ook adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in, maar hij op grond van, niet bevoegd is op die aanvraag te beslissen. 3 De voorgenomen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, behoeft ook instemming van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 (advies en instemming door Minister van Infrastructuur en Waterstaat)#
Artikel 4.30 (advies en instemming door Minister van Infrastructuur en Waterstaat) 1 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. artikel 3.1 een wateractiviteit die betrekking heeft op een watersysteem of onderdeel daarvan als bedoeld in; b. een ontgrondingsactiviteit in: 1°. het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier; of 2°. 3 een rijkswater, anders dan in het winterbed van een rivier, waarbij minder dan 100.000 min situ wordt ontgraven; c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een burgerluchthaven van regionale betekenis, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; d. artikel 4.11, eerste lid, onder a tot en met c artikel 4.10, eerste lid 4.12 4.13 een activiteit anders dan bedoeld in, of in,of, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in: 1°. de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of 2°. de exclusieve economische zone; e. artikel 5.155, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een omgevingsplanactiviteit in een radarverstoringsgebied als bedoeld inals het gaat om mogelijke gevolgen voor het civiele radarbeeld; of f. artikel 5.161a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een omgevingsplanactiviteit in een gebied als bedoeld in. 2 artikel 4.11, tweede lid artikel 4.15, vierde lid Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is ook adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in, maar hij op grond van, niet bevoegd is op die aanvraag te beslissen. 3 De voorgenomen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, b, c of d, of tweede lid, behoeft ook instemming van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, met uitzondering van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, die betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis, als de voorgenomen beslissing strekt tot het weigeren van de vergunning. 2024 57 21-03-2024 14-02-2024 2024 167 17-06-2024 07-06-2024 01-07-2024
Artikel 4.30a — Artikel 4.30a (advies en instemming door Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)#
Artikel 4.30a (advies en instemming door Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) 1 artikel 3.48b van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 (advies en instemming door Minister voor Natuur en Stikstof)#
Artikel 4.31 (advies en instemming door Minister voor Natuur en Stikstof) 1 artikel 4.12, tweede en derde lid Onze Minister voor Natuur en Stikstof is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een Natura 2000-activiteit van nationaal belang of een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag behoeft ook instemming van Onze Minister voor Natuur en Stikstof. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 (advies en instemming door Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)#
Artikel 4.32 (advies en instemming door Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) 1 Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: a. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument; of b. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument, in de volgende gevallen: 1°. het slopen van het monument, als het gaat om het geheel afbreken van het monument of het gedeeltelijk afbreken daarvan als die gedeeltelijke afbraak van ingrijpende aard is voor de monumentale waarden van het monument; 2°. het ingrijpend wijzigen van het monument of een belangrijk deel daarvan, als de gevolgen voor de monumentale waarden van het monument vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het slopen van het monument, bedoeld onder 1°; 3°. het reconstrueren van het monument of een belangrijk deel daarvan, waarbij de staat van het monument wordt teruggebracht naar een eerdere staat of een veronderstelde eerdere staat van het monument; 4°. het wijzigen van het monument of een belangrijk deel daarvan voor een gebruiksverandering van het monument, als dat ingrijpende gevolgen heeft voor de monumentale waarden; of 5°. het verplaatsen van het monument of een belangrijk deel daarvan. 2 De voorgenomen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, behoeft ook instemming van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 (advies door bestuur veiligheidsregio)#
Artikel 4.33 (advies door bestuur veiligheidsregio) bijlage III Het bestuur van de veiligheidsregio op het grondgebied waarvan een milieubelastende activiteit geheel of in hoofdzaak plaatsvindt, is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in, onder 1. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 (advies door inspecteur-generaal leefomgeving en transport)#
Artikel 4.34 (advies door inspecteur-generaal leefomgeving en transport) bijlage III De inspecteur-generaal leefomgeving en transport is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in, onder 2. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.35 — Artikel 4.35 (advies over indirecte lozingen)#
Artikel 4.35 (advies over indirecte lozingen) Het bestuursorgaan dat zorg draagt voor het beheer van een zuiveringtechnisch werk of een oppervlaktewaterlichaam waarop afvalwater vanuit een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater wordt gebracht, is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op het brengen van afvalwater of andere afvalstoffen in een dergelijke voorziening. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.36 — Artikel 4.36 (advies na toepassing flexibiliteitsregeling bevoegd gezag)#
Artikel 4.36 (advies na toepassing flexibiliteitsregeling bevoegd gezag) artikel 5.16 van de wet Het bestuursorgaan dat zijn bevoegdheid om op een aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen met toepassing vanheeft overgedragen, is adviseur voor die aanvraag voor zover die betrekking heeft op de activiteit of activiteiten die bepalend zijn geweest voor de aanwijzing van dat bestuursorgaan als bevoegd gezag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.37 — Artikel 4.37 (instemming niet vereist)#
Artikel 4.37 (instemming niet vereist) artikelen 4.20 tot en met 4.32 Het op grond van deaangewezen bestuursorgaan kan gevallen aanwijzen waarin instemming niet is vereist. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4.38 — Artikel 4.38 (gronden verlenen of onthouden instemming)#
Artikel 4.38 (gronden verlenen of onthouden instemming) 1 artikel 2.32 van de wet Instemming wordt alleen verleend of onthouden op dezelfde gronden als de gronden voor het verlenen of weigeren van de omgevingsvergunning voor de activiteit, tenzij het tweede, derde of vierde lid van toepassing is. Daarbij geldt een ontheffing als bedoeld indie is verleend voor een voorgenomen beslissing tot verlening van een omgevingsvergunning als ontheffing voor het verlenen van instemming. 2 artikel 4.25, eerste lid, onder g Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in, kan instemming alleen worden onthouden als de voorgenomen beslissing op de aanvraag in strijd is met een door een bestuursorgaan van de provincie in een openbaar document aangegeven provinciaal belang en het provinciebestuur dat belang niet met inzet van andere aan hem toekomende bevoegdheden kan beschermen. 3 artikel 4.27, eerste lid hoofdstuk 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in, of als het gaat om een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.27, derde lid, kan instemming alleen worden onthouden als geen sprake is van een bijzonder geval dat het afwijken van de regel uitrechtvaardigt. 4 artikel 4.30, eerste lid, onder c Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis als bedoeld in, kan instemming alleen worden onthouden in het belang van het veilig gebruik van het luchtruim. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (flexibiliteitsregeling projectbesluit Rijk)#
Artikel 5.1 (flexibiliteitsregeling projectbesluit Rijk) 1 artikel 5.44b van de wet artikel 12 van de Bekendmakingswet Als Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zijn bevoegdheid met toepassing vanoverdraagt, geeft hij tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het delegatiebesluit kennis van dat besluit op de inbepaalde wijze en doet hij mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als het delegatiebesluit wordt ingetrokken. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (inhoud en kennisgeving voornemen)#
Artikel 5.2 (inhoud en kennisgeving voornemen) 1 Het voornemen om een verkenning uit te voeren naar een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving bevat in ieder geval: a. een beschrijving van die opgave; b. een beschrijving van de wijze waarop de verkenning zal worden uitgevoerd; c. de termijn waarbinnen de verkenning zal worden uitgevoerd; en d. een vermelding van het bevoegd gezag. 2 artikel 12 van de Bekendmakingswet Het bevoegd gezag geeft kennis van het voornemen op de inbepaalde wijze. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (participatie)#
Artikel 5.3 (participatie) 1 artikel 5.47, vierde lid, van de wet In de kennisgeving van de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zullen worden betrokken, bedoeld in, wordt in ieder geval aangegeven: a. wie worden betrokken; b. waarover zij worden betrokken; c. wanneer zij worden betrokken; d. wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer bij het betrekken van deze partijen; en e. waar aanvullende informatie beschikbaar is. 2 De kennisgeving vindt plaats op een door het bevoegd gezag te bepalen geschikte wijze, waardoor het voor de te verkennen opgave in de fysieke leefomgeving relevante publiek zo goed mogelijk wordt bereikt. 3 Artikel 5.1 van de Wet open overheid Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de benodigde informatie voor het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen op een toegankelijke wijze beschikbaar is.is van overeenkomstige toepassing. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 (verplichte voorkeursbeslissing)#
Artikel 5.4 (verplichte voorkeursbeslissing) Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat neemt in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter voorbereiding van een projectbesluit voor werken met een nationaal belang in ieder geval een voorkeursbeslissing als de mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving die is opgenomen in het voornemen of de daarin genoemde mogelijke oplossing voor die opgave, geheel of gedeeltelijk ziet op: a. de aanleg van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg; b. de uitbreiding van een weg met meer dan twee rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt; of c. de uitbreiding van een spoorweg met meer dan twee sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 (inhoud voorkeursbeslissing)#
Artikel 5.5 (inhoud voorkeursbeslissing) 1 Een voorkeursbeslissing vermeldt in ieder geval welke oplossing de voorkeur van het bevoegd gezag heeft. 2 In een voorkeursbeslissing wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken en wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op de door derden voorgedragen mogelijke oplossingen en de daarover door deskundigen uitgebrachte adviezen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.5a — Artikel 5.5a (publicatie ontwerp projectbesluit)#
Artikel 5.5a (publicatie ontwerp projectbesluit) 1 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Bij de voorbereiding van een projectbesluit van een bestuursorgaan van een waterschap, een provincie of het Rijk waaropvan toepassing is, wordt van het ontwerp mededeling gedaan in het waterschapsblad, het provinciaal blad respectievelijk de Staatscourant. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als het ontwerp van een projectbesluit voor de inwerkingtreding van dit besluit ter inzage is gelegd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 (inhoud projectbesluit)#
Artikel 5.6 (inhoud projectbesluit) artikel 5.51 van de wet Onverminderdbevat een projectbesluit in ieder geval: a. een beschrijving van het project; b. de voor de fysieke leefomgeving relevante permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen om het project te realiseren; en c. de maatregelen die zijn gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van het project of van het in werking hebben of in stand houden daarvan voor de fysieke leefomgeving. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 (aanwijzing andere besluiten)#
Artikel 5.7 (aanwijzing andere besluiten) 1 In een projectbesluit kan worden bepaald dat het projectbesluit geldt als: a. artikel 2.12a, eerste lid 2.13a, eerste lid 2.15, tweede lid, van de wet een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld in,, of; b. artikel 4.3 van de wet een maatwerkvoorschrift op grond van regels als bedoeld in; c. artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit als bedoeld invoor zover het gaat om de uitvoering van het projectbesluit; en d. artikel 7, aanhef en onder II, van de Wegenwet een onttrekking van een weg aan de openbaarheid als bedoeld in. 2 artikel 2.12a, eerste lid 2.13a, eerste lid 2.15, tweede lid, van de wet afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als het projectbesluit geldt als een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld in,, of, isvan toepassing. 3 paragraaf 4.3.2 van de wet Als het projectbesluit geldt als een maatwerkvoorschrift, isvan overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 16, eerste lid 152 van de Wegenverkeerswet 1994 artikelen 12 tot en met 15 18 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Als het projectbesluit geldt als een verkeersbesluit, zijn de, enen de,envan toepassing. 5 artikelen 4 tot en met 7 van de Wegenwet Als het projectbesluit geldt als een onttrekking van een weg aan de openbaarheid, zijn devan toepassing. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.7a — Artikel 5.7a (aanwijzing besluit vaststelling geluidproductieplafonds)#
Artikel 5.7a (aanwijzing besluit vaststelling geluidproductieplafonds) artikel 5.54 van de wet artikel 5.7, eerste lid, onder a Onverminderdwordt aan, in ieder geval toepassing gegeven als een projectbesluit: a. artikel 2.12a van de wet een activiteit toelaat op een industrieterrein waarvoor op grond vangeluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en door het geluid door die activiteit niet aan die plafonds kan worden voldaan; b. artikel 2.13a 2.15, tweede lid, van de wet ziet op de aanleg van een weg of spoorweg waarvoor op grond vanofgeluidproductieplafonds als omgevingswaarden worden vastgesteld; of c. artikel 2.13a 2.15, tweede lid, van de wet ziet op een wijziging van een weg of spoorweg waarvoor op grond vanofgeluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en na die wijziging niet aan die plafonds kan worden voldaan. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.7b — Artikel 5.7b (geen advies voor projectbesluiten voor hoofdinfrastructuur bij Natura 2000-activiteiten)#
Artikel 5.7b (geen advies voor projectbesluiten voor hoofdinfrastructuur bij Natura 2000-activiteiten) Artikel 4.31 artikel 5.46, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, van de wet is niet van overeenkomstige toepassing op een ontwerp van een projectbesluit en een voorgenomen projectbesluit voor een project als bedoeld in, voor zover daarin wordt bepaald dat het geldt als een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 (advies en instemming andere besluiten)#
Artikel 5.8 (advies en instemming andere besluiten) 1 wet Wegenverkeerswet 1994 Wegenwet artikel 5.7, eerste lid Het bestuursorgaan dat op grond van de, deof debevoegd zou zijn om de besluiten, bedoeld in, te nemen, is adviseur voor dat onderdeel van het projectbesluit. 2 Het in het eerste lid bedoelde onderdeel van het projectbesluit behoeft ook instemming van het adviserende bestuursorgaan, waarbij geen instemming is vereist als: a. artikel 5.44 van de wet het projectbesluit wordt vastgesteld door Onze Minister die het aangaat als bedoeld in; of b. het projectbesluit wordt vastgesteld door gedeputeerde staten en het projectbesluit geldt als besluit waarvoor een ander bestuursorgaan, met uitzondering van een bestuursorgaan van het Rijk, het adviserende bestuursorgaan is. 3 Instemming wordt alleen onthouden op dezelfde gronden als die, waarop een aanvraag om een besluit kan worden afgewezen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 (faunabeheereenheid)#
Artikel 6.1 (faunabeheereenheid) 1 Een faunabeheereenheid heeft de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting. 2 In het bestuur van een faunabeheereenheid zijn in ieder geval vertegenwoordigd: a. de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid; en b. maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort. 3 Vertegenwoordigers van andere dan de in het tweede lid bedoelde maatschappelijke organisaties en wetenschappers op het gebied van faunabeheer kunnen op uitnodiging van het bestuur van de faunabeheereenheid deelnemen aan de vergaderingen van het bestuur en het bestuur adviseren. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (faunabeheerplan)#
Artikel 6.2 (faunabeheerplan) 1 Een faunabeheerplan bevat in ieder geval passende en doeltreffende maatregelen voor het voorkomen en het bestrijden van schade aangericht door in het wild levende dieren. 2 Een faunabeheerplan wordt onderbouwd door trendtellingen van de populaties van in het wild levende dieren in het gebied waarop het faunabeheerplan van toepassing is om een planmatige en doelmatige aanpak van het faunabeheer te bewerkstelligen. 3 bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving Een faunabeheerplan heeft geen betrekking op het beheren van populaties van exoten als bedoeld inof verwilderde dieren en op het bestrijden van schadeveroorzakende exoten of verwilderde dieren. 4 Voor diersoorten die bij ministeriële regeling zijn aangewezen vanwege de omvang van hun leefgebieden stellen faunabeheereenheden met een binnen een leefgebied vallend werkgebied gezamenlijk het faunabeheerplan vast. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 (voorbereiding, openbaarmaking en verantwoording faunabeheerplan)#
Artikel 6.3 (voorbereiding, openbaarmaking en verantwoording faunabeheerplan) 1 De faunabeheereenheid hoort de binnen haar werkgebied werkzame wildbeheereenheden over het ontwerp van het faunabeheerplan. 2 artikel 8.1, tweede of vijfde lid, van de wet De faunabeheereenheid maakt het faunabeheerplan openbaar, zodra dit door het bevoegd gezag op grond vanis goedgekeurd. 3 De faunabeheereenheid brengt jaarlijks verslag uit van de uitvoering van het faunabeheerplan aan het bevoegd gezag voor de goedkeuring van het faunabeheerplan. 4 Houders van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit verstrekken aan de faunabeheereenheid gegevens over de aantallen dieren, onderscheiden naar soort, die zij binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid hebben gedood. 5 De faunabeheereenheden maken een overzicht van de door houders van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit verstrekte gegevens en de gegevens uit het jaarlijkse verslag betrekking hebbend op hun totale werkgebied, openbaar. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 (Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag)#
Artikel 6.4 (Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd gezag) artikel 8.1, derde lid, van de wet artikel 8.2, vijfde lid, van de wet Onze Minister voor Natuur en Stikstof beslist over de goedkeuring van een faunabeheerplan en is bevoegd tot het stellen van de nadere regels over faunabeheereenheden en faunabeheerplannen, bedoeld in, en regels over wildbeheereenheden als bedoeld inals deze betrekking hebben op terreinen waar de Kroondrager gerechtigd is tot het uitoefenen van de jacht. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 (inhoud voorkeursrechtbeschikking)#
Artikel 7.1 (inhoud voorkeursrechtbeschikking) 1 Een voorkeursrechtbeschikking bevat in ieder geval: a. de kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd en de naam van de gemeente of gemeenten waar die onroerende zaak of zaken zijn gelegen; b. de kadastrale grootte van elk van de in de beschikking opgenomen percelen; c. als een gedeelte van een perceel in de beschikking wordt opgenomen: de grootte van dat gedeelte; d. de namen van de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de in de beschikking opgenomen onroerende zaak of zaken volgens de basisregistratie kadaster; e. de grondslag op basis waarvan het besluit is genomen; f. de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht; g. voor zover van toepassing: de grondslag op basis waarvan eerder een voorkeursrecht is gevestigd op de onroerende zaak of zaken en het tijdstip waarop dat voorkeursrecht is vervallen; en h. een grondtekening waarop is weergegeven of vermeld: 1°. de ligging van de percelen of gedeelten van percelen die tot de onroerende zaak of zaken behoren en de kadastrale nummers van die percelen op een goed afleesbare en op de tekening vermelde schaalgrootte; 2°. elke onroerende zaak waarop een voorkeursrecht wordt gevestigd; 3°. de aansluiting van de onroerende zaak of zaken op het daaromheen gelegen gebied; en 4°. een noordpijl en de naam van de gemeente of gemeenten. 2 Een voorkeursrechtbeschikking die betrekking heeft op een provinciaal of nationaal voorkeursrecht, vermeldt ook: a. of op de onroerende zaak of zaken al een voorkeursrecht is gevestigd door een ander bestuursorgaan; en b. als op de onroerende zaak of zaken al een voorkeursrecht is gevestigd door een ander bestuursorgaan: 1°. het rechtsgevolg van de voorkeursrechtbeschikking voor het al eerder gevestigde voorkeursrecht; 2°. artikel 9.12, vierde lid, van de wet als al een uitnodiging tot onderhandeling is gedaan als bedoeld in: het rechtsgevolg van de voorkeursrechtbeschikking voor die uitnodiging. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 (besluit tot intrekking en mededeling verval voorkeursrecht of vernietiging van voorkeursrechtbeschikking)#
Artikel 7.2 (besluit tot intrekking en mededeling verval voorkeursrecht of vernietiging van voorkeursrechtbeschikking) 1 artikel 9.5, eerste lid, van de wet Een besluit tot intrekking van een voorkeursrecht als bedoeld inbevat de kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken waarop de intrekking betrekking heeft en de naam van de gemeente of gemeenten waar die onroerende zaak of zaken zijn gelegen. 2 artikel 9.5, derde lid, van de wet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een mededeling als bedoeld in. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 (aangetekende verzending mededelingen voorkeursrecht)#
Artikel 7.3 (aangetekende verzending mededelingen voorkeursrecht) artikelen 9.12, eerste lid 9.13 9.16, eerste lid, van de wet Schriftelijke mededelingen aan of van de vervreemder op grond van de,enworden gedaan bij aangetekende brief. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 (afschriften verzoek rechtbank voorkeursrecht)#
Artikel 7.4 (afschriften verzoek rechtbank voorkeursrecht) 1 Het bevoegd gezag zendt aan de vervreemder een afschrift van: a. artikel 9.16, eerste lid, van de wet een verzoek aan de rechtbank als bedoeld in; en b. artikel 9.17, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, van de wet een schriftelijke intrekking van een verzoek als bedoeld in. 2 artikel 9.18, eerste lid, van de wet De vervreemder zendt aan het bevoegd gezag een afschrift van een verzoek als bedoeld in. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 (inhoud onteigeningsbeschikking)#
Artikel 7.5 (inhoud onteigeningsbeschikking) Een onteigeningsbeschikking bevat in ieder geval: a. de kadastrale aanduidingen van de te onteigenen onroerende zaak of zaken en de naam van de gemeente of gemeenten waar die onroerende zaak of zaken zijn gelegen; b. de kadastrale grootte van elk van de in de beschikking opgenomen percelen; c. als een gedeelte van een perceel in de beschikking wordt opgenomen: de grootte van dat gedeelte; d. de namen van de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de te onteigenen onroerende zaak of zaken volgens de basisregistratie kadaster; e. een beschrijving van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor de onteigening nodig is; en f. de naam van de onteigenaar. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 (terinzagelegging ontwerponteigeningsbeschikking)#
Artikel 7.6 (terinzagelegging ontwerponteigeningsbeschikking) Het ontwerp van de onteigeningsbeschikking wordt ter inzage gelegd met: a. een grondtekening waarop is weergegeven of vermeld: 1°. de ligging van de percelen of gedeelten van percelen die tot de te onteigenen onroerende zaak of zaken behoren en de kadastrale nummers van die percelen op een goed afleesbare en op de tekening vermelde schaalgrootte; 2°. elke te onteigenen onroerende zaak; 3°. de aansluiting van de te onteigenen onroerende zaak of zaken op het daaromheen gelegen gebied; en 4°. een noordpijl en de naam van de gemeente of gemeenten; en b. het ter inzage gelegde ontwerp van het omgevingsplan of het projectbesluit, het vastgestelde omgevingsplan of projectbesluit, de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of de verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarmee de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving mogelijk wordt gemaakt, met daarop ook een projectie van de grondtekening, bedoeld onder a. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 (aanwijzen gevallen verhaal van kosten bij verontreiniging fysieke leefomgeving)#
Artikel 8.1 (aanwijzen gevallen verhaal van kosten bij verontreiniging fysieke leefomgeving) artikel 13.3a, eerste lid, van de wet De gevallen van verontreiniging, aantasting, verstoring of beschadiging, bedoeld in, waarin de voor rekening van de daarin bedoelde rechtspersonen komende kosten kunnen worden verhaald, zijn: a. de verontreiniging of aantasting van de bodem; of b. de verontreiniging of aantasting van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.1a — Artikel 8.1a (verhalen van schadevergoeding bij beschikking)#
Artikel 8.1a (verhalen van schadevergoeding bij beschikking) artikel 13.3d van de wet artikel 15.1, eerste lid, onder a, e, i of k, van de wet Gevallen als bedoeld inzijn de gevallen waarin schadevergoeding als gevolg van een besluit of een regel als bedoeld inis betaald, voor zover dat besluit of die regel betrekking heeft op waterbeheer. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 360 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 (uitwerken ontgrondingenheffing)#
Artikel 8.2 (uitwerken ontgrondingenheffing) 1 3 artikel 13.4a, eerste lid, van de wet Als minder dan 10.000 mvaste stoffen in situ wordt ontgraven, is geen heffing als bedoeld in, verschuldigd. 2 Als het bedrag van de ontgrondingenheffing lager is dan € 250,–, vindt geen teruggave van de heffing plaats. 3 De ontgrondingenheffing wordt geheven bij wijze van aanslag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 (vrijstelling grondwateronttrekkingsheffing)#
Artikel 8.3 (vrijstelling grondwateronttrekkingsheffing) artikel 13.4b, eerste lid, van de wet Van de heffing, bedoeld in, zijn vrijgesteld onttrekkingen van grondwater: a. door het gemeentebestuur, het waterschapsbestuur, het provinciebestuur of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de uitoefening van taken op het gebied van het beheer van watersystemen op grond van de wet; b. artikel 4.1146 van het Besluit activiteiten leefomgeving voor het gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in; c. voor het saneren van een verontreiniging van de bodem of het grondwater; d. voor landijsbanen; e. voor het ontwateren of afwateren van gronden; en f. door een oevergrondwaterwinning. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 (kosten onderzoeken grondwaterbeleid)#
Artikel 8.4 (kosten onderzoeken grondwaterbeleid) 1 artikel 13.4b, eerste lid, onder b, van de wet artikel 3.8, tweede lid, van de wet De onderzoeken, bedoeld in, waarvan de kosten kunnen worden bestreden met de grondwateronttrekkingsheffing zijn de onderzoeken voor het grondwaterbeleid van de provincie die noodzakelijk zijn voor het vaststellen en uitvoeren van een regionaal waterprogramma als bedoeld in. 2 artikel 13.4b, vierde lid, van de wet De kosten van de onderzoeken, bedoeld in, die kunnen worden bestreden met de grondwateronttrekkingsheffing zijn de kosten van: a. het monitoren en verzamelen van gegevens over de geohydrologische gesteldheid van de bodem van de provincie; b. een bijdrage aan een onderzoeksprogramma dat direct verband houdt met de totstandkoming en uitvoering van het grondwaterbeleid; c. het verzamelen, beoordelen en berekenen van gegevens voor het grondwaterbeleid; d. het personeel dat de onderzoeken verricht of begeleidt; en e. het beschikbaar stellen van de resultaten van de onderzoeken aan het publiek. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.5 — Artikel 8.5 (gevallen waarin financiële zekerheid kan worden gesteld)#
Artikel 8.5 (gevallen waarin financiële zekerheid kan worden gesteld) artikel 13.5, eerste lid, van de wet De gevallen, bedoeld in, waarvoor aan een omgevingsvergunning het voorschrift kan worden verbonden dat degene die de activiteit verricht financiële zekerheid stelt, zijn: a. een wateractiviteit; b. een ontgrondingsactiviteit; c. artikel 3.40b van het Besluit activiteiten leefomgeving het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; d. artikel 3.40d van het Besluit activiteiten leefomgeving het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; e. artikel 3.41, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in; f. artikel 3.41, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in; g. artikel 3.78, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; h. artikel 3.78, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van ongevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; i. artikel 3.78, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; j. artikel 3.78, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in; k. artikel 3.81 van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers of dierlijk afval, bedoeld in; l. artikel 3.84, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in; m. artikel 3.84, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in; n. artikel 3.84, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening, bedoeld in; o. artikel 3.87 van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in; p. artikel 3.152 van het Besluit activiteiten leefomgeving het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen, bedoeld in; q. artikel 3.159 van het Besluit activiteiten leefomgeving het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling, bedoeld in; r. artikel 3.163 van het Besluit activiteiten leefomgeving het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven metaalafval voor verdere recycling, bedoeld in; en s. artikel 3.184 van het Besluit activiteiten leefomgeving het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 8.6 — Artikel 8.6 (gevallen waarin financiële zekerheid moet worden gesteld)#
Artikel 8.6 (gevallen waarin financiële zekerheid moet worden gesteld) 1 artikel 13.5, eerste lid, van de wet De gevallen, bedoeld in, waarvoor aan een omgevingsvergunning het voorschrift wordt verbonden dat degene die de activiteit verricht financiële zekerheid stelt, zijn: a. artikel 3.84, eerste lid, onder a of b, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 8.48, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het storten van afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in, met uitzondering van een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, voor zover het gaat om het nakomen van voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden over de bovenafdichting als bedoeld in; b. artikel 3.84, eerste lid, onder a of b, van het Besluit activiteiten leefomgeving het storten van baggerspecie op een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, bedoeld in, voor zover het gaat om het nakomen van de voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden over het zo nodig aanbrengen van een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag op de gestorte baggerspecie na het beëindigen van de stortwerkzaamheden; c. artikel 3.84, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening, bedoeld in, voor zover het gaat om: 1°. paragraaf 8.5.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het nakomen van de voorschriften die op grond vanaan de omgevingsvergunning zijn verbonden; en 2°. paragraaf 8.2 van de Wet milieubeheer het nakomen van regels als bedoeld in; d. artikel 3.31, eerste lid, onder c en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theaterverbruik, bedoeld in; e. artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in; en f. artikel 3.72 van het Besluit activiteiten leefomgeving het exploiteren van een ippc-installatie, bedoeld in. 2 artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 46 47 48 van de Mijnbouwwet Als het exploiteren van een Seveso-inrichting ook omvat het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in, voor zover het daarbij gaat om een mijnbouwwerk voor het opslaan van stoffen, is het eerste lid, aanhef en onder e, niet van toepassing op schade uit nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving als gevolg van dat exploiteren waarvoor financiële zekerheid kan worden gesteld op grond van de,en. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 359 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.6a — Artikel 8.6a artikelen 8.5 8.6 (samenloopen)#
Artikel 8.6a artikelen 8.5 8.6 (samenloopen) artikel 8.5 artikel 8.6 Voor zover een geval in zowelalsis aangewezen, is alleen artikel 8.6 van toepassing. 2022 359 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.7 — Artikel 8.7 (plicht voor openbaar lichaam)#
Artikel 8.7 (plicht voor openbaar lichaam) 1 artikel 8.6, onder a, b of c Als degene die de activiteit verricht een openbaar lichaam is, wordt alleen in gevallen als bedoeld in, een voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden over het stellen van financiële zekerheid. 2 artikel 8.6, onder a of b In gevallen als bedoeld in, is het treffen van een gelijkwaardige maatregel uitgesloten voor een ander dan een openbaar lichaam. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 8.8 — Artikel 8.8 (afwegingscriteria stellen en wijzigen financiële zekerheid)#
Artikel 8.8 (afwegingscriteria stellen en wijzigen financiële zekerheid) artikel 8.5 Het bevoegd gezag houdt bij het verbinden van een voorschrift aan de omgevingsvergunning over het stellen van financiële zekerheid en het wijzigen van een dergelijk voorschrift in een geval als bedoeld inin ieder geval rekening met: a. de financiële draagkracht van degene die de activiteit verricht; b. de aanwezigheid en aard van de stoffen die nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen veroorzaken; c. de ten hoogste verwachte schade die kan voortvloeien uit door de activiteit veroorzaakte nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving; d. de technische en bedrijfsorganisatorische veiligheidsmaatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en beperking van schade als bedoeld onder c; e. de verhouding tussen het risico op schade als bedoeld onder c van een bepaalde omvang en de daarmee gemoeide kosten van het stellen van financiële zekerheid; f. de naleving van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; en g. de verhouding tussen de criteria, bedoeld onder a tot en met f. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 8.9 — Artikel 8.9 (vorm financiële zekerheidstelling)#
Artikel 8.9 (vorm financiële zekerheidstelling) 1 Het bevoegd gezag stelt in het vergunningvoorschrift over financiële zekerheid de vorm vast waarin de financiële zekerheid wordt gesteld. 2 Het bevoegd gezag houdt bij het vaststellen van de vorm waarin de financiële zekerheid wordt gesteld, in ieder geval rekening met: a. de voorkeur van degene die de activiteit verricht voor een specifieke vorm van financiële zekerheid, als die vorm voldoende zekerheid biedt; en b. de vraag of degene die de activiteit verricht een openbaar lichaam is. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.10 — Artikel 8.10 (hoogte bedrag financiële zekerheidstelling)#
Artikel 8.10 (hoogte bedrag financiële zekerheidstelling) 1 Het bevoegd gezag stelt in het vergunningvoorschrift over financiële zekerheid vast voor welk bedrag de zekerheid wordt gesteld. 2 Het bedrag is: a. artikel 8.5 voor een geval als bedoeld inniet hoger dan de kosten die noodzakelijk worden geacht voor het nakomen van verplichtingen die op grond van de omgevingsvergunning gelden of voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade aan de fysieke leefomgeving als gevolg van die activiteit; b. artikel 8.6, onder a voor een geval als bedoeld in, ten hoogste € 2,27 per ton gestorte afvalstoffen; c. artikel 8.6, onder b voor een geval als bedoeld in, ten hoogste € 1,– per ton droge stof gestorte afvalstoffen; en d. artikel 8.6, onder d voor een geval als bedoeld in, ten minste € 5.000.000,– per vergunningplichtige activiteit. 3 artikel 8.6, onder c Richtlijn 2006/21/EG Voor een geval als bedoeld in, is de berekening gebaseerd op de criteria die zijn opgenomen in Beschikking nr. 2009/335/EG van de Commissie van 20 april 2009 inzake technische richtsnoeren voor het stellen van de financiële zekerheid overeenkomstigvan het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEG 2009, L 101). 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.10a — Artikel 8.10a (aanvullende bepaling vorm en hoogte bedrag financiële zekerheid)#
Artikel 8.10a (aanvullende bepaling vorm en hoogte bedrag financiële zekerheid) artikelen 8.9 8.10, tweede lid, onder a artikel 8.6, eerste lid, onder e artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving Onverminderd deen, kan voor een geval als bedoeld in, als de in dat onderdeel bedoelde milieubelastende activiteit ook omvat het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in, voor zover het daarbij gaat om een mijnbouwwerk voor het opslaan van stoffen, bij het vaststellen van de vorm, respectievelijk hoogte, van financiële zekerheid rekening worden gehouden met de vorm, respectievelijk hoogte, waarin sprake is van: a. artikel 3, vierde lid, van de Mijnbouwwet een financiële zekerheid op grond van het recht, bedoeld in; of b. paragraaf 5.2.4 van de Mijnbouwwet de financiële zekerheid, bedoeld in. 2022 359 15-09-2022 13-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.11 — Artikel 8.11 (termijn instandhouding financiële zekerheidstelling)#
Artikel 8.11 (termijn instandhouding financiële zekerheidstelling) 1 Het bevoegd gezag stelt in het vergunningvoorschrift over financiële zekerheid vast hoe lang de financiële zekerheid in stand wordt gehouden. 2 artikel 8.59, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De financiële zekerheid voor het storten van afvalstoffen op een stortplaats, met uitzondering van een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot de stortplaats is gekeurd als bedoeld in. 3 De financiële zekerheid voor het storten van baggerspecie op een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot zo nodig een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag op de gestorte baggerspecie is aangebracht. 4 De financiële zekerheid voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening wordt in stand gehouden tot: a. paragraaf 8.5.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de vergunning niet meer geldt, voor zover de financiële zekerheid ziet op het nakomen van de voorschriften die op grond vanaan de omgevingsvergunning zijn verbonden; en b. artikelen 8.49 8.50 van de Wet milieubeheer de maatregelen, bedoeld in deen, zijn uitgevoerd. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.12 — Artikel 8.12 (bewijsvoering financiële zekerheidstelling)#
Artikel 8.12 (bewijsvoering financiële zekerheidstelling) Het bevoegd gezag bepaalt in het vergunningvoorschrift over financiële zekerheid dat, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn nadat dat voorschrift aan de vergunning is verbonden, bewijs wordt verstrekt dat financiële zekerheid is gesteld. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.13 — Artikel 8.13 (kostenverhaalplichtige activiteiten)#
Artikel 8.13 (kostenverhaalplichtige activiteiten) artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de wet Bouwactiviteiten waarvan kosten worden verhaald als bedoeld in, zijn: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. 2 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. 2 de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 mbruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f. 2 de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 mbedraagt. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.14 — Artikel 8.14 (afzien van kostenverhaal)#
Artikel 8.14 (afzien van kostenverhaal) Het bevoegd gezag kan beslissen kosten niet te verhalen als: a. artikel 13.18 van de wet het totaal van de verschuldigde geldsommen dat op grond vankan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,–; b. bijlage IV er geen verhaalbare kosten als bedoeld in de onderdelen A5 tot en met A9 vanzijn; of c. de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.15 — Artikel 8.15 (verhaalbare kostensoorten)#
Artikel 8.15 (verhaalbare kostensoorten) artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de wet De kostensoorten, bedoeld in, zijn: a. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage IV voor kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak als bedoeld inis opgenomen: de in tabel A vanaangegeven kostensoorten; en b. artikel 13.15, eerste lid, van de wet bijlage IV voor kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak als bedoeld inis opgenomen: de in de tabellen A en B vanaangegeven kostensoorten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.16 — Artikel 8.16 (raming opbrengsten van gronden)#
Artikel 8.16 (raming opbrengsten van gronden) artikel 13.17 van de wet artikel 13.18, eerste lid, van de wet Bij de raming van de opbrengsten, bedoeld in, wordt uitgegaan van de opbrengst van de gronden op een datum in het jaar waarin de beschikking, bedoeld in, zal worden gegeven. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.17 — Artikel 8.17 (raming inbrengwaarde van gronden)#
Artikel 8.17 (raming inbrengwaarde van gronden) 1 artikel 13.17 van de wet De raming van de inbrengwaarde, bedoeld in, wordt vastgesteld: a. artikelen 15.21 tot en met 15.24 van de wet paragraaf 15.3.1 van de wet met overeenkomstige toepassing van de, met dien verstande dat voor gronden die zijn onteigend of waarvoor een onteigeningsbeschikking is gegeven of die op onteigeningsbasis zijn of worden verworven, de inbrengwaarde gelijk is aan de schadeloosstelling op basis van; of b. artikel 22, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken overeenkomstig de waarde die bij beschikking op grond vanis vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de raming wordt vastgesteld. 2 Tot de inbrengwaarde worden gerekend: a. de waarde van de grond en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan of het projectbesluit of het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; en b. bijlage IV de in, onder B2, B3 en B4, genoemde kosten, inclusief de kosten die voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan of het projectbesluit of het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn gemaakt en die direct verband houden met de te verrichten bouwactiviteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.18 — Artikel 8.18 (raming waardevermeerdering)#
Artikel 8.18 (raming waardevermeerdering) 1 artikel 13.17 van de wet De raming van de waardevermeerdering, bedoeld in, wordt vastgesteld door de geraamde opbrengst van de locatie waar de activiteit wordt verricht te verminderen met de geraamde inbrengwaarde van die locatie. 2 artikelen 8.16 8.17 Op de ramingen van de opbrengst en de inbrengwaarde zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.19 — Artikel 8.19 (eindafrekening op verzoek)#
Artikel 8.19 (eindafrekening op verzoek) artikel 13.20, vierde lid, van de wet Een eindafrekening op verzoek als bedoeld invindt plaats op basis van de op het moment van de aanvraag om de eindafrekening: a. gemaakte kosten; en b. geraamde nog niet-gemaakte kosten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.20 — Artikel 8.20 (activiteiten waarover financiële bijdragen kunnen worden overeengekomen)#
Artikel 8.20 (activiteiten waarover financiële bijdragen kunnen worden overeengekomen) artikel 13.22, eerste lid, van de wet De activiteiten waarover in een overeenkomst bepalingen over financiële bijdragen kunnen worden opgenomen, bedoeld in, zijn: a. artikel 8.13 de activiteiten, bedoeld in; b. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving de bouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld invoor: 1°. 2 land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 mbedraagt; 2°. opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager; 3°. infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur; 4°. handelsreclame; of 5°. recreatie; en c. andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van: 1°. 2 een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto-vloeroppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 mbedraagt; 2°. 2 gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 mbedraagt; of 3°. een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning. 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.21 — Artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald)#
Artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald) 1 artikel 13.23, eerste lid, onder a en b, van de wet artikel 13.11 van de wet Als categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarvoor, als wordt voldaan aan de criteria van, in een omgevingsplan kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld inverricht, worden aangewezen: a. wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen; b. artikel 2.44 van de wet aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld inof gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving: 1°. ter vermindering van de stikstofdepositie; of 2°. ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden; e. artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 13.11 van de wet ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen als bedoeld inbuiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in, plaatsvindt, voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen: 1°. artikel 5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld inof in een programma is opgenomen; en 2°. artikel 13.11 van de wet tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in, op grond van het eerste lid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat; en f. stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen. 2 artikel 13.11, eerste lid, van de wet Onder de aanwijzing valt niet de aanleg van voorzieningen of het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving waarvoor kosten worden gemaakt die op grond vangeheel of gedeeltelijk moeten worden verhaald op degene die de betrokken activiteit verricht. 2022 361 16-09-2022 14-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 8.22 — Artikel 8.22 (regels over eindafrekening van financiële bijdragen)#
Artikel 8.22 (regels over eindafrekening van financiële bijdragen) 1 artikel 13.23, eerste lid, van de wet artikel 13.24 van de wet Als op grond vanin een omgevingsplan wordt bepaald dat voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving een financiële bijdrage wordt verhaald, worden in het omgevingsplan ook regels gesteld over de eindafrekening van de financiële bijdragen die met toepassing vanworden verhaald. Daarbij wordt in ieder geval bepaald binnen welke termijn de eindafrekening plaatsvindt. 2 artikel 13.24 van de wet Als bij de eindafrekening blijkt dat de voor de ontwikkeling benodigde financiële bijdrage lager is dan de op grond van de beschikking, bedoeld in, betaalde geldsom, betaalt het college van burgemeester en wethouders het verschil terug met rente. 2022 361 16-09-2022 14-09-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 (gevallen onder normaal maatschappelijk risico)#
Artikel 9.1 (gevallen onder normaal maatschappelijk risico) artikel 15.7, vierde lid, van de wet artikel 2.29, onder a tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Als gevallen waarin schade wordt geacht niet uit te gaan boven het normale maatschappelijke risico als bedoeld in, worden aangewezen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken als bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 (flexibiliteitsregeling bevoegd gezag nadeelcompensatie)#
Artikel 9.2 (flexibiliteitsregeling bevoegd gezag nadeelcompensatie) 1 artikel 15.8, derde lid, van de wet artikel 12 van de Bekendmakingswet Het bestuursorgaan dat zijn bevoegdheid met toepassing vanoverdraagt, geeft tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het delegatiebesluit kennis van dat besluit op de inbepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de aanvrager. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als het delegatiebesluit wordt ingetrokken. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 (aanwijzing diersoorten voor tegemoetkoming schade)#
Artikel 9.3 (aanwijzing diersoorten voor tegemoetkoming schade) artikel 15.53, eerste lid, van de wet Voor de schade aangericht door dieren van de volgende soorten verlenen gedeputeerde staten een tegemoetkoming in schade als bedoeld in: a. soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; en c. bijlage IX, onder A, bij het Besluit activiteiten leefomgeving soorten, genoemd in. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.0 — Artikel 10.0 (publicatie ontwerp regeling)#
Artikel 10.0 (publicatie ontwerp regeling) 1 artikel 23.4, eerste lid, van de wet Bij de publieksparticipatie, bedoeld in, wordt van het ontwerp van een ministeriële regeling op grond van de wet ook mededeling gedaan in de vorm van een volledige publicatie in de Staatscourant. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als het ontwerp van een ministeriële regeling voor de inwerkingtreding van dit besluit is opengesteld voor publieksparticipatie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 (overleg bestuursorgaan voorafgaand aan voorbereidingsbesluit)#
Artikel 10.1 (overleg bestuursorgaan voorafgaand aan voorbereidingsbesluit) artikel 4.16, eerste of tweede lid, van de wet Het bevoegde bestuursorgaan voert voorafgaand aan het nemen van een voorbereidingsbesluit op grond vanoverleg met het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan)#
Artikel 10.2 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan) 1 artikel 16.29 van de wet Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen, bedoeld in, wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. 2 Bij het vaststellen van een omgevingsplan wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 (toezending en overleg bij bijzondere betrokkenheid provincie)#
Artikel 10.3 (toezending en overleg bij bijzondere betrokkenheid provincie) 1 artikel 16.21, eerste lid, onder a of b, van de wet De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders zenden een besluit tot vaststelling van een omgevingsplan onverwijld aan gedeputeerde staten als sprake is van een geval als bedoeld in. 2 artikel 16.21 van de wet Gedeputeerde staten voeren voorafgaand aan het nemen van een besluit als bedoeld inoverleg met het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.3a — Artikel 10.3a (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie waterschapsverordening)#
Artikel 10.3a (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie waterschapsverordening) Bij het vaststellen van een waterschapsverordening wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.3b — Artikel 10.3b (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsverordening)#
Artikel 10.3b (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsverordening) Bij het vaststellen van een omgevingsverordening wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.3c — Artikel 10.3c (publicatie ontwerp omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening)#
Artikel 10.3c (publicatie ontwerp omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening) 1 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Bij de voorbereiding van een omgevingsplan, een waterschapsverordening en een omgevingsverordening waaropvan toepassing is, wordt van het ontwerp mededeling gedaan in het gemeenteblad, het waterschapsblad respectievelijk het provinciaal blad. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als het ontwerp van het omgevingsplan, de waterschapsverordening en de omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van dit besluit ter inzage is gelegd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 (actualisatie zwemwaterprofiel)#
Artikel 10.4 (actualisatie zwemwaterprofiel) artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Een zwemwaterprofiel als bedoeld inwordt regelmatig beoordeeld en geactualiseerd in overeenstemming met bijlage III bij de zwemwaterrichtlijn. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.5 — Artikel 10.5 (overleg bij aanwijzing zwemlocaties)#
Artikel 10.5 (overleg bij aanwijzing zwemlocaties) artikel 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als de aanwijzing van zwemlocaties, bedoeld in, betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren, overleggen gedeputeerde staten met de voor die wateren bevoegde Duitse of Belgische autoriteiten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.6 — Artikel 10.6 (overleg bestuursorgaan voorafgaand aan instructie)#
Artikel 10.6 (overleg bestuursorgaan voorafgaand aan instructie) artikel 2.33 2.34 19.16, eerste en vierde lid, van de wet Het bevoegde bestuursorgaan voert voorafgaand aan het geven van een instructie op grond van,ofoverleg met het bestuursorgaan waaraan de instructie wordt gegeven. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.6a — Artikel 10.6a (publicatie instructie)#
Artikel 10.6a (publicatie instructie) artikel 2.33 2.34 van de wet Van een instructie van een bestuursorgaan van een provincie of het Rijk op grond vanofwordt tegelijk met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking mededeling gedaan in het provinciaal blad respectievelijk de Staatscourant. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.6b — Artikel 10.6b (bekendmaking kwantificering instandhoudingsdoelstellingen natuur en rode lijsten)#
Artikel 10.6b (bekendmaking kwantificering instandhoudingsdoelstellingen natuur en rode lijsten) Onze Minister voor Natuur en Stikstof draagt zorg voor bekendmaking in de Staatscourant van: a. artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 2°, van de wet een kwantificering van instandhoudingsdoelstellingen als bedoeld in; en b. artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 3°, van de wet rode lijsten met bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantensoorten als bedoeld in. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.6c — Artikel 10.6c (actualisatie aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden)#
Artikel 10.6c (actualisatie aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden) 1 artikel 2.44, eerste lid, van de wet Onze Minister voor Natuur en Stikstof draagt zorg voor de actualisatie van de besluiten tot aanwijzing van een Natura 2000-gebied, bedoeld in, en van de besluiten tot aanwijzing van een bijzonder nationaal natuurgebied, bedoeld in artikel 2.44, tweede lid, van de wet. 2 artikel 11.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij de actualisatie wordt rekening gehouden met de inzichten die voortkomen uit de monitoring, bedoeld in. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.6d — Artikel 10.6d (opvatting Europese Commissie over dwingende redenen van groot openbaar belang bij Natura 2000-gebieden)#
Artikel 10.6d (opvatting Europese Commissie over dwingende redenen van groot openbaar belang bij Natura 2000-gebieden) De opvatting van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn, over het aanvoeren van andere dwingende redenen van groot openbaar belang dan argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, als sprake is van een Natura 2000-gebied met een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort, wordt door Onze Minister voor Natuur en Stikstof gevraagd, op verzoek van het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of voor de vaststelling van een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.6e — Artikel 10.6e (voorbereidingsprocedure besluit tot vaststelling van geluidproductieplafond als omgevingswaarde)#
Artikel 10.6e (voorbereidingsprocedure besluit tot vaststelling van geluidproductieplafond als omgevingswaarde) Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 2.12a, eerste lid 2.13a, eerste lid 2.15, tweede lid, van de wet artikel 3.41 3.42 3.43 3.46, tweede lid 12.13k van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde als bedoeld in de,, en, tenzij bij die vaststelling uitsluitend,,,, ofwordt toegepast. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.7 — Artikel 10.7 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvisie)#
Artikel 10.7 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvisie) 1 Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. 2 Als een omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad of provinciale staten, wordt daarbij aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.7a — Artikel 10.7a (publicatie ontwerp en beschikbaar stellen geconsolideerde omgevingsvisie)#
Artikel 10.7a (publicatie ontwerp en beschikbaar stellen geconsolideerde omgevingsvisie) 1 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Bij de voorbereiding van een gemeentelijke, provinciale of nationale omgevingsvisie waaropvan toepassing is, wordt van het ontwerp mededeling gedaan in het gemeenteblad, het provinciaal blad respectievelijk de Staatscourant. 2 Artikel 140 van de Gemeentewet artikel 137 van de Provinciewet artikel 10a van de Bekendmakingswet ,enzijn van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke, provinciale respectievelijk nationale omgevingsvisie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.8 — Artikel 10.8 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie programma)#
Artikel 10.8 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie programma) 1 Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. 2 Als een programma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur van het waterschap of gedeputeerde staten, wordt daarbij aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.9 — Artikel 10.9 (informatieverplichting gemeenten, waterschappen, provincies)#
Artikel 10.9 (informatieverplichting gemeenten, waterschappen, provincies) Het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten of provinciale staten verstrekken aan Onze Minister die het aangaat de benodigde gegevens over: a. artikel 3.10, eerste lid, van de wet een programma als bedoeld invoor zover dat is gericht op het voldoen aan een omgevingswaarde voor de kwaliteit van de buitenlucht; b. artikel 3.9, tweede lid, onder a, van de wet een stroomgebiedsbeheerplan als bedoeld in; c. artikel 3.9, tweede lid, onder b, van de wet een overstromingsrisicobeheerplan als bedoeld in; d. artikel 3.9, tweede lid, onder c, van de wet een programma van maatregelen mariene strategie als bedoeld in; e. artikel 3.9, tweede lid, onder d, van de wet een maritiem ruimtelijk plan als bedoeld in; of f. artikelen 3.6, eerste lid 3.8, eerste lid 3.9, eerste lid, van de wet een actieplan geluid als bedoeld in de,, en. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.10 — Artikel 10.10 (overleg bij kwaliteit van de buitenlucht)#
Artikel 10.10 (overleg bij kwaliteit van de buitenlucht) artikel 3.10, eerste lid, van de wet artikel 4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij de totstandkoming van een programma als bedoeld in, voor zover dat is gericht op het voldoen aan een omgevingswaarde voor de kwaliteit van de buitenlucht, overlegt het college van burgemeester en wethouders of het op grond vanaangewezen bestuursorgaan met de bevoegde autoriteiten van andere staten als het niet voldoen aan die omgevingswaarde wordt veroorzaakt door grensoverschrijdende emissies. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.10a — Artikel 10.10a (actualisatie nationaal nec-programma)#
Artikel 10.10a (actualisatie nationaal nec-programma) Het nationale nec-programma wordt geactualiseerd: a. elke vier jaar; en b. artikel 11.21, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen achttien maanden na de indiening van de nationale emissie-inventarissen en nationale emissieprognoses, bedoeld in, als blijkt dat de emissiereductieverbintenissen en de verplichting om maatregelen te treffen, bedoeld in artikel 4 van die richtlijn, niet worden nagekomen, of als het gevaar bestaat dat dit het geval zal zijn. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.11 — Artikel 10.11 (overleg bij en actualisatie van stroomgebiedsbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen)#
Artikel 10.11 (overleg bij en actualisatie van stroomgebiedsbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen) 1 artikel 3.9, tweede lid, onder a en b, van de wet Bij de totstandkoming van stroomgebiedsbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen als bedoeld invoor de stroomgebiedsdistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems voor zover die betrekking hebben of ook betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied, overlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met: a. de bevoegde autoriteiten van andere staten in die stroomgebiedsdistricten; b. het dagelijks bestuur van het waterschap of gedeputeerde staten als een stroomgebiedsdistrict of een gedeelte daarvan op het grondgebied van dat waterschap of die provincie ligt; en c. vertegenwoordigers van gemeenten. 2 Een stroomgebiedsbeheerplan en een overstromingsrisicobeheerplan worden elke zes jaar geactualiseerd. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.12 — Artikel 10.12 (overleg bij, actualisatie en operationaliteit programma van maatregelen mariene strategie)#
Artikel 10.12 (overleg bij, actualisatie en operationaliteit programma van maatregelen mariene strategie) 1 artikel 3.9, tweede lid, onder c, van de wet Bij de totstandkoming van een programma van maatregelen mariene strategie als bedoeld inoverlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met de bevoegde autoriteiten van andere staten van dezelfde mariene subregio. 2 Het programma van maatregelen mariene strategie wordt elke zes jaar geactualiseerd. 3 Het programma van maatregelen mariene strategie is operationeel uiterlijk een jaar na de actualisatie, bedoeld in het tweede lid. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.13 — Artikel 10.13 (overleg bij en actualisatie documenten ter voorbereiding van programma van maatregelen mariene strategie; initiële beoordeling, omschrijving goede milieutoestand en milieudoelen)#
Artikel 10.13 (overleg bij en actualisatie documenten ter voorbereiding van programma van maatregelen mariene strategie; initiële beoordeling, omschrijving goede milieutoestand en milieudoelen) 1 artikel 3.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij de totstandkoming van de initiële beoordeling, de omschrijving van de goede milieutoestand en de milieudoelen, bedoeld in, overlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met de bevoegde autoriteiten van andere staten van dezelfde mariene subregio. 2 De initiële beoordeling, de omschrijving van de goede milieutoestand en de milieudoelen worden elke zes jaar geactualiseerd. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.14 — Artikel 10.14 (overleg bij en actualisatie documenten ter voorbereiding van programma van maatregelen mariene strategie; monitoringsprogramma)#
Artikel 10.14 (overleg bij en actualisatie documenten ter voorbereiding van programma van maatregelen mariene strategie; monitoringsprogramma) 1 artikel 11.38, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bij de totstandkoming van het monitoringsprogramma, bedoeld in, overlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met de bevoegde autoriteiten van andere staten van dezelfde mariene subregio. 2 Het monitoringsprogramma wordt elke zes jaar geactualiseerd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.15 — Artikel 10.15 (overleg bij, actualisatie en eerste vaststelling van maritiem ruimtelijk plan)#
Artikel 10.15 (overleg bij, actualisatie en eerste vaststelling van maritiem ruimtelijk plan) 1 artikel 3.9, tweede lid, onder d, van de wet Bij de totstandkoming van een maritiem ruimtelijk plan als bedoeld inoverlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met de bevoegde autoriteiten van andere staten die aan de Nederlandse mariene wateren grenzen, onder meer over het gebruik van de best beschikbare gegevens en de uitwisseling van informatie. 2 Een maritiem ruimtelijk plan wordt elke tien jaar geactualiseerd. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.16 — Artikel 10.16 (overleg bij, actualisatie en operationaliteit maatregelen van waterprogramma’s)#
Artikel 10.16 (overleg bij, actualisatie en operationaliteit maatregelen van waterprogramma’s) 1 artikel 3.9, tweede lid, onder e, van de wet Bij de totstandkoming van het nationale waterprogramma, bedoeld in, overlegt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met: a. de bevoegde autoriteiten van andere staten; b. het dagelijks bestuur van het waterschap of gedeputeerde staten als de rijkswateren of een gedeelte daarvan op het grondgebied van dat waterschap of die provincie liggen; en c. vertegenwoordigers van gemeenten. 2 artikel 3.7 van de wet artikel 3.8, tweede lid, van de wet Een waterbeheerprogramma als bedoeld in, een regionaal waterprogramma als bedoeld inen het nationale waterprogramma worden elke zes jaar geactualiseerd. 3 artikel 4.3, eerste lid, onder a 4.4, derde lid, onder a 4.10, derde lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water, die op grond van,, ofzijn opgenomen in een waterbeheerprogramma, een regionaal waterprogramma of het nationale waterprogramma, zijn operationeel uiterlijk drie jaar na de actualisatie, bedoeld in het tweede lid. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.17 — Artikel 10.17 (overleg bij en actualisatie van actieplannen geluid)#
Artikel 10.17 (overleg bij en actualisatie van actieplannen geluid) 1 artikelen 3.6, eerste lid 3.8, eerste lid 3.9, eerste lid, van de wet Bij de totstandkoming van een actieplan als bedoeld in de,, enoverlegt het bevoegd gezag met de bevoegde autoriteiten van de aangrenzende staten voor zover het actieplan ook betrekking heeft op een grensregio. 2 Een actieplan wordt geactualiseerd uiterlijk op 18 juli in elk vijfde kalenderjaar na 2024. Als er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie wordt het actieplan zo nodig tussentijds geactualiseerd. Een tussentijdse actualisatie van een actieplan laat onverlet de verplichting genoemd in de eerste volzin. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.18 — Artikel 10.18 (actualisatie en eerste vaststelling beheerplan Natura 2000)#
Artikel 10.18 (actualisatie en eerste vaststelling beheerplan Natura 2000) 1 artikelen 3.8, derde lid 3.9, derde lid, van de wet Een beheerplan voor een Natura 2000-gebied als bedoeld in de, enwordt elke zes jaar geactualiseerd. 2 artikel 2.44, eerste lid, van de wet Het eerste beheerplan Natura 2000 wordt vastgesteld uiterlijk drie jaar na dagtekening van het besluit tot aanwijzing van een gebied als Natura 2000-gebied, bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.19 — Artikel 10.19 (actualisatie programma stikstofreductie en natuurverbetering)#
Artikel 10.19 (actualisatie programma stikstofreductie en natuurverbetering) Het programma stikstofreductie en natuurverbetering wordt ten minste elke zes jaar geactualiseerd. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.19a — Artikel 10.19a (overleg met andere landen en Europese Commissie)#
Artikel 10.19a (overleg met andere landen en Europese Commissie) 1 artikel 11.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.69a van dat besluit Als uit de monitoring, bedoeld in, of uit de gegevensverzameling, bedoeld in, blijkt dat ondanks alle maatregelen die al zijn getroffen een instandhoudingsdoelstelling voor een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied niet kan worden bereikt of alleen met een onevenredige inspanning kan worden bereikt als gevolg van stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door bronnen in andere lidstaten van de Europese Unie, overlegt Onze Minister voor Natuur en Stikstof met de lidstaten waaruit de stikstof overwegend afkomstig is, over maatregelen in die lidstaten om de emissie te verminderen. 2 Als vermindering van de emissie redelijkerwijs niet mogelijk is, overlegt Onze Minister voor Natuur en Stikstof met de Europese Commissie over de toepassing van de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn voor dit Natura 2000-gebied en de betrokken habitat. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.19b — Artikel 10.19b (aanvraag maatwerkvoorschrift activiteiten die de natuur betreffen)#
Artikel 10.19b (aanvraag maatwerkvoorschrift activiteiten die de natuur betreffen) artikel 11.96 11.108 van het Besluit activiteiten leefomgeving Voor het elektronisch indienen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift overofwordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat door Onze Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar is gesteld op mijn.rvo.nl. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.20 — Artikel 10.20 (kennisgeving melding en maatwerkvoorschrift)#
Artikel 10.20 (kennisgeving melding en maatwerkvoorschrift) 1 artikel 12 van de Bekendmakingswet Het bevoegd gezag geeft op de inbepaalde wijze kennis van: a. hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving meldingen als bedoeld in de; en b. artikel 7.33 van het Besluit bouwwerken leefomgeving meldingen als bedoeld in. 2 hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 12 van de Bekendmakingswet Het bevoegd gezag geeft kennis van maatwerkvoorschriften als bedoeld in deop de inbepaalde wijze. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.20a — Artikel 10.20a (informatie maatwerkvoorschrift milieubelastende activiteit bij afwijking circulair materialenplan)#
Artikel 10.20a (informatie maatwerkvoorschrift milieubelastende activiteit bij afwijking circulair materialenplan) artikel 10.3 van de Wet milieubeheer Het bevoegd gezag dat in een ontwerpbesluit of besluit tot het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit afwijkt van het geldende circulair materialenplan, bedoeld in, verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een afschrift van dat ontwerpbesluit of besluit binnen een week na de dag waarop: a. artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbesluit op grond vanter inzage is gelegd; of b. het besluit is bekendgemaakt. 2025 373 20-11-2025 11-11-2025 2025 442 22-12-2025 17-12-2025 30-12-2025
Artikel 10.21 — Artikel 10.21 (aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteiten los)#
Artikel 10.21 (aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteiten los) artikelen 5.1 5.4 van de wet Voor alle wateractiviteiten wordt de omgevingsvergunning los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in deen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.21a — Artikel 10.21a (aanvraag omgevingsvergunning activiteiten die de natuur betreffen los)#
Artikel 10.21a (aanvraag omgevingsvergunning activiteiten die de natuur betreffen los) artikelen 5.1 5.4 van de wet Voor de volgende activiteiten die de natuur betreffen wordt de omgevingsvergunning los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in deen: a. een jachtgeweeractiviteit; b. een valkeniersactiviteit; en c. artikel 4.12, derde lid, onder c een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.21b — Artikel 10.21b (nadere regels aanvraag en uitreiking omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit)#
Artikel 10.21b (nadere regels aanvraag en uitreiking omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit) 1 De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt door de aanvrager in persoon ingediend, onder overlegging van een geldig identiteitsbewijs. 2 artikel 16.78a, eerste lid, van de wet artikel 10.23, vijfde lid Het eerste lid enzijn niet van toepassing op een aanvrager die een aanvraag indient om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.21c — Artikel 10.21c (nadere regels aanvraag omgevingsvergunning valkeniersactiviteit)#
Artikel 10.21c (nadere regels aanvraag omgevingsvergunning valkeniersactiviteit) Voor het elektronisch indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat door Onze Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar is gesteld op mijn.rvo.nl. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.21d — Artikel 10.21d (nadere regels aanvraag omgevingsvergunning andere activiteiten die de natuur betreffen)#
Artikel 10.21d (nadere regels aanvraag omgevingsvergunning andere activiteiten die de natuur betreffen) artikel 4.12, derde lid, onder c Voor het elektronisch indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in, wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat door Onze Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar is gesteld op mijn.rvo.nl. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.22 — Artikel 10.22 (informatie omgevingsvergunning milieubelastende activiteit bij mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu voor een andere staat)#
Artikel 10.22 (informatie omgevingsvergunning milieubelastende activiteit bij mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu voor een andere staat) 1 Het bevoegd gezag verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere staat een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met de daarbij behorende gegevens als: a. die activiteit aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu in die staat kan veroorzaken; of b. die staat vanwege mogelijke aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu daarom verzoekt. 2 Het afschrift en de daarbij behorende gegevens worden verstrekt op het moment waarop op grond van: a. artikel 16.57 van de wet kennis wordt gegeven van de aanvraag; of b. artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbesluit met de daarbij behorende stukken ter inzage wordt gelegd. 3 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een winningsafvalvoorziening categorie A als bedoeld in, die aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een andere staat, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in die andere staat, wordt dit overleg vermeld in de kennisgeving, bedoeld in. 4 artikel 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving Als de aanvraag betrekking heeft op het produceren en leveren van teruggewonnen water, bedoeld in, wordt informatie uitgewisseld als bedoeld in de artikelen 6, vierde lid, en 8, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater. 5 Nadat het besluit is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat besluit aan de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties van die andere staat. 2025 373 20-11-2025 11-11-2025 2025 442 22-12-2025 17-12-2025 30-12-2025
Artikel 10.22a0 — Artikel 10.22a0 (informatie omgevingsvergunning milieubelastende activiteit bij afwijking circulair materialenplan)#
Artikel 10.22a0 (informatie omgevingsvergunning milieubelastende activiteit bij afwijking circulair materialenplan) artikel 8.9, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 10.3 van de Wet milieubeheer Het bevoegd gezag dat bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit bij de toepassing vanin een ontwerpbesluit of besluit afwijkt van het geldende circulair materialenplan, bedoeld in, verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een afschrift van dat ontwerpbesluit of besluit binnen een week na de dag waarop: a. artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbesluit op grond vanter inzage is gelegd; of b. het besluit is bekendgemaakt. 2025 373 20-11-2025 11-11-2025 2025 442 22-12-2025 17-12-2025 30-12-2025
Artikel 10.22a — Artikel 10.22a (informatie omgevingsvergunning cultureel erfgoed)#
Artikel 10.22a (informatie omgevingsvergunning cultureel erfgoed) 1 Het bevoegd gezag verstrekt binnen een week na de dag waarop een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit is verleend een afschrift van de vergunning aan het college van burgemeester en wethouders en aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2 artikel 2.34, vierde lid, van de wet Het bevoegd gezag verstrekt binnen een week na de dag waarop een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld inis verleend die van invloed is op het karakter van dat stads- of dorpsgezicht, een afschrift van de vergunning aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.23 — Artikel 10.23 (termijnstelling in omgevingsvergunning)#
Artikel 10.23 (termijnstelling in omgevingsvergunning) 1 In een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een tijdelijk bouwwerk wordt bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning gestelde termijn van ten hoogste vijftien jaar, verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand te hebben hersteld. 2 Als de in de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit bepaalde termijn korter is dan vijftien jaar, kan die termijn worden verlengd tot ten hoogste vijftien jaar. 3 In een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt bepaald dat die geldt: a. voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste een jaar, binnen een periode die loopt van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende jaar; of b. wet als dat eerder is, tot het tijdstip waarop een rechterlijke uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd waarbij de bevoegdheid tot het gebruik van een geweer ter uitvoering van deis ontzegd. 4 In een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit wordt bepaald dat die geldt: a. voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste vijf jaar, binnen een periode die loopt van 1 april tot 1 april van het vijfde daaropvolgende jaar; of b. wet als dat eerder is, tot het tijdstip waarop een rechterlijke uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd waarbij de bevoegdheid tot het gebruik van een roofvogel ter uitvoering van deis ontzegd. 5 artikel 8.74u 8.74x van het Besluit kwaliteit leefomgeving Als toepassing wordt gegeven aanofen een omgevingsvergunning aan niet in Nederland woonachtige personen wordt verleend, wordt in de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en in de omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit bepaald dat die geldt voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste zes opeenvolgende in de vergunning vermelde dagen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.24 — Artikel 10.24 (voorbereidingsprocedure omgevingsvergunning)#
Artikel 10.24 (voorbereidingsprocedure omgevingsvergunning) 1 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om, wijziging van of intrekking van een omgevingsvergunning, als de aanvraag, wijziging of intrekking geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de volgende activiteiten: a. artikel 4.32, eerste lid, onder a of b een rijksmonumentenactiviteit als het gaat om een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in; b. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie, bedoeld in; c. artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in; d. artikel 3.63, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het vergassen en vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, bedoeld in; e. artikel 3.84, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalstoffenvoorziening, bedoeld in; f. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk voor het lozen van afvalwater afkomstig van een ippc-installatie, bedoeld in; g. artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk voor het lozen van afvalwater afkomstig van een Seveso-inrichting, bedoeld in; h. artikel 3.16, tweede lid 3.42, tweede lid 3.108 3.141 3.149 3.286, derde lid 3.301, tweede lid 6.55, eerste lid, onder c 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving een lozingsactiviteit als bedoeld in,,,,,,,, of; i. artikel 7.62 van het Besluit activiteiten leefomgeving een stortingsactiviteit als bedoeld in; j. een Natura 2000-activiteit; of k. een wateractiviteit anders dan bedoeld in de onderdelen f tot en met i, met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit, als die betrekking heeft op: 1°. een ippc-installatie; of 2°. een Seveso-inrichting. 2 Erfgoedwet Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder a, als die activiteit alleen wordt verricht voor archeologisch vooronderzoek voor zover dit bestaat uit booronderzoek, proefputtenonderzoek, proefsleuvenonderzoek, of, bij cultureel erfgoed onder water, het nemen van materiaalmonsters of het meenemen van een archeologische vondst als bedoeld in de. 3 Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder d, als die activiteit alleen of voornamelijk wordt uitgevoerd voor onderzoek, ontwikkeling en het testen van nieuwe methoden of producten gedurende minder dan twee jaar, tenzij aannemelijk is dat de activiteit significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu. 4 Dit artikel is niet van toepassing op een wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, en k, onder 1°, als die wijziging naar het oordeel van het bevoegd gezag geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is voor het eerste lid, onderdeel e, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.25 — Artikel 10.25 Awb (toepassing coördinatieregeling)#
Artikel 10.25 Awb (toepassing coördinatieregeling) 1 artikel 16.7, eerste lid, onder a, van de wet artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In een geval als bedoeld inis coördinerend bestuursorgaan als bedoeld inhet bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning of wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor de andere activiteit of activiteiten dan wateractiviteiten. 2 artikel 16.7, eerste lid, onder b, van de wet artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld in, is coördinerend bestuursorgaan als bedoeld inhet bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning of wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, respectievelijk dat bevoegd is die voorschriften ambtshalve te wijzigen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.26 — Artikel 10.26 (intrekking gedoogplichtbeschikking)#
Artikel 10.26 (intrekking gedoogplichtbeschikking) Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een gedoogplichtbeschikking. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.26a — Artikel 10.26a afdeling 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (toepassing)#
Artikel 10.26a afdeling 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (toepassing) artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 3.74, eerste lid 3.75, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Met toepassing vanisniet van toepassing op de beslissing op een aanvraag om aanwijzing als certificatie-instelling en de beslissing op een aanvraag om aanwijzing van een certificatieschema als bedoeld in de, en. 2020 348 25-09-2020 14-09-2020 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 10.26b — Artikel 10.26b (aanvraagvereisten)#
Artikel 10.26b (aanvraagvereisten) 1 artikel 3.76 van het Besluit kwaliteit leefomgeving De aanvrager verstrekt bij de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen als bedoeld inde bij ministeriële regeling aangewezen gegevens en bescheiden. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden hoeven niet te worden verstrekt voor zover de toelatingsorganisatie al over die gegevens of bescheiden beschikt. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.26c — Artikel 10.26c afdeling 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (toepassing)#
Artikel 10.26c afdeling 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (toepassing) artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3.76 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Met toepassing vanisniet van toepassing op de beslissing op de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen als bedoeld in. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.26d — Artikel 10.26d (registratie instrumentaanbieders)#
Artikel 10.26d (registratie instrumentaanbieders) artikel 7ad 7ae 7af 7ag van de Woningwet artikel 7ai, eerste lid, van die wet De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na de datum waarop een beschikking als bedoeld in,,ofis gegeven in het register, bedoeld inop: a. de datum van de beschikking tot toelating van het instrument, de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de instrumentaanbieder, en het nummer van inschrijving van de instrumentaanbieder in het handelsregister; b. de naam van het toegelaten instrument, met vermelding van de gevolgklassen en de type bouwwerken waarop het instrument is gericht; c. de datum van de aan de instrumentaanbieder gegeven waarschuwing en de datum en de termijn van de schorsing of intrekking van de toelating van een instrument met vermelding van de reden voor de waarschuwing, schorsing of intrekking. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.26e — Artikel 10.26e (registratie kwaliteitsborgers)#
Artikel 10.26e (registratie kwaliteitsborgers) 1 artikel 7ah, eerste lid, van de Woningwet artikel 7ai, eerste lid, van die wet De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na ontvangst daarvan de gegevens, bedoeld in, op in het register, bedoeld in. 2 Bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan de toelatingsorganisatie vermeldt de instrumentaanbieder: a. de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de kwaliteitsborger en het nummer van inschrijving van de kwaliteitsborger in het handelsregister; b. vermelding van de gevolgklasse en de type bouwwerken waarop de toestemming is gericht; c. voor zover van toepassing: 1°. de reden voor de waarschuwing en de datum waarop de waarschuwing is gegeven; 2°. de reden voor de schorsing en de datum en de termijn van de schorsing; en 3°. de reden voor de intrekking en de datum van de intrekking. 2022 145 13-04-2022 04-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.27 — Artikel 10.27 (gegevensverstrekking externe veiligheidsrisico’s)#
Artikel 10.27 (gegevensverstrekking externe veiligheidsrisico’s) artikel 11.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 11.2 11.3 11.4 11.6 11.7 van dat besluit De bestuursorganen, bedoeld in, verstrekken de gegevens over externe veiligheid, bedoeld in de,,,en, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: a. artikelen 5.23 5.26 5.31 van dat besluit bijlage VII, onder A, B, D, onder 1, en E, bij dat besluit artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet als het gaat om een activiteit met externe veiligheidsrisico’s als bedoeld in de,,of, of waarvoor een vergunning is verleend op grond van, onverwijld na: 1°. artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet de inwerkingtreding van een besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of een vergunning als bedoeld in; 2°. Besluit activiteiten leefomgeving de ontvangst van een melding op grond van het; 3°. Besluit activiteiten leefomgeving de ontvangst van de informatie inhoudende dat niet binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht aan de in hetvoor die activiteit bepaalde afstand is voldaan; of 4°. een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of een uitspraak van de Voorzitter van die Afdeling over een besluit als bedoeld onder 1° of een melding als bedoeld onder 2°; en b. bijlage VI bij het Besluit kwaliteit leefomgeving voor locaties van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties als bedoeld inonverwijld na: 1°. de inwerkingtreding van een besluit tot vaststelling van een omgevingsplan; 2°. de inwerkingtreding van een besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning; of 3°. een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of een uitspraak van de Voorzitter van die Afdeling, over een besluit als bedoeld onder 1° of 2°. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.27a — Artikel 10.27a (overgangsrecht gegevensverstrekking externe veiligheidsrisico’s)#
Artikel 10.27a (overgangsrecht gegevensverstrekking externe veiligheidsrisico’s) artikel 10.27 Als een activiteit al rechtmatig wordt verricht op het tijdstip van inwerkingtreding van, dan geldt de verplichting om gegevens te verstrekken, bedoeld in de aanhef van dat artikel, met ingang van 1 januari 2025. De gegevens worden onverwijld verstrekt. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.28 — Artikel 10.28 (gegevensverstrekking domino-effecten Seveso-inrichting)#
Artikel 10.28 (gegevensverstrekking domino-effecten Seveso-inrichting) artikel 4.5, eerste lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 4.13 van dat besluit Wanneer het bevoegd gezag beschikt over gegevens als bedoeld in, die niet zijn verstrekt door degene die de Seveso-inrichting exploiteert, worden die gegevens beschikbaar gesteld aan degene die de Seveso-inrichting exploiteert voor zover dit nodig is voor de toepassing van. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.28a — Artikel 10.28a (gegevensverstrekking veiligheid primaire waterkeringen)#
Artikel 10.28a (gegevensverstrekking veiligheid primaire waterkeringen) artikel 11.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt voor elke primaire waterkering waarover het het beheer heeft een verslag over de algemene waterstaatkundige toestand als bedoeld in, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.29 — Artikel 10.29 (verstrekking en publicatie gegevens over luchtkwaliteit)#
Artikel 10.29 (verstrekking en publicatie gegevens over luchtkwaliteit) 1 artikel 5.51, tweede of derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.22, eerste en tweede lid, van dat besluit Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, waarvan het grondgebied ligt in een aandachtsgebied dat is aangewezen in, en gedeputeerde staten van de provincie waarvan het grondgebied in dat gebied ligt, verstrekken de gegevens, bedoeld in, jaarlijks uiterlijk op 31 mei aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2 artikel 11.22, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt jaarlijks uiterlijk op 31 maart de gegevens, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 3 artikelen 2.3 tot en met 2.8a van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december een verslag van de resultaten van de monitoring van de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de, elektronisch beschikbaar. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 200 26-04-2021 05-03-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.30 — Artikel 10.30 (beschikbaar stellen informatie over emissies)#
Artikel 10.30 (beschikbaar stellen informatie over emissies) artikel 11.21, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de nationale emissie-inventarissen en nationale emissieprognoses, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.31 — Artikel 10.31 (bekendmaking tijdelijke regels bij luchtverontreiniging)#
Artikel 10.31 (bekendmaking tijdelijke regels bij luchtverontreiniging) artikel 19.12, eerste of derde lid, van de wet De commissaris van de Koning maakt een besluit met regels over het gebruik van installaties of brandstoffen en over andere verontreinigende activiteiten als bedoeld in, via de media en langs elektronische weg bekend. Van het besluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in het provinciaal blad, onder vermelding van het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.32 — Artikel 10.32 (beschikbaar stellen monitoringsprogramma)#
Artikel 10.32 (beschikbaar stellen monitoringsprogramma) artikel 11.28 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Een monitoringsprogramma als bedoeld inwordt elektronisch beschikbaar gesteld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.33 — Artikel 10.33 (gegevensverstrekking opstellen stroomgebiedsbeheerplannen)#
Artikel 10.33 (gegevensverstrekking opstellen stroomgebiedsbeheerplannen) artikel 11.35 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken de door hen verzamelde gegevens die nodig zijn voor het opstellen van stroomgebiedsbeheerplannen, bedoeld in, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, uiterlijk op de volgende tijdstippen: a. 22 juni 2026 en 22 juni 2027; en b. om de zes jaar na de tijdstippen, bedoeld onder a. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.33a — Artikel 10.33a (gegevensverstrekking resultaten analyses en beoordeling kaderrichtlijn water)#
Artikel 10.33a (gegevensverstrekking resultaten analyses en beoordeling kaderrichtlijn water) artikel 11.36 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het gemeentebestuur, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk op 22 juni 2025 en vervolgens om de zes jaar de resultaten van de analyses en beoordeling, bedoeld in, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.33b — Artikel 10.33b (gegevensverstrekking voortgang uitvoering van maatregelen)#
Artikel 10.33b (gegevensverstrekking voortgang uitvoering van maatregelen) artikel 11.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk op 22 juni 2024 en vervolgens om de zes jaar de gegevens over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in, elektronisch aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.34 — Artikel 10.34 (gegevensverstrekking beschermde gebieden kaderrichtlijn water)#
Artikel 10.34 (gegevensverstrekking beschermde gebieden kaderrichtlijn water) artikel 11.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten en Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekken zo spoedig mogelijk na gegevensverzameling, de als gegevens verzamelde beschermde gebieden, bedoeld in, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.35 — Artikel 10.35 (verstrekking en publicatie gegevens inzameling, transport en behandeling stedelijk afvalwater en afvoer slib)#
Artikel 10.35 (verstrekking en publicatie gegevens inzameling, transport en behandeling stedelijk afvalwater en afvoer slib) 1 artikel 11.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het bevoegd gezag dat de zorg heeft voor een zuiveringtechnisch werk verstrekt de gegevens over de stand van zaken van de inzameling, het transport en de behandeling van stedelijk afvalwater en de afvoer van slib, bedoeld in, vier maanden na ontvangst van een verzoek daartoe aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2 artikel 11.42 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt elke twee jaar het verslag van de gegevens over de stand van zaken van de inzameling, het transport en de behandeling van stedelijk afvalwater en de afvoer van slib, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.36 — Artikel 10.36 (beschikbaar stellen verslagen kaderrichtlijn water)#
Artikel 10.36 (beschikbaar stellen verslagen kaderrichtlijn water) artikel 3.7 van de wet artikel 3.8, tweede lid, van de wet artikel 3.9, tweede lid, onder e, van de wet Het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen aan het eind van de looptijd van een waterbeheerprogramma als bedoeld in, een regionaal waterprogramma als bedoeld inrespectievelijk het nationale waterprogramma, bedoeld in, elektronisch beschikbaar: a. artikelen 2.10 2.11 2.13 2.14 2.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een verslag over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor waterkwaliteit, bedoeld in de,,,en; en b. artikel 11.41 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.27 van dat besluit een verslag als bedoeld inover de resultaten van de monitoring van de andere parameters, bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36aa — Artikel 10.36aa (gegevensverstrekking verordening hergebruik stedelijk afvalwater)#
Artikel 10.36aa (gegevensverstrekking verordening hergebruik stedelijk afvalwater) Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens waarover zij beschikken die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater. 2023 424 05-12-2023 08-11-2023 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024
Artikel 10.36a — Artikel 10.36a (rapportages vogelrichtlijn en habitatrichtlijn)#
Artikel 10.36a (rapportages vogelrichtlijn en habitatrichtlijn) 1 Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over: a. door gedeputeerde staten of provinciale staten genomen besluiten of getroffen maatregelen ter uitvoering van de vogelrichtlijn en van de habitatrichtlijn; en b. de staat van instandhouding van: 1°. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende vogelsoorten; en 2°. de natuurlijke habitats, de habitats van soorten en de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen I, II, IV en V bij de habitatrichtlijn. 2 De gegevens worden verstrekt ten behoeve van: a. de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de vogelrichtlijn en artikel 4, eerste lid, in samenhang met artikel 11 van de habitatrichtlijn; b. de verslaglegging, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de vogelrichtlijn en artikel 16, tweede lid, van de habitatrichtlijn; en c. de verslaglegging, bedoeld in artikel 12 van de vogelrichtlijn en artikel 17 van de habitatrichtlijn. 3 Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de gegevens, bedoeld in de artikelen 7, vierde lid, laatste zin, en 10, tweede lid, van de vogelrichtlijn, aan de Europese Commissie. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36b — Artikel 10.36b (melding compenserende maatregelen Natura 2000-gebieden aan Europese Commissie)#
Artikel 10.36b (melding compenserende maatregelen Natura 2000-gebieden aan Europese Commissie) 1 artikel 8.74b, tweede lid, onder c 10.24, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of voor de vaststelling van een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn meldt gegevens over de compenserende maatregelen, bedoeld in, of, aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof. 2 Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36c — Artikel 10.36c (rapportage uitvoering invasieve-exoten-basisverordening)#
Artikel 10.36c (rapportage uitvoering invasieve-exoten-basisverordening) 1 bijlage VC bij het Besluit kwaliteit leefomgeving Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof uiterlijk op 1 juni 2025, en daarna steeds na zes jaar, gegevens over de uitvoering van de maatregelen voor de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve exoten van de ingenoemde soorten. 2 De door gedeputeerde staten verstrekte gegeven hebben betrekking op: a. de aard en de doeltreffendheid van de getroffen maatregelen en de gevolgen van deze maatregelen voor niet-doelsoorten; b. de maatregelen die zijn getroffen om het publiek te informeren over de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten en over acties die burgers verzocht worden te ondernemen; en c. als deze gegevens aanwezig zijn: de kostprijs van de onder a en b bedoelde maatregelen. 3 Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36d — Artikel 10.36d (rapportage aan Tweede en Eerste Kamer over natuurnetwerk Nederland)#
Artikel 10.36d (rapportage aan Tweede en Eerste Kamer over natuurnetwerk Nederland) 1 Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland. 2 Onze Minister voor Natuur en Stikstof informeert op basis van de gegevens van gedeputeerde staten de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36da — Artikel 10.36da (gegevensverstrekking over programma stikstofreductie en natuurverbetering)#
Artikel 10.36da (gegevensverstrekking over programma stikstofreductie en natuurverbetering) 1 artikel 11.69, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, verstrekken de gegevens, bedoeld in, elke twee jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof. 2 artikelen 3.8, derde lid 3.9, derde lid, van de wet artikel 11.69, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving De bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van het beheerplan, bedoeld in de, en, verstrekken de gegevens, bedoeld in, elke zes jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36db — Artikel 10.36db (gegevensverstrekking gebiedsgerichte uitwerking programma stikstofreductie en natuurverbetering)#
Artikel 10.36db (gegevensverstrekking gebiedsgerichte uitwerking programma stikstofreductie en natuurverbetering) artikel 11.69b van het Besluit kwaliteit leefomgeving Uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervolgens steeds zo spoedig mogelijk na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekken gedeputeerde staten de gegevens, bedoeld in, aan die Minister. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36dc — Artikel 10.36dc (rapportage aan Tweede en Eerste Kamer over programma stikstofreductie en natuurverbetering)#
Artikel 10.36dc (rapportage aan Tweede en Eerste Kamer over programma stikstofreductie en natuurverbetering) Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt aan de beide Kamers der Staten-Generaal de volgende verslagen met de volgende frequentie: a. elk jaar: 1°. artikel 11.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het verslag over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor stikstofdepositie, bedoeld in; en 2°. artikel 11.69c, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het verslag over de mate waarin wordt voldaan aan de tussentijdse doelstellingen om tijdig aan die omgevingswaarden te voldoen, bedoeld in; b. artikel 11.69c, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving elke twee jaar: het verslag over de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, bedoeld in; en c. artikel 11.69c, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving elke zes jaar: het verslag over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, bedoeld in. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.36dd — Artikel 10.36dd (publicatie gegevens stikstofdepositieruimte)#
Artikel 10.36dd (publicatie gegevens stikstofdepositieruimte) paragraaf 10.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het bestuursorgaan dat voornemens is om een wettelijk voorschrift of beleidsregel vast te stellen als een maatregel die leidt tot het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, of stikstofdepositieruimte opneemt in AERIUS Register overeenkomstig, geeft op elektronische wijze kennis daarvan. 2025 165 23-06-2025 16-06-2025 2025 165 23-06-2025 16-06-2025 01-07-2025
Artikel 10.36e — Artikel 10.36e (verstrekking gegevens verzekering jachtgeweer)#
Artikel 10.36e (verstrekking gegevens verzekering jachtgeweer) artikel 11.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.78 van het Besluit activiteiten leefomgeving De korpschef verstrekt op verzoek gegevens uit de gegevensverzameling, bedoeld in, over de nakoming van een verzekering als bedoeld in, aan: a. Onze Minister voor Natuur en Stikstof en Onze Minister van Justitie en Veiligheid; b. wet de personen belast met de opsporing van strafbaar gestelde feiten wegens handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de; en c. artikel 8.4 van de wet hen die aannemelijk maken dat zij zijn betrokken bij schade die grond kan opleveren voor toepassing van. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.37 — Artikel 10.37 (gegevensverstrekking zwemlocaties)#
Artikel 10.37 (gegevensverstrekking zwemlocaties) Het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap verstrekt jaarlijks uiterlijk op 31 oktober over elke zwemlocatie waarover het het beheer heeft in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: a. artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het verslag van de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarde voor een zwemlocatie, bedoeld in; b. artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de uitkomst van de beoordeling van de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarde voor een zwemlocatie, bedoeld in, uitgevoerd in overeenstemming met de bij ministeriële regeling gestelde regels; en c. artikelen 3.7 tot en met 3.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een beschrijving van de belangrijkste getroffen beheersmaatregelen, bedoeld in de. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.38 — Artikel 10.38 (beschikbaar stellen verslag monitoring omgevingswaarde kwaliteit zwemlocatie)#
Artikel 10.38 (beschikbaar stellen verslag monitoring omgevingswaarde kwaliteit zwemlocatie) artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt een verslag van de resultaten van de monitoring van de omgevingswaarde voor zwemlocaties, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.39 — Artikel 10.39 (beschikbaar stellen informatie over zwemlocaties)#
Artikel 10.39 (beschikbaar stellen informatie over zwemlocaties) 1 Gedeputeerde staten lichten het publiek gedurende het badseizoen voor over: a. de indeling van de zwemlocaties in klassen, bedoeld in bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn, de ingestelde negatieve zwemadviezen en opgelegde zwemverboden; b. de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van zwemmers: 1°. artikel 3.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving als zich een overmatige groei van cyanobacteriën of een neiging tot overmatige groei van macroalgen of marien fytoplankton voordoet en gedeputeerde staten een gezondheidsrisico vaststellen of vermoeden als bedoeld in; 2°. artikel 11.44, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving als sprake is van een zwemwaterverontreiniging als bedoeld in; en 3°. als sprake is van onverwachte situaties die negatieve gevolgen hebben of redelijkerwijs kunnen hebben op de kwaliteit van de zwemlocatie en op de gezondheid van zwemmers; c. artikel 3.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de getroffen zwemwaterbeheersmaatregelen, bedoeld in, als dat naar hun oordeel nodig is; en d. artikel 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in, als de uitkomsten niet leiden tot een negatief zwemadvies of een zwemverbod. 2 Gedeputeerde staten geven in de nabijheid van een zwemlocatie op passende wijze voorlichting, via de media en langs elektronische weg, zodra de informatie beschikbaar is. 3 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, bestaat de voorlichting in ieder geval uit: a. het plaatsen van een bord in de nabijheid van de zwemlocatie op een zichtbare en gemakkelijk toegankelijke plaats met de informatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de zwemwaterrichtlijn; en b. het verspreiden van de informatie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de zwemwaterrichtlijn via internet, zo nodig ook in andere talen. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 532 22-12-2020 07-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.39a — Artikel 10.39a (gegevensverstrekking industrieterreinen)#
Artikel 10.39a (gegevensverstrekking industrieterreinen) 1 artikel 2.12a, eerste lid, van de wet Degene die op een industrieterrein een activiteit anders dan het wonen verricht, verstrekt op verzoek van de gemeenteraad, of provinciale staten alswordt toegepast, gegevens over het geluid door die activiteit voor de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde voor het industrieterrein. 2 Het eerste lid geldt niet voor: a. Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013 informatie die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het); en b. Ar,LT tabel 5.65.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving informatie over het geluid door een activiteit waarvoor het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lvan het geluid op een afstand van 30 m van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in, verminderd met 5 dB. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.39b — Artikel 10.39b (gegevensverstrekking windturbines, windparken, civiele en militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen op industrieterreinen)#
Artikel 10.39b (gegevensverstrekking windturbines, windparken, civiele en militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen op industrieterreinen) artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f of g Als dat nodig is om aan de verplichting van een bestuursorgaan tot gegevensverstrekking, bedoeld in, te voldoen, verstrekt degene die een activiteit als bedoeld in die onderdelen verricht, op verzoek van dat bestuursorgaan gegevens over het geluid door die activiteit. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.39c — Artikel 10.39c (gegevensverstrekking luchthavens)#
Artikel 10.39c (gegevensverstrekking luchthavens) artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder e Als dat nodig is om aan de verplichting tot gegevensverstrekking, bedoeld in, te voldoen, verstrekt degene die een luchthaven exploiteert, op verzoek van gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gegevens over het geluid door die luchthaven. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.40 — Artikel 10.40 (verstrekking en publicatie gegevens over belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens)#
Artikel 10.40 (verstrekking en publicatie gegevens over belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens) 1 artikel 11.49, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Gedeputeerde staten verstrekken elke vijf jaar uiterlijk op 31 maart de gegevens, bedoeld in, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat publiceert elke vijf jaar uiterlijk op 29 juni in de Staatscourant: a. de door gedeputeerde staten verstrekte gegevens; en b. artikel 11.49, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de gegevens, bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.41 — Artikel 10.41 (gegevensverstrekking door beheerder geluidbron voor geluidbelastingkaart)#
Artikel 10.41 (gegevensverstrekking door beheerder geluidbron voor geluidbelastingkaart) 1 artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet Degene die een geluidbron beheert, verstrekt op verzoek van het bestuursorgaan dat is belast met de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in, alle gevraagde gegevens voor zover dat bestuursorgaan daar zelf geen toegang toe heeft. 2 De gegevens worden binnen drie maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen verstrekt, of, wanneer de gevraagde gegevens nog niet beschikbaar zijn, onverwijld nadat die beschikbaar zijn gekomen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.42 — Artikel 10.42 (gegevensverstrekking door bestuursorganen voor geluidbelastingkaart)#
Artikel 10.42 (gegevensverstrekking door bestuursorganen voor geluidbelastingkaart) artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet Als dat nodig is voor de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in, verstrekken bestuursorganen elkaar op verzoek alle gevraagde gegevens voor zover het verzoekende bestuursorgaan daar geen toegang toe heeft. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.42a — Artikel 10.42a (gegevensverstrekking geluidregister)#
Artikel 10.42a (gegevensverstrekking geluidregister) 1 De volgende bestuursorganen verstrekken de volgende gegevens op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat binnen de daarbij aangegeven termijn: a. artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 1°, onder 3° tot en met 5° en onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in, binnen vier weken na bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde; b. artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in, op de dag van bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde; c. artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 6° en 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de beheerder, bedoeld in, verstrekken de gegevens, bedoeld in, over een kalenderjaar voor 18 juli van het daarop volgende jaar; d. artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 1°, 2°, 3° en 6°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in, binnen vier weken: 1°. artikel 11.46, derde lid, van dat besluit na het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in; 2°. artikel 3.27, zesde lid, van dat besluit nadat toepassing is gegeven aan; en 3°. artikel 3.27, eerste lid, onder b, van dat besluit nadat hun besluit tot aanleg van een weg of spoorweg als bedoeld inis genomen; e. artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 4° en 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 10.42c, eerste lid, onder b het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in, binnen vier weken na het uiterste tijdstip, bedoeld in; f. artikel 11.52, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld inbinnen vier weken na de bekendmaking van hun luchthavenbesluit; g. artikel 11.52, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein; en h. artikel 11.52, eerste lid, onder e, van het Besluit kwaliteit leefomgeving het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein. 2 De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, verstrekken onverwijld gecorrigeerde gegevens nadat is gebleken dat eerder door hen verstrekte gegevens onjuist zijn. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.42b — Artikel 10.42b (verstrekking en publicatie verslag monitoring geluidproductieplafonds)#
Artikel 10.42b (verstrekking en publicatie verslag monitoring geluidproductieplafonds) 1 artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.44 van dat besluit Voor industrieterreinen in een gemeente die niet ligt in een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie, doet het college van burgemeester en wethouders voor 18 juli 2029 en daarna elke vijf jaar verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in. Het verslag bevat daarnaast: a. artikel 2.11a van de wet artikel 3.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een overzicht van de op grond vanvastgestelde geluidproductieplafonds waarbij toepassing is gegeven aan; b. een beschrijving van de ontwikkelingen van het bronbeleid en andere relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de geluidproductieplafonds als bedoeld onder a; c. een motivering of de ontwikkelingen, bedoeld onder b, aanleiding geven tot intrekking of wijziging van geluidproductieplafonds als bedoeld onder a; d. artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de conclusies naar aanleiding van de resultaten van de monitoring, bedoeld in; en e. artikel 3.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een overzicht van de maatregelen die naar verwachting de komende vijf jaar nodig zijn om te voldoen aan de resultaatsverplichting, bedoeld in. 2 artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.44 van dat besluit Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat doet jaarlijks verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in. 3 artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 3.44 van dat besluit De beheerder, bedoeld in, doet jaarlijks aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in. 4 artikel 3.46, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.45 van dat besluit Als toepassing is gegeven aan, doen het college van burgemeesters en wethouders en gedeputeerde staten elk jaar voor 18 juli voor de betrokken geluidproductieplafonds verslag van de monitoring, bedoeld in. 5 Het verslag van de monitoring wordt voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.42c — Artikel 10.42c (verstrekking en publicatie verslag monitoring geluid wegen en spoorwegen met basisgeluidemissie)#
Artikel 10.42c (verstrekking en publicatie verslag monitoring geluid wegen en spoorwegen met basisgeluidemissie) 1 Het college van burgemeester en wethouders doet aan de gemeenteraad en het dagelijks bestuur van een waterschap doet aan het algemeen bestuur van het waterschap: a. artikel 11.46, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving uiterlijk op het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in, verslag van de waarde van de basisgeluidemissie, bedoeld in dat artikel; en b. artikel 11.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving uiterlijk op 18 juli 2029 en vervolgens elke vijf jaar uiterlijk op 18 juli verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in. 2 Het verslag, bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat ten minste: a. artikel 3.28 van het Besluit kwaliteit leefomgeving de afweging van geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor gebouwen als bedoeld in; b. artikel 3.52, eerste lid, onder a of b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een overzicht van de geluidgevoelige gebouwen waarvoor op grond vaneen besluit over het treffen van geluidwerende maatregelen wordt genomen; en c. de wijzigingen van de basisgeluidemissie ten opzichte van het vorige verslag. 3 Het verslag van de waarde van de basisgeluidemissie en het verslag van de resultaten van de monitoring worden voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.42c1 — Artikel 10.42c1 (beschikbaar stellen eindonderzoek bodem)#
Artikel 10.42c1 (beschikbaar stellen eindonderzoek bodem) 1 artikel 5.4, aanhef en onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving Als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld als bedoeld in, stelt het bevoegd gezag voor het publiek relevante informatie daarover elektronisch beschikbaar. 2 De gegevens worden pas beschikbaar gesteld nadat de juistheid van die gegevens deugdelijk is vastgesteld. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 Voorheen art. 10.47.
Artikel 10.42c2 — Artikel 10.42c2 (gegevensverstrekking stortplaatsen voor baggerspecie op land)#
Artikel 10.42c2 (gegevensverstrekking stortplaatsen voor baggerspecie op land) artikelen 3.84, eerste lid, aanhef en onder a en b 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 8.62n, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Het bevoegd gezag voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen of het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats, bedoeld in de, en, verstrekt, voor zover op de stortplaats alleen baggerspecie wordt gestort en de stortplaats niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam, een afschrift van de resultaten, bedoeld in, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 Voorheen art. 10.47a.
Artikel 10.42c3 — Artikel 10.42c3 (gegevensverstrekking uitzondering havenafvalplan)#
Artikel 10.42c3 (gegevensverstrekking uitzondering havenafvalplan) afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 4.685b van dat besluit Wanneer het bevoegd gezag, bedoeld in, beschikt over gegevens als bedoeld in, stelt het die gegevens beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.42d — Artikel 10.42d (elektronisch indienen PRTR-verslag)#
Artikel 10.42d (elektronisch indienen PRTR-verslag) Een PRTR-verslag wordt ingediend met gebruikmaking van een elektronisch formulier. Het formulier wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar gesteld op e-mjv.nl. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.43 — Artikel 10.43 (gegevensverstrekking PRTR; uitstel verklaring PRTR-verslag)#
Artikel 10.43 (gegevensverstrekking PRTR; uitstel verklaring PRTR-verslag) artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.57, derde lid, van dat besluit Het bestuursorgaan, bedoeld in, doet van het uitstel van de afgifte van de verklaring, bedoeld in, uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar, schriftelijk mededeling aan degene die de activiteit, bedoeld in bijlage I bij de PRTR-verordening, verricht. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.44 — Artikel 10.44 artikel 5.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving (gegevensverstrekking PRTR; gegevens als bedoeld in)#
Artikel 10.44 artikel 5.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving (gegevensverstrekking PRTR; gegevens als bedoeld in) 1 artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving Het bestuursorgaan, bedoeld in, verstrekt de gegevens, bedoeld in, na de kwaliteit daarvan te hebben beoordeeld, telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar in elektronische vorm aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: a. artikel 11.57, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.10 5.12 5.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving op gegevens waarover het bestuursorgaan op grond vanheeft verklaard dat ze niet aan,ofvoldoen; of b. artikel 11.58 van het Besluit kwaliteit leefomgeving als het bestuursorgaan op grond vanheeft verklaard dat geen PRTR-verslag is ingediend. 3 In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, meldt het bestuursorgaan aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat dat een verklaring als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a of onder b, is afgegeven, uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar of, als dat eerder is, zodra die verklaring in werking is getreden. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.45 — Artikel 10.45 (gegevensverstrekking PRTR; handelwijze bij geheimhouden gegevens)#
Artikel 10.45 (gegevensverstrekking PRTR; handelwijze bij geheimhouden gegevens) 1 artikel 11.56 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 11.60, eerste lid, van dat besluit Als het bestuursorgaan, bedoeld in, op grond vanheeft beslist bepaalde in het PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat te verstrekken, deelt dat bestuursorgaan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat mee: a. welk type informatie geheim is gehouden; en b. artikel 5.1 van de Wet open overheid welke uitzonderingsgrond, bedoeld in, is toegepast. 2 De mededeling bevat een samenvatting van de motivering van de beslissing. 3 bijlage VI bij het Besluit activiteiten leefomgeving Als de mededeling betrekking heeft op het geheimhouden van de naam van een verontreinigende stof, wordt de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen, bedoeld in, waartoe de geheimgehouden verontreinigende stof behoort. 4 artikel 10.44, eerste lid artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In afwijking van, worden gegevens waarvoor een verzoek als bedoeld inis afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat dat besluit in werking is getreden. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.46 — Artikel 10.46 (beschikbaar stellen van gegevens en verklaringen PRTR)#
Artikel 10.46 (beschikbaar stellen van gegevens en verklaringen PRTR) artikel 11.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de gegevens en verklaringen, bedoeld in, uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar per verslagjaar beschikbaar via het PRTR, bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.31a — Artikel 10.31a (beschikbaarstelling elektronisch formulier)#
Artikel 10.31a (beschikbaarstelling elektronisch formulier) artikel 5.24a, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving www.e-mjv.nl Het formulier, bedoeld in, wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar gesteld op. 2024 423 19-12-2024 05-12-2024 2024 424 20-12-2024 12-12-2024 01-01-2025
Artikel 10.31b — Artikel 10.31b (gegevensverstrekking ZZS)#
Artikel 10.31b (gegevensverstrekking ZZS) afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 5.24a, tweede lid, van dat besluit Het bevoegd gezag, bedoeld in, verstrekt de gegevens die verstrekt zijn overeenkomstig, onverwijld aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2024 423 19-12-2024 05-12-2024 2024 424 20-12-2024 12-12-2024 01-01-2025
Artikel 10.48 — Artikel 10.48 (gegevensverstrekking werelderfgoed)#
Artikel 10.48 (gegevensverstrekking werelderfgoed) Een instantie of een bestuursorgaan, aangewezen als siteholder in het managementplan, bedoeld in de Operational guidelines for the implementation of the World Heritage Convention, verstrekt aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op verzoek de gegevens die nodig zijn om te kunnen voldoen aan artikel 29 van het werelderfgoedverdrag. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.49 — Artikel 10.49 (gegevensverstrekking activiteiten die werelderfgoed kunnen aantasten)#
Artikel 10.49 (gegevensverstrekking activiteiten die werelderfgoed kunnen aantasten) 1 artikel 10.48 Als een instantie of een bestuursorgaan als bedoeld inop de hoogte is van een voornemen om een activiteit te verrichten die de uitzonderlijke universele waarde van een werelderfgoed kan aantasten, stelt die instantie of dat bestuursorgaan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarvan zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voordat zich onomkeerbare gevolgen kunnen voordoen, op de hoogte. 2 wet Het eerste lid is ook van toepassing op een ander bestuursorgaan dat is belast met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van deals het werelderfgoed op zijn grondgebied ligt of als de uitoefening van een taak of bevoegdheid de uitzonderlijke universele waarde van een werelderfgoed kan aantasten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.49a — Artikel 10.49a (beschikbaar stellen broeikasgasinventarissen)#
Artikel 10.49a (beschikbaar stellen broeikasgasinventarissen) artikel 11.66, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister voor Klimaat en Energie stelt de broeikasgasinventarissen, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.49b — Artikel 10.49b (doorzenden berichten over maatregelen verduurzaming energiegebruik)#
Artikel 10.49b (doorzenden berichten over maatregelen verduurzaming energiegebruik) artikel 5.15c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.84a, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving Onze Minister voor Klimaat en Energie brengt berichten over maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik die via de elektronische voorziening, bedoeld inen, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag. 2023 215 22-06-2023 19-06-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 10.49c — Artikel 10.49c (doorzenden berichten over emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit)#
Artikel 10.49c (doorzenden berichten over emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit) artikel 18.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat brengt berichten over emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit die via de elektronische voorziening, bedoeld in, zijn ingediend, onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag. 2023 472 18-12-2023 28-11-2023 2024 122 06-05-2024 26-04-2024 2023 472 18-12-2023 28-11-2023 01-07-2024
Artikel 10.49d — Artikel 10.49d (rapportages datacentra)#
Artikel 10.49d (rapportages datacentra) artikel 5.16c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister voor Klimaat en Energie verstrekt de gegevens die via de elektronische voorziening, bedoeld in, openbaar zijn gemaakt, aan de Europese Commissie. 2024 122 06-05-2024 26-04-2024 2024 122 06-05-2024 26-04-2024 07-05-2024
Artikel 10.50 — Artikel 10.50 (overleg, actualisatie en elektronische beschikbaarstelling geluidbelastingkaarten)#
Artikel 10.50 (overleg, actualisatie en elektronische beschikbaarstelling geluidbelastingkaarten) 1 artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet Bij de totstandkoming van een geluidbelastingkaart als bedoeld inoverlegt het bevoegd gezag met de bevoegde autoriteiten van de aangrenzende lidstaten, voor zover die kaart ook betrekking heeft op grensregio’s. 2 Het bevoegd gezag actualiseert een geluidbelastingkaart uiterlijk op 30 juni 2027 en daarna uiterlijk op 30 juni in elk vijfde kalenderjaar na 2027. 3 Het bevoegd gezag stelt een geluidbelastingkaart elektronisch beschikbaar. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.51 — Artikel 10.51 (actualisatie en elektronische beschikbaarstelling kaarten basiskustlijn)#
Artikel 10.51 (actualisatie en elektronische beschikbaarstelling kaarten basiskustlijn) 1 artikel 20.17, eerste lid, onder b, van de wet Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat actualiseert kaarten van de kustlijn als bedoeld inuiterlijk 15 februari 2024 en daarna elke zes jaar. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt kaarten van de kustlijn elektronisch beschikbaar. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10.52 — Artikel 10.52 (overleg, actualisatie en elektronische beschikbaarstelling overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten)#
Artikel 10.52 (overleg, actualisatie en elektronische beschikbaarstelling overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten) 1 artikel 20.17, eerste lid, onder c, van de wet Bij de totstandkoming van overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten als bedoeld inoverleggen gedeputeerde staten met: a. de bevoegde autoriteiten van andere staten in de stroomgebiedsdistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems; en b. het dagelijks bestuur van het waterschap en het college van burgemeester en wethouders als een stroomgebiedsdistrict of een gedeelte daarvan op het grondgebied van het waterschap of die gemeente ligt. 2 Gedeputeerde staten actualiseren de overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten uiterlijk 22 december 2025 en daarna elke zes jaar. 3 artikel 11.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Gedeputeerde staten stellen de overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten, bedoeld in, elektronisch beschikbaar. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.1 — Artikel 11.1 (plan-mer-beoordeling)#
Artikel 11.1 (plan-mer-beoordeling) 1 artikel 16.36, vijfde lid, van de wet Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in, met de bijbehorende motivering op in het plan of programma en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het plan of programma. 2 Artikel 16.36, derde lid, van de wet is niet van toepassing op een plan of programma: a. artikel 16.43, eerste lid, onder a, van de wet dat het kader vormt voor te nemen besluiten voor een project als bedoeld in; of b. artikel 16.43, eerste lid, onder a, van de wet dat het benodigde besluit is voor een project als bedoeld in. 3 artikel 16.36, derde lid, van de wet Een beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten van een plan of programma als bedoeld indat het gebruik bepaalt van kleine gebieden op lokaal niveau vindt alleen plaats als: a. voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is; en b. de omvang van dat gebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is. 4 artikel 16.36, derde lid, van de wet Bij de beoordeling of sprake is van kleine wijzigingen van een plan of programma als bedoeld in, betrekt het bevoegd gezag de context van het plan of programma dat wordt gewijzigd en de mate van waarschijnlijkheid dat de wijzigingen aanzienlijke milieueffecten zullen hebben. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.2 — Artikel 11.2 (advies Commissie voor de milieueffectrapportage)#
Artikel 11.2 (advies Commissie voor de milieueffectrapportage) Uiterlijk op het moment van terinzagelegging van het milieueffectrapport stelt het bevoegd gezag de Commissie voor de milieueffectrapportage in de gelegenheid daarover te adviseren. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.3 — Artikel 11.3 (inhoud plan-MER)#
Artikel 11.3 (inhoud plan-MER) 1 Het milieueffectrapport bevat in ieder geval de volgende informatie: a. een beschrijving van de inhoud van het plan of programma en de redelijke alternatieven, de belangrijkste doelstellingen van het plan of programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s; b. de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd; c. de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het plan of programma aanzienlijk kunnen zijn; d. alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt; e. een beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma; f. een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven, met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten; g. de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren; h. een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis; i. een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen; en j. een niet-technische samenvatting van de op grond van de onderdelen a tot en met i verstrekte informatie. 2 Het milieueffectrapport bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist, ook gelet op de stand van kennis en beoordelingsmethoden en de inhoud van het plan of programma. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.4 — Artikel 11.4 (inhoud plan of programma)#
Artikel 11.4 (inhoud plan of programma) 1 In het plan of programma, waarvoor bij de voorbereiding een milieueffectrapport moet worden gemaakt, vermeldt het bevoegd gezag in ieder geval hoe rekening is gehouden met: a. het milieueffectrapport; en b. het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage. 2 Daarnaast bevat het plan of programma in ieder geval: a. een samenvatting van de milieuoverwegingen die zijn betrokken bij het vaststellen van het plan of programma; b. een samenvatting van de redenen om te kiezen voor het vastgestelde plan of programma, waarbij in ieder geval de in het milieueffectrapport beschreven redelijke alternatieven worden betrokken; en c. de monitoringsmaatregelen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.5 — Artikel 11.5 (monitoring plan-mer)#
Artikel 11.5 (monitoring plan-mer) 1 Het bevoegd gezag monitort de aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma, waarvoor bij de voorbereiding een milieueffectrapport moet worden gemaakt. 2 Het bevoegd gezag kan hiervoor gebruik maken van bestaande monitoring. 3 Het bevoegd gezag stelt de resultaten van de monitoring elektronisch beschikbaar. 4 Het bevoegd gezag treft, als dat naar zijn oordeel nodig is, passende maatregelen om de onvoorziene nadelige milieueffecten zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.6 — Artikel 11.6 (aanwijzen mer-(beoordelings)plichtige projecten)#
Artikel 11.6 (aanwijzen mer-(beoordelings)plichtige projecten) 1 Bijlage V artikel 16.43, eerste lid, onder a, van de wet , kolom 2 in samenhang met kolom 1, bevat de projecten, bedoeld in, die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. 2 Bijlage V artikel 16.43, eerste lid, onder b, van de wet , kolom 3 in samenhang met kolom 1, bevat de projecten, bedoeld in, waarvoor moet worden beoordeeld of zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. 3 artikel 16.43, eerste lid, van de wet Als benodigde besluiten als bedoeld in, die betrekking hebben op de projecten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangewezen: a. artikel 5.44 van de wet een projectbesluit als bedoeld in, met uitzondering van een projectbesluit dat wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van een waterschap; b. artikel 5.55 van de wet het opnemen van regels in een omgevingsplan die zijn gericht op het uitvoeren van een project van publiek belang als bedoeld in; c. bijlage V de besluiten, bedoeld in, kolom 4; en d. artikel 11.8 de besluiten, bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.7 — Artikel 11.7 (bijzonderheden bij aanwijzen mer-(beoordelings)plichtige projecten)#
Artikel 11.7 (bijzonderheden bij aanwijzen mer-(beoordelings)plichtige projecten) 1 bijlage V Voor gevallen die zowel in kolom 2 als in kolom 3 vanzijn aangegeven, wordt bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport gemaakt. 2 artikel 11.6, eerste of tweede lid Bij de vaststelling of sprake is van een project als bedoeld in, wordt het gehele project in beschouwing genomen, met inbegrip van de grensoverschrijdende onderdelen. 3 bijlage V artikel 11.6, eerste lid Projecten als bedoeld in, kolom 2, in samenhang met kolom 1, die alleen of hoofdzakelijk dienen voor het ontwikkelen en beproeven van nieuwe methoden of producten en die niet langer dan twee jaar worden gebruikt, worden in afwijking van, aangemerkt als projecten als bedoeld in artikel 11.6, tweede lid. 4 bijlage V Onder een wijziging of uitbreiding als bedoeld in, kolom 3, wordt ook verstaan: a. een wijziging die betrekking heeft op reconstructie of een andere verandering van aangelegde werken, ingerichte gebieden of bestaande installaties; en b. een uitbreiding die betrekking heeft op het opnieuw in gebruik nemen van aangelegde werken, ingerichte gebieden of bestaande installaties. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.8 — Artikel 11.8 (bijzonderheden bij de besluiten bij mer-(beoordelings)plichtige projecten)#
Artikel 11.8 (bijzonderheden bij de besluiten bij mer-(beoordelings)plichtige projecten) 1 bijlage V hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als in, kolom 4, de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is aangewezen, wordt ook de omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk bedoeld voor zover inis bepaald dat het is verboden om: a. zonder omgevingsvergunning die milieubelastende activiteit te verrichten; en b. zonder omgevingsvergunning afvalwater afkomstig van die activiteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk te lozen. 2 artikel 11.6, derde lid Als geen sprake is van een besluit als bedoeld in, kan het bevoegd gezag een ander besluit aanwijzen dat nodig is voor een project waarvoor moet worden beoordeeld of dat aanzienlijke milieueffecten kan hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van dat besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. 3 artikel 16.43, eerste lid, van de wet bijlage V Als voor een project een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd, wordt die omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit aangemerkt als het besluit, bedoeld in, in plaats van het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan, bedoeld in, kolom 4. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.9 — Artikel 11.9 (regels ontheffing)#
Artikel 11.9 (regels ontheffing) 1 artikel 16.44, tweede lid, van de wet Bij een verzoek om ontheffing als bedoeld inverstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval de volgende gegevens: a. een beschrijving van het voorgenomen project; b. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het project zal worden uitgevoerd; c. de redenen voor het verzoek; en d. een aanduiding van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten. 2 artikel 12 van de Bekendmakingswet Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft op de inbepaalde wijze kennis van: a. artikel 16.44, tweede lid, van de wet de ontheffing, bedoeld in; en b. artikel 16.44, derde lid, van de wet indien van toepassing, de gegevens die zijn verzameld bij een andere vorm van beoordeling van de milieueffecten, bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.10 — Artikel 11.10 (inhoud mededeling voornemen)#
Artikel 11.10 (inhoud mededeling voornemen) 1 artikel 16.45, eerste lid, van de wet Bij een mededeling als bedoeld inverstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1°. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; 2°. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; b. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: 1°. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en 2°. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. 2 Bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, houdt degene die voornemens is het project uit te voeren rekening met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. 3 Bij de mededeling kan een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.11 — Artikel 11.11 (project-mer-beoordeling)#
Artikel 11.11 (project-mer-beoordeling) 1 artikel 16.43, tweede lid, van de wet artikel 11.10 Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na ontvangst van de mededeling de beslissing, bedoeld in, op grond van de informatie, bedoeld in. 2 artikel 16.43, tweede lid, van de wet Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, bedoeld in, met de bijbehorende motivering op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit. 3 In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en b. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1°. artikel 11.10, derde lid de kenmerken en maatregelen, bedoeld in, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2°. het moment waarop die maatregelen moeten zijn uitgevoerd. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.12 — Artikel 11.12 (passende scheiding)#
Artikel 11.12 (passende scheiding) 1 Als het bevoegd gezag degene is die voornemens is het project uit te voeren waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt, zorgt het bevoegd gezag in ieder geval voor een passende scheiding tussen conflicterende functies bij de ambtelijke voorbereiding van het besluit. 2 Het bevoegd gezag legt de wijze waarop het zorg draagt voor een passende scheiding vast in een beschrijving van de werkprocessen en procedures en draagt zorg voor de naleving daarvan. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.13 — Artikel 11.13 (raadpleging reikwijdte en detailniveau)#
Artikel 11.13 (raadpleging reikwijdte en detailniveau) 1 artikel 16.46, eerste lid, van de wet Het bevoegd gezag brengt advies uit over de reikwijdte en het detailniveau, bedoeld in, met inachtneming van de informatie die is verstrekt door degene die voornemens is het project uit te voeren, in het bijzonder over: a. de specifieke kenmerken van het project, waaronder de locatie en de technische capaciteit; en b. de te verwachten milieueffecten van het project. 2 artikel 16.46, eerste lid, van de wet Binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in, brengt het bevoegd gezag advies uit. Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.14 — Artikel 11.14 (advies Commissie voor de milieueffectrapportage)#
Artikel 11.14 (advies Commissie voor de milieueffectrapportage) artikel 16.47, eerste lid, van de wet Als toepassing wordt gegeven aan, stelt het bevoegd gezag de Commissie voor de milieueffectrapportage uiterlijk op het moment van terinzagelegging van het milieueffectrapport in de gelegenheid daarover te adviseren. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.15 — Artikel 11.15 (coördinatie terinzagelegging MER en passende beoordeling)#
Artikel 11.15 (coördinatie terinzagelegging MER en passende beoordeling) artikel 16.53c van de wet Als voor een project een milieueffectrapport moet worden gemaakt en voor dat project een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd waarvoor op grond vaneen passende beoordeling is gemaakt, wordt de passende beoordeling ook tegelijkertijd met het milieueffectrapport door het bevoegd gezag voor het besluit waarvoor het milieueffectrapport wordt gemaakt, ter inzage gelegd. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.16 — Artikel 11.16 (inhoud project-MER)#
Artikel 11.16 (inhoud project-MER) 1 Het milieueffectrapport bevat in ieder geval de volgende informatie: a. een beschrijving van het project; b. een beschrijving van de redelijke alternatieven voor het project en de specifieke kenmerken ervan, met inbegrip van een vergelijking van de milieueffecten, en een motivering voor de gekozen optie in het licht van de milieueffecten; c. een beschrijving van de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkelingen daarvan als het project niet wordt uitgevoerd voor zover natuurlijke veranderingen redelijkerwijs kunnen worden beoordeeld op basis van beschikbare milieu-informatie en wetenschappelijke kennis; d. een beschrijving van de factoren bevolking, gezondheid, biodiversiteit, land, bodem, water, lucht, klimaat, materiële goederen, cultureel erfgoed en landschap, waarop het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, en de samenhang daartussen; e. een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; f. een beschrijving van de methoden of bewijsstukken die zijn gebruikt voor de identificatie en de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden; g. een beschrijving van de kenmerken van het project en de voorgenomen maatregelen om alle beschreven aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen, te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren en, voor zover van toepassing, van voorgestelde monitoringsmaatregelen en procedures voor monitoring; h. een beschrijving van de verwachte aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor risico’s op zware ongevallen of rampen; i. een niet-technische samenvatting van de op grond van de onderdelen a tot en met h verstrekte informatie; en j. een referentielijst waarin de bronnen worden vermeld die zijn gebruikt voor de in het milieueffectrapport opgenomen beschrijvingen en beoordelingen. 2 Bij de beschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt aangegeven in welke mate aanzienlijke nadelige milieueffecten worden vermeden, voorkomen, beperkt of gecompenseerd in zowel de bouwfase als de bedrijfsfase. 3 Voor zover van toepassing omvat de beschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder h, de geplande maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van dergelijke gebeurtenissen te voorkomen of te beperken, en informatie over paraatheid en de voorgenomen reactie bij dergelijke noodsituaties. 4 artikel 16.46, eerste lid, van de wet Wanneer een advies over de reikwijdte en het detailniveau, bedoeld in, is uitgebracht, is het milieueffectrapport gebaseerd op dat advies. Het milieueffectrapport bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om tot een gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke milieueffecten van het project te komen, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande kennis en beoordelingsmethoden. 5 Om overlapping van milieueffectrapporten te voorkomen, wordt bij het maken van het milieueffectrapport rekening gehouden met de beschikbare resultaten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.17 — Artikel 11.17 (beschrijving project in MER)#
Artikel 11.17 (beschrijving project in MER) artikel 11.16, eerste lid, onder a De beschrijving van het project, bedoeld in, bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de locatie van het project; b. een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten, en de eisen over landgebruik tijdens de bouw- en bedrijfsfase; c. een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de bedrijfsfase van het project, waaronder de productieprocessen; en d. een prognose van de soort en de hoeveelheid van de verwachte residuen en emissies en de hoeveelheden en soorten tijdens de bouw- en bedrijfsfase geproduceerde afvalstoffen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.18 — Artikel 11.18 (beschrijving milieueffecten in MER)#
Artikel 11.18 (beschrijving milieueffecten in MER) 1 artikel 11.16, eerste lid, onder e De beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project, bedoeld in, op de in artikel 11.16, eerste lid, onder d, bedoelde factoren, bevat in ieder geval een beschrijving van: a. de realisatie en het bestaan van het project, en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; b. het gebruik van natuurlijke bronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de duurzame beschikbaarheid van deze bronnen; c. de uitstoot van verontreinigende stoffen, geluidhinder, trillingen, licht, warmte, straling, het ontstaan van milieuhinder en het verwijderen en terugwinnen van afvalstoffen; d. de risico’s voor de gezondheid, het cultureel erfgoed of het milieu; e. de cumulatie van effecten met andere bestaande of goedgekeurde projecten, waarbij rekening wordt gehouden met alle bestaande milieuproblemen van gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn en waarop het project van invloed kan zijn, of met het gebruik van natuurlijke bronnen; f. het effect van het project op het klimaat en de kwetsbaarheid van het project voor klimaatverandering; en g. de gebruikte technologieën en stoffen. 2 De beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project heeft betrekking op de directe en, voor zover van toepassing, de indirecte, secundaire, cumulatieve en grensoverschrijdende effecten op korte, middellange en lange termijn, permanente en tijdelijke en positieve en negatieve effecten van het project. 3 De beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project houdt rekening met de Europese of nationale doelstellingen over milieubescherming, die relevant zijn voor het project. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.19 — Artikel 11.19 (inhoud besluit)#
Artikel 11.19 (inhoud besluit) 1 In het besluit waarvoor bij de voorbereiding een milieueffectrapport moet worden gemaakt, vermeldt het bevoegd gezag in ieder geval hoe rekening is gehouden met: a. het milieueffectrapport; en b. indien van toepassing, het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage. 2 Daarnaast bevat het besluit in ieder geval: a. de gemotiveerde conclusie van het bevoegd gezag over de aanzienlijke milieueffecten van het project; b. alle aan het besluit verbonden voorschriften; c. voor zover van toepassing, een beschrijving van alle kenmerken van het project en de voorgenomen maatregelen om aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren en op welk moment de maatregelen moeten zijn uitgevoerd; en d. in voorkomend geval, monitoringsmaatregelen en procedures voor de monitoring van die effecten waarvoor het bevoegd gezag monitoring noodzakelijk acht, waarbij het soort parameters dat wordt gemonitord en de looptijd van de monitoring evenredig moeten zijn aan de aard, de locatie en de omvang van het project en met het belang van de milieueffecten. 3 Het bevoegd gezag kan bepalen dat degene die voornemens is het project uit te voeren bestaande monitoring gebruikt voor de monitoringsmaatregelen en de procedures voor de monitoring. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.20 — Artikel 11.20 (monitoring project-mer)#
Artikel 11.20 (monitoring project-mer) 1 artikel 11.19, tweede lid, onder d Als op grond van, monitoring plaatsvindt, verstrekt degene die het project uitvoert de resultaten van de monitoring aan het bevoegd gezag. 2 Het bevoegd gezag stelt de resultaten van de monitoring elektronisch beschikbaar. 3 Het bevoegd gezag treft, als dat naar zijn oordeel nodig is, passende maatregelen om de onvoorziene nadelige milieueffecten zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.21 — Artikel 11.21 (gegevensverstrekking)#
Artikel 11.21 (gegevensverstrekking) Het bevoegd gezag voor het milieueffectrapport verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op verzoek de bij dat gezag beschikbare gegevens die nodig zijn om te kunnen voldoen aan artikel 12, tweede lid, van de mer-richtlijn. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.22 — Artikel 11.22 (mededeling en toezending informatie grensoverschrijdende milieueffecten)#
Artikel 11.22 (mededeling en toezending informatie grensoverschrijdende milieueffecten) 1 Als een plan of programma waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft, deelt het bevoegd gezag dit mee aan de bevoegde autoriteit van de staat die deze mogelijke effecten zal ondervinden. Tegelijk met die mededeling, of nadat die autoriteit hierom heeft verzocht, zendt het bevoegd gezag aan die autoriteit in ieder geval: a. het ontwerp van het plan of programma; b. het milieueffectrapport, voor zover dit niet is opgenomen in het ontwerp van het plan of programma, met inbegrip van informatie over de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten en een vertaling van de samenvatting van het milieueffectrapport in de taal van de andere staat; c. informatie over de totstandkomingsprocedure van het plan of programma; en d. de termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit van de andere staat kan aangeven of zij overleg wenst over de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten. 2 Het bevoegd gezag doet de mededeling zo spoedig mogelijk en zendt de informatie in ieder geval voor de vaststelling van het plan of programma. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.23 — Artikel 11.23 (overleg)#
Artikel 11.23 (overleg) 1 Als de bevoegde autoriteit van de andere staat binnen de gestelde termijn heeft aangegeven dat zij overleg wenst, overlegt het bevoegd gezag met die autoriteit over de mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan contacten onderhouden met de bevoegde autoriteit van de andere staat als er geen contact is tussen het bevoegd gezag en die autoriteit of als het overleg niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Het bevoegd gezag zendt de benodigde informatie aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.24 — Artikel 11.24 (zienswijzen)#
Artikel 11.24 (zienswijzen) afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Het betrokken publiek en de bevoegde instanties van de andere staat worden in de gelegenheid gesteld zienswijzen naar voren te brengen, met overeenkomstige toepassing van. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.25 — Artikel 11.25 (inhoud en verstrekking plan of programma)#
Artikel 11.25 (inhoud en verstrekking plan of programma) Nadat het plan of programma is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat plan of programma aan de bevoegde autoriteit van de andere staat, degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht en de bevoegde instanties van de andere staat. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.26 — Artikel 11.26 (grensoverschrijdende milieueffecten in Nederland)#
Artikel 11.26 (grensoverschrijdende milieueffecten in Nederland) 1 Als de bevoegde autoriteit van een andere staat heeft meegedeeld dat een plan of programma mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft in Nederland, geeft het betrokken bestuursorgaan binnen de door die autoriteit gestelde termijn aan of overleg is gewenst. 2 Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te compenseren. 3 Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen. 4 artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van, kennis van: a. het vastgestelde plan of programma; b. een door de bevoegde autoriteit van de andere staat opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het vaststellen van het plan of programma; en c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.27 — Artikel 11.27 (mededeling grensoverschrijdende milieueffecten)#
Artikel 11.27 (mededeling grensoverschrijdende milieueffecten) 1 Als een project waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft, deelt het bevoegd gezag dit mee aan de bevoegde autoriteit van de andere staat die deze mogelijke effecten zal ondervinden. Tegelijk met deze mededeling, of zo spoedig mogelijk nadat die autoriteit hierom heeft verzocht, zendt het bevoegd gezag aan die autoriteit in ieder geval: a. informatie over het project, waaronder alle beschikbare informatie over de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten; b. informatie over de aard en de totstandkoming van het te nemen besluit; en c. informatie over de termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit van de andere staat advies kan uitbrengen over het milieueffectrapport en zienswijzen naar voren kan brengen over het ontwerp van het besluit. 2 artikel 16.46 16.50 van de wet artikel 16.43, eerste lid, van de wet Het bevoegd gezag zendt die informatie niet later dan het moment waarop derden op grond vanofworden betrokken bij het besluit, bedoeld in. 3 artikel 5.47 van de wet Als sprake is van een projectbesluit, zendt het bevoegd gezag deze informatie niet later dan het moment van de kennisgeving van het voornemen om een verkenning uit te voeren naar een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving, bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.28 — Artikel 11.28 (toezending informatie en zienswijzen)#
Artikel 11.28 (toezending informatie en zienswijzen) 1 Als de bevoegde autoriteit van de andere staat aangeeft deel te willen nemen aan de totstandkomingsprocedure van het besluit waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt, worden het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de andere staat in ieder geval in de gelegenheid gesteld om: a. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht zienswijzen naar voren te brengen, met overeenkomstige toepassing van; en b. artikel 5.47, derde lid, van de wet als het om een projectprocedure gaat: mogelijke oplossingen aan te dragen voor de mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving, met overeenkomstige toepassing van. 2 artikel 16.46 van de wet De hiertoe aangewezen bevoegde instanties in de andere staat worden, voor zover van toepassing, in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie voor het milieueffectrapport, met overeenkomstige toepassing van. 3 Voor zover dit nog niet is gebeurd, zendt het bevoegd gezag de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit en de bevoegde instanties van de andere staat: a. het ontwerp van het besluit, met inbegrip van het milieueffectrapport; b. de termijn waarbinnen zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht en waarbinnen advies kan worden uitgebracht; en c. een vertaling van de samenvatting van het milieueffectrapport in de taal van de andere staat. 4 artikel 16.43, vijfde lid, van de wet De vertaling van de samenvatting van het milieueffectrapport wordt gemaakt door degene die op grond vanhet milieueffectrapport maakt. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.29 — Artikel 11.29 (overleg)#
Artikel 11.29 (overleg) 1 Binnen een door de partijen afgesproken termijn overlegt het bevoegd gezag met de bevoegde autoriteit van de andere staat over de mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten van het project en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te vermijden, te voorkomen, te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan contacten onderhouden met de bevoegde autoriteit van de andere staat als er geen contact is tussen het bevoegd gezag en die autoriteit of als het overleg niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Het bevoegd gezag zendt de benodigde informatie aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.30 — Artikel 11.30 (inhoud en verstrekking besluit)#
Artikel 11.30 (inhoud en verstrekking besluit) Nadat het besluit is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat besluit aan de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties van de andere staat. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.31 — Artikel 11.31 (nieuwe informatie, monitoring en evaluatie)#
Artikel 11.31 (nieuwe informatie, monitoring en evaluatie) 1 artikel 16.43, eerste lid van de wet Als het bevoegd gezag voor de uitvoering van een project als bedoeld in, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, over nieuwe informatie beschikt over een mogelijk nadelig grensoverschrijdend milieueffect, die niet beschikbaar was op het moment dat het besluit werd genomen en die het besluit inhoudelijk zou kunnen hebben beïnvloed, deelt het bevoegd gezag deze nieuwe informatie mee aan de bevoegde autoriteit van de andere staat. 2 Als een van de staten hierom verzoekt, vindt overleg plaats over de vraag of het besluit naar aanleiding van die nieuwe informatie moet worden gewijzigd. 3 Als de staten hiertoe gezamenlijk besluiten, voert het bevoegd gezag een evaluatie uit van het mogelijk nadelige grensoverschrijdende milieueffect van de uitvoering van het project, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11.32 — Artikel 11.32 (grensoverschrijdende milieueffecten in Nederland)#
Artikel 11.32 (grensoverschrijdende milieueffecten in Nederland) 1 Als de bevoegde autoriteit van een andere staat heeft meegedeeld dat een project mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft in Nederland, geeft het betrokken bestuursorgaan binnen de door die autoriteit gestelde termijn aan of deelname aan de procedure van de milieueffectrapportage gewenst is. 2 Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te mitigeren. 3 Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen. 4 artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van, kennis van: a. het genomen besluit; b. een door de bevoegde autoriteit opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het nemen van een besluit voor het project; en c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.1 — Artikel 12.1 (samenstelling commissie)#
Artikel 12.1 (samenstelling commissie) De Commissie voor de milieueffectrapportage bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien plaatsvervangend voorzitters. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.2 — Artikel 12.2 (secretaris en bureau)#
Artikel 12.2 (secretaris en bureau) 1 De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft een secretaris en een bureau dat onder leiding staat van die secretaris. 2 De secretaris van de Commissie voor de milieueffectrapportage wordt benoemd en ontslagen door de voorzitter van de commissie, na overleg met de plaatsvervangend voorzitters. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.3 — Artikel 12.3 (jaarverslag)#
Artikel 12.3 (jaarverslag) De Commissie voor de milieueffectrapportage brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.4 — Artikel 12.4 (samenstelling werkgroep)#
Artikel 12.4 (samenstelling werkgroep) 1 Als de Commissie voor de milieueffectrapportage in de gelegenheid wordt gesteld te adviseren, stelt de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter daarvoor een werkgroep van deskundigen samen. 2 De secretaris van de Commissie voor de milieueffectrapportage deelt aan het bevoegd gezag en aan degene die het milieueffectrapport maakt of zou moeten maken mee uit welke deskundigen de werkgroep bestaat. 3 Een werkgroep staat onder voorzitterschap van de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter. 4 De deskundigen in een werkgroep worden aangewezen door de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter. 5 artikel 17.5, tweede lid, van de wet, ontheft Als een deskundige niet meer voldoet aande voorzitter van de werkgroep hem van zijn deelname in de werkgroep. Als de voorzitter niet de voorzitter van de Commissie voor de milieueffectrapportage is, gebeurt dit na overleg met laatstgenoemde voorzitter. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.5 — Artikel 12.5 (advisering door werkgroep)#
Artikel 12.5 (advisering door werkgroep) 1 artikel 12.4, eerste lid De werkgroep, bedoeld in, adviseert aan het bevoegd gezag. 2 De adviezen worden uitgebracht in overeenstemming met het gevoelen van de meerderheid van de deskundigen in de werkgroep. 3 Op verzoek van de deskundigen die in de werkgroep een standpunt hebben verdedigd, dat afwijkt van het gevoelen van de meerderheid, wordt dat standpunt in het advies vermeld. Deze deskundigen kunnen over een zodanig standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.6 — Artikel 12.6 (instelling en aanwijzing commissie)#
Artikel 12.6 (instelling en aanwijzing commissie) artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 15.1, eerste lid, onder k, van de wet Er is een OCW-schadebeoordelingscommissie archeologische rijksmonumenten die tot taak heeft advies uit te brengen aan bestuursorganen over schadevergoeding als bedoeld inin samenhang met, voor zover de schade voortvloeit uit beslissingen op aanvragen om omgevingsvergunningen voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot een archeologisch monument. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.7 — Artikel 12.7 (samenstelling commissie)#
Artikel 12.7 (samenstelling commissie) De OCW-schadebeoordelingscommissie archeologische rijksmonumenten bestaat uit ten hoogste zeven leden. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12.8 — Artikel 12.8 (samenstelling autoriteit)#
Artikel 12.8 (samenstelling autoriteit) 1 De wetenschappelijke autoriteit CITES bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2 De leden bezitten ook deskundigheid op het gebied van natuurbescherming, welzijn van dieren en opvang van dieren. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.1 — Artikel 13.1 (toedeling handhavingstaak aan een ander bestuursorgaan dan het college van burgemeester en wethouders)#
Artikel 13.1 (toedeling handhavingstaak aan een ander bestuursorgaan dan het college van burgemeester en wethouders) 1 artikel 18.1 van de wet De bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in, berust in de volgende gevallen niet bij het college van burgemeester en wethouders, maar bij het hierna genoemde bestuursorgaan: a. artikel 2.41, eerste lid, van de wet het dagelijks bestuur van het waterschap: bij een door hem vastgesteld peilbesluit als bedoeld in; b. gedeputeerde staten: 1°. artikel 2.38 van de wet bij een zwemverbod als bedoeld in; 2°. artikel 2.45 van de wet bij een door hen ingestelde toegangsbeperking tot een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in; 3°. artikel 20.1 van de wet artikel 20.6 van de wet bij een bij omgevingsverordening gestelde verplichting tot monitoring als bedoeld inof gegevensverzameling als bedoeld in, voor zover niet gericht tot een bestuursorgaan; 4°. artikel 3.45, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 2.12a van de wet bij de verplichting tot het treffen van maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in, en, voor zover toepassing is gegeven aan, artikel 3.45, tweede lid, aanhef onder a, van dat besluit; en 5°. artikel 18.25a, eerste lid, van de wet de verplichting tot het verstrekken van gegevens, bedoeld in; c. artikel 19.12, eerste lid, van de wet de commissaris van de Koning: bij een tijdelijke regel als bedoeld in; d. paragraaf 5.4.1a van het Besluit activiteiten leefomgeving Onze Minister voor Klimaat en Energie: bij de verplichting tot het openbaar maken van de gegevens, bedoeld in; e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: 1°. artikel 2.40, eerste lid, van de wet bij een toegangsverbod als bedoeld in; 2°. artikel 2.41, tweede lid, van de wet bij een peilbesluit als bedoeld in; 3°. bij een activiteit die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in de territoriale zee, voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, of die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in de exclusieve economische zone; 4°. artikel 2.15, tweede lid, aanhef en onder a en b, van de wet artikel 3.29 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de zorgplicht voor de akoestische kwaliteit van op grond vanbij ministeriële regeling aangewezen rijkswegen en hoofdspoorwegen, bedoeld in; 5°. artikel 3.45, eerste lid, aanhef en onder c en d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de verplichting tot het treffen van maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde, bedoeld in; en 6°. artikel 3.48m 3.48o 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving bij een milieubelastende activiteit als bedoeld in,of, voor zover het gaat om het in opdracht op of in de landbodem toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie; f. artikel 18.8 van de wet Onze Minister van Financiën: bij het onthouden van toestemming tot vertrek van een vaartuig of luchtvaartuig uit Nederland als bedoeld in; g. Onze Minister voor Natuur en Stikstof: 1°. artikel 2.45 van de wet bij een door hem ingestelde toegangsbeperking tot een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in; en 2°. artikel 8.5 van de wet bij het verbod tot het verrichten van activiteiten binnen de afpalingskring van een eendenkooi, bedoeld in; h. artikelen 19.8, tweede of derde lid 19.9 van de wet artikel 19.3, tweede lid 19.4, eerste en tweede lid, van de wet Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: bij een verplichting in verband met een archeologische toevalsvondst van algemeen belang opgelegd krachtens de, en, in verbinding met, of; en i. afdeling 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: bij een regel over het energielabel, gesteld inof bij ministeriële regeling. 2 artikel 18.1 van de wet De bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in, berust in de volgende gevallen evenmin bij het college van burgemeester en wethouders, maar bij het hierna aangegeven bestuursorgaan, voor zover dat een ander bestuursorgaan is dan het college van burgemeester en wethouders: a. paragraaf 2.4.1 van de wet artikelen 1.6 1.7 van de wet artikel 1.7a van de wet het bestuursorgaan dat op grond vanbevoegdheden of taken toebedeeld heeft gekregen met betrekking tot een specifiek aspect van de fysieke leefomgeving: bij een activiteit die in strijd is met de zorgplicht, bedoeld in deen, of met het verbod, bedoeld in, voor zover het gaat om het specifieke aspect van de fysieke leefomgeving; b. artikel 2.41, eerste lid, van de wet het dagelijks bestuur van een ander openbaar lichaam als bedoeld in: bij een door hem vastgesteld peilbesluit als bedoeld in dat artikellid; c. het bestuursorgaan dat een projectbesluit heeft vastgesteld: bij een projectbesluit, voor zover dat besluit geldt als: 1°. artikel 4.3 van de wet een maatwerkvoorschrift op grond van regels als bedoeld in; of 2°. artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit als bedoeld in, voor zover het gaat om de uitvoering van het projectbesluit; d. artikel 19.2, eerste lid, van de wet artikel 19.3, tweede lid 19.4, eerste en tweede lid, van de wet het bevoegd gezag, bedoeld in: bij een verplichting in verband met een ongewoon voorval opgelegd krachtens, of; e. afdeling 2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving hoofdstuk 4 5 van dat besluit artikel 20.1 van de wet artikel 20.6 van de wet het bevoegd gezag, bedoeld in: bij een inofgestelde verplichting tot monitoring als bedoeld inof gegevensverzameling als bedoeld in, voor zover niet gericht tot een bestuursorgaan; f. afdeling 10.8 artikel 20.6 van de wet het bestuursorgaan waaraan op grond vangegevens worden verstrekt: bij een in die afdeling gestelde verplichting tot gegevensverstrekking als bedoeld in, voor zover niet gericht tot een bestuursorgaan; en g. artikel 23.3, eerste lid, van de wet het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van een experiment als bedoeld in: bij een aanwijzing tot het treffen van een maatregel als bedoeld in artikel 23.3, zesde lid, van de wet. 2025 170 30-06-2025 23-06-2025 2025 171 30-06-2025 23-06-2025 01-07-2025
Artikel 13.2 — Artikel 13.2 (toedeling handhavingstaak gedoogplichten)#
Artikel 13.2 (toedeling handhavingstaak gedoogplichten) artikel 18.1 van de wet hoofdstuk 10 van de wet De bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in, berust in geval van de volgende gedoogplichten uitbij: a. artikel 10.10 van de wet gedeputeerde staten: bij een gedoogplicht als bedoeld in; b. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: 1°. artikel 10.7 van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; 2°. artikel 10.8, eerste lid, van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; c. het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van een gedoogplicht: 1°. artikel 10.2 van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; 2°. artikel 10.3, eerste, derde en vierde lid, van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; en 3°. artikel 10.6, eerste lid, van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; d. artikel 17.9, eerste tot en met vierde lid, van de Wet milieubeheer artikel 10.6, tweede lid, van de wet het bevoegd gezag, bedoeld in: bij een gedoogplicht als bedoeld in; e. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 artikel 10.8, derde lid, van de wet het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam, bedoeld in: bij een gedoogplicht als bedoeld in; f. 2 artikel 1 van de Mijnbouwwet artikel 10.9 van de wet het bevoegd gezag voor een vergunning voor het opsporen van CO-opslagcomplexen, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte of het opslaan van stoffen als bedoeld in: bij een gedoogplicht als bedoeld in; en g. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot oplegging van een gedoogplicht: 1°. artikel 10.13a, eerste lid, van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; 2°. artikel 10.17 van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; 3°. artikel 10.19, eerste en tweede lid, van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in; en 4°. artikel 10.19a van de wet bij een gedoogplicht als bedoeld in. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.3 — Artikel 13.3 (toedeling mede-handhavingstaak in verband met regels over instemming)#
Artikel 13.3 (toedeling mede-handhavingstaak in verband met regels over instemming) 1 afdeling 4.2 artikel 4.37 artikel 16.16, vierde lid, van de wet Voor zover het gaat om de naleving van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor een activiteit, berust in de volgende gevallen de bestuursrechtelijke handhavingstaak ook bij het bestuursorgaan dat op grond vanheeft beslist over instemming met de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor die activiteit, of dat op grond vanvan dit besluit ofheeft bepaald dat instemming niet is vereist: a. artikel 4.24, eerste lid, onder a, b of c het dagelijks bestuur van het waterschap: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in; b. gedeputeerde staten: 1°. artikel 4.25, eerste lid, onder a, b, d, e of f bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in, voor zover bij dat laatste onderdeel de activiteit betrekking heeft op een watersysteem dat of een weg die in beheer is bij de provincie; en 2°. artikel 4.25, tweede lid 3 bij een omgevingsvergunning als bedoeld in, voor zover die betrekking heeft op een ontgrondingsactiviteit in het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier of buiten de rijkswateren waarbij 100.000 mof meer in situ wordt ontgraven; c. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 artikel 4.26, eerste lid het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in; d. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat: 1°. artikel 4.29, eerste lid bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in; en 2°. artikel 4.29, tweede lid bij een omgevingsvergunning als bedoeld in; e. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: 1°. artikel 4.30, eerste lid, onder a, b, c bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in, voor zover het bij dat laatste onderdeel gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk of een hoofdspoorweg, of d; en 2°. artikel 4.30, tweede lid 3 bij een omgevingsvergunning als bedoeld in, voor zover die betrekking heeft op een ontgrondingsactiviteit in een rijkswater, anders dan in het winterbed van een rivier, waarbij 100.000 mof meer in situ wordt ontgraven; f. artikel 4.30a, eerste lid Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in; g. artikel 4.31, eerste lid Onze Minister voor Natuur en Stikstof: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in; en h. artikel 4.32, eerste lid, onder a Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in. 2 artikel 4.16 Het eerste lid is niet van toepassing als gedeputeerde staten op grond vanbevoegd gezag zijn, tenzij het gaat om een geval als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, onder 1°. 3 artikel 5.52, tweede lid, onder a, van de wet artikel 16.20, eerste lid, van de wet Als in een projectbesluit uitdrukkelijk is bepaald dat het besluit geldt als een omgevingsvergunning als bedoeld inen daarbij op grond vangeen instemming is vereist, berust de bestuursrechtelijke handhavingstaak voor de betrokken activiteit, voor zover het gaat om de naleving van de voorschriften van de omgevingsvergunning voor die activiteit, in de in het eerste lid, onder a, b en h, bedoelde gevallen ook bij het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten, respectievelijk Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 01-01-2025
Artikel 13.3a0 — Artikel 13.3a0 (toedeling mede-handhavingstaak in verband met andere regels)#
Artikel 13.3a0 (toedeling mede-handhavingstaak in verband met andere regels) bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 3.184 3.200 3.205 3.208 3.211 3.215 3.218 3.250 van dat besluit De bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden als bedoeld inbij het verrichten van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in de,,,,,,en, ook bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en bij Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.3a — Artikel 13.3a (bestuurlijke boete bij overtreding cites-regels)#
Artikel 13.3a (bestuurlijke boete bij overtreding cites-regels) 1 artikel 18.15a, eerste lid, van de wet Als regels als bedoeld inbij overtreding waarvan Onze Minister voor Natuur en Stikstof een bestuurlijke boete kan opleggen worden aangewezen: a. artikel 11.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving , voor zover het de volgende handelingen betreft: 1°. het binnenbrengen in de Europese Unie van een specimen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van de cites-basisverordening; 2°. handelen in strijd met een voorwaarde of vereiste, verbonden aan een vergunning of certificaat op grond van artikel 11, derde lid, van de cites-basisverordening, voor zover de voorwaarde of het vereiste ziet op de administratie, de verstrekking van gegevens of het merken van dieren, planten of eieren; en 3°. handelen in strijd met de artikelen 33, eerste lid, onder c, en 40, eerste lid, onder d, van de cites-uitvoeringsverordening; en b. artikelen 11.103 11.104 van het Besluit activiteiten leefomgeving deen. 2 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in. 3 7.6, tweede lid artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht In afwijking van het tweede lid bedraagt de op grond van, vast te stellen bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in, als ten tijde van het begaan van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verstreken sinds een eerder aan de overtreder opgelegde bestuurlijke boete voor een overtreding, behorende tot eenzelfde categorie van gedragingen als bedoeld in het eerste lid, onherroepelijk is geworden. 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 13.4 — Artikel 13.4 (toepassingsbereik)#
Artikel 13.4 (toepassingsbereik) artikel 18.18, tweede lid, van de wet artikel 18.1 van de wet Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van werkzaamheden voor de uitoefening van bevoegdheden door het bevoegd gezag in het kader van de uitvoeringstaak, bedoeld in, en de handhavingstaak, bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.5 — Artikel 13.5 (uitvoerings- en handhavingsstrategie)#
Artikel 13.5 (uitvoerings- en handhavingsstrategie) 1 De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak stellen een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. 2 artikel 13.12, eerste lid De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in. 3 De handhavingsstrategie wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. 4 wet De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.6 — Artikel 13.6 (inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie)#
Artikel 13.6 (inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie) 1 De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a. artikel 13.5, eerste lid de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in; b. artikel 13.5, eerste lid de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in, worden bereikt; c. artikel 4.4, eerste lid, van de wet de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in; en d. artikel 4.4, eerste lid, van de wet de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in. 2 De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: a. de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; b. wet de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dewordt gehouden; c. wet de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens deen eventueel daaraan verbonden consequenties; d. de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; en e. de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.7 — Artikel 13.7 (nadere inhoud handhavingsstrategie)#
Artikel 13.7 (nadere inhoud handhavingsstrategie) 1 wet artikel 13.6, tweede lid, onder b Tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dewordt gehouden, bedoeld in, behoort in ieder geval: a. de wijze waarop toezicht wordt voorbereid, uitgaande van een register waarin in ieder geval ippc-installaties zijn opgenomen; b. de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor ippc-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is: 1°. eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en 2°. eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s; en c. de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor ippc-installaties is: 1°. na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of 2°. na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden. 2 wet artikel 13.6, tweede lid, onder c Tot de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens deen eventueel daaraan verbonden consequenties, bedoeld in, behoort in ieder geval: a. de termijn waarbinnen een rapportage wordt gedeeld met betrokkenen, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot ippc-installaties twee maanden is; en b. artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer de termijn waarbinnen en mate waarin een rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot ippc-installaties vier maanden is en devan overeenkomstige toepassing zijn. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.8 — Artikel 13.8 (uitvoeringsprogramma)#
Artikel 13.8 (uitvoeringsprogramma) 1 artikel 13.5 artikel 13.6, eerste lid, onder a De bestuursorganen, bedoeld in, werken jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij houden ze rekening met de doelen, bedoeld in dat lid, en de prioriteitenstelling, bedoeld in. 2 Het uitvoeringsprogramma wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.9 — Artikel 13.9 (uitvoeringsorganisatie)#
Artikel 13.9 (uitvoeringsorganisatie) 1 artikel 13.5 De bestuursorganen, bedoeld in, richten hun organisatie zodanig in dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd. 2 De bestuursorganen dragen er in ieder geval zorg voor dat: a. de personeelsformatie voor de uitvoering en handhaving en de bij de functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd; b. hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een persoon die door hen is belast met het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel of het stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit als bedoeld in, niet wordt belast met: 1°. wet het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; en 2°. het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; c. wet een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens debelaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit; en d. de bereikbaarheid en beschikbaarheid van hun organisatie ook buiten kantooruren is gegarandeerd. 3 De bestuursorganen dragen er ook zorg voor dat de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving worden vastgelegd en dat werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.10 — Artikel 13.10 (borgen van middelen)#
Artikel 13.10 (borgen van middelen) artikel 13.5 De bestuursorganen, bedoeld in, dragen er zorg voor dat: a. de voor het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, en voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in dat lid, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en b. voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.11 — Artikel 13.11 (evaluatierapportage)#
Artikel 13.11 (evaluatierapportage) 1 artikel 13.5 De bestuursorganen, bedoeld in, rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. 2 Naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.12 — Artikel 13.12 (basistakenpakket omgevingsdienst)#
Artikel 13.12 (basistakenpakket omgevingsdienst) 1 artikel 2.2 18.3 19.1b van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 3.2 4.2 5.2 6.2 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat in ieder geval de volgende werkzaamheden, voor zover tot hun taak behorend, en voor zover deze regels zijn gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in,of, als het gaat om milieubelastende activiteiten, of,,,of, als het gaat om bouwactiviteiten of sloopactiviteiten, door een omgevingsdienst worden verricht: a. paragraaf 5.1.5 van de wet bijlage VI het voorbereiden van beslissingen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het voorbereiden van het toepassen van, voor activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 1 tot en met 4, met uitzondering van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; b. artikel 4.4, eerste lid, van de wet bijlage VI het beoordelen van meldingen als bedoeld in, en het voorbereiden van beschikkingen op aanvragen om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, voor activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 1 en 5; c. bijlage VI het voorbereiden van beschikkingen tot het stellen van maatwerkvoorschriften, voor activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 1 en 5; d. het houden van toezicht op de naleving van: 1°. artikelen 5.1 5.4 5.5 5.6 van de wet bijlage VI de verboden, bedoeld in de,,en, voor activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 1 tot en met 4; en 2°. wet Wet milieubeheer bijlage VI de regels gesteld bij of krachtens deen de, over activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 1 tot en met 6 en 8; e. bijlage VI ketentoezicht op de regels over activiteiten die zijn aangewezen in, categorie 7; en f. het voorbereiden van bestuurlijke sancties ter handhaving van de verboden en regels, bedoeld onder d en e. 2 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, behoort niet de toepassing van de. 3 artikel 18.22, tweede lid, van de wet bijlage VII De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden voor de activiteiten, bedoeld in, alleen door de inaangewezen omgevingsdiensten uitgevoerd. 4 bijlage VII Een naamswijziging van een inaangewezen omgevingsdienst gaat voor de toepassing van dit besluit gelden nadat een daarover genomen besluit bekend is gemaakt in de Staatscourant. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 13.13 — Artikel 13.13 (verplichting tot informatieverstrekking)#
Artikel 13.13 (verplichting tot informatieverstrekking) artikel 18.25, eerste lid, van de wet artikel 13.12, eerste lid Aan de verplichting tot informatieverstrekking, bedoeld in, is in ieder geval voldaan als Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister van Justitie en Veiligheid en het algemeen bestuur van de omgevingsdiensten de gegevens die zij beheren in verband met het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in, via het beveiligde digitale systeem voor informatie-uitwisseling, Inspectieview Milieu, raadpleegbaar maken. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.14 — Artikel 13.14 (andere bestuursorganen)#
Artikel 13.14 (andere bestuursorganen) artikel 18.25, tweede lid, van de wet Als andere bestuursorganen als bedoeld inworden aangewezen: a. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; c. de korpschef; en d. het openbaar ministerie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.15 — Artikel 13.15 (gebruik van het burgerservicenummer)#
Artikel 13.15 (gebruik van het burgerservicenummer) wet artikelen 13.13 13.14 Ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens dewordt door de bestuursorganen, bedoeld in deen, bij het verstrekken van persoonsgegevens het burgerservicenummer aangegeven. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.15a — Artikel 13.15a (verwerkingsverantwoordelijke Inspectieview Milieu)#
Artikel 13.15a (verwerkingsverantwoordelijke Inspectieview Milieu) Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in Inspectieview Milieu. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.15b — Artikel 13.15b (geen gegevensbewaring in Inspectieview Milieu)#
Artikel 13.15b (geen gegevensbewaring in Inspectieview Milieu) Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorgt ervoor dat in Inspectieview Milieu geen gegevens worden bewaard. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.15c — Artikel 13.15c (kosten Inspectieview Milieu)#
Artikel 13.15c (kosten Inspectieview Milieu) De jaarlijkse beheerkosten van Inspectieview Milieu komen, voor zover ze niet worden gedekt door de jaarlijkse bijdragen van aangesloten bestuursorganen en instanties, voor rekening van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.15d — Artikel 13.15d (aanwijzing verstrekker gegevens uitvoering en handhaving energiegebruik)#
Artikel 13.15d (aanwijzing verstrekker gegevens uitvoering en handhaving energiegebruik) artikel 18.25a, eerste lid, van de wet Als andere rechtspersonen of natuurlijke personen als bedoeld in, worden aangewezen: a. artikel 1.1 van de Energiewet een beheerder van een gesloten systeem als bedoeld in; b. artikel 1.1 van de Energiewet een transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in; c. artikel 1 van de Warmtewet een leverancier als bedoeld in; en d. een andere leverancier van warmte of andere energiedragers. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 13.15e — Artikel 13.15e (gegevensverstrekking uitvoering en handhaving energiegebruik)#
Artikel 13.15e (gegevensverstrekking uitvoering en handhaving energiegebruik) 1 artikel 18.25a, eerste lid, van de wet artikel 13.15d Aan de verplichting tot het verstrekken van gegevens, bedoeld in, is in ieder geval voldaan als een persoon als bedoeld inop verzoek per adres de volgende gegevens over het energiegebruik verstrekt: a. straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam waarop de aansluiting is geregistreerd; b. de naam van de eindafnemer; c. in voorkomend geval, het uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering betreffende de aansluiting die is toegekend aan elke aansluiting op het betreffende adres of een andere unieke code die is toegekend aan elke aansluiting op het betreffende adres; d. het type energiedrager; e. artikel 1.1 van de Energiewet artikel 1 van de Warmtewet de afname van gas als bedoeld in, in kubieke meters, de afname van elektriciteit in kilowattuur, de afname van warmte als bedoeld inin gigajoules, of het overig energiegebruik in kubieke meters aardgasequivalent in het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar; f. artikel 1.1 van de Energiewet artikel 1 van de Warmtewet in voorkomend geval, de invoeding van gas als bedoeld in, in kubieke meters, van elektriciteit in kilowattuur, van warmte als bedoeld inin gigajoules of van andere energiedragers in kubieke meters aardgasequivalenten in het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar; g. artikel 1.1 van de Energiewet in voorkomend geval, de theoretische productie op basis van de bij een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in, aangemelde productie-installaties, in het voorafgaande of meest recente kalenderjaar; h. als degene die de activiteit verricht is ingeschreven in het handelsregister: het nummer van inschrijving in het handelsregister en het vestigingsnummer; en i. in voorkomend geval, de in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen identificatienummers. 2 artikel 13.15d De verplichting tot het verstrekken van gegevens is niet van toepassing als het energiegebruik per adres het voorafgaande of laatst beschikbare kalenderjaar, voor zover de gegevens hierover beschikbaar zijn bij de personen, bedoeld in, voor: a. elektriciteitsverbruik kleiner is dan 50.000 kWh; b. warmtegebruik kleiner is dan 791 Gj; of c. 3 verbruik van aardgasequivalenten kleiner is dan 25.000 m. 3 artikel 13.15d De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste één keer per jaar op verzoek door een inaangewezen persoon op elektronische wijze verstrekt. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel 13.16 — Artikel 13.16 (toepassingsbereik)#
Artikel 13.16 (toepassingsbereik) artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van de volgende werkzaamheden door het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio: a. paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving het houden van toezicht op de naleving van, met inbegrip van het verzamelen en registreren van gegevens die hiervoor van belang zijn; en b. paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving het behandelen van klachten over de naleving van. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.17 — Artikel 13.17 (coördinatie uitvoering en handhaving)#
Artikel 13.17 (coördinatie uitvoering en handhaving) 1 artikel 13.16 Het bevoegd gezag draagt zorg voor de coördinatie van het onderling afgestemd verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in, waartoe in ieder geval behoren: a. artikelen 4.5 4.6 4.10 tot en met 4.20 4.22 4.24 4.26 tot en met 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving het houden van toezicht op de naleving van de,,,,en; b. artikel 13.20, eerste lid het vaststellen van een toezichtplan, bedoeld in; c. artikel 13.21, eerste lid het uitwerken van een toezichtplan in toezichtprogramma’s, bedoeld in; d. het overleg over toezicht, toezichtrapporten, bestuurlijke handhaving en andere vervolgacties; e. het verzamelen en evalueren van voortgangsgegevens, realisatiegegevens en kwaliteitsgegevens over toezicht en vervolgacties; en f. het signaleren van geconstateerde overtredingen die ernstig van aard zijn en het organiseren en treffen van verbetermaatregelen. 2 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio: a. artikel 13.16 verstrekken elkaar onverwijld langs elektronische weg de gegevens en bescheiden waarover zij beschikken, voor zover die gegevens en bescheiden noodzakelijk zijn voor het goed verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in; en b. stemmen het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld onder a, onderling af. 3 Tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onder a, behoren in ieder geval: a. artikelen 4.5, eerste lid 4.6, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving paragraaf 4.2 van dat besluit de gegevens en bescheiden, bedoeld in de, en, die moeten worden verstrekt alsvan toepassing is geworden op een Seveso-inrichting of bij een wijziging als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van dat besluit; b. de voor een Seveso-inrichting verleende omgevingsvergunningen, de aanvragen om omgevingsvergunningen voor een Seveso-inrichting en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden; c. artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving besluiten tot aanwijzing als inrichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn in de omgevingsvergunning op grond vanof door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; d. een opgesteld of bijgewerkt veiligheidsrapport of deel daarvan; e. artikel 13.19, eerste lid de conclusies van het onderzoek van het veiligheidsrapport, bedoeld in; f. artikel 13.23, eerste lid de toezichtrapporten, bedoeld in; g. handhavingsacties en beschikkingen tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie aan degene die een Seveso-inrichting exploiteert; h. artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit veiligheidsregio’s artikel 31, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s het rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in, en het besluit tot het aanwijzen van een locatie als bedrijfsbrandweerplichtig, bedoeld in; en i. artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving de gegevens en bescheiden, bedoeld indie worden verstrekt als een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.18 — Artikel 13.18 (onderzoeken veiligheidsrapport)#
Artikel 13.18 (onderzoeken veiligheidsrapport) 1 artikelen 4.14 4.15 4.16 van het Besluit activiteiten leefomgeving Het bevoegd gezag onderzoekt of de onderdelen van het opgestelde of bijgewerkte veiligheidsrapport die gaan over externe veiligheidsrisico’s voldoen aan de,en. 2 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet artikelen 4.14 4.15 4.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving Het bevoegd gezag stelt de toezichthouder, bedoeld in, tijdig in de gelegenheid om te onderzoeken of de onderdelen van het veiligheidsrapport die gaan over de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, de werkgever en zelfstandige voldoen aan de,en. 3 artikelen 4.14 4.15 4.17 van het Besluit activiteiten leefomgeving Het bevoegd gezag stelt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de Seveso-inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tijdig in de gelegenheid om te onderzoeken of de onderdelen van het veiligheidsrapport die gaan over de bedrijfsbrandweer en de voorbereiding van de rampenbestrijding, voldoen aan de,en. 4 artikelen 4.14 4.15 4.16, eerste lid, onder c en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving Het bevoegd gezag stelt het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk tijdig in de gelegenheid om te onderzoeken of de onderdelen van het veiligheidsrapport die gaan over mogelijke waterverontreiniging of een mogelijke belemmering voor de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk bij een zwaar ongeval voldoen aan de,en. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.19 — Artikel 13.19 (conclusies onderzoek veiligheidsrapport)#
Artikel 13.19 (conclusies onderzoek veiligheidsrapport) 1 Het bevoegd gezag stelt degene die de Seveso-inrichting exploiteert binnen een redelijke termijn, maar uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van het veiligheidsrapport, in kennis van de conclusies van het onderzoek daarvan. 2 Als het bevoegd gezag van oordeel is dat het veiligheidsrapport onvolledig is, wordt degene die de Seveso-inrichting exploiteert binnen acht weken na ontvangst van het veiligheidsrapport verzocht om aanvullende gegevens en bescheiden te verstrekken binnen een bij het verzoek te stellen termijn van ten hoogste zes weken. 3 De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met ingang van de dag dat het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is gedaan tot de dag waarop de aanvullende gegevens en bescheiden zijn verstrekt. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.20 — Artikel 13.20 (toezichtsysteem en toezichtplan)#
Artikel 13.20 (toezichtsysteem en toezichtplan) 1 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio zorgen gezamenlijk voor het vaststellen, bezien en bijwerken van een toezichtsysteem en een toezichtplan. 2 Het toezichtplan bevat ten minste: a. een algemene beoordeling van de relevante veiligheidskwesties; b. het gebied dat het toezichtplan bestrijkt; c. een lijst van de Seveso-inrichtingen die onder het plan vallen; d. artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een lijst van de Seveso-inrichtingen die zijn aangewezen op grond van; e. een lijst van de Seveso-inrichtingen met specifieke externe risico’s of gevarenbronnen die het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten; f. procedures voor routinematig toezicht; g. procedures voor niet-routinematig toezicht waarmee ernstige klachten, zware ongevallen, bijna-ongevallen, incidenten en overtredingen zo spoedig mogelijk worden onderzocht; en h. artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet afspraken over samenwerking tussen het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio. 3 Het toezichtplan wordt regelmatig bezien en zo nodig bijgewerkt. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.21 — Artikel 13.21 (toezichtprogramma)#
Artikel 13.21 (toezichtprogramma) 1 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio werken gezamenlijk het toezichtplan uit in toezichtprogramma’s voor routinematig en niet-routinematig toezicht op een Seveso-inrichting. 2 Een toezichtprogramma vermeldt ten minste de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden. De frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, is: a. voor hogedrempelinrichtingen: ten minste eenmaal per jaar; en b. voor Seveso-inrichtingen die geen hogedrempelinrichtingen zijn: ten minste eenmaal per drie jaar. 3 Het tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing als een toezichtprogramma is vastgesteld op grond van een systematische evaluatie van de gevaren van zware ongevallen, die ten minste is gebaseerd op: a. de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu; b. paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving gegevens over de naleving van; en c. paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving als dat passend is: bevindingen van het houden van toezicht op de naleving van andere wettelijke voorschriften dan die in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.22 — Artikel 13.22 (uitvoering toezicht)#
Artikel 13.22 (uitvoering toezicht) 1 Het houden van toezicht wordt afgestemd op het soort Seveso-inrichting en is niet afhankelijk van de ontvangst van het veiligheidsrapport of van andere ingediende rapporten. 2 Met bezoeken ter plaatse, het controleren van interne maatregelen, systemen, rapporten, documenten en opvolging van bevindingen en een planmatig, systematisch, technisch, organisatorisch en bedrijfskundig onderzoek van de systemen die in de Seveso-inrichting worden gebruikt, wordt nagegaan of: a. degene die de Seveso-inrichting exploiteert kan aantonen dat: 1°. passende maatregelen zijn getroffen om zware ongevallen te voorkomen; en 2°. in passende middelen is voorzien om de gevolgen van zware ongevallen te beperken; b. het veiligheidsrapport en andere ingediende rapporten de situatie adequaat weergeven; en c. artikelen 4.5 4.6 4.10 tot en met 4.20 4.22 4.24 4.26 tot en met 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving de,,,,enworden nageleefd. 3 Als dat passend is, wordt het toezicht zoveel mogelijk gecombineerd met toezicht op andere wettelijke voorschriften. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.23 — Artikel 13.23 (bevindingen toezicht)#
Artikel 13.23 (bevindingen toezicht) 1 artikel 13.22, tweede lid Binnen vier maanden na afronding van een bezoek, controle of onderzoek als bedoeld in, worden de bevindingen vastgelegd in een toezichtrapport en meegedeeld aan degene die de Seveso-inrichting exploiteert. 2 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio zien er, voor zover het gaat om de uitoefening van hun bevoegdheden en het verrichten van hun werkzaamheden, op toe dat degene die de Seveso-inrichting exploiteert binnen een redelijke termijn na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de bevindingen opvolgt door de vereiste maatregelen te treffen. 3 paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving Als een belangrijke overtreding van een bepaling inis geconstateerd, vindt binnen zes maanden na die constatering aanvullend toezicht plaats. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.24 — Artikel 13.24 (openbaarmaking bevindingen toezicht)#
Artikel 13.24 (openbaarmaking bevindingen toezicht) 1 artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in, en het bestuur van de veiligheidsregio verschaffen aan een ieder de volgende gegevens: a. de datum waarop voor het laatst routinematig toezicht is gehouden of een verwijzing naar de plaats waar die informatie elektronisch kan worden geraadpleegd; en b. inlichtingen over de wijze waarop op verzoek meer gedetailleerde gegevens over het toezicht en het toezichtplan kunnen worden verkregen. 2 artikel 19.3, eerste lid, laatste zin, van de Wet milieubeheer artikel 13.23, eerste lid Als gegevens als bedoeld inworden aangewezen toezichtrapporten als bedoeld in. 3 artikel 19.3, eerste lid, eerste zin, van de Wet milieubeheer Als toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid, bedoeld in, wordt een aangepast toezichtrapport beschikbaar gesteld, dat ten minste algemene gegevens bevat over risico’s van zware ongevallen, de mogelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid en het milieu en de bevindingen van het toezicht. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.25 — Artikel 13.25 (toepassingsbereik)#
Artikel 13.25 (toepassingsbereik) 1 Arbeidsomstandighedenwet paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving Deze afdeling is van toepassing op het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deinbepaalde. 2 artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandighedenwet paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving Deze afdeling is ook van toepassing op de strafbaarstellingen voor handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtensen krachtensinbepaalde. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.26 — Artikel 13.26 Arbeidsomstandighedenwet (last onder bestuursdwang voor overtredingen)#
Artikel 13.26 Arbeidsomstandighedenwet (last onder bestuursdwang voor overtredingen) artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandighedenwet artikelen 4.4 4.5, eerste en derde lid 4.6, eerste lid 4.7 4.9 tot en met 4.15 4.18 4.19 4.20 4.22 4.23 4.24 4.26 4.27 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving Een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter zake van de naleving van het krachtens, in de,,,,,,,,,,,,enbepaalde. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.27 — Artikel 13.27 Arbeidsomstandighedenwet (bestuurlijke boete voor overtredingen)#
Artikel 13.27 Arbeidsomstandighedenwet (bestuurlijke boete voor overtredingen) 1 artikel 1, eerste of tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 4.9, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 13.26 Als overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt het handelen of nalaten door de werkgever, bedoeld in, of de werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid zelf verricht, in strijd met de ingenoemde artikelen, met uitzondering van. 2 artikel 34, zesde en negende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 1, eerste of tweede lid, van die wet Als ernstige overtreding als bedoeld inwordt aangemerkt een overtreding waardoor de werkgever, bedoeld in, of de werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid zelf verricht, weet of redelijkerwijs moet weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers of van de werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid verricht, ontstaat of is te verwachten. 3 artikel 34, vijfde en zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 13.26 Als soortgelijke verplichtingen en verboden als bedoeld inworden aangewezen verplichtingen en verboden die voortvloeien uit het in de ingenoemde artikelen bepaalde, voor zover het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op overtreding van die verplichting of dat verbod op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van die wet, hoger is dan € 12.500,–. 4 artikel 4.9, eerste lid 4.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Een overtreding van, ofwordt aangemerkt als een soortgelijke overtreding als het boetenormbedrag op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in, is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als het boetenormbedrag van de eerdere overtreding. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.28 — Artikel 13.28 Arbeidsomstandighedenwet (waarschuwingen en stillegging voor overtredingen)#
Artikel 13.28 Arbeidsomstandighedenwet (waarschuwingen en stillegging voor overtredingen) 1 artikel 28a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 1, eerste of tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Na een herhaling van een overtreding of een soortgelijke overtreding kan een waarschuwing als bedoeld inworden gegeven. Als opnieuw dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd, kan de werkgever, bedoeld in, of de werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid zelf verricht, een bevel worden opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode van ten hoogste drie maanden worden stilgelegd of niet mogen aanvangen. 2 Als de aard van de overtreding of de soortgelijke overtreding, de met de overtreding of soortgelijke overtreding samenhangende omstandigheden of de gevolgen van een stillegging van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van het geven van een waarschuwing en het opleggen van een bevel. 3 artikel 13.26 artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Van een soortgelijke overtreding als bedoeld in het eerste en tweede lid is sprake als het gaat om een overtreding van de ingenoemde artikelen, voor zover het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in, hoger is dan € 50.000,–. 4 artikel 4.9, eerste lid 4.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Een overtreding van, ofwordt aangemerkt als een soortgelijke overtreding als het boetenormbedrag van deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in, is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als het boetenormbedrag van de eerdere overtreding. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.29 — Artikel 13.29 Wet veiligheidsregio’s (strafbaarstellingen)#
Artikel 13.29 Wet veiligheidsregio’s (strafbaarstellingen) artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio's artikelen 4.14 4.15 4.17 4.19 4.20 4.24 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten Handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtensin de,,,,enbepaalde is een strafbaar feit als bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13.30 — Artikel 13.30 Arbeidsomstandighedenwet (strafbaarstellingen)#
Artikel 13.30 Arbeidsomstandighedenwet (strafbaarstellingen) artikel 1, eerste of tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandighedenwet artikelen 4.4 4.5, eerste en derde lid 4.6, eerste lid 4.7 4.9 tot en met 4.15 4.18 4.19 4.20 4.22 4.23 4.24 4.26 4.27 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving Handelen of nalaten door de werkgever, bedoeld in, in strijd met het krachtensin de,,,,,,,,,,,,enbepaalde is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.1 — Artikel 14.1 (elektronisch verkeer via de landelijke voorziening)#
Artikel 14.1 (elektronisch verkeer via de landelijke voorziening) 1 Via de landelijke voorziening kan worden ingediend of gedaan: a. een aanvraag om een omgevingsvergunning; b. een aanvraag om een maatwerkvoorschrift; c. een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel; en d. artikel 4.4, eerste lid, van de wet een melding als bedoeld in. 2 Via de landelijke voorziening kan worden voldaan aan een andere informatieverplichting dan een melding, tenzij bij wettelijk voorschrift een andere wijze is aangewezen waarop aan de informatieverplichting wordt voldaan. 3 Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag, een melding of informatie: a. Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het; of b. met betrekking tot: 1°. een jachtgeweeractiviteit; 2°. een valkeniersactiviteit; 3°. artikel 4.12, derde lid, onder c een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in; 4°. artikel 11.96 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit met betrekking tot dieren, planten of producten daarvan als bedoeld in; of 5°. artikel 11.108 van het Besluit activiteiten leefomgeving een activiteit met betrekking tot de introductie of verspreiding van invasieve uitheemse soorten als bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 22 21-01-2021 16-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 14.2 — Artikel 14.2 (elektronisch formulier)#
Artikel 14.2 (elektronisch formulier) 1 artikel 4.4, eerste lid, van de wet Als via de landelijke voorziening een aanvraag om een omgevingsvergunning, een maatwerkvoorschrift of toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel wordt ingediend, een melding als bedoeld inwordt gedaan of aan een informatieverplichting anders dan een melding wordt voldaan: a. wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat op de datum van indiening beschikbaar is in de landelijke voorziening; en b. worden de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden ook via de landelijke voorziening verstrekt, tenzij het bevoegd gezag instemt met een andere wijze van verstrekken. 2 In afwijking van het eerste lid worden niet via de landelijke voorziening verstrekt: a. paragraaf 3.1 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inrespectievelijk; en b. Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 informatie die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het. 3 Het bevoegd gezag stelt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de informatie beschikbaar die nodig is om het elektronische formulier te kunnen samenstellen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 14.3 — Artikel 14.3 (ondertekening)#
Artikel 14.3 (ondertekening) 1 Een aanvraag of melding die is ingediend of gedaan via de landelijke voorziening geldt als ondertekend. 2 Gegevens en bescheiden die zijn verstrekt via de landelijke voorziening gelden als ondertekend. 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.4 — Artikel 14.4 (informatie uit besluiten en andere rechtsfiguren)#
Artikel 14.4 (informatie uit besluiten en andere rechtsfiguren) 1 artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster De Dienst, bedoeld in, stelt voor ontsluiting via de landelijke voorziening beschikbaar: a. de inhoud van de bij ministeriële regeling aangewezen omgevingsdocumenten, in een zodanige vorm dat de informatie in samenhang per geometrisch begrensd object raadpleegbaar is; b. informatie over de status van de omgevingsdocumenten, bedoeld onder a; en c. artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening informatie uit documenten die zijn opgenomen in de landelijke voorziening, bedoeld in, in een zodanige vorm dat deze begrijpelijk en in combinatie met de informatie, bedoeld onder a, raadpleegbaar is. 2 De Dienst draagt zorg voor het beheer van de ingevolge het eerste lid beschikbaar gestelde informatie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2018 290 31-08-2018 03-07-2018 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.5 — Artikel 14.5 (verstrekking gegevens over besluiten en andere rechtsfiguren)#
Artikel 14.5 (verstrekking gegevens over besluiten en andere rechtsfiguren) artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster bijlage VIII artikel 14.4, eerste lid, onder a Aan de Dienst, bedoeld in, worden de ingenoemde gegevens over de besluiten en andere rechtsfiguren, bedoeld in, verstrekt door: a. wet het college van burgemeester en wethouders, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van deis vastgesteld door een bestuursorgaan van de gemeente; b. wet het dagelijks bestuur van een waterschap, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van deis vastgesteld door een bestuursorgaan van het waterschap; c. wet gedeputeerde staten, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van deis vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie; en d. wet Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Onze Minister die het aangaat, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van deis vastgesteld door of op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties respectievelijk Onze Minister die het aangaat. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.5a — Artikel 14.5a (samenwerkfunctionaliteit)#
Artikel 14.5a (samenwerkfunctionaliteit) wet De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch kunnen uitwisselen van gegevens bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag en het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.5b — Artikel 14.5b (doorzendfunctionaliteit)#
Artikel 14.5b (doorzendfunctionaliteit) artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6° De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch doorzenden van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet naar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in. 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 01-01-2025
Artikel 14.6 — Artikel 14.6 (begripsbepalingen)#
Artikel 14.6 (begripsbepalingen) In deze afdeling wordt verstaan onder: bericht: artikel 14.1, eerste en tweede lid elektronisch bericht als bedoeld in; bezoeker: degene die de landelijke voorziening bezoekt, maar niet inlogt; DSO-LV-id: unieke aanduiding van een geauthentiseerde persoon, die alleen binnen de landelijke voorziening wordt gebruikt; eHerkenning pseudoniem: pseudoniem dat door eHerkenning wordt verstrekt om een persoon die namens een niet-natuurlijke persoon handelt te identificeren; gebruiker: degene die inlogt in de landelijke voorziening; identificatienummer van de organisatie: nummer waarmee een niet-natuurlijke persoon kan worden geïdentificeerd, zoals het Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer, het nummer van de inschrijving in het handelsregister of het Organisatie-identificatienummer; initiatiefnemer: degene die een aanvraag heeft ingediend, een melding heeft gedaan of gegevens en bescheiden heeft verstrekt om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 14.7 — Artikel 14.7 (beheer berichten)#
Artikel 14.7 (beheer berichten) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties brengt een ingediend bericht onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag en stelt het bevoegd gezag hiervan onverwijld op de hoogte. 2 Een ingediend bericht wordt ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard. Deze termijn kan op verzoek van het bevoegd gezag met een jaar worden verlengd als dat noodzakelijk is voor de behandeling van het bericht. 3 Een nog niet ingediend formulier en daarbij behorende gegevens en bescheiden worden ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard, gerekend vanaf het tijdstip van de laatste mutatie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.7a — Artikel 14.7a (uitwisselen gegevens bij samenwerken)#
Artikel 14.7a (uitwisselen gegevens bij samenwerken) 1 wet Een bestuursorgaan dat is betrokken bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag of het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van dekan via de landelijke voorziening gegevens uitwisselen met andere betrokken bestuursorganen en adviseurs. 2 De gegevens worden ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard. Deze termijn kan op verzoek van het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens met een jaar worden verlengd als dat noodzakelijk is voor de behandeling van de aanvraag of de beoordeling van de melding of gegevens en bescheiden. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.7b — Artikel 14.7b (doorzenden berichten)#
Artikel 14.7b (doorzenden berichten) 1 artikel 3.48m 3.48o 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6° Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties brengt een ingediend bericht over een milieubelastende activiteit als bedoeld in,ofonverwijld binnen het bereik van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in. 2 Een ingediend bericht wordt ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard. 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 2024 330 07-11-2024 04-11-2024 01-01-2025
Artikel 14.8 — Artikel 14.8 (verwerkingsverantwoordelijke)#
Artikel 14.8 (verwerkingsverantwoordelijke) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de landelijke voorziening. 2 Het bevoegd gezag is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een bericht, vanaf het moment dat het dit heeft opgehaald uit de landelijke voorziening. 3 artikel 14.7b, eerste lid Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een bericht als bedoeld in, vanaf het moment dat hij dit heeft opgehaald uit de landelijke voorziening. 4 artikel 14.7a In afwijking van het eerste lid zijn, als sprake is van het uitwisselen van gegevens als bedoeld in, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.9 — Artikel 14.9 (verwerking persoonsgegevens voor toegang tot landelijke voorziening)#
Artikel 14.9 (verwerking persoonsgegevens voor toegang tot landelijke voorziening) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het verlenen van toegang tot de landelijke voorziening de volgende persoonsgegevens: a. over gebruikers: 1°. gegevens om de gebruiker te identificeren, waaronder het burgerservicenummer, het eHerkenning pseudoniem in combinatie met het identificatienummer van de organisatie of het uniek identificerend nummer bij authenticatie buiten Nederland maar binnen de Europese Unie; en 2°. profielgegevens, waaronder de naam, het e-mailadres, het telefoonnummer, de functie en voorkeursinstellingen; en b. over medewerkers van bestuursorganen en adviseurs: 1°. gegevens om de medewerker te identificeren, waaronder het eHerkenning pseudoniem en het identificatienummer van de organisatie; en 2°. profielgegevens, waaronder de naam, het e-mailadres, het telefoonnummer, de functie, contactgegevens van het bevoegd gezag en voorkeursinstellingen. 2 De persoonsgegevens worden ten hoogste achttien maanden na het opheffen van het account in de landelijke voorziening bewaard. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.10 — Artikel 14.10 (verwerking persoonsgegevens voor doorgeleiden berichten naar bevoegd gezag)#
Artikel 14.10 (verwerking persoonsgegevens voor doorgeleiden berichten naar bevoegd gezag) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het doorgeleiden van berichten naar het bevoegd gezag de volgende persoonsgegevens: a. over gebruikers: 1°. gegevens om te communiceren met de gebruiker, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer; 2°. gegevens om de gebruiker te identificeren, waaronder het burgerservicenummer of het identificatienummer van de organisatie; en 3°. gegevens om het bericht te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder gegevens over de activiteit, gegevens over de locatie waar de activiteit wordt verricht, de vermogensrechtelijke status in relatie tot die locatie en financiële gegevens; en b. over derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop het bericht betrekking heeft: gegevens om het bericht te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder de naam, het adres, het telefoonnummer, de functie en een bewijs van vakbekwaamheid. 2 artikel 14.7, tweede en derde lid Voor de persoonsgegevens gelden de in, genoemde bewaartermijnen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.10a — Artikel 14.10a (verwerking persoonsgegevens bij samenwerken)#
Artikel 14.10a (verwerking persoonsgegevens bij samenwerken) 1 Bij het voorbereiden van beslissingen op aanvragen en het beoordelen van meldingen of gegevens en bescheiden om te voldoen aan andere informatieverplichtingen dan meldingen worden de volgende persoonsgegevens verwerkt: a. over initiatiefnemers: 1°. gegevens om te communiceren met de initiatiefnemer, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer; 2°. gegevens om de initiatiefnemer te identificeren, waaronder het burgerservicenummer of het identificatienummer van de organisatie; en 3°. gegevens om de aanvraag, melding of gegevens en bescheiden te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder gegevens over de activiteit, gegevens over de locatie waar de activiteit wordt verricht, de vermogensrechtelijke status in relatie tot die locatie en financiële gegevens; en b. over derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop de aanvraag of melding betrekking heeft of waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben: gegevens om de aanvraag, melding of gegevens en bescheiden te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder de naam, het adres, het telefoonnummer, de functie en een bewijs van vakbekwaamheid. 2 artikel 14.7a, tweede lid Voor de persoonsgegevens gelden de in, genoemde bewaartermijnen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.10b — Artikel 14.10b (verstrekking van persoonsgegevens bij samenwerken)#
Artikel 14.10b (verstrekking van persoonsgegevens bij samenwerken) artikel 14.8, vierde lid artikel 14.10a, eerste lid Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, bedoeld in, kan de persoonsgegevens, bedoeld in, verstrekken aan de volgende bestuursorganen of adviseurs voor zover dat noodzakelijk is voor een goede vervulling van een wettelijke taak: a. artikel 16.7 van de wet afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht een ander bestuursorgaan vanwege de betrokkenheid van dat bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in, waaropvan toepassing is; b. artikel 16.15 van de wet een bestuursorgaan of andere instantie als bedoeld invanwege de bevoegdheid tot advies van dat bestuursorgaan of die instantie; c. artikel 16.16 van de wet een bestuursorgaan als bedoeld invanwege de bevoegdheid tot instemming van dat bestuursorgaan; en d. een adviseur, anders dan bedoeld onder b. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.10c — Artikel 14.10c (verwerking persoonsgegevens bij doorzenden)#
Artikel 14.10c (verwerking persoonsgegevens bij doorzenden) 1 artikel 14.5b Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het doorzenden van berichten over meldingen en gegevens en bescheiden als bedoeld innaar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de volgende persoonsgegevens: a. over gebruikers: gegevens om te kunnen communiceren, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer; b. over initiatiefnemers, opdrachtgevers en uitvoerders: gegevens voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, waaronder gegevens over de activiteit, de locatie waar de activiteit wordt verricht, de herkomstlocatie en toepassingslocatie, de naam, de organisatienaam en het adres; en c. artikel 1, vierde lid, van het Besluit bodemkwaliteit over derden: gegevens om de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in, te kunnen verifiëren, waaronder de organisatienaam. 2 artikel 14.7b, tweede lid Voor de persoonsgegevens geldt de in, genoemde bewaartermijn. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.11 — Artikel 14.11 (verwerking persoonsgegevens voor operationele werking landelijke voorziening)#
Artikel 14.11 (verwerking persoonsgegevens voor operationele werking landelijke voorziening) 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening de volgende persoonsgegevens: a. over bezoekers, gebruikers en medewerkers van bestuursorganen en adviseurs: gegevens die relevant zijn voor de adequate werking van de landelijke voorziening en gegevens in technische logbestanden voor onderzoek naar systeemtechnische fouten, waaronder gegevens over de herkomst en kenmerken van het netwerkverkeer, de kenmerken van de gebruikte software en hardware, het IP-adres en sessiegegevens; b. over gebruikers en medewerkers van bestuursorganen en adviseurs: gegevens in auditlogbestanden voor incidentoplossing, onderzoek naar oneigenlijk gebruik en bewijsvoering in juridische geschillen of procedures, waaronder het DSO-LV-id, de gebeurtenis, de datum en het tijdstip van de gebeurtenis en het IP-adres; en c. artikelen 14.10, eerste lid 14.10a, eerste lid over gebruikers, initiatiefnemers en derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop een bericht betrekking heeft: gegevens in auditlogbestanden voor incidentoplossing, onderzoek naar oneigenlijk gebruik en bewijsvoering in juridische geschillen of procedures, bestaande uit de gegevens, bedoeld in de, en. 2 De persoonsgegevens en technische logbestanden, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden ten hoogste achttien maanden in de landelijke voorziening bewaard, waarbij de sessiegegevens alleen worden bewaard tot het moment waarop de sessie wordt beëindigd. De auditlogbestanden, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden ten hoogste vijf jaar in de landelijke voorziening bewaard. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14.12 — Artikel 14.12 (beheer onderdelen landelijke voorziening door Kadaster)#
Artikel 14.12 (beheer onderdelen landelijke voorziening door Kadaster) artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster De Dienst, bedoeld in, draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van: a. artikel 20.21, eerste lid, onder a, van de wet het deel van de landelijke voorziening dat dient voor de ontsluiting van informatie, bedoeld in; b. een stelselcatalogus; en c. koppelvlakken voor het beschikbaar stellen van gegevens aan, en hergebruik van gegevens uit de landelijke voorziening. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2022 172 05-05-2022 26-04-2022 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.1 — Artikel 15.1 (toepassingsbereik)#
Artikel 15.1 (toepassingsbereik) 1 artikelen 3.21, eerste en tweede lid 3.23 3.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving De,enzijn van toepassing op deze paragraaf. 2 bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving In deze paragraaf wordt onder geluidgevoelig gebouw, geluidaandachtsgebied, gemeenteweg, provinciale weg en waterschapsweg verstaan wat inonder die begrippen wordt verstaan. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 15.2 — Artikel 15.2 (lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen)#
Artikel 15.2 (lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen) 1 paragraaf 12.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor de toepassing vanstellen onderstaande bestuursorganen uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een lijst op van geluidgevoelige gebouwen: a. het college van burgemeester en wethouders: voor gemeentewegen en voor lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen; b. het dagelijks bestuur van een waterschap: voor waterschapswegen; en c. gedeputeerde staten: voor provinciale wegen en voor lokale spoorwegen die bij omgevingsverordening zijn aangewezen. 2 Op de lijst wordt vermeld een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aanwezig geluidgevoelig gebouw dat ligt in het geluidaandachtsgebied van: a. Wegenverkeerswet 1994 artikel 12.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving tabel 3.35 van dat besluit een provinciale weg die binnen een krachtens devastgestelde bebouwde kom ligt, waarvan het geluid, bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds zoals die zijn vastgesteld op grond van, meer dan 5 dB hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in; b. artikel 12.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving tabel 3.35 van dat besluit een provinciale weg die buiten die bebouwde kom ligt, waarvan het geluid, bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds zoals die zijn vastgesteld op grond van, hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in; c. tabel 3.35 van het Besluit kwaliteit leefomgeving een lokale spoorweg die bij omgevingsverordening is aangewezen, waarvan het geluid, bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds, hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in; of d. artikel 11.46, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving tabel 3.35 van dat besluit een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen, waarvan het geluid in het jaar, bedoeld inhoger is dan de grenswaarde, bedoeld in. 3 Op de lijst wordt niet vermeld een geluidgevoelig gebouw: a. Interimwet stad-en-milieubenadering Wet geluidhinder waarop met toepassing van deeen hogere geluidbelasting dan de maximale waarde op grond van deis toegestaan; b. artikel 83, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, van de Wet geluidhinder waarbij toepassing is gegeven aan, zoals deze artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit; c. Wet geluidhinder dat eerder op grond van devanwege het geluid op kosten van het Rijk is gesaneerd en is vermeld op een uiterlijk een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat te publiceren lijst, met uitzondering van gebouwen die zijn gesaneerd door een verkeersmaatregel waarmee een snelheid van 30 km/u is ingesteld en waarvoor geen rijksbijdrage voor geluidwerende maatregelen is ontvangen; of d. artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder dat alleen aan de voorwaarden van het tweede lid voldoet voor een bouwkundige constructie die op grond vanniet als gevel werd beschouwd. 4 De lijst bevat voor elk geluidgevoelig gebouw in ieder geval: a. de in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen identificatienummers; en b. het in het tweede lid bedoelde geluid op het gebouw. 5 Na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, aanhef, kan de lijst alleen worden gewijzigd als sprake is van een onjuistheid. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 15.3 — Artikel 15.3 (opstellen en melding lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen)#
Artikel 15.3 (opstellen en melding lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen) 1 artikel 15.2 Voorafgaand aan het opstellen van de lijst, bedoeld in, publiceren het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten een ontwerp van de lijst en stellen zij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen. 2 Bij de publicatie van het ontwerp van de lijst wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de samenstelling van de lijst zijn betrokken. 3 artikel 15.2, eerste lid Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten zenden een afschrift van de lijst voor het in, bedoelde tijdstip op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 15.4 — Artikel 15.4 (afwijkend tijdstip gegevensverstrekking ten behoeve van het geluidregister)#
Artikel 15.4 (afwijkend tijdstip gegevensverstrekking ten behoeve van het geluidregister) 1 artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder a en b artikel 3.2 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving In afwijking van, verstrekt het bestuursorgaan dat bevoegd is geluidproductieplafonds vast te stellen de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot geluidproductieplafonds langs wegen en spoorwegen die zijn herberekend op grond van, met uitzondering van het gegeven, bedoeld in, binnen vier weken na die herberekening. 2 artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet Wet luchtvaart In afwijking van, verstrekken gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de in dat onderdeel bedoelde gegevens met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van hetgeldende besluit over het toegelaten geluid van een luchthaven waarvoor op grond van deeen luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist, binnen een bij koninklijk besluit te bepalen termijn. 3 artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder g en h Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet In afwijking van, verstrekt het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen een bij koninklijk besluit te bepalen termijn de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot activiteiten die op het tijdstip van inwerkingtreding van hetrechtmatig worden verricht. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 15.5 — Artikel 15.5 (gegevensverstrekking over programma legalisering projecten natuur en rapportage aan Tweede en Eerste Kamer)#
Artikel 15.5 (gegevensverstrekking over programma legalisering projecten natuur en rapportage aan Tweede en Eerste Kamer) 1 artikel 22.21, tweede lid, van de wet artikel 12.26b van het Besluit kwaliteit leefomgeving De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van het inbedoelde programma voor het legaliseren van projecten met een geringe stikstofdepositie, verstrekken de gegevens, bedoeld in, elk jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof. 2 artikel 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt elk jaar aan de beide Kamers der Staten-Generaal het verslag over de voortgang en de gevolgen van het programma, bedoeld in. 2021 287 18-06-2021 14-06-2021 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2023 298 15-09-2023 12-09-2023 2023 320 02-10-2023 27-09-2023 01-01-2024
Artikel 16.1 — Artikel 16.1 (inwerkingtreding)#
Artikel 16.1 (inwerkingtreding) De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 15.1.
Artikel 16.2 — Artikel 16.2 (citeertitel)#
Artikel 16.2 (citeertitel) Dit besluit wordt aangehaald als: Omgevingsbesluit. 2020 557 28-12-2020 09-12-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Voorheen art. 15.2.
Artikel 1.1#
artikel 1.1
Artikel 3.1#
artikel 3.1
Artikel 4.33#
artikelen 4.33
Artikel 4.34#
4.34
Artikel 4.33#
artikel 4.33
Artikel 4.33#
artikel 4.33
Artikel 4.34#
artikel 4.34
Artikel 4.34#
artikel 4.34
Artikel 8.15#
artikel 8.15
Artikel 8.15#
artikel 8.15
Artikel 8.17#
artikel 8.17, eerste lid
Artikel 8.17#
artikel 8.17, eerste lid
Artikel 11.6#
artikelen 11.6
Artikel 11.7#
11.7
Artikel 11.8#
11.8
Artikel 13.12#
artikel 13.12, eerste lid
Artikel 4.6#
artikel 4.6, tweede lid, onder a
Artikel 4.6#
artikel 4.6, tweede lid, onder c
Artikel 4.16#
artikel 4.16, eerste lid
Artikel 4.6#
artikel 4.6, tweede lid, onder a
Artikel 4.6#
artikel 4.6, tweede lid, onder c
Artikel 4.16#
artikel 4.16, eerste lid
Artikel 13.12#
artikel 13.12, derde lid
Artikel 14.5#
artikel 14.5
Artikel 14.4#
artikel 14.4, eerste lid, onder a