Besluit bestuurlijke boeten Douane- en Accijnswet BES
- BWB-id
- BWBR0038579
- Type
- beleidsregel-BES
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-10-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038579
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel-bes/2016/besluit-bestuurlijke-boeten-douane-en-accijnswet-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel-bes/2016/besluit-bestuurlijke-boeten-douane-en-accijnswet-bes/2016-10-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038579&g=2016-10-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038579&z=2026-06-06&g=2016-10-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038579/2016-10-06
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel-bes/2016/besluit-bestuurlijke-boeten-douane-en-accijnswet-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Hoofdstuk II, titel 8, van de Douane- en Accijnswet BES Hoofdstuk 2, afdeling 2.13, van het Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES Hoofdstuk 2, afdeling 2.25, van de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES artikel 1.4 van de Douane- en Accijnswet BES In dit beleidsbesluit wordt onder ‘boete’ verstaan de sanctie die de inspecteur ingevolge(hierna: de Wet),(hierna: het Uitvoeringsbesluit) en(hierna: de Uitvoeringsregeling) kan opleggen met betrekking tot belastingen en handels- en dienstenentrepots als bedoeld inovereenkomstig de in dit besluit vastgestelde regels. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bij het vaststellen van de boete wijkt de inspecteur niet af van de percentages en bedragen, die in dit beleidsbesluit zijn vermeld. 2 artikel 2.86 van de Wet De boete kan worden verminderd wanneer sprake is van een wanverhouding tussen de ernst van het feit en de opgelegde boete, of wanneer de omstandigheden die hebben geleid tot het beboetbare feit buiten de directe invloedssfeer van belanghebbende liggen. De vermindering kan slechts worden verleend wanneer een bezwaarschrift, als bedoeld inis ingediend. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Wet Uitvoeringsbesluit Uitvoeringsregeling artikel 2.113 van de Wet artikel 4 Dit artikel is van toepassing op de verzuimboetebepalingen van de, heten de, met uitzondering van de verzuimen als bedoeld in het eerste en tweede lid van(zie). 2 Ter zake van een verzuim legt de inspecteur een boete op van ten hoogste het wettelijk maximum van de betreffende boetebepaling. 3 Bij het opleggen van verzuimboeten wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede of derde/volgend verzuim. Hierbij wordt een referentieperiode gehanteerd van drie jaren. 4 Van een tweede respectievelijk derde of volgend verzuim is sprake als belanghebbende over de voorafgaande drie maanden vóór de vaststelling van dit verzuim reeds één respectievelijk twee of meer keer eenzelfde verzuim heeft begaan. 5 Bij vernietiging van de boete wegens afwezigheid van alle schuld (avas) telt het verzuim niet mee in de verzuimenreeks. 6 In geval van een eerste verzuim volstaat de inspecteur met het versturen van een waarschuwing. 7 In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 50 procent van het wettelijk maximum volgens de van toepassing zijnde boetebepaling. 8 In geval van een derde of volgend verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 100 procent van het wettelijk maximum volgens de van toepassing zijnde boetebepaling. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2.113 van de Wet Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de verzuimen als bedoeld in het eerste en tweede lid van. 2 Ter zake van een verzuim legt de inspecteur een boete op van ten hoogste het wettelijk maximum van de betreffende boetebepaling. 3 Bij het opleggen van verzuimboeten wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde of vierde/volgend verzuim. Hierbij wordt een referentieperiode gehanteerd van drie jaren. 4 Van een tweede respectievelijk derde of vierde/volgend verzuim is sprake als belanghebbende over de voorafgaande drie maanden vóór de vaststelling van dit verzuim reeds één respectievelijk twee, drie of meer keer eenzelfde verzuim heeft begaan. 5 Bij vernietiging van de boete wegens afwezigheid van alle schuld (avas) telt het verzuim niet mee in de verzuimenreeks. 6 In geval van een eerste verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 25 procent van de (meer)verschuldigde invoerrechten of het bedrag van de navorderingsaanslag. 7 In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 50 procent van de (meer)verschuldigde invoerrechten of het bedrag van de navorderingsaanslag. 8 In geval van een derde verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 75 procent van de (meer)verschuldigde invoerrechten of het bedrag van de navorderingsaanslag. 9 In geval van een vierde of volgend verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 100 procent van de (meer)verschuldigde invoerrechten of het bedrag van de navorderingsaanslag. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2.113, derde lid, van de Wet Als het ontstaan van de na te vorderen douaneschuld aan opzet dan wel grove schuld van de belanghebbende te wijten is, legt de inspecteur een boete op van maximaal 200 procent van de inomschreven grondslag. De boete bedraagt tenminste USD 140 en ten hoogste USD 14000. 2 In geval van grove schuld legt de inspecteur een boete op van 50 procent van de wettelijke boetegrondslag. In geval van opzet legt de inspecteur een boete op van 100 procent van deze grondslag. 3 De inspecteur legt in geval van opzet waarbij de ernst van de gedraging tot een hogere boete dan die in het tweedee lid aanleiding geeft, een boete op van 200 procent. Hiertoe is in elk geval aanleiding als sprake is van verhoudingsgewijs omvangrijke fraude. 4 De inspecteur legt in geval van opzet waarbij sprake is van bedrieglijke handelingen een boete op van driehonderd procent. De boete bedraagt in een dergelijk geval tenminste USD 560. 5 derde lid van artikel 2.113 Als er op het moment van het begaan van het beboetbare feit nog geen twee jaren zijn verstreken sinds een boete op grond van hetis opgelegd, legt de inspecteur bij grove schuld een boete op van 150 procent en bij opzet een boete van 300 procent. De boete bedraagt in een dergelijk geval tenminste USD 560. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2.114 van de Wet Als niet, niet tijdig of niet behoorlijk wordt voldaan aan de bepalingen als genoemd in, legt de inspecteur een boete op van ten hoogste USD 2800. 2 artikel 2.114 van de Wet Wet In geval van grove schuld legt de inspecteur een boete op van 25 procent van het wettelijk maximum van. In geval van opzet legt de inspecteur een boete op van 50 procent van de. 3 In geval van recidive wordt de vergrijpboete bij grove schuld verhoogd tot 50 procent en de vergrijpboete bij opzet tot 100 procent. Van recidive is sprake als aan de belastingplichtige, of de inhoudingsplichtige voor hetzelfde belastingmiddel in de periode van vijf jaren voorafgaand aan de door de inspecteur op te leggen vergrijpboete reeds eerder voor een vergelijkbaar feit een vergrijpboete is opgelegd, een transactie is voldaan, dan wel strafoplegging heeft plaatsgevonden. 4 De inspecteur legt in geval sprake is van opzet waarbij de ernst van de gedraging tot een hogere boete dan die in het eerste of tweede lid aanleiding geeft, een boete op van 100 procent. Hiertoe is in elk geval aanleiding als sprake is van listigheid, valsheid of van verhoudingsgewijs omvangrijke fraude. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit wordt aangehaald als Besluit bestuurlijke boeten Douane- en Accijnswet BES. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2 Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd. 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 2016 52101 05-10-2016 23-09-2016 BLKB2016/345M 06-10-2016