Beleidsregel nadere uitleg aanvullende voorschriften i.v.m. minimumbemanning van schepen voor de binnenvaart
- BWB-id
- BWBR0014207
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2003-02-05 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014207
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-nadere-uitleg-van-de-aanvullende-voorschriften-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-nadere-uitleg-van-de-aanvullende-voorschriften-/2003-02-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014207&g=2003-02-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014207&z=2026-06-06&g=2003-02-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014207/2003-02-05
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-nadere-uitleg-van-de-aanvullende-voorschriften-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 artikel 13 van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart Bij de beoordeling of een schip voldoet aan aanvullende voorschriften teneinde met de minimumbemanning te mogen worden geëxploiteerd, gelden de invermelde nadere uitleggingen van. 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 16-11-2002 01-07-2002
Artikel 2 — Artikel 2 : Nadere uitleggingen#
Artikel 2 : Nadere uitleggingen 1 Eerste lid, onderdeel a, sub 1, aangaande de inrichting van de voortstuwingsinstallatie: Indien een schip is uitgerust met een direct omkeerbare hoofdmotor, wordt de startluchtinstallatie die nodig is voor het omkeren van de draairichting: artikel 5.05, zevende lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit Wanneer dit aggregaat is voorzien van een eigen brandstoftank, is deze tank voorzien van een laag niveaualarm overeenkomstig. - óf voortdurend door middel van een automatisch werkende compressor op druk gehouden, - óf door middel van een compressor die voor de oplading van het luchtvat dient, na het in werking treden van een alarm in het stuurhuis, vanuit de stuurstand gestart. 2 Eerste lid, onderdeel a, sub 2, aangaande het bilgewater in de hoofdmachinekamer: Indien de werking van de boegschroefinstallatie noodzakelijk is voor het voldoen aan de eisen m.b.t. snelheid, stoppen en manoeuvreerbaarheid, wordt de machinekamer waar de boegschroefinstallatie is opgesteld aangemerkt als hoofdmachinekamer. 3 Eerste lid, onderdeel a, sub 3, aangaande de automatische brandstoftoevoer: 3.1 artikel 5.05, zevende lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit Indien de voortstuwingsinstallatie is voorzien van een dagtank, is de inhoud daarvan voldoende voor 24 uur gebruik van de voortstuwingsinstallatie. Daarbij wordt gerekend met een verbruik van 0,25 liter per kW per uur. De dagtank is voorzien van een laag niveaualarm overeenkomstig. Indien de inhoud van de dagtank minder is, is de brandstofopvoerpomp voor het vullen van de dagtank continu in bedrijf, tenzij de dagtank is voorzien van: a. een schakelaar die bij een bepaald laag niveau van de brandstof de brandstofopvoerpomp automatisch inschakelt; b. een schakelaar die bij gevulde dagtank de brandstofopvoerpomp automatisch uitschakelt. 3.2 artikel 5.05, zevende lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit In afwijking van 3.1 geldt voor zeilende passagiersschepen uitsluitend dat de dagtank is voorzien van een laag niveaualarm overeenkomstig. 4 Eerste lid, onderdeel a, sub 5, aangaande voorgeschreven optische tekens van varende schepen: Binnenvaartpolitiereglement Onder de optische tekens van varende schepen worden in dit verband niet verstaan: cilinders, bollen, kegels en ruiten als bedoeld in het. 5 Eerste lid, onderdeel a, sub 6, aangaande rechtstreeks contact en contact met de machinekamer: 5.1 Rechtstreeks contact wordt aanwezig geacht indien: a. visueel contact mogelijk is tussen het stuurhuis enerzijds en de bedieningsplaats van de lieren en bolders op het voor- en achterschip anderzijds, en bovendien de afstand daartussen niet meer bedraagt dan 35 m; b. de woonruimte direct vanuit het stuurhuis toegankelijk is. 5.2 artikel 9.08, eerste lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit Een directe spreekverbinding tussen het stuurhuis en de machinekamer kan worden vervangen door een optisch en akoestisch signaal in de machinekamer. Indien een schip is ingericht voor het voeren van het schip met behulp van radar door één persoon, wordt contact met de machinekamer ook aanwezig geacht indien het signaal, genoemd in, naast de aldaar genoemde schakelaar separaat kan worden geactiveerd. Voor toepassing van deze bepalingen wordt een boegschroefruimte waarin een verbrandingsmotor staat opgesteld, als machinekamer aangemerkt. 6 Eerste lid, onderdeel a, sub 7, aangaande een redelijke tijd: Als redelijke tijd wordt hier 3 minuten als voldoende geacht, te rekenen vanaf het begin van alle bijbehorende handelingen. 7 Eerste lid, onderdeel a, sub 8, aangaande de bediening van de schijnwerper: Met het oog op de bediening is de schijnwerper permanent opgesteld. De elektrische voeding geschiedt vanuit het scheepsnet. 8 Eerste lid, onderdeel a, sub 9, aangaande zwengels en soortgelijke draaibare voorzieningen: Als zodanig worden aangemerkt: Als zodanig worden niet aangemerkt: - handbediende ankerlieren (de maximum kracht geldt bij vrijhangende ankers); - zwengels voor het heffen van luiken. - zwengels voor het starten van hulpmotoren; - verhaal- en koppellieren. 9 Eerste lid, onderdeel a, sub 12, aangaande ergonomisch aangebracht: Aan het gestelde wordt voldaan indien: a. het stuurhuis is ingericht voor het voeren van het schip met behulp van radar door één persoon; b. bij overige stuurhuizen: - o o o de controle instrumenten en de bedieningsinstallaties bevinden zich in het blikveld naar voren over een boog van niet meer dan 180(90naar stuurboord en 90naar bakboord), met inbegrip van de vloer en het plafond. Zij zijn vanaf de plaats waar de roerganger zich normaal bevindt goed af te lezen en zijn goed zichtbaar; - de belangrijkste bedieningsinstallaties, zoals de bediening van het stuurwiel of de stuurhefboom, de motorbediening, de bediening van de marifoon, de bediening van de geluidsseinen en de bediening van het blauwe bord, zijn zo geplaatst dat de grootste afstand tussen de aan stuurboord en aan bakboord geplaatste bedieningen niet meer dan 3 m bedraagt. Daarbij is het mogelijk dat de roerganger de motoren kan bedienen zonder dat hij de bediening van de stuurinstallatie loslaat en dat hij zonder de bediening van de stuurinstallatie los te laten, de overige bedieningsinstallaties zoals marifoon, de bediening van de geluidsseinen en het blauwe bord, kan bedienen; - de bediening van het blauwe bord geschiedt elektrisch, pneumatisch of hydraulisch. In afwijking daarvan is bediening door middel van een draad toegestaan, indien de bediening vanaf de stuurstand kan geschieden en van een deugdelijke constructie is. 10 Eerste lid, onderdeel b, sub 3, eerste zin, en sub 4, eerste zin, aangaande koppellieren: Als koppellieren worden in dit verband aangemerkt de lieren die dienen voor het opnemen van de koppelingskrachten van de langsverbindingen tussen het duwende schip en het geduwde schip of de geduwde schepen, en die voldoen aan de voorwaarden: a. de lier levert volledig mechanisch de voor het koppelen benodigde spankracht; b. de bediening van de lier bevindt zich ter plaatse van de lier. In afwijking hiervan wordt afstandbediening aanvaard indien degene die de lier bedient vanaf de bedieningsplaats onbelemmerd vrij uitzicht op de lier heeft. Tevens is bij deze bedieningsplaats een inrichting aanwezig die onopzettelijke inbedrijfstelling beveiligt. In dit geval is ter plaatse van de lier een noodstopinrichting aanwezig; c. de lier is voorzien van een reminrichting die in werking treedt zodra het bedieningsorgaan wordt losgelaten, alsmede bij het wegvallen van de aandrijvende kracht; d. de koppeldraad wordt gevierd bij uitval van de aandrijving; e. de trekkracht van de lier wordt beperkt tot één vijfde van de breeksterkte van de voor het koppelen toegepaste draad. 11 Eerste lid, onderdeel b, sub 3, tweede zin, en sub 4, tweede zin, aangaande de bediening van de boegschroefinstallatie: De bedieningsapparatuur van de boegschroefinstallatie is vast ingebouwd in het stuurhuis. De bekabeling voor de aansturing van de boegschroefinstallatie is tot het voorschip van het duwende motorschip dan wel van de duwboot, vast aangebracht. 12 Eerste lid, onderdeel b, sub 5, aangaande gelijkwaardige manoeuvreereigenschappen: Een voortstuwingsinstallatie, bestaande uit ten minste twee gescheiden voortstuwingsinstallaties van ongeveer gelijk vermogen, wordt aangemerkt als een voortstuwingsinstallatie die samen met de stuurinrichting gelijkwaardige manoeuvreereigenschappen waarborgt. 2003 23 03-02-2003 31-01-2003 DS-2000108/03 2003 23 03-02-2003 31-01-2003 DS-2000108/03 05-02-2003 01-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3 : Intrekking#
Artikel 3 : Intrekking De Beleidsregel nadere uitleg van de aanvullende uitrustingseisen in verband met de minimumbemanning van schepen voor de Rijn- en binnenvaart, Nr. DGG/J-01/000700 van 4 januari 2001, wordt ingetrokken. 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 16-11-2002 01-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4 : Inwerkingtreding#
Artikel 4 : Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2002. 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 16-11-2002 01-07-2002
Artikel 5 — Artikel 5 : Citeertitel.#
Artikel 5 : Citeertitel. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nadere uitleg van de aanvullende voorschriften in verband met de minimumbemanning van schepen voor de binnenvaart. 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 2002 220 14-11-2002 11-11-2002 DS-20816/02 16-11-2002 01-07-2002