Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken
- BWB-id
- BWBR0013685
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013685
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-voor-het-plaatsen-van-windturbines-op-in-of-ove
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-voor-het-plaatsen-van-windturbines-op-in-of-ove/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013685&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013685&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013685/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregel-voor-het-plaatsen-van-windturbines-op-in-of-ove
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. territoriale zee: Wet grenzen Nederlandse territoriale zee de Noordzee binnen de grenzen die zijn vastgesteld in de(Stb. 1985, 129); b. vaarweg: het voor de doorgaande vaart bestemde en meestal als zodanig gemarkeerde of betonde deel van het vaarwater. 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 04-07-2002
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte Deze beleidsregel is niet van toepassing op de exclusieve economische zone. 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 04-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Wegen#
Artikel 3 Wegen 1 Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter. 2 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 artikel 1c,d Binnen 30m uit de rand van de verharding en op parkeerplaatsen en tankstations gelegen langs autowegen of autosnelwegen als bedoeld in hetmet een directe aansluiting op de autoweg of autosnelweg, die primair bestemd zijn voor een kort oponthoud van de weggebruiker, wordt plaatsing van windturbines slechts toegestaan indien uit een aanvullend onderzoek blijkt dat er geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico bestaat. 3 In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt nabij een knooppunt of aansluiting of op locaties waarbij de rotorbladen zich boven de verharding zullen bevinden plaatsing van windturbines slechts toegestaan indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat er geen onaanvaardbaar verhoogd risico is voor de verkeersveiligheid. 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 04-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Kanalen, rivieren en havens#
Artikel 4 Kanalen, rivieren en havens 1 Langs kanalen, rivieren en havens wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 50m uit de rand van de vaarweg. 2 Binnen 50m uit de rand van de vaarweg wordt plaatsing slechts toegestaan indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat er geen hinder voor wal- en scheepsradar optreedt. De minimale afstand tot de rand van de vaarweg is altijd ten minste de helft van de rotordiameter. 3 Het bepaalde onder het eerste en tweede lid laat onverlet de toepassing van de Beleidslijn grote rivieren. 4 Plaatsing mag geen visuele hinder opleveren voor het scheepvaartverkeer en bedienend personeel van kunstwerken. Het zicht op vaarwegmarkeringstekens mag niet door plaatsing van windturbines worden afgeschermd. 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5 De territoriale zee#
Artikel 5 De territoriale zee 1 Plaatsing van windturbines in het gemeentelijk ingedeelde deel van de territoriale zee wordt slechts toegestaan op locaties waarvoor geldt dat windturbines: a. geen negatieve invloed hebben op de veiligheid van de kust; b. geen negatieve morfologische ontwikkeling van de bodem veroorzaken; c. geen negatieve effecten op de natuurlijke dynamiek van de bodem hebben; d. niet leiden tot verweking van de bodem; e. geen negatieve invloed hebben op de kustlijnligging; f. het uitvoeren van zandsuppleties en onderwatersuppleties niet in onaanvaardbare mate bemoeilijken; g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten. 2 artikel 4 Voor vaarwegen in de territoriale zee isvan overeenkomstige toepassing. 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Grote wateren#
Artikel 6 Grote wateren 1 artikel 5, eerste lid onder b, c, d, g Plaatsing van windturbines wordt slechts toegestaan in het IJsselmeer, het Markermeer en de randmeren, het Haringvliet, Hollandsch Diep, de Biesbosch, de Oosterschelde, de Westerschelde, het Veerse meer, het Grevelingenmeer, het Zoommeer, het Krammer-Volkerak, de Waddenzee, de Eems, en de Dollard op locaties waar voldaan wordt aan het bepaalde in, waar de kans op erosie van de oever niet wordt vergroot en voor zover windturbines geen feitelijke belemmering vormen voor het waterkwantiteitsbeheer. 2 artikel 4 Voor vaarwegen die lopen door de in het eerste lid genoemde wateren, isvan overeenkomstige toepassing. 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 04-07-2002
Artikel 7 — Artikel 7 Waterkeringen#
Artikel 7 Waterkeringen 1 Omgevingswet Plaatsing van windturbines in de kern- of beschermingszone van een waterkering in beheer van het Rijk, wordt slechts toegestaan indien door de initiatiefnemer voldoende kan worden aangetoond dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkerende functie van de waterkering conform de veiligheidsnorm bij of krachtens de. 2 artikelen 3 tot en met 6 Het bepaalde in het eerste lid geldt onverminderd het bepaalde in de. 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Termijn#
Artikel 8 Termijn 1 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 1° en 2° van de Omgevingswet De vergunning op grond vanzal worden verleend voor een bepaalde termijn. 2 artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 1° en 2° van de Omgevingswet Indien van de vergunning op grond vanniet binnen een in de vergunning bepaalde termijn gebruik wordt gemaakt, wordt de vergunning ingetrokken. 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 2002 123 02-07-2002 15-05-2002 HKW/R 2002/3641 04-07-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk. 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 2023 31917 22-12-2023 20-11-2023 01-01-2024