Beleidsregels schorsing en intrekking erkenningen Besluit dierenvervoer 1994
- BWB-id
- BWBR0013173
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2007-01-05 t/m 2008-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013173
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregels-dierenwelzijn
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregels-dierenwelzijn/2007-01-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013173&g=2007-01-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013173&z=2026-06-06&g=2007-01-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013173/2007-01-05
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2002/beleidsregels-dierenwelzijn
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. EG-verordening nr. 1/2005: verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97; c. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 11, eerste lid, van EG-verordening nr. 1/2005. 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 05-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In geval van herhaalde overtredingen van EG-verordening nr. 1/2005 door personen werkzaam bij de desbetreffende vervoersonderneming schorst de minister de vergunning voor een bepaalde periode of trekt hij de vergunning in met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels. 2 Onder herhaalde overtredingen als bedoeld in het eerste lid, worden verstaan minimaal drie overtredingen. 3 artikelen 58 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Besluit dierenvervoer 1994 Voor de bepaling van het aantal overtredingen worden overtredingen meegerekend die na 1 januari 2001 door de bevoegde autoriteiten van Nederland of van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie zijn geconstateerd van deof, zoals die luidde tot 5 januari 2007, dan wel van het bepaalde bij of krachtens het. 4 Een overtreding die met betrekking tot hetzelfde transport op één tijdstip en locatie wordt geconstateerd bij meerdere dieren wordt aangemerkt als één overtreding. Overtredingen die met betrekking tot hetzelfde transport op meerdere tijdstippen en locaties worden geconstateerd worden aangemerkt als evenzovele overtredingen. 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 05-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 5 tot en met 7 Indien personen werkzaam bij een vervoersonderneming een overtreding begaan van EG-verordening nr. 1/2005 waarbij de dieren ernstig lijden, schorst de minister de vergunning voor een bepaalde periode of trekt hij de vergunning in met inachtneming van devan deze beleidsregels. 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 05-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Na constatering van een overtreding als bedoeld in, geeft de minister de verantwoordelijke voor de desbetreffende vervoersonderneming een eerste schriftelijke waarschuwing waarin de geconstateerde overtreding wordt omschreven en waarin wordt gemeld dat indien binnen twee jaar opnieuw een overtreding wordt geconstateerd, er een tweede schriftelijke waarschuwing volgt. 2 artikel 2 Na constatering van een overtreding als bedoeld inbinnen twee jaar na de eerste schriftelijke waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, geeft de minister de verantwoordelijke voor de desbetreffende vervoersonderneming een tweede schriftelijke waarschuwing waarin de geconstateerde overtreding wordt omschreven en waarin wordt gemeld dat indien binnen twee jaar opnieuw een overtreding wordt geconstateerd de erkenning van de vervoersonderneming wordt geschorst danwel wordt ingetrokken. 3 Een waarschuwing als bedoeld in het eerste of tweede lid, vervalt vanaf twee jaar na de datum waarop deze is verzonden, tenzij de personen werkzaam bij de desbetreffende vervoersonderneming binnen dit tijdvak een of meer nieuwe overtredingen hebben begaan. 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 11-06-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Alvorens de minister een beschikking tot schorsing of intrekking van de vergunning neemt, verstrekt hij de verantwoordelijke voor de desbetreffende vervoersonderneming een afschrift van de voorgenomen beschikking en stelt hij deze verantwoordelijke in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen binnen twee weken na de datum van verzending van de voorgenomen beschikking. 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 05-01-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 2, eerste lid 3 7, onderdeel a Een schorsing als bedoeld in de,en, van deze beleidsregels wordt opgeheven indien de verantwoordelijke persoon van een vervoersonderneming een ten genoegen van de minister opgesteld protocol overlegt en dit protocol door de minister is goedgekeurd. 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 11-06-2004
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 6 Een protocol, als bedoeld in, bevat in ieder geval een beschrijving van: a. de aard en de omstandigheden van de overtredingen; b. de wijze waarop het voorkomen van de overtredingen is aangepakt; c. de maatregelen die zijn genomen om overtredingen in de toekomst te voorkomen, en d. een beschrijving van het algemene bedrijfsproces. 2 Het protocol, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen ten hoogste drie weken na overlegging daarvan, door de minister beoordeeld. 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 2004 107 09-06-2004 03-06-2004 TRCJZ/2004/4052 11-06-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien personen werkzaam bij de desbetreffende vervoersonderneming opnieuw een overtreding begaan: a. artikelen 2, eerste lid 3 artikel 5 binnen twee jaar na de datum waarop de periode van schorsing of het tijdstip van intrekking, bedoeld in de, en, is beëindigd, schorst de minister de vergunning voor een bepaalde periode of trekt hij de vergunning in met inachtneming van; b. artikelen 2, eerste lid 3 artikelen 2 tot en met 5 vanaf twee jaar na de datum waarop de periode van schorsing of het tijdstip van intrekking, bedoeld in de, en, is beëindigd, schorst de minister de vergunning voor een bepaalde periode of trekt hij de vergunning in met inachtneming van de. 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 2006 242 12-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3809 05-01-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. plateaustal : een stal, waarin gebruiksvarkens beschikken over twee verblijfsniveaus en die voldoet aan de navolgende eisen: 1°. de afstand van een plateau tot de vloer bedraagt minimaal 0,9 meter; 2°. de afstand van het plateau tot het plafond bedraagt minimaal 0,9 meter met dien verstande dat de afstand tussen het plateau en het hoogste punt van het plafond tenminste 1,5 meter bedraagt; 3°. een plateau is minimaal 4,0 meter lang, de breedte van het plateau bedraagt minimaal 1,1 meter en maximaal 1,5 meter; 4°. een plateau bestaat uit kunststof of beton en is zodanig vervaardigd dat deze is afgestemd op de maximale gewichtsbelasting van de varkens en dat bevuiling van zich onder het plateau bevindende varkens zoveel mogelijk wordt voorkomen; 5°. een plateau is voorzien van een deugdelijke balustrade; 6°. een plateau is bereikbaar via een loopplank van tenminste 0,75 meter breed en zodanig geplaatst en ontworpen dat de varkens zonder veel moeite het plateau kunnen bereiken; b. besluit Varkensbesluit :; c. regeling Vrijstellingsregeling dierenwelzijn :. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7 van het besluit Bij gebruik van een zwevende trog waarvan de onderkant zich minimaal 20 centimeter boven de vloer bevindt, mag in de gevallen dat het varken ongehinderd met zijn kop onder de trog kan rusten, de ruimte onder de zwevende trog als vrije ruimte als bedoeld in, worden meegerekend. 2 artikel 7 van het besluit Bij gebruik van een verzonken trog zonder obstakels mag van de vrije ruimte als bedoeld in, 15 centimeter verzonken zijn. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 4, tweede lid, van het besluit artikel 6, tweede lid artikel 8, tweede lid van de regeling Bij gebruik van een plateaustal mag de voor gebruiksvarkens beschikbare oppervlakte van een plateau als beschikbare oppervlakte als bedoeld in,, en, worden meegerekend. 2 artikel 5, derde lid, van het besluit artikel 7, tweede lid artikel 8, derde lid, van de regeling Bij gebruik van een plateaustal mag het dichte deel van de voor gebruiksvarkens beschikbare vloer van een plateau als het dichte deel van de beschikbare vloer als bedoeld in, en, en, worden meegerekend. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 19 van het besluit Onder het begrip stal in, wordt verstaan de kleinste eenheid waarin varkens kunnen worden gehuisvest. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels dierenwelzijn. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004 Voorheen art. 8.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Hoofdstuk I treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 2004 101 01-06-2004 23-05-2004 TRCJZ/2004/3989 03-06-2004 Voorheen art. 9.