Beleidsregels aanwijzing en erkenning Bouwstoffenbesluit
- BWB-id
- BWBR0014770
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-08-27 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014770
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2003/beleidsregels-aanwijzing-en-erkenning-bouwstoffenbesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2003/beleidsregels-aanwijzing-en-erkenning-bouwstoffenbesluit/2005-08-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014770&g=2005-08-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014770&z=2026-06-06&g=2005-08-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014770/2005-08-27
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2003/beleidsregels-aanwijzing-en-erkenning-bouwstoffenbesluit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. accrediteren het geheel van activiteiten op grond waarvan de Raad voor Accreditatie, of een accreditatieorganisatie uit een van de andere lidstaten van de Europese Unie, of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: 1°. met een document verklaart dat de monsternemer, het laboratorium of de certificeringsinstelling competent is om bepaalde pakketten van verrichtingen of pakketten van handelingen uit te voeren; 2°. met een document verklaart dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de monsternemer, het laboratorium of de certificeringsinstelling voldoet aan de voor de accreditatie geldende normen, en 3°. blijvend toezicht uitoefent op de naleving van de voor de accreditatie geldende normen; b. AP 04 Accreditatie-programma Bouwstoffenbesluit (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2005); c. de Ministers de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat; d. Bouwstoffenbesluit Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming ; e. certificeren het geheel van activiteiten op grond waarvan een aangewezen certificeringsinstelling: 1°. met een document verklaart dat een monsternemer competent is om bepaalde handelingen uit te voeren, of 2°. met een document verklaart dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de monsternemer voldoet aan de voor de certificering geldende normen, en 3°. blijvend toezicht uitoefent op de naleving van de voor de certificering geldende normen; f. certificeringsinstelling artikel 1, eerste lid, onder t, van het Bouwstoffenbesluit deskundig en onafhankelijk instituut als bedoeld in; g. laboratorium artikelen 5 9 19 22 van het Bouwstoffenbesluit instantie als bedoeld in de,,en, voor het verrichten van de monstervoorbehandeling en het onderzoek naar de samenstelling en uitloging van bouwstoffen; h. monsternemer artikelen 5 9 19 22 van het Bouwstoffenbesluit instantie als bedoeld in de,,en, voor het verrichten van de monstername en monstervoorbehandeling; i. vestigingsplaats het adres en de woonplaats waar een producent, monsternemer, laboratorium of certificeringinstelling is gevestigd; j. SenterNovem het agentschap SenterNovem, gevestigd te ’s Gravenhage. 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 27-08-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Ministers kunnen op aanvraag een instantie als monsternemer aanwijzen voor een samenhangend pakket van handelingen indien deze daarvoor: a. is geaccrediteerd op basis van AP 04, of b. artikel 4, eerste lid, onder b is gecertificeerd door een conformaangewezen certificeringsinstelling op basis van de BRL SIKB 1000 'Beoordelingsrichtlijn Monsterneming voor partijkeuringen Bouwstoffenbesluit' (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2005) en de daarbij behorende protocollen. 2 In geval van uitbesteding van één handeling kunnen de Ministers op aanvraag een monsternemer voor de resterende handelingen van het samenhangend pakket van handelingen aanwijzen, indien deze uitbestede handeling onderdeel uitmaakt van het samenhangend pakket van handelingen van de monsternemer aan wie deze handeling is uitbesteed en deze monsternemer voor dit samenhangend pakket van handelingen overeenkomstig dit, of het eerste lid is aangewezen. 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 27-08-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 AP 04 De Ministers kunnen op aanvraag een instantie als laboratorium aanwijzen voor een samenhangend pakket van verrichtingen, indien dat daarvoor is geaccrediteerd op basis van. 2 In geval van uitbesteding van één verrichting kunnen de Ministers op aanvraag een laboratorium voor de resterende verrichtingen van het samenhangend pakket van verrichtingen aanwijzen, indien deze uitbestede verrichting onderdeel uitmaakt van het samenhangend pakket van verrichtingen van het laboratorium waaraan deze verrichting is uitbesteed en dit laboratorium voor dit samenhangend pakket van verrichtingen overeenkomstig dit, of het eerste lid is aangewezen. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Ministers kunnen op aanvraag een instituut als certificeringsinstelling aanwijzen voor: a. het afgeven van een kwaliteitsverklaring voor een bouwstof, indien de certificeringsinstelling voor de op die bouwstof betrekking hebbende beoordelingsrichtlijn is geaccrediteerd op basis van EN 45011 (1998), of b. het certificeren van monsternemers, indien de certificeringsinstelling hiervoor is geaccrediteerd op basis van de BRL SIKB 1000 'Beoordelingsrichtlijn Monsterneming voor partijkeuringen Bouwstoffenbesluit' (2003). 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De aanwijzing van een instantie als monsternemer bepaalt ten minste de samenhangende pakketten van handelingen waarvoor deze geldt, de eventueel uitbestede handeling, de vestigingsplaats en de geldigheidsduur. 2 De aanwijzing van een instantie als laboratorium bepaalt ten minste de samenhangende pakketten van verrichtingen waarvoor deze geldt, de eventueel uitbestede verrichting, de vestigingsplaats en de geldigheidsduur. 3 De aanwijzing van een instituut als certificeringsinstelling bepaalt ten minste de beoordelingsrichtlijnen waarvoor deze geldt, de vestigingsplaats en de geldigheidsduur. 4 De aanwijzing wordt voor ten hoogste vier jaar verleend. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4, eerste lid, onder a De Ministers kunnen een kwaliteitsverklaring erkennen indien deze op basis van een op grond van de handleiding certificering Bouwstoffenbesluit (Stichting Bouwkwaliteit, december 2002) vastgestelde beoordelingsrichtlijn is afgegeven door een certificeringsinstelling die daartoe conformis aangewezen. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De erkenning van een kwaliteitsverklaring bepaalt ten minste de bouwstof waarvoor deze geldt, de vestigingsplaats en de geldigheidsduur. 2 Een erkenning wordt voor ten hoogste drie jaar verleend. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 bijlage 1 bijlage 2 Een aanvraag tot aanwijzing of erkenning wordt ingediend bij SenterNovem met gebruikmaking van het in de bij deze beleidsregels behorendeonderscheidenlijkopgenomen aanvraagformulier. 2 Bij de aanvraag tot aanwijzing wordt een afschrift overgelegd van het document waaruit blijkt dat de aanvrager is gecertificeerd of geaccrediteerd voor de werkzaamheid waarvoor de aanvraag is ingediend. 3 artikel 2, tweede lid artikel 3, tweede lid Voor zover bij de aanwijzing van een monsternemer of laboratorium sprake is van uitbesteding van één handeling als bedoeld inonderscheidenlijk één verrichting als bedoeld indient bij de aanvraag tevens een afschrift te worden overgelegd van het document waaruit blijkt dat de monsternemer of het laboratorium waaraan deze handeling of verrichting is uitbesteed is gecertificeerd of geaccrediteerd voor het desbetreffende samenhangende pakket van handelingen of verrichtingen. 4 Bij de aanvraag tot erkenning van een kwaliteitsverklaring wordt een afschrift overgelegd van de kwaliteitsverklaring. 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 2005 164 25-08-2005 12-08-2005 BWL/2005167035 27-08-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een aanvraag tot aanwijzing kan geheel of gedeeltelijk worden afgewezen indien: a. een verleende aanwijzing in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag is geschorst of ingetrokken; b. ernstig gevaar bestaat dat de aanwijzing mede zal worden gebruikt voor het begaan van een overtreding van een wettelijk voorschrift die in relatie staat tot de samenhangende pakketten van verrichtingen of handelingen waarvoor de aanwijzing is aangevraagd; c. een juridische, financiële of personele binding bestaat tussen de opdrachtnemer en de opdrachtgever, anders dan door opdrachten tot monstername, laboratoriumonderzoek of certificering; d. Bouwstoffenbesluit de monsternemer, het laboratorium of de certificeringsinstelling in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag bij de werkzaamheden in het kader van hetin strijd heeft gehandeld met de voor de desbetreffende bouwstof geldende beoordelingsrichtlijn; e. de monsternemer, het laboratorium, of de certificeringinstelling in staat van faillissement verkeert; f. het document waaruit de certificering of accreditatie blijkt is verlopen, geschorst of ingetrokken. 2 De mate van het gevaar, bedoeld in het eerst lid, onder b, wordt vastgesteld op basis van: a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanvrager in relatie staat tot overtredingen van wettelijke voorschriften die zijn begaan bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de aanwijzing wordt aangevraagd; b. de ernst van de overtredingen, ingeval sprake is van een vermoeden daarvan; c. de aard van de relatie, en d. de aard en het aantal van de begane overtredingen en de periode die is verstreken sinds de overtreding is begaan. 3 De aanvrager staat in relatie tot overtredingen als bedoeld in het eerste lid, onder b en het tweede lid, onder a, indien: a. hij deze overtredingen zelf heeft begaan; b. hij feitelijk leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een persoon die deze overtredingen heeft begaan, of c. een ander deze overtredingen heeft gepleegd en deze persoon feitelijk leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan de aanvrager, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat. 4 De afwijzing van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien deze evenredig is met: a. de mate van gevaar, en b. de ernst van de overtreding van het wettelijk voorschrift, voor zover ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onder b bestaat. 5 artikel 2, tweede lid artikel 3, tweede lid Voor zover bij de aanwijzing van een monsternemer of laboratorium sprake is van uitbesteding van één handeling als bedoeld inonderscheidenlijk één verrichting als bedoeld inis het eerste lid tevens van toepassing op de instantie waaraan deze handeling onderscheidenlijk verrichting is uitbesteed. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een aanvraag tot erkenning van een kwaliteitsverklaring kan worden afgewezen indien: a. een verleende erkenning in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag is geschorst of ingetrokken; b. bij het afgeven van de kwaliteitsverklaring door de certificeringsinstelling in strijd is gehandeld met de voor die bouwstof geldende beoordelingsrichtlijn; c. ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt voor het begaan van een overtreding van een wettelijk voorschrift die in relatie staat tot de kwaliteitsverklaring waarvoor erkenning is aangevraagd; d. bij het afgeven van de kwaliteitsverklaring door de certificeringsinstelling sprake is geweest van een juridische, financiële of personele binding tussen de certificeringsinstelling en de opdrachtgever, anders dan door de opdracht tot certificering; e. de aanvrager in staat van faillissement verkeert; f. de kwaliteitsverklaring waarop de aanvraag betrekking heeft is verlopen, geschorst of ingetrokken. 2 tweede tot en met vierde lid van artikel 9 Hetis ten aanzien van het eerste lid, onder c, van overeenkomstige toepassing. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 2 3 4 De Ministers kunnen een aanwijzing als bedoeld in de,ofgeheel of gedeeltelijk schorsen voor de duur van maximaal zes maanden of intrekken indien: a. artikelen 2 3 4 artikel 9, eerste lid onder b, c, e en f niet langer wordt voldaan aan één of meerdere van de voorwaarden, bedoeld in de onderscheiden,,, of, of b. Bouwstoffenbesluit de monsternemer, het laboratorium of de certificeringsinstelling bij de werkzaamheden in het kader van hetin strijd heeft gehandeld met de voor de desbetreffende bouwstof geldende beoordelingsrichtlijn; 2 De schorsing of intrekking bepaalt ten minste de aanwijzing waarop de schorsing of intrekking betrekking heeft en de vestigingsplaats. Het besluit tot schorsing bepaalt tevens de termijn waarvoor de schorsing geldt. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10, eerste lid, onder c artikel 10, eerste lid, onder b, d, e en f De Ministers kunnen een erkenning van een kwaliteitsverklaring schorsen voor de duur van maximaal zes maanden of intrekken indien sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in, of in strijd is gehandeld met de voorwaarden bedoeld in. 2 De schorsing of intrekking bepaalt ten minste de erkenning waarop de schorsing of intrekking betrekking heeft en de vestigingsplaats. Het besluit tot schorsing bepaalt tevens de termijn waarvoor de schorsing geldt. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een overzicht van aangewezen monsternemers, laboratoria, certificeringsinstellingen en erkende kwaliteitsverklaringen, alsmede de schorsing of intrekking van deze aanwijzingen, of erkenningen wordt tweemaandelijks in de Staatscourant bekend gemaakt. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De beleidsregels bedoeld in het besluit van 25 maart 2000/DBO/200029631 (Stcrt. 2000, nr. 66) vervallen met ingang van 1 april 2003. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 april 2003. 2 artikel 4, eerste lid, onder b Voor zover een certificeringsinstelling niet voor 1 april 2003 beschikt over de accreditatie als bedoeld in, treedt dat vereiste in afwijking van het eerste lid voor de desbetreffende certificeringsinstelling op 1 oktober 2003 in werking. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanwijzing en erkenning Bouwstoffenbesluit. 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 2003 57 21-03-2003 03-03-2003 BWL2003017807 01-04-2003