Beleidsregels van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 november 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/KO/2004/69683, houdende werkwijze toezichthouder kinderopvang (Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang)
- BWB-id
- BWBR0017462
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2010-08-26 t/m 2011-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017462
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2004/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2004/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang/2010-08-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017462&g=2010-08-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017462&z=2026-06-06&g=2010-08-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017462/2010-08-26
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2004/beleidsregels-werkwijze-toezichthouder-kinderopvang
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet kinderopvang wet:; b. artikel 61 van de wet toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in; c. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen; d. buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, alsmede gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties; e. artikel 63 van de wet inspectierapport: het inspectierapport, bedoeld in; f. college: college van burgemeester en wethouders. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2 Werkzaamheden toezichthouder#
Artikel 2 Werkzaamheden toezichthouder De werkzaamheden van de toezichthouder bestaan uit: a. hoofdstuk 3, paragrafen 2 3, van de Wet kinderopvang Beleidsregels kwaliteit kinderopvang het beoordelen van de kwaliteit van de kinderopvang bij een kindercentrum respectievelijk van de uitvoering van de werkzaamheden van een gastouderbureau of houder van een voorziening voor gastouderopvang op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bijengegeven voorschriften en de bij degegeven voorschriften; b. artikel 62, tweede lid, van de wet het bij de uitoefening van de onder a bedoelde werkzaamheden voeren van overleg met betrokkenen van het betreffende kindercentrum , gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang, met dien verstande dat bij een onderzoek als bedoeld inten minste overleg plaatsvindt met de houder of diens vertegenwoordiger, met personeel en met één of meer vertegenwoordigers van de oudercommissie, evenals het voeren van overleg met vertegenwoordigers van de gemeente waar het betreffende kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, tenzij dit naar het oordeel van de toezichthouder in verband met de kwaliteit van de kinderopvang bij het betreffende kindercentrum respectievelijk van de uitvoering van de werkzaamheden van het betreffende gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang, niet noodzakelijk wordt geacht; en c. het rapporteren over de kwaliteit van de kinderopvang bij een kindercentrum respectievelijk over de uitvoering van de werkzaamheden bij een gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Toetsingskaders#
Artikel 3 Toetsingskaders 1 artikel 62, eerste, tweede of derde lid, van de wet De toezichthouder verricht een onderzoek als bedoeld inaan de hand van een toetsingskader. 2 bijlagen 1 2 3 4 Voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang wordt een toetsingskader ingericht, overeenkomstig het model in,,enbij deze regeling. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Onderzoek voor registratie#
Artikel 4 Onderzoek voor registratie 1 artikel 3 bijlagen 1 2 3 4 artikel 3, tweede lid Voordat de toezichthouder een onderzoek verricht als bedoeld instelt hij aan de hand van,,en, bedoeld in, vast of sprake is van kinderopvang in een kindercentrum of gastouderopvang in de zin van de wet en of een aanvraag is gedaan in de zin van de wet voor deze opvang. 2 artikel 3, eerste lid Indien de toezichthouder oordeelt dat geen sprake is van kinderopvang in een kindercentrum of gastouderopvang in de zin van de wet, dan vindt, geen toepassing. In dat geval informeert de toezichthouder het college van de gemeente waar de opvang, niet zijnde kinderopvang in de zin van de wet,voorkomt. 3 Indien naar het oordeel van de toezichthouder sprake is van niet-gemelde kinderopvang in een kindercentrum of niet-gemelde gastouderopvang die door tussenkomst van een gastouderbureau plaatsvindt, dan informeert de toezichthouder het college van burgemeester en wethouders waar de niet-gemelde kinderopvang of de niet-gemelde gastouderopvang voorkomt. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Onderzoek na aanvangsdatum exploitatie#
Artikel 5 Onderzoek na aanvangsdatum exploitatie 1 artikel 62, tweede lid, van de wet Binnen drie maanden nadat een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie is genomen, vindt een onderzoek als bedoeld inplaats, behoudens bijzondere omstandigheden. 2 Het eerste lid is tot en met 31 december 2010 niet van toepassing ten aanzien van voorzieningen voor gastouderopvang. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Nader onderzoek#
Artikel 6 Nader onderzoek artikelen 65 66 hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de wet Artikel 3 Onverminderd deen, alsmedeverricht de toezichthouder, afhankelijk van de ernst van de in het inspectierapport geconstateerde tekortkomingen, nader onderzoek, indien is gebleken dat de houder van het desbetreffende kindercentrum, gastouderbureau of de desbetreffende voorziening voor gastouderopvang de kwaliteitsverbeteringen niet binnen de in het inspectierapport gestelde termijn heeft gerealiseerd.is van toepassing. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7 Procedure ontwerprapport van regulier en incidenteel onderzoek#
Artikel 7 Procedure ontwerprapport van regulier en incidenteel onderzoek 1 artikel 62, tweede en derde lid van de wet Binnen zes weken na afloop van een onderzoek als bedoeld inontvangt de houder het ontwerprapport. 2 Binnen twee weken na de ontvangst van het ontwerprapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de GGD-ambtenaar met de houder overleg gevoerd over de inhoud van het ontwerprapport. 3 De houder krijgt twee weken de gelegenheid zijn zienswijze over de inhoud van het ontwerprapport schriftelijk kenbaar te maken. 4 De toezichthouder stelt het inspectierapport binnen twee weken na het tijdstip bedoeld in het tweede of derde lid, vast. De toezichthouder stelt het college daarvan in kennis. 5 artikel 62, derde lid, tweede volzin, van de wet Indien ingevolgegeen openbaar inspectierapport wordt opgemaakt, stelt de toezichthouder de houder en het college van de gemeente waar het kindercentrum of gastouderbureau is gevestigd daarvan in kennis. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Inspectierapport#
Artikel 8 Inspectierapport 1 Een inspectierapport bevat: a. de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang waar een onderzoek is uitgevoerd, evenals de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de houder; b. de soort opvang die is onderzocht; c. de naam en adres van de gemeente namens wie de GGD-ambtenaar een onderzoek heeft uitgevoerd; d. de naam en het adres van de vestiging van de GGD waar de ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd werkzaam is; e. de aanleiding voor een onderzoek; f. de datum en tijdstip van een onderzoek; g. de wijze waarop een onderzoek aan de hand van een toetsingskader is uitgevoerd; en h. Beleidsregels kwaliteit kinderopvang een betekenisvolle beschouwing, waarin onderzoeksresultaten en conclusies congrueren en een onderscheid is aangebracht tussen de naleving van de wettelijke kwaliteitsvoorschriften en de. 2 Voorts bevat een inspectierapport zo nodig: a. wet Beleidsregels kwaliteit kinderopvang artikel 45 van de wet een opgave van de kwaliteitsvoorschriften waaraan niet of niet in voldoende mate is voldaan, waarbij wordt aangegeven welk voorschrift van deof van dehet betreft, met dien verstande dat bij een onderzoek na een aanvraag als bedoeld intevens wordt aangegeven welke voorschriften vooralsnog niet kunnen worden beoordeeld; b. Beleidsregels kwaliteit kinderopvang ingeval van afwijking van detevens de redenen van de houder tot afwijking daarvan; c. een overzicht van gemaakte afspraken; d. de aankondiging van een nader onderzoek; en e. een advies aan het college van de gemeente waar het betreffende kindercentrum, gastouderbureau of de betreffende voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, daaronder mede begrepen voorstellen over mogelijk te treffen maatregelen. 3 bijlagen 5 6 7 8 Voor dagopvang, buitenschoolse opvang, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus wordt een inspectierapport ingericht, overeenkomstig de,,enbij dit besluit. 4 In de definitieve versie van het inspectierapport, bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval de datum opgenomen waarop het rapport definitief is vastgesteld. 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 2009 16320 02-11-2009 16-10-2009 WJZ/150854(2686) 01-01-2010
Artikel 8a — Artikel 8a Brief gastouders#
Artikel 8a Brief gastouders 1 artikel 8 bijlage 7 In afwijking vanwordt in plaats vanin het kalenderjaar 2010 en het kalenderjaar 2011 voor voorzieningen voor gastouderopvang volstaan met een brief welke in ieder geval bevat: a. naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de houder van een voorziening voor gastouderopvang; b. soort van opvang die is onderzocht; c. naam en adres van de gemeente namens wie de GGD-ambtenaar een onderzoek heeft uitgevoerd; d. naam en adres van de vestiging van de GGD waar de desbetreffende ambtenaar werkzaam is; e. aanleiding van het onderzoek; f. een beknopte weergave van de onderzoeksresultaten; en g. de zienswijze van de houder van een voorziening voor gastouderopvang (indien beschikbaar). 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2012. 2010 13123 25-08-2010 17-08-2010 KO224959(2729) 2010 13123 25-08-2010 17-08-2010 KO224959(2729) 26-08-2010 01-07-2010
Artikel 8b — Artikel 8b Onderzoek en registratie voorzieningen voor gastouderopvang in de periode 1 juli 2010 tot en met 31 december 2011#
Artikel 8b Onderzoek en registratie voorzieningen voor gastouderopvang in de periode 1 juli 2010 tot en met 31 december 2011 1 artikel 4 bijlage 3, deel A artikel 1.62, eerste lid, van de wet In afwijking van, verricht de toezichthouder in de periode 1 juli 2010 tot en met 31 december 2011 een onderzoek als bedoeld innaar een voorziening voor gastouderopvang ten minste aan de hand van een toetsingskader overeenkomstig het model in. 2 bijlage 3, deel A Indien de toezichthouder het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend heeft verricht aan de hand van een toetsingskader overeenkomstig het model in, en indien werd voldaan aan dat gedeelte van het toetsingskader, verricht de toezichthouder uiterlijk op 31 december 2011 alsnog een onderzoek aan de hand van een toetsingskader overeenkomstig het model in bijlage 3, deel B, naar een voorziening voor gastouderopvang waarbij de opvang plaatsvindt op het woonadres van de gastouder, 3 bijlage 3, deel B hoofdstuk 3, paragrafen 2 3, van de wet Een onderzoek aan de hand van een toetsingskader overeenkomstig het model inkan uiterlijk 31 december 2011 eveneens plaatsvinden bij een andere voorziening voor gastouderopvang dan die, bedoeld in het tweede lid, indien sprake is van een ernstig vermoeden dat bij die andere voorziening de exploitatie niet zal plaatsvinden in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtensen, dan wel op basis van een steekproef. 4 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2012. 2010 13123 25-08-2010 17-08-2010 KO224959(2729) 2010 13123 25-08-2010 17-08-2010 KO224959(2729) 26-08-2010 01-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en geldt voor kalenderjaren die aanvangen op of na 1 januari 2005. 2004 222 17-11-2004 10-11-2004 AV/KO/2004/69683 2004 222 17-11-2004 10-11-2004 AV/KO/2004/69683 19-11-2004
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang. bijlagen 1 tot en met 4 Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Deliggen met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling ter inzage bij de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2004 222 17-11-2004 10-11-2004 AV/KO/2004/69683 2004 222 17-11-2004 10-11-2004 AV/KO/2004/69683 19-11-2004
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 8#
artikel 8, derde lid
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 8#
artikel 8, derde lid
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 8#
artikel 8, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, derde lid