Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M
- BWB-id
- BWBR0024096
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024096
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2008/leidraad-invordering-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2008/leidraad-invordering-2008/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024096&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024096&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2008/leidraad-invordering-2008
Artikel 22bis.1 — Artikel 22bis.1 artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet Uitzondering verplichte mededeling ex#
Artikel 22bis.1 artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet Uitzondering verplichte mededeling ex 1 artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet De verplichting tot mededeling, bedoeld in, geldt behoudens de in de wet genoemde gevallen bovendien niet indien de derde of belastingschuldige geen ander voornemen in de zin van artikel 22bis, tweede of derde lid van de wet heeft dan het afvoeren van een bodemzaak van de bodem van de belastingschuldige en: A. artikel 22.9.1 de bodemzaak in reële eigendom toebehoort aan de derde en om die reden op grond vanvan deze leidraad van de toepassing van het bodemrecht is ontheven. Waar op grond van artikel 22.9.1, laatste alinea, van deze leidraad, het bodemrecht niettemin kan worden toegepast, geldt de mededelingsverplichting onverkort. De vorige volzin is niet van toepassing als de fiscale eigendom binnen drie maanden na de initiële machtsverschaffing aan de belastingschuldige is overgegaan naar de lessor. Of; B. 1°. artikel 3:237, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de verwerving van die bodemzaak volledige of nagenoeg volledige financiering door de derde is overeengekomen (aankoopfinanciering) waarbij ten behoeve van die derde een pandrecht als bedoeld inop de betreffende bodemzaak is gevestigd, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de verpanding een individuele bodemzaak betreft; b. de initiële vordering ter zake waarvan het pandrecht geldt, de aankoopsom of nagenoeg de aankoopsom van de individuele bodemzaak betreft; c. ter zake van de afbetaling van bedoelde vordering ten tijde van de verpanding een vast aantal termijnen is overeengekomen waarvan het beloop overeenkomt of nagenoeg overeenkomt met de economische levensduur van de bodemzaak; en d. het pandrecht van de derde-aankoopfinancier ten tijde van de vestiging ervan aantoonbaar een eerste pandrecht betreft dat ook tegen andere zekerheidshouders kan worden geldend gemaakt. Of; 2°. ter zake van de verwerving van die bodemzaak een financieringsvorm(aankoopfinanciering) is overeengekomen waardoor de juridische eigendom van die zaak ten tijde van het in het genoemde lid bedoelde handelen verblijft bij of is voorbehouden aan de derde. De onder 1° genoemde cumulatieve voorwaarden a tot en met c zijn van overeenkomstige toepassing. 2 Voor ‘de individuele bodemzaak’, ‘een individuele bodemzaak’, ‘die zaak’, ‘de bodemzaak’ of ‘die bodemzaak’ zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel B, kan gelezen worden ‘het samenstel van bodemzaken die samen één zaak vormen’. 3 Voor ‘individuele bodemzaak’, ‘zaak’ of ‘bodemzaak’ zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel B, kan gelezen worden ‘verschillende bodemzaken die gezamenlijk en gelijktijdig verworven en geleverd of verpand worden’. 2020 62963 30-12-2020 24-12-2020 2020-171150 2020 62963 30-12-2020 24-12-2020 2020-171150 01-01-2021
Artikel 22bis.2 — Artikel 22bis.2 Onverkorte mededelingsverplichting#
Artikel 22bis.2 Onverkorte mededelingsverplichting artikel 22bis.1., eerste lid In afwijking van, geldt de mededelingsplicht voor de onder onderdeel B genoemde gevallen onverkort indien: a. artikel 22bis, tweede lid, van de wet ter zake van de financiering enige betalingsachterstand is ontstaan die ten tijde van het inbedoelde handelen meer dan vier maanden heeft voortgeduurd; b. de derde mede zekerheids- of eigendomsrechten op bodemzaken van de belastingschuldige heeft verworven welke niet uitsluitend strekken ter verzekering van vorderingen die voortvloeien uit de financiering van de verwerving (aankoopfinanciering) van de betreffende zaken; c. de aankoopfinanciering tot stand is gekomen na verloop van drie maanden na de initiële machtsverschaffing van de individuele bodemzaak aan de belastingschuldige; of d. ter zake van de bodemzaak een wederzijdse zekerheden-regeling is overeengekomen waarbij een derde-financier betrokken is. 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 01-04-2013
Artikel 22bis.2.1 — 22bis.2.1 Gevolgen niet melden door de belastingschuldige#
22bis.2.1 Gevolgen niet melden door de belastingschuldige artikel 22bis, derde lid, van de wet Als de belastingschuldige niet heeft voldaan aan de verplichting tot mededeling, bedoeld in, is de pandhouder of overige derde gehouden tot betaling van het bedrag zoals bepaald in artikel 22bis, twaalfde lid, van de wet. Deze betalingsverplichting geldt niet voor zover de pandhouder of overige derde aannemelijk maakt dat de waarde van de bodemzaken hem direct, noch indirect ten goede is gekomen. De pandhouder of overige derde kan dit onder meer aannemelijk maken aan de hand van zijn eigen administratie. 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 01-01-2018
Artikel 22bis.3 — Artikel 22bis.3 Normale uitoefening van het bedrijf of beroep#
Artikel 22bis.3 Normale uitoefening van het bedrijf of beroep Onder handelingen die worden verricht in de normale uitoefening van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige worden verstaan vervangingsinvesteringen of andere handelingen die nadrukkelijk in het teken staan van de continuïteit van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige zoals dat bedrijf ten tijde van die handeling wordt gevoerd respectievelijk het beroep wordt uitgeoefend. Handelingen die plaatsvinden met het oogmerk zekerheid uit te winnen of te versterken, vinden niet plaats in de normale uitoefening van het bedrijf of het beroep. 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 01-04-2013
Artikel 22bis.4 — Artikel 22bis.4 Reactietermijn ontvanger na mededeling#
Artikel 22bis.4 Reactietermijn ontvanger na mededeling In het geval de ontvanger na ontvangst van een mededeling besluit geen beslag te leggen, stelt hij de derde of de belastingschuldige daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. Ten aanzien van de behandelingstermijn van de mededeling houdt de ontvanger zoveel als mogelijk rekening met de hem ter kennis gebrachte gerechtvaardigde belangen van de belastingschuldige en van derden. 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 01-01-2018
Artikel 22bis.5 — Artikel 22bis.5 artikel 22bis, tweede lid, van de wet Overleg n.a.v. mededeling ex#
Artikel 22bis.5 artikel 22bis, tweede lid, van de wet Overleg n.a.v. mededeling ex artikel 22bis, tweede of derde lid, van de wet artikelen 22bis.5.1. tot en met 22bis.5.3 De derde of de belastingschuldige die voornemens is zijn rechten uit te oefenen, dan wel een andere handeling te verrichten of te laten verrichten in de zin van, kan in overleg treden met de ontvanger teneinde overeenstemming te bereiken over de afhandeling van de mededeling. Hierbij zijn de uitgangspunten als beschreven in de. van deze leidraad van toepassing. 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 01-01-2018
Artikel 22bis.5.1 — Artikel 22bis.5.1 Afkoop voorrecht of verhaalsrecht#
Artikel 22bis.5.1 Afkoop voorrecht of verhaalsrecht Op verzoek van de derde of de belastingschuldige die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken, tegen betaling van een geldsom. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: a. de geldsom is niet direct of indirect afkomstig uit het vermogen van de belastingschuldige maar wordt gefinancierd door een derde; b. het beloop van de aangeboden geldsom is ten minste gelijk aan de executiewaarde van de betreffende bodemzaken; en c. de ontvanger behoudt zich het recht voor het restant van de belastingschuld in te vorderen met alle middelen rechtens. 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 2017 71054 27-12-2017 11-12-2017 2017-226419 01-01-2018
Artikel 22bis.5.2 — Artikel 22bis.5.2 Reorganisatie en schuldsanering#
Artikel 22bis.5.2 Reorganisatie en schuldsanering artikelen 26.3 73.6 Op verzoek van de belastingschuldige of de derde die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van de onderneming of van een deel van de onderneming. Wanneer de bedoelde instandhouding niet kan slagen zonder schuldsanering, is daarbij het bepaalde in deofvan deze leidraad van overeenkomstige toepassing. Waar op grond van deze artikelen zekerheidstelling wordt vereist, omvat die zekerheid tenminste de betreffende bodemzaken. 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 01-04-2013
Artikel 22bis.5.3 — Artikel 22bis.5.3 Reorganisatie en uitstel van betaling#
Artikel 22bis.5.3 Reorganisatie en uitstel van betaling artikelen 25.6.1. tot en met 25.6.2B Op verzoek van de belastingschuldige of de derde die de mededeling heeft gedaan, kan de ontvanger afzien van het leggen van beslag c.q. de vervolging van een naar aanleiding van de mededeling gelegd beslag op de betreffende bodemzaken indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van de onderneming of van een deel van de onderneming. Wanneer de bedoelde instandhouding niet kan slagen zonder dat voor een bepaalde periode uitstel van betaling wordt verleend, is daarbij het bepaalde in de. van deze leidraad van overeenkomstige toepassing. In elk geval is voor het uitstel zekerheidstelling vereist, welke zekerheid tenminste de betreffende bodemzaken omvat. 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 2013 8366 27-03-2013 22-03-2013 BLKB2013/553M 01-04-2013
Artikel 22bis.6 — Artikel 22bis.6 Overgangsrecht#
Artikel 22bis.6 Overgangsrecht artikel 22bis.2, onderdeel b en d artikel 22bis, tweede lid, van de wet Met betrekking tot de financieringsovereenkomsten die zijn gesloten voor 1 juli 2014 is, van deze leidraad niet van toepassing als de derde schriftelijk afstand heeft gedaan van zijn eigendoms- of zekerheidsrechten vóór het in het inbedoelde mededelingsplichtige voornemen. 2014 17976 27-06-2014 22-06-2014 BLKB2014/1055M 2014 17976 27-06-2014 22-06-2014 BLKB2014/1055M 01-07-2014
Artikel 79.16 — Artikel 79.16 Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren#
Artikel 79.16 Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren artikel 25, derde lid, van de Awir Als de Dienst Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties: 1. Op het moment dat de derde failliet is verklaard of hem surseance van betaling is verleend. 2. Als het faillissement van de derde is aangevraagd of door de derde aangifte tot faillietverklaring is gedaan. 2023 35664 29-12-2023 22-12-2023 2023-260897 2023 35664 29-12-2023 22-12-2023 2023-260897 01-01-2024