Beleidsregel houdende bepalingen met betrekking tot het aanvragen en behandelen van aanvragen voor nadeelcompensatie in verband met de uitvoering van het ‘spoorse deel’ van de uitvoering van het project Spoorzone Delft (Beleidsregel nadeelcompensatie Spoorzone Delft)
- BWB-id
- BWBR0027049
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-01-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027049
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2010/beleidsregel-nadeelcompensatie-spoorzone-delft
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2010/beleidsregel-nadeelcompensatie-spoorzone-delft/2010-01-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027049&g=2010-01-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027049&z=2026-06-06&g=2010-01-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027049/2010-01-09
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2010/beleidsregel-nadeelcompensatie-spoorzone-delft
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. de NKL 1999: Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 de(NKL 1999) (Stcrt. 1999, 97); c. de Overeenkomst: de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en Energie-Ned, VELIN en VEWIN (Stcrt. 1999, 97); d. Spoorzone Delft: 2 de in het bij besluit van 23 februari 2006 door de gemeenteraad van Delft vastgestelde bestemmingsplan ‘Spoorzone’ voorziene herontwikkeling van een gebied in het centrum van Delft, dat op hoofdlijnen bestaat uit de bouw van een viersporige spoortunnel, ongeveer 1.500 nieuwe woningen, 50.000 mkantoorruimte, waaronder een stadskantoor, en een nieuw station; e. het ‘spoorse deel’ van het project Spoorzone Delft: het deel van het project Spoorzone Delft, dat op hoofdlijnen bestaat uit de volgende in het bij besluit van 23 februari 2006 door de gemeenteraad van Delft vastgestelde bestemmingsplan ‘Spoorzone’ voorziene deelprojecten: A – het deelproject Spoorinfrastructuur: de (gefaseerde) aanleg van de in het bestemmingsplan voorziene tunnel ten behoeve van vier sporen, waarbij twee sporen direct worden aangelegd, inclusief toeritten, kruising Prinses Irenetunnel, DSM, overige kunstwerken en tijdelijke maatregelen, evenals het terugbrengen van de functionaliteit Phoenixstraat, geografisch bepaald tussen spoorlijn Den Haag HS–Schiedam centrum, Geocode 112, km 66.6–72,0; B – het Spoorse deel OV-knoop: de in het bestemmingsplan voorziene aanleg van twee 340 meter lange ondergrondse perrons, het ondergrondse deel van het station, stijgpunten en ondergrondse stalling voor circa 5.000 fietsen; C – 2 de stationshal: de in het bestemmingsplan voorziene realisering van een bovengrondse stationshal met circa 1.500 mvervangende en bijbehorende bovengrondse commerciële voorzieningen; f. ProRail B.V.: artikel 16, lid 1 van de Spoorwegwet de besloten vennootschap ProRail B.V., statutair gevestigd te Utrecht, aan welke vennootschap met ingang van 1 januari 2005 een concessie als bedoeld invoor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend (de Beheersconcessie hoofdspoorweginfrastructuur). 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 09-01-2010 01-09-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Het recht op schadevergoeding#
Artikel 2 Het recht op schadevergoeding 1 De minister kent op aanvraag van degene die schade lijdt of zal lijden als gevolg van: Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 een vergoeding toe van de schade, overeenkomstig de. a. de rechtmatige uitvoering door of namens ProRail B.V. van het ‘spoorse deel’ van het project Spoorzone Delft; b. Wegenverkeerswet 1994 besluiten van bestuursorganen op grond of krachtens degenomen, die ertoe strekken werkzaamheden ten behoeve van de realisering van het ‘spoorse deel’ van het project Spoorzone Delft mogelijk te maken; c. andere besluiten of handelingen waarop deze beleidsregel door of namens de minister van toepassing is verklaard, voor zover deze uitvoering, besluiten, dan wel handelingen naar het oordeel van de minister aan het spoorse deel van het Project Spoorzone kunnen worden toegerekend, 2 NKL 1999 Indien de aanvraag in gevallen als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op schade verband houdend met de verlegging van kabels en leidingen in verband met de uitvoering van werken binnen het beheersgebied van de minister, of binnen het beheersgebied van een ander bestuursorgaan dat bevoegd is besluiten als bedoeld in lid 1 te nemen, kent de minister een vergoeding toe van schade overeenkomstig de. Bij verlegging van kabels en leidingen buiten vorenbedoeld beheersgebied kent de minister een vergoeding toe overeenkomstig de Overeenkomst. 3 Indien de schade beweerdelijk is veroorzaakt door een besluit, is de datum waarop het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit rechtskracht verkrijgt beslissend voor het antwoord op de vraag of tengevolge van dit besluit schade is geleden. 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 09-01-2010 01-09-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Citeertitel#
Artikel 3 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nadeelcompensatie Spoorzone Delft. 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 09-01-2010 01-09-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Inwerkingtreding#
Artikel 4 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2009. 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 2010 355 08-01-2010 18-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1573sectorI&O 09-01-2010 01-09-2009