Regeling van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 2013, nr. WJZ/13140027, houdende de vaststelling van een procedure voor het aanwijzen van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt inzake een tegemoetkoming in de planschade aangaande energie-infrastructuurprojecten (Beleidsregel advisering planschadeverzoeken)
- BWB-id
- BWBR0033772
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-08-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033772
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2013/beleidsregel-advisering-planschadeverzoeken
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2013/beleidsregel-advisering-planschadeverzoeken/2013-08-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033772&g=2013-08-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033772&z=2026-06-06&g=2013-08-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033772/2013-08-22
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2013/beleidsregel-advisering-planschadeverzoeken
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: – aanvrager: artikel 6.1, eerste lid, van de wet degene die een aanvraag indient om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in; – adviseur: artikel 6.1.1.1, onder c, van het besluit een adviseur als bedoeld in; – besluit: Besluit ruimtelijke ordening het; – energie-infrastructuurproject: artikel 9b, eerste of tweede lid 20a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 39b, eerste lid, van de Gaswet artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet artikel 3:35, eerste lid, van de wet een project genoemd in, of,,of een ander project ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld inis genomen; – minister: de Minister van Economische Zaken; – planologische maatregel: artikel 6.1, tweede lid, van de wet oorzaak als bedoeld in; – planschade: artikel 6.1, eerste lid, van de wet schade als bedoeld in; – wet: Wet ruimtelijke ordening de. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming in planschade als gevolg van een energie-infrastructuurproject, en voor een voorschot voor een dergelijke tegemoetkoming, wijst de minister een persoon aan als adviseur. 2 artikel 6.1.3.1 van het besluit Als de aanvraag kennelijk ongegrond is, of op grond vanniet in behandeling wordt genomen, blijft aanwijzing van de adviseur achterwege. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Indien de minister, voorafgaand aan of gedurende de werkzaamheden van de adviseur, van oordeel is dat er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijst hij een commissie als adviseur aan. 2 De minister wijst een voorzitter van de commissie aan. De voorzitter is verantwoordelijk voor de taakverdeling binnen de commissie. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een adviseur is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister. Ook is een adviseur op geen enkele wijze betrokken of betrokken geweest bij de planologische maatregel waarop de aanvraag is gebaseerd. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 6.4, eerste lid, van de wet artikel 6.1.3.1 Bro 6.1.3.1 Bro De aanwijzing van een adviseur geschiedt binnen vier weken na betaling van het recht als bedoeld in, tenzij toepassing wordt gegeven aan. In dat geval geldt als uiterste termijn voor aanwijzing van de adviseur vier weken na het verstrijken van de termijn waarop het bestuursorgaan bij toepassing vanuiterlijk kan besluiten de aanvraag niet, onderscheidenlijk niet verder in behandeling te nemen. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet Voordat de minister de aanvraag voorlegt aan een adviseur, stelt hij de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden als bedoeld in, schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van een adviseur. 2 artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden als bedoeld inkunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een aanvraag tot wraking van een adviseur bij de minister indienen. 3 De minister beslist binnen vier weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking. 4 Indien de minister het verzoek tot wraking gegrond verklaart, wijst hij binnen vier weken na het besluit tot gegrondverklaring een andere adviseur aan. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De minister stelt aan de adviseur alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De adviseur organiseert in elk geval één hoorzitting, waar de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag toe te lichten en de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te geven. 2 artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet De adviseur stelt eventuele andere betrokken bestuursorganen en de belanghebbenden als bedoeld in, in de gelegenheid hun standpunt kenbaar te maken. 3 De adviseur is bevoegd aan betrokkenen binnen een aan hen te stellen termijn, overlegging van nadere gegevens of stukken te gelasten. 4 De adviseur maakt met de aanvrager een afspraak ten behoeve van de plaatsopneming. 5 De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming verslagen worden gemaakt. De verslagen maken deel uit van het uit te brengen advies. 6 Binnen zestien weken nadat de minister de aanvraag aan de adviseur heeft voorgelegd zendt de adviseur een concept van het advies aan a. de minister; b. de aanvrager; c. eventuele andere betrokken bestuursorganen; d. artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet belanghebbenden als bedoeld in. 7 Indien de aanvraag vergezeld gaat van een voorschotverzoek brengt de adviseur daarover binnen vier weken nadat de aanvraag aan hem is voorgelegd advies uit aan de minister. 8 Op verzoek van de adviseur kan de minister de in het zevende lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen verlengen met een daarbij aan te geven termijn van ten hoogste vier weken. 9 artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet De aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en de belanghebbenden als bedoeld in, kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept van het advies hierop schriftelijk reageren. 10 Indien binnen de in het negende lid genoemde termijn: a. een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan de minister, waarbij de ontvangen reacties zijn betrokken; b. geen reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan de minister. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel advisering planschadeverzoeken. 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 2013 23743 21-08-2013 16-08-2013 WJZ/13140027 22-08-2013