Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2014, nr. 573094, betreffende de uitoefening van een aantal ministeriële bevoegdheden op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ter bevordering van de doelmatigheid in het hoger onderwijs (Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014)
- BWB-id
- BWBR0035313
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2016-09-01 t/m 2018-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035313
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2014/beleidsregel-doelmatigheid-hoger-onderwijs-2014
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2014/beleidsregel-doelmatigheid-hoger-onderwijs-2014/2016-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035313&g=2016-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035313&z=2026-06-06&g=2016-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035313/2016-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2014/beleidsregel-doelmatigheid-hoger-onderwijs-2014
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; b. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Minister van Economische Zaken; c. Croho: artikel 6.13 van de wet Centraal register opleidingen hoger onderwijs als bedoeld in; d. joint degree: artikel 7.3c van de wet gezamenlijke opleiding of gezamenlijke afstudeerrichting als bedoeld in; e. CDHO: Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs; f. NVAO: Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie; g. DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; h. instellingsbestuur: het College van Bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs; i. prestatieafspraak: artikel 4.11 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 afspraak met de instelling ter uitvoering van de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap, met als doel de toekenning van een onderwijsopslag in de zin van; j. zwaartepunt in onderwijs- of onderzoeksaanbod van de instelling: zwaartepunten in het onderwijs- of onderzoeksaanbod van de instelling, zoals die zijn overeengekomen in de prestatieafspraken; k. opleiding: initiële opleiding van een bekostigde instelling; l. nevenvestiging: artikel 7.17, tweede lid het tevens verzorgen van een opleiding of een gedeelte daarvan in een of meer andere gemeenten of een of meer openbare lichamen BES dan de gemeente(n) van vestiging van de opleiding als bedoeld in; m. verplaatsing: artikel 7.17, tweede lid het verzorgen van een opleiding of een gedeelte daarvan in een andere gemeente of openbaar lichaam BES dan de gemeente(n) van vestiging van de opleiding als bedoeld in; n. Ad: artikel 7.8a van de wet Associate-degreeprogramma als bedoeld in; o. Center of Expertise: . onder een Center of Expertise wordt in deze beleidsregel verstaan de Centers of Expertise die zijn toegekend in het kader van de prestatieafspraken en de regeling stimulering Bèta/techniek; p. bve-instelling: artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs artikel 1.4.1 van die wet een instelling als bedoeld in(WEB) dan wel een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in; q. rpho; artikel 1.12 van de wet rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel#
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel 1 De in deze regeling opgenomen beleidsregels hebben betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de volgende bevoegdheden: a. artikel 6.2 eerste lid, van de wet artikel 7.3c van de wet artikel 7.8a, derde lid van de wet de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur voor het verzorgen van een nieuwe opleiding, bedoeld inof een nieuwe joint degree, bedoeld inof een nieuwe Ad, bedoeld in; b. artikel 7.8a, van de wet de bevoegdheid tot het verlenen van goedkeuring met het verzoek van een instellingsbestuur om een deel van een Ad te laten uitvoeren door een bve-instelling, bedoeld in; c. artikel 7.17, tweede lid, van de wet de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het voornemen van een instellingsbestuur een opleiding (dan wel of een gedeelte daarvan) of een Ad (dan wel een gedeelte daarvan) in een of meer andere gemeenten of openbare lichamen BES dan opgenomen in het Croho te vestigen, bedoeld in; en d. artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b van de wet de bevoegdheid tot het verlenen van instemming met het samenvoegen van twee of meer in het Croho geregistreerde opleidingen, tot een brede opleiding, als bedoeld in. 2 De CDHO adviseert de minister inzake de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onder a, b en c. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 3 — Artikel 3 ‘Gedeelte van een opleiding’#
Artikel 3 ‘Gedeelte van een opleiding’ 1 artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wet Onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld inwordt ten minste begrepen: a. de propedeutische fase of de eerste 60 studiepunten van een opleiding; b. een afstudeerrichting; c. het gedeelte van de bacheloropleiding dat meer dan een derde van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat; d. het gedeelte van de masteropleiding dat meer dan een derde of meer dan 30 studiepunten van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat; e. het gedeelte van de Ad dat meer dan een derde van de gehele studielast, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat. 2 Indien het beroepsuitoefeningsdeel van een duaal ingerichte opleiding of een duaal ingericht Ad door een student op individuele basis in een andere gemeente wordt doorlopen, heeft de in het eerste lid, onderdelen c en d, respectievelijk onderdeel e, genoemde norm geen betrekking op het beroepsuitoefeningsdeel. 3 artikel 7.7 van de wet Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een deeltijd ingerichte opleiding of een deeltijd ingericht Ad, indien met een student op individuele basis een overeenkomst vergelijkbaar met die bedoeld inis gesloten. 4 artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wet Regeling praktijkleren en Groene plus Voor opleidingen die op basis van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen worden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld inbegrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd. Voor opleidingen die op basis van deworden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid van de wet begrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd. 2016 31261 15-06-2016 08-06-2016 922936 2016 31261 15-06-2016 08-06-2016 922936 16-06-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvragen#
Artikel 4 Aanvragen 1 artikel 2, eerste lid, onder a, b en c Een aanvraag van het instellingsbestuur voor instemming van de minister als genoemd inwordt gezonden aan CDHO. 2 De aanvraag wordt gelijktijdig elektronisch en per post ingediend. Per post wordt de aanvraag gezonden aan: Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs, Postbus 85498, 2508 CD Den Haag. Elektronische indiening vindt plaats via [email protected]. 3 artikel 2, eerste lid, onder d Een aanvraag als bedoeld in, wordt schriftelijk ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag of, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bij het Ministerie van Economische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. 4 Voor de datum van indiening van de aanvraag geldt de datum van ontvangst van de aanvraag per post. 5 Indien de aanvraag een joint degree betreft, wordt deze ingediend door het instellingsbestuur dat, of de instellingsbesturen gezamenlijk die, in Nederland zijn gezeteld. 6 Indien meerdere aanvragen ter zake van vergelijkbare opleidingen gelijktijdig ter beoordeling voorliggen of een pakket van aanvragen is ingediend, worden de aanvragen in onderling verband beoordeeld. 7 paragraaf 4 Indien het voornemen ook inhoudt dat de nieuwe opleiding of een gedeelte daarvan tevens in een of meer andere gemeenten wordt gevestigd, iseveneens van toepassing. 8 artikel 7.17, vierde lid, van de wet De CDHO plaatst direct na ontvangst van een aanvraag voor instemming een door het instellingsbestuur geleverde samenvatting daarvan op haar website en stelt daarbij op grond van het bepaalde inde daarvoor in aanmerking komende instellingen in de gelegenheid binnen een daarbij te stellen termijn een zienswijze op de aanvraag in te dienen. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Inhoud aanvraag#
Artikel 5 Inhoud aanvraag De aanvraag gaat vergezeld van de volgende informatie: 1. Algemene informatie a. een beschrijving van de nieuwe opleiding met vermelding van de naam, inhoud, inrichting, eindtermen en studielast daarvan; b. artikel 7.8a, derde lid, van de wet in het geval van een Ad geeft het instellingsbestuur aan van welke bacheloropleiding het programma deel uitmaakt en of de Ad deels samen met een bve-instelling wordt verzorgd als bedoeld inen, zo ja, welke bve-instelling; c. de gemeente of gemeenten waarin de opleiding wordt gevestigd; d. een beschrijving van de doelgroep van de opleiding; e. artikel 7.7, eerste lid, van de wet de vorm of vormen waarin de opleiding wordt aangeboden, bedoeld in; f. het Croho-(sub)onderdeel waaronder het instellingsbestuur de opleiding voornemens is te registreren en een motivering daarvoor; g. artikel 7.25 7.25a van de wet Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs indien sprake is van een bacheloropleiding en indien de instelling meent dat daarvoor nadere vooropleidingseisen dienen te gelden als bedoeld inen, waarin denog niet voorziet: een gemotiveerd voorstel voor de te stellen nadere vooropleidingseisen; h. artikel 4, achtste lid een korte samenvatting van het voorgaande ten behoeve van publicatie als bedoeld in; i. een volledig ingevuld standaardformulier van DUO met de registratiegegevens van de opleiding 2. Motivering in verband met de criteria voor instemming. a. artikel 7.53 van de wet of een onderwijscapaciteit als bedoeld invoor de opleiding wordt vastgesteld en indien van toepassing, de omvang daarvan; b. indien de opleiding past bij de zwaartepunten in onderwijs- of onderzoeksaanbod van de instelling: een onderbouwd betoog dat dit het geval is; c. de gegevens of bescheiden waarop in de aanvraag een beroep wordt gedaan en een verwijzing naar die gegevens in de aanvraag; d. een vermelding van bestaande vergelijkbare bekostigde opleidingen en postinitiële masteropleidingen van bekostigde instellingen en opleidingen van rechtspersonen voor hoger onderwijs. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Criteria voor instemming#
Artikel 6 Criteria voor instemming De minister stemt in met een voornemen tot het verzorgen van een nieuwe opleiding indien is aangetoond: a. dat er een noodzaak is voor een nieuwe opleiding; en b. dat een behoefte bestaat aan de opleiding, zijnde • overwegend een arbeidsmarktbehoefte, • overwegend een maatschappelijke behoefte in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte, of • overwegend een wetenschappelijke behoefte in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte; en c. dat er in het landelijk bestaande onderwijsaanbod ruimte is voor de opleiding. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Wijze van beoordeling van de noodzaak voor een nieuwe opleiding#
Artikel 7 Wijze van beoordeling van de noodzaak voor een nieuwe opleiding Aan de hand van een beschrijving van de inhoud en het curriculum, dat uitbreiding van het landelijk opleidingenaanbod met de nieuwe opleiding nodig is en de vernieuwing in het onderwijsaanbod niet kan worden gerealiseerd binnen het landelijk bestaande opleidingenaanbod. Het landelijk bestaande opleidingenaanbod bestaat voor Associate-degreeprogramma’s uit Associate-degreeprogramma’s, voor hbo-bacheloropleidingen uit hbo-bacheloropleidingen, voor wo-bacheloropleidingen uit wo-bacheloropleidingen en voor hbo-masteropleidingen en wo-masteropleidingen uit alle masteropleidingen. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Wijze van beoordeling arbeidsmarktbehoefte#
Artikel 8 Wijze van beoordeling arbeidsmarktbehoefte Bij een beroep op arbeidsmarktbehoefte wordt in elk geval ingegaan op de volgende elementen: a. dat op de arbeidsmarkt behoefte aan hoger opgeleiden van de specifieke nieuwe opleiding bestaat, hetgeen wordt ondersteund met gevalideerde data waarmee die behoefte aannemelijk wordt gemaakt; b. in hoeverre de nieuwe opleiding aansluit bij de behoefte aan de ontwikkeling in het hoger onderwijsaanbod, zoals benoemd in bijvoorbeeld de human capital agenda’s van de Topsectoren, sectorplannen, sectorale verkenningen of sectorale of regionale afspraken. In al deze gevallen gaat het om de plannen die door de rijksoverheid zijn erkend; c. welke werkveldpartijen bij de ontwikkeling van de nieuwe opleiding zijn betrokken en op welke wijze die betrokkenheid gestalte heeft gekregen; d. voor welke soort functies c.q. beroepen de opleiding opleidt, dan wel wat de arbeidsmarktperspectieven van de afgestudeerden zijn; e. indien het een opleiding betreft die zich mede op een internationale arbeidsmarkt oriënteert: wat het belang ervan in internationaal perspectief is en hoe de arbeidsmarkt voor afgestudeerden eruit ziet. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Wijze van beoordeling maatschappelijke behoefte, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte#
Artikel 9 Wijze van beoordeling maatschappelijke behoefte, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte Of overwegend sprake is van een maatschappelijke behoefte aan de opleiding, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte, beoordeelt de minister aan de hand van een onderbouwd betoog van het instellingsbestuur, waarin wordt ingegaan op de volgende elementen: a. de maatschappelijke ontwikkeling die het bestaan van de nieuwe opleiding rechtvaardigt; b. artikel 8 de arbeidsmarktperspectieven van de afgestudeerden, beschreven aan de hand van elementen, genoemd in. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 10 — Artikel 10 Wijze van beoordeling wetenschappelijke behoefte, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte#
Artikel 10 Wijze van beoordeling wetenschappelijke behoefte, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte Of overwegend sprake is van een wetenschappelijke behoefte aan de opleiding, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte, beoordeelt de minister aan de hand van een onderbouwd betoog van het instellingsbestuur, waarin wordt ingegaan op de volgende elementen: a. de wetenschappelijke ontwikkeling (op het grensvlak van wetenschapsgebieden) die het bestaan van de nieuwe opleiding rechtvaardigt; b. artikel 8 de arbeidsmarktperspectieven van de afgestudeerden, beschreven aan de hand van elementen, genoemd in. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 11 — Artikel 11 Wijze van beoordeling van de ruimte voor de opleiding in het landelijk onderwijsaanbod#
Artikel 11 Wijze van beoordeling van de ruimte voor de opleiding in het landelijk onderwijsaanbod 1 Bij de beoordeling van de ruimte voor de opleiding binnen het bestaande onderwijsaanbod betrekt de minister de volgende basiselementen: a. het aantal bestaande, vergelijkbare, bekostigde opleidingen bij andere instellingen en de gemeenten waar deze worden verzorgd; b. de aanwezigheid van vergelijkbaar geaccrediteerd onderwijs dat de student bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs onder vergelijkbare condities kan volgen; c. de studenteninstroom in de opleidingen, bedoeld onder a en b, en een schatting met realistische onderbouwing van de studenteninstroom in de nieuwe opleiding; d. kwantitatieve gegevens over de arbeidsmarktvraag naar afgestudeerden van het bestaande en het nieuwe opleidingenaanbod; e. in geval van een voornemen voor het verzorgen van een opleiding op een openbaar lichaam BES: tevens het bestaande hoger onderwijsaanbod voor de gehele regio, zijnde de BES, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. 2 artikel 6, onder c Bij de beoordeling van de ruimte voor de nieuwe opleiding binnen het bestaande onderwijsaanbod betrekt de minister in zijn afweging de vraag of de opleiding past bij de zwaartepunten in het onderwijs- of onderzoeksaanbod van de instelling. Indien de nieuwe opleiding past bij een zwaartepunt in het onderwijs- of onderzoeksaanbod van de instelling wordt aangenomen dat is voldaan aan, tenzij naar het oordeel van de minister al ruimschoots voldoende vergelijkbare opleidingen worden aangeboden om in de behoefte te voorzien. 3 Naast de basiselementen betrekt de minister bij de beoordeling tevens de volgende elementen: a. voor zover aanwezig, door de onderwijssector zelf opgestelde en door de rijksoverheid erkende sectorplannen, erkende sectorale of regionale afspraken of door de CDHO uitgevoerde sectoranalyses; b. de zienswijzen die verzorgers van het onderwijs als bedoeld in het eerste lid onder a en b bij de minister hebben ingediend; c. de spreiding van opleidingen in relatie tot de vestigingsplaats of vestigingsplaatsen van de nieuwe opleiding; d. artikel 7.53 van de wet het bestaan van een beperkte onderwijscapaciteit als bedoeld inbij vergelijkbare opleidingen en de onderwijscapaciteit van de nieuwe opleiding; e. artikel 7.7 van de wet de onderwijsvorm, bedoeld in, waarin de opleiding wordt aangeboden; en f. de aanwezige kennisinfrastructuur op de vestigingslocatie van de opleiding. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Instemming met een joint degree, zijnde een nieuwe opleiding#
Artikel 12 Instemming met een joint degree, zijnde een nieuwe opleiding artikelen 6 tot en met 11 Het bepaalde in deis van overeenkomstige toepassing op het voornemen tot het verzorgen van een joint degree. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Aanvullende criteria voor instemming met een hbo-masteropleiding#
Artikel 13 Aanvullende criteria voor instemming met een hbo-masteropleiding Vervallen 2016 31261 15-06-2016 08-06-2016 922936 2016 31261 15-06-2016 08-06-2016 922936 16-06-2016
Artikel 13a — Artikel 13a Aanvullende criteria voor instemming met een opleiding in het kader van het experiment vraagfinanciering#
Artikel 13a Aanvullende criteria voor instemming met een opleiding in het kader van het experiment vraagfinanciering 1 artikel 3 van de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs artikel 5a.11 artikel 5a.13 van de wet artikel 7 Indien een instelling in aanmerking komt voor een subsidie als bedoeld invoor een opleiding waarvoor een toets nieuwe opleiding als bedoeld inofvolgens de aanvraag, bedoeld invan deze regeling, is aangevraagd, meldt het instellingsbestuur dit bij Minister. 2 Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs De Minister stemt in met het verzorgen van de opleiding, bedoeld in het eerste lid, waarvoor subsidie wordt verstrekt op grond van de. 3 De instemming geldt voor de periode van deelname aan het experiment vraagfinanciering. 4 artikelen 4 tot en met 13 Devan deze beleidsregel zijn niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid. 2015 32921 05-10-2015 28-09-2015 HO&S791705 2016 146 22-04-2016 11-04-2016 01-09-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit experiment
vraagfinanciering hoger onderwijs in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Inhoud aanvraag voor instemming met nevenvestiging#
Artikel 14 Inhoud aanvraag voor instemming met nevenvestiging 1 artikel 15, zevende lid artikel 4 artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, c, d, e, en h en tweede lid, aanhef en onder a, b, c en d Onverminderd, is het bepaalde inenop het voornemen voor een nevenvestiging van overeenkomstige toepassing. 2 In aanvulling op het bovenstaande dient de aanvraag tevens te vermelden of de nieuwe vestigingsplaats de gehele opleiding omvat of een gedeelte daarvan en, in geval van het laatste welk gedeelte. 3 artikel 15, zevende lid In afwijking van het eerste en tweede lid kan het overleggen van de genoemde gegevens achterwege blijven indien het instellingsbestuur voornemens is een bestaande opleiding (dan wel een gedeelte daarvan) een nevenvestiging te verzorgen in een gemeente of een openbaar lichaam BES waar een met het betreffende onderwijs samenhangend Center of Expertise is gevestigd. Een melding als bedoeld in, volstaat. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 15 — Artikel 15 Voorwaarden voor instemming met nevenvestiging#
Artikel 15 Voorwaarden voor instemming met nevenvestiging 1 De minister stemt in met een voornemen voor een nevenvestiging in de nieuwe gemeente indien het instellingsbestuur heeft aangetoond dat a. een behoefte bestaat aan de opleiding, zijnde • overwegend een arbeidsmarktbehoefte; • overwegend een maatschappelijke behoefte in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte; of • overwegend een wetenschappelijke behoefte in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte; en dat b. in het landelijk onderwijsaanbod ruimte is voor de opleiding. 2 artikelen 8 tot en met 10 Dezijn van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 11, lid 1 en lid 3 , is op de beoordelingswijze van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 11, lid 2 , is van overeenkomstige toepassing waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen in de prestatieafspraak met de instelling staat over herschikking van het onderwijsaanbod van de instelling. 5 artikel 12 Indien het voornemen een joint degree betreft, isvan overeenkomstige toepassing. 6 artikel 13 Indien het voornemen een hbo-masteropleiding betreft, isvan overeenkomstige toepassing. 7 artikel 14, derde lid In afwijking van het eerste tot en met het zesde lid, stemt de minister in met een voornemen als bedoeld in, nadat het instellingsbestuur dit voornemen bij de CDHO schriftelijk per post en elektronisch heeft gemeld. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 16 — Artikel 16 Inhoud aanvraag voor instemming met verplaatsing.#
Artikel 16 Inhoud aanvraag voor instemming met verplaatsing. 1 artikel 17, vijfde lid artikel 4 artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, c d, e en h en tweede lid, aanhef en onder a, b, c en d Onverminderd het bepaalde in, is het bepaalde inenop het voornemen voor een verplaatsing van overeenkomstige toepassing. 2 In aanvulling op het eerste lid dient de aanvraag tevens te vermelden of de verplaatsing de gehele opleiding betreft dan wel een gedeelte daarvan en, in het laatste geval welk gedeelte. 3 artikel 17, vijfde lid, volstaat In afwijking van het eerste lid en het tweede lid kan het overleggen van de genoemde gegevens achterwege blijven indien het instellingsbestuur voornemens is een bestaande opleiding (dan wel een gedeelte daarvan) te verplaatsen naar een gemeente of een openbaar lichaam BES waar een met het betreffende onderwijs samenhangend Center of Expertise is gevestigd. Een melding als bedoeld in. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 17 — Artikel 17 Voorwaarden voor instemming met verplaatsing#
Artikel 17 Voorwaarden voor instemming met verplaatsing 1 De minister stemt in met een voornemen voor een verplaatsing, indien het instellingsbestuur heeft aangetoond dat er in het landelijk onderwijsaanbod ruimte is voor de opleiding. 2 Artikel 11, lid 1, onder a, b, c en e , is op de beoordelingswijze van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 11, lid 2 , is van overeenkomstige toepassing waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen in de prestatieafspraak met de instelling staat over herschikking van het onderwijsaanbod van de instelling. 4 Artikel 11, lid 3 , is op de beoordelingswijze van overeenkomstige toepassing. 5 In afwijking van het eerste tot en met het vierde lid stemt de minister in met dit voornemen nadat het instellingsbestuur dit voornemen bij de CDHO schriftelijk per post en elektronisch heeft gemeld. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 18 — Artikel 18 Overeenkomstige toepassing#
Artikel 18 Overeenkomstige toepassing paragrafen 3 4 5 Hetgeen in de,enis bepaald ten aanzien van het voornemen voor een nieuwe opleiding, dan wel voor een nevenvestiging of verplaatsing is van overeenkomstige toepassing op het voornemen voor een nieuwe Ad, een nevenvestiging of verplaatsing van een Ad. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvraag samenvoeging van bestaande opleidingen tot één joint degree of een brede opleiding (planningsneutrale conversie)#
Artikel 19 Aanvraag samenvoeging van bestaande opleidingen tot één joint degree of een brede opleiding (planningsneutrale conversie) De aanvraag gaat vergezeld van het oordeel van de NVAO of ter zake sprake is van een nieuwe opleiding of een joint degree, zijnde een nieuwe opleiding. De aanvraag betreffende de samenvoeging van bestaande opleidingen tot een brede opleiding gaat voorts vergezeld van de volgende informatie: a. de beoogde startdatum van de samengevoegde opleiding respectievelijk joint degree en, voor zover noodzakelijk, de redelijke termijn waarbinnen de studenten de oorspronkelijke opleiding kunnen afronden; b. artikel 7.25 7.25a van de wet artikel 7.26 van de wet indien de nadere vooropleidingseisen, bedoeld inenen, voor zover van toepassing, de aanvullende eisen, bedoeld in, van de samen te voegen opleidingen verschillen, kan het instellingsbestuur een voorstel voor de nieuw te stellen eisen indienen c. artikel 6.2, vijfde lid, van de wet of het instellingsbestuur eventueel gebruik wil maken van de ingenoemde mogelijkheid om de brede opleiding zonder instemming van de minister ten hoogste vijf jaar na de start van de opleiding weer te splitsen in de oorspronkelijke opleidingen. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 20 — Artikel 20 Instemming met voorwaarden samenvoeging van bestaande opleidingen tot één joint degree of een brede opleiding (planningsneutrale conversie)#
Artikel 20 Instemming met voorwaarden samenvoeging van bestaande opleidingen tot één joint degree of een brede opleiding (planningsneutrale conversie) 1 De minister stemt in met een voornemen om een twee of meer in het Croho geregistreerde opleidingen samen te voegen tot: a. een joint degree, indien er sprake is van een omvorming van een bestaande masteropleiding naar een joint degree met een of met een of meer buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs en de opleiding een grotere studielast krijgt. b. een brede opleiding, indien dit voornemen naar het oordeel van de NVAO, gelet op de door het instellingsbestuur beschreven programmatische relatie tussen de betreffende opleidingen, niet leidt tot het verzorgen van een nieuwe opleiding 2 paragraaf 4 Indien het voornemen ertoe strekt dat de samengevoegde opleiding of joint degree in een voor beide oorspronkelijke opleidingen nieuwe vestigingsplaats wordt verzorgd, dan wordt die vestigingsplaats overeenkomstiggetoetst. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012 Een aanvraag die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregel is ingediend, alsmede een bezwaarschrift tegen een besluit op dat voornemen, wordt overeenkomstig deafgehandeld, tenzij toepassing van deze beleidsregel tot een voor de aanvrager respectievelijk de bezwaarde, gunstiger uitkomst leidt. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012 Onder gelijktijdige intrekking van detreedt deze beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014. 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 2014 19374 11-07-2014 03-07-2014 573094 12-07-2014