Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 november 2016, nr. HO&S/864922, inzake nadere invulling van de voorwaarden voor meeneembare studiefinanciering hoger onderwijs (Beleidsregel meeneembare studiefinanciering hoger onderwijs)
- BWB-id
- BWBR0038774
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2016-12-01 t/m 2019-07-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038774
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-meeneembare-studiefinanciering-hoger-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-meeneembare-studiefinanciering-hoger-onderwijs/2016-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038774&g=2016-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038774&z=2026-06-06&g=2016-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038774/2016-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-meeneembare-studiefinanciering-hoger-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: buitenlandse opleiding: artikel 2.14, tweede lid, onder a en b, van de wet opleiding als bedoeld in; Nederland: het Europese deel van Nederland; ouder: artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de; partner: Richtlijn nr. 2004/38/EG Verordening (EEG) nr. 1612/68 Richtlijnen 64/221/EEG 68/360/EEG 72/194/EEG 73/148/EEG 75/34/EEG 75/35/EEG 90/364/EEG 90/365/EEG 93/96/EEG familielid als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b, en 3, tweede lid, onder b, van devan het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging vanen tot intrekking van de,,,,,,,en(PbEU L 158); primair onderwijs: Wet op het primair onderwijs onderwijs in de zin van de; voortgezet onderwijs: Wet op het voortgezet onderwijs Wet op de expertisecentra onderwijs in de zin van deen speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de; wet: Wet studiefinanciering 2000 . 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 01-12-2016
Artikel 2 — Artikel 2 Voldoende mate van integratie met Nederland#
Artikel 2 Voldoende mate van integratie met Nederland 1 artikel 2.14, tweede lid, onderdeel c, van de wet Een student die gebruik heeft gemaakt van de in artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde vrijheid om op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven komt, in afwijking van, in aanmerking voor studiefinanciering voor een buitenlandse opleiding, indien sprake is van een voldoende mate van integratie van de student met Nederland. 2 Van een voldoende mate van integratie met Nederland is sprake indien aan ten minste één van de volgende criteria is voldaan: a. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; b. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; c. de student heeft volledig Nederlands basisonderwijs dan wel volledig Nederlands voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland. 3 Van een voldoende mate van integratie met Nederland is in ieder geval ook sprake indien de student voldoende vaardig is met de Nederlandse taal, wat kan worden aangetoond met een NT2-diploma, en aan ten minste één van de volgende criteria voldoet: a. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; b. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; c. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; d. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; e. De student heeft basisonderwijs of voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 jaren. 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 01-12-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding#
Artikel 3 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 2016 64343 30-11-2016 18-11-2016 HO&S/864922 01-12-2016