Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 18 december 2016, nr. WJZ / 16194652, inzake de toepassing door de Autoriteit Consument en Markt van de artikelen 13a tot en met 13k van de Postwet 2009 (Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over het ex ante toezicht op grond van de Postwet 2009)
- BWB-id
- BWBR0038896
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-12-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038896
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-van-de-minister-van-economische-zaken-over-het-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-van-de-minister-van-economische-zaken-over-het-/2016-12-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038896&g=2016-12-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038896&z=2026-06-06&g=2016-12-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038896/2016-12-21
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-van-de-minister-van-economische-zaken-over-het-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. wet: Postwet 2009 de; b. ACM: artikel 1, onderdeel b, van de wet Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in; c. aanmerkelijke marktmacht: artikel 13a van de wet aanmerkelijke marktmacht als bedoeld in; d. postvervoer: artikel 2, eerste lid, onder c, van de wet postvervoer als bedoeld in; e. postvervoerdienst: artikel 2, eerste lid, onder d, van de wet een postvervoerdienst als bedoeld in; f. postvervoerbedrijf: artikel 2, eerste lid, onder e, van de wet een postvervoerbedrijf als bedoeld in. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 13a tot en met 13k van de wet De ACM draagt er zorg voor dat haar besluiten op grond van deniet verder strekken dan nodig is om potentiële mededingingsproblemen op een door de ACM afgebakende relevante markt voor postvervoerdiensten te adresseren en statische en dynamische efficiëntie op de markt voor postvervoerdiensten te borgen. 2 Ter verwezenlijking van de in het eerste lid genoemde doelen oefent de ACM de bevoegdheid om verplichtingen op te leggen zo uit dat besluiten er toe bijdragen dat op de afgebakende relevante markt ook op de lange termijn postvervoerbedrijven: a. hun netwerk voor postvervoerdiensten of de aangeboden postvervoerdiensten kunnen innoveren, en kunnen investeren in hun netwerk; b. kunnen concurreren op zowel kwaliteit als prijs van de postvervoerdiensten. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 13a tot en met 13k van de wet Bij de toepassing van delegt de ACM aan een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht uitsluitend verplichtingen op die: artikel 2 om de in degenoemde doelen te bereiken; a. noodzakelijk en geschikt zijn, en b. het minst vergaande middel zijn, 2 Het in het eerste lid gestelde betekent dat de ACM aan het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht geen verplichtingen oplegt die: a. verder gaan dan nodig is om andere postvervoerbedrijven op de afgebakende relevante markt in staat te stellen op de lange termijn te concurreren met het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht, of b. het effect hebben dat de financiële situatie van het postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht zodanig verstoord wordt dat financiële instabiliteit dreigt. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 De ACM onderbouwt ten aanzien van de opgelegde verplichtingen dat deze noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn voor het bereiken van de ingenoemde doelstellingen en dat andere minder ingrijpende maatregelen niet effectief zijn. 2 De in het eerste lid, bedoelde onderbouwing omvat een analyse, zoveel mogelijk in kwantitatieve zin, van de economische effecten op de postmarkt en van de met het besluit gemoeide reguleringskosten. 3 artikel 3, tweede lid, onder a of b Indien een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht met een kwantitatieve onderbouwing aannemelijk maakt dat een voorgenomen besluit een van de in, bedoelde effecten heeft, past de ACM het voorgenomen besluit hierop aan, of onderbouwt de ACM met een kwantitatieve analyse dat van een dergelijk effect geen sprake is. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Postwet 2009 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over het ex ante toezicht op grond van de. 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 2016 70314 20-12-2016 18-12-2016 WJZ/16194652 21-12-2016