Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 mei 2016, nr. WJZ/16027022, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsontwikkeling in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1698/2005 (Beleidsregel verlagen subsidie POP)
- BWB-id
- BWBR0037981
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2021-12-02 t/m 2022-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037981
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlagen-subsidie-pop
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlagen-subsidie-pop/2021-12-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037981&g=2021-12-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037981&z=2026-06-06&g=2021-12-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037981/2021-12-02
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlagen-subsidie-pop
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Definities#
Artikel 1.1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. verordening 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU 2005, L277); b. verordening 1303/2013: Verordening (EG) nr. 1083/2006 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2013, L347); c. verordening 1305/2013: Verordening (EG) nr. 1698/2005 Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2013, L347); d. verordening 1306/2013: Verordeningen (EG) nr. 814/2000 (EG) nr. 1290/2005 (EG) nr. 485/2008 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van,envan de Raad (PbEU 2013, L 347); e. verordening 1307/2013: Verordening (EG) nr. 637/2008 Verordening (EG) nr. 73/2009 Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking vanvan de Raad envan de Raad (PbEU 2013, L 347); f. verordening 640/2014: Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 181); g. uitvoeringsverordening 809/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227); h. richtlijn 2004/18/EG: richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU 2004, L 134); i. POP2: verordening 1698/2005 Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 2007–2013 als bedoeld in artikel 15 van; j. POP3: verordening 1305/2013 Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 als bedoeld in artikel 6 van; k. controle: uitoefening door ambtenaren van RVO.nl of NVWA van de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving; l. baselinevoorwaarden: verordening 1306/2013 verordening 1307/2013 bijlage 3 voorwaarden, bedoeld in titel VI, hoofdstuk I, van, de relevante criteria en minimumactiviteiten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c), ii) en iii), van, en relevante minimumvereisten voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere ter zake relevante dwingende voorschriften die bij nationaal recht zijn vastgesteld, zoals opgenomen inbij onderhavige beleidsregel; m. beheer onder de SVNL: beheer als bedoeld in hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies; n. beheer onder de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016: beheer door een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies; o. beschikte hectareprijs: het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies; p. jaarbetaling: jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag van een verleende oppervlakte gebonden subsidie; q. maximale vergoeding: paragraaf 2.3 de maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van beheeractiviteiten als bedoeld invan deze beleidsregel; r. randvoorwaarden: artikel 3.1 bijlagen 3 4 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB voorschriften, bedoeld inenen; s. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; t. verenigingslid: landbouwer of andere grondgebruiker van landbouwgrond die lid is van een vereniging als bedoeld in onderdeel n; u. bedrijfsperceel: oppervlakte die de gebruiker als behorende tot zijn bedrijf heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de door die Dienst aangegeven wijze. 2021 48009 01-12-2021 29-11-2021 WJZ/20116020 2021 48009 01-12-2021 29-11-2021 WJZ/20116020 02-12-2021
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Toepassingsbereik beleidsregel#
Artikel 1.2 Toepassingsbereik beleidsregel 1 verordening 1305/2013 afdelingen 4.2.5 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht verordening 1306/2013 verordening 640/2014 De minister, onderscheidenlijk Gedeputeerde Staten van de onderscheiden provincies, besluit, onderscheidenlijk besluiten, voor subsidies voor plattelandsontwikkeling in het kader vantot het verlagen van subsidie in de in deze beleidsregels genoemde gevallen op basis van de in deengenoemde bevoegdheden en met inachtneming vanen. 2 Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van POP3. Zij is tevens van toepassing op (termijn- of eind-) betalingsaanvragen voor projecten waarvoor onder het POP2 subsidie is verstrekt, die zijn ingediend na 31 december 2014 en die nog niet zijn afgehandeld op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 POP subsidies volledig bekostigd met nationale middelen#
Artikel 1.3 POP subsidies volledig bekostigd met nationale middelen verordening 1306/2013 verordening 640/2014 De bepalingen inzake het verlagen van subsidies of van subsidiabele kosten zoals die zijn opgenomen in,en in onderhavige beleidsregel zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3 en die volledig worden bekostigd met nationale middelen. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 overmacht of uitzonderlijke omstandigheden#
Artikel 1.4 overmacht of uitzonderlijke omstandigheden 1 verordening 1306/2013 verordening 640/2014 Verlagingen of intrekkingen als bedoeld in deze beleidsregel worden niet toegepast indien de niet-nalevingen of tekortkomingen het gevolg zijn van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van, mits voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van. 2 verordening 640/2014 Artikel 4, eerste lid, vanis van overeenkomstige toepassing op de verlaging of intrekking van subsidies als bedoeld in hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.3 en 5.1.4 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer en hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 toepassingsbereik#
Artikel 2.1 toepassingsbereik De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3, waarbij de hoogte van de subsidie is gebaseerd op de oppervlakte waarop de subsidiabele activiteit dient te worden uitgevoerd. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 uniforme buffertolerantie oppervlaktemetingen#
Artikel 2.2 uniforme buffertolerantie oppervlaktemetingen verordening 809/2014 De uniforme buffertolerantie, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van, bedraagt 1 meter. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.2a — Artikel 2.2a maximale verlagingen#
Artikel 2.2a maximale verlagingen De verlagingen die op grond van dit hoofdstuk opgelegd worden, kunnen niet meer dan 100% van de subsidie of de jaarbetaling bedragen. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Artikel II van Stcrt. 2017/70207 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 verlaging in verband met beheer#
Artikel 2.3 verlaging in verband met beheer 1 Bijlage 1 Indien een subsidieontvanger voorschriften inzake het beheer niet naleeft of de betrokken landbouwgrond niet voldoet aan de terreinkenmerken die voor de subsidie zijn voorgeschreven, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken overeenkomstig. 2 verordening 640/2014 Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 vangeschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij: a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of b. herstel niet meer mogelijk is. 3 Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse. 4 verordening 640/2014 Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van, wordt het kortingspercentage dat voortvloeit uit het eerste lid verhoogd met: a. 10% bij een eerste herhaling; b. 20% bij een tweede herhaling; c. 30% bij een derde of verdere herhaling. 5 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd. 6 De verlaging, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 onderdeclaratie arealen#
Artikel 2.4 onderdeclaratie arealen Verordening 640/2014 Indien een subsidieontvanger niet alle in artikel 16 vanbedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de betalingsaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3 procent van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de jaarbetalingen die in dat jaar aan die subsidieontvanger moet worden gedaan als volgt verlaagd: a. indien het verschil groter is dan 3 procent en kleiner dan of gelijk aan 10 procent, bedraagt de verlaging 1 procent; b. indien het verschil groter is dan 10 procent en kleiner dan of gelijk aan 20 procent, bedraagt de verlaging 2 procent; c. indien het verschil groter is dan 20 procent, bedraagt de verlaging 3 procent. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 baselinevoorwaarden#
Artikel 2.5 baselinevoorwaarden Indien een subsidieontvanger één of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft, wordt de subsidieverlening geheel ingetrokken. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 verlaging in verband met randvoorwaarden#
Artikel 2.6 verlaging in verband met randvoorwaarden 1 verordening 1306/2014 verordening 640/2014 verordening 809/2014 Indien een subsidieontvanger een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 97 van, de artikelen 39 en 40 vanen de artikelen 74 en 75 van uitvoerings. 2 Artikel 2, eerste tot en met vierde lid artikel 3 van de Beleidsregel Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB , enzijn van overeenkomstige toepassing. Waar in voornoemde artikelen gesproken wordt van ‘minister’ en ‘landbouwgrond’ wordt voor de toepassing van het onderhavige artikel gelezen ‘Gedeputeerde Staten’ respectievelijk ‘subsidiabele oppervlakte’. 3 artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB Indien de niet-naleving van de randvoorwaarde, bedoeld in, niet binnen de aan de subsidieontvanger medegedeelde termijn is hersteld, wordt de jaarbetaling met terugwerkende kracht met 1 procent verlaagd voor het jaar waarin de niet-naleving waarop de waarschuwing is gebaseerd, heeft plaatsgevonden. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 vergroening en verbod op dubbele financiering#
Artikel 2.7 vergroening en verbod op dubbele financiering 1 artikel 2.17 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB Indien een subsidieontvanger de oppervlakte waarop hij beheer uitvoert gebruikt om te voldoen aan de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied als bedoeld inte realiseren, ongeacht of hij daartoe gebruik maakt van een door de minister erkende certificeringsregeling, wordt de jaarbetaling verlaagd. 2 De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met de component inkomstenderving, indien die component deel uitmaakt van het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit. 3 artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit, indien de betreffende oppervlakte wordt ingezet als een beheerde rand of strook als bedoeld in de certificeringsregeling, bedoeld in. 4 De berekeningswijzen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden slechts toegepast voor zover de subsidiabele activiteit gelijk is aan de activiteit die de subsidieontvanger moet verrichten als onderdeel van de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied te realiseren. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.7a — Artikel 2.7a verhinderen monitoringswerkzaamheden#
Artikel 2.7a verhinderen monitoringswerkzaamheden De jaarbetaling wordt geweigerd indien de subsidieontvanger verhindert dat door of vanwege Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Artikel II van Stcrt. 2017/70207 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 herhaalde niet-naleving#
Artikel 2.8 herhaalde niet-naleving 1 verordening 640/2014 artikel 2.9, eerste lid artikel 2.9a, eerste lid artikel 2.11 artikel 2.11a Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van, van de in,,ofbedoelde subsidieverplichtingen, worden de op grond van die artikelen op te leggen verlagingen verhoogd met: a. 10% bij een eerste herhaling; b. 20% bij een tweede herhaling; c. 30% bij een derde of verdere herhaling. 2 artikel 2.14, eerste of derde lid Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de in, bedoelde subsidieverplichtingen, worden de op grond van die leden op te leggen kortingspercentages verhoogd tot: a. 2% bij een eerste herhaling; b. 3% bij een tweede herhaling; c. 5% bij een derde of verdere herhaling. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 verlaging in verband met beheer#
Artikel 2.9 verlaging in verband met beheer 1 Bijlage 2 Indien een subsidieontvanger een beheeractiviteit waartoe hij zich heeft verbonden niet of niet juist uitvoert, wordt de subsidie voor die beheeractiviteit verlaagd overeenkomstig het verlagingspercentage in. 2 verordening 640/2014 Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 vangeschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij: a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of b. herstel niet meer mogelijk is. 3 Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse. 4 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd. 5 De verlaging, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.9a — Artikel 2.9a minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit#
Artikel 2.9a minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit 1 Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op een bepaald minimumpercentage van het leefgebied uitgevoerd moet worden en de subsidieontvanger hieraan niet voldoet, dan wordt de subsidiabele omvang van dat leefgebied, voor zover daarop de betreffende activiteit is uitgevoerd, zodanig verlaagd dat de oppervlakte waarop de betreffende beheeractiviteit is uitgevoerd gelijk is aan het vereiste minimumpercentage van het leefgebied. 2 Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op niet meer dan een bepaald maximumpercentage van het leefgebied uitgevoerd mag worden en de subsidieontvanger dit maximumpercentage overschrijdt, dan is de betreffende beheeractiviteit niet subsidiabel voor zover die boven dat maximumpercentage is uitgevoerd. 3 Indien een beheeractiviteit meerdere minimum- of maximumpercentages kent, dan worden voor de toepassing van het eerste en tweede lid slechts die oppervlaktes bij elkaar geteld waarvoor hetzelfde minimum- én maximumpercentage geldt voor de betreffende beheeractiviteit. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Artikel II van Stcrt. 2017/70207 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 verlaging in verband met randvoorwaarden#
Artikel 2.10 verlaging in verband met randvoorwaarden 1 Indien een verenigingslid een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling aan de subsidieontvanger verlaagd. 2 artikel 2.6 De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig, met dien verstande dat het resulterende verlagingspercentage wordt toegepast op het bedrag dat voortvloeit uit de vermenigvuldiging van de beschikte hectareprijs en het aantal hectares waarmee het betreffende verenigingslid deelneemt aan het beheer. 3 Indien een verenigingslid een of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft, wordt voor de hectares waarmee het verenigingslid in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer geen jaarbetaling verstrekt. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 verlaging bij onderrealisatie leefgebied#
Artikel 2.11 verlaging bij onderrealisatie leefgebied Indien een subsidieontvanger ten aanzien van één of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, dan wordt de jaarbetaling voor het betreffende leefgebied en kalenderjaar: a. verlaagd met het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de geconstateerde oppervlakte en het minimum aantal hectares te vermenigvuldigen met de beschikte hectareprijs, wanneer de afwijking kleiner dan of gelijk is aan 3%; b. verlaagd met twee keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 3% bedraagt, maar kleiner is dan of gelijk is aan 20%; c. verlaagd met drie keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 20% bedraagt, maar kleiner is dan of gelijk is aan 50%; d. niet verstrekt wanneer de afwijking meer dan 50% bedraagt. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.11a — Artikel 2.11a intekenen buiten bedrijfsperceel#
Artikel 2.11a intekenen buiten bedrijfsperceel artikel 2.11 Indien de subsidieontvanger in de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies, oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, dan wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Artikel II van Stcrt. 2017/70207 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.11b — Artikel 2.11b verhinderen monitoringswerkzaamheden en audit certificerende instantie#
Artikel 2.11b verhinderen monitoringswerkzaamheden en audit certificerende instantie 1 De jaarbetaling wordt geweigerd indien de subsidieontvanger verhindert dat: a. door of vanwege Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd, óf b. verordening 908/2014 een auditor van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën de gegevensgerichte toetsing als bedoeld in artikel 7, derde lid, vankan uitvoeren. 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien een verenigingslid de uitvoering van de monitoringswerkzaamheden of de audit verhindert, geen jaarbetaling verstrekt voor de hectares waarmee dat verenigingslid in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Artikel II van Stcrt. 2017/70207 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 vergroening en verbod op dubbele financiering#
Artikel 2.12 vergroening en verbod op dubbele financiering 1 artikel 2.17 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB De jaarbetaling wordt verlaagd indien een verenigingslid de oppervlakte waarop hij beheer uitvoert gebruikt om te voldoen aan de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied als bedoeld inte realiseren, ongeacht of hij daartoe gebruik maakt van een door de minister erkende certificeringsregeling. 2 Artikel 2.7, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 geen effectuering verlagingen en uitsluitingen#
Artikel 2.13 geen effectuering verlagingen en uitsluitingen 1 Gedeputeerde Staten berekenen aan de hand van de stukken, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies en de uitgevoerde controles de jaarbetaling waarop de vereniging recht zou hebben indien de basis voor die berekening zou worden gevormd door de maximale vergoeding in plaats van de beschikte hectareprijs. 2 Op de aldus berekende jaarbetaling wordt het totaalbedrag van verlagingen en uitsluitingen die op grond van de toepasselijke EU-verordeningen en de onderhavige paragraaf opgelegd zouden moeten worden, in mindering gebracht. 3 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van de verlagingen, bedoeld in het tweede lid, hoger is dan het bedrag in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies betalen Gedeputeerde Staten uit conform het betaalverzoek. 4 Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van de verlagingen, bedoeld in het tweede lid, lager is dan het bedrag in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies betalen Gedeputeerde Staten het lagere bedrag uit. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Schending administratieve verplichtingen#
Artikel 2.14 Schending administratieve verplichtingen 1 Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de betreffende subsidieverplichting. 2 De jaarbetaling wordt niet verstrekt indien de subsidieontvanger de in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 genoemde termijnen met meer dan 25 werkdagen overschrijdt. 3 Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen d of n, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling voor de desbetreffende beheeractiviteit verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de desbetreffende subsidieverplichting. De basis voor de in de eerste volzin bedoelde verlaging wordt gevormd door de maximale vergoeding. 4 In afwijking van het derde lid bedraagt de jaarbetaling voor de betreffende jaaractiviteit € 0,– indien de subsidieontvanger de, in voorkomend geval gewijzigde, activiteit later meldt dan is aangegeven in bijlage 5, derde kolom van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies. 5 Indien uit de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, blijkt dat de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel p, van die subsidieverordening, wordt geen subsidie verstrekt voor de beheeractiviteit waarvan het leefgebied en de beheerfunctie niet overeenkomt met het leefgebied en de beheerfunctie van de als eerste opgegeven beheeractiviteit. 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 2017 70207 08-12-2017 04-12-2017 WJZ/17187624 01-01-2018 Blijft van toepassing op de afhandeling van bezwaarschriften voor
zover deze zijn gericht tegen besluiten indien de weigering of
intrekking van de subsidie, bedoeld in de Subsidieregeling agrarisch
natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de
afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
landschapsbeheer van de onderscheiden provincies of paragraaf 3 van
de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de
onderscheiden provincies, is gebaseerd of mede is gebaseerd op
voornoemde beleidsregel zoals die luidde tot 31 december 2017.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 toepassingsbereik#
Artikel 3.1 toepassingsbereik De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies worden verleend ter uitvoering van het POP3 en waarbij de hoogte van de subsidie niet is gebaseerd op de oppervlakte van landbouwgrond. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 hersteltermijn#
Artikel 3.2 hersteltermijn 1 artikel 3.1 verordening 1306/2013 Subsidies als bedoeld inkunnen worden verlaagd of geschorst op basis van artikel 64, vierde lid, van. 2 De subsidie wordt geschorst indien verwacht wordt dat de subsidieontvanger binnen een reële hersteltermijn de niet-naleving kan herstellen. 3 Geen hersteltermijn wordt geboden indien herstel niet mogelijk is omdat de niet-naleving een permanent karakter heeft en niet kan worden hersteld of indien niet alsnog aan de gestelde verplichtingen kan worden voldaan. 4 Een reële hersteltermijn bedraagt ten minste 5 en maximaal 10 werkdagen. 5 Betreft de tekortkoming het niet of niet geheel uitvoeren van één of meerdere activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt en waardoor de doelstelling van het project op de afgesproken einddatum van het project niet is of kan worden bereikt, dan zal de geboden hersteltermijn maximaal 20 werkdagen bedragen. 6 Een hersteltermijn kan, indien de omstandigheden van het geval dat naar het oordeel van Gedeputeerde Staten rechtvaardigen, éénmalig worden verlengd met 5 tot 20 werkdagen. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 aanbestedingen#
Artikel 3.3 aanbestedingen Aanbestedingswet 2012 Bijlage 4 Indien de subsidieontvanger aanbestedingplichtig is op grond van deen de Aanbestedingswet 2012 niet of niet volledig is nageleefd bij een aanbestedingplichtige activiteit, dan worden de gedeclareerde kosten die betrekking hebben op de desbetreffende opdracht gecorrigeerd overeenkomstig het kortingspercentage in, deel II. 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 01-01-2019
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 niet realisatie activiteit#
Artikel 3.4 niet realisatie activiteit 1 Bijlage 4 Indien een subsidieontvanger de te subsidiëren activiteit gedeeltelijk niet realiseert waardoor de doelstelling van de subsidie als beschreven in de subsidieverleningsbeschikking geheel of gedeeltelijk niet gerealiseerd wordt, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in, deel I. 2 verordening 1303/2013 Bijlage 4 In geval van een concrete actie die een investering in infrastructuur of een productieve investering omvat, wordt de subsidie verlaagd wanneer binnen vijf jaar na de eindbetaling aan de subsidieontvanger de concrete actie onderworpen is aan een van de gebeurtenissen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van. De subsidie wordt verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in, deel I. 3 Inzake een op te leggen verlaging kan advies gevraagd worden aan één of meerdere deskundige(n) of aan een adviescommissie. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 communicatieverplichtingen#
Artikel 3.5 communicatieverplichtingen Bijlage 4 Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden inzake communicatie in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies wordt de subsidietoekenning verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in, deel I. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 overige verplichtingen#
Artikel 3.6 overige verplichtingen Bijlage 4 Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 3.3, 3.4 of 3.5, die zijn opgenomen in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of in de beschikking tot subsidieverlening, worden correcties of sancties toegepast waarbij voor de kortingspercentages wordt aangesloten bij de kortingspercentages zoals opgenomen in, deel I. 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 01-01-2019
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 verslag omtrent de voortgang#
Artikel 3.7 verslag omtrent de voortgang Bijlage 4 Indien een subsidieontvanger een op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven verslag omtrent de voortgang niet of niet tijdig aanlevert of het verslag voldoet niet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt de vast te stellen subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in, deel I. 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 01-01-2019
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 herhaalde niet-naleving#
Artikel 3.8 herhaalde niet-naleving 1 verordening 640/2014 Bijlage 4 Ingeval van herhaalde niet-naleving als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van, worden de in onderhavige beleidsregel en inopgenomen kortingspercentages als volgt verhoogd: – bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving 0,5 procentpunt; – e bij een 2herhaling 1 procentpunt; en – bij een derde of frequentere herhaling 2 procentpunt. 2 Bijlage 4 Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving wordt, indien op grond van onderhavige beleidsregel ofeen maximum wordt gesteld aan de op te leggen correctie of sanctie, dit maximum naar rato verhoogd overeenkomstig het eerste lid. 3 Indien bij een eerste niet-naleving geen correctie of sanctie werd opgelegd, wordt bij een herhaling van dezelfde niet-naleving een sanctie opgelegd overeenkomstig het eerste lid. 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 01-01-2019
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 cumulatie#
Artikel 3.9 cumulatie 1 In geval van cumulatie van op te leggen sancties worden verlagingen toegepast in de volgorde van de hoogte van de op te leggen sancties, van hoog naar laag . Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidieverlening. 2 Indien meerdere aanbestedingsfouten in één en dezelfde opdracht worden geconstateerd is slechts de hoogste van de van toepassing zijnde correcties van toepassing. 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 2018 67592 05-12-2018 02-12-2018 WJZ/18260671 01-01-2019
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 hoofdstuk 4, titel 4.1, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies Voor subsidies die worden verstrekt op grond vangeldt dat indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil. 2019 65649 29-11-2019 27-11-2019 WJZ/19151314 2019 65649 29-11-2019 27-11-2019 WJZ/19151314 01-01-2020
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 hoofdstuk 3 bijlage 4 hoofdstuk 4 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies titel 4.1 De bepalingen uitenzijn van overeenkomstige toepassing op niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van, met uitzondering vandaarvan. 2019 65649 29-11-2019 27-11-2019 WJZ/19151314 2019 65649 29-11-2019 27-11-2019 WJZ/19151314 01-01-2020
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma Deworden ingetrokken. 2 beleidsregels verlagen subsidie POP2 Deworden ingetrokken. 3 Beleidsregel verlagen subsidie Brede weersverzekering Dewordt ingetrokken. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie POP. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 5.2a — Artikel 5.2a#
Artikel 5.2a artikel 3.3 bijlage 4 Voor gedeclareerde kosten die vóór 15 mei 2019 zijn ingediend en op grond vanworden gecorrigeerd blijven de kortingspercentages in, deel II, zoals die luidden vóór 14 mei 2019, van toepassing. 2021 48009 01-12-2021 29-11-2021 WJZ/20116020 2021 48009 01-12-2021 29-11-2021 WJZ/20116020 02-12-2021
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 2016 27007 24-05-2016 19-05-2016 WJZ/16027022 25-05-2016
Artikel 1.4#
artikel 1.4