Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 30 mei 2016, nr. ILT-2016/16814, voor het verlenen van ontheffingen voor micro- en minidrones
- BWB-id
- BWBR0038018
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038018
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlenen-van-ontheffingen-voor-micro-en-minidro
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlenen-van-ontheffingen-voor-micro-en-minidro/2016-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038018&g=2016-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038018&z=2026-06-06&g=2016-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038018/2016-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2016/beleidsregel-verlenen-van-ontheffingen-voor-micro-en-minidro
Artikel 1 — Artikel 1 Ontheffing voor vluchten met RPA’s van niet meer dan 4 kg (minidrones)#
Artikel 1 Ontheffing voor vluchten met RPA’s van niet meer dan 4 kg (minidrones) artikel 10a, eerste lid, van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen Op aanvraag wordt ontheffing verleend voor vluchten met een RPA als bedoeld in(Roabl), onder de in dat lid bedoelde beperkingen, van: a. artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart het verbod, bedoeld inom een luchtvaartuig te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling, mits de aanvrager: 1° de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, en 2° bijlage kan aantonen te beschikken over voldoende bekwaamheid als bedoeld in debij deze beleidsregel, om op een veilige manier deel te nemen aan het luchtverkeer met het op afstand bestuurde luchtvaartuig bedoeld onder b; b. artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet luchtvaart artikel 3.1 van de Wet luchtvaart het verbod, bedoeld inom een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een bewijs van luchtwaardigheid, mits met een bewijs van inschrijving als bedoeld inwordt aangetoond dat de maximum toegelaten totaalmassa niet meer is dan 4 kg; c. artikel 3.19a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet luchtvaart het verbod, bedoeld inom een vlucht uit te voeren met een burgerluchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig voor dat luchtvaartuig afgegeven geluidscertificaat of van een passende verklaring in een ander document dat door de staat van registratie is goedgekeurd voor zover dit voor dat luchtvaartuig vereist is. 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 01-07-2016
Artikel 2 — Artikel 2 Ontheffing voor vluchten met een RPA van niet meer dan 1 kg (microdrones)#
Artikel 2 Ontheffing voor vluchten met een RPA van niet meer dan 1 kg (microdrones) artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart artikel 10a, eerste lid, van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen artikel 1, onderdeel a, subonderdeel 2° Op aanvraag wordt ontheffing verleend van het verbod, bedoeld invoor vluchten met een RPA waarvan de totale massa niet meer dan 1 kg bedraagt, die worden uitgevoerd onder de operationele beperkingen, bedoeld in, waarbijniet van toepassing is. 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 01-07-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Voorschriften en beperkingen ontheffing#
Artikel 3 Voorschriften en beperkingen ontheffing artikelen 1 2 Aan de ontheffingen, bedoeld in deen, worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: a. de vlucht wordt uitgevoerd tot een afstand van maximaal 100 meter van de bestuurder; b. de vlucht wordt uitgevoerd tot een hoogte van maximaal 50 meter (165 ft) boven de grond of het water; c. de vlucht wordt uitgevoerd tot een afstand van minimaal 50 meter horizontaal van mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing, waaronder industrie- en havengebieden, in gebruik zijnde autosnelwegen, in gebruik zijnde autowegen en in gebruik zijnde wegen waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur geldt; d. de vlucht wordt uitgevoerd in luchtruim met de klasse G tijdens de daglichtperiode onder de geldende luchtverkeersregels; e. artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart de vlucht wordt niet uitgevoerd binnen een afstand van 3 km van een ongecontroleerde luchthaven of een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtensontheffing is verleend, tenzij geen bezwaar bestaat bij de exploitant van de luchthaven respectievelijk de houder van de ontheffing; f. de vlucht wordt niet uitgevoerd door de bestuurder: 1°. indien deze in verband met zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid de veiligheid van het luchtverkeer in gevaar brengt of in gevaar kan brengen; 2°. indien hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de vaardigheid voor het verrichten van die werkzaamheden kan verminderen; 3°. indien hij binnen de tien daaraan voorafgaande uren alcoholhoudende drank heeft gebruikt; 4°. na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: i. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 90 µg (negentig microgram) alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel ii. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 mg (een vijfde milligram) alcohol per milliliter bloed. 5°. artikel 162, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gedurende de tijd, waarvoor een rijverbod als bedoeld ingeldt; g. de houder van de ontheffing meldt: 1°. Regeling melding voorvallen in de burgerluchtvaart voorvallen en ernstige incidenten binnen 72 uur aan het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge de; 2°. ongevallen (=met gewonde(n) of dode(n)) na de hulpverleningsoproep direct aan: de OVV. 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 01-07-2016
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraagformulier#
Artikel 4 Aanvraagformulier artikelen 1 2 De ontheffingen, bedoeld in deen, worden aangevraagd door indiening bij de Minister van een ondertekend formulier waarvan exemplaren kosteloos zijn te verkrijgen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 01-07-2016
Artikel 5 — Artikel 5 Inwerkingtreding#
Artikel 5 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 2016 27761 07-06-2016 30-05-2016 ILT-2016/16814 01-07-2016
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel a, onder 2°