Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën van 17 januari 2017, nr. IENM/BSK-2016/284600, na overleg met de Minister van Economische Zaken omtrent de wijze waarop de steun als percentage van het projectvermogen wordt berekend in het kader van de Regeling groenprojecten 2016 (Beleidsregel berekening steunpercentage)
- BWB-id
- BWBR0039126
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2017-01-24 t/m 2022-05-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039126
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-berekening-steunpercentage-regeling-groenprojec
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-berekening-steunpercentage-regeling-groenprojec/2017-01-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039126&g=2017-01-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039126&z=2026-06-06&g=2017-01-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039126/2017-01-24
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-berekening-steunpercentage-regeling-groenprojec
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 1, van de Regeling groenprojecten 2016 De uitkomst van de formule, genoemd in het tweede lid, uitgedrukt in procenten dient ter bepaling van de bruto-subsidie-equivalent, genoemd in. 2 Voor de berekening van de netto contante waarde van de steun, die over een langere periode wordt genoten, tot de waarde op het tijdstip van toekenning daarvan wordt de formule gebruikt ,waarbij geldt: N = de looptijd van de groenverklaring; CF = het rentevoordeel behaald met de groenverklaring na aftrek van vennootschapsbelastingbelasting; r = de disconteringsvoet. 3 Voor de berekening van de netto contante waarde wordt gebruik gemaakt van de disconteringsvoet die op de datum van de toekenning van de steun van toepassing is. 4 De steun hangt af van het deel van de investering dat met een lening wordt gefinancierd, de looptijd van de lening en het geldende tarief voor vennootschapsbelasting. 5 Regeling groenprojecten 2016 De formule, genoemd het eerste lid, geldt ten aanzien van elke projectcategorie van de. 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 24-01-2017 01-04-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Om de steun op het moment waarop de groenverklaring wordt afgegeven te kunnen bepalen wordt uitgegaan van: a. artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 een groenproject waarvan de gehele investering wordt gefinancierd met een geldlening van een groenfonds als bedoeld in; b. een maximale looptijd van de geldlening van tien jaar; c. een lineaire aflossing op de geldlening tot een restwaarde van € 0,–; d. een te behalen rentevoordeel voordat aftrek van vennootschapsbelasting plaatsvindt van 0,75% punt; e. de disconteringsvoet zoals maandelijks wordt vastgesteld door de Europese Commissie; f. het te betalen tarief aan vennootschapsbelasting van 25%. 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 24-01-2017 01-04-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2016. 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 2017 169 23-01-2017 17-01-2017 IENM/BSK-2016/284600 24-01-2017 01-04-2016