Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 oktober 2017, nr. 2017-0000142158, tot vaststelling van de beleidsregel in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017)
- BWB-id
- BWBR0040061
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2017-10-11 t/m 2018-11-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040061
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-bestuursrechtelijke-handhaving-wet-minimumloon-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-bestuursrechtelijke-handhaving-wet-minimumloon-/2017-10-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040061&g=2017-10-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040061&z=2026-06-06&g=2017-10-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040061/2017-10-11
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2017/beleidsregel-bestuursrechtelijke-handhaving-wet-minimumloon-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel. Boetebedragen overtreding artikel 7 Duur onderbetaling ≤ 1 maand >1 – < 3 maanden 3 – < 6 maanden ≥ 6 maanden < 5% € 500 € 750 € 1.000 € 1.250 5% – < 10% € 750 € 1.000 € 1.250 € 2.000 10% – < 25% € 1.250 € 2.000 € 3.000 € 4.500 25% – < 50% € 2.000 € 3.000 € 4.500 € 7.000 ≥ 50% € 3.000 € 4.500 € 7.000 € 10.000 Minder dan € 50 onderbetaling: € 500. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 7a van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel. Boetebedragen overtreding artikel 7a Periode waarin ten minste eenmaal het loon niet giraal is uitbetaald ≤ 1 maand € 500 >1 – < 3 maanden € 750 3 – < 6 maanden € 1.000 6 maanden of langer € 1.250 2 artikel 7a, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Voor een overtreding vanwordt geen boete opgelegd voor zover voor dezelfde feiten een boete wordt opgelegd wegens het niet naleven vanen/of. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 1 Indien een werkgever handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd, waarvan de hoogte wordt vastgesteld overeenkomstig de tabel in. 2 artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 2 Indien een werkgever kan aantonen dat hij na een schriftelijke volmacht van de werknemer het ingehouden bedrag heeft voldaan aan een derde ter voldoening van een betalingsverplichting van de werknemer en anderszins geen bedrag heeft ingehouden dat op grond vanniet is toegestaan, wordt in afwijking van het eerste lid de boete vastgesteld overeenkomstig de tabel in, tenzij ten aanzien van dezelfde werknemer tevens een overtreding van enig ander artikel van dewordt geconstateerd. Deze matiging vindt slechts plaats indien de volmacht is afgegeven voorafgaand aan de inhouding. 3 artikel 13 artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 1 Indien een werkgever ten aanzien van dezelfde werknemer naasttevensheeft overtreden, wordt de boetehoogte gebaseerd op het totaal der bedragen waarvoor deze overtredingen zijn begaan en vastgesteld overeenkomstig de tabel in. 4 artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Om te bepalen of ten aanzien een overtreding vaneen boete wordt opgelegd, wordt van het totale bedrag van loon en vergoedingen op de ingenoemde opgave het deel van het loonbedrag en vergoedingen dat hoger is dan het wettelijk minimumloon afgezet tegen de niet toegestane inhoudingen op en verrekeningen met het wettelijk minimumloon. Indien het totaalbedrag aan niet toegestane inhoudingen en verrekeningen hoger is dan het deel van het loon en vergoedingen dat hoger is dan het wettelijk minimumloon, wordt een boete opgelegd voor een overtreding van artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 5 artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever kan aantonen dat een verrekening in strijd metslechts de verrekening betreft van hetgeen op het loon in een voorgaande betaalperiode teveel is betaald en het ook kenbaar voor de werknemer was dat deze verrekening teveel betaald loon betreft, wordt geen boete opgelegd indien het verrekende bedrag per betaalperiode niet meer bedraagt dan 10% van het voor de werknemer geldend wettelijk minimumloon. De mogelijkheid tot verrekening van teveel betaald loon in de vorige zin geldt voor de werkgever voor een periode van zes maanden vanaf de datum waarop er sprake is van teveel betaald loon. Dit lid is niet van toepassing indien ten aanzien van dezelfde werknemer tevens een overtreding van enig andere artikel van dewordt geconstateerd. 6 artikel 2 Indien de werkgever hetgeen op het loon in een voorgaande betaalperiode teveel is betaald met het minimumloon heeft verrekend en niet voldoet aan de voorwaarden in het vorige lid, wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien niet eerder dezelfde overtreding, te weten het verrekenen van teveel betaald loon, is begaan. Indien de werkgever eerder dezelfde overtreding heeft begaan wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd, waarvan de hoogte wordt vastgesteld overeenkomstig de tabel in. 7 artikel 2b, eerste lid, van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever zijn werknemer per week betaalt en in een week de volledige premie voor een maand inhoudt voor de verzekeringen als bedoeld in, wordt geen boete opgelegd indien de werkgever zich houdt aan de overige voorwaarden voor de verzekeringen die gesteld zijn in het. Indien het loon niet toereikend is om de volledige maandpremie in te houden, wordt geen boete opgelegd indien de werkgever het restant in de volgende betaalperiode inhoudt. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel, met dien verstande dat een bestuurlijke boete uitsluitend wordt opgelegd als de betaalde vakantiebijslag minder bedraagt dan 8% van het minimumloon, bedoeld in. Boetebedragen overtreding artikel 15 Onderbetaling < 5% of minder dan € 50 € 250 5% – < 10% € 500 10% – < 25% € 1.000 25% – < 50% € 1.500 ≥ 50% € 2.000 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een werkgever niet of niet tijdig de bescheiden verstrekt als bedoeld in, wordt hem voor iedere werknemer die het betreft een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000. 2 artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De boete voor een overtreding vanwordt gematigd, indien de werkgever kan aantonen dat sprake is geweest van een arbeidsduur die korter was dan zes maanden. In dat geval wordt de boetehoogte bepaald aan de hand van onderstaande tabel. Boetebedragen overtreding artikel 18b, tweede lid, bij arbeidsduur korter dan zes maanden Duur tewerkstelling ≤ 1 maand € 5.000 >1 – < 3 maanden € 7.000 3 – < 6 maanden € 9.000 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 7 7a 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 1 Bij samenloop ten aanzien van dezelfde werknemer van overtreding van de,of, kan de opgelegde boete nooit hoger zijn dan de boete die zou zijn opgelegd als het gehele bedrag waarvoor overtredingen zijn vastgesteld, niet zou zijn uitbetaald en de werkgever beboet zou zijn volgens de tabel in. 2 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Voor de werkgever als natuurlijk persoon wordt bij een overtreding van deals uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete gehanteerd: 0,6 maal het boetenormbedrag. 3 De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van meer werknemers ten aanzien van wie overtredingen zijn begaan, uit de som van het per werknemer vastgestelde boetebedrag. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 1 3 4 In afwijking van de,enwordt geen boete opgelegd, indien de mate waarin de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1 en 3 gezamenlijk of artikel 4 afzonderlijk, niet worden nagekomen minder bedraagt dan € 50. Er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing waarbij de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld alsnog aan zijn verplichtingen tot girale betaling van het volledige wettelijk minimumloon en/of de betaling van de wettelijke minimumvakantiebijslag te voldoen en binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijke bewijsstukken te overleggen waaruit dat blijkt. Indien de werkgever in gebreke blijft, wordt alsnog een bestuurlijke boete opgelegd. 2 artikel 2 In afwijking vanwordt geen boete opgelegd, indien het bedrag aan loon waarvoor de verplichting, bedoeld in artikel 2 niet wordt nagekomen minder bedraagt dan € 50, maar dit bedrag anders dan giraal is betaald. Er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing. 3 artikel 7a In afwijking van het eerste lid wordt een boete opgelegd volgens de boetebedragen die gelden bij een overtreding van, indien volledige nabetaling van het wettelijk minimumloon anders dan giraal heeft plaatsgevonden. 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de overtreding is geconstateerd binnen een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop eerder eenzelfde of soortgelijke overtreding is geconstateerd waarvoor een schriftelijke waarschuwing is gegeven of een bestuurlijke boete is opgelegd. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn. 2 Indien rechtspersonen langer dan zes aaneengesloten maanden op dezelfde bouwlocatie werkzaamheden verrichten, wordt die bouwlocatie beschouwd als nevenvestiging als bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 3, derde lid, van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 7 7a 13 15 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De boete voor overtreding van de,,,en/ofwordt met 50% verhoogd indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, waarvan een wettelijk vertegenwoordiger eerder wettelijk vertegenwoordiger was van een andere rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, ten aanzien waarvan een overtreding van deis geconstateerd, en waarvan de bedrijfsactiviteiten en de locatie waar of van waaruit de werkzaamheden worden verricht dezelfde zijn gebleven. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 1 3 Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in deen, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel. Dwangsom per dag Duur onderbetaling ≤ – 1 maand >1 – < 3 maanden 3 – < 6 maanden ≥ 6 maanden < 5% € 20 € 25 € 50 € 75 5% – < 10% € 25 € 50 € 75 € 100 10% – < 25% € 50 € 75 € 100 € 150 25% – < 50% € 75 € 100 € 150 € 200 ≥ 50% € 100 € 200 € 300 € 400 2 artikel 4 Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel. Dwangsom per dag Onderbetaling Dwangsom per dag < 5% € 20 5% – < 10% € 25 10% – < 25% € 50 25% – < 50% € 75 ≥ 50% € 100 3 De last onder dwangsom, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet opgelegd, indien de werkgever uit eigen beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs heeft geleverd. 4 Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt € 40.000,–. 5 Aan de werkgever wordt geen last onder dwangsom opgelegd indien: a. de overtreding de verrekening van teveel betaald loon betreft; b. de overtreding de verrekening van een contant voorschot betreft. 6 artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag In afwijking van het eerste lid, wordt een werkgever uitsluitend een last onder dwangsom opgelegd indien hij in de periode tussen 1 januari 2017 en de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel in strijd metinhoudt op of verrekent met het minimumloon, maar niet langer inhoudt op of verrekent met het minimumloon op of na de dag van inwerkingtreding van deze beleidsregel. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 18f, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Het totaal aan op te leggen boetes kan per werknemer niet hoger zijn dan € 12.000,–, onverminderd de bevoegdheid om de boete te verhogen op grond van. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2016 Dewordt ingetrokken. 2 artikel 2 van de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2016 artikel 7 15 In afwijking van het eerste lid blijftvan toepassing indien dit artikel voor de werkgever gunstiger is danenten aanzien van overtredingen die zijn geconstateerd voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit. 3 Beleidsregels bestuurlijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2010 artikel XXV van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving Deblijven van toepassing voor zover het oude recht op grond vanvan toepassing is. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 2017 57119 10-10-2017 03-10-2017 2017-0000142158 11-10-2017