Beleidsregel van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juni 2019, nr. 2019-0000024192, houdende regels voor een experiment inzake de voorschriften omtrent het vervreemden van onroerende zaken aan wooncoöperaties (Beleidsregel experiment verkoopregels wooncoöperaties)
- BWB-id
- BWBR0042407
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2019-07-16 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042407
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-experiment-verkoopregels-woonco-peraties
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-experiment-verkoopregels-woonco-peraties/2019-07-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042407&g=2019-07-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042407&z=2026-06-06&g=2019-07-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042407/2019-07-16
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-experiment-verkoopregels-woonco-peraties
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: – besluit: Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 ; – minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – wet: Woningwet . 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 25 25a 26, eerste lid, van het Besluit Bij wijze van experiment zijn afwijkingen toegestaan van de,en, in geval van vervreemding van een woongelegenheid, een (gemengd) geliberaliseerd complex of een gemengd gereguleerd complex aan een wooncoöperatie. 2 artikelen 3 4 besluit Deenvan deze beleidsregel treden bij de toepassing van het experiment in de plaats van de in het eerste lid genoemde artikelen van het. 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet artikel 25 eerste lid, en derde lid onder c, van het besluit In geval van vervreemding als bedoeld ingaat het verzoek om goedkeuring als bedoeld in, naast de stukken, genoemd in, vergezeld van: a. de zienswijze van de gemeente waar het complex is gelegen, b. artikel 16 van het Besluit artikel 37, eerste lid, van de Woningwet bescheiden waaruit blijkt dat de beoogde verkrijger een wooncoöperatie is waarvan een meerderheid van de leden bestaat uit personen met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan de inkomensgrens, genoemd in, vergezeld van een verklaring over de getrouwheid daarvan, opgesteld door een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in, en c. statuten van de wooncoöperatie waarin de governance, woningtoewijzing aan nieuwe leden van buitenaf en een meerderheid van huishoudens onder de toewijzingsgrens is gewaarborgd, overeenkomstig het maatschappelijk karakter van de wooncoöperatie. 2 Artikel 11 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 Het huishoudinkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld aan de hand van aan de toegelaten instelling te verstrekken gegevens.is van overeenkomstige toepassing. 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet In geval van vervreemding als bedoeld inkeurt de minister een besluit als bedoeld in, uitsluitend goed, indien: a. artikel 3 aan de voorwaarden vanis voldaan, b. in het geval in de statuten een bepaling is opgenomen inzake vereffening en ontbinding van de wooncoöperatie en sprake is geweest van vervreemding aan de wooncoöperatie tegen minder dan 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of WOZ-waarde in die bepaling is bepaald dat een eventueel batig saldo wordt bestemd overeenkomstig het bepaalde in onderdeel e, c. de vervreemding geschiedt tegen een prijs van ten minste 50% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde, d. de woongelegenheid wordt vervreemd onder het beding dat uitsluitend leden van de wooncoöperatie in de woongelegenheden hun hoofdverblijf zullen hebben, en e. indien de vervreemding geschiedt tegen minder dan 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of WOZ-waarde de vervreemding plaatsvindt onder het beding dat de verkrijgende wooncoöperatie, bij een opvolgende vervreemding als gevolg van de vervreemding door de toegelaten instelling: 1°. het verschil tussen ten minste 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde en ten hoogste de betrokken waarde op het tijdstip van die opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling betaalt, en 2°. het verschil tussen de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde op het tijdstip van de opvolgende vervreemding en de prijs die hij voor de woongelegenheid of het complex heeft betaald aan de toegelaten instelling deelt met de toegelaten instelling, waarbij het percentage van de waardeontwikkeling dat ten goede of ten laste van de toegelaten instelling komt: i. 1,5 maal het verschil is tussen 100 en het percentage van de betrokken waarde dat wooncoöperatie heeft betaald, dan wel ii. 50 is, indien de toepassing van onderdeel 1° tot een hoger percentage dan 50 zou leiden. 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2022. 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel experiment verkoopregels wooncoöperaties. 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 2019 36707 15-07-2019 02-06-2019 2019-0000024192 16-07-2019