Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 februari 2019, 2019-0000012235, over de verlenging van de termijnen bij niet-verwijtbare overschrijdingen (Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt)
- BWB-id
- BWBR0041898
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2021-04-21 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041898
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-verlenging-inburgeringstermijnen-bij-geen-verwi
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-verlenging-inburgeringstermijnen-bij-geen-verwi/2021-04-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041898&g=2021-04-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041898&z=2026-06-06&g=2021-04-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041898/2021-04-21
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2019/beleidsregel-verlenging-inburgeringstermijnen-bij-geen-verwi
Artikel 1 — Artikel 1 Verlenging bij geen verwijt#
Artikel 1 Verlenging bij geen verwijt artikel 7a, derde lid 7b, derde lid, onderdeel a, van de Wet inburgering De inburgeringsplichtige heeft aannemelijk gemaakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig afronden van het participatieverklaringstraject of het niet tijdig afronden van de overige onderdelen van het inburgeringsexamen, als bedoeld in, en, indien een of meer van de in deze beleidsregel beschreven omstandigheden zich voordoen. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Langdurige ziekte#
Artikel 2 Langdurige ziekte Bij langdurige ziekte van de inburgeringsplichtige, zijn partner of bloedverwant in de eerste graad van ten minste drie aaneengesloten maanden wordt de termijn van het participatieverklaringstraject of de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen verlengd met een periode die gelijk is aan de duur van die ziekteperiode. Om in aanmerking te komen voor de verlenging dient de inburgeringsplichtige een verzoek in bij, en verstrekt een gerichte medische machtiging aan, DUO. Op deze machtiging geeft de inburgeringsplichtige aan op wie de machtiging betrekking heeft en voor welk doel DUO wordt gemachtigd om bij de behandelende arts of specialist informatie op te vragen. Het beoordelen daarvan gebeurt door een door DUO aangewezen medisch adviseur. 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 01-01-2020
Artikel 2a — Artikel 2a Overlijden#
Artikel 2a Overlijden Bij overlijden van de partner of een bloedverwant in de eerste graad van de inburgeringsplichtige wordt de termijn van het participatieverklaringstraject of de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen verlengd met een periode van drie maanden. artikel 19f van Boek 1 Burgerlijk Wetboek Om in aanmerking te komen voor de verlenging dient de inburgeringsplichtige een afschrift van de ingeschreven akte van overlijden als bedoeld inin bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (DUO). 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Bevalling#
Artikel 3 Bevalling Bij bevalling van de inburgeringsplichtige wordt de termijn van het participatieverklaringstraject of de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen verlengd met een periode van 16 weken. Om in aanmerking te komen voor de verlenging verstrekt de inburgeringsplichtige een afschrift van de geboorteakte uit de basisregistratie personen aan DUO. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Verblijf in Blijf van mijn lijf huis#
Artikel 4 Verblijf in Blijf van mijn lijf huis Bij verblijf in een Blijf van mijn lijf huis door de inburgeringsplichtige voor een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden wordt de termijn van het participatieverklaringstraject of de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen verlengd met een periode die gelijk is aan de duur van dat verblijf. Om in aanmerking te komen voor de verlenging verstrekt de inburgeringsplichtige aan het college respectievelijk DUO een door het Blijf van mijn lijf huis afgegeven verklaring van verblijf. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 5 — Artikel 5 Langdurig verblijf in AZC#
Artikel 5 Langdurig verblijf in AZC De termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen wordt verlengd indien de asielmigrant na aanvang van de inburgeringstermijn langer dan acht weken heeft moeten wachten op uitstroom uit het asielzoekerscentrum. Het aantal weken waarmee de termijn dan wordt verlengd wordt vastgesteld in blokken van vier weken. Een ieder die binnen acht weken na aanvang van de inburgeringstermijn is uitgestroomd uit het asielzoekerscentrum komt niet in aanmerking voor verlenging wegens langdurig verblijf in het asielzoekerscentrum. 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 2019 65727 03-12-2019 26-11-2019 2019-0000172310 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Late kennisgeving inburgeringsplicht#
Artikel 6 Late kennisgeving inburgeringsplicht Door vertragingen in de aanlevering door de IND of in de verwerking van de door de IND aangeleverde nieuwkomers komt het voor dat de inburgeringsplichtige de kennisgeving inburgeringsplicht meer dan vier weken na het aanvang van de inburgeringstermijn ontvangt. Het aantal weken waarmee de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen dan wordt verlengd wordt vastgesteld in blokken van vier weken. Een ieder die de kennisgeving binnen de redelijke termijn van vier weken ontvangt komt niet in aanmerking voor verlenging wegens te late kennisgeving inburgeringsplicht. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Geen tijdig aanbod door of namens het college van participatieverklaringstraject#
Artikel 7 Geen tijdig aanbod door of namens het college van participatieverklaringstraject Indien het college niet binnen het jaar waarbinnen het participatieverklaringstraject moet zijn afgelegd een aanbod aan de inburgeringsplichtige voor een inleiding in de kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring heeft gedaan, wordt de termijn voor het participatieverklaringstraject verlengd met een periode van ten hoogste één jaar. Indien de gemeente ook in de verlengde termijn geen aanbod doet wordt de termijn telkens verlengd met een periode van ten hoogste één jaar. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 7a — Artikel 7a Maatregelen coronavirus#
Artikel 7a Maatregelen coronavirus 1 In verband met de getroffen maatregelen met betrekking tot de aanpak van het coronavirus tot sluiting van onderwijsinstellingen en de oproep tot sociale terughoudend van de regering, wordt de termijn van het participatieverklaringstraject en de termijn voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen verlengd met een periode van maximaal tien maanden. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de termijn van de inburgeringsplichtige die zich zes maanden voor het einde van de inburgeringstermijn bevindt steeds met vier maanden verlengd, in verband met de getroffen maatregelen met betrekking tot de aanpak van het coronavirus. 2021 19528 20-04-2021 13-04-2021 2021-0000041722 2021 19528 20-04-2021 13-04-2021 2021-0000041722 21-04-2021 13-01-2021
Artikel 7b — Artikel 7b Maatregelen coronavirus voor leentermijn#
Artikel 7b Maatregelen coronavirus voor leentermijn In verband met de getroffen maatregelen met betrekking tot de aanpak van het coronavirus tot sluiting van onderwijsinstellingen en de oproep tot sociale terughoudend van de regering, wordt de leentermijn van vrijwillige inburgeraars verlengd met een periode van minimaal: a. veertien maanden van vrijwillige inburgeraars wiens leentermijn is aangevangen voor 13 maart 2020; b. twee maanden van de vrijwillige inburgeraars wiens leentermijn is aangevangen vanaf 13 maart 2020. 2021 19528 20-04-2021 13-04-2021 2021-0000041722 2021 19528 20-04-2021 13-04-2021 2021-0000041722 21-04-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Overige bijzondere omstandigheden waardoor het participatieverklaringstraject niet tijdig kon worden afgerond#
Artikel 8 Overige bijzondere omstandigheden waardoor het participatieverklaringstraject niet tijdig kon worden afgerond Indien de inburgeringsplichtige door een overige niet aan hem toe te rekenen omstandigheid niet in staat is geweest om het participatieverklaringstraject af te ronden binnen het jaar waarbinnen het participatieverklaringstraject moet zijn afgelegd heeft hij recht op verlenging van de termijn van het participatieverklaringstraject met een periode van maximaal één jaar. Om in aanmerking te komen voor de verlenging verstrekt de inburgeringsplichtige een verklaring aan het college. Deze verklaring is in het bezit van het college en is opvraagbaar door DUO. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Samenloop omstandigheden#
Artikel 9 Samenloop omstandigheden Binnen de inburgeringstermijn kunnen op verschillende gronden verlengingen worden toegekend. In het geval dat er sprake is van samenloop van verlengingsgronden wordt de langstdurende verlenging verleend. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt. 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 2019 6980 12-02-2019 04-02-2019 2019-0000012235 13-02-2019