Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 juni 2020, nr. WJZ/ 20174737, tot vaststelling van de Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020
- BWB-id
- BWBR0043833
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043833
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/2025-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043833&g=2025-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043833&z=2026-06-06&g=2025-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043833/2025-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 Uitvoeringsregeling zeevisserij De begripsbepalingen van dezijn van toepassing. 2 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. AIS: automatisch identificatiesysteem (Automatic Identification System) als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel 11, en 10, eerste lid, van de controleverordening; b. Besluit registratie: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 ; c. elektronische aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die elektronisch wordt verzonden overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van de controleverordening; d. papieren aangifte van aanlanding: aangifte als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de controleverordening, die op papier is gesteld; e. geschatte hoeveelheid: geschatte hoeveelheid van iedere soort visserijproduct als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de controleverordening; f. Uitvoeringsverordening 2017/218: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017 inzake het vissersvlootregister van de Unie (PbEU 2017, L34). 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Beoordeling ernst inbreuk#
Artikel 2 Beoordeling ernst inbreuk 1 verordening nr. 1005/2008 Voor de toepassing van artikel 90, eerste lid, van de controleverordening, en artikel 42 vanwordt de ernst van een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid beoordeeld overeenkomstig deze beleidsregel. 2 De minister beoordeelt de ernst van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, op basis van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van inbreuk, de daaruit voortvloeiende schade, de waarde van de schade aan de visbestanden en het mariene milieu in kwestie, en de omvang van de inbreuk. 3 artikelen 4 tot en met 20 De inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid zoals die worden omschreven in devan deze beleidsregel, worden aangemerkt als ernstige inbreuken, tenzij zich in het concrete geval een of meer bijzondere omstandigheden voordoen die de mate van ernst van de inbreuk dusdanig doen verminderen, dat de desbetreffende inbreuk redelijkerwijs niet kan worden aangemerkt als een ernstige inbreuk. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Ontbreken aangifte aanlanding of verkoopdocument in geval van aanlanding in haven derde land#
Artikel 3 Ontbreken aangifte aanlanding of verkoopdocument in geval van aanlanding in haven derde land Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, wordt aangemerkt overtreding van: a. artikel 104, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 125, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 23, eerste en derde lid, van de controleverordening, enin samenhang met artikel 62, vijfde lid, van de controleverordening; of b. artikel 109, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 125, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 24, eerste lid, van de controleverordening, enin samenhang met artikel 62, vijfde lid, van de controleverordening, voor zover zowel de aangifte van aanlanding als het verkoopdocument niet zijn ingediend nadat de vangst in de haven van een derde land is aangeland. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Opvoeren motorvermogen boven maximaal continu vermogen#
Artikel 4 Opvoeren motorvermogen boven maximaal continu vermogen artikel 114 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel b, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding vanin samenhang met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening, voor zover het motorvermogen ten minste 15 procent hoger is dan op het motorcertificaat of op de visvergunning vermelde maximaal continu vermogen. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Niet-naleving verplichting tot aan boord brengen, houden of aanlanden van soorten die vallen onder de aanlandplicht#
Artikel 5 Niet-naleving verplichting tot aan boord brengen, houden of aanlanden van soorten die vallen onder de aanlandplicht artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 90, eerste lid, onderdeel c, van de controleverordening, wordt aangemerkt een overtreding vanin samenhang met artikel 15, eerste lid, van de basisverordening, voor zover een substantiële hoeveelheid van een tijdens een visserijactiviteit gevangen soort waarvoor een vangstbeperking geldt, niet aan boord wordt of is gebracht of gehouden of niet wordt of is aangeland, tenzij dit aan boord brengen en houden of het aanlanden van deze vangsten in zou gaan tegen verplichtingen uit hoofde van de regels van het gemeenschappelijke visserijbeleid in visserijtakken of visserijzones waar die regels van toepassing zijn, of zouden vallen onder vrijstellingen uit hoofde van die regels. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Verrichten zakelijke activiteiten die rechtstreeks samenhangen met IOO-visserij#
Artikel 6 Verrichten zakelijke activiteiten die rechtstreeks samenhangen met IOO-visserij verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel b, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 140, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met: (i) verordening nr. 1005/2008 artikel 37, onderdeel 3, van; (ii) verordening nr. 1005/2008 artikel 37, onderdeel 6, van, voor zover de in dit onderdeel verboden hulpverlening niet door een vissersvaartuig wordt geboden; (iii) verordening nr. 1005/2008 artikel 37, onderdeel 9 of 10, van; (iv) verordening nr. 1005/2008 artikel 38, onderdeel 1, 2, 3, 5, 6, 10 of 11, van; of (v) verordening nr. 1005/2008 artikel 39, eerste lid, van; b. artikel 140, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij . 2024 33750 05-12-2024 03-12-2024 WJZ/87278094 2024 33750 05-12-2024 03-12-2024 WJZ/87278094 06-12-2024
Artikel 7 — Artikel 7 verordening nr. 1005/2008 Vervalsing documenten bedoeld inof gebruik van valse of ongeldige documenten#
Artikel 7 verordening nr. 1005/2008 Vervalsing documenten bedoeld inof gebruik van valse of ongeldige documenten verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel c, van, wordt aangemerkt: a. artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij een overtreding van, voor zover het betreft: het vervalsen, of het valselijk of niet naar waarheid opmaken van: (i) verordening nr. 1005/2008 een document, of van gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, als bedoeld in artikel 12, tweede lid en derde lid, artikel 14, eerste en tweede lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, van; (ii) verordening nr. 1005/2008 een door de Commissie erkend vangstdocument of daarmee samenhangend document, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van, met inbegrip van de daarop aan te brengen gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken; b. het gebruik maken van een vervalst of valselijk opgemaakt document, of van vervalste of valselijk opgemaakte gegevens, valideringen, handtekeningen of waarmerken, een en ander als bedoeld in onderdeel a. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Schending verplichtingen inzake het registreren en melden vangstgegevens of met de vangst verband houdende gegevens#
Artikel 8 Schending verplichtingen inzake het registreren en melden vangstgegevens of met de vangst verband houdende gegevens 1 verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van, wordt aangemerkt overtreding van: a. artikel 102, eerste of derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, tweede lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is; b. artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, zesde lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is; c. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste of tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is en daarvoor geen toestemming als bedoeld in artikel 25, derde lid, tweede zin, van de uitvoeringsverordening controleverordening is verleend; d. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat; e. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is; of f. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, het AIS defect is of anderszins niet functioneert. 2 artikelen 4 tot en met 7 van de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 Dezijn van toepassing. 2024 7124 08-03-2024 29-02-2024 WJZ/38277993 2024 63 21-03-2024 07-03-2024 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 22 augustus
2022 tot wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de
invoering van de bestuurlijke boete (Stb. 2022, 343) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9 Gebruik van vistuig dat verboden of niet conform de voorschriften is#
Artikel 9 Gebruik van vistuig dat verboden of niet conform de voorschriften is 1 verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, tweede lid, artikel 17, artikel 19, eerste lid, artikel 25 of artikel 37, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij wat betreft artikel 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, en artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden geldt dat indien de daarin voorgeschreven maaswijdte niet in acht is genomen, dit enkel leidt tot een ernstige inbreuk indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; b. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening 2019/1241 in samenhang met artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde of zesde lid, of artikel 12, eerste lid, van; of c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 12; en 1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of 2°. verordening 2019/1241 bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van. d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en 28; en 1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1; 2°. bijlage V, deel C, punt 5.1; 3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens; 4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2; 5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1; 6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3; 7°. bijlage X, deel B, punt 3; 8°. bijlage XI, deel B; 9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6; 10°. bijlage XII, deel D, punt 1; 11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of 12°. verordening 2019/1241 bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van. e. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en artikel 28; en 1°. bijlage V, deel B, punt 2.1; 2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3; 3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1; 4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens; 5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1; 6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1; 7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1; 8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2; 9°. bijlage IX, deel B, punt 1; 10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3; 11°. bijlage IX, deel C, punt 6; 12°. bijlage X, deel B, punt 1; 13°. bijlage X, deel B, punt 2; 14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2; 15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of 16°. verordening 2019/1241 bijlage XII, deel C, punt 1.3, van, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; f. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15; en voor zover gehandeld wordt in strijd met het toepasselijke punt 1.1 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in dat punt 1.1 of in het met dat punt samenhangende punt 1.2 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening, of, wat betreft bijlage VI, deel B, doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in punt 1.1, of het met dat punt samenhangende punt 1.2, 1.3 of 1.4 van deel B van die bijlage: 1°. bijlage V, deel B, punt 1.1; 2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1; 3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of 4°. verordening 2019/1241 bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van, (i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; 2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen; 3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien 4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of (ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland; g. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening nr. 2056/2001 in samenhang met artikel 4, vijfde lid, van, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod vervat in de desbetreffende bepaling in die verordening en aan geen van de voorwaarden die een uitzondering op dat verbod rechtvaardigen, is voldaan, waarbij wat betreft de voorwaarde dat er een bepaald paneel is aangebracht of wordt gebruikt, geldt, dat het niet voldoen aan deze voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt; (ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of (iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen; h. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening nr. 2056/2001 in samenhang met artikel 5, tweede lid, onderdeel (iii) of (iv), of artikel 5, derde lid, van, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod in de desbetreffende bepaling in die verordening, doordat niet is voldaan aan de eveneens in die bepaling vervatte voorwaarde die inhoudt dat er een bepaald paneel wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij het niet voldoen aan deze laatste voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt; (ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of (iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen; i. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening nr. 2056/2001 in samenhang met artikel 6, eerste lid, van, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; j. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening nr. 494/2002 in samenhang met artikel 5, tweede lid, van, waarbij, voor zover dit artikel een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; k. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, eerste lid, of artikel 11, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee. 2 verordening 2019/1241 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12° en onderdeel j geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen dat indien ingevolgeof artikel 17, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt. 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 01-05-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Vervalsing of verborgen houden van kentekens, identiteit of de registratie#
Artikel 10 Vervalsing of verborgen houden van kentekens, identiteit of de registratie verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, onderdeel e, van de uitvoeringsverordening controleverordening, voor zover het gaat om het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van de in dit onderdeel bedoelde registratiecijfers en -letters; of b. het vervalsen, valselijk opmaken of verbergen van: (i) de naam, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsverordening controleverordening; (ii) verordening 2017/218 het CFR-identificatienummer, bedoeld in artikel 8 van de Uitvoerings; of (iii) een scheepsidentificatienummer als bedoeld in de regeling inzake scheepsidentificatienummers van de Internationale Maritieme Organisatie, als aangenomen op 4 december 2013 bij resolutie A.1078 (28). 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Verborgen houden of doen verdwijnen van, of knoeien met bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek#
Artikel 11 Verborgen houden of doen verdwijnen van, of knoeien met bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van, wordt aangemerkt het verborgen houden van, knoeien met, of doen verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is in het kader van een onderzoek naar de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Illegaal aan boord nemen, overladen of aanlanden van ondermaatse vis#
Artikel 12 Illegaal aan boord nemen, overladen of aanlanden van ondermaatse vis verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel i, van, wordt aangemerkt een overtreding van a. artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15, twaalfde lid, van de basisverordening; of b. artikel 117a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 49bis, eerste lid, of artikel 49quater van de controleverordening, voor zover: (i) per visreis van een soort 10 procent of meer ondermaatse vis, met een minimum van 200 kilo aan boord is genomen, overgeladen of aangeland; of (ii) ondermaatse vis verborgen is of wordt gehouden. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Visserijactiviteiten in gebied regionale visserijorganisatie#
Artikel 13 Visserijactiviteiten in gebied regionale visserijorganisatie verordening nr. 1005/2008 verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel k, van, wordt aangemerkt het in het gebied van een regionale visserijorganisatie als bedoeld in artikel 2, vijftiende lid, van, verrichten van een visserijactiviteit: a. op een wijze die onverenigbaar is met of indruist tegen de instandhoudings- en beheersmaatregelen van die organisatie; of b. artikelen 3 tot en met 12 14 tot en met 19 waarbij de vlag wordt gevoerd van een staat die geen partij is bij die visserijorganisatie, of die niet samenwerkt met die visserijorganisatie zoals door die organisatie is vastgesteld, voor zover deze inbreukmakende visserijactiviteit niet op grond van een van deofvan deze beleidsregel als een ernstige inbreuk wordt beschouwd, en de inbreuk in de regelgeving van de desbetreffende visserijorganisatie als ernstig wordt aangemerkt. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 14 — Artikel 14 Vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging of zonder geldig visdocument#
Artikel 14 Vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging of zonder geldig visdocument verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 92, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, voor zover wordt of is gevist zonder visvergunning, of wordt of is gevist met een visvergunning die is geschorst of ingetrokken; b. artikel 92, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij artikel 7, tweede lid, van het Besluit registratie artikel 4 van het Besluit registratie artikel 7, tweede lid, van het Besluit registratie enin samenhang met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, voor zover na overdracht van het vissersvaartuig op de visvergunning en in het register, bedoeld in, de gegevens met betrekking tot de eigenaar van het desbetreffende vissersvaartuig niet in overeenstemming zijn met het feitelijk eigenaarschap van het vissersvaartuig na overdracht, deze overdracht niet binnen zes weken is gemeld bij de bevoegde instantie overeenkomstig, en desalniettemin met gebruikmaking van de in dit onderdeel bedoeld visvergunning wordt gevist; c. artikel 97, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor zover wordt of is gevist zonder vismachtiging, of wordt of is gevist met een vismachtiging die is geschorst of ingetrokken; d. artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 31, vijfde lid, van de basisverordening, voor zover wordt of is gevist zonder vismachtiging wordt of is gevist met een vismachtiging die is geschorst of ingetrokken; of e. artikel 131, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening 2017/2403 in samenhang met artikel 4 of artikel 32, eerste lid, van, voor zover wordt of is gevist zonder vismachtiging of wordt of is gevist met een vismachtiging die is geschorst of ingetrokken. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 15 — Artikel 15 Vissen in gesloten gebied, tijdens gesloten seizoen, zonder of na volledige benutting quotum of onder gestelde dieptegrens#
Artikel 15 Vissen in gesloten gebied, tijdens gesloten seizoen, zonder of na volledige benutting quotum of onder gestelde dieptegrens verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij ; b. artikel 113, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de controleverordening; c. artikel 113, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 36, tweede lid, van de controleverordening; d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening 2019/1241 in samenhang met artikel 15 respectievelijk 28 en bijlage VI, deel C, punt 2.1, 4, 5.1 of 6.1, bijlage VII, deel C, punt 2.3, bijlage VIII, deel C, punt 2.1 of 4.1, of bijlage XII, deel C, punt 4, van; e. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, artikel 13, derde lid, eerste zin, artikel 15, artikel 20 of artikel 26 van de verordening vangstmogelijkheden; f. artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden; g. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid of derde lid, of artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; of h. artikel 17, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 23, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee. 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 01-05-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Gerichte visserij op bestand waarvoor vangstverbod of -moratorium geldt#
Artikel 16 Gerichte visserij op bestand waarvoor vangstverbod of -moratorium geldt van verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel d,, wordt aangemerkt een overtreding van een van de volgende bepalingen voor zover gericht wordt of is gevist op de in deze bepalingen genoemde vissoorten: a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 21, eerste lid, artikel 29, eerste lid, artikel 32, tweede lid, artikel 40, eerste lid, artikel 41, artikel 42, tweede lid, artikel 46, artikel 49, artikel 51, eerste lid, 52, eerste lid, of artikel 59 van de verordening vangstmogelijkheden; b. artikel 14 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening 2018/2025 in samenhang met artikel 7 van; of c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening 2019/1241 in samenhang met artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 15 in samenhang met bijlage V, deel C, punt 5.2 of 6.2, eerste volzin, bijlage VI, deel C, punt 9.2, eerste volzin, bijlage VII, deel C, punt 4.2, eerste volzin, bijlage XII, deel C, punt 1, van, voor zover gericht op de in deze bepalingen genoemde vissoorten wordt of is gevist. 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 01-05-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Bemoeilijken taakuitoefening door functionarissen of waarnemers#
Artikel 17 Bemoeilijken taakuitoefening door functionarissen of waarnemers verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 128, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 73, zevende lid, van de controleverordening; b. artikel 128, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 113, tweede lid, of 114, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Vangsten overladen op of deelnemen aan gezamenlijke visserijactiviteiten met, of ondersteuning of bevoorrading van andere IOO-vissersvaartuigen#
Artikel 18 Vangsten overladen op of deelnemen aan gezamenlijke visserijactiviteiten met, of ondersteuning of bevoorrading van andere IOO-vissersvaartuigen 1 verordening nr. 1005/2008 Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van, wordt aangemerkt een overtreding van: a. artikel 140, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij verordening nr. 1005/2008 in samenhang met artikel 37, onderdeel 4 of 6, van; of b. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 26, zevende en achtste lid, van de verordening vangstmogelijkheden. 2 verordening nr. 1005/2008 Een overtreding, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen aangemerkt als ernstige inbreuk voor zover de in het overtreden artikel verboden dienstverlening wordt geboden aan een vissersvaartuig dat is opgenomen in de ‘communautaire lijst van IOO-vaartuigen’, bedoeld in artikel 27 van. 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 2025 14593 30-04-2025 28-04-2025 WJZ/97353607 01-05-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Staatloos vaartuig#
Artikel 19 Staatloos vaartuig verordening nr. 1005/2008 artikel 8 van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 artikel 2, eerste lid Als ernstige inbreuk, bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel l, van, wordt aangemerkt een overtreding van, in voorkomend geval in samenhang metdan wel het vissen met een vaartuig dat geen nationaliteit heeft en derhalve een staatloos vaartuig is, overeenkomstig de internationale wetgeving. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 20 — Artikel 20 Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2019 Intrekking#
Artikel 20 Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2019 Intrekking Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2019 Dewordt ingetrokken. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020
Artikel 21 — Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel#
Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020. 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 2020 35857 08-07-2020 26-06-2020 WJZ/20174737 09-07-2020