Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2020, nr. WJZ/ 19200531, betreffende de vergoeding van kosten van aardbevingsbestendig bouwen in Groningen
- BWB-id
- BWBR0043755
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- 2021-02-10 t/m 2022-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043755
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-vergoeding-kosten-aardbevingsbestendige-nieuwbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-vergoeding-kosten-aardbevingsbestendige-nieuwbo/2021-02-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043755&g=2021-02-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043755&z=2026-06-06&g=2021-02-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043755/2021-02-10
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2020/beleidsregel-vergoeding-kosten-aardbevingsbestendige-nieuwbo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: aardbevingsbelasting: belasting op een gebouw door een aardbeving als bedoeld in NPR 9998; bouwkosten: artikel 4, eerste lid bouwkosten als bedoeld in; eerste eigenaar: de eigenaar van een nieuw te bouwen gebouw op het moment van oplevering van het gebouw; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat; NPR 9998: praktijkrichtlijn NPR 9998 uitgave NPR 9998:2018+C1:2020, aangevuld met wijzigingsblad NPR 9998:2018+C1:2020/A1:2020 nl, van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut; NPR-webtool: webtool die behoort bij NPR 9998; piekgrondversnelling: hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbeving; omgevingsvergunning: artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in; veiligheidsnorm: artikel 1.3a.3, eerste lid, van de Mijnbouwregeling veiligheidsnorm, bedoeld in; windbelasting: belasting op een gebouw door de wind zoals bedoelt in NEN-EN 1991-1-4+A1+C2 en NEN-EN 1991-1-4+A1+C2/NB. 2020 47598 16-09-2020 08-09-2020 WJZ/20221238 2020 47598 16-09-2020 08-09-2020 WJZ/20221238 17-09-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Toepassingsbereik#
Artikel 2 Toepassingsbereik 1 Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op gebouwen in de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Loppersum, Midden-Groningen en Oldambt. 2 Deze beleidsregel is van toepassing op nieuw te bouwen gebouwen, waaronder begrepen een zelfstandige uitbouw of aanbouw van een bestaand gebouw, die zonder aanvullende maatregelen niet voldoen aan de veiligheidsnorm. 3 Deze beleidsregel is niet van toepassing op: a. Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen nieuw te bouwen gebouwen waarop devan toepassing is; b. nieuw te bouwen gebouwen die dienen ter vervanging van gebouwen die in de versterkingsoperatie zijn opgenomen. 2021 6830 09-02-2021 30-01-2021 WJZ/20220974 2021 6830 09-02-2021 30-01-2021 WJZ/20220974 10-02-2021 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Vergoeding voor aardbevingsbestendig bouwen#
Artikel 3 Vergoeding voor aardbevingsbestendig bouwen 1 De minister verstrekt op aanvraag aan de eerste eigenaar een vergoeding voor de extra kosten in verband met het ontwerpen en bouwen van een nieuw gebouw dat voldoet aan NPR 9998, bij toepassing van de grenstoestand ‘Near Collapse’, indien: a. de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw tenminste 0,05 g is, en b. de aardbevingsbelasting van het nieuwe gebouw hoger is dan de windbelasting. 2 De piekgrondversnelling wordt berekend met de NPR-webtool op het moment van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voor de datum van verwachte oplevering van het gebouw bij een herhalingstijd van 475 jaar. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte vergoeding aardbevingsbestendig bouwen#
Artikel 4 Hoogte vergoeding aardbevingsbestendig bouwen 1 artikel 3, eerste lid De hoogte van de vergoeding, bedoeld in, bedraagt, exclusief omzetbelasting, de som van de bouwkosten op basis waarvan de leges voor de omgevingsvergunning zijn berekend of, indien geen omgevingsvergunning is aangevraagd, de som van de bouwkosten die als grondslag dienen voor de berekening van de leges voor de omgevingsvergunning, zoals opgenomen in het contract met de aannemer, vermenigvuldigd met het percentage, genoemd in onderstaande tabel bij de gevolgklasse zoals omschreven in de NPR 9998 waarin het gebouw valt en de piekgrondversnelling die op het gebouw van toepassing is: gevolgklasse zoals omschreven in de NPR 9998 met bijbehorende piekgrondversnelling percentage CC1a, minder dan 0,10 g 1,5% van de bouwkosten per eenheid tot en met € 1.000.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 1.000.000 CC1a, 0,10 g tot 0,15 g 2,5% van de bouwkosten per eenheid tot en met € 1.000.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 1.000.000 CC1a, vanaf 0,15 g 5% van de bouwkosten per eenheid tot en met € 1.000.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 1.000.000 CC1b, minder dan 0,10 g 4% van de bouwkosten per eenheid tot en met € 250.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 250.000 CC1b, 0,10 g tot 0,15 g 7% van de bouwkosten per eenheid tot € 250.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 250.000 CC1b, vanaf 0,15 g 10% van de bouwkosten per eenheid tot en met € 250.000 en 0% van de bouwkosten hoger dan € 250.000 CC2, CC3 en CC4, minder dan 0,10 g 6% van de bouwkosten per constructieve eenheid tot en met € 1.000.000, 5% van de bouwkosten van € 1.000.001 tot en met € 5.000.000 en 4% van de bouwkosten boven € 5.000.000 CC2, CC3 en CC4, 0,10 g tot 0,15 g 7% van de bouwkosten per constructieve eenheid tot en met € 5.000.000 en 4% van de bouwkosten boven € 5.000.000 CC2, CC3 en CC4, vanaf 0,15 g 10% van de bouwkosten per constructieve eenheid tot en met € 5.000.000 en 5% van de bouwkosten boven € 5.000.000 2 In afwijking van het eerste lid wordt de som van de bouwkosten in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de aanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. 3 Indien een constructieve eenheid bestaat uit meerdere eenheden met verschillende eigenaren, zal de vergoeding worden bepaald naar rato van het vloeroppervlak per eigenaar. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 5 — Artikel 5 Vergoeding voor berekening aardbevingsbelasting en windbelasting#
Artikel 5 Vergoeding voor berekening aardbevingsbelasting en windbelasting 1 De minister verstrekt op aanvraag aan de eerste eigenaar een vergoeding voor de berekening van de aardbevingsbelasting en vergelijking van de aardbevingsbelasting met de windbelasting indien: a. uit de berekening blijkt dat de windbelasting van het gebouw hoger is dan de aardbevingsbelasting, en b. de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw tenminste 0,05 g is. 2 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: a. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw minder dan 0,1g is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting en vergelijking daarvan met de windbelasting met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid; b. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw 0,1g of hoger is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting, en de vergelijking van de aardbevingsbelasting met de windbelasting en de detailleringskosten met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 6 — Artikel 6 Vergoeding voor toetsing van de berekeningen#
Artikel 6 Vergoeding voor toetsing van de berekeningen 1 artikel 7, vierde lid, onderdeel b De minister verstrekt op aanvraag aan de eerste eigenaar een vergoeding voor de toetsing van het rapport van de eerste constructeur, bedoeld in, indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw tenminste 0,05 g bedraagt. 2 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de daadwerkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 4.250 per constructieve eenheid. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvraag voor vergoeding#
Artikel 7 Aanvraag voor vergoeding 1 Een aanvraag om een vergoeding wordt ten minste 8 weken voor de start van de bouw ingediend per constructieve eenheid. 2 Een aanvraag bevat: a. de locatie van het nieuw te bouwen gebouw; b. de datum van verwachte oplevering; c. of de windbelasting maatgevend is. d. de bij het ontwerp toegepaste versie van de NPR 9998; e. de piekgrondversnelling bij een herhalingstijd van 475 jaar; f. de piekgrondversnelling bij een herhalingstijd van 2475 jaar; g. de op basis van de NPR 9998 gehanteerde rekenmethodiek; h. de ductiliteitsklasse; i. de q-factor; j. de gevolgklasse zoals omschreven in de NPR 9998; k. de bouwkundige tekeningen; l. de constructieve tekeningen; m. de statische berekeningen; n. de seismische berekeningen. 3 Een aanvraag bevat indien van toepassing: a. het funderingsadvies; b. de paalberekening; c. de verwekingsanalyse; d. het geotechnisch onderzoek. 4 Een aanvraag bevat: a. een verklaring van de constructeur dat het ontwerp voldoet aan de eisen van de NPR 9998; b. een verklaring en rapport van een tweede constructeur dat de eerste constructeur een juiste methode van berekening heeft gekozen, de juiste parameters heeft gehanteerd en dat op basis hiervan aannemelijk is dat het ontwerp voldoet aan de eisen van de NPR 9998. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Voorschriften#
Artikel 8 Voorschriften Aan een besluit tot toekenning van een vergoeding worden de volgende voorschriften verbonden: a. de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding meldt aan de minister een planning voor de start van de bouw en het verwachte moment dat hij de maatregelen gaat nemen; b. de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding stelt de minister in staat om op de bouwlocatie te controleren of de maatregelen, vereist op grond van NPR 9998, zijn genomen; c. de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding overlegt aan de minister: 1°. foto’s waaruit blijkt dat de maatregelen, genomen ter voldoening aan NPR 9998, genomen zijn; 2°. een verklaring van de aannemer dat de maatregelen ter voldoening aan NPR 9998 zijn genomen; d. de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding meldt aan de minister de som van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, op basis waarvan de leges voor de omgevingsvergunning zijn berekend of, indien geen omgevingsvergunning is aangevraagd, de som van de bouwkosten zoals opgenomen in het contract met de aannemer. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Eerste eigenaar op moment van start project niet bekend#
Artikel 9 Eerste eigenaar op moment van start project niet bekend 1 artikel 7, eerste lid artikelen 3 5 6 Indien de eerste eigenaar op het moment, bedoeld in, niet bekend is, kan degene die op dat moment verantwoordelijk is voor het nieuw te bouwen gebouw aan de minister melden dat er sprake is van een nieuw te bouwen gebouw dat in aanmerking komt voor vergoeding van de kosten, bedoeld in de,of. 2 artikel 7 De melding bevat de ingenoemde informatie. 3 artikel 3, tweede lid In afwijking van, wordt de piekgrondversnelling berekend op het moment van de melding, bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 7, eerste lid artikelen 3 5 6 In afwijking van, kan de eerste eigenaar vanaf het moment waarop bekend is dat hij de eerste eigenaar is tot 6 maanden na de eigendomsoverdracht, bij de minister een aanvraag indienen als bedoeld in de,of. 5 artikel 7 In afwijking vanbevat een aanvraag voor een vergoeding niet de informatie die reeds op grond van het tweede of vierde lid is verstrekt. 6 artikel 8 De voorschriften, bedoeld ingelden niet voor de eerste eigenaar van een gebouw voor zover degene die een melding als bedoeld in het eerste lid doet, aan deze voorschriften heeft voldaan. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Betaling#
Artikel 10 Betaling 1 artikel 8, onderdeel c en d De betaling van de vergoeding vindt plaats binnen 6 weken na overlegging van de informatie, bedoeld in. 2 Indien niet is voldaan aan de aan het besluit verbonden voorschriften, kan de minister besluiten de vergoeding te verlagen of op nihil vaststellen. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 2020 34969 30-06-2020 29-06-2020 WJZ/19200531 01-07-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige nieuwbouw Groningen 2020 47598 16-09-2020 08-09-2020 WJZ/20221238 2020 47598 16-09-2020 08-09-2020 WJZ/20221238 17-09-2020