Beleidsregels van de Minister voor Rechtsbescherming van 28 juni 2021, kenmerk 2772918, betreffende de tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021)
- BWB-id
- BWBR0045326
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Justitie en Veiligheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045326
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2021/beleidsregels-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-en-administ
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2021/beleidsregels-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-en-administ/2024-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045326&g=2024-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045326&z=2026-06-06&g=2024-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045326/2024-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2021/beleidsregels-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-en-administ
Artikel 1:1 — Artikel 1:1 Begripsbepalingen#
Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: – administratiekosten: artikel 4.11 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 de kosten bedoeld inof; – administratieve sanctie: artikel 1, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften administratieve sanctie als bedoeld in; – besluit: Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen het; – betalingsregeling: artikel 6:4:1, tweede lid, van de wet verlening van uitstel van betaling of het toestaan van betaling in termijnen bedoeld inmet betrekking tot geldelijke sancties, alsmede met betrekking tot administratieve sancties; – betalingsplichtige: degene aan wie een geldelijke sanctie is opgelegd; – CJIB: het Centraal Justitieel Incassobureau, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; – CJIB/AICE: het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen, onderdeel van het CJIB; – DJI: de Dienst Justitiële Inrichtingen, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid; – geldelijke sanctie: artikel 23 36e 36f 77h, vierde lid, onder e, van het Wetboek van Strafrecht Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen een opgelegde sanctie, inhoudende de verplichting tot betaling van een geldsom bedoeld in,,enof een geldelijke sanctie die is opgelegd in het buitenland en die in Nederland ten uitvoer wordt gelegd op grond van de, of de; – geldboete: een geldboete opgelegd bij strafbeschikking, vonnis of arrest; – incassofase: de fase die intreedt indien in de inningsfase geen volledige betaling is verricht en waarin met of zonder dwangbevel verhaal kan worden genomen op onder meer inkomsten, tegoeden en (onroerende) goederen van de betalingsplichtige; – inningsfase: de fase die intreedt bij het verzenden van een aanschrijving, beschikking of strafbeschikking dan wel aanmaningen en eindigt op het moment dat de toegestane termijn voor betaling is verstreken; – ISD-maatregel: artikel 38m, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht de maatregel, bedoeld in; – inrichting: artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet artikel 1 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen een inrichting als bedoeld in,of; – last tot aanhouding: artikel 6:1:6, eerste lid, van de wet last tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde als bedoeld in; – Minister: de Minister voor Rechtsbescherming; – OM: het openbaar ministerie; – onder toezicht gestelde: degene die vanwege een strafrechtelijke beslissing algemene of bijzondere voorwaarden moet naleven; – ontnemingsmaatregel: artikelen 36e 77h, vierde lid, onder d, van het Wetboek van Strafrecht de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zoals bedoeld in deen; – regeling: Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen de; – sanctie: straf of maatregel; – schadevergoedingsmaatregel: artikel 36f 77h, vierde lid, onder e, van het Wetboek van Strafrecht artikel 257a, tweede lid, onder d, van de wet maatregel als bedoeld inof, of; – slachtoffer: artikel 51a van de wet het slachtoffer als bedoeld in; – strafbeschikking: artikel 257a, eerste lid 257b, eerste lid 257ba, eerste lid, van de wet strafbeschikking als bedoeld in,, of; – taakgestrafte: degene aan wie een taakstraf is opgelegd; – uitvoerder taakstraffen: artikel 1:1 van het besluit de uitvoerder van een taakstraf als bedoeld in; – uitvoerder toezicht: de medewerker van de (jeugd)reclassering die is belast met begeleiding en toezicht in het kader van de tenuitvoerlegging van (bijzondere) voorwaarden; – verhaal zonder dwangbevel: artikel 6:4:6, eerste lid, van de wet artikel 27 Wahv verhaal als bedoeld inof; – verhaal met dwangbevel: artikel 6:4:5, eerste lid, van de wet artikel 26 Wahv verhaal als bedoeld inof; – voorwaardelijke veroordeling: veroordeling waarbij de straf of maatregel onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet zal worden ten uitvoer gelegd; – Wahv: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de; – wet: Wetboek van Strafvordering het. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 1:2 — Artikel 1:2 Persoonsgericht werken#
Artikel 1:2 Persoonsgericht werken Bij de afwegingen voorafgaand aan iedere beslissing die tijdens de tenuitvoerlegging van één of meerdere strafrechtelijke beslissingen wordt genomen, worden in ieder geval betrokken: a. de actuele informatie over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en) zoals die bekend is bij het CJIB/AICE; b. het advies van de officier van justitie of de rechter ten aanzien van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en), voor zover dit advies is gegeven. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 1:3 — Artikel 1:3 Gebruik adressen ten behoeve van de tenuitvoerlegging#
Artikel 1:3 Gebruik adressen ten behoeve van de tenuitvoerlegging 1 Natuurlijke personen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van één of meerdere sancties, worden per post aangeschreven op het tijdens de opsporing, vervolging of berechting opgegeven adres, dan wel op het adres uit de basisregistratie personen. 2 Rechtspersonen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van (een) sanctie(s), worden aangeschreven op het adres zoals dit bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat. 3 Indien een persoon niet kan worden bereikt op een adres als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan een adres worden gebruikt waarvan een indicatie bestaat dat die persoon daar wel kan worden bereikt. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 1:4 — Artikel 1:4 Niet geslaagde tenuitvoerlegging strafbeschikking#
Artikel 1:4 Niet geslaagde tenuitvoerlegging strafbeschikking Het CJIB/AICE verzoekt de officier van justitie een beslissing te nemen over verdere vervolging, indien de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking geheel of ten dele niet is geslaagd. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 1:5 — Artikel 1:5 Relaties tussen verschillende strafrechtelijke beslissingen#
Artikel 1:5 Relaties tussen verschillende strafrechtelijke beslissingen 1 Indien een maatregel opname psychiatrisch ziekenhuis, terbeschikkingstelling, plaatsing in een justitiële jeugdinrichting of opname in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer wordt gelegd, wordt afgezien van de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis dan wel gijzeling, en wordt afgezien van het indienen van een verzoek om omzetting van de vervangende hechtenis dan wel de (machtiging) gijzeling inzake geldelijke sancties. 2 Indien de veroordeelde die een ISD-maatregel ondergaat geldelijke sancties open heeft staan, wordt hiervoor zoveel mogelijk een betalingsregeling getroffen in samenhang met andere openstaande schulden voorafgaand aan de tussentijdse toets. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 1:6 — Artikel 1:6 Verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een paspoort#
Artikel 1:6 Verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een paspoort 1 artikel 18, tweede lid, Paspoortwet Ter vaststelling van gegrond vermoeden als bedoeld in, op basis waarvan het CJIB/AICE om de weigering of vervallenverklaring van het reisdocument van een veroordeelde kan verzoeken, gaat het CJIB/AICE ten minste na of die veroordeelde niet meewerkt of eerder niet heeft meegewerkt aan de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing, en of zich één van de andere, hierna volgende indicatoren voordoen die het in samenhang met andere ter zake relevante omstandigheden aannemelijk maken dat de veroordeelde zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de in dat artikel bedoelde straffen of maatregelen: a. de veroordeelde heeft geen of geringe sociaaleconomische binding met het Koninkrijk; b. de veroordeelde heeft een sterke sociaaleconomische binding met een land buiten het Koninkrijk; c. de veroordeelde heeft geen voor de tenuitvoerlegging bruikbaar verblijf- of inschrijfadres in één van de landen van het Koninkrijk; d. andere indicatoren die een vlucht naar of verblijf in een land buiten het Koninkrijk aannemelijk maken. 2 Het CJIB/AICE verzoekt niet om opheffing van een paspoortsignalering als bedoeld in het eerste lid zo lang als het gegronde vermoeden bestaat dat de veroordeelde zich door verblijf in het buitenland aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken. 2023 33266 06-12-2023 28-11-2023 5020952 2023 474 19-12-2023 12-12-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VII van de
Reparatierijkswet Justitie en Veiligheid 2019 in werking treedt.
Artikel 2:1 — Artikel 2:1 Detentiegeschiktheid#
Artikel 2:1 Detentiegeschiktheid 1 De veroordeelde die van mening is dat hij om medische redenen niet detentiegeschikt is, kan een verzoek indienen om onderzoek te laten verrichten naar zijn detentiegeschiktheid. 2 artikel 2:4, tweede lid Het verzoek van de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in, dient te worden voorzien van een ondertekende toestemmingsverklaring voor het opvragen van medische informatie. 3 Het verzoek wordt niet in behandeling genomen, indien: a. artikel 2:4, tweede lid het verzoek van de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in, niet overeenkomstig het tweede lid is ingediend; b. artikel 2:4, tweede lid ten behoeve van het verzoek van de veroordeelde, niet zijnde de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in, de toestemmingsverklaring niet binnen zeven dagen na verzending door de medisch adviseur van DJI is ontvangen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:2 — Artikel 2:2 Advies medisch adviseur#
Artikel 2:2 Advies medisch adviseur 1 Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde die niet in detentie zit tijdelijk niet detentiegeschikt is, kan de selectiefunctionaris van DJI besluiten de tenuitvoerlegging op te schorten voor de termijn als vermeld in het advies van de medisch adviseur, tenzij zich feiten en omstandigheden voordoen die maken dat de afwezigheid van detentiegeschiktheid in twijfel moet worden getrokken. De veroordeelde wordt over de beslissing naar aanleiding van het advies geïnformeerd. 2 Indien de veroordeelde in detentie zit, en de medisch adviseur van DJI adviseert op verzoek van DJI, de Dienst Justis of het Adviescollege levenslanggestraften, wordt het advies van de medisch adviseur betrokken bij een besluit inzake detentiefasering, het besluit op een gratieverzoek, of het advies van het Adviescollege levenslanggestraften aan de Minister. 3 De veroordeelde die niet in detentie zit, dient er melding van te maken, indien de oorzaak voor de tijdelijke afwezigheid van detentiegeschiktheid is komen te vervallen voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 2:1, eerste lid Indien de persoon ten aanzien van wie een onderzoek naar detentiegeschiktheid is uitgevoerd, na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van mening is dat nog immer geen sprake is van detentiegeschiktheid, dient de persoon een verzoek in te dienen als bedoeld in, na ontvangst van de nieuwe oproep. 5 Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde blijvend niet detentiegeschikt is, kan deze veroordeelde een gratieverzoek indienen bij de Dienst Justis. 6 De tenuitvoerlegging van de initiële vrijheidsbeperkende of geldelijke sanctie, waarbij is besloten tot vervangende hechtenis, jeugddetentie of gijzeling, wordt hervat, indien de medisch adviseur van DJI blijvende afwezigheid van detentiegeschiktheid adviseert waardoor die vrijheidsbenemende sancties niet ten uitvoer gelegd kan worden. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:3 — Artikel 2:3 Arrestatiegeschiktheid#
Artikel 2:3 Arrestatiegeschiktheid 1 Indien aanhouding niet mogelijk is wegens persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, kan op dat moment van aanhouding worden afgezien. Onder persoonlijke omstandigheden wordt in ieder geval verstaan dat de veroordeelde die gearresteerd moet worden: a. in het ziekenhuis ligt en de benodigde zorg binnen detentie niet geleverd kan worden; b. de zorg draagt over één of meer minderjarige kinderen en deze zorg niet direct kan worden overgedragen. 2 Indien ambtenaren van de politie bij de uitvoering van een last tot aanhouding van een persoon signaleren dat mogelijk sprake is van medische problematiek die aanleiding kan geven om de vrijheid van die persoon niet te ontnemen, wordt na de aanhouding op het politiebureau een arts geraadpleegd ten behoeve van medisch advies en, voor zover nodig, medische zorg. 3 De vrijheidsbeneming van de in het tweede lid bedoelde aangehouden persoon wordt zonder nadere maatregelen voortgezet, indien de geraadpleegde arts constateert dat er geen sprake is van medische problematiek die vrijheidsbeneming in de weg staat. 4 Zorg wordt verleend aan de in het tweede lid bedoelde aangehouden persoon, indien de geraadpleegde arts constateert dat sprake is van medische problematiek waarvoor gepaste zorg noodzakelijk is. Deze zorg kan onder diens verantwoordelijkheid op het politiebureau worden verleend, dan wel in een inrichting of het justitieel centrum voor somatisch zorg onder verantwoordelijkheid van de directeur van die inrichting. 5 De vrijheidsbeneming van de in het tweede lid bedoelde aangehouden persoon wordt opgeschort voor ten minste de duur van een onderzoek naar diens detentiegeschiktheid, indien de geraadpleegde arts constateert dat sprake is van medische problematiek waarvoor de gepaste zorg niet op het politiebureau, in een inrichting of het justitieel centrum voor somatische zorg kan worden verleend. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:4 — Artikel 2:4 Oproep tot zelfmelding dan wel de intrekking daarvan#
Artikel 2:4 Oproep tot zelfmelding dan wel de intrekking daarvan 1 artikel 2:1 van de regeling Het CJIB/AICE beoordeelt met in achtneming vanof de veroordeelde wordt opgeroepen om zichzelf te melden voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende sanctie. 2 DJI verzendt de oproep tot zelfmelding en vermeldt daarbij de datum waarop de veroordeelde zich moet melden. 3 Het CJIB/AICE geeft in ieder geval een last tot aanhouding, indien: a. de veroordeelde niet wordt opgeroepen om zich te melden; b. de veroordeelde niet tijdig gehoor geeft aan een verzonden oproep tot zelfmelding. 4 artikel 2:2 van de regeling DJI beoordeelt of een oproep tot zelfmelding overeenkomstigmoet worden ingetrokken en doet hiervan mededeling aan de veroordeelde. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:5 — Artikel 2:5 Uitzondering op (weekend)ontslag#
Artikel 2:5 Uitzondering op (weekend)ontslag De directeur van de justitiële inrichting kan de veroordeelde van wie de laatste dag van de straftijd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, maximaal vier dagen eerder dan deze laatste dag in vrijheid stellen, voor zover dit noodzakelijk is om te borgen dat vervolghandelingen met betrekking tot: direct daarop aansluitend kunnen volgen. a. de opname in een kliniek; b. de behandeling in therapie; c. beschermd wonen of verblijf in zorgvoorziening (als bijzondere voorwaarde); d. de plaatsing in gesloten jeugdzorg; e. de nazorg door de gemeenten; f. de uitzetting als vreemdeling; 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:6 — Artikel 2:6 Levenslange gevangenisstraf#
Artikel 2:6 Levenslange gevangenisstraf In het jaar nadat de levenslange gevangenisstraf van een veroordeelde onherroepelijk is geworden, wordt via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie een (aanvullende) Pro Justitia-rapportage opgesteld voor een adequate inschatting van de zorgbehoefte van de tot levenslang veroordeelde. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 2:7 — Artikel 2:7 Belangen van andere relevante personen#
Artikel 2:7 Belangen van andere relevante personen artikel 15, tweede lid, aanhef en onder c, van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting Ter uitvoering vanwordt onder andere relevante personen als bedoeld in dat artikel in ieder geval verstaan: a. personen die bescherming behoeven vanwege een actuele en op feiten gebaseerde waardering van risico’s ten aanzien van hun veiligheid die te herleiden zijn naar de gedetineerde en diens (eventuele) vrijheden, waaronder personen die een belastende verklaring hebben afgelegd; b. personen die afhankelijk zijn van zorg die wordt verleend door de gedetineerde, waaronder kinderen van de gedetineerde. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 3:1 — Artikel 3:1 Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging toezicht#
Artikel 3:1 Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging toezicht De uitvoerder van het toezicht kan een schriftelijke waarschuwing aan de onder toezicht gestelde geven wegens het niet naar behoren naleven van de voorwaarden. Een schriftelijke waarschuwing aan de onder toezicht gestelde wordt in ieder geval gegeven indien: a. de onder toezicht gestelde zonder geldige reden meermaals niet verschijnt op een afspraak in het kader van het toezicht; b. de onder toezicht gestelde afspraken van het plan van aanpak of het toezichtplan bewust en verwijtbaar overtreedt; c. de onder toezicht gestelde zijn gedrag, ondanks één of meerdere mondelinge waarschuwingen niet verbetert; d. de onder toezicht gestelde agressief gedrag vertoont, gericht op de uitvoerder van het toezicht. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 3:2 — Artikel 3:2 Normen voor verzoek vervolgbeslissing toezicht#
Artikel 3:2 Normen voor verzoek vervolgbeslissing toezicht 1 artikel 6:3:14, vierde lid, van de wet De uitvoerder van het toezicht verzoekt de officier van justitie in ieder geval om een vervolgbeslissing te nemen als bedoeld inindien: a. de onder toezicht gestelde de uitvoerder van het toezicht bedreigt met fysiek geweld, dan wel fysiek geweld tegen de uitvoerder van het toezicht gebruikt; b. de onder toezicht gestelde een gevaar vormt voor het slachtoffer of de samenleving; c. de onder toezicht gestelde na een schriftelijke waarschuwing zijn gedrag niet verbetert en dit hem te verwijten is. 2 De uitvoerder van het toezicht kan de officier van justitie verzoeken een vervolgbeslissing te nemen gericht op de wijziging van de voorwaarden van het toezicht, in het geval dat de onder toezicht gestelde niet kan voldoen aan de voorwaarden. 3 De uitvoerder van het toezicht kan de officier van justitie verzoeken een vervolgbeslissing te nemen gericht op de beëindiging van het toezicht, indien de onder toezicht gestelde aan alle voorwaarden heeft voldaan. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 3:3 — Artikel 3:3 Openstaande voorwaarden bij schorsing voorlopige hechtenis#
Artikel 3:3 Openstaande voorwaarden bij schorsing voorlopige hechtenis Het toezicht op voorwaarden die zijn gesteld bij schorsing van een bevel tot voorlopige hechtenis wordt uiterlijk beëindigd op het moment dat het vonnis of arrest met betrekking tot het strafbare feit waarvoor de voorlopige hechtenis was verleend, onherroepelijk is geworden. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 3:3a — Artikel 3:3a Ambtshalve opdracht tot reclasseringstoezicht#
Artikel 3:3a Ambtshalve opdracht tot reclasseringstoezicht 1 Indien één of meer van de volgende voorwaarden zijn gesteld of gedragsaanwijzingen zijn opgelegd zonder dat tevens reclasseringstoezicht is bevolen, geeft het CJIB/AICE ambtshalve opdracht aan een reclasseringsinstelling of een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert om toezicht te houden op de naleving daarvan en de verdachte of de veroordeelde daarbij te begeleiden: a. contactverbod met elektronisch toezicht; b. locatieverbod met elektronisch toezicht; c. locatiegebod met elektronisch toezicht; d. verbod om Nederland te verlaten met elektronisch toezicht; e. drugs- of alcoholverbod en meewerken aan controle van dit verbod; f. opname in een zorginstelling; g. ambulante behandeling; h. verblijf in een instelling voor begeleid wonen in de vorm van beschermd wonen, dan wel maatschappelijke opvang; i. deelnemen aan een gedragsinterventie; j. meldplicht bij de reclassering of gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert; k. volgen van een opleiding; l. meewerken aan hulpverlening door een aanbieder uit het lokale zorgveld; m. verbod op andere huisvesting zonder toestemming; n. meewerken aan controle op het gebruik van drugs of alcohol om het gebruik te kunnen beheersen; o. verbod op deelname aan kansspelen; p. vermijden contact met minderjarigen; q. vermijden kinderporno. 2 Indien uitsluitend één of meer van de volgende voorwaarden zijn gesteld of aanwijzingen of maatregelen zijn opgelegd zonder dat tevens reclasseringstoezicht is bevolen, geeft het CJIB/AICE geen ambtshalve opdracht tot toezicht aan de reclassering of gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert: a. herstel van de door het strafbare feit veroorzaakte schade; b. betalen van een schadevergoeding; c. storten van een waarborgsom; d. storten van een geldbedrag in het schadefonds geweldsmisdrijven of ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt belangen van slachtoffers van strafbare feiten te behartigen; e. meewerken aan een pro Justitia-rapportage; f. meewerken aan een advies van de reclassering of de raad voor de kinderbescherming; g. meldplicht bij de politie; h. verhuisplicht; i. vestigingsverbod; j. contactverbod zonder elektronisch toezicht; k. locatieverbod zonder elektronisch toezicht; l. locatiegebod zonder elektronisch toezicht; m. verbod om Nederland te verlaten zonder elektronisch toezicht; n. verbod op het uitoefenen van bepaalde beroepen dan wel op het verrichten van bepaalde betaalde of onbetaalde werkzaamheden; o. verbod op het houden van dieren; p. mediaverbod. 3 Ten behoeve van een goede tenuitvoerlegging kan het CJIB/AICE na overleg met de reclassering of de raad voor de kinderbescherming afwijken van de voorgaande leden. 2024 2829 31-01-2024 23-01-2024 5164942 2024 2829 31-01-2024 23-01-2024 5164942 01-04-2024
Artikel 3:4 — Artikel 3:4 Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging taakstraffen#
Artikel 3:4 Waarschuwing tijdens tenuitvoerlegging taakstraffen artikel 3:19 van het besluit Een schriftelijk waarschuwing als bedoeld inwordt in ieder geval gegeven, indien: a. de taakgestrafte zonder geldige reden meermaals niet verschijnt op een afspraak in het kader van de taakstraf; b. de taakgestrafte zonder geldige reden niet op het afgesproken adres aanwezig is tijdens een ziektecontrole; c. artikel 3:14, vijfde lid, van het besluit de taakgestrafte de standaardregels van de taakstrafovereenkomst als bedoeld inbewust en verwijtbaar overtreedt; d. het gedrag van de taakgestrafte ondanks één of meerdere aanmaningen niet verbetert; e. de taakgestrafte agressief gedrag vertoont, gericht op de uitvoerder taakstraffen of anderen binnen het project waar de taakgestrafte geplaatst is. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 3:5 — Artikel 3:5 Normen voor verzoek vervolgbeslissing taakstraffen#
Artikel 3:5 Normen voor verzoek vervolgbeslissing taakstraffen De uitvoerder taakstraffen kan de officier van justitie in ieder geval om een vervolgbeslissing verzoeken indien: a. de taakgestrafte een bedreiging met fysiek geweld uit of zich agressief gedraagt tegen de uitvoerder taakstraffen of derden binnen het project waar de taakgestrafte is geplaatst; b. de taakgestrafte bij de uitvoering van de taakstraf alcohol, drugs of wapens bij zich heeft; c. de taakgestrafte een poging doet om de uitvoerder taakstraffen of een medewerker van de projectplaats te bewegen tot medewerking aan een onttrekking aan de correcte tenuitvoerlegging van de taakstraf; d. de taakgestrafte verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit tijdens de tenuitvoerlegging van de taakstraf. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:1 — Artikel 4:1 Fasen en volgorde#
Artikel 4:1 Fasen en volgorde Geldelijke sancties worden in volgorde van inning, incasso en dwang dan wel vervangende hechtenis tenuitvoergelegd, tenzij een persoonsgerichte tenuitvoerlegging aanleiding geeft hiervan af te wijken. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:2 — Artikel 4:2 Betaling#
Artikel 4:2 Betaling 1 Het CJIB doet bij de aanschrijving van een geldelijke sanctie aan de betalingsplichtige mededeling van de vervaldatum en de aangewezen rekening van het CJIB waarop de betaling moet plaatsvinden. 2 Een eventueel opgelegde verhoging wordt ongedaan gemaakt indien de betalingsplichtige kan aantonen dat de betaling niet tijdig bij het CJIB is ontvangen als gevolg van een fout van de bank. Daartoe overlegt de betalingsplichtige een schriftelijke verklaring van de bank die opdracht heeft ontvangen tot overmaking van het verschuldigde bedrag. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:3 — Artikel 4:3 Conservatoir beslag#
Artikel 4:3 Conservatoir beslag artikel 94a van de wet artikel 117 van de wet Het uitwinnen van conservatoir beslag op grond vanvindt niet eerder plaats dan nadat de betalingsplichtige in de gelegenheid is gesteld het verschuldigde bedrag te betalen. Het bepaalde is eveneens van toepassing indien het in beslag genomen voorwerp op grond vanis vervreemd voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de strafrechtelijk beslissing door het CJIB. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:4 — Artikel 4:4 Aanmaningen geldboete vonnis, arrest en strafbeschikking#
Artikel 4:4 Aanmaningen geldboete vonnis, arrest en strafbeschikking 1 De betalingsplichtige ontvangt geen aanmaningen tot betaling van een geldboete voorafgaand aan het moment waarop het vonnis of arrest tot betaling van een geldboete onherroepelijk wordt. 2 De betalingsplichtige ontvangt voorafgaand aan het moment waarop de strafbeschikking tot betaling van een geldboete onherroepelijk wordt, een eerste en eventueel tweede aanmaning zonder verhoging van het verschuldigde bedrag. 3 Indien de strafbeschikking onherroepelijk is geworden gedurende de termijn van de eerste dan wel tweede aanmaning als bedoeld in het tweede lid, ontvangt de betalingsplichtige opnieuw een eerste en eventuele tweede aanmaning met het openstaande bedrag inclusief verhoging. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:5 — Artikel 4:5 Verhaal#
Artikel 4:5 Verhaal artikel 6:4:5 6:4:6 van de wet artikel 26 27 Wahv Van de toepassing van verhaal met of zonder dwangbevel als bedoeld inenenenkan worden afgezien als er voldoende aanwijzingen zijn die aannemelijk maken dat het niet zal leiden tot volledige voldoening van de betalingsverplichting. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:6 — Artikel 4:6 Inschakeling deurwaarder#
Artikel 4:6 Inschakeling deurwaarder artikel 6:4:5 van de wet Met de tenuitvoerlegging van meerdere dwangbevelen als bedoeld in, ten behoeve van het verhaal van goederen onder één persoon, wordt zo veel mogelijk één gerechtsdeurwaarder belast. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:7 — Artikel 4:7 Gijzeling en vervangende hechtenis#
Artikel 4:7 Gijzeling en vervangende hechtenis 1 Het verzoek om een vervolgbeslissing aan het OM, ingeval een volledige betaling is uitgebleven, teneinde gijzeling te vorderen of de beslissing om vervangende hechtenis ingeval van schadevergoedingsmaatregel toe te passen, blijft in ieder geval achterwege indien: a. sprake is van één of meer contra-indicaties zoals neergelegd in het beleid van het OM voor het vorderen van gijzeling; b. de betalingsplichtige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt; c. de betalingsplichtige op basis van informatie volgens het CJIB volledig buiten staat is om de geldelijke sanctie te voldoen. 2 Indien de betalingsplichtige die gegijzeld is geweest of vervangend is gehecht na de tenuitvoerlegging van die eerdere gijzeling of vervangende hechtenis niet overgaat tot betaling, beoordeelt het CJIB, met inachtneming van de wettelijk toegestane duur van de gijzeling, of het OM wordt verzocht om de betalingsplichtige te gijzelen voor het restant of daartoe een vordering in te stellen dan wel het restant van de vervangende hechtenis toe te passen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:8 — Artikel 4:8 Waarschuwingsbrief#
Artikel 4:8 Waarschuwingsbrief Het CJIB verzendt voorafgaand aan de toepassing van vervangende hechtenis of het gijzeling een waarschuwingsbrief. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:9 — Artikel 4:9 Beëindigen gijzeling, vervangende hechtenis schadevergoedingsmaatregel en lijfsdwang ontnemingsmaatregel#
Artikel 4:9 Beëindigen gijzeling, vervangende hechtenis schadevergoedingsmaatregel en lijfsdwang ontnemingsmaatregel 1 De gijzeling of vervangende hechtenis bij een schadevergoedingsmaatregel, of lijfsdwang bij een ontnemingsmaatregel kan voortijdig worden beëindigd indien de betalingsplichtige volgens het CJIB volledig buiten staat is om de geldelijke sanctie te voldoen of indien volgens het CJIB andere bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 2 Een gijzeling, vervangende hechtenis of lijfsdwang wordt niet beëindigd in geval van een deelbetaling. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:10 — Artikel 4:10 Bijzonderheden schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen#
Artikel 4:10 Bijzonderheden schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen 1 artikel 6:4:7 van de wet Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen In aanvulling opkan, indien de verhaalsmogelijkheden zijn uitgeput of van verhaal is afgezien, vervangende hechtenis worden toegepast ten aanzien van een schadevergoedingsmaatregel die op grond van een arrest of vonnis van voor inwerkingtreding van deis gewezen. 2 Indien de verhaalsmogelijkheden zijn uitgeput, of van verhaal is afgezien, kan vervangende hechtenis worden toegepast bij een ontnemingsmaatregel waarin vóór 1 september 2003 vonnis of arrest is gewezen. Hiervoor is toestemming vereist van het OM. In geval van ontnemingsmaatregelen waarin voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet lijfsdwang is gewezen door de rechter, kan tenuitvoerlegging van de lijfsdwang plaatsvinden. 3 artikel 6:6:26 van de wet Het CJIB kan op verzoek van de betalingsplichtige de tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel opschorten, indien een verminderingsverzoek is ingediend overeenkomstig. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:11 — Artikel 4:11 Opschorting uitkering voorschotregeling bij verzet strafbeschikking#
Artikel 4:11 Opschorting uitkering voorschotregeling bij verzet strafbeschikking artikel 6:4:2, zevende lid, van de wet artikel 257e van de wet Een eventuele uitkering aan het slachtoffer op basis van de voorschotregeling als bedoeld in, wordt opgeschort indien tegen een strafbeschikking met een schadevergoedingsmaatregel verzet is ingesteld als bedoeld in. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:12 — Artikel 4:12 Overlijden slachtoffer#
Artikel 4:12 Overlijden slachtoffer artikel 6:4:2, zevende lid, van de wet Aan eventuele erfgenamen van een slachtoffer dat overlijdt voordat een recht op een uitkering uit het voorschotfonds ingevolgeontstaat, wordt niet uitgekeerd. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:13 — Artikel 4:13 Einde inning schadevergoedingsmaatregel#
Artikel 4:13 Einde inning schadevergoedingsmaatregel Het CJIB beëindigt de inning en incasso van de schadevergoedingsmaatregel definitief indien het slachtoffer zelf afspraken maakt met betrekking tot de betaling van de toegewezen schadevergoeding met de betalingsplichtige. Het niet nakomen van dergelijke afspraken door de betalingsplichtige kan niet leiden tot heropening van de zaak door het CJIB. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:14 — Artikel 4:14 Reikwijdte#
Artikel 4:14 Reikwijdte Wahv Betalingsregelingen kunnen in ieder geval worden toegestaan voor zover zij betrekking hebben op administratieve sancties op grond van de, geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen en inkomende geldelijke sancties. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:15 — Artikel 4:15 Uitvoering van met de rechter of officier van justitie getroffen betalingsregeling#
Artikel 4:15 Uitvoering van met de rechter of officier van justitie getroffen betalingsregeling 1 De bepalingen in deze titel zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van een betalingsregeling die door de rechter of de officier van justitie wordt toegestaan. Voor zover het CJIB tevens voor één of meer andere openstaande vorderingen een betalingsregeling toestaat, worden de betalingsregelingen samengevoegd tot één betalingsregeling. 2 Bij de tenuitvoerlegging van een betalingsregeling die door de rechter of de officier van justitie wordt toegestaan, kan het CJIB op verzoek van de betalingsplichtige gunstigere voorwaarden hanteren. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:16 — Artikel 4:16 Opschorting#
Artikel 4:16 Opschorting 1 De inning en incasso van geldelijke sancties ten aanzien waarvan een betalingsregeling is getroffen, wordt opgeschort voor de duur van die betalingsregeling. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:17 — Artikel 4:17 Bijzonderheden ten aanzien van het treffen van een betalingsregeling#
Artikel 4:17 Bijzonderheden ten aanzien van het treffen van een betalingsregeling 1 Een betalingsregeling kan slechts worden getroffen voor ten hoogste de duur van de tenuitvoerleggingstermijn van de geldelijke sancties waarop zij betrekking heeft. 2 Een betalingsregeling is mogelijk indien het totaal openstaand bedrag inclusief de verhogingen, zonder de administratiekosten, ten minste € 75,00 bedraagt. Voor een betalingsplichtige die op de pleegdatum nog geen 16 jaar oud was, geldt dat het openstaand bedrag tenminste € 37,50 dient te zijn. 3 Een betalingsregeling strekkende tot betaling in termijnen wordt toegestaan in de vorm van een standaardregeling of een maatwerkregeling. 4 artikel 4:19, vierde lid Een betalingsregeling, niet zijnde een draagkrachtregeling als bedoeld in, kan slechts worden toegestaan met het oog op een volledige voldoening van de betalingsverplichtingen. Percentagevoorstellen tegen finale kwijting worden niet toegestaan. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:18 — Artikel 4:18 Standaardregeling#
Artikel 4:18 Standaardregeling 1 Een standaardregeling voor één of meer openstaande vorderingen kan worden getroffen indien sprake is van geldelijke sancties waarvoor nog geen verhaal met dwangbevel of een dwangmiddel of vervangende hechtenis wordt toegepast. 2 Een standaardregeling voor een enkele administratieve sanctie kent een looptijd van maximaal 12 maanden. Voor de overige standaardregelingen geldt een looptijd van maximaal 36 maanden. 3 De termijnbedragen voor de standaardregeling en het aantal daarvoor geldende termijnen worden op de website van het CJIB gepubliceerd. Bij het bepalen van het termijnbedrag kan een begrenzing plaatsvinden tot een maximaal openstaand bedrag en maximum aantal maanden. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:19 — Artikel 4:19 Maatwerkregeling#
Artikel 4:19 Maatwerkregeling 1 Een maatwerkregeling kan worden getroffen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden en de standaardregeling niet mogelijk is of geen uitkomst biedt. 2 Een maatwerkregeling kan worden getroffen, tenzij sprake is van vorderingen, waarvoor de gerechtsdeurwaarder reeds is ingeschakeld. Als dwangmiddelen worden toegepast, is het treffen van een betalingsregeling alleen mogelijk als nakoming daarvan realistisch is. 3 Een maatwerkregeling duurt maximaal 72 maanden, tenzij dit naar het oordeel van het CJIB onredelijk is. 4 Een draagkrachtregeling kan worden getroffen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden en de reguliere maatwerkregeling niet mogelijk is, of geen uitkomst biedt. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:20 — Artikel 4:20 Uitstel van betaling#
Artikel 4:20 Uitstel van betaling 1 Uitstel van betaling kan worden verleend als de betalingsplichtige aannemelijk maakt dat volledige betaling of een significante deelbetaling binnen een redelijke termijn zal volgen. 2 Een uitstel van maximaal vier maanden kan worden verleend met als doel de betalingsplichtige in de gelegenheid te stellen om bij de gemeente hulp te zoeken bij het oplossen van schulden. 3 Indien de gemeente besluit om schuldhulp te verlenen dan kan het CJIB het uitstel met maximaal acht maanden verlengen. 4 Uitstel van betaling voor onbepaalde duur wordt niet verleend. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:21 — Artikel 4:21 Wijze van indienen verzoek betalingsregeling#
Artikel 4:21 Wijze van indienen verzoek betalingsregeling 1 Een verzoek om een betalingsregeling wordt bij voorkeur via de daarvoor opengestelde elektronische weg ingediend. 2 Het CJIB kan van de betalingsplichtige in geval van een telefonisch verzoek alsnog verlangen om het verzoek via de opengestelde elektronische weg of schriftelijk in te dienen bij het CJIB. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:22 — Artikel 4:22 Medewerking verlenen#
Artikel 4:22 Medewerking verlenen Het CJIB kan van de betalingsplichtige die verzoekt om een betalingsregeling, verlangen dat hij gegevens met betrekking tot zijn inkomen of vermogen overlegt ter onderbouwing van zijn betalingsonmacht of de betalingscapaciteit. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:23 — Artikel 4:23 Voeging van vorderingen#
Artikel 4:23 Voeging van vorderingen In bijzondere gevallen kunnen vorderingen na het tot stand komen van een betalingsregeling in die betalingsregeling worden gevoegd. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:24 — Artikel 4:24 Voorwaarden#
Artikel 4:24 Voorwaarden Bij het toestaan van een betalingsregeling kunnen in ieder geval als voorwaarden worden gesteld dat: a. betalingen via een machtiging tot automatische incasso worden gedaan; b. de betalingsplichtige een bankrekeningnummer doorgeeft; c. de betalingsplichtige een adres heeft in de Basisregistratie Personen of de Kamer van Koophandel, dan wel een ander betrouwbaar adres waarop hij kan worden bereikt; d. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen Reglement verkeersregels en verkeerstekens het voertuig in de zin van deofdat vanwege het niet verzekeren of keuren daarvan aanleiding gaf tot de oplegging van een geldboete, alsnog wordt verzekerd en gekeurd; e. het kenteken dat vanwege het niet schorsen of het niet doorhalen van de naam aanleiding gaf tot de oplegging van een geldboete, alsnog wordt geschorst of de naam wordt doorgehaald; f. de betalingsplichtige iedere wijziging in diens financiële situatie onverwijld meldt. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:25 — Artikel 4:25 Weigeringsgronden#
Artikel 4:25 Weigeringsgronden 1 Een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling wordt in ieder geval afgewezen, indien: a. artikel 4:22 de betalingsplichtige naar het oordeel van het CJIB onvoldoende medewerking als bedoeld inverleent; b. de betalingsplichtige verwijtbaar onjuiste gegevens verstrekt; c. de betalingsregeling zich over een voor het CJIB niet redelijke termijn uitstrekt. 2 Een betalingsregeling kan worden afgewezen indien: a. de betalingsplichtige binnen twaalf maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek een eerder toegestane betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen; b. de betalings- of vermogenscapaciteit van de betalingsplichtige zodanig is dat hij direct geheel de vorderingen kan voldoen; c. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB geen uitkomst zal bieden. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:26 — Artikel 4:26 Uitgesloten vorderingen#
Artikel 4:26 Uitgesloten vorderingen De volgende vorderingen worden niet toegestaan als onderdeel van een betalingsregeling: a. vorderingen uit een strafrechtelijke beslissing waartegen beroep is ingesteld of verzet is gedaan; b. vorderingen inzake een strafbeschikking die zijn overgedragen aan de officier van justitie teneinde een beslissing te nemen met betrekking tot de vervolging van de zaak. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:27 — Artikel 4:27 Informatie bij het toestaan van de betalingsregeling#
Artikel 4:27 Informatie bij het toestaan van de betalingsregeling Bij het toestaan van een betalingsregeling wordt de betalingsplichtige geïnformeerd over: a. de vorderingen die onderdeel vormen van de betalingsregeling; b. de ingangsdatum, termijnen en termijnbedragen; c. de voorwaarden onder welke de betalingsregeling wordt toegestaan; d. de gevolgen indien de voorwaarden niet worden nageleefd; e. betalingsherinneringen bij niet tijdige voldoening van termijnbedragen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:28 — Artikel 4:28 Betalingsherinnering#
Artikel 4:28 Betalingsherinnering Indien de betalingsplichtige het termijnbedrag van een betalingsregeling niet binnen de gestelde termijn betaalt, stuurt het CJIB eenmalig een betalingsherinnering met het verzoek het termijnbedrag alsnog te voldoen. In de betalingsherinnering wordt aangegeven dat het CJIB binnen de eerstvolgende termijn zowel het alsdan te betalen termijnbedrag, als het bedrag dat eerder niet is betaald, moet hebben ontvangen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:29 — Artikel 4:29 Voortijdige beëindiging betalingsregeling#
Artikel 4:29 Voortijdige beëindiging betalingsregeling 1 Het CJIB kan de betalingsregeling in ieder geval beëindigen, indien: a. de betalingsplichtige na een betalingsherinnering de verschuldigde termijnbedragen niet voldoet; b. de aanleiding voor het treffen van de betalingsregeling zich niet langer voordoet; c. de financiële omstandigheden van de betalingsplichtige zodanig veranderen of zijn veranderd dat voortzetting van de betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB niet langer nodig is; d. de betalingsplichtige failliet wordt verklaard of surseance van betaling wordt verleend; e. Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening de betalingsplichtige wordt toegelaten tot de, deof ten aanzien van wie een afkoelingsperiode als bedoeld inis afgekondigd. 2 Indien de betalingsregeling voortijdig wordt beëindigd door het CJIB, informeert het CJIB de betalingsplichtige over de reden daarvan en het vervolg. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:30 — Artikel 4:30 Gevolg voortijdige beëindiging betalingsregeling door CJIB#
Artikel 4:30 Gevolg voortijdige beëindiging betalingsregeling door CJIB 1 Indien de betalingsregeling wordt beëindigd door het CJIB, wordt de betalingsplichtige in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen het totaal openstaande bedrag in één keer te voldoen. Na deze periode wordt de tenuitvoerlegging hervat van de geldelijke sancties waarop de betalingsregeling betrekking had. 2 artikel 4:29, eerste lid 1, onder d en e Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing wanneer er sprake is van de situatie als opgenomen in. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:31 — Artikel 4:31 Eindigen van de betalingsregeling#
Artikel 4:31 Eindigen van de betalingsregeling De betalingsregeling eindigt indien alle openstaande vorderingen zijn voldaan binnen de gestelde termijn of deeltermijnen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:32 — Artikel 4:32 Toepasselijke bepalingen#
Artikel 4:32 Toepasselijke bepalingen artikelen 1:3 2:1 2:2 2:3 2:5 4:1 4:2 4:5 4:6 4:7 4:8 4:9 titel 4.6 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften De,,,,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van administratieve sancties op grond van de. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:33 — Artikel 4:33 Zekerheidsstelling in beroep#
Artikel 4:33 Zekerheidsstelling in beroep artikel 11, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Als de betalingsplichtige beroep instelt tegen een administratieve sanctie bij de rechtbank dient het bedrag ter zekerheidstelling als bedoeld in, aan het CJIB te worden betaald. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:34 — Artikel 4:34 Ongerichte betaling#
Artikel 4:34 Ongerichte betaling Indien een ongerichte betaling bij het CJIB binnenkomt en er geen strafrechtelijke vorderingen openstaan, wordt de betaling bestemd op openstaande Wahv vorderingen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:35 — Artikel 4:35 Inneming rijbewijs#
Artikel 4:35 Inneming rijbewijs 1 Voorafgaand aan de inneming van het rijbewijs ontvangt de betalingsplichtige een aanschrijving om het rijbewijs in te leveren of de vordering te betalen. 2 Indien het rijbewijs van de betalingsplichtige reeds is ingevorderd uit andere hoofde, vindt binnen drie maanden opnieuw een beoordeling plaats of het rijbewijs alsnog kan worden ingenomen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:36 — Artikel 4:36 Buitengebruikstelling#
Artikel 4:36 Buitengebruikstelling De opbrengst van de verkoop van het buiten gebruik gestelde voertuig strekt tot voldoening van de vordering. Een eventuele meeropbrengst strekt tot voldoening van andere nog bij het CJIB openstaande vorderingen. Een eventueel restant wordt gestort in de Rijkskas. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:37 — Artikel 4:37 Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen#
Artikel 4:37 Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen Indien administratieve sancties resteren na afloop van een regeling op grond van de, beoordeelt het CJIB of de inning daarvan wordt beëindigd. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 4:38 — Artikel 4:38 Buiten invordering stellen#
Artikel 4:38 Buiten invordering stellen Het CJIB stelt de administratieve sanctie buiten invordering, indien hiertoe door CJIB op basis van redelijkheid of doelmatigheid wordt besloten. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 5:1 — Artikel 5:1 Buiten behandeling laten van een verzoekschrift#
Artikel 5:1 Buiten behandeling laten van een verzoekschrift 1 artikel 6:3:2 van de wet Een verzoek tot gratie dat is ingediend met betrekking tot een taakstraf, wordt buiten behandeling gelaten in het geval bij de officier van justitie tevens een verzoek is ingediend tot wijziging van die taakstraf op grond van. 2 gratiewet In de gevallen waarin het aanstonds duidelijk is dat het verzoek strekt tot een algehele kwijtschelding van de taakstraf, omdat de veroordeelde vanwege zijn geestelijke of lichamelijke gesteldheid nooit in staat zal zijn deze te verrichten, kan het gratieverzoek, als aan de overige vereisten van deis voldaan, meteen in behandeling worden genomen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 5:2 — Artikel 5:2 Opschortende/schorsende werking#
Artikel 5:2 Opschortende/schorsende werking artikel 6:7:2 van de wet Onverminderdkan de Minister ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie wordt verzocht opschorten, indien het naar zijn oordeel hoogstwaarschijnlijk is dat het verzoek om gratie wordt ingewilligd. De Minister kan in ieder geval opschorten, indien: a. de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft; b. een bloedverwant in de eerste graad van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft; c. de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft; d. wet de veroordeelde een bijniet toegelaten straf of combinatie van straffen is opgelegd; e. er sprake is van expliciete ondersteuning door de Minister of een voorstel tot gratieverlening in overweging wordt genomen door de Minister. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 5:3 — Artikel 5:3 Omzetting van een sanctie in een taakstraf#
Artikel 5:3 Omzetting van een sanctie in een taakstraf 1 Gratiewet De beslissing op het verzoek tot gratie om een opgelegde sanctie om te zetten in een taakstraf, wordt maximaal achttien maanden aangehouden indien de op grond van debetrokken adviserende organisatie hiertoe adviseert en de Minister voormeld advies overneemt, zodat de veroordeelde de taakstraf kan verrichten. 2 Na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn wordt beoordeeld of de veroordeelde de taakstraf volledig heeft uitgevoerd. De uitkomst van deze beoordeling wordt betrokken bij de beoordeling van het ingediende gratieverzoek. Hiervoor gelden de volgende maatstaven: a. indien betrokkene de taakstraf verwijtbaar niet, niet volledig of niet goed heeft verricht, zal het gratieverzoek volledig worden afgewezen; b. indien de veroordeelde de taakstraf volledig en naar behoren heeft verricht, wordt Zijne Majesteit de Koning geadviseerd het gratieverzoek in te willigen. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 6:1 — Artikel 6:1 Intrekking beleidsregels#
Artikel 6:1 Intrekking beleidsregels Beleidsregel tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen Dewordt ingetrokken. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 6:2 — Artikel 6:2 Inwerkingtreding#
Artikel 6:2 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op 1 september 2021. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021
Artikel 6:3 — Artikel 6:3 Citeertitel#
Artikel 6:3 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021. 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 2021 33851 01-07-2021 28-06-2021 2772918 01-09-2021