Beleidsregel van de Minister voor Klimaat en Energie van 28 juni 2022, nr. WJZ/ 21315315, tot vaststelling van regels over de toets passende stimulering en de cumulatietoets in het kader van het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie (Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie)
- BWB-id
- BWBR0046885
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046885
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2022/beleidsregel-toets-passende-stimulering-en-cumulatietoets-on
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2022/beleidsregel-toets-passende-stimulering-en-cumulatietoets-on/2022-07-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046885&g=2022-07-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046885&z=2026-06-06&g=2022-07-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046885/2022-07-12
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2022/beleidsregel-toets-passende-stimulering-en-cumulatietoets-on
Artikel 1 — Artikel 1 (begripsbepalingen)#
Artikel 1 (begripsbepalingen) In deze beleidsregel wordt verstaan onder: algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie ; categorie: artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties op grond vanen klimaattransitie of artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie; cumulatietoets: artikel 3 toets als bedoeld in; eindadvies: jaarlijks eindadvies basisbedragen SDE+ of SDE++ van het Planbureau voor de Leefomgeving of Energieonderzoek Centrum Nederland over de te hanteren subsidieparameters en de basisbedragen; exploitatiebaten: baten van de exploitatie van een productie-installatie; exploitatiekosten: kosten voor de exploitatie van een productie-installatie; exploitatiesteun: steunmaatregelen om de exploitatiekosten van een productie-installatie geheel of gedeeltelijk te compenseren; investeringssteun: steunmaatregelen om de investeringskosten van een productie-installatie geheel of gedeeltelijk te compenseren; inkomsten uit vermindering van broeikasgas: titel 16.2 van de Wet milieubeheer opbrengsten of vermeden kosten die voor een subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in; investeringskosten: kosten, inclusief bouwrente, die nodig zijn voor de realisatie van een productie-installatie; milieu- en energiesteunkader: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/01); minister: Minister voor Klimaat en Energie; netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering: rentevergoeding over vreemd vermogen en kapitaalvergoeding over het geïnvesteerde eigen vermogen; overstimulering: aan een subsidieontvanger toegekende steun op grond van een steunmaatregel die meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge het milieu- en energiesteunkader; sdek-subsidie: Besluit stimulering duurzame energieproductie subsidie verstrekt aan een subsidieontvanger op grond van heten klimaattransitie of het Besluit stimulering duurzame energieproductie; steunmaatregel: publiekrechtelijke maatregel op grond waarvan aan een subsidieontvanger steun wordt verleend in de vorm van subsidie, fiscale voordelen of andere voordelen; subsidieontvanger: Besluit stimulering duurzame energieproductie subsidie-ontvanger als bedoeld in heten klimaattransitie en het Besluit stimulering duurzame energieproductie; toets passende stimulering: artikel 2 toets als bedoeld in. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 2 — Artikel 2 (toets passende stimulering)#
Artikel 2 (toets passende stimulering) 1 artikel 3, zevende lid, van de algemene uitvoeringsregeling De minister toetst of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een productie-installatie voor restwarmte, koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler of een industriële warmtepomp met 3.000 vollasturen, waterstof uit elektrolyse, afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of afvang en gebruik van koolstofdioxide dan wel hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa waarvoor via verlengde levensduur opnieuw subsidie is gegeven als bedoeld in. 2 De minister kan toetsen of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid: a. waarvoor een meer dan gemiddeld risico bestaat op variatie van verschillende kosten binnen de categorie; en b. waarmee binnen Nederland beperkt ervaring is opgedaan. 3 Er is sprake van overstimulering bij het verstrekken van een sdek-subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid indien: (geprognosticeerde sdek-subsidie + verkoopinkomsten hernieuwbare energie of inkomsten uit vermindering van broeikasgas + eventuele andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen + exploitatiesaldo) > € 0. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3 (cumulatietoets)#
Artikel 3 (cumulatietoets) 1 artikel 2, eerste of tweede lid De minister toetst of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in, en aan die subsidieontvanger ook steun op grond van andere steunmaatregelen dan de sdek-subsidie wordt verstrekt. 2 Er is sprake van overstimulering bij het verstrekken van een sdek-subsidie als bedoeld in het eerste lid indien: (geprognosticeerde sdek-subsidie + verkoopinkomsten hernieuwbare energie of inkomsten uit vermindering van broeikasgas + andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen+ exploitatiesaldo) > € 0. 3 In afwijking van het tweede lid is sprake van overstimulering bij het verstrekken van een sdek-subsidie voor een productie-installatie voor waterkracht, osmose, windenergie of fotovoltaïsche zonnepanelen, indien: (geprognosticeerde sdek-subsidie + verkoopinkomsten hernieuwbare energie + andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen+ exploitatiesaldo) > € 0; of (maximale sdek-subsidie + andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen) > € 0. 4 Indien de uitkomsten van de berekeningen, bedoeld in het derde lid, beide hoger zijn dan € 0, bedraagt de overstimulering het hoogste bedrag van die uitkomsten. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 4 — Artikel 4 (uitzonderingen op cumulatietoets)#
Artikel 4 (uitzonderingen op cumulatietoets) Artikel 3 is niet van toepassing indien: a. de steun op grond van de andere steunmaatregelen uitsluitend bestaat uit steun op grond van: i. Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 de; ii. Regeling groenprojecten 2005 de; iii. Regeling groenprojecten 2010 de; iv. Regeling groenprojecten 2016 de; v. Regeling groenprojecten 2022 de; of b. het een productie-installatie betreft voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen e van ten hoogste 7,5 kWp. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 5 — Artikel 5 (geprognosticeerde sdek-subsidie)#
Artikel 5 (geprognosticeerde sdek-subsidie) 1 artikelen 2, derde lid 3, tweede en derde lid De minister berekent de waarde van de geprognosticeerde sdek-subsidie, bedoeld in de, en: a. de netto contante waarde van de werkelijke productie in MWh of kg koolstofdioxide die per jaar voor sdek-subsidie in aanmerking komt x het basisbedrag of fasebedrag – de voor de betreffende kalenderjaren vastgestelde definitieve correcties; indien het afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: b. indien het nog niet afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: de netto contante waarde van de maximale productie in MWh of kg koolstofdioxide die per jaar voor sdek-subsidie in aanmerking komt x het basisbedrag of fasebedrag – de geprognosticeerde correcties. 2 De geprognosticeerde correcties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden gebaseerd op de meest recent vastgestelde correcties, waarbij voor toekomstige jaren rekening gehouden kan worden met inflatie. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 6 — Artikel 6 (verkoopinkomsten hernieuwbare energie en inkomsten uit vermindering van broeikasgas)#
Artikel 6 (verkoopinkomsten hernieuwbare energie en inkomsten uit vermindering van broeikasgas) 1 artikelen 2, derde lid 3, tweede lid De minister berekent de waarde van de verkoopinkomsten uit hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas, bedoeld in de, en, en voor zover van toepassing bedoeld in artikel 3, derde lid: a. indien het afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: de netto contante waarde van de werkelijke productie in MWh of kg koolstofdioxide per jaar x de voor de betreffende kalenderjaren vastgestelde definitieve correcties; b. indien het nog niet afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: de netto contante waarde van de verwachte productie in MWh of kg koolstofdioxide per jaar x de geprognosticeerde correcties. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, hanteert de minister de door de subsidieontvanger opgegeven prijzen, indien de subsidieontvanger met facturen aantoont dat zijn verkoopinkomsten afwijken van de vastgestelde prijzen. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7 (netto investering)#
Artikel 7 (netto investering) artikelen 2, derde lid 3, tweede en derde lid De netto investering, bedoeld in de, en, bedraagt de investeringskosten na aftrek van de investeringssteun. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 8 — Artikel 8 (investeringssteun)#
Artikel 8 (investeringssteun) 1 artikel 7 Bij de berekening van de waarde van de investeringssteun, bedoeld in, hanteert de minister de rekenregels, bedoeld in het tweede tot en met achtste lid. 2 artikel 3.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond vanwordt berekend: NCW Y,1, NCW Y,2 tm 12 NCW Y,2 tm 15, Y Z X waarbij,,enachtereenvolgens staan voor: NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1; NCW Y,2 tm 12 = de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12; NCW Y,2 tm 15 = de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15; Y artikel 12 = het discontopercentage, bedoeld in; Z = het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek; X = het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%. a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCW Y,1 (0,917*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 12 (0,083*Z*X); b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCW Y,1 (0,933*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 15 (0,067*Z*X); 3 artikel 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond vanwordt berekend: NCW Y,1 NCW Y,2 tm 12 NCW Y,2 tm 15 Y, Z X waarbij,,,enachtereenvolgens staan voor: NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1; NCW Y,2 tm 12 = de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12; NCW Y,2 tm 15 = de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15; Y artikel 12 = het discontopercentage, bedoeld in; Z = het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek; X = het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%. a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCW Y,1 (0,917*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 12 (0,083*Z*X); b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCW Y,1 (0,933*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 15 (0,067*Z*X); 4 Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel krachtens dewordt berekend volgens de formule: NCW Y,1 (X*W*V); NCW Y,1, Y X W V waarbij,,enachtereenvolgens staan voor: NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij het discontopercentage Y in jaar 1; Y artikel 12 = het discontopercentage, bedoeld in; X = het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%; W = het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek; V = het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de investering. 5 artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de milieu-investeringsaftrek op grond vanwordt berekend volgens de formule: NCW Y,1 (X * U * T); NCW Y,1 Y X U T waarbij,,,enachtereenvolgens staan voor: NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1; Y artikel 12 = het discontopercentage, bedoeld in; X = het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%; U = het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek; T = het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de soort investering. 6 Indien de subsidieontvanger kan aantonen dat sprake is van een bouwtijd van de productie-installatie langer dan één jaar, kan de minister in afwijking van het tweede tot en met vijfde lid de uitkomsten van de rekenregels, bedoeld in die leden, vermenigvuldigen met de factor: 1 / (1 + Y) (S – 12)/24 ; Y en S waarbijachtereenvolgens staan voor: Y artikel 12 = het discontopercentage, bedoeld in; S = de bouwtijd in maanden, waarbij onder bouwtijd van de productie-installatie wordt verstaan de tijd tussen de start van de bouw van de productie-installatie en de datum van ingebruikname van de productie-installatie. 7 Regeling groenprojecten 2005 Regeling groenprojecten 2010 Regeling groenprojecten 2016 Regeling groenprojecten 2022 De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit een financiering op grond van de, de, deof dewordt forfaitair vastgesteld op de netto contante waarde van een marktconform percentage van het jaarlijkse leningsbedrag, waarbij wordt uitgegaan van een over een periode van tien jaar lineair aflopend leningsbedrag. 8 De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit overige investeringssteun bedraagt de netto contante waarde van de op grond van die maatregelen daadwerkelijk ontvangen of verrekende bedragen. 9 De minister kan bij de berekeningen, bedoeld in het eerste tot en met achtste lid, andere waarden hanteren dan de waarden, bedoeld in die leden, indien de subsidieontvanger deze waarden kan aantonen met een accountantsverklaring, waarbij de fiscale voordelen worden toegerekend aan het jaar waarin ze in de belastingaangifte zijn geclaimd. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 9 — Artikel 9 (rendement op geïnvesteerd vermogen)#
Artikel 9 (rendement op geïnvesteerd vermogen) 1 artikelen 2, derde lid 3, tweede en derde lid De minister berekent bij het bepalen van de waarde van het rendement op geïnvesteerd vermogen, bedoeld in de, en, de netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen, dat is opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor de sdek-subsidie. 2 Bij de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie. 3 De minister kan een andere waarde van het rendement op geïnvesteerd vermogen dan de waarde, bedoeld in het eerste lid, hanteren, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen de grenswaarden gelden die zijn opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor sdek-subsidie. 4 Indien de sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020, berekent de minister in afwijking van het eerste, tweede en derde lid, de netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen van 8%, uitgaande van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie. 5 De minister kan een afwijkende waarde voor het gemiddelde rendement van het geïnvesteerde vermogen hanteren dan de waarde, bedoeld in het vierde lid, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als grenswaarden gelden maximaal 15% als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen en maximaal 6% voor inbreng van het vreemd vermogen. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 10 — Artikel 10 (exploitatiesaldo)#
Artikel 10 (exploitatiesaldo) 1 artikelen 2, derde lid 3, tweede en derde lid In geval het een productie-installatie betreft voor fotovoltaïsche zonnepanelen, zonthermie, windenergie, osmose of waterkracht, gebruikt de minister voor het berekenen van het exploitatiesaldo, bedoeld in de, en, de exploitatiekosten en -baten die zijn opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor subsidie. 2 Indien de subsidieontvanger onderbouwd kan aantonen dat zijn exploitatiekosten of -baten afwijken van het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van zijn aanvraag voor sdek-subsidie, gebruikt de minister in afwijking van het eerste lid voor het berekenen van het exploitatiesaldo, een door de subsidieontvanger op verzoek van de minister aangeleverd exploitatieoverzicht van exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie. 3 artikel 3, derde lid, van de algemene uitvoeringsregeling In geval het een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid betreft, gebruikt de minister voor het berekenen van het exploitatiesaldo een exploitatieoverzicht met de exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie, welk overzicht het door de producent op grond vanaan de minister toegezonden overzicht, vergezelt. 4 Het exploitatieoverzicht, bedoeld in het tweede en derde lid, bevat voor zover van toepassing: a. de variabele exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa; ii. de kosten voor transport of opslag van koolstofdioxide; iii. de kosten voor de inkoop van elektriciteit; iv. de kosten voor afvoer van reststoffen; v. de kosten voor onderhoud van de productie-installatie; vi. de verzekerings-, garantie en administratiekosten voor de productie-installatie; vii. de arbeidskosten voor operationeel beheer van de productie-installatie; b. de vaste exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor aansluiting van de productie-installatie op het elektriciteitsnet; ii. artikel 220 van de Gemeentewet de onroerende-zaakbelasting voor de productie-installatie op grond van; c. de variabele exploitatiebaten, waaronder: i. de baten van verkoop aan derden van hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas; ii. de baten uit poortgelden; iii. de baten uit verkoop van restproducten afkomstig van de productie-installatie; iv. de vermeden aardgaskosten als gevolg van de exploitatie van de productie-installatie. 5 Voor het aanleveren van het exploitatieoverzicht wordt gebruik gemaakt van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 11 — Artikel 11 (maximale sdek-subsidie)#
Artikel 11 (maximale sdek-subsidie) artikel 3, derde lid De minister berekent de waarde van de maximale sdek-subsidie, bedoeld in de: a. indien het afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: de netto contante waarde van de werkelijke productie in MWh of kg koolstofdioxide die per jaar voor sdek-subsidie in aanmerking komt x het basisbedrag of fasebedrag – de voor de betreffende kalenderjaren vastgestelde definitieve correcties; b. de netto contante waarde van de maximale productie in MWh of kg koolstofdioxide die voor sdek-subsidie in aanmerking komt x het basisbedrag of fasebedrag – basiselektricteits- of basisenergieprijs of basisbroeikasgasbedrag. indien het nog niet afgesloten productiejaren betreft volgens de formule: 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 12 — Artikel 12 (discontopercentage en datum netto contante waarde)#
Artikel 12 (discontopercentage en datum netto contante waarde) 1 1 https://ec.europa.eu/competition-policy/state-aid/legislation/reference-discount-rates-and-recovery-interest-rates/reference-and-discount_nl De minister gebruikt het discontopercentage dat op het moment van het indienen van de aanvraag om sdek-subsidie als geldend discontopercentage is vermeld op de website van de Europese Commissievoor het berekenen van de netto contante waarde van: a. artikel 5 de geprognosticeerde sdek-subsidie, bedoeld in; b. artikel 10 de exploitatiekosten en -baten, bedoeld in; c. artikel 11 de maximale sdek-subsidie, bedoeld in; d. de andere exploitatiesteun. 2 artikelen 5, eerste lid 6, eerste lid 8, zevende en achtste lid 11 Voor het berekenen van de netto contante waarde, bedoeld in de,,, en, wordt uitgegaan van de netto contante waarde op de datum gelegen in het midden van de periode vanaf de datum van de start van de bouw van de productie-installatie tot aan de datum van ingebruikname van de productie-installatie, uitgaande van een bouwtijd van één jaar. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 13 — Artikel 13 (begintoets)#
Artikel 13 (begintoets) 1 De minister voert één jaar na ingebruikname van de productie-installatie waar de sdek-subsidie betrekking op heeft, een toets passende stimulering of cumulatietoets uit. 2 Indien uit de toets passende stimulering blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar. 3 Indien uit de cumulatietoets blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie ter compensatie van de overstimulering met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar. 4 De minister kan in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de sdek-subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is. 5 Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 14 — Artikel 14 (aanvragen van voor 24 november 2020)#
Artikel 14 (aanvragen van voor 24 november 2020) artikel 13, eerste lid Indien de sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020 en uit de cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. artikel 13,derde lid, onderdeel a verlaagt de minister in afwijking van, de maximale subsidiabele productie in MWh met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en b. artikel 13, derde lid, onderdeel b past de minister in afwijking van, de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door de maximale subsidiabele productie in MWh te verlagen. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 15 — Artikel 15 (hertoets)#
Artikel 15 (hertoets) 1 Indien tijdens de periode van de sdek-subsidie sprake is van wijzigingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die kunnen leiden tot significante wijzigingen in de uitkomst van de toets passende stimulering of de cumulatietoets, voert de minister ambtshalve die toets uit tijdens de periode van de sdek-subsidie. 2 artikel 13, tweede of derde lid artikel 14 De minister voert op verzoek van de subsidieontvanger een toets passende stimulering of cumulatietoets uit tijdens de periode van de sdek-subsidie, indien de sdek-subsidie is verlaagd op grond van, of. 3 Een subsidieontvanger kan een verzoek als bedoeld in het tweede lid ten hoogste drie keer indienen, tot uiterlijk het moment waarop de beschikking tot subsidievaststelling is gegeven. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 16 — Artikel 16 (gevolgen hertoets)#
Artikel 16 (gevolgen hertoets) 1 artikel 15, eerste of tweede lid Indien uit de toets passende stimulering, bedoeld in, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar. 2 artikel 15, eerste of tweede lid Indien uit de cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar. 3 artikel 15, eerste of tweede lid Indien uit de toets passende stimulering of cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat sprake is van minder overstimulering dan uit de voorgaande toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt: a. verhoogt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie; en b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar te verhogen. 4 Bij een verhoging als bedoeld in het derde lid bedraagt de maximale sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen niet meer dan opgenomen in de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie zoals die oorspronkelijk luidde. 5 De minister kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is. 6 artikel 15, eerste of tweede lid Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 17 — Artikel 17 (aanvragen van voor 24 november 2020)#
Artikel 17 (aanvragen van voor 24 november 2020) 1 artikel 15, eerste of tweede lid Indien sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020 en uit de cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt: a. artikel 16, tweede lid, onderdeel a verlaagt de minister in afwijking van, de maximale subsidiabele productie in MWh met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en b. artikel 16, tweede lid, onderdeel b past de minister in afwijking van, de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door de maximale subsidiabele productie in MWh te verlagen. 2 artikel 15, eerste of tweede lid Indien sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020 en uit de cumulatietoets, bedoeld in, blijkt dat sprake is van minder overstimulering dan uit de voorgaande cumulatietoets blijkt: a. artikel 16, derde lid, onderdeel a verhoogt de minister in afwijking van, de maximale subsidiabele productie in MWh; en b. artikel 16, derde lid, onderdeel b past de minister in afwijking van, de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie hierop overeenkomstig aan door de maximale subsidiabele productie in MWh te verhogen. 3 artikel 16, vierde lid In afwijking van, bedraagt bij een verhoging als bedoeld in het tweede lid de maximale subsidiabele productie in MWh niet meer dan opgenomen in de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie zoals die oorspronkelijk luidde. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 18 — Artikel 18 (eindtoets)#
Artikel 18 (eindtoets) 1 De minister voert een toets passende stimulering of cumulatietoets uit voordat hij overgaat tot vaststelling van de sdek-subsidie, indien sprake is van wijzigingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die kunnen leiden tot significante wijzigingen in de uitkomst van die toets. 2 Indien geen sprake is van wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, gebruikt de minister de uitkomst van de laatst uitgevoerde toets passende stimulering of cumulatietoets bij de vaststelling van de sdek-subsidie. 3 Indien uit de toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt dat sprake is van overstimulering van € 10.000 of meer, wordt dit verschil verrekend bij de subsidievaststelling. 4 Indien uit de toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt dat sprake is van minder overstimulering dan uit de voorgaande toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt, wordt dit verschil verrekend bij de subsidievaststelling. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 19 — Artikel 19 (intrekking eerdere Beleidsregels)#
Artikel 19 (intrekking eerdere Beleidsregels) Beleidsregels cumulatietoets steun in het kader van het Besluit stimulering duurzame energieproductie Deworden ingetrokken. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 20 — Artikel 20 (inwerkingtreding)#
Artikel 20 (inwerkingtreding) Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022
Artikel 21 — Artikel 21 (citeertitel)#
Artikel 21 (citeertitel) Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie. 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 2022 17825 11-07-2022 28-06-2022 WJZ/21315315 12-07-2022