Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2022, nr. WJZ/ 22259319, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsinterventies en sectorale interventies in het kader van Verordening (EU) 2021/2115 (Beleidsregel verlagen subsidie GLB)
- BWB-id
- BWBR0047683
- Type
- Beleidsregel
- Ministerie
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0047683
- ELI
- /eli/nl/beleidsregel/2023/beleidsregel-verlagen-subsidie-glb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/beleidsregel/2023/beleidsregel-verlagen-subsidie-glb/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0047683&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0047683&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0047683/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/beleidsregel/2023/beleidsregel-verlagen-subsidie-glb
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: – administratieve sanctie: het verlagen, wijzigen of intrekken van de subsidie naar aanleiding van een niet-naleving; – agrarisch collectief: vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016; – ANLb: agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van paragraaf 3 van de SVNL 2016; – baselinevoorwaarden: verordening (EU) 2021/2115 bijlage 3 eisen, normen, voorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 70, derde lid, van, zoals opgenomen invan de onderhavige beleidsregel; – bedrijfsperceel: oppervlakte die een deelnemer als behorende tot zijn bedrijf heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de door of namens de minister aangegeven wijze; – beschikte hectareprijs: het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016; – betaalverzoek: verantwoording als bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de SVNL 2016; – bevoegd gezag: afhankelijk van de betreffende subsidieregeling de minister of Gedeputeerde Staten van de onderscheiden provincies; – conditionaliteiten: bijlagen 3 4 4a van de uitvoeringsregeling beheerseisen en GLMC-normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal en de sociale conditionaliteiten zoals opgenomen in de,en; – controle: uitoefening door ambtenaren van het bevoegd gezag of een controle instantie met de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving; – deelnemer: lid van een vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016; – jaarbetaling: de naar aanleiding van een betaalverzoek jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016; – maximale vergoeding: maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van een beheeractiviteit in het kader van het ANLb; – minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; – Nationaal Strategisch Plan GLB: verordening (EU) 2021/2115 het Nederlandse Nationaal Strategisch Plan, zijnde een strategisch GLB-plan als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van; – niet-naleving: verordening (EU) 2021/2116 overtreding van de subsidievoorwaarden of subsidieverplichtingen, inclusief een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van; – plattelandsinterventie: verordening (EU) 2021/2115 interventie als bedoeld in artikel 69 van; – REES 2021: Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 ; – referentieperceel: verordening (EU) nr. 2022/1172 oppervlakte als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van; – sectorale interventie: verordening (EU) 2021/2115 interventie als bedoeld in artikel 42 van; – SVNL 2016: Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies; – uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling GLB 2023 ; – verordening (EU) nr. 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking vanvan de Raad (PbEU 2013, L347); – verordening (EU) 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking vanen(PbEU 2021, L 435); – verordening (EU) 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van(PbEU 2021, L 435); – verordening (EU) 2022/126: verordening (EU) 2022/126 Verordening (EU) 2021/2115 Gedelegeerdevan de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023–2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20); – verordening (EU) 2022/128: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 Verordening (EU) 2021/2116 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voorvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L 20); – verordening (EU) 2022/1172: verordening (EU) 2022/1172 Verordening (EU) 2021/2116 Gedelegeerdevan de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L 183). 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Toepassingsbereik#
Artikel 1.2 Toepassingsbereik Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies voor plattelandsinterventies en sectorale interventies verstrekt op grond van: a. paragraaf 3 van de SVNL 2016; b. verordening (EU) 2021/2115 overige provinciale subsidieregelingen ter uitvoering van; c. hoofdstuk 5 van de REES 2021 . 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Doel#
Artikel 1.3 Doel 1 verordening (EU) 2021/2116 Ter uitvoering van artikel 59, eerste lid, onderdeel d, vanworden administratieve sancties vastgesteld om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie te waarborgen. 2 afdelingen 4.2.5 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht verordening (EU) 2021/2116 Het bevoegd gezag kan besluiten, op basis van de in deengenoemde bevoegdheden en met inachtneming van bij of krachtensgestelde regels, ten aanzien van de in deze beleidsregel genoemde situaties van niet-nalevingen tot het opleggen van een administratieve sanctie. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden#
Artikel 1.4 Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden 1 De subsidieontvanger die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden doet hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij het bevoegd gezag op de door of namens het bevoegd gezag aangegeven wijze. 2 verordening (EU) 2021/2116 Het bevoegd gezag legt in elk geval geen administratieve sanctie op in de gevallen genoemd in artikel 59, vijfde lid, tweede alinea, onderdelen a, b en c, en artikel 84, tweede lid, onderdeel c, van. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 1.5 — Artikel 1.5 Kennelijke fout#
Artikel 1.5 Kennelijke fout 1 verordening (EU) 2021/2116 In aanvulling op artikel 59, zesde lid,kunnen de aanvraag en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout. 2 Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien: a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de subsidieontvanger verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing; b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de subsidieaanvraag of de bewijsstukken; en c. de subsidieontvanger te goeder trouw heeft gehandeld. 3 artikel 1.3, tweede lid Het bevoegd gezag geeft geen toepassing aan, indien de niet-naleving het gevolg is van een kennelijke fout. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 1.6 — Artikel 1.6 Omzeilingsclausule#
Artikel 1.6 Omzeilingsclausule verordening (EU) 2021/2116 Het bevoegd gezag kan ter uitvoering van artikel 62 vaneen subsidie intrekken of wijzigen indien vast is komen te staan dat de subsidieontvanger kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voor de subsidie in aanmerking te komen. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 1.7 — Artikel 1.7 Terugvordering#
Artikel 1.7 Terugvordering 1 verordening (EU) 2022/128 Het bevoegd gezag geeft toepassing aan de artikelen 30 en 31 van. 2 Indien sprake is van een onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd. Het bevoegd gezag zet een invordering niet voort, indien: a. het van de subsidieontvanger in een kalenderjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro; of b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de niet-naleving. 3 artikel 1.5 van de REES 2021 verordening (EU) 2022/128 afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van, wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstigindien de subsidieontvanger het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Maximale verlagingen#
Artikel 2.1 Maximale verlagingen 1 De administratieve sancties die op grond van dit hoofdstuk toegepast worden, kunnen niet meer dan 100% van de totale subsidie of de jaarbetaling bedragen. 2 Artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a artikel 2.11 , is niet van toepassing indien de onverschuldigde betaling mede samenhangt met een niet-naleving van de conditionaliteiten als bedoeld inen het totaalbedrag van de onverschuldigde betaling hierdoor hoger is dan 100 euro. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Berekening jaarbetaling#
Artikel 2.2 Berekening jaarbetaling 1 Het bevoegd gezag berekent aan de hand van het betaalverzoek en de uitgevoerde controles de jaarbetaling overeenkomstig dit artikel. 2 Het bevoegd gezag maakt twee berekeningen, waarbij: a. de eerste berekening is gebaseerd op het subsidiabel areaal landbouwgrond en landschapselementen, vermenigvuldigd met de beschikte hectareprijs; b. de tweede berekening is gebaseerd op de omvang van de subsidiabele beheeractiviteiten, vermenigvuldigd met de maximale vergoeding. 3 Op de in het tweede lid bedoelde berekeningen brengt het bevoegd gezag het totaalbedrag van administratieve sancties in mindering die op grond van de toepasselijke EU-verordeningen en het onderhavige hoofdstuk toegepast zouden moeten worden. 4 Het bevoegd gezag betaalt, na toepassing van het tweede en derde lid, het laagste van de twee bedragen als jaarbetaling uit, met dien verstande dat het bedrag in het betaalverzoek wordt uitbetaald indien dit lager is dan het in het onderhavige lid bedoelde bedrag. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Verlagingen in verband met beheer en herstelmogelijkheid#
Artikel 2.3 Verlagingen in verband met beheer en herstelmogelijkheid 1 bijlage 1 Indien een agrarisch collectief een beheeractiviteit waartoe zij zich heeft verbonden niet of niet juist uitvoert, legt het bevoegd gezag voor die beheeractiviteit een administratieve sanctie op overeenkomstig. 2 Indien een niet-naleving als bedoeld in het eerste lid wordt geconstateerd, wordt de toekenning en uitbetaling van de subsidie of jaarbetaling geschorst en het agrarisch collectief verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal drie maanden, tenzij: a. sprake is van opzet; b. herstel niet meer mogelijk is. 3 Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de hersteltermijn, bedoeld in het tweede lid, reëel is. 4 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een administratieve sanctie bepaald en worden deze administratieve sancties gecumuleerd. 5 De administratieve sanctie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De administratieve sanctie wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit#
Artikel 2.4 Minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit 1 Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op een bepaald minimumpercentage van het leefgebied uitgevoerd moet worden en het agrarisch collectief hieraan niet voldoet, dan wordt de subsidiabele omvang van dat leefgebied voor het betreffende kalenderjaar door het bevoegd gezag zodanig verlaagd dat de oppervlakte waarop de betreffende beheeractiviteit is uitgevoerd gelijk is aan het vereiste minimumpercentage van het leefgebied. 2 bijlage 2 Voor de berekening of de beheeractiviteit op het vereiste minimumpercentage is uitgevoerd tellen beheeractiviteiten waarvan de wijziging of melding is gedaan na de in de derde kolom vangestelde termijn niet mee. 3 Na de toepassing van het eerste en tweede lid wordt door het bevoegd gezag voor de betreffende beheeractiviteit een administratieve sanctie opgelegd die wordt berekend door het aantal hectares van het leefgebied dat niet langer subsidiabel is te vermenigvuldigen met: a. de maximale vergoeding voor die beheeractiviteit, of, b. indien de betreffende beheeractiviteit meerdere minimum- of maximumpercentages kent en binnen een dergelijke groep verschillende maximale vergoedingen zijn vastgesteld, het bedrag als bedoeld in bijlage 4, onderdeel b, van de SVNL2016. 4 Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op niet meer dan een bepaald maximumpercentage van het leefgebied uitgevoerd mag worden en het agrarisch collectief dit maximumpercentage overschrijdt, dan is de betreffende beheeractiviteit niet subsidiabel voor zover die boven dat maximumpercentage is uitgevoerd. 5 Indien een beheeractiviteit meerdere minimum- of maximumpercentages kent, dan worden voor de toepassing van het eerste en vierde lid slechts die oppervlaktes bij elkaar geteld waarvoor hetzelfde minimum- én maximumpercentage geldt. 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 20-12-2023
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Verlagingen bij onderrealisatie leefgebied#
Artikel 2.5 Verlagingen bij onderrealisatie leefgebied 1 Indien een agrarisch collectief ten aanzien van één of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, dan wordt de jaarbetaling voor het betreffende leefgebied en kalenderjaar door het bevoegde gezag: a. verlaagd met het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de geconstateerde oppervlakte en het minimum aantal te realiseren hectares te vermenigvuldigen met de beschikte hectareprijs, wanneer de afwijking kleiner dan of gelijk is aan 5%; b. verlaagd met twee keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 5% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 25%; c. verlaagd met drie keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 25% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 50%; d. niet verstrekt wanneer de afwijking meer dan 50% bedraagt. 2 De afwijking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, wordt berekend door de som van de te realiseren minimum aantal hectares van elk leefgebied zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening te vergelijken met de som van het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares van elk leefgebied, waarbij voor deze berekening het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares per leefgebied niet groter kan zijn dan het maximum aantal hectares dat is opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende leefgebied. 3 Indien de verlaging die op grond van dit artikel opgelegd moet worden groter is dan de jaarvergoeding voor het betreffende leefgebied, dan: a. verordening (EU) 2022/128 verrekent het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag overeenkomstig artikel 31 vanof, indien dit niet mogelijk is; b. artikel 1.7 vordert het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag terug overeenkomstig. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Intekenen buiten bedrijfsperceel#
Artikel 2.6 Intekenen buiten bedrijfsperceel Indien een agrarisch collectief in het betaalverzoek oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, verstrekt het bevoegd gezag voor die oppervlaktes geen subsidie. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Verhinderen controle of monitoringswerkzaamheden#
Artikel 2.7 Verhinderen controle of monitoringswerkzaamheden 1 De jaarbetaling wordt door het bevoegd gezag geweigerd indien het agrarisch collectief verhindert dat door of namens het bevoegd gezag een controle ter plaatse wordt uitgevoerd. 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien een deelnemer de uitvoering van de controle ter plaatse verhindert, door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt voor de hectares waarmee die deelnemer in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer. 3 artikel 1.7 Indien het agrarisch collectief of een deelnemer verhindert dat door of namens het bevoegd gezag monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd, wordt de jaarbetaling voor de beheeractiviteiten die zijn uitgevoerd op de oppervlakte waarop de monitoringswerkzaamheden betrekking hadden door het bevoegd gezag geweigerd of, indien de jaarbetaling voor die beheeractiviteiten reeds is uitbetaald, teruggevorderd overeenkomstig. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Niet-naleving administratieve verplichtingen#
Artikel 2.8 Niet-naleving administratieve verplichtingen 1 Indien een agrarisch collectief niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en g, van de SVNL 2016, wordt de jaarbetaling door het bevoegd gezag verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de betreffende subsidieverplichting. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de jaarbetaling door het bevoegd gezag geweigerd indien een agrarisch collectief de in artikel 3.11, onderdelen b en g, van de SVNL 2016 genoemde termijnen met meer dan 25 werkdagen overschrijdt. 3 bijlage 2 Indien een agrarisch collectief een opgave, wijziging of melding doet na het verstrijken van de daarvoor in de derde kolom vangestelde termijn, wordt de jaarbetaling voor de betreffende beheeractiviteit door het bevoegd gezag verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de betreffende termijn. 4 bijlage 2 In afwijking van het derde lid wordt de jaarbetaling voor de betreffende beheeractiviteit door het bevoegd gezag geweigerd indien een agrarisch collectief een opgave, wijziging of melding doet na het verstrijken van de daarvoor in de vierde kolom vangestelde termijn. 5 Indien uit het betaalverzoek blijkt dat een agrarisch collectief niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel m, van de SVNL 2016, dan wordt door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt voor de beheeractiviteit waarvan het leefgebied en de beheerfunctie niet overeenkomt met het leefgebied en de beheerfunctie van de als eerste opgegeven beheeractiviteit. 6 Indien uit het betaalverzoek blijkt dat een agrarisch collectief niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel n, van de SVNL 2016, dan wordt door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt voor de beheeractiviteiten die op de betreffende oppervlakte zijn uitgevoerd, tenzij de overdracht van het recht tot gebruik van de betreffende oppervlakte plaatsvindt op of na 1 oktober. 7 Indien een deelnemer niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.11a van de SVNL 2016, dan wordt door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt voor de beheeractiviteiten die door de betreffende deelnemer op de betreffende oppervlakte zijn uitgevoerd, tenzij de overdracht van het recht tot gebruik van de betreffende oppervlakte plaatsvindt na 1 september. 8 Indien een agrarisch collectief een activiteit wijzigt nadat het voornemen om een controle ter plaatse te verrichten kenbaar is gemaakt waarbij vervolgens een niet-naleving wordt geconstateerd, of nadat zij kennis krijgt dat bij een niet-aangekondigde controle ter plaatse een niet-naleving is geconstateerd, wordt de jaarbetaling voor die gewijzigde activiteit door het bevoegd gezag geweigerd. 9 Indien een agrarisch collectief of een deelnemer binnen de daartoe gestelde termijn niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.11b van de SVNL 2016, wordt de jaarbetaling voor de betreffende activiteit door het bevoegd gezag geweigerd. 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 2.8a — Artikel 2.8a Subsidiabiliteit activiteiten 6, 16, 23, 26 en 30 van de SVNL2016#
Artikel 2.8a Subsidiabiliteit activiteiten 6, 16, 23, 26 en 30 van de SVNL2016 1 artikel 2.8, derde en vierde lid bijlage 2 In afwijking van, zijn de activiteiten 6, 16, 23, 26 of 30, bedoeld in, indien deze worden uitgevoerd na 17 november, voor het betreffende kalenderjaar alleen subsidiabel indien: a. de activiteiten uiterlijk 15 december zijn uitgevoerd, en; b. bijlage 2 in afwijking van hetgeen in de derde en vierde kolom vanten aanzien van de hierboven genoemde activiteiten is bepaald, de melding door het agrarisch collectief is gedaan binnen de termijn die voortvloeit uit de toepassing van het tweede en derde lid van dit artikel. 2 bijlage 2 De uiterste meldingstermijn, bedoeld in, derde kolom, wordt telkens met één kalenderdag verminderd voor elke kalenderdag dat de betreffende activiteit na 1 december wordt uitgevoerd. 3 bijlage 2 De uiterste meldingstermijn, bedoeld in, vierde kolom, wordt telkens met één kalenderdag verminderd voor elke kalenderdag dat de betreffende activiteit na 17 november wordt uitgevoerd. 4 Indien de betreffende activiteit wordt uitgevoerd tussen 18 november en 1 december, maar de melding van het uitvoeren daarvan door het agrarisch collectief wordt gedaan op of ná 2 december, wordt de jaarbetaling voor de betreffende activiteit door het bevoegd gezag verlaagd met 1% per werkdag dat de melding méér dan 14 kalenderdagen na de uitvoering daarvan is gedaan. 5 De jaarbetaling voor de betreffende beheeractiviteit wordt door het bevoegd gezag geweigerd indien de melding van het uitvoeren daarvan door het agrarisch collectief wordt gedaan ná 15 december. 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 20-12-2023
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Herhaalde niet-naleving#
Artikel 2.9 Herhaalde niet-naleving 1 artikel 2.4, eerste lid artikel 2.5, eerste lid artikel 2.8, eerste of derde lid In geval van een herhaalde niet-naleving van de in,, of, bedoelde subsidieverplichtingen, worden de in die artikelen genoemde administratieve sancties door het bevoegde gezag verhoogd met: a. 1% bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving; b. 5% bij een tweede of verdere herhaling van dezelfde niet-naleving. 2 artikel 2.3, eerste lid In geval van een herhaalde niet-naleving van de in, bedoelde subsidieverplichting, wordt de in dat artikel genoemde administratieve sanctie door het bevoegde gezag verhoogd met: a. 5% bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving; b. 10% bij een tweede of verdere herhaling van dezelfde niet-naleving. 3 Er is sprake van een herhaalde niet-naleving als bedoeld in het eerste lid wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden, doch niet eerder dan 2023. 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 2023 35452 19-12-2023 13-12-2023 WJZ/41204126 20-12-2023
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Niet-naleving van baselinevoorwaarden#
Artikel 2.10 Niet-naleving van baselinevoorwaarden 1 bijlage 3 Indien een deelnemer één of meerdere baselinevoorwaarden als bedoeld inniet naleeft, wordt voor de hectares waarop de niet-naleving heeft plaatsgevonden door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt. 2 artikel 2.12, tweede lid Het bevoegd gezag past de in het eerste lid bedoelde administratieve sanctie slechts toe voor zover de niet-naleving verband houdt met het beheer waarmee de deelnemer in het betreffende jaar deelneemt, tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in. 3 artikel 2.11 Indien de betreffende baselinevoorwaarde tevens een conditionaliteit is, laat de toepassing van het eerste en tweede lid de op het bevoegd gezag rustende verplichting onverlet om over de resterende hectares waarmee de deelnemer in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer een administratieve sanctie overeenkomstigtoe te passen. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Niet-naleving van de conditionaliteiten#
Artikel 2.11 Niet-naleving van de conditionaliteiten 1 Indien een deelnemer één of meerdere conditionaliteiten niet naleeft, wordt de jaarbetaling door het bevoegd gezag verlaagd. 2 verordening (EU) 2021/2116 verordening (EU) 2022/1172 De administratieve sanctie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de artikelen 84, eerste lid, 85 vanen hoofdstuk III van, met dien verstande dat het daaruit resulterende verlagingspercentage wordt toegepast op het bedrag dat voortvloeit uit de vermenigvuldiging van de beschikte hectareprijs en het aantal hectares waarmee de deelnemer in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer. 3 artikelen 32 33 35 van de uitvoeringsregeling De,enzijn van overeenkomstige toepassing. Waar in voornoemde artikelen gesproken wordt van ‘landbouwer’ en ‘de minister’ wordt voor de toepassing van het onderhavige artikel gelezen ‘deelnemer’ respectievelijk ‘het bevoegd gezag’. 4 verordening (EU) 2021/2116 Het bevoegd gezag geeft geen toepassing aan artikel 84, tweede lid, onderdeel b, en artikel 88, tweede lid, onderdeel a, van. 5 In afwijking van het eerste lid wordt de jaarvergoeding door het bevoegd gezag niet verlaagd indien het landbouwareaal dat op 15 mei van het betreffende kalenderjaar tot het bedrijf van de betreffende deelnemer behoort, niet groter is dan 10 hectare. 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 01-01-2026 15-05-2024
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Inzet ANLb-beheer als bufferstrook#
Artikel 2.12 Inzet ANLb-beheer als bufferstrook 1 artikel 32, onderdeel b bijlage 4, onder 4 en 4.a, van de uitvoeringsregeling Voor zover een deelnemer een oppervlakte waarmee hij in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer inzet als bufferstrook, bedoeld in, in samenhang met, wordt door het bevoegd gezag geen jaarbetaling verstrekt voor zover in die bufferstrook een beheeractiviteit wordt uitgevoerd die is gericht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen, dan wel het geheel of gedeeltelijk afzien daarvan. 2 artikel 2.10 Het in het kader van het beheer gebruiken van meststoffen of chemische gewasbeschermingsmiddelen in de in het eerste lid bedoelde bufferstrook is een niet-naleving als bedoeld in. 3 In afwijking van het tweede lid is geen sprake van een niet-naleving als in de bufferstrook chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt voor de bestrijding van: a. knolcyperus en invasieve exoten waarvoor een bestrijdingsverplichting geldt en door het bevoegde gezag een gewasaanzegging is gedaan of een teeltverbod is opgelegd, met inachtneming van de nationale regelgeving met betrekking tot de teeltvrije zone; b. wilde haver waarvoor een bestrijdingsverplichting geldt, mits er een melding is gedaan bij het daartoe bevoegde gezag en bij de controle aantoonbaar kan worden gemaakt dat er sprake was van wilde haver op het perceel, met inachtneming van de nationale regelgeving met betrekking tot de teeltvrije zone. 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Intrekken certificaat#
Artikel 2.13 Intrekken certificaat De beschikking tot subsidieverlening wordt met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van -het subsidietijdvak ingetrokken indien het in artikel 3.11, onderdeel h, van de SVNL 2016 bedoelde certificaat van het agrarisch collectief ingetrokken wordt. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Toepassingsbereik#
Artikel 3.1 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op plattelandsinterventies, met uitzondering van agrarisch natuur- en landschapsbeheer, en op sectorale interventies. 2 paragraaf 2 hoofdstuk 5, titel 5.2 5.3, van de REES 2021 In aanvulling op het eerste lid isvan dit hoofdstuk van toepassing op subsidies die worden verstrekt op grond vanen. 3 paragraaf 3 hoofdstuk 5, titel 5.5, van de REES 2021 Dit hoofdstuk is, met uitzondering van, niet van toepassing op subsidies verstrekt op grond van. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Subsidie verlagen#
Artikel 3.2 Subsidie verlagen 1 artikel 3.1 hoofdstuk 1 bijlage 4 Het bevoegd gezag besluit over het verlagen van de subsidies, bedoeld in, overeenkomstigen dit hoofdstuk en. 2 bijlage 4 De administratieve sanctie wordt bij de subsidievaststelling toegepast op het, overeenkomstig, tabel I, bepaalde verleende of vastgestelde, subsidiebedrag van de activiteit waarop de niet-naleving betrekking heeft. 3 In afwijking van het tweede lid geldt voor de sectorale interventies dat de administratieve sanctie bij de vaststelling van een activiteit of uitgavenpost wordt toegepast op het aangevraagde subsidiebedrag voor die activiteit of uitgavenpost. 4 In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag een hoger verlagingspercentage toepassen indien de ernst, omvang of het permanente karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven. 5 bijlage 4 Indien sprake is van een andere niet-naleving dan bedoeld in, wordt een administratieve sanctie toegepast waarbij voor het verlagingspercentage wordt aangesloten bij de verlagingspercentages zoals opgenomen in Bijlage 4, deel I. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Herstelmogelijkheden#
Artikel 3.3 Herstelmogelijkheden 1 artikel 3.2 Het bevoegd gezag geeft pas toepassing aannadat zij heeft geconstateerd dat een herstelmogelijkheid niet passend is. 2 Een herstelmogelijkheid is in ieder geval niet passend als de niet-naleving een permanent karakter heeft of indien niet alsnog aan de gestelde verplichtingen kan worden voldaan. 3 Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de hersteltermijn reëel is. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Herhaalde niet-naleving#
Artikel 3.4 Herhaalde niet-naleving 1 bijlage 4 In geval van een herhaalde niet-naleving verhoogt het bevoegd gezag de in, tabel I, genoemde percentages met: a. 1 procentpunt bij de eerste herhaling van dezelfde niet-naleving; b. 5 procentpunten bij de tweede of frequentere herhaling van dezelfde niet-naleving. 2 Er is sprake is van een herhaalde niet-naleving als de niet-naleving binnen een subsidieverlening al eerder is geconstateerd ten aanzien van dezelfde begunstigde. 3 In afwijking van het tweede lid wordt voor de sectorale interventie groenten en fruit bekeken of de niet-naleving binnen één operationeel programma wordt herhaald. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Stapeling niet-nalevingen#
Artikel 3.5 Stapeling niet-nalevingen 1 In geval van stapelingen van niet-nalevingen past het bevoegd gezag verlagingen toe in de volgorde van de hoogte van de op te leggen verlagingen, van hoog naar laag. Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. 2 Bij meerdere aanbestedingsfouten in één en dezelfde opdracht is slechts de hoogste van de van toepassing zijnde verlagingen van toepassing. 3 Het verlagingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidieverlening. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Aanbesteding#
Artikel 3.6 Aanbesteding 1 Het bevoegd gezag past alleen een verlaging toe voor het niet naleven van de aanbestedingsregels als: a. Aanbestedingswet 2012 de subsidieontvanger aanbestedingsplichtig is op grond van de; b. Aanbestedingswet 2012 de subsidieontvanger deniet of niet geheel naleeft; en c. bijlage 4 sprake is van een overtreding genoemd in, tabel II. 2 Het bevoegd gezag past geen verlaging toe voor het niet naleven van de aanbestedingsregels als de niet-naleving slechts van formele aard is, zonder mogelijke financiële gevolgen. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Controle verhinderen#
Artikel 3.7 Controle verhinderen artikel 1.4 Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Algemeen niet-naleving#
Artikel 3.8 Algemeen niet-naleving 1 verordening (EU) 2021/2115 Wanneer aan het einde van het meerjarige operationeel programma niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 50, derde lid en zevende lid, onderdelen a, b en c van, wordt de totale steunbetaling voor het laatste jaar van het operationeel programma verlaagd naar evenredigheid van de bedragen aan verleende uitgaven over het meerjarige operationeel programma die niet aan de betreffende doelstellingen zijn besteed en wordt het kortingsbedrag met 2% verhoogd voor elk jaar van het meerjarige operationeel programma vanaf uitvoeringsjaar 2025 waarin niet aan de voorwaarden is voldaan. 2 verordening 2021/2115 Indien over de volledige looptijd van een operationeel programma het maximum voor de uitgaven voor interventies, bedoeld in artikel 50, zevende lid, onderdeel d, van, wordt overschreden, wordt de subsidie verlaagd tot het bedrag dat overeenkomt met dat percentage. 3 artikel 3.7 Indien in aanvulling op, een producentenorganisatie, inclusief haar leden of relevante vertegenwoordigers, de uitvoering van een controle verhindert in het kader van een verzoek tot erkenning of controle op de erkenningsvoorwaarden, wordt de goedkeuring van een operationeel programma of een vaststellingsaanvraag afgewezen. 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 2025 41812 12-12-2025 11-12-2025 WJZ/101117858 01-01-2026
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Uit de markt nemen#
Artikel 3.9 Uit de markt nemen 1 artikel 5.3.174 van de REES 2021 Indien bij de inbedoelde controle blijkt dat producten niet voldoen aan de kwaliteitseisen of niet overeenkomen met de hoeveelheden die in de artikel 5.3.174 van de REES 2021 bedoelde melding zijn opgenomen, dan wordt slechts toestemming tot het uit de markt nemen van producten verleend, voor dat deel van de melding dat overeenkomt met de geconstateerde hoeveelheden of de hoeveelheden die voldoen aan de kwaliteitseisen. 2 artikel 5.3.177 van de REES 2021 Indien blijkt dat de uit de markt genomen producten zijn weggewerkt in strijd metof indien het uit de markt nemen negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen heeft gehad, wordt de subsidie verlaagd tot het bedrag waarvoor de producten wel zijn weggewerkt in overeenstemming met artikel 5.3.177 van de REES 2021 of zonder negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen. 3 Indien blijkt dat ontvangers van uit de markt genomen producten niet voldoen aan de aan hen gestelde eisen, worden zij: a. uitgesloten van het recht op ontvangst van de producten die uit de markt zijn genomen; en b. verplicht de waarde van door hen ontvangen producten plus de betrokken sorteer-, verpakkings- en vervoerskosten aan de minister te betalen; 4 De in derde lid, onderdeel a, bedoelde uitsluiting wordt onmiddellijk van kracht en duurt ten minste één jaar met de mogelijkheid van verlenging. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Niet oogsten#
Artikel 3.10 Niet oogsten 1 artikel 5.3.182 van de REES 2021 verordening (EU) 2022/126 Indien bij de inbedoelde controle blijkt dat producten niet voldoen aan de in artikel 17 vangestelde eisen of het areaal niet overeenkomt met het areaal dat is opgegeven in de artikel 5.3.182 van de REES 2021 bedoelde melding, dan wordt slechts toestemming tot het niet oogsten gegeven voor dat areaal dat voldoet aan de gestelde eisen of dat overeenkomt met het geconstateerde areaal. 2 artikel 5.3.184 van de REES 2021 Indien blijkt dat de niet geoogste producten zijn weggewerkt in strijd metof indien het niet oogsten negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen heeft gehad, wordt de subsidie verlaagd tot het bedrag waarvoor de producten wel zijn weggewerkt in overeenstemming met artikel 5.3.184 van de REES 2021 of zonder negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Groen oogsten#
Artikel 3.11 Groen oogsten 1 artikel 5.3.182 van de REES 2021 verordening (EU) 2022/126 Indien bij de inbedoelde controle blijkt dat producten niet voldoen aan de in artikel 17 vangestelde eisen of het areaal niet overeenkomt met het areaal dat is opgegeven in de artikel 5.3.182 van de REES 2021 bedoelde melding, dan wordt slechts toestemming tot het groen oogsten gegeven voor dat areaal dat voldoet aan de gestelde eisen of dat overeenkomt met het geconstateerde areaal. 2 artikel 5.3.184 van de REES 2021 Indien blijkt dat de groen geoogste producten zijn weggewerkt in strijd metof indien het groen oogsten negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen heeft gehad, wordt de subsidie verlaagd tot het bedrag waarvoor de producten wel zijn weggewerkt in overeenstemming met artikel 5.3.184 van de REES 2021 of zonder negatieve ecologische of fytosanitaire gevolgen. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Inspanning producentenorganisatie#
Artikel 3.12 Inspanning producentenorganisatie Indien een producentenorganisatie, na daartoe een dwingende aanwijzing te hebben ontvangen, naar het oordeel van de minister onvoldoende inspanningen heeft verricht om de projecten op zodanige wijze uit te voeren, dat alles in het werk is gesteld om de verwachte meetbare resultaten te behalen, dan wordt het vast te stellen subsidiebedrag verlaagd met het bedrag dat is gerelateerd aan de betreffende sectorale doelstelling van het betreffende project. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Stoppen operationeel programma en beëindiging erkenning#
Artikel 3.13 Stoppen operationeel programma en beëindiging erkenning 1 Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma, ook in het geval van al dan niet vrijwillige intrekking van de erkenning, vóór het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, worden geen verdere betalingen aan die organisatie of unie gedaan voor acties die na de datum van stopzetting worden uitgevoerd. 2 De steun die vóór de stopzetting van het operationele programma is ontvangen voor subsidiabele acties, wordt teruggevorderd, indien: a. de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties niet aan de erkenningscriteria heeft voldaan; b. artikel 5.2.45 van de REES 2021 de inbedoelde meetbare resultaten, zoals vastgelegd in het operationele programma, niet zijn verwezenlijkt op het moment van stopzetting; of c. Verordening (EU) 2022/126 artikel 5.2.63 van de REES 2021 de investeringen die met bijstand uit het actiefonds zijn gefinancierd, niet in het bezit blijven van en gebruikt worden door de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of haar dochternemingen die aan het vereiste van 90% als bedoeld in artikel 31, zevende lid, vanvoldoen of haar leden tot ten minste het einde van de inbedoelde periode. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 3.13a — Artikel 3.13a Redelijke werkelijke kosten#
Artikel 3.13a Redelijke werkelijke kosten artikel 5.2.45, derde lid, van de REES 2021 verordening (EU) 2022/126 Indien de producentenorganisatie de begroting, bedoeld in, niet baseert op de redelijke werkelijke kosten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van, wordt de hoogte van de steunbetaling verlaagd tot de redelijke werkelijke kosten. Indien dit niet mogelijk blijkt, worden de desbetreffende kosten geheel in mindering gebracht op de steunbetaling. 2024 32185 07-10-2024 03-10-2024 WJZ/87092035 2024 32185 07-10-2024 03-10-2024 WJZ/87092035 08-10-2024
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Voorschriften inzake brede weersverzekering#
Artikel 3.14 Voorschriften inzake brede weersverzekering hoofdstuk 5, titel 5.5, van de REES 2021 Voor subsidies die worden verstrekt op grond vangeldt dat: a. indien de verstrekte subsidie lager is dan de aangevraagde subsidie als gevolg van een bij besluit van de minister vastgestelde verlaging van de subsidie, de landbouwer de met dit verschil overeenkomende premie dient te voldoen aan de verzekeraar vóór 1 juli volgend op het jaar van de aanvraag; b. indien de landbouwer niet of niet geheel het in onderdeel a bedoelde bedrag tijdig heeft betaald, de subsidie evenredig percentueel wordt verlaagd met het verschil tussen het bedrag dat tijdig is betaald en het bedrag dat had moeten zijn betaald; c. indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Intrekking en overgangsrecht#
Artikel 4.1 Intrekking en overgangsrecht Beleidsregel verlagen subsidie POP verordening (EU) nr. 1305/2013 Dewordt ingetrokken maar blijft van toepassing ten aanzien van subsidieverleningen voor plattelandsontwikkeling in het kader van. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Citeertitel#
Artikel 4.2 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie GLB. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Inwerkingtreding#
Artikel 4.3 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang 1 januari 2023. 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 2022 34286 21-12-2022 19-12-2022 WJZ/22259319 01-01-2023
Artikel 2.3#
artikel 2.3, eerste lid
Artikel 2.4#
artikelen 2.4, tweede lid
Artikel 2.8#
2.8, derde en vierde lid
Artikel 2.8a#
artikel 2.8a
Artikel 2.10#
artikel 2.10
Artikel 3.2#
artikelen 3.2, eerste lid
Artikel 3.6#
3.6, eerste lid, onderdeel c