Circulaire ter bekendmaking van de wijze van verkrijging van een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds ten behoeve van projecten van gemeenten tot opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor (Circulaire spoorse doorsnijdingen 2tranche)
- BWB-id
- BWBR0024770
- Type
- Circulaire
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2008-11-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024770
- ELI
- /eli/nl/circulaire/2008/circulaire-spoorse-doorsnijdingen-2e-tranche
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/circulaire/2008/circulaire-spoorse-doorsnijdingen-2e-tranche/2008-11-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024770&g=2008-11-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024770&z=2026-06-06&g=2008-11-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024770/2008-11-28
Absolute ELI: /eli/nl/circulaire/2008/circulaire-spoorse-doorsnijdingen-2e-tranche
Artikel 1 — Artikel 1 Begripomschrijvingen#
Artikel 1 Begripomschrijvingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport; c. project: project als bedoeld in artikel 2; d. spoor: Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen hoofdspoorwegen als aangewezen in heten de in onbruik geraakte spoorwegen; e. plan: beschrijving van de werkzaamheden die ertoe leiden dat een project gerealiseerd wordt; f. decentralisatie-uitkering: artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet decentralisatie-uitkering als bedoeld in, waarbij het in deze circulaire steeds gaat om de decentralisatie-uitkering spoorse doorsnijdingen.
Artikel 2 — Artikel 2 Doel#
Artikel 2 Doel Een gemeente die doorsneden wordt door spoor, kan voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komen voor de uitvoering van een project gericht op opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor met betrekking tot stedelijke bereikbaarheid en op: a. een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, b. een verbetering van de veiligheid, of c. een positief effect op het spoorgebruik.
Artikel 3 — Artikel 3 Hoogte van de decentralisatie-uitkering#
Artikel 3 Hoogte van de decentralisatie-uitkering 1 Het totale beschikbare bedrag voor de decentralisatie-uitkeringen met toepassing van deze bijlage bedraagt € 141 miljoen. 2 Een decentralisatie-uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de kosten die voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komen van een project en bedraagt niet meer dan € 15 miljoen per project. 3 Tot de kosten die voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komen, bedoeld in het tweede lid, behoren de kosten van: a. studies voor zover die door de minister aanvaardbaar worden geacht; b. verwerving van een onroerende zaak voor zover die door de minister aanvaardbaar wordt geacht; c. vergunningen en leges voor zover door de minister aanvaardbaar geacht; d. bouwrente; deze is gelijk aan de rente van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; het bedrag en de termijn waarover de bouwrente vergoed wordt, behoeft de goedkeuring van de minister; e. materialen; f. werkzaamheden van aanleg, bouw, wijziging of inrichting van de betrokken infrastructuur; g. bijkomende voorzieningen nodig om de betrokken infrastructuur na voltooiing haar functie te kunnen laten vervullen; h. met het project samenhangende door de minister redelijk geachte schadevergoedingen aan derden; i. voorlichting over de uitvoering van het project als begeleiding gedurende de bouw; j. artikel 15, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 2, tiende lid, van de Wet op het BTW-compensatiefonds de omzetbelasting die niet op voet van, in aftrek kan worden gebracht en geen recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds, waarbij de toepassing van, buiten aanmerking blijft; k. de voorbereiding, administratie en toezicht voor zover gerelateerd aan het project; het percentage is afhankelijk van de hoogte van de bouwkosten: 1°. projecten met bouwsom van meer dan € 100 miljoen tot een maximum van 13,75%; 2°. projecten met bouwsom tussen de € 10 en € 100 miljoen tot een maximum van 17%; 3°. projecten met bouwsom kleiner dan € 10 miljoen tot een maximum van 24%. l. onvoorziene omstandigheden voor zover deze betrekking hebben op de kosten- veroorzakende factoren genoemd in de onderdelen a tot en met i, waarbij een maximum geldt van 10%. 4 Tot de kosten, bedoeld in het tweede lid, behoren niet: a. kosten van algemene bestuurlijke aard; b. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen; c. de kosten gemaakt in verband met het verkrijgen van een accountantsverklaring. 5 Indien voor de uitvoering van een project door het Rijk uit anderen hoofde bijdragen worden verleend, wordt de decentralisatie-uitkering met toepassing van deze bijlage zodanig verlaagd dat de totale bijdrage van het Rijk niet meer dan 50% van de totale kosten bedraagt. 6 Indien vast staat dat voor de uitvoering van een project in het kader van het MIRT een bijdrage zal worden verstrekt door de minister, wordt de decentralisatie-uitkering zodanig verlaagd dat de totale bijdrage niet meer bedraagt dan 25% van de kosten, bedoeld in het derde lid, met een maximum van € 15 miljoen.
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag#
Artikel 4 Aanvraag 1 bijlage 2 e De aanvraag voor een decentralisatie-uitkering wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier zoals opgenomen in, inclusief een begroting van het project opgebouwd volgens de Standaard Systematiek Kostenramingen, (SSK, CROW publicatie 137, 2druk), prijspeil 2008. 2 De aanvraag bevat tevens de wijze van financiering van de totale kosten van het project minus de gevraagde decentralisatie-uitkering, met de daarbij horende stukken. 3 De aanvraag wordt ingediend door het college van burgemeester en wethouders. 4 De aanvraag wordt schriftelijk en in tweevoud ingediend, met daarbij een elektronische kopie van de aanvraag en eventuele onderliggende stukken. 5 e e Vanaf 27 november 2008 kunnen aanvragen in een gesloten enveloppe, duidelijk voorzien van het opschrift ‘Aanvraag Spoorse doorsnijdingen, 2tranche’, worden ingediend bij de receptie van het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen, Kantoren Stichthage, Koningin Julianaplein 10 te Den Haag (13verdieping). Indiening kan van maandag tot en met vrijdag tussen 10.00 uur en 17.00 uur. Een aanvraag kan tevens per aangetekende post met bewijs van ontvangst worden toegezonden aan: Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. De heer mr. R.A. Gallas Postbus 11756 2502 AT Den Haag 6 Na indiening bij of ontvangst per post door Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn wordt de aanvraag geregistreerd door Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, waarbij op de daartoe opgestelde ontvangstbevestiging het tijdstip en datum van ontvangst, alsmede de naam van de indienende gemeente en de indienende persoon zullen worden vermeld. 7 Na indiening van de enveloppe bij de receptie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, op de wijze als hiervoor omschreven, ontvangt de indienende persoon een kopie van de ontvangstbevestiging. Indien een aanvraag per post wordt ingediend wordt geen ontvangstbevestiging afgegeven aan de indienende gemeente. 8 Door Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn wordt proces-verbaal opgemaakt, waarin zal worden opgenomen welke aanvragen op welke data en tijdstippen zijn ontvangen. 9 Een aanvraag die wordt ingediend voor 27 november 2008 of na 30 juni 2009 wordt niet geregistreerd en niet in behandeling genomen. Voorts zullen aanvragen die per email of per fax worden toegezonden niet in behandeling worden genomen.
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden Een gemeente komt niet voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking indien: a. de aanvraag niet voldoet aan deze circulaire; b. Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen voor het project al een uitkering is toegekend op basis van de; c. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager naast de decentralisatie-uitkering onvoldoende financiële middelen ter beschikking staan ter uitvoering van het project; d. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de voor de uitvoering van het project benodigde besluiten niet zullen worden verkregen; e. het project naar het oordeel van de minister strijdig is met het vigerende rijksbeleid; f. de uitvoeringswerkzaamheden voor het project al zijn gestart voordat deze circulaire is gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 6 — Artikel 6 Procedure#
Artikel 6 Procedure De aanvragen worden behandeld in volgorde van datum en tijdstip van indiening bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, op de wijze als hiervoor omschreven. artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Daarbij gaat het om aanvragen die voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensin de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de datum en het tijdstip waarop de aanvraag is aangevuld en vervolgens ten kantore van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn is ingediend, op de wijze als hiervoor omschreven, als datum en tijdstip van indiening en registratie van de aanvraag geldt.