Besluit van 18 september 1818, regelende de uitvoering der wet van den 21sten April 1810, nopens het beheer der Mijnen
- BWB-id
- BWBR0001824
- Type
- KB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1818-10-08 t/m 2002-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001824
- ELI
- /eli/nl/kb/1818/uitvoeringsbesluit-wet-nopens-het-beheer-der-mijnen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1818/uitvoeringsbesluit-wet-nopens-het-beheer-der-mijnen/1818-10-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001824&g=1818-10-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001824&z=2026-06-06&g=1818-10-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001824/1818-10-08
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1818/uitvoeringsbesluit-wet-nopens-het-beheer-der-mijnen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Aan Onzen Minister van den Waterstaat en der Publieke Werken blijven opgedragen de functien bij de voorschreven wet aan den Minister van Binnenlandsche Zaken toegekend. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De bemoeijenissen welke daarbij aan de Prefekten der departementen, aan de Raden en Secretarissen generaal van Prefekture, toegekend waren, worden bij deze respectivelijk overgebragt op de Gedeputeerde Staten der Provincien en op de Griffiers der Staten. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De functien van de ingenieurs der Mijnen worden opgedragen aan de ingenieurs van den Waterstaat en der publieke werken en aan de kommissarissen voor de mijnen, naar aanleiding der reglementen van hunnen dienst. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De latere oppositien tegen gevraagde vergunningen, bedoeld in art 28 § 2 der voorschreven wet, zullen bij eenvoudig rekest in den gewonen vorm worden ingediend bij Onzen voornoemden Minister, welke zal gehouden zijn om, wanneer het verzoek om vergunning, waartoe die oppositie betrekkelijk is, reeds door Ons aan den Raad van State ten adviese mogt zijn gerenvoijeerd, daarvan dadelijk aan gemelden Raad kennis te geven, ten einde met het uitbrengen van een finaal advies, omtrent de vergunning worde gesupersedeerd tot den afloop der gedane oppositie. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Onze gemelde Minister zal Ons van alle zoodanige hier boven omschrevene verzuimde oppositien verslag doen, ten einde door Ons beslist worde omtrent derzelver afwijzing, of, daartoe termen zijnde, omtrent hun renvooi aan zoodanig kollegie van Gedeputeerde Staten als welk de zaak aangaat; en zulks om daarmede te handelen zoo als bij art. 26, 2de lid, en art. 27 der wet is voorgeschreven; ten einde vervolgens daaromtrent worde gestatueerd overeenkomstig art. 28 § 1. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 In geval van concurrentie der aanvragen tot het bekomen van vergunning, zullen dezelve worden beschouwd en behandeld als eenvoudige oppositien. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De oppositien, ontleend uit regten van eigendom, zullen, in welken staat der zake ook, door Ons naar de regtbanken en geregtshoven worden verwezen. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Er zal, ingevolge art. 28 § 1 der wet, onmiddellijk uitspraak kunnen gedaan worden op de verzoeken om vergunning, ten aanzien van welke het bewezen zal zijn, dat er vóór den isten Januari 1817 is voldaan aan de formaliteiten, vervat in art. 22 tot 26 der wet, mitsgaders, dat de uitvoering der bij art. 27 voorgeschrevene maatregelen, het zij vóór, het zij na dien tijd, heeft plaats gehad. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 staats-courant Des niettegenstaande zullen de voorschreven verzoeken, onmiddellijk na dat zij door Ons aan den Raad van State zullen zijn gerenvoijeerd, door Onzen meergenoemden Minister gedurende ééne maand bekend gemaakt worden, door eene vier malen achtereenvolgende plaatsing in deen in het voornaamste dagblad der provincie, alwaar de mijn gelegen is. Indien binnen de vijf dagen, op deze maand volgende, geene oppositie ingekomen zal zijn, zal met de beslissing, ingevolge de wet, voortgegaan worden. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De ontginningen van mijnen welke vóór den 1sten Januari 1814 in werking waren, zullen tot den 1sten Januari 1819 kunnen worden voortgezet, onder speciaal toezigt van de administratie over de mijnen, overeenkomstig de wet en de bestaande reglementen. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Alle zoodanige ontginningen waarvan de vergunning niet volgens de wet vóór den 1sten Januari 1819 zal zijn verkregen of verzocht, zullen, van dat tijdstip af, verboden zijn. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Alle ontginningen van mijnen, waarvoor geene vergunning is verleend, en welke op den 1sten Januari 1814 niet openlijk in werking waren, zijn, van nu af, verboden, en de werkzaamheden derzelve zullen onmiddellijk, ten koste der belanghebbende, gestuit worden en ophouden, alles onverminderd de regterlijke vervolgingen. 1818 35 18-09-1818 1818 35 18-09-1818 08-10-1818