Besluit van 22 februari 1896, tot invoering van signalement-kaarten
- BWB-id
- BWBR0001862
- Type
- KB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001862
- ELI
- /eli/nl/kb/1896/besluit-invoering-signalement-kaarten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1896/besluit-invoering-signalement-kaarten/1999-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001862&g=1999-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001862&z=2026-06-06&g=1999-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001862/1999-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1896/besluit-invoering-signalement-kaarten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er worden signalement-kaarten opgemaakt: A. van alle onherroepelijk veroordeelden tot eene gevangenisstraf van zes maanden of langer wegens eenig gemeen of militair misdrijf, die den leeftijd van 23 jaren bereikt hebben; B. artikel 434 vierde lid van artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht van de tot plaatsing in eene Rijkswerkinrichting krachtensof hetveroordeelden, die den leeftijd van 23 jaren bereikt hebben, voor zoover de door den Minister van Justitie te stellen regelen het voorschrijven; C. artikelen 432 433 van het Wetboek van Strafrecht van alle aangehouden of gevangen genomen verdachten van eenig misdrijf of eene der in deenomschreven overtredingen, ter vaststelling van wier identiteit het opmaken van een signalement-kaart in het belang der Justitie wenschelijk is te achten. 2 de onder C Signalement-kaarten van. bedoelde personen worden niet opgemaakt dan op last van de procureurs-generaal bij de gerechtshoven, den advocaat-fiscaal voor de zee- en landmacht, de officieren van Justitie, de auditeurs-militair of de fiscalen bij de zeekrijgsraden binnengaats. 1934 38 03-02-1934 1934 38 03-02-1934 01-03-1934
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Amsterdam, Rotterdam Overeenkomstig de voorschriften daartoe door den Minister van Justitie te geven, worden de signalement-kaarten opgemaakt in de gevangenissen, in de huizen van bewaring door de Minister van Justitie aan te wijzen en in de bureelen van politie der gemeentenen 's-Gravenhage. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Overeenkomstig de voorschriften door den Minister van Justitie te geven, worden de signalement-kaarten verzonden aan het Centraal-Depôt, gevestigd aan het Departement van Justitie of op eene andere, door genoemde Minister aan te wijzen plaats. 1934 38 03-02-1934 1934 38 03-02-1934 01-03-1934
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De verzamelingen der signalement-kaarten op de griffiën der arrondissements-rechtbanken worden aldaar op eene voor het publiek niet toegankelijke plaats bewaard. 2 Het beheer daarover wordt gehouden door de griffiers der arrondissements-rechtbanken, onder toezicht van de procureurs-generaal bij de gerechtshoven en de officieren van justitie. 3 Beheer en toezicht worden gehouden naar de voorschriften door den Minister van Justitie te geven. 1896 32 22-02-1896 1896 32 22-02-1896 01-05-1896
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het Centraal-Depôt wordt ingericht overeenkomstig de voorschriften van den Minister van Justitie. 2 Het Centraal-Depôt wordt bewaard op een voor het publiek niet toegankelijke plaats en staat onder toezicht van den Minister van Justitie en onder beheer van een of meer door hem aan te wijzen ambtenaren. 1934 38 03-02-1934 1934 38 03-02-1934 01-03-1934
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De wijze waarop de aan het Centraal-Depôt en de aan de griffiën aanwezige verzamelingen signalement-kaarten ter vaststelling van de identiteit van personen kunnen worden geraadpleegd wordt door den Minister van Justitie vastgesteld. 1934 38 03-02-1934 1934 38 03-02-1934 01-03-1934
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Signalement-kaarten mogen alleen worden toegezonden aan ambtenaren, wien uittreksels uit de strafregisters kunnen worden afgegeven. 1896 32 22-02-1896 1896 32 22-02-1896 01-05-1896
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Jaarlijks voor 1 Maart doen de procureurs-generaal bij de gerechtshoven aan den Minister van Justitie, in den door hem vast te stellen vorm, verslag omtrent den toestand en de werking van de verzamelingen signalement-kaarten in hun ressort gedurende het afgeloopen jaar. 1896 32 22-02-1896 1896 32 22-02-1896 01-05-1896
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit Besluit treedt in werking op 1 Mei 1896. 1896 32 22-02-1896 1896 32 22-02-1896 01-05-1896