Besluit van 18 juli 1912, tot uitvoering van de artikelen 13, 16, 23, 48, 49, 50 en 56 der Armenwet
- BWB-id
- BWBR0001883
- Type
- KB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1970-01-01 t/m 2004-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001883
- ELI
- /eli/nl/kb/1912/besluit-uitvoering-art-13-enz-armenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1912/besluit-uitvoering-art-13-enz-armenwet/1970-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001883&g=1970-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001883&z=2026-06-06&g=1970-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001883/1970-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1912/besluit-uitvoering-art-13-enz-armenwet
Artikel 13#
de artikelen 13, derde lid
Artikel 13#
artikel 13
Artikel 42#
de artikelen 42
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 geld levensbehoeften, De opgaven van het aantal personen, min of meer geregeld ondersteund metof metworden verstrekt naar de volgende indeeling: A. Aantal hoofden van gezinnen, gesplitst in mannen en vrouwen. B. Aantal alleen wonenden en overige behoeftigen, gesplitst in mannen en vrouwen. onder A B Voor elk der vier categorieën personenenbedoeld wordt opgegeven: 1°. Duur der ondersteuning: a. gedurende drie maanden of langer; b. korter dan 3 maanden; 2°. Leeftijd der ondersteunden bij de eerste hulpverleening in het verslagjaar; te weten ondersteunden: a. beneden 21 jaar; b. van 21 tot beneden 50 jaar; c. van 50 tot beneden 65 jaar; d. van 65 jaar en ouder. 3°. Aantal nieuwe gevallen van min of meer geregelde ondersteuning, die aanleiding gaven tot ondersteuning wegens: a. overlijden van het hoofd of een der andere leden van het gezin; b. gedwongen of vrijwillig vertrek van het hoofd uit het gezin; c. ziekte en ongeval; d. werkloosheid door andere oorzaken dan ziekte en ongeval; e. zwangerschap en bevalling; f. a onder e oorzaken niet te rangschikken-. C. Aantal personen, welke zijn ondersteund met losse giften. D. Aantal personen, uitbesteed in gestichten, niet zijnde ziekenhuizen en aantal personen uitbesteed in huisgezinnen. Deze opgaven worden verstrekt naar de volgende indeeling: 1°. oude lieden; 2°. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; 3°. voogdij- en Regeeringskinderen; 4°. andere kinderen. E. Aantal personen verpleegd in ziekenhuizen e. d. F. Aantal doortrekkenden, aan wie reisgeld of voedsel is verstrekt. G. Aantal nachtverblijven, aan dakloozen verstrekt. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De uitgaven voor ondersteuning van de in art. 1 bedoelde personen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgegeven hetgeen terugontvangen is ter zake van: A. ondersteuning met geld (o.a. betaling van huishuur) of met levensbehoeften; B. ondersteuning met losse giften; C. uitbesteding in gestichten van: 1°. oude lieden; 2°. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; 3°. voogdij- en Regeeringskinderen; 4°. andere kinderen; D. uitbesteding in huisgezinnen van: 1°. oude lieden; 2°. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten, 3°. voogdij- en Regeeringskinderen; 4°. andere kinderen; E. verpleging in ziekenhuizen e.d.; F. ondersteuning van doortrekkenden en dakloozen. 1°. ondersteuning met geld of met levensmiddelen: 2°. uitbesteding in gestichten van: a. oude lieden; b. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; c. voogdij- en Regeeringskinderen; d. andere kinderen; 3°. uitbesteding in huisgezinnen van: a. oude lieden; b. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; c. voogdij- en Regeeringskinderen; d. andere kinderen; 4°. verpleging in ziekenhuizen e.d. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 porties voedsel, kleeding, levensmiddelen, brandstoffen niet Door instellingen, welkeenz. verstrekken aanmet name bekende personen, o.a. op vertoon van bons, worden opgegeven: 1°. het aantal verstrekte porties voedsel; 2°. het aantal verstrekte kleedingstukken en (of) schoenen; 3°. het aantal gevallen, waarin levensmiddelen werden verstrekt; 4°. het aantal gevallen, waarin brandstoffen werden verstrekt. 2 Als uitgaven voor ondersteuning wordt opgegeven, het bedrag der uitgaven voor verstrekte porties voedsel, kleeding, levensmiddelen of brandstoffen (hieronder ook te brengen de loonen van het keukenpersoneel en de andere kosten van toebereiding der spijzen). 3 Als terugontvangsten wordt opgegeven de opbrengst van: 1°. verkochte kleeding, levensmiddelen en brandstoffen; 2°. den verkoop van bons; 4°. de contributies welke recht geven op bons. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 werkverschaffing Door de besturen van instellingen tot(art. 29 der Armenwet) worden de opgaven van het aantal behoeftigen, aan wie werk is verschaft, verstrekt naar de volgende indeeling: Voor elk dezer drie categorieën wordt het aantal werkdagen opgegeven, voor zooverre dit mogelijk is. De navolgende vragen worden mede beantwoord: 1°. totaal aantal; 2°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed en gehuisvest; 3°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed, maar niet gehuisvest. a. was de instelling gedurende het geheele jaar werkzaam? Zoo neen, gedurende welke maanden? b. van welken aard waren de verrichte werkzaamheden? Werd ook land- of tuinarbeid verricht? c. hoe was de regeling der loonen en in welken vorm werden zij uitbetaald? d. werden naamregisters gehouden van de behoeftigen, aan wie werk is verschaft? 2 De uitgaven der werkverschaffing worden opgegeven naar de volgende indeeling: Als terugontvangsten worden opgegeven: a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer; b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e. d.; c. aankoop van grondstoffen en gereedschappen, benevens rente van gelden, opgenomen ten behoeve van de werkverschaffing; d. in geld of in natura uitbetaalde arbeidsloonen, zoomede eventueele kosten van onderwijs en opleiding, voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt. a. de opbrengst van het verschafte werk; b. andere terugontvangsten. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 huisvesting in vrije woningen of in woningen tegen verminderden prijs hofjes Door de besturen der instellingen, welkeverschaffen,beheeren e. d., worden de volgende opgaven verstrekt: Bovendien moet worden opgegeven hoeveel alleenstaande personen, hoeveel gehuwde paren zonder kinderen en hoeveel gezinnen met kinderen werden gehuisvest op 31 December van het verslagjaar. 1°. Aantal afzonderlijke woningen, welke kosteloos of tegen verminderden prijs ter bewoning worden afgestaan. 2°. Indien de inrichting een gesticht is, het aantal kamers ter bewoning aanwezig. 3°. Aantal personen, die er op 1 Januari van het verslagjaar verblijf hielden. 4°. Aantal personen, die er in den loop van het jaar zijn bijgekomen. 5°. Aantal personen, die in den loop van het jaar zijn vertrokken of overleden. 6°. Aantal personen, op 31 December van het verslagjaar aanwezig. 2 De uitgaven voor ondersteuning worden opgegeven naar de volgende indeeling: De onder C bedoelde opgaven worden verstrekt, voor zoover de ondersteuning is verleend aan de bewoners der kamers en vrije woningen. Mede wordt opgegeven hetgeen terugontvangen is voor de huisvesting van bepaalde personen. A. Het bedrag der huurwaarde van de woningen of van het gesticht. B. De uitgaven voor belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen en lokaliteiten, bestemd voor het eigenlijke werk der huisvesting, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel, uitgaven voor schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d. C. Verdere uitgaven voor: 1°. uitkeeringen in geld; 2°. verstrekte voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees-, heel- en verloskundige hulp (genees- en verbandmiddelen e. d. inbegrepen), kosten van begrafenis en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt. A. Het totaal bedrag der door de bewoners der armenwoningen betaalde huren of vergoedingen. B. In het verslagjaar ontvangen inkoopsommen; C. Andere terugontvangsten. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 gestichten tehuizen, De opgaven van het aantal verpleegden derenwaarin oude lieden, gebrekkigen, maatschappelijk ongeschikten, weezen, voogdij-, Regeerings- en andere kinderen worden verzorgd, worden verstrekt naar de volgende indeeling: Voor elk dezer drie groepen wordt opgegeven: Voor elk der categorieën 1°. en 2°. wordt opgave verstrekt van: Betreffende kinderen wordt bovendien opgegeven, hoeveel weezen, halfweezen, voogdij- en Regeeringskinderen en andere kinderen werden verpleegd en hoeveel kinderen bij de opneming verwaarloosd of misdadig waren. Bovendien wordt opgegeven, het aantal kinderen, over wie in het verslagjaar patronaat werd uitgeoefend: A. oude lieden; B. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; C. kinderen. 1°. het totaal aantal personen, door of door bemiddeling der instelling verpleegd; 2°. onder 1° geheel het aantal der. bedoelde personen, voor wie aangenomen wordt, dat de kostenzijn terugbetaald; 3°. onder 1° het aantal der. bedoelde personen, die tijdens het verslagjaar naar een anderen vorm van verpleging zijn overgegaan; 4°. onder 1° het aantal der. bedoelde personen, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk werden vergoed door gemeenten of instellingen van weldadigheid. A. het aantal personen, verpleegd in het gesticht der instelling en het aantal verpleegdagen; B. het aantal personen, uitbesteed in huisgezinnen en het aantal verpleegdagen; C. ander het aantal personen, ter verpleging gegeven in gestichten onderbeheer en het aantal verpleegdagen. 1°. bij wijze van preventief toezicht; 2°. bij wijze van nazorg, en 3°. artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek art. 39decies W. v. Str. door ondertoezichtstelling (o. a. ingevolgeen). 2 De uitgaven voor ondersteuning (i. c. verpleging en uitbesteding) worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgave verstrekt van hetgeen terugontvangen is voor en van bepaalde verpleegden, ter zake van: Hieronder ook te brengen: Onder 2°. en 3°. ook te brengen de restitutie van te veel betaalde verpleegkosten. Deze terugontvangsten moeten overigens gesplitst worden opgegeven, als: a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer; b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel, uitgaven voor schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.; c. verpleging in het gesticht, als: voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- en heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen e. d.), bezigheid of opleiding der verpleegden, en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt, benevens uitkeering in geld; d. uitbesteding in huisgezinnen; e. andere verpleging ingestichten. 1°. de verpleging in het gesticht. a. inkoopsommen; b. opbrengst van voorwerpen door de verpleegden vervaardigd, door de verpleegden verdiende en aan het gestichtsbestuur afgedragen loonen, opbrengst van den verkoop van afval en dergelijke roerende zaken, voortvloeiende uit het beheer van het gesticht; 2°. uitbesteding in huisgezinnen; 3°. verpleging in andere gestichten. a. Bijdragen van ouders van verpleegde kinderen. b. Andere terugontvangsten. 1969 529 26-11-1969 1969 259 04-06-1969 01-01-1970
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 uitbesteding Door de besturen van instellingen, welkevan behoeftigen in gestichten en gezinnen ten doel hebben, wordt opgegeven het aantal: Voor elke dezer categorieën wordt opgegeven, hoeveel personen werden uitbesteed in gestichten en hoeveel in gezinnen. Bovendien wordt opgegeven, het aantal kinderen, over wie in het verslagjaar patronaat werd uitgeoefend: a. oude lieden; b. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten; c. voogdij- en Regeeringskinderen; d. andere kinderen. 1°. bij wijze van preventief toezicht; 2°. bij wijze van nazorg, en 3°. artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek art. 39decies W. v. Str. door ondertoezichtstelling (o. a. ingevolgeen). 2 De uitgaven voor ondersteuning i.c. uitbesteding en de terugontvangsten voor of van bepaalde bestedelingen worden verstrekt naar de indeeling, voorgeschreven ten aanzien der opgave van het aantal personen. De terugontvangsten moeten bovendien gesplitst worden opgegeven, als: a. bijdragen van ouders van verpleegde kinderen, b. andere terugontvangsten. 1969 529 26-11-1969 1969 259 04-06-1969 01-01-1970
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 ziekenhuizen, ooglijdersgestichten, gestichten voor krankzinnigen, zwakzinnigen, psychopathen, zenuwlijders e. d. De opgaven van het aantal verpleegden inworden verstrekt naar de volgende indeeling: Indien aan ziekenhuizen e. d. poliklinieken zijn verbonden, wordt opgave gedaan van: Bovendien wordt opgegeven het aantal zuigelingen, die in het ziekenhuis zijn verpleegd en voor wie de kosten geheel of ten deele ten laste dezer instellingen zijn gebleven, en wel: A. Totaal aantal personen, door de instelling verpleegd en aantal verpleegdagen. B. onder A Aantal dervermelde personen, voor wie aangenomen wordt, dat met hetgeen door of voor hen betaald is, de kosten hunner verpleging zijn gedekt en aantal verpleegdagen. C. onder A Aantal derbedoelde personen, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk worden vergoed door gemeenten of instellingen van weldadigheid. 1°. het gezamenlijk aantal gegeven consulten; 2°. het aantal consulten aan moeders van zuigelingen. A. verzorgd met de moeder; B. verzorgd zonder de moeder. 2 den aanhef van dit artikel De uitgaven voor de verpleging van de patiënten van alle inrichtingen, inbedoeld, worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede worden opgegeven de terugontvangsten: a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de huisvesting der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer; b. niet belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het-verplegend personeel, schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.; c. genees-, heel- en verloskundige hulp, verplegend personeel, genees- en verbandmiddelen, vervoermiddelen e. d.; d. voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, bezigheid der verpleegden, kosten van begrafenis en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt. 1°. verpleeggelden; 2°. andere terugontvangsten. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 genees-, heel- en verloskundige hulp buiten ziekenhuizen Door besturen van instellingen van weldadigheid, welke kosteloosverleenen wordt opgave verstrekt van: A. doorloopend Het aantal gezinnen en personen, die in het verslagjaar in het bezit waren vanverlof (consent) om zoo noodig kostelooze geneeskundige hulp in te roepen, gesplitst als volgt: 1°. aantal gezinnen; 2°. niet aantal personen,tot een gezin behoorende. B. tijdelijke Het aantalverloven (consenten) voor kostelooze geneeskundige hulp, welke in den loop van het verslagjaar zijn afgegeven. C. werkelijk Het aantal malen, dat in het verslagjaargenees-, heel- of verloskundige hulp aan behoeftigen is verleend, gesplitst als volgt: 1°. aantal bezoeken van geneesheeren in de woningen van behoeftigen; 2°. aantal consulten door geneesheeren in zittingslokalen e. d.; 3°. aantal malen, dat verloskundige hulp werd verleend. D. Het aantal consulten door geneesheeren aan poliklinieken der instellingen verleend, onderscheiden naar: 1°. consulten aan moeders van zuigelingen; 2°. alle andere consulten te zamen. 2 maatschappelijk werk voor zieken, herstellenden en kraamvrouwen, hulp in de huishouding, uitzending van volwassenen naar buiten, verstrekking van kunstledematen, brillen, orthopaedische schoenen Door de besturen van instellingen, die zich bezig houden mete. d., wordt opgave gedaan van: het aantal gevallen van ziekte of anderen nood, waarin hulp is verleend: De uitgaven voor hulpverleening aan bovenbedoelde personen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgegeven het bedrag der terugontvansten: 1°. in gezinnen; 2°. aan personen, niet levende in gezinsverband. A. Uitgaven voor genees-, heel- en verloskundige hulp, genees- en verbandmiddelen, vervoermiddelen e. d. Hieronder ook te brengen de salarissen der genees-, heel- en verloskundigen. B. Uitgaven voor maatschappelijk werk bij ziekte, hulp in de huishouding, uitzending van volwassenen naar buiten, verstrekken van kunstledematen, brillen, orthopaedische schoenen e. d. (de uitgaven voor elken vorm van hulpbetoon afzonderlijk te vermelden). a. voor verleende genees-, heel- en verloskundige hulp; b. andere terugontvangsten. 3 wijkverplegingen Door de besturen vanwordt opgave gedaan van: A. het aantal zieken en het aantal kraamvrouwen, die in hun woningen werden verpleegd, gesplitst als volgt: 1°. Totaal aantal personen door de instelling verpleegd en aantal bezoeken; 2°. onder 1° Aantal der. vermelde personen, voor wie aangenomen wordt, dat met hetgeen door of voor hen betaald is, de kosten hunner verpleging zijn gedekt en aantal bezoeken. B. Het aantal hulpverleeningen door verpleegsters in het gebouw der instelling (z.g. loopende patiënten). C. Het aantal consulten door geneesheeren aan poliklinieken der instellingen verleend, onderscheiden naar: 1°. consulten aan moeders van zuigelingen; 2°. alle andere consulten te zamen. 4 maatschappelijk werk voor zieken, herstellenden en kraamvrouwen, hulp in de huishouding, uitzending van volwassenen naar buiten, verstrekking van kunstledematen, brillen, orthopaedische schoenen Door de besturen van wijkverplegingen, die zich ook bezig houden mete. d., wordt opgave gedaan van: het aantal gevallen van ziekte of anderen nood, waarin hulp is verleend: De uitgaven voor de hulpverleening aan bovenbedoelde personen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede worden opgegeven de ontvangen verpleeggelden en de andere terugontvangsten. 1°. in gezinnen; 2°. aan personen, niet levende in gezinsverband. a. huur of huurwaarde van gebouwen en lokaliteiten, bestemd voor het eigenlijke werk der hulpverleening; b. niet belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen en lokaliteiten, bestemd voor de hulpverleening; onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het-verplegend personeel, uitgaven voor schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.; c. verplegend salarissen e. d. vanpersoneel, uitgaven voor geneeskundige hulp, genees- en verbandmiddelen, vervoermiddelen, rijwielen e. d.; d. uitgaven voor voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, kosten van begrafenis en alles wat overigens tot onderhoud en verzorging strekt; e. uitgaven voor maatschappelijk werk voor zieken en kraamvrouwen, hulp in de huishouding, uitzending van volwassenen naar buiten, verstrekking van kunstledematen, brillen, orthopaedische schoenen e. d. (de uitgaven voor elken vorm van hulpbetoon afzonderlijk te vermelden). 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 zuigelingenklinieken De besturen vandoen opgave van: het aantal zuigelingen - met het totaal aantal verpleegdagen - in de instelling gedurende het verslagjaar verzorgd: 1°. met de moeder; 2°. zonder de moeder. 2 Door de besturen van consultatiebureaux wordt opgave gedaan van: 1°. het aantal malen, dat gedurende het verslagjaar consult is gegeven aan moeders van zuigelingen; 2°. het aantal bezoeken, welke gedurende het verslagjaar aan moeders van zuigelingen in hare woningen zijn gebracht; 3°. het aantal moeders, aan wie melk en (of) andere voedingsmiddelen zijn verstrekt, ten behoeve van haar zelf of van de zuigeling. 3 Door de besturen van kleine-kinderbewaarplaatsen, crèches e. d. wordt opgegeven: Januari April Juli October; 1°. het aantal kleine kinderen aanwezig op den 2den Vrijdag in de maand 2°. het totaal aantal verpleegdagen voor alle in het verslagjaar opgenomen kinderen; dus de som der aantallen dagen, gedurende welke elk der kinderen is opgenomen geweest. 4 De uitgaven voor ondersteuning dezer instellingen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgegeven het bedrag der terugontvangsten van of voor bepaalde personen: a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de verpleging der zuigelingen of jonge kinderen en voor de uitoefening van het beheer; b. niet- belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de verzorging van zuigelingen of jonge kinderen en voor de uitoefening van het beheer; onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van hetverplegend personeel, schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.; c. verplegend genees- en heelkundige hulp,personeel, genees- en verbandmiddelen e. d.; d. voeding (w.o. melk en (of) andere voedingsmiddelen, verstrekt aan de moeders ten behoeve van haar zelf en (of) van de zuigelingen), kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt. 1°. door de ouders, respectievelijk de moeders zelf betaald; 2°. andere terugontvangsten (hieronder bijdragen van ziekenfondsen, gedaan ten behoeve hunner leden). 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 schoolvoeding en schoolkleeding De besturen van instellingen van weldadigheid, welkeverstrekken, doen opgave van: A. het aantal kinderen, die schoolvoeding ontvingen op den eersten dag, waarop de verstrekking plaats vond, respect. in Januari, April, Juli en October; B. het totaal aantal in het verslagjaar uitgereikte porties voedsel en het totaal aantal in het verslagjaar verstrekte liters melk. C. het aantal kinderen (zonder dubbeltellingen), die in het verslagjaar schoolkleeding en (of) schoeisel ontvingen. 2 De instellingen, welke kinderen naar buiten uitzenden en deze zelf verplegen, doen opgave van: A. Het aantal kinderen (zonder dubbeltellingen) door de instellingen opgenomen in een gezondheids- en (of) vacantiekoloniehuis onder beheer van de instellingen zelf. Mede wordt opgegeven het totaal aantal voor die kinderen geldende verpleegdagen. B. onder A Het aantal derbedoelde kinderen - met het aantal verpleegdagen -, voor wie aangenomen wordt, dat de kosten geheel zijn terugbetaald, onverschillig op welke wijze. C. onder A Het aantal derbedoelde kinderen - met het aantal verpleegdagen -, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk werden vergoed door burgerlijke gemeenten of instellingen van weldadigheid. 3 niet zelf De instellingen, welke kinderen naar buiten uitzenden, dochverplegen, verstrekken opgaven van: het aantal kinderen (zonder dubbeltellingen) - met het aantal verpleegdagen - gedurende het verslagjaar: 1°. ter opneming gegeven aan een gezondheids- en (of) vacantiekoloniehuis onder ander beheer (tevens te vermelden aan welke); 2°. tijdelijk uitbesteed in huisgezinnen. 4 tehuizen voor schoolgaande kinderen Door de besturen vanwordt opgave gedaan van: het aantal kinderen - met het aantal verpleegdagen -, gedurende het verslagjaar in de instellingen verzorgd (zonder dubbeltellingen). 5 dit artikel De uitgaven voor ondersteuning, door de inbedoelde instellingen gedaan, worden opgegeven naar de volgende indeeling. Mede wordt opgave verstrekt van hetgeen terugontvangen is van of voor met name aangewezen personen ter zake van: Deze terugontvangsten moeten overigens gesplitst worden opgegeven, als: 1°. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting der kinderen en voor de uitoefening van het beheer; 2°. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting der kinderen en voor de uitoefening van het beheer; onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e.d.; 3°. uitgaven voor schoolvoeding en (of) -kleeding, en (of) schoeisel; hieronder ook te brengen de loonen van het keukenpersoneel en de andere kosten van toebereiding der spijzen, zoomede de kosten van vervoer; 4°. eigen verpleging in koloniehuizen of tehuizen inbeheer, als voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- en heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen) en alles, wat verder tot onderhoud en verzorging strekt; 5°. ander verpleging in koloniehuizen onderbeheer, onverschillig of die instellingen al dan niet instellingen van weldadigheid zijn in den zin der Armenwet; 6°. uitbesteding in huisgezinnen. 1°. schoolvoeding en (of) -kleeding en (of) schoeisel; 2°. eigen verpleging in koloniehuizen of tehuizen onderbeheer; 3°. ander verpleging in gestichten onderbeheer; 4°. uitbesteding in huisgezinnen. a. bijdragen van ouders en verzorgers; b. andere terugontvangsten. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 verwaarloosden en gevallenen Door de besturen der instellingen, welkeverzorgen, wordt opgave verstrekt van: Voor deze beide categorieën wordt opgegeven: onder 1° Voor elk der. en 2°. bedoelde groepen wordt opgegeven: Bovendien wordt opgegeven het aantal kinderen, over wie in het verslagjaar patronaat werd uitgeoefend: a. het aantal volwassen personen; b. het aantal kinderen. 1°. het totaal aantal personen door of door bemiddeling der instelling verpleegd; 2°. onder 1° het aantal der. bedoelde personen, voor wie de kosten geheel zijn terugbetaald; 3°. onder 1° het aantal der. bedoelde personen, die tijdens het verslagjaar naar een anderen vorm van verpleging zijn overgegaan; 4°. onder 1° het aantal der. bedoelde personen, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk werden vergoed door gemeenten of instellingen van weldadigheid. A. het aantal personen, verpleegd in het gesticht der instelling en aantal verpleegdagen; B. het aantal personen, uitbesteed in huisgezinnen en aantal verpleegdagen; C. ander het aantal personen, ter verpleging gegeven in gestichten onderbeheer en aantal verpleegdagen. 1°. bij wijze van preventief toezicht; 2°. bij wijze van nazorg; 3°. artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek art. 39decies W. v. Str. door ondertoezichtstelling (o.a. ingevolgeen). 2 Indien aan verwaarloosden en gevallenen op andere wijze dan door verpleging of uitbesteding hulp wordt verleend, wordt het aantal dezer personen opgegeven; evenzoo indien patronaat over hen wordt uitgeoefend. 3 De besturen van toevluchten, nachtasyls e. d. verstrekken opgave van: 1°. het totaal aantal in het verslagjaar verstrekte nachtverblijven; 2°. het totaal aantal in het verslagjaar uitgereikte porties voedsel. 4 den aanhef van dit artikel De uitgaven voor ondersteuning van de ingenoemde instellingen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgave gedaan van hetgeen terugontvangen is: De opgaven bedoeld sub A, B en C worden verstrekt naar de volgende indeeling: A. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer; B. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer; onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e. d.; C. verpleging in het gesticht: voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- of heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen), kosten van begrafenis en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt; D. arbeidsloonen in geld uitbetaald aan verpleegden; E. uitbesteding in huisgezinnen; F. verpleging in andere gestichten; G. onder A t ander, niet/m F te rangschikken, hulpbetoon. A. voor verpleging in het gesticht der instelling; B. voor uitbesteding in andere gestichten; C. voor uitbesteding in gezinnen; D. als opbrengst van door verpleegden verrichten arbeid of vervaardigde goederen; E. uit anderen hoofde. 1°. bijdragen van ouders van verpleegden; 2°. andere terugontvangsten. 1969 529 26-11-1969 1969 259 04-06-1969 01-01-1970
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Door de besturen van instellingen, welke niet zijn te rangschikken onder de artt. 1 t/m 12 van dit besluit, wordt het aantal personen opgegeven, aan wie in het verslagjaar hulp is verleend, onder mededeeling van den vorm der hulpverleening en nadere bijzonderheden omtrent de behoeftigen. 2 De uitgaven voor hulpverleening van bovenbedoelde personen worden opgegeven naar de volgende indeeling: Mede wordt opgegeven hetgeen terugontvangen is ter zake van: A. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de uitoefening van het beheer en voor de huisvesting of verzorging van behoeftigen; B. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden, bestemd voor de huisvesting of verzorging van behoeftigen, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e. d.; C. eigen verpleging in een gesticht onderbeheer, als voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- of heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen), kosten van begrafenis en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt; D. uitbesteding in huisgezinnen: E. ander verpleging in gestichten onderbeheer, onverschillig of die gestichten al dan niet instellingen van weldadigheid zijn in den zin der Armenwet; F. onder A t alle andere,/m E niet te rangschikken, hulpbetoon. a. eigen verpleging in een gesticht inbeheer; b. uitbesteding in huisgezinnen; c. andere verpleging ingestichten; d. hulpbetoon van anderen aard. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 aan Bovendien worden door de besturen van instellingen van weldadigheid opgegeven de uitgaven voor subsidiesgemeenten en andere instellingen van weldadigheid ten behoeve van de verzorging van behoeftigen. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De in de artt. 1 t/m 14 bedoelde opgaven worden verstrekt op door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken vastgestelde tabellen. 1936 340 11-02-1936 1936 340 11-02-1936 09-03-1936
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 42 48 artikel 42, tweede lid artikel 42, derde lid Zoodra door Ons een armenraad is ingesteld, geeft de Burgemeester van de gemeente, waarin of waarvoor de raad is ingesteld, daarvan kennis aan iedere instelling van weldadigheid, welke een vertegenwoordiger in den raad zal aanwijzen. De burgemeester doet daarbij onder herinnering aan het bepaalde in deender wet voor iedere instelling mededeeling van de som, bedoeld in; van het aantal leden en, zoo zij één of meer bestuursleden mag aanwijzen, van het aantal bestuursleden, die zij mag aanwijzen, alsmede van het bedrag, bedoeld in, der wet. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Bij de kennisgeving ingevolgevoegt de Burgemeester het verzoek, hem binnen drie weken den naam van den vertegenwoordiger en van den plaatsvervangend vertegenwoordiger of de namen der vertegenwoordigers en der plaatsvervangende vertegenwoordigers schriftelijk mede te deelen. Een particuliere, kerkelijke of gemengde instelling van weldadigheid, welke niet aan het verzoek heeft voldaan, wordt geacht hare bereidverklaring tot aanwijzing van een vertegenwoordiger te hebben herroepen. 2 Indien de zetel van den armenraad gevestigd zal zijn in eene andere gemeente, brengt de Burgemeester de hem medegedeelde namen ter kennis van den Burgemeester van de gemeente, waar die zetel zal zijn gevestigd. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, eerste lid Binnen veertien dagen, na het verstrijken van den in, gestelden termijn van drie weken, schrijft de Burgemeester van de gemeente, waar de zetel van den armenraad gevestigd zal zijn, de eerste vergadering van den armenraad uit. Deze vergadering heeft plaats binnen dertig dagen na de oproeping, maar wordt niet gehouden op een Zondag, op den Christelijken tweeden Paasch- of Pinksterdag, op den Hemelvaartsdag of op een der beide Kerstdagen. 2 artikel 48 Bij de oproeping tot de eerste vergadering voegt de Burgemeester een lijst van de instellingen, die één of meer vertegenwoordigers en plaatsvervangende vertegenwoordigers hebben aangewezen en van de aangewezen vertegenwoordigers en plaatsvervangende vertegenwoordigers. Mede richt de Burgemeester tot iedere instelling van weldadigheid, welke ingevolgeder wet recht heeft tot aanwijzing van een of meer bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden, het verzoek, hem binnen veertien dagen te berichten, of de instelling van haar recht in deze gebruik zal maken en zoo ja, daarbij op te geven de namen van hen, die de instelling als bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden zal aanwijzen. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22 In de door den Burgemeester voorgezeten vergadering van den armenraad geschiedt de aanwijzing van bestuursleden en van plaatsvervangende bestuursleden door het doen van mededeeling door den Burgemeester van de in, laatste lid, bedoelde opgave van namen. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Voor zoover de bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden niet zijn aangewezen, worden zij verkozen door de vertegenwoordigers van die instellingen, welke geene aanwijzing hebben gedaan, of, indien alle instellingen eene aanwijzing deden, door alle vertegenwoordigers. 2 a, b, c d onderenin het eerste lid van artikel 2 Bij die verkiezing wordt er naar gestreefd dat zooveel mogelijk de vier soorten van instellingen, bedoeldder wet, in het bestuur vertegenwoordigd zullen zijn. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De verkiezing geschiedt bij gesloten en ongeteekende briefjes. Voor de benoeming van bestuursleden en voor die van plaatsvervangende bestuursleden wordt eene afzonderlijke verkiezing gehouden. Ieder stembriefje bevat ten hoogste zooveel namen als er plaatsen vervuld moeten worden. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De Burgemeester wijst voor iedere verkiezing vier leden aan als stemopnemers. 2 Nadat de Burgemeester het getal der tegenwoordig zijnde en in deze tot stemmen bevoegde leden en de eerstbenoemde der stemopnemers dat der in de bus gevonden stembriefjes hebben opgegeven, wordt achtereenvolgens ieder stembriefje door de twee eerstbenoemde stemopnemers opgelezen. De beide andere teekenen de stemmen op. Ten slotte maakt de eerstbenoemde der stemopnemers den uitslag der verkiezing bekend. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes worden, tot bepaling der meerderheid, niet mede gerekend onder het getal der geldig uitgebrachte stemmen. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Eene verkregen meerderheid van stemmen geldt niet, wanneer het getal der in de bus gevonden stembriefjes grooter is dan dat der leden, die stemden, en dit verschil van invloed heeft kunnen zijn. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Voor zoover niet bij de eerste verkiezing het vereischte aantal personen de volstrekte meerderheid hebben verkregen, wordt tot eene tweede, mede geheel vrije verkiezing overgegaan, ter benoeming van zooveel personen als er na de eerste verkiezing nog plaatsen te vervullen zijn. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Voor zoover ook bij deze verkiezing niet het vereischte aantal personen de volstrekte meerderheid van stemmen verkregen heeft, worden verkozen geacht de personen, tot het vereischte aantal, die de meeste stemmen op zich vereenigd hebben. Indien het aantal van deze personen grooter is dan het aantal der te vervullen plaatsen, doordat twee of meer personen een gelijk aantal stemmen op zich vereenigd hebben, beslist het lot tusschen de personen, die een gelijk aantal stemmen op zich vereenigden. Daartoe worden briefjes, bevattende de namen dier personen, behoorlijk toegevouwen in de bus geworpen en door een anderen stemopnemer een voor een, tot het vereischte aantal, uitgetrokken en voorgelezen. De persoon of de personen, op de uitgetrokken naambriefjes vermeld, zijn de benoemden. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Na de verkiezing van bestuursleden en van plaatsvervangende bestuursleden stelt de Burgemeester aan de orde de benoeming van een voorzitter. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De benoeming geschiedt bij gesloten en ongeteekende briefjes. 2 De artikelen 26 27 28 ,enzijn van toepassing. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wanneer niemand bij de eerste verkiezing de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede, mede geheel vrije verkiezing overgegaan. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Indien ook bij deze verkiezing door niemand de volstrekte meerderheid van stemmen verkregen is, heeft er eene derde verkiezing plaats tusschen de twee personen, die bij de tweede verkiezing de meeste stemmen op zich vereenigd hebben. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Indien het bij de tweede verkiezing niet uitgemaakt is, tusschen wie er moet overgestemd worden, wordt bij eene voorafgaande stemming beslist, wie van hen, die een gelijk aantal stemmen op zich hebben vereenigd, op het tweetal zal worden geplaatst. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Indien, in het geval bij het vorige artikel bedoeld, of ook bij de eindstemming, de stemmen staken, beslist het lot. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Na de verkiezing installeert de Burgemeester den voorzitter, zoo deze aanwezig is, en de bestuursleden en hun plaatsvervangers. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 de artikelen 32 36 Indien de tot voorzitter benoemde de benoeming niet aanvaardt, geschiedt de benoeming in eene volgende vergadering, die zoo spoedig mogelijk wordt uitgeschreven en wordt voorgezeten door den Burgemeester. Voor die benoeming gelden-van dit besluit. De Burgemeester installeerd den voorzitter, zoo deze aanwezig is. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 de artikelen 20 38 Voor zoover daarin niet is voorzien bij-beslist de Burgemeester ten aanzien van de voorbereiding, de oproeping, de leiding en de in die artikelen bedoelde werkzaamheden van de eerste vergaderingen van den armenraad. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Bij het huishoudelijk reglement wordt aan het bestuur van den armenraad onder meer opgedragen: 1°. de artikelen 12 57 de taak van den armenraad, omschreven inender wet, behoudens, in geval van geschil, de uitspraak van den armenraad, die door het bestuur moet worden nageleefd; 2°. artikel 13, vierde lid de taak van den armenraad, omschreven in, der wet; 3°. het toezicht op de werkzaamheden van den secretaris en diens bureau; 4°. de voorbereiding van de adviezen van den armenraad en, in gevallen, waarin niet kan worden gewacht tot de vergadering van den armenraad, het adviseeren namens den raad, onder gehoudenheid het advies ter kennis van den raad te brengen; 5°. de voorbereiding van de algemeene vergaderingen en, voor zooveel noodig, van de werkzaamheden van den armenraad. 2 Bij het huishoudelijk reglement worden voor zoover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, voor de ambtenaren bij den armenraad met uitzondering van den secretaris, in overleg met de gemeente onderscheidenlijk de gemeenten die de kosten van den armenraad dragen, voorschriften vastgesteld betreffende: a. aanstelling; b. schorsing; c. ontslag; d. bezoldiging; e. wachtgeld; f. diensttijden; g. verlof en vacantie en aanspraken ingeval van ziekte; h. overige rechten en verplichtingen der ambtenaren; i. disciplinaire straffen; j. artikel 3 der Ambtenarenwet administratieve instanties, als bedoeld in het tweede lid en derde lid van1929, voor zoover deze worden mogelijk gemaakt; k. de wijze, waarop aan de vereenigingen van ambtenaren de gelegenheid wordt gegeven ten aanzien van de dezen betreffende algemeen verbindende voorschriften haar gevoelen te doen kennen. 1931 436 11-11-1931 1931 436 11-11-1931 28-12-1931
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 44 artikel 3 Zeven maanden vóór het einde van den termijn van vier jaren, bedoeld inder wet, richt het bestuur van den armenraad tot alle instellingen van weldadigheid, welke voorkomen op de lijst, bedoeld inder wet, en binnen het ambtsgebied van den armenraad armenverzorging buiten gestichten ten doel hebben, het verzoek, binnen een maand te berichten, of zij bereid zijn, voor een nieuwen termijn van vier jaren een vertegenwoordiger aan te wijzen. De ingekomen antwoorden worden door het bestuur zoo spoedig mogelijk aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken gezonden. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 het tweede lid van artikel 42 artikel 20 artikel 21 de artikelen 22 39 Binnen twee weken nadat door Ons voor den nieuwen termijn van vier jaren de som, bedoeld inder wet, is vastgesteld, geeft het bestuur van den armenraad daarvan kennis aan elke instelling, die zich bereid heeft verklaard, een vertegenwoordiger aan te wijzen. Daarbij worden de mededeelingen gedaan, bedoeld in, en het verzoek, bedoeld in. De ingekomen antwoorden worden door het bestuur van den armenraad gezonden aan den Burgemeester van de gemeente, waar de zetel van den raad gevestigd is. Deze schrijft zoo spoedig mogelijk na den aanvang van den nieuwen termijn van vier jaren de eerste vergadering van den armenraad uit en handelt voorts overeenkomstig het bepaalde in-. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Staatsblad Indien de samenstelling van een armenraad, welke eerst na 1 April 1930 kan worden vernieuwd, op dien datum niet zou overeenstemmen met de bepalingen der Armenwet, zooals deze is gewijzigd bij de wet van 22 Juni 1929 (n°. 326), wordt de samenstelling vóór 1 April 1930 met de wet in overeenstemming gebracht. 2 artikel 48, eerste lid artikel 42, tweede lid Staatsblad Voor zoodanigen armenraad geldt het getal, door Ons bepaald ingevolge, der Armenwet, zooals dat artikel luidde vóór de wijziging bij de wet van 22 Juni 1929 (n°. 326), als de som, bedoeld in, der Armenwet, zooals dat thans luidt, en welke som tot grondslag strekt voor de aanwijzing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden. 3 In de eerste helft van de maand Januari 1930 wordt door het bestuur van den armenraad: 1°. tot iedere instelling van weldadigheid, die in den armenraad vertegenwoordigd is, het verzoek gericht, vóór 1 Februari 1930 den naam van den plaatsvervangend vertegenwoordiger of de namen der plaatsvervangende vertegenwoordigers mede te deelen; 2°. artikel 48 aan iedere instelling van weldadigheid, aan welke het inder wet omschreven recht toekomt, mededeeling gedaan van het aantal bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden, die zij mag aanwijzen. Bij die mededeeling wordt verzocht, vóór 1 Februari 1930 schriftelijk te berichten, of de instelling van haar recht in deze gebruik zal maken en zoo ja, daarbij op te geven de namen van hen, die de instelling als bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden zal aanwijzen. 4 Zoo spoedig mogelijk in de maand Februari 1930 belegt de Voorzitter eene vergadering van den armenraad, waarin zullen plaats hebben de aanwijzing en zoo noodig de verkiezing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden. De aanwijzing geschiedt door het doen van mededeeling door den Voorzitter van de in het voorgaande lid, onder 2°., bedoelde opgave van namen. 5 de artikelen 24 30 Ten aanzien van de verkiezing zijn-van toepassing, met dien verstande, dat telkens waar in die artikelen sprake is van den Burgemeester, daarvoor wordt gelezen, de Voorzitter van den Armenraad. 1929 454 11-10-1929 1929 479 11-11-1929 15-12-1929