Besluit van 23 maart 1920, tot organisatie van het personeel voor de dienst der justitiegebouwen
- BWB-id
- BWBR0001899
- Type
- KB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1921-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001899
- ELI
- /eli/nl/kb/1920/besluit-tot-organisatie-van-het-personeel-voor-de-dienst-van
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1920/besluit-tot-organisatie-van-het-personeel-voor-de-dienst-van/1921-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001899&g=1921-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001899&z=2026-06-06&g=1921-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001899/1921-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1920/besluit-tot-organisatie-van-het-personeel-voor-de-dienst-van
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Staatsblad Staatsblad Staatsblad De Koninklijke besluiten van 21 Mei 1910 (n°. 137), van 17 Augustus 1910 (n°. 405) en van 10 April 1917 (n°. 282) zijn vervallen. 1920 125 23-03-1920 1920 125 23-03-1920 01-01-1920
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het personeel voor den dienst der Justitiegebouwen bestaat uit: Bij het bureau van den Rijksbouwmeester kunnen voorts worden werkzaam gesteld: 1°. een Rijksbouwmeester; 2°. twee adjunct-Rijksbouwmeesters; 3°. vijf bouwkundige hoofdambtenaren; 4°. negentien bouwkundige ambtenaren, verdeeld in: a. bouwkundige ambtenaren 1e klasse; b. bouwkundige ambtenaren 2e klasse; c. ambtenaar voor bijzondere diensten; 5°. twee klerken. 1°. een concierge-bode; 2°. een vaste-knecht. 1920 125 23-03-1920 1920 125 23-03-1920 01-01-1920
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2, sub 3° a., b. artikel 2, sub 4°., onderscheidenlijken c De ambtenaren, die thans werkzaam zijn met den titel van hoofdopzichter, zullen den rang innemen, genoemd in., de opzichters sub 1e, 2e en 3e klasse, den rang vermeld in. 1920 125 23-03-1920 1920 125 23-03-1920 01-01-1920
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, sub 1 De ambtenaren genoemd intot en met 4, worden door Ons, de klerken, de concierge-bode en de vaste knecht door Onzen Minister van Justitie benoemd, geschorst en ontslagen. 1920 125 23-03-1920 1920 125 23-03-1920 01-01-1920
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Onze Minister van Justitie is gemachtigd om, waar tijdelijk personeel voor den dienst der Justitiegebouwen noodig blijkt, tot de aanstelling daarvan onder de daarvoor gewenschte benaming over te gaan. 2 Voor zoover de bezoldiging van dat personeel hooger mocht worden gesteld dan tweehonderd gulden per maand, zal eene voordracht daartoe aan Ons behooren te worden gedaan. 1921 1037 01-09-1921 1921 1037 01-09-1921 01-01-1921
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b artikel 2 Ambtenaren in vasten dienst kunnen met een anderen titel dan invan dit besluit vermeld worden werkzaam gesteld. De rang, dien zij naar de onderscheiding in genoemd artikel zullen innemen, wordt door Ons bepaald. 1921 1037 01-09-1921 1921 1037 01-09-1921 01-01-1921