Besluit van 12 juni 1936, tot instelling van een Rijksverkeersinspectie
- BWB-id
- BWBR0001977
- Type
- KB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1998-11-27 t/m 2002-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001977
- ELI
- /eli/nl/kb/1936/besluit-instelling-rijksverkeersinspectie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1936/besluit-instelling-rijksverkeersinspectie/1998-11-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001977&g=1998-11-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001977&z=2026-06-06&g=1998-11-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001977/1998-11-27
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1936/besluit-instelling-rijksverkeersinspectie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Onder "Onze Minister" wordt in dit besluit verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 27-11-1998
Artikel 1bis — Artikel 1bis#
Artikel 1bis Ingesteld wordt een Rijksverkeersinspectie belast met het toezicht op het verkeer en met de handhaving en uitvoering van de desbetreffende voorschriften en regelingen voorzoover haar dit bij wet, bij algemeenen maatregel van bestuur, door Ons of door Onzen Minister wordt opgedragen. artikel 10 van de Spoorwegwet Zij oefent mede uit het inbedoelde toezicht. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In dit besluit wordt onder de Directeur-Generaal verstaan: de Directeur-Generaal Goederenvervoer. 1997 409 30-09-1997 08-09-1997 1997 409 30-09-1997 08-09-1997 01-10-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Directeur-Generaal heeft zijn standplaats te 's-Gravenhage en behoeft, om zich buiten de uitoefening van zijn ambt langer dan 3 dagen van die standplaats te verwijderen, toestemming van Onze Minister. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Alvorens als zodanig in dienst te treden, legt de Directeur-Generaal in handen van Onzen Minister de volgende eed of belofte af: "Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koningin, dat ik de wetten en verordeningen van den Staat zal nakomen en onderhouden en dat ik mij in den dienst nauwkeurig zal toeleggen op de vervulling mijner verplichtingen, overeenkomstig de mij te geven instructiën." "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig". ("Dat beloof ik"). 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aan de Rijksverkeersinspectie kunnen worden verbonden Rijksinspecteurs van het Verkeer, Adjunct-Rijksinspecteurs van het Verkeer, Rijksopzichters van het Verkeer, Rijkshoofdcontroleurs van het Verkeer, Rijkscontroleurs van het Verkeer en Technische ambtenaren. 2 artikel 4 Alvorens in dienst te treden leggen zij in handen van den Directeur-Generaal den inomschreven eed of belofte af. 3 De Directeur-Generaal en de ambtenaren, genoemd in het eerste lid, nemen, behalve in de gevallen door Onzen Minister bepaald, zonder diens toestemming middellijk noch onmiddellijk deel aan ondernemingen, waarvoor bepalingen gelden, welker handhaving aan hen is opgedragen of tot welker uitvoering zij moeten medewerken, alsmede aan ondernemingen, welke betrokken zijn bij leveranties aan vervoerdiensten. 4 Door Ons kan aan Rijksinspecteurs van het Verkeer de rang van Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer worden toegekend. 5 De instructies, noodig voor de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, worden vastgesteld door den Directeur-Generaal. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Ten behoeve van den dienst der Rijksverkeersinspectie wordt het Rijk verdeeld in districten. 2 De grenzen van de districten, aan het hoofd waarvan Rijksinspecteurs van het Verkeer worden gesteld en de standplaatsen dezer ambtenaren, worden door Onzen Minister vastgesteld. 3 Aan een Rijkshoofdinspecteur van het Verkeer, al dan niet hoofd van een district, kan de leiding worden opgedragen over een of meer Rijksinspecteurs van het Verkeer, hoofd van een district. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Directeur-Generaal dient Onzen Minister omtrent verkeersaangelegenheden van bericht en raad. 2 Hij is bevoegd dien Minister voorstellen te doen en verplicht diens bevelen na te leven. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 13 der Spoorwegwet Van de kennisgevingen, bedoeld in, doet de Directeur-Generaal onverwijld mededeeling aan Onzen Minister. 2 Met uitzondering van het geval, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, behoeven bevelen, waaruit kosten voor het Rijk kunnen voortvloeien, toestemming van Onzen Minister. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 16 der Spoorwegwet Tot het geven van het bevel, bedoeld in, zijn bevoegd de Directeur-Generaal en de door Onzen Minister aangewezen Rijksinspecteurs van het Verkeer. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Directeur-Generaal, de Rijkshoofdinspecteurs van het Verkeer, alsmede de Rijksinspecteurs van het Verkeer, hoofd van een district, zijn bevoegd in briefwisseling te treden met de ambtenaren van het Openbaar Ministerie en, voor het vragen van inlichtingen, met de Commissarissen der Koningin, de Gedeputeerde Staten en de gemeentebesturen. 1949 J 184 23-04-1949 1949 J 184 23-04-1949 01-05-1949
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling Rijksverkeersinspectie. 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 27-11-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 27-11-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 27-11-1998