Besluit van 21 september 1936, houdende uitvoering van artikel 3 der Wet van 27 maart 1936, Stb. 201, tot overbrenging van de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder naar de Nederlandsche Bank
- BWB-id
- BWBR0001981
- Type
- KB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001981
- ELI
- /eli/nl/kb/1936/uitvoeringsbesluit-wet-overbrenging-consignatiekas-naar-de-n
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1936/uitvoeringsbesluit-wet-overbrenging-consignatiekas-naar-de-n/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001981&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001981&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001981/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1936/uitvoeringsbesluit-wet-overbrenging-consignatiekas-naar-de-n
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Staatsblad De bemoeiingen van de Nederlandsche Bank met de krachtens de wet van 27 Maart 1936,n°. 201, in bewaring gegeven effecten omvatten: a. het verzilveren der coupons en dividendbewijzen of het incasseeren op andere wijze van vervallen of betaalbaar gestelde opbrengsten en het verantwoorden daarvan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 der bovengenoemde wet, aan den bewaargever of zijn vertegenwoordiger op een der wijzen, krachtens de Voorwaarden van bewaarneming van de Nederlandsche Bank toegelaten; b. het inleveren van talons of stukken ter verkrijging van nieuwe coupon- of dividendbladen of nieuwe rentegevende stukken; c. het bezorgen van noodzakelijke verwisselingen, in het bijzonder die van voorloopige stukken in definitieve stukken; d. het nazien van uitlotingen en het kennisgeven van losbaarstellingen of gelegenheden tot verwisseling aan den bewaargever of zijn vertegenwoordiger; e. het nazien van de aankondigingen betreffende conversies, reorganisaties, kapitaalsuitbreidingen of -reduceeringen, gelegenheden tot inlevering bij beschermingscomité's, oproepingen tot bijstorting of terugbetaling van kapitaal, en andere dergelijke financieele gebeurtenissen, een en ander voor zoover het fondsen betreft die aan de Amsterdamsche Beurs verhandeld worden, alsmede het kennisgeven daarvan aan den bewaargever of zijn vertegenwoordiger; f. d e het verrichten van de handelingen, die uit de onderengenoemde gebeurtenissen voortvloeien, voor zooveel noodig na overleg met den bewaargever of zijn vertegenwoordiger, of krachtens de beslissing van den Kantonrechter in artikel 7, laatste lid, der bovengenoemde wet bedoeld; g. het verleenen van haar bemiddeling bij het doen uitvoeren van effectenorders in de gevallen in bovengenoemde wet bedoeld; h. het eventueel te gelde maken van een voorkeursrecht, voortspruitende uit het bezit van een der krachtens bovengenoemde wet in bewaring gegeven stukken. 1936 252 21-09-1936 1936 286 25-09-1936 16-10-1936
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 De Nederlandsche Bank brengt voor de inbedoelde werkzaamheden een loon in rekening van € 0,68 per € 453,78 werkelijke waarde per jaar, met een minimum van € 1,82 per jaar per bewaargeving. De werkelijke waarde der fondsen wordt berekend naar de grondslagen daarvoor in de Voorwaarden van bewaarneming van de Nederlandsche Bank aangegeven. Het loon wordt zooveel mogelijk verrekend met de opbrengst van de in bewaring gegeven effecten. 2 artikel 1 Onkosten, welke aan de Nederlandsche Bank bij het verrichten der inbedoelde werkzaamheden in rekening worden gebracht, komen ten laste van de bewaargevers. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Staatsblad Dit besluit treedt in werking gelijktijdig met de wet van 27 Maart 1936,n°. 201. 1936 252 21-09-1936 1936 286 25-09-1936 16-10-1936