Besluit van 2 juli 1938, houdende bepalingen tot uitvoering van de Wet op de weerkorpsen
- BWB-id
- BWBR0001992
- Type
- KB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2011-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001992
- ELI
- /eli/nl/kb/1939/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-weerkorpsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1939/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-weerkorpsen/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001992&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001992&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001992/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1939/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-weerkorpsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Als organisaties, voor welke het verbod van het eerste lid van artikel 1 der Wet op de weerkorpsen niet geldt, worden toegelaten: a. § II de organisatie, bekend als "Bijzondere Vrijwillige Landstorm", zijnde de organisatie van hen, die hetzij als dienstplichtigen, hetzij op grond van een vrijwillige verbintenis, hetzij als behoorende tot het reserve-personeel, deel uitmaken van het verlofspersoneel der Koninklijke landmacht en zich beschikbaar stellen om na verkregen machtiging van Onze Minister van Defensie - ter handhaving of herstel van de openbare orde en rust - vrijwillig in werkelijken dienst te komen, mits deze organisatie voldoet aan de bepalingen vanvan dit besluit; b. § III de organisaties, bekend als "Vrijwillige Burgerwachten", zoolang zij als zoodanig op den voet van het bepaalde invan dit besluit door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken zijn erkend; c. weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen, zoolang zij op den voet van het bepaalde in § IV van dit besluit door Onzen Minister van Defensie zijn erkend. 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bewapening, kleeding en uitrusting van hen, die tot den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm behooren, de inrichting en het houden van opslagplaatsen, alsmede de opberging en het onderhoud van wapenen, munitie, kleeding en uitrusting geschieden met inachtneming van de door Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandsche Zaken te stellen regelen. 2 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde zijn belast de door Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Bijzondere Vrijwillige Landstorm en elk zijner onderdeelen geven aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken of een namens dezen optredenden ambtenaar of orgaan op de eerste vordering inzage van de boeken en bescheiden, op zijne samenstelling en inrichting, op zijn beheer en op zijne bewapening betrekking hebbende, en verschaffen daarbij alle ter zake gewenschte inlichtingen. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Erkenning van eene organisatie als "Vrijwillige Burgerwacht" kan op daartoe strekkend verzoek door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken geschieden. Geen erkenning vindt plaats, indien de organisatie geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is en haar huishoudelijke en overige reglementen niet de instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken hebben. 2 Erkenning kan voor bepaalden of onbepaalden tijd geschieden. Zij kan te allen tijde worden ingetrokken. 3 Onze Minister van Binnenlandsche Zaken kan aan de erkenning voorwaarden verbinden. 4 Wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde reglementen treden niet in werking, alvorens Onze Minister van Binnenlandse Zaken ermee heeft ingestemd. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Uit de statuten van eene Vrijwillige Burgerwacht moet blijken: a. dat de organisatie zich aan geen ander dan het wettig gezag dienstbaar zal stellen; b. dat van het lidmaatschap der organisatie zijn uitgesloten zij, die van revolutionnaire gezindheid zijn. 2 eerste lid van artikel 4 Onverminderd het bepaalde in het vorig lid behooren hetzij in de statuten, hetzij in de in hetbedoelde reglementen bepalingen voor te komen omtrent: a. de verwezenlijking van het doel, alsmede de samenstelling en de inrichting van het korps, de rangen en het beheer; b. de uniformen en de bewapening. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Elk openbaar vertoon en elke andere in het openbaar blijkende bemoeiing van eene Vrijwillige Burgerwacht of hare onderdeelen en organen buiten de gemeente van vestiging zijn verboden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Instemming van den burgemeester behoeven: a. de bezetting der rangen; b. de te houden oefeningen, marschen en parades; c. het programma van de opleiding tot de onderscheidene functies; d. Wet wapens en munitie Stb. de aankoop, de bewaring en het onderhoud van wapenen en munitie - zulks onverminderd de bepalingen bij en krachtens de(1986, 41) gesteld - en van helmen en gasmaskers; e. de inrichting en het houden van opslagplaatsen. 2 Bovendien is de Vrijwillige Burgerwacht verplicht mede te werken bij alle contrôle, uitgeoefend door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken of het bevoegd militair gezag ten aanzien van de bovengenoemde onderwerpen. 3 De Vrijwillige Burgerwacht voert geen correspondentie met militaire autoriteiten en doet den burgemeester voortdurend mededeeling van alle correspondentie, harerzijds gevoerd met andere burgerlijke autoriteiten dan het bestuur der gemeente van vestiging of zijn organen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde zijn belast de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren alsmede de burgemeester en de door hem aangewezen ambtenaren. 2 Jaarlijks worden, uiterlijk twee maanden voor het begin van het begrootingsjaar, door tusschenkomst van den burgemeester, aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken de betrekkelijke begrooting der inkomsten en uitgaven toegezonden. Op dezelfde wijze wordt uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het begrootingsjaar de rekening en verantwoording, vergezeld van een beknopt verslag omtrent het korps, aangeboden. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Erkenning van eene organisatie als "Weerbaarheidsvereeniging" of als "Schietvereeniging" kan op daartoe strekkend verzoek door Onzen Minister van Defensie geschieden. Geen erkenning vindt plaats, indien de vereniging geen volledige rechtsbevoegdheid bezit. 2 Erkenning kan voor bepaalden of onbepaalden tijd geschieden. Zij kan te allen tijde worden ingetrokken. 3 Onze Minister van Defensie kan aan de erkenning voorwaarden verbinden. 1977 422 04-07-1977 1977 422 04-07-1977 26-07-1976
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Uit de statuten van eene weerbaarheidsvereeniging of van eene schietvereeniging moet blijken, dat van het lidmaatschap der vereeniging zijn uitgesloten zij, die van revolutionnaire gezindheid zijn. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Uit de statuten van eene weerbaarheidsvereeniging moet blijken, dat de vereeniging uitsluitend ten doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen zich vrijwillig voor te bereiden op den krijgsdienst of wel het onderhouden en verhoogen van reeds door de leden verkregen militaire bekwaamheden. 2 Uit de statuten van eene schietvereeniging moet blijken, dat de vereeniging uitsluitend ten doel heeft het geven van gelegenheid tot en de beoefening van het schieten met inachtneming van de daaromtrent voor de Koninklijke landmacht geldende voorschriften. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 103 van de Grondwet Weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen zijn verplicht hare werkzaamheden te staken wanneer er sprake is van een uitzonderingstoestand als bedoeld in. 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 15 Eene weerbaarheidsvereeniging of schietvereeniging treedt, behoudens het bepaalde in, slechts op in onderling verband, voor zoover dit voor het houden van hare oefeningen noodig is. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het is aan eene weerbaarheidsvereeniging en aan eene schietvereeniging verboden in eenigerlei vorm aan de weermacht of politie steun te verleenen bij de uitvoering van de aan deze organen opgedragen taak tot handhaving van de uit- en inwendige veiligheid des lands en van de openbare orde en rust of daartoe hare diensten aan te bieden. 1938 247 02-07-1938 1938 247 02-07-1938 01-02-1939
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister van Defensie is bevoegd om in bijzondere gevallen eene weerbaarheidsvereeniging of schietvereeniging te vergunnen in onderling verband op te treden tot het verrichten van of deelnemen aan eerbetoon. Onze Minister van Defensie besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.is van toepassing op de aanvraag om de vergunning. 2010 730 03-11-2010 05-10-2010 2010 816 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Uniformkleeding en onderscheidingsteekenen worden niet gedragen of gevoerd dan met de toestemming van Onzen Minister van Defensie. Onze Minister van Defensie besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.is van toepassing op het verzoek om toestemming. 2010 730 03-11-2010 05-10-2010 2010 816 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Wet op de weerkorpsen. 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1979 475 18-08-1979 1979 475 18-08-1979 26-09-1979
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1979 475 18-08-1979 1979 475 18-08-1979 26-09-1979
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1992 577 30-10-1992 1992 589 06-11-1992 01-12-1992