Besluit van 22 december 1943, houdende vaststelling van het Besluit Buitengewoon Strafrecht
- BWB-id
- BWBR0002006
- Type
- KB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002006
- ELI
- /eli/nl/kb/1944/besluit-buitengewoon-strafrecht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1944/besluit-buitengewoon-strafrecht/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002006&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002006&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002006/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1944/besluit-buitengewoon-strafrecht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de misdrijven, gedurende den tijd van den huidigen oorlog vóór 15 Mei 1945 begaan, welke zijn omschreven in: 1°. Titels I II a artikelen 137 137 205 278 van het Wetboek van Strafrecht Titels I II artikel 150 van het Wetboek van Militair Strafrecht b, artikelen 26 27 a 27 een derenvan het Tweede Boek of een der,en, een derenvan het Tweede Boek ofof een der,envan dit besluit; 2°. artikelen 141 145 148-151 157 159 161 162 164 166 168 170 172 179 241 243 245–250 279 281-283 284, eerste lid, onder 1°. 285 287-289 300-304 363 365 van het Wetboek van Strafrecht bis, een der,,,,,, 161,,,,,,,,,,,,,,;,en, indien de schuldige gebruik heeft gemaakt of heeft gedreigd te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden; 3°. artikelen 131 tot en met 134 189 Wetboek van Strafrecht artikelen 143 146 van het Wetboek van Militair Strafrecht bis een der,en 416-417van hetof een deren, met dien verstande, dat, waar in die artikelen van strafbaar feit of misdrijf wordt gesproken, daaronder ten deze alleen wordt verstaan een misdrijf, als hiervoor onder 1°. of 2°. bedoeld. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Wetboek van Militair Strafrecht Wetboek van Militair Strafrecht Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven Voor zoover in dit besluit niet anders wordt bepaald, vinden ten aanzien van de in het voorgaande artikel bedoelde misdrijven de bepalingen van heten die ter uitvoering daarvan, alsmede, behoudens de afwijkingen bij dat Wetboek vastgesteld, de bepalingen van het gemeene strafrecht toepassing, met dien verstande, dat, waar in hetgesproken wordt van den militairen rechter of de militaire rechtsmacht, daaronder de bij hetaangewezen rechter onderscheidenlijk diens rechtsmacht wordt begrepen. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht Het bepaalde inblijft voor de werking van dit besluit buiten toepassing. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Wetboek van Strafrecht artikelen 4 en 5 van het Wetboek van Militair Strafrecht Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2-8 van heten in deis de Nederlandsche strafwet toepasselijk op een ieder, die zich buiten het Rijk in Europa schuldig heeft gemaakt of maakt aan: 1°. artikel 278 van het Wetboek van Strafrecht artikelen 26 27 a 27 artikel 1, onder 2° een misdrijf, omschreven inof een der,envan dit besluit, of een misdrijf, als bedoeld in., van dit besluit, indien het feit is gepleegd tegen of met betrekking tot een Nederlander of een Nederlandsch rechtspersoon of indien eenig Nederlandsch belang daardoor is of kon worden geschaad; 2°. bis, bis a Wetboek van Strafrecht Wetboek van Strafrecht een misdrijf, omschreven in een der artikelen 131-134189 en 416-417van het, met dien verstande, dat, waar in die artikelen van strafbaar feit of misdrijf wordt gesproken, daaronder ten deze alleen wordt verstaan een misdrijf, omschreven in een der artikelen 92-96, 97, onder 1°., 105 en 108-110 van het, of een misdrijf als hiervoor onder 1°. bedoeld. 2 artikel 1 De Nederlandsche strafwet is insgelijks toepasselijk op den Nederlander, die zich buiten het Rijk in Europa schuldig heeft gemaakt of maakt aan eenig misdrijf, ingenoemd. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 17 van het Wetboek van Militair Strafrecht Het bepaalde inblijft voor de werking van dit besluit buiten toepassing. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 23, vijfde en zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht In afwijking in zooverre van het bepaalde inis de duur der vervangende hechtenis ten hoogste een jaar en in de gevallen, bedoeld in het zesde lid, ten hoogste een jaar en vier maanden. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht Besluit politieke delinquenten 1945 Voor de toepassing vanwordt de bewaring, gelast of verlengd ingevolge het, gelijkgesteld met voorloopige hechtenis. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 28 29 van het Wetboek van Strafrecht artikel 35 van het Wetboek van Militair Strafrecht artikel 28, eerste lid, onder 1°., 2°., 3° artikel 1 In afwijking in zooverre van het bepaalde in deenen inkan ontzetting van de rechten, vermeld in. en 4°., van eerstgenoemd Wetboek, worden uitgesproken in alle gevallen van veroordeeling wegens eenig misdrijf, ingenoemd. 2 artikel 28, eerste lid, onder 1° van het Wetboek van Strafrecht Onder het bekleeden van ambten of van bepaalde ambten, als bedoeld in, is voor de toepassing van dit besluit niet begrepen het verrichten van werkzaamheden krachtens indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht door of vanwege het Rijk of eenig openbaar lichaam. 3 Zoodanige indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht geschiedt alleen in ondergeschikte en niet verantwoordelijke functies. 4 In alle gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan de schuldige insgelijks worden ontzet van het recht om bepaalde beroepen of groepen van beroepen uit te oefenen of bepaalde functies of groepen van functies te bekleeden, waarvoor hij naar het oordeel van den rechter de in het algemeen belang vereischte waardigheid of betrouwbaarheid mist. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 31, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht In afwijking van het bepaalde inbepaalt de rechter, wanneer ontzetting van rechten wordt uitgesproken, den duur als volgt: 1°. bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf, voor het leven; 2°. bij veroordeeling tot tijdelijke gevangenisstraf, tot militaire detentie of tot hechtenis, voor een tijd den duur der hoofdstraf ten minste vijf jaren te boven gaande en ten hoogste voor het leven; 3°. bij veroordeeling tot geldboete, voor den tijd van ten minste drie jaren en ten hoogste voor het leven. 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 33 van het Wetboek van Strafrecht Onverminderd het bepaalde inkunnen ook worden verbeurd verklaard bepaalde zaken, den veroordeelde toebehoorende, waarvan aannemelijk is dat zij met misbruik van de bijzondere omstandigheden zijn verkregen of behouden. 2 Indien de zaken den veroordeelde niet of niet meer toebehooren, kan gelijke verbeurdverklaring worden uitgesproken, voor zoover dit met eerbiediging van de rechten van derden te goeder trouw mogelijk is. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 In geval van eenig misdrijf, waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, omdat de schuldige gebruik heeft gemaakt of heeft gedreigd te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden, kan de rechter bepalen, dat geen straf wordt toegepast, indien blijkt, dat de schuldige het feit heeft begaan om den vijand te benadeelen of door of vanwege den vijand of diens helpers beraamde maatregelen te beletten, belemmeren of verijdelen. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De schuldige aan een misdrijf, waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, kan worden veroordeeld: Wetboek van Militair Strafrecht een en ander onverminderd de mogelijkheid van oplegging van een zwaardere straf, welke bij hetop het misdrijf mocht zijn gesteld. 1°. Wetboek van Strafrecht indien op dat misdrijf bij hetgevangenisstraf van vijftien jaren of meer is gesteld, tot levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren; 2°. Wetboek van Strafrecht indien op dat misdrijf bij hetgevangenisstraf van minder dan vijftien jaren doch meer dan zeven jaren en zes maanden is gesteld, gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren; 3°. Wetboek van Strafrecht indien op dat misdrijf bij hetgevangenisstraf van niet meer dan zeven jaren en zes maanden doch meer dan twee jaren en zes maanden is gesteld, tot het dubbele der daarop gestelde straf; 4°. Wetboek van Strafrecht indien op dat misdrijf bij hetgevangenisstraf van twee jaren en zes maanden of minder of hechtenis is gesteld, tot gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren; 2 Naast of in plaats van andere straffen kan de rechter geldboete opleggen. Het maximum der op te leggen geldboete bedraagt van de vijfde categorie. Indien de rechter beslist, dat de schuldige zich met misbruik van de bijzondere omstandigheden heeft verrijkt, kan dit bedrag worden verhoogd tot het drievoud van het door den rechter geschatte bedrag der verrijking. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 45 49, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht In afwijking van het bepaalde in de, tweede en derde lid, enkunnen bij poging tot of medeplichtigheid aan een misdrijf dezelfde hoofdstraffen tot dezelfde maxima worden opgelegd als op het misdrijf zijn gesteld. 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 1 De samenspanning tot eenig misdrijf, ingenoemd, wordt gestraft gelijk het misdrijf. 2 Nochtans is de strafvervolging uitgesloten tegen den deelnemer aan eenige samenspanning, die, vóórdat de overheid met het bestaan daarvan bekend is, haar op zoodanige wijze daarvan kennis geeft, dat dientengevolge het plegen van het voorgenomen misdrijf wordt voorkomen. Deze bepaling geldt niet voor hem, van wien blijkt, dat hij de aanlegger is. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wetboek van Strafrecht In afwijking van het bepaalde in artikel 60, onder 1°., van hetworden in de daar bedoelde gevallen de straffen van ontzetting van dezelfde rechten opgelost in ééne straf, in duur de opgelegde hoofdstraf of hoofdstraffen ten minste vijf jaren te boven gaande en ten hoogste voor het leven, of indien geene andere hoofdstraf dan geldboete is opgelegd, in ééne straf van ten minste drie jaren en ten hoogste voor het leven. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 68, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven Het bepaalde inblijft buiten toepassing, tenzij het gewijsde van een bij hetaangewezen rechter of een Nederlandschen rechter buiten het Rijk in Europa afkomstig is. 2 Het bepaalde in artikel 68, tweede lid, van dat Wetboek is niet toepasselijk dan voor zoover de vervolging strijdig zou zijn met den inhoud of de strekking van een overeenkomst, door Ons met een vreemde mogendheid gesloten. 3 artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht Nochtans kan in de gevallen, waarin het bepaalde invoor de werking van dit besluit buiten toepassing blijft, bij de rechterlijke uitspraak worden bepaald, dat de tijd der vrijheidsstraf of het bedrag der geldboete, door den veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van die uitspraak ondergaan of betaald ingevolge diens eerdere veroordeeling wegens hetzelfde feit, bij de uitvoering van de hem opgelegde tijdelijke vrijheidsstraf of geldboete geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht; wat de geldboete betreft, volgens den zoo noodig in de uitspraak te bepalen maatstaf. 4 artikel 1 van het Tribunaalbesluit artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering Hij, aan wien bij uitspraak van een Tribunaal, waarop het fiat executie is verleend, een bijzondere maatregel, als bedoeld in, is opgelegd, kan ter zake van een misdrijf, waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, behoudens het bepaalde in, niet worden vervolgd dan met machtiging van Onzen Minister van Justitie. 1947 H 206 27-06-1947 1947 H 206 27-06-1947 31-07-1947
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a artikel 6:1:21 van het Wetboek van Strafvordering Het bepaalde inblijft buiten toepassing ten aanzien van de uitvoering van de straf van geldboete en verbeurdverklaring. 2019 506 24-12-2019 18-12-2019 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 78 van het Wetboek van Strafrecht Waar in eenige wettelijke bepaling van misdrijf in het algemeen of van eenig misdrijf in het bijzonder wordt gesproken, wordt daaronder voor de toepassing van dit besluit samenspanning tot dat misdrijf mede begrepen, voor zoover dit met de strekking dier bepaling niet onvereenigbaar is; onverminderd het bepaalde in. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wetboek van Strafrecht Grondwet Waar in hetgesproken wordt van "grondwettigen regeeringsvorm", worden daarmede gelijkgesteld de bestuursorganen, genoemd in de zevende afdeeling van het Tweede Hoofdstuk en in het Vierde, Vijfde, Zesde en Elfde Hoofdstuk der. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Onder openbaar gezag wordt verstaan het Nederlandsch souverein gezag, waaronder deszelfs organen mede worden begrepen. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Onder een Nederlandsch rechtspersoon wordt verstaan een rechtspersoon, welker plaats van vestiging in het Koninkrijk is gelegen, welke uitsluitend of mede door een of meer Nederlanders wordt bestuurd of tot welker vermogen een of meer Nederlanders geheel of gedeeltelijk gerechtigd zijn. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikelen 44 254, eerste lid, onderdeel b, onder 1° 365 van het Wetboek van Strafrecht artikel 84 van het Wetboek van Strafrecht Waar in de,envan ambtenaar wordt gesproken, wordt daarmede gelijkgesteld ieder ambtenaar, beambte of ander persoon, werkzaam voor het burgerlijk of militair gezag van een vijandelijke mogendheid, hetzij in vasten of tijdelijken dienst, hetzij in eenig ander dan dienstverband; onverminderd het bepaalde in. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onder den vijand hulp verleenen wordt mede begrepen het bevorderen of verspreiden van vijandelijke propaganda, het aan den vijand ter beschikking stellen van eenig geld of goed, het verrichten van eenige daad ten voordeele van den vijand en het beletten, belemmeren of verijdelen van eenigen tegen den vijand gerichten maatregel. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Onder den tijd van huidigen oorlog wordt verstaan de tijd van den huidigen oorlog tegen het Koninkrijk en mede begrepen de tijd, waarin die oorlog dreigende was. 2 Onder een misdrijf gedurende den tijd van den huidigen oorlog gepleegd, wordt mede begrepen het geval, dat de schuldige het misdrijf heeft gepleegd met het oog op den door hem aanstaand geachten huidigen oorlog tegen het Koninkrijk. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikelen 101 205 van het Wetboek van Strafrecht Waar in deenvan krijgsdienst wordt gesproken, wordt daarmede eenige Staats- of publieke dienst gelijkgesteld. 2 Voor zoover betreft artikel 205 van dat Wetboek, wordt voor de toepassing van dit besluit dienst bij een bondgenoot van den Staat in den huidigen oorlog onder vreemden krijgs-, staats- of publieken dienst niet begrepen. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Onder een bondgenoot van den Staat in den huidigen, gemeenschappelijken oorlog wordt verstaan elke niet-vijandelijke mogendheid, elk ander niet-vijandelijk, door Ons erkend bewind en elke niet aan het gezag van een vijandelijke mogendheid onderworpen, georganiseerde krijgsmacht, oorlog voerende of vijandelijkheden verrichtende tegen een vijandelijke mogendheid. 2 artikel 75 van het Wetboek van Militair Strafrecht In afwijking in zooverre van het bepaalde inwordt de werking van dat artikel niet beperkt door de voorwaarde, dat bij wet of traktaat wederkeerigheid gewaarborgd zij. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 21 Hij, die gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk een ander blootstelt aan opsporing, vervolging, vrijheidsberooving of -beperking, eenige straf of eenigen maatregel door of vanwege den vijand, diens helpers of een persoon, als inbedoeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren. 2 De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren, indien het feit vrijheidsberooving van langer dan een maand ten gevolge heeft gehad. 3 De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren, indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. 4 De schuldige wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien het feit den dood of de vermissing, waaruit redelijkerwijze de dood is af te leiden. ten gevolge heeft gehad. 5 Niet strafbaar is hij, die een feit heeft gepleegd met het oogmerk om aan door Ons gegeven wettelijke voorschriften te beantwoorden of om het algemeen belang te dienen. 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Hij, die gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk gebruik maakt of dreigt te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden, om een ander in zijn vermogen wederrechtelijk te benadeelen of om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 (b) (c) Staatsblad Wetboek van Militair Strafrecht Hij die gedurende den tijd van den huidigen oorlog in krijgs-, staats- of publieken dienst bij of van den vijand zich schuldig maakt aan eenig oorlogsmisdrijf of eenig misdrijf tegen de menschelijkheid als bedoeld in artikel 6 onderofvan het handvest, behoorende bij de overeenkomst van Londen van 8 Augustus 1945, bekend gemaakt bij Ons besluit van 4 Januari 1946 (no. G 5), wordt, indien zoodanig misdrijf tevens bevat de bestanddeelen van een strafbaar feit waarop dit Besluit of hetvan toepassing is, gestraft met de daarop gestelde straf. 2 Indien zoodanig misdrijf niet tevens bevat de bestanddeelen van een strafbaar feit volgens de Nederlandsche wet, wordt de dader gestraft met de straf, gesteld op het feit volgens de Nederlandsche wet, waarmede het de meeste overeenkomst vertoont. 3 Met gelijke straf als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt gestraft de meerdere die opzettelijk toelaat, dat een zijner minderen zich aan een zoodanig misdrijf schuldig maakt. 1990 369 14-06-1990 16813 1990 582 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikelen 26 27 a 27 De bij de,enstrafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven. 1947 H 233 10-07-1947 429 1947 H 233 10-07-1947 429 26-07-1947
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Dit besluit, ten aanzien waarvan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit op den bijzonderen staat van beleg, niet kan worden uitgeoefend, treedt in werking op den dag zijner afkondiging. 2 Het kan worden aangehaald onder den titel: Besluit Buitengewoon Strafrecht. 1943 D 61 22-12-1943 1943 D 61 22-12-1943 04-09-1944