Besluit van 2 augustus 1946, houdende nieuwe regelen betreffende de instelling van een Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon
- BWB-id
- BWBR0002019
- Type
- KB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002019
- ELI
- /eli/nl/kb/1946/besluit-instelling-erepenning-menslievend-hulpbetoon
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1946/besluit-instelling-erepenning-menslievend-hulpbetoon/2013-11-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002019&g=2013-11-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002019&z=2026-06-06&g=2013-11-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002019/2013-11-30
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1946/besluit-instelling-erepenning-menslievend-hulpbetoon
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Aan hen, die een menschlievende daad hebben verricht, welke kenmerken draagt van moed, beleid en zelfopoffering, kan door Ons een belooning worden toegekend, bestaande in een penning. 2 Deze penning heeft den naam van: Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon. 1946 G 199 02-08-1946 1946 G 199 02-08-1946 15-08-1946
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze eerepenning bestaat uit een Koninklijke kroon, waaraan bevestigd een ovale draagpenning, metende een totale hoogte van 6 centimeter, op welks voorzijde voorkomt het beeld der Naastenliefde en de woorden: "Voor Menschlievend Hulpbetoon" en aan de keerzijde de woorden: "De Koning aan", waaronder telkens de naam van den begiftigde zal worden gesteld, een en ander overeenkomstig de bij Ons besluit van 11 April 1912, no. 4, gevoegde teekening. 2 De eerepenning wordt op de linkerborst gedragen, aan een oranje-moiré lint van 3 centimeter breedte, hebbende in het midden een roode bies ter breedte van 0,7 centimeter. 3 De eerepenning wordt door officieren gedragen op het lint, in welk geval dit een breedte zal hebben van 2,5 centimeter. 2013 470 29-11-2013 11-11-2013 2013 470 29-11-2013 11-11-2013 30-11-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De erepenning wordt verleend in brons, zilver of goud. 2 Aan de begiftigde wordt een oorkonde uitgereikt, waarin melding wordt gemaakt van de verrichte menslievende daad. 1959 314 15-08-1959 1959 314 15-08-1959 24-09-1959
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het is den begiftigde vergund de eerepenning in verkleinden vorm te dragen. 2 Indien alleen het lint wordt gedragen, zullen de zilveren en gouden eerepenning worden aangegeven door een zilveren of gouden kroon op het lint. 1946 G 199 02-08-1946 1946 G 199 02-08-1946 15-08-1946
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Een voordracht tot toekenning van een erepenning wordt gedaan door: Onze Minister van Defensie, indien de menslievende daad is verricht door een militair dan wel door een burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie; Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in andere gevallen dan bedoeld onder a. 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 09-10-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In bijzondere gevallen, te Onzer beoordeeling, kan de Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan hen, die zich dit eereteeken niet langer waardig toonen. 2 Een voordracht tot het ontnemen van een verleende erepenning wordt gedaan door Onze Minister die het aangaat. 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 09-10-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatsblad, Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien der dagteekening van hetwaarin het is geplaatst. 1946 G 199 02-08-1946 1946 G 199 02-08-1946 15-08-1946