Besluit van 25 januari 1951, houdende bepalingen voor toekenning van onderscheidingen voor langdurige trouwe dienst aan beroepsmilitairen beneden de rang van tweede-luitenant, behorende tot de Koninklijke landmacht
- BWB-id
- BWBR0002070
- Type
- KB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-07-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002070
- ELI
- /eli/nl/kb/1951/besluit-militaire-medailles
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1951/besluit-militaire-medailles/2018-07-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002070&g=2018-07-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002070&z=2026-06-06&g=2018-07-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002070/2018-07-18
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1951/besluit-militaire-medailles
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Na het volbrengen van een eerlijke en trouwe dienst wordt een onderscheiding uitgereikt aan: a. de militair beneden de rang van tweede-luitenant, die behoort tot het beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht, van de Koninklijke Luchtmacht of van de Koninklijke Marechaussee; b. de reservist van de onder a. genoemde krijgsmachtdelen beneden de rang van tweede-luitenant, die krachtens een vrijwillige verbintenis verplicht is tot het verrichten van werkelijke dienst. 2 De onderscheiding bestaat uit: a. een bronzen medaille na 12 jaar dienst; b. een zilveren medaille na 24 jaar dienst; c. een gouden medaille na 36 jaar dienst. 3 De medaille is 27 millimeter in doorsnee, op de voorzijde staat de Koninklijke mantel met een gekroonde W gestempeld, op de achterzijde staat ‘s Rijks wapen, rustende op militaire zinnebeelden, met het omschrift «Voor trouwe dienst» gestempeld. 4 De medaille wordt gedragen op een lint van oranje moiré zijde van 27 millimeter breed, dat in opgemaakte vorm 40 millimeter breed is. 2018 219 17-07-2018 20-06-2018 2018 219 17-07-2018 20-06-2018 18-07-2018 01-07-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 Voor de toekenning van de inbedoelde medailles worden voorts vereist, zodanig goed gedrag en zodanig goede plichtsbetrachting gedurende de diensttijd of de aanstelling, als onder eerlijke en trouwe dienst behoort te worden verstaan. 2 Is de toekenning van een medaille, in verband met berispelijk gedrag of onvoldoende plichtsbetrachting van de betrokkene, uitgesteld tot een later tijdstip dan waarop het recht daarop op normale wijze zou zijn verkregen, dan behoeft de toekenning van een medaille (medailles), waarop eventueel nog recht bestaat, niet evenredig later plaats te hebben. 3 Aan de tot het beroepspersoneel der Koninklijke landmacht of der Koninklijke luchtmacht behorende militair beneden de rang van tweede-luitenant, die reeds in het bezit is van een hem op grond van de voor militairen van het voormalig Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger geldende voorschriften toegekende zilveren medaille, wordt de zilveren medaille, waarop ingevolge dit besluit recht zou bestaan, niet toegekend. 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Van alle medailles wordt het oorspronkelijk toegekende exemplaar kosteloos aan de belanghebbende verstrekt, met dien verstande, dat in de plaats van een gouden- een verguld zilveren medaille wordt verstrekt. 1953 499 03-11-1953 1953 499 03-11-1953 01-12-1953
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De medailles worden uitgereikt op een wijze, waaruit de waardering voor de bewezen diensten duidelijk blijkt. 1951 30 25-01-1951 1951 30 25-01-1951 01-03-1951
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij toekenning van de zilveren en de gouden medaille mogen respectievelijk de eerder toegekende bronzen en zilveren medaille niet meer worden gedragen. artikel 10 2. Behoudens het bepaalde bijblijven de toegekende medailles het eigendom van de begiftigde. 3. Bij diens overlijden gaan zij in eigendom over op de erven. 1951 30 25-01-1951 1951 30 25-01-1951 01-03-1951
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1 Bij toekenning van de inbedoelde medailles wordt aan de begiftigde tevens een brevet uitgereikt, waaruit de toekenning blijkt. artikel 10 2. Behoudens het bepaalde bijblijven de uitgereikte brevetten zijn eigendom. 3. Bij diens overlijden gaan zij in eigendom over op de erven. 1951 30 25-01-1951 1951 30 25-01-1951 01-03-1951
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is de begiftigde vergund de medaille in verkleinde vorm te dragen in alle gevallen, waarbij het dragen van de model medaille niet verplicht is. 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 09-10-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Na ontslag uit de militaire dienst of na beëindiging van de aanstelling blijft de begiftigde gerechtigd tot het dragen van de hem laatstelijk toegekende model medaille, c.q. van de medaille in verkleinde vorm. 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 01-07-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1 van dit besluit Kaderwet militaire pensioenen Het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van de inbedoelde medailles geschiedt, behoudens de leden 2 tot en met 4 van dit artikel, overeenkomstig het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van pensioen ingevolge de bij of krachtens devastgestelde bepalingen inzake voor pensioen geldige diensttijd, met dien verstande dat: artikel 1, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c Met betrekking tot de vaststelling van de invan dit besluit genoemde diensttijd worden evenwel ten hoogste zes, respectievelijk negen jaren dubbel geteld. a. voor de militair die tussen 31 december 1985 en 1 juli 1986 binnen de keerkringen, in arctische of antarctische gebieden was geplaatst, de duur van die plaatsing na 31 december 1985 dubbel telt; b. die diensttijdbepalingen ter zake van dubbeltelling wegens krijgsverrichtingen, ongeoorloofde afwezigheid, alsmede de rekenmethode aan de hand van kalenderjaren, kalendermaanden, dagen en oefenuren niet van toepassing zijn. 2 a wachtgeld b pensioen Stb. Wet van 8 maart 1956 (132) Mede komt in aanmerking de tijd:. welke opis doorgebracht door een - terzake van opheffing van de betrekking van de militair, of ter zake van verandering in de organisatie van de tak van dienst, waartoe de militair behoort - eervol ontslagen beroepsmilitair van de Koninklijke Landmacht, van de Koninklijke Luchtmacht of van de Koninklijke Marechaussee, beneden de rang van tweede-luitenant, die als zodanig is herplaatst,. welke opis doorgebracht door een - terzake van het verbreken van zijn dienstverband tijdens de vijandelijke bezetting van Nederlands grondgebied - eervol ontslagen beroepsmilitair der Koninklijke landmacht, beneden de rang van twee-luitenant, die als zodanig is herplaatst, een en ander met inachtneming van de, voorzover deze van toepassing is. 3 diensttijd Voorts komt in aanmerking de, welke een tijdens de vijandelijke bezetting van Nederlands grondgebied - terzake van overgang in een burgeroverheidsbetrekking - eervol ontslagen beroepsmilitair der Koninklijke landmacht, beneden de rang van tweede-luitenant, die als zodanig is herplaatst, na dat ontslag bij de Marechaussee, de Staatspolitie of de Rijkspolitie heeft volbracht. 4 De tijd doorgebracht als vrijwilliger met z.g. kort dienstverband of als militieplichtige bij het voormalig Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger, dan wel als schutterplichtige bij de voormalige troepenmacht (c.q. landmacht) in SURINAME en/of in CURAÇAO (c.q. NEDERLANDSE ANTILLEN) wordt - indien deze tijd niet reeds wordt vergolden op grond van het bepaalde in lid 1 van dit artikel - medegeteld op de in lid 1 van dit artikel aangegeven wijze, als ware die tijd diensttijd tot het verkrijgen van pensioen krachtens de bepalingen van de Algemene militaire pensioenwet. 5 artikel 1 De tijd doorgebracht als reservist als bedoeld inwordt – indien deze tijd niet reeds wordt vergolden op grond van het eerste lid – meegeteld op de in het eerste lid aangegeven wijze, als ware die tijd diensttijd tot het verkrijgen van pensioen krachtens de bepalingen van de Algemene militaire pensioenwet. 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 01-07-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 1 De op grond vantoegekende of laatstelijk toegekende medailles, alsmede het daarbij uitgereikte brevet, worden verbeurd: a. door niet-eervol ontslag uit de militaire dienst of aanstelling; b. door ontslag uit de militaire dienst of aanstelling krachtens rechterlijk vonnis; c. door onherroepelijke veroordeling ter zake van desertie; d. door verlaging, opgelegd als krijgstuchtelijke straf, dan wel bij rechterlijk gewijsde bevolen. 2 verplicht De met een medaille begiftigde, die verkeert in één der gevallen in het voorgaande lid bedoeld, isde hem toegekende of laatstelijk toegekende medaille, alsmede het daarbij behorende brevet, naar door Onze Minister van Defensie te stellen regelen, af te geven of toe te zenden aan een door genoemde Minister aan te wijzen autoriteit. 3 Bij het verbeuren van de medaille wordt het daarbij uitgereikte brevet vernietigd. 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 2017 47 20-02-2017 13-12-2016 01-07-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Aan hen, die op of nà 5 September 1944 zijn herplaatst als beroepsmilitair der Koninklijke landmacht beneden de rang van tweede-luitenant, doch vóór de inwerkingtreding van dit besluit wederom eervol uit de militaire dienst zijn ontslagen, kan, indien zij in verband met de wijze, waarop hun diensttijd volgens de bepalingen van het Koninklijk besluit van 18 Februari 1904, nr. 30, werd berekend, niet voor toekenning van een medaille in aanmerking zijn gekomen, alsnog een medaille als bedoeld in dit besluit, worden toegekend, indien zij daarvoor naar het oordeel van Onze Minister van Defensie in aanmerking komen. 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 09-10-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit militaire medailles". 1953 499 03-11-1953 1953 499 03-11-1953 01-12-1953
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het Koninklijk besluit van 18 Februari 1904, nr. 30, wordt ingetrokken. 1953 499 03-11-1953 1953 499 03-11-1953 01-12-1953
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1953 499 03-11-1953 1953 499 03-11-1953 01-12-1953
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1953 499 03-11-1953 1953 499 03-11-1953 01-12-1953